In drie dagen werd er ruim 3.000 euro binnengehaald voor De Boekentuin. Deze bijzondere werkplek was naarstig op zoek naar een nieuw onderkomen én naar geld. Mede naar aanleiding van berichtgeving op Streekstad Centraal werd een inzameling gestart om de Boekentuin te behouden. “Dit hadden we echt niet verwacht.”
De inzamelingsactie op GoFundMe sloeg aan, zoveel is duidelijk. 3.500 euro hoopte Aldo Backer van De Boekentuin binnen te halen. “Inmiddels is het meer dan begroot”, stelt Backer verrast vast. “Maar er komen nog veel meer kosten op ons af, dus we gaan wel door. Mensen kunnen blijven geven.”
Verhuizen is nu eenmaal duur en voor De Boekentuin betekent verhuizen ook nog: boeken verhuizen. Dozen en dozen vol boeken. De stichting is een werkplek voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De kosten worden gedekt door de verkoop van tweedehands boeken. Daarmee komt De Boekentuin rond, maar ook niet meer dan dat. Verhuizen, dat is eigenlijk te duur, daarom was hulp nodig. (tekst gaat door onder de foto)
Een blik in De Boekentuin. (foto: Streekstad Centraal)
Een nieuw onderkomen is ook daadwerkelijk gevonden. “En de borg daarvan, die hebben we nu binnen. Die kunnen we betalen”, zegt Backer dankbaar. “Dit ging zó goed.” Hij kijkt uit naar het nieuwe plekje. “Het is een goeie plek, groter dan wat we hier hebben. We hebben bureaus gekregen van Zaffier, die kunnen we daar dan mooi neerzetten.”
De stemming is op De Boekentuin dus niet langer bedrukt, maar heel vrolijk. Maar het gewone werk gaat ook door. “We hebben nu weer dozen met boeken uit Amsterdam binnen. Geweldig, wat mensen doneren. Ik hoop dat deze actie er voor zorgt dat ze ons in hun hoofd houden. Ook als ze weer eens een kast leegmaken…”
Zeg Alkmaar en mensen denken… Kaas. En AZ. Of Alkmaars victorie. Maar ergens in dat lijstje hoort toch ook de Alkmaarse Bol, vindt Kees Elhorst van Stadsbrasserie Elhorst. Veertig jaar geleden vond hij hem uit, die Alkmaarse Bol: véél room, een beetje advocaat, goede chocolade en natuurlijk die knapperige soes. “Deze eet je zéker met mes en vork, ja!”
Streekstad Centraal laat het zich geen twee keer zeggen als Kees ons een Alkmaarse Bol aanbiedt. Een fotograaf en deze verslaggever spoeden zich naar de binnenstad. In de bekende ‘stadsbrasserie’ aan de Laat staat de koffie dan al klaar. “Die bol, die maak ik vers”, zegt Kees. “Dan is ‘ie echt het lekkerst.”
Kees was twintig jaar oud toen hij de Alkmaarse Bol bedacht. Hij werd geboren boven de zaak, groeide op tussen de slagroom en de koeken. Dat er uit al die inspiratie een keer een bijzonder recept zou rollen, dat zat er dik in. “Toen werkte ik hier nog voor mijn vader. En die zei geen nee toen ik hiermee aankwam!” (tekst gaat door onder de foto)
De uitvinder van de Alkmaarse Bol: Kees Elhorst. (foto: Streekstad Centraal)
De zaak zelf bestaat al langer dan de bol, zestig jaar inmiddels. Het familiebedrijf koestert de traditie. “Ik verander ook dingen, zeker wel. Maar stapsgewijs, af en toe eens wat nieuws. Als je dat doet zie je dat mensen van generatie op generatie terugkomen.”
Die generaties, dat zijn heel vaak Alkmaarders. Een bezoek aan Elhorst hoort voor veel mensen bij het vaste rondje ‘statten’. Maar ook Duitsers weten de zaak én de Alkmaarse Bollen te vinden. “Duitsers bestellen er vaak twee”, weet Kees. “En dat vind ik een compliment. Als je in Duitsland kijkt… Die mensen weten wat kwaliteit is hoor.”
Voor Kees is ‘kwaliteit’ simpel en krachtig samen te vatten: “Geen troep!” Het moet echt goed zijn, niet een beetje, niet half. “Als je denkt: nou, het kan nog net… Dan kan het dus níét! Wij zijn altijd bezig met het zoeken naar kwaliteit.” (tekst gaat door onder de foto)
“Echte slagroom, dat proef je”, vindt Kees. (foto: Streekstad Centraal)
Zeg Alkmaarse Bol, en mensen zeggen… Den Bosch. Want dat is de stad van de Bossche Bol. En al zou Kees het misschien liever anders zien, de Bossche Bol is in Nederland wel veel bekender. Al kan dat de komende veertig jaar nog veranderen.
“Natuurlijk is die knipoog er, daarom heb ik hem Alkmaarse Bol genoemd”, geeft Kees toe. “Maar het is echt helemaal wat anders hoor. Dat krokante van de Alkmaarse Bol, dat heeft die Bossche niet. Daar spuiten ze de slagroom ín. Dat zou met onze Bol niet eens kunnen.” (tekst gaat door onder de foto)
Uw verslaggever van Streekstad Centraal is duidelijk onder de indruk van de jarige Alkmaarse Bol. (foto: Streekstad Centraal)
Een bijzonder ingrediënt is de advocaat. Dat geeft een extra diepte aan de smaak, ook door de alcohol natuurlijk. “Maar je moet wel twintig bollen eten wil je er last mee krijgen. Het is maar een klein beetje.” En hoewel Duitse gasten er dus best twee soldaat maken, is twintig toch eigenlijk niet haalbaar. De Alkmaarse Bol is vullend, máchtig.
En dat is ‘ie nu dus al veertig jaar. Precies zó, precies als in het begin, in 1984. “Het recept is nooit veranderd. Ik weet dat iemand in den lande een variant heeft bedacht waar ook boerenjongens in gaan. Tja, dat mag. Maar dan is het geen Alkmaarse Bol.”
“Hoorde ik het goed? Stopt de visboer in het winkelcentrum Broek?” Deze facebookgebruiker schreef er nog een viertal extra vraagtekens bij, want dit kán toch niet waar zijn. Maar het klopt. Ferry’s Visspecialiteiten in Broek op Langedijk sluit eind deze week voorgoed. “We gaan onze klanten enorm missen.”
“Dat meen je niet, gaan jullie sluiten? Waarom?!” Deze klant kwam voor een visje, maar dit gaat voor. Ze kan haar ogen nauwelijks geloven wanneer ze het bord leest dat voor de toonbank van Ferry’s Visspecialiteiten staat: ‘Lieve klanten, ons avontuur hier zit er op! Dit is geen doei of dag, maar tot in Alkmaar, met een glimlach.’ Ferry’s heeft namelijk nog een winkel aan de Wendelaarstraat in Alkmaar.
Streekstad Centraal nam een kijkje bij één van de laatste visboeren in Broek op Langedijk waar je nog gebakken vis kunt halen, maar het personeel wil niets kwijt over de sluiting. Dat het hen hoog zit, is van hun gezichten af te lezen. En ze zijn niet de enigen die balen. (tekst gaat verder onder foto)
Wie in Broek op Langedijk nog een lekkerbek wil halen, moet niet lang meer wachten. (foto: Streekstad Centraal)
Op de facebookpagina ‘Je bent er ien uit Langedijk als…’ regent het al aan reacties en wordt ook de reden van de sluiting toegelicht. “Vanwege personeelstekort wilde ze de maandag- en donderdagavond dicht”, schrijft een lid van de pagina. “Dat accepteerde de big boss niet dus was er geen andere optie om de toko te moeten sluiten! Zonde!”
“Dom”, noemt een ander het, “want zo veel bijzonders is er verder niet in het winkelcentrum.” Deze winkel was volgens hem toch echt de publiekstrekker. Een aantal mensen ziet nu de mogelijkheid hun beklag te doen over de vistent. Over de nieuwe haring, die toch niet zo ‘nieuw’ proefde, of dat de bediening niet zo fijn was. Maar het merendeel ziet de sluiting als een aderlating. De andere visboer in Broek op Langedijk is immers een palingrokerij. Voor een vers portie kibbeling of een lekkerbek, moeten de inwoners binnenkort toch echt naar de markt of wat verder van huis.
Even waren ze een landelijke beroemdheid: de vrijwilligers van ‘De Boekentuin’ in Alkmaar en hun magazijn vol tweedehands boeken. De beschermde werkplek voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt kreeg de aandacht van het tv-programma Even tot hier. “Dat heeft ons even gered. Maar nu zijn we weer op zoek.”
De media-aandacht van Even tot hier leverde een flinke voorraad nieuwe boeken op. Een geschenk, ‘uit gunst verkregen’ – en voor de mensen van De Boekentuin dankbaar werk. Door de boeken te taxeren en online door te verkopen bedruipt deze bijzondere werkplek zich helemaal zelf. “We werken kostendekkend.”
Streekstad Centraal sprak met Aldo Backer, de drijvende kracht achter De Boekentuin. Hij kent feilloos de weg tussen de duizenden boeken in zijn Boekentuin. “Dit komt nog uit de schenking van Even tot hier”, wijst hij. “En hier… Geschiedenis, allemaal geschiedenis. Weet je dat mensen niets leren van de geschiedenis?” (tekst gaat door onder de foto)
Aldo Backer tussen de boeken. (foto: Streekstad Centraal)
Een plank boeken past net niet in één verhuisdoos, weet Backer. Een gedachte die maar al te vaak door zijn hoofd schiet, want De Boekentuin moet verhuizen. “Er is een andere huurder voor deze ruimte, wij moeten weg”, legt Backer uit. En een goede vervangende ruimte bleek binnen het bedrijfsverzamelpand waar De Boekentuin nu zit niet zo eenvoudig te vinden.
“We noemen ons een tuin”, vertelt Backer terwijl hij plaatsneemt aan een tafel tussen de boekendozen. “We kijken hier uit op de Hortus Alkmaar. Maar dat gaat dus veranderen. We hebben niet eens heel veel nodig. Iets meer dan 100 vierkante meter, dat moet genoeg zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
De huidige locatie zal worden verlaten. (foto: Streekstad Centraal)
Maar die meters hebben de vrijwilligers van De Boekentuin voorlopig nog niet gevonden. “We hebben nog drie maanden de tijd”, zegt Backer met enige bezorgdheid.
Dozen met boeken versjouwen is één ding. Het belangrijkste voor Backer en zijn Boekentuin is de prettige, veilige werkomgeving. “Een raam dat open kan”, werpt hij op. “Het moet wel fijn voelen.” Die werknemers, 22 zijn het er momenteel, zijn mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij gebruiken De Boekentuin om verder te groeien en zo weer perspectief te vinden op betaald werk. Iets dat vaak lukt, ziet Backer.
“Al deze mensen zijn zo waardevol”, roept hij uit. “Ze hebben een beperking, of komen uit een burn-out. Mensen zien hun talenten dan vaak niet. Hier kunnen ze groeien.” De Boekentuin is de springplank die deze mensen nodig hebben. Zo moet dat ook blijven, vindt Backer. “Ik ben niet iemand die zegt: ik draai de deur dicht.” (tekst gaat door onder de foto)
De Boekentuin gooit niets weg, benadrukt Backer. (foto: Streekstad Centraal)
En dus is De Boekentuin op zoek naar nieuwe ruimte, nieuwe perspectieven.”Het komt erop neer dat we een ander onderkomen zoeken”, vat Backer zijn situatie samen. “Een maatschappelijke instelling die dit over kan nemen… Want ik wil dat de sociale insteek behouden blijft. Dezelfde inborst, hetzelfde gedachtegoed.”
Die nieuwe plek moet zo’n 60.000 artikelen kunnen huisvesten, boeken vooral, maar ook platen, oude prenten – wat maar tevoorschijn komt uit de schenkingen die De Boekentuin krijgt. “Ze mogen me bellen”, zegt Backer. Gegevens staan op de website van De Boekentuin.
Backer roemt vooral de vrijwilligers. Zij maken deze werkplek zo bijzonder, echt het behouden waard. De Boekentuin is iets om te koesteren: “Ik heb op heel wat plekken gewerkt. Als ik een top drie zou moeten opstellen… Dan staat De Boekentuin wel bovenaan.”
Meer omzet, meer klandizie, mogelijk meer sekswerkers: de Alkmaarse Achterdam hoopt het tij te keren met ruimere openingstijden. Een jaar lang zal, bij wijze van proef, het licht pas om 3:00 ’s nachts uit te gaan in het bekende prostitutiestraatje. Volgende maand gaan de nieuwe sluitingstijden in.
“Fantastisch dat het eindelijk is gelukt!” Exploitant Jeffrey Ootes is duidelijk blij met de proef, waar al een tijd om werd gevraagd. In gesprek met NH, mediapartner van Streekstad Centraal, toont hij zich ambitieus. “Nu moeten we laten zien dat het ook kan.”
De gemeente Alkmaar ging in in juli al akkoord met het voorstel, maar voordat de proef inging, zijn er wel nog gesprekken geweest met betrokkenen. Nu is het dus echt bijna zo ver, in oktober gaat de proef in. In de weekenden zullen klanten tot 3:00 ’s nachts welkom zijn bij de sekswerkers in het straatje. (tekst gaat door onder de foto)
De Achterdam tijdens de open dag in juni dit jaar. (foto: Streekstad Centraal)
Er is behoefte aan ruimere openingstijden, omdat de Achterdam te maken heeft met teruglopende klandizie. “De vrouwen hopen zo meer omzet te genereren”, legt Ootes uit. “En wie weet heeft het een aanzuigende werking en leidt het uiteindelijk ook tot een hogere kamerbezetting.”
Bewonersvereniging Hart van Alkmaar toonde zich minder enthousiast. De ‘aanzuigende werking’ waar Ootes op hoopt betekent meer drukte, vreesde Hart van Alkmaar. “Er zal ook voor langere tijd alcohol etc. worden gebruikt, met de overlast-gevolgen van dien”, schreef de vereniging aan de raad.
Maar Ootes denkt dat dat wel mee zal vallen. “Die overlast komt vooral van het uitgaanspubliek dat hier langsloopt en blijft hangen rondom de Spar of de Karpertongarage”, stelt de ondernemer. “Uiteraard is het beveiligingsteam aanwezig om de boel in de gaten te houden. Die blijven tot een half uur na sluitingstijd in de straat. De Achterdam blijft gewoon het veiligste straatje van de stad.”
Bijzondere nieuwkomers in de horecabranche maken jaarlijks kans op de Entree Awards. Het horecaplatform Entree reikt elf prijzen uit om hen in het zonnetje te zetten. Eén van de kanshebbers is het Grapèlli Boutique Hotel in Alkmaar. Eigenaar Reggie-Boy Rood was totaal verrast met de nominatie: “Ik ben onwijs enthousiast en heel erg dankbaar.”
Entree is een platform voor horecabedrijven dat zowel online als per magazine nieuws verspreidt. Eens per jaar zijn er de tien Entree Awards voor nieuwkomers en eentje voor de gevestigde orde. Er zijn prijzen voor de ‘Best new cocktail bar’, ‘Best new fine dining concept’ en – en die is belangrijk voor het Grapèlli Boutique Hotel – dus ook ‘Best new boutique hotel’.
Reggie-Boy Rood (32) opende in maart zijn Grapèlli Boutique Hotel aan de Pieterstraat. De naam is een ode aan de dansstudio die 42 jaar lang in het monumentale pakhuis zat, totdat het door de coronacrisis moest sluiten. Rood was zzp’er in de bouw maar wilde eruit. Zijn broer is projectontwikkelaar en ook zijn vader Kees weet hoe het werkt in de bouw. Met zijn drieën creëerden ze een boutique hotel met twaalf kamers in drie stijlen: bohemian, chic en loft. (tekst gaat verder onder de foto)
Grapèlli was een bekende dansschool in Alkmaar en omstreken. Zo’n 42 jaar lang hebben mensen hier onder de bezielende leiding van Diana Satoer gedanst. (foto: aangeleverd)
Het meest trots is Rood op de gang die ooit leidde naar de danszalen. Deze is ingericht als historisch straatje met echte boerengeeltjes uit de Beemster. Alle kamers hebben vloerverwarming, een luxe inloopdouche, een keuken met koelkast en een zitje mét platenspeler. Voorbij de ingang kunnen gasten platen uitkiezen.
Wie de foto’s van Grapèlli bekijkt is wellicht niet verrast over de nominatie maar Rood (die zelf liever niet in beeld komt) was dat zelf wel. “Nee ik had mezelf niet aangemeld, ik wist niet eens dat die awards bestonden! Entree Magazine had ons wel benaderd toen we net open gingen een half jaar geleden, voor foto’s en een rondleiding. We stonden toen in het blad.” Hij had duidelijk indruk gemaakt. (tekst gaat verder onder de foto)
Eén van de hotelkamers op de bovenverdieping. (foto: aangeleverd)
Tijdens het interview begroet Rood even een paar van zijn gasten. Hij runt het hotel in zijn eentje. Mensen kunnen zelf buiten balietijden binnen komen en hij serveert geen ontbijt. Sowieso vindt hij dat nergens voor nodig. “Dat kan prima in de stad. Ik vertel gasten ook waar ze goed kunnen ontbijten. Als ik zelf in Parijs ben of zo wil ik ook niet in het hotel ontbijten.” Nu het naseizoen is mikt Rood meer op gasten die voor een kort verblijf aankloppen. Vandaar het keukentje en de wasmachine en – droger.
Grapèlli is samen met vier andere boutique hotels genomineerd. Op 2 december is de onthulling tijdens een feestelijke uitreiking in Theater Amsterdam.
Game Mania heeft maandag faillissement aangevraagd. Dat zat er al aan te komen toen duidelijk werd dat er geen overnemer was gevonden voor het bedrijf. De winkel in Heerhugowaard had 18 augustus al de deuren gesloten. De rest van de fysieke winkels zijn vanaf dinsdag gesloten, de webshop blijft voorlopig wel open.
De keten die zich specialiseert in gaming heeft dertig filialen. Achttien daarvan zijn in Nederland gevestigd, twaalf in België. Vijf jaar geleden waren dat er nog 75.
Moederbedrijf Heroik vroeg in juni al uitstel van betaling aan, terwijl het op zoek ging naar een geschikte overnamekandidaat. Als reden voor de problemen zijn een tekort aan omzet en te hoge kosten aan te wijzen. Bij de Nederlandse winkels werkten 67 mensen.
Je moet misschien even zoeken, maar verscholen tussen Podium Victorie en Hal 25 doemt de stadssauna van Bauke op. Met sfeervolle lichtsnoeren en een zichtbare standtentvibe waar álles zelf is gebouwd, waant de bezoeker van StadsOase25 zich in een knus en alternatief walhalla. “Er zijn mensen uit Rotterdam, Den Haag, soms zelfs uit andere landen, die speciaal naar ons toekomen. Maar veel mensen uit Alkmaar weten het nog niet.” Maar ja, zegt Bauke er ook bij, “we zijn een oase. En oases moet je vinden.”
“Ja, ja. Bauke bouwt een sauna”, hoorde hij jaren geleden wel eens. “Sommige mensen raadden het me af.” Het klinkt ook wel als een gewaagd project. Maar Bauke had een droom: een warme plek creëren waar mensen zich thuis voelen. “Zeker voor in de winter, wanneer er minder te doen in Alkmaar.” Uit meerdere hoeken komen vrienden van Bauke met inspirerende ideeën om hem te helpen. En na zes maanden elke dag bouwen, met materialen die veelal gegeven of gevonden zijn, is de StadsOase op 8 oktober 2017 een feit. (tekst gaat verder onder foto)
In het koude bad is het volgens dit stelletje ook prima vertoeven (foto: Streekstad Centraal)
Gasten druppelen deze vrijdagavond binnen, terwijl zonnestralen de witte mannequin verlichten, die bovenop de kerksauna staat. Glazen donkerpaars, vers gemaakte druivensap – waar meerdere vaste klanten vandaag speciaal voor zijn gekomen – gaan in de rondte. Waar een stel zich direct in hun blootje nestelt in de op hout gestookte hottub, scharen andere bezoekers zich rondom het vuurtje voor een drankje en een goed gesprek.
Oscar komt hier sinds een half jaar regelmatig. “Een vriend van mij kende dit en nam me mee. Ik had erge onrust in mijn leven, en toen ik hier kwam was ik alles vergeten wat ik die dag had gedaan.” Hier ga ik vaker heen, besloot Oscar toen en daar. “Er is verbondenheid. Iedereen is welkom, als je je netjes gedraagt. En dat vind ik mooi in deze tijd. Als je vaker komt, krijg je dat familiegevoel. Hier heb ik écht rust.” (tekst gaat verder onder foto)
Oscar (r) huurde ook eens Baukes (l) sauna af om zijn verjaardag te vieren (foto: Streekstad Centraal)
Toegegeven, elke avond is anders bij de oase en voor absolute stilte hoef je hier niet te komen. “Je moet wel houden van de zelfgebouwde, alternatieve sfeer”, legt Bauke uit. “Het is een sociale plek, mensen stellen zich open voor je. Het is een soort community”, met wekelijks jamsessies (de volgende is op 6 september), waarbij iedereen zijn muziekinstrumenten meeneemt en Baukes zelfgemaakte maaltijden over de toonbank gaan.
Enkele bezoekers hebben ook hun kleren nog aan. En dat mag, “al blijft het zoeken daar balans in te vinden. Aan de ene kant wil ik die vrijheid bieden, maar het kan voor sommige mensen ongemakkelijk voelen als je hier in je blootje loopt. Het moet wel fijn blijven voor iedereen.” Zo veel mensen, zo veel wensen. Het liefst maakt Bauke iedereen blij. “Maar als je alles wilt, doe je eigenlijk niks. Je moet je differentiëren. Er is een jongen uit Den Haag die op zondag speciaal naar ons toekomt met de trein, omdat hij het hier zo fijn vindt. Dat vind ik een enorm compliment.” (tekst gaat verder onder foto)
“Verschillende groepen vinden elkaar ook hier”, vertelt Bauke. Er zijn zelfs relaties ontstaan. (foto: Streekstad Centraal)
Oscar heeft intussen de steigerhouten bank verruild voor het bubbelbad en in de kussenrijke binnenruimte strookt een bezoeker zachtjes over een gitaar. Maar waar de zon met roze oranje gloed bijna zijn uittrede doet, is de avond hier nog lang niet klaar.
Vanaf de ietwat verhoogde bar ziet Bauke zijn heiligdom toe. Vijf jaar, bestaat het nu. Zijn droom. Hij zou soms bijna vergeten dat elke plank hier door zijn handen is gegaan. “Af en toe wordt het normaal. Maar soms zit ik bij het kampvuur en denk ik: het is wel waanzinnig dat ik dit heb gebouwd.”
StadsOase25 draait volledig op vrijwilligers en ze zijn op zoek naar meer liefhebbers: zowel gastheren en -vrouwen als klussers (foto: Streekstad Centraal)
Handig toch, zo’n supermarkt om de hoek. Kaas, brood, groenten, kattenbakgrit, daar hoef je niet meer vier winkels voor af te struinen. Maar met de groei van het aantal supermarkten is het soms hard aanpoten voor speciaalzaken; zo is in tien jaar tijd bijna een kwart van de groenteboeren in Nederland verdwenen. Met de kaasboeren gaat het juist steeds beter. Hoe zit dat bij ons in de regio?
“Vroeger zag het er hier verschrikkelijk anders uit”, vertelt Diana. Vroeger is in dit geval 39 jaar geleden, toen Diana haar eerste werkdag bij Kaaspaleis de Mare startte. “Toen was het echt een marktwinkel; je had jonge tot en met oude kaas over de toonbank, en noten.” Hoe anders is het nu, met Beemsterkazen, exclusieve kazen, kazen om mee te borrelen, bonbons en ga zo maar door. “Iedereen wil steeds meer, en wij willen meer bieden. Ons toch al grote klantenbestand wordt steeds groter.” (tekst gaat verder onder foto)
“Het voelt toch een beetje als mijn winkel”, vertelt Diana (derde van rechts). Sinds juni heeft haar zoon Michael (midden) de winkel overgenomen van de vorige eigenaar. (foto: Aangeleverd)
De echte kaasfijnproever weet het stiekem ook wel: kaas in de supermarkt is toch echt anders. Daarom blijven ze komen. “En ook ons personeel is geliefd.” In de supermarkt kan het toch soms wat minder persoonlijk voelen. “Wij kennen de klanten. En natuurlijk heb je wel eens mindere periodes, maar eigenlijk is het hier altijd goed gegaan.” Alkmaar en kaas blijven natuurlijk ook beste vrienden. Het moet gek lopen, willen deze winkels verlies draaien.
Maar waar kaasspeciaalzaken nog hartstikke in trek zijn – en het aantal winkels in de afgelopen tien jaar met 37 procent is toegenomen – is het wat minder gesteld met de groenteboeren in het land. De Kamer van Koophandel laat weten dat in diezelfde tien jaar maar liefst 23 procent van de groenten- en fruitwinkels in het land de deuren voorgoed heeft gesloten. Dat maakt ze de winnaar der verliezers.
Toch gaat het bij groenten- en fruitspeciaalzaak Afslag 43 in Broek op Langedijk beter dan ooit. Judith werkt er al veertien jaar. En de grootste verandering in die tijd? “Meer klanten!” Pardon? “Veel meer.” Zelf denkt Judith dat dit vooral komt door de kant-en-klaarmaaltijden die ze in de winkel aanbieden. “Maar ook door de kwaliteit, natuurlijk. Veel beter dan in de supermarkt. Ik hoor moeders zeggen: als ik broccoli bij jou koop, eten mijn kinderen het wel.” (tekst gaat verder onder foto)
Judith koopt haar groenten en fruit bij de groenteboer. Meestal dan. Soms komt het gewoon minder lekker uit. (foto: Streekstad Centraal)
Pizza’s, tortilla’s, stampotten. Wie een hekel heeft aan koken hoeft hier alleen maar naar binnen te stappen voor een verscheidenheid aan gerechten. Maar, Judith merkt wel íets van de vermindering van groenteboeren: “Ik krijg veel meer vraag naar fruitmanden. Omdat dit een uitstervend beroep is, komen ze hierheen.” Wat tot slot een grote klantentrekker is: bieten. “Mensen balen ervan als we die niet meer hebben, ze zijn enorm in trek.” Wat nou, vergeten groenten. “In Broek op Langedijk is niemand ze vergeten!”
Dus: kaas gaat goed, maar groenten ook. Tenminste, in Broek op Langedijk, waar de gemiddelde bewoner misschien íets meer groentenminded is door het Broekerveilingmuseum. Groenten-, fruit- en kaasfans kunnen in ieder geval hun hart ophalen bij de resterende speciaalzaken, die door de groei van alle supermarkten juist nóg specialer worden.
Al 25 jaar is de kermis van Alkmaar ook de kermis van Sander Willemstein. Namens Buro de Kermisgids regelt hij wat er voor een kermis geregeld moet worden, in goede samenwerking met de gemeente. Die verraste Willemstein met een eervolle extra taak: hij mag ter ere van zijn jubileum de kaasbel luiden. “Ik kan goed met Alkmaarders, je weet wat je aan ze hebt.”
Het luiden van de kaasbel, dat is een ‘hele eer’, zegt Willemstein als Streekstad Centraal hem erover spreekt. “Ik ken de kaasmarkt, ik ken de kaasdragers”, vertelt hij. De Alphenaar heeft de kaasstad in de 25 jaar dat hij hier de kermis organiseert duidelijk leren kennen en waarderen. “Ik kom graag in Alkmaar, ja. Niet alleen voor de kermis. ook in de rest van het jaar ben ik hier te vinden.”
Maar deze weken is dat natuurlijk wel waar alles om draait: die kermis. Buro de Kermisgids begeleidt gemeenten in heel Nederland bij het organiseren van kermissen. Daar komt nu eenmaal veel bij kijken. “Ik ken de ondernemers, als Buro de Kermisgids zitten wij er middenin”, legt Willemstein uit. (tekst gaat door onder de foto)
De opbouw van de Alkmaarse zomerkermis begon dinsdagavond al. Maar de voorbereidingen duren nog veel langer. (foto: Streekstad Centraal)
Eén jaar probeerde Alkmaar het zónder Willemstein. De gemeente wilde de kermis graag eens helemaal zelf organiseren. Maar dat liep toch niet op rolletjes. “Het ging dusdanig verkeerd dat ze de meerwaarde van ons daarna wel inzagen”, zegt Willemstein daar nuchter over. Nu is de samenwerking goed. “Alkmaar is echt een gemeente die meedenkt.”
Dat wordt bevestigd als Streekstad Centraal spreekt met ‘kermiswethouder’ Christian Schouten. “Het is echt een samenwerking die goed loopt, ja. Daarom willen we Sander ook echt even in het zonnetje zetten! Hij is al een kwarteeuw betrokken”, vertelt de wethouder. “Het is écht samenwerking. Zo’n langjarig verbond werpt zijn vruchten af.”
De wethouder laat niet na om ook het belang van de Alkmaarse kermis te benadrukken. “We willen een mooie, gezellige, fijne, betaalbare kermis; kwaliteit boven kwantiteit”, zegt hij. “En daarvoor heb je dat samenspel nodig.” Dat samenspel, dat kan niet zonder Sander Willemstein. (tekst gaat door onder de foto)
Een argeloze voorbijganger ziet het niet, maar voor de organisatie van de kermis zijn dit soort streepjes onmisbaar: iedere exploitant weet daarboor vrijwel op de centimeter nauwkeurig waar de attractie moet staan. (foto: Streekstad Centraal)
Al als jonge jongen was Willemstein veel op de kermis te vinden. Ook toen niet alleen vóór, maar ook áchter de schermen. “Mijn vader werkte al voor hetzelfde bedrijf, hij regelde de stroomvoorzieningen”, brengt Willemstein in herinnering. “Ik ging vaak met hem mee. Dan gingen we samen ‘stroom maken’ op de kermis.”
En ook bij stroom draait het natuurlijk om contact. Willemstein leerde al vroeg de mensen achter de kermis kennen. Een wereldje op zich, altijd op reis, toch hecht – en met een eigen humor, een eigen manier van doen. “De directeur kwam op een gegeven moment zelf naar mijn vader: die kermis, is dat niks voor je zoon? Zo ben ik er ingerold.”
Het is niet zo dat Willemstein zelf de hele dag in attracties zit, zijn werk zit toch anders in elkaar. Zomaar even één lievelingsattractie aanwijzen, dat vindt hij moeilijk, zegt hij als Streekstad Centraal hem daarnaar vraagt. Hoewel… “Nee, toch gewoon de breakdance, denk ik. Een all time favourite.” (tekst gaat door onder de foto)
De breakdance is de ‘all time favourite’ van Sander Willemstein. Dit jaar staat er voor het eerst een extra grote versie op de Alkmaarse kermis.
De Alkmaarse kermis is wat Willemstein betreft uniek. Een echte stadskermis, tussen de historische gevels, maar tegelijk wel een grote kermis met plek voor spectaculaire attracties.
Willemstein roemt de samenwerking met ‘marktmeester’ Bas van der Molen en diens mede-coördinator Marije Zijlmans. Er is echt een team dat voor de kermis zórgt, merkt hij. “Alkmaar houdt rekening met de kermis.”
Dat Alkmaar het ook in de coronajaren aandurfde om de kermis te organiseren, uiteraard met wat aanpassingen, tekent de samenwerking. “Dat ging eigenlijk heel goed”, herinnert Willemstein zich. Veel andere kermissen werden in die jaren afgelast, het was een zware periode voor de kermisondernemers. “Maar hier stonden we er.”
De kermis was er – in aangepaste vorm – zelfs in coronatijd. (foto: Streekstad Centraal)
In zijn 25 jaar heeft Willemstein het nodige zien veranderen. Het kermisterrein bijvoorbeeld. “We stonden in het begin nog op het Doelenveld. Dan ging je door de kauwgomsteeg…” Een stukje stad dat menig Alkmaarder zich nog zó voor de geest kan halen, maar dat er al jaren niet meer is. De kermis was toen kleiner. Anders.
“We hebben nu gewoon veel meer ruimte, we staan ook op de Paardenmarkt”, legt Willemstein uit. “Daar kunnen we de dinsdag vóór de kermis al beginnen met opbouwen.” Dit jaar verrijst daar onder meer de achtbaan.
Grotere attracties, meer ruimte: de kermis is gegroeid. Daarmee is de Alkmaarse kermis ook voor een breder publiek interessant geworden. Dat is voor Willemstein dan ook de belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen 25 jaar. “De kermis is echt beter geworden”, benadrukt hij. “Groter, ruimer. Béter.”