Hoge nood? In Dijk en Waard is het niet zo eenvoudig om dan een openbaar beschikbaar toilet te vinden. Die beschikbaarheid krijgt slechts een 4,8 van de Maag, Darm en Lever Stichting. Reden voor Lokaal Dijk en Waard en nog vijf andere fracties om een motie in te dienen zodat de gemeente wél het predicaat ‘toiletvriendelijke gemeente’ krijgt.
De Maag, Lever en Darm Stichting stelt dat een gebrek aan openbare toiletten ervoor zorgt dat bijna een derde in Nederland liever thuis blijft. Voor mensen met een maag- of darmaandoening is dat zelfs de helft. Dijk en Waard is dus niet bepaald uitnodigend voor mensen die een tijdje van huis zijn en dan misschien wel eens naar het toilet zouden moeten gaan. Met name in de winkelcentra is volgens de stichting weinig toegang tot openbare toiletten. In Middenwaard is er één in de buurt van de Dekamarkt, al zou het wel mogelijk zijn om een toilet in een horecagelegenheid op te kunnen zoeken. Van de openbare toiletten in de gemeente zijn er weinig geschikt voor mensen met een handicap.
De Dijk en Waardse toilettensituatie is afgelopen jaar wel wat beter geworden, maar een 4,8 is alsnog niet best. Daar moet verandering in komen, vinden de facties van Lokaal Dijk en Waard, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, Senioren Dijk en Waard en D66. De fracties vinden dat er in de gemeente overal een openbaar toilet moet zijn op 10 minuten afstand.
De fracties willen dat Dijk en Waard een inclusieve gemeente is en waarschuwen dat een tekort aan openbare toiletten tot eenzaamheid kan leiden onder mensen die het risico niet willen nemen dat ze buiten de deur naar het toilet moeten en deze niet kunnen vinden.
De motie roept het college van B&W op om uit te vinden waarom Dijk en Waard precies een onvoldoende scoort, en om maatregelen te noemen om de gemeente ‘toiletvriendelijk’ te maken. De motie komt dinsdag 28 januari in de gemeenteraad.
In de ‘strijd’ voor sportvoorzieningen in het Sportpaleis van Alkmaar lijkt de wielersport het te winnen van de atletiek. Het Alkmaarse college kiest voor grootschalige renovatie en wil best ‘iets doen’ voor de moeder der sporten, maar dan wel beperkt. “Ik vind renovatie de minst verstandige keuze”
Voormalig Tweede kamerlid, oud Alkmaars raadslid, én prominent strijder voor een volwaardige indoor atletiekbaan in Alkmaar Rudmer Heerema, is teleurgesteld. Hij had vanuit AV Hylas een belangrijke rol in de lobby voor een Sportpaleis met een indoor atletiekbaan. “En ik zou niet voor baanwielrennen kiezen, want die sport wordt steeds kleiner.”
Nieuwbouw met een wielerbaan kost volgens Heerema niet veel meer dan de voorgestelde renovatie, als de geschatte levensduur van 25 tegenover 40 jaar wordt meegenomen. Bovendien is hij is sceptisch over de 25 jaar die renovatie op zou moeten leveren. “De vloer ligt verdiept dus als je die niet goed aanpast, dan blijf je het grondwaterprobleem houden en moet je misschien over tien of vijftien jaar weer opnieuw investeren.” (tekst gaat verder onder de foto)
De atletiek was goed vertegenwoordigd tijdens een inloopavond over het Sportpaleis. Hier Rudmer Heerema (links) in gesprek met Vincent Thijssen, directeur Alkmaar Sport. (foto: Streekstad Centraal)
“Sowieso kan je veel beter iets bouwen dat Nederland nog niet heeft. Er zijn al genoeg sporthallen voor volleybal, basketbal en handbal”, vindt Rudmer Heerema. “En ik vind het onlogisch om te kiezen voor baanwielrennen. Het is veel geld voor een kleine sport, die steeds kleiner wordt. Je moet iets bouwen waar de regio over 20, 40 jaar ook nog veel plezier van heeft.”
“Atletiek is een van de meest opkomende sporten in de regio. Er is heel veel talent, het zou zonde zijn als dat niet wordt geaccommodeerd”, vindt Heerema. “We hebben in Nederland geen volwaardige locatie waar je atletiek kan bedrijven”. Omnisport Apeldoorn telt hij niet mee omdat die maar beperkt gebruikt kan worden om te trainen. De kleinere atletiekhallen in Assendelft en Amsterdam zijn ook beperkt en bovendien is huur in Assendelft nogal kostbaar.
Het college geeft aan wel wat voorzieningen voor atletiek te willen organiseren. Bij navraag wordt verwezen naar een wedstrijd die in het verleden eens per jaar werd gehouden. Daar werden spullen voor gehuurd en geleend. Die inrichting volstond wel voor een jeugdwedstrijd, maar niet voor atletiek van hoog niveau. En dat was dus maar voor één dag in het jaar. (tekst gaat verder onder de foto)
Omnisport Apeldoorn met wielerbaan én atletiekbaan, waar twee banen aan toegevoegd kunnen worden. Hier te zien tijdens een weekend met een volleybaltoernooi. (foto: Apeldoorn Events)
“We gaan met bestuur van Hylas de stukken goed doornemen en dan kijken wat er nog mogelijk is voor de atletiek. Of het Sportpaleis op een manier kan worden ingedeeld waardoor er toch met regelmaat getraind kan worden. Bijvoorbeeld een vloer waar je met spikes op kan lopen en ergens een zandbak voor het verspringen.” Op diverse locaties in het land zijn sporthallen met zulke vloeren. Een verspringbak kan met platen afgedekt worden. Een hoogspringmat kan buiten de sportvelden liggen.
Vanuit de lokale politiek heeft Heerema hier en daar al wat bijval gehoord. Onder andere vanuit OPA en PvdA -GroenLinks. Van de coalitie verwacht hij weinig steun om het tij nog serieus te keren. “Ik neem aan dat zij hun wethouders gewoon steunen.”
“Op 29 januari is er een raadsinformatieavond over het Sportpaleis”, aldus de sportconsultant. “Daar ga ik heen en ik neem aan ook anderen van Hylas.”
HVC krijgt de tik op de vingers van de gemeente waar Leefbaar Alkmaar om had gevraagd. Zonder dat de gemeente Alkmaar het wist, benaderde HVC agrariërs in de Schermer om grote windturbines te plaatsen op hun erf. Maar Alkmaar heeft de Schermer uitgesloten als zoekgebied voor windturbines, en daarom had HVC er niets te zoeken. Leefbaar Alkmaar trok aan de bel, en krijgt nu gelijk van het gemeentebestuur: “HVC onderkent de publieke belangen van de gemeente niet.”
Een locatiemanager van HVC ging langs bij zeven agrariërs met land langs de Westertocht in Zuidschermer. Ze kregen te horen dat ze flinke bedragen konden verdienen met de plaatsing van een windturbine die inclusief rotorbladen wel 200 meter hoog is.
Leefbaar Alkmaar kreeg lucht van de gesprekken en stelde vragen over de interesse van HVC. De droogmakerij is door de Alkmaarse gemeenteraad namelijk uitgesloten als zoekgebied is in de Regionale Energie Strategie 2024. Des te vreemder dat HVC, met Alkmaar als belangrijke aandeelhouder, dan wel de boer op gaat in de Schermer om windturbines aan te prijzen. (tekst gaat verder onder de illustratie)
Constructie van een van de windturbines in de Boekelermeer. Deze zijn al hoog, zo’n 130 meter inclusief rotorbladen, maar de versie die HVC in de Schermer wil plaatsen is nog veel hoger. (foto: Gemeente Alkmaar)
Alkmaar was niet op de hoogte van de acties van HVC, laat het gemeentebestuur nu weten aan Leefbaar Alkmaar. Het is het eens met Leefbaar Alkmaar dat de droogmakerij De Schermer is uitgesloten als zoekgebied voor zowel zonne- als wind- energie. “De door de raad vastgestelde Regionale energievisie is daar duidelijk over”, schrijft het college.
Het gemeentebestuur is het eens met Leefbaar Alkmaar dat het benaderen en polsen van de agrarische ondernemers in de Schermer voor het plaatsen van windturbines volkomen indruist tegen de uitdrukkelijke wens van de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar om daar geen grote en hoge horizonvervuilende windturbines te plaatsen. “Grootschalige opwek van windenergie in de Schermer past niet binnen het geldende ruimtelijk beleid van de gemeente.”
Het gemeentebestuur vindt dat HVC ‘door deze actie de publieke belangen van de gemeente niet onderkent’. Alkmaar wil hierover met HVC in gesprek. Daarin gaat de gemeente duidelijk maken dat deze activiteiten niet in lijn zijn met de visie die het college heeft voor het open polderlandschap van de Schermer: “Het is belangrijk dat de bedrijfsvisie en de gemeentelijke belangen beter op elkaar worden afgestemd”, zo antwoordt het college aan Leefbaar Alkmaar.
Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een vervolg van de soap rond de vernieuwing van het Plein in Bergen: raadsleden, vastgoedontwikkelaars, omwonenden, buurtvereniging, woningzoekenden, tegenstanders en, niet in de laatste plaats, advocaten. Bouwvakkers hoeven zich voorlopig nog niet te melden.
Als zich komende donderdag een raadsmeerderheid aftekent voor de bouwplannen van Bot Bouw op het Plein in Bergen, dan wordt dat waarschijnlijk slechts het startschot van de volgende serie juridische procedures. Het is vooral afwachten hoeveel juridische procedures worden opgestart om de bouw tegen te houden.
De aankondiging van de eerste juridische procedure zit al tussen de vergaderstukken van de gemeenteraad. Namens projectontwikkelaar Niels Leijen uit Bergen laat advocate Esmee Wolters weten dat een vanzelfsprekende gemeentelijke verkoop van de grond aan projectontwikkelaar Bot Bouw in strijd zou zijn met de wet. Die boodschap geeft ze niet voor de eerste keer af, maar lijkt tot dusverre aan dovemansoren gericht. (tekst loopt door onder de afbeelding)
Projectontwikkelaar Niels Leijen heeft zijn eigen ideeen met het Plein in Bergen al eens omgezet in een aantal schetsen, zoals deze van Sander Schrijver (illustratie: aangeleverd)
De zaak draait om een Didam-arrest van de Hoge Raad uit 2021. Daarin staat dat de overheid niet zomaar grond mag verkopen aan particulieren en bedrijven zonder andere partijen in de gelegenheid te stellen ook mee te dingen. Het Didam-arrest toont volgens de advocaten van Leijen aan dat alle overheden al jarenlang zo horen te werken.
Volgens de advocaten is het project hier niet aan meerdere partijen aangeboden. Met Bot Bouw werd een intentieovereenkomst afgesloten in 2016. Volgens de gemeente was er geen andere keuze mogelijk, omdat Bot Bouw grondposities zou hebben op het Plein. Maar volgens Wolters wordt de gemeenteraad daarmee op het verkeerde been gezet. Met stukken uit het kadaster toont de advocaat aan dat Bot Bouw pas in 2018 bezit in handen kreeg op het Plein. Wel had partner Vestering toen al twee kleine perceeltjes in bezit, maar de gemeente kan volgens Wolters niet duidelijk maken waarom Vestering niet werd uitgekocht, en tien andere grondeigenaren wel.
Voor de advocaten is ook niet duidelijk waarom de gemeente die tien percelen aankocht voor bijna 3,4 miljoen euro, en nu aan Bot Bouw wil verkopen voor 980.000 euro. Hun client Leijen had ook graag kans gemaakt om op deze plek het Plein te vernieuwen, maar werd volgens de advocaten onterecht buitengesloten. (tekst loopt door onder de afbeelding)
De ontwerpen voor de twee nieuwe complexen op het Plein in Bergen werden in 2021 gepresenteerd (illustratie: Bot Bouw)
Leijen stelt dat hij zich reeds in 2014 heeft gemeld als gegadigde voor ontwikkelingen op het Plein. Tot op de dag van vandaag is hij nog geïnteresseerd in de grond van de gemeente. “Mijn cliënt wil graag meedingen bij een openbare inschrijving voor de grond, zodat hij kans maakt om de projectontwikkelaar van het Plein te worden”, vertelt advocate Wolters. “Mogelijk wint Bot Bouw dan alsnog, maar dan is het in ieder geval transparant gegaan. Nu is volledig onduidelijk hoe de gemeente bij Bot Bouw is uitgekomen en welke afspraken daar zijn gemaakt.”
Het is niet de eerste keer dat de zaak onder de aandacht van de gemeente wordt gebracht. Volgens de advocate wordt de gemeenteraad bewust verkeerd geïnformeerd, bijvoorbeeld welke positie Bot Bouw had toen de intentieovereenkomst werd getekend.
Wolters wil dat de gemeenteraad eerst onderzoekt of de grondverkoop met Bot, ‘wel op juridisch rechtmatige wijze mogelijk is’. “Dat zou vast moeten komen te staan vóórdat de raad een besluit kan nemen over het afgeven van een Verklaring van geen bedenkingen.’’
Komende donderdag bespreekt de gemeenteraad het voornemen om twee ‘Verklaringen van geen bedenkingen’ af te geven voor de plannen van Bot Bouw. De definitieve stemming is gepland voor de raadsvergadering van 23 januari.
Woonwaard en Stichting Exodus organiseerden woensdag een bijeenkomst in het Alkmaarse Buurthuis Bloemwijk, vanwege zorgen vanuit de buurt over plannen voor de huisvesting van ex-gedetineerden. VVD Alkmaar raadslid Marius Wiegman was erbij en merkte dat de rond vijftig aanwezigen met veel emoties zaten. Hij vraagt het college van B&W om opheldering over de rol van de gemeente.
Woonwaard en Exodus hebben afspraken gemaakt om in de woningen Westerweg 91A, B en C ex-gedetineerden te plaatsen. Die hebben dan al enige tijd in een ‘Exodushuis’ gewoond, waarin ze begeleid worden met hun terugkeer in de samenleving. De laatste fase is een lossere vorm van begeleid wonen in een ‘doorstroomhuis’ en dat is wat aan de Westerweg moet gaan gebeuren.
De buurtbewoners snappen dat re-integratie het beste gaat als je woont in een normale woonwijk, maar eentje met allemaal kinderen – hun kinderen, dat zien ze niet zitten. Wat zeker ook speelt is de flink verstoorde relatie met Woonwaard. De vorige huurder was Esdégé Reigersdaal en die liet er mensen met niet-aangeboren letsel wonen. Soms zorgde dat voor overlast, maar de omwonenden kon er goed mee leven. De laatste vijf jaar echter, waren er met regelmaat problemen. Tegelijkertijd ondervonden ze steeds stroevere communicatie met Esdégé en Woonwaard. (tekst gaat verder onder de foto)
Een foto van Stichting Exodus, die mensen helpt van de laatste fase van hun detentie tot aan een zelfstandig functioneren in de samenleving. (foto: Exodus)
Nadat Esdégé de woning verliet, zou Woonwaard met betrekking van de buurt een nieuwe huurder vinden. Begin oktober hoorden de omwonenden tot hun verbazing dat er was getekend met Stichting Exodus. Toen zij hun verontwaardiging uitten, voelden ze zich weer niet gehoord.
Terug naar de bijeenkomst op woensdag, in een zaaltje vol verontruste en verontwaardigde buurtbewoners. En hun stemming werd er niet beter op toen ze hoorden dat de eerste ex-gedetineerde over drie weken komt. Woonwaard trok het boetekleed aan over het gebrek aan communicatie en Exodus probeerde iedereen gerust te stellen, maar het mocht weinig baten.
“Het was een drukbezochte bijeenkomst, waarbij de emoties soms hoog opliepen”, blikt raadslid Marius Wiegman terug. “Ook waren er nog veel vragen. Niet alleen bij de bewoners, maar ook bij mij.” (tekst gaat verder onder de foto)
VVD-raadslid Marius Wiegman poseert voor het stadhuis van Alkmaar.
“Al maanden trekken bezorgde bewoners aan de bel, waarna pas in de eindfase deze bijeenkomst is georganiseerd”, aldus Wiegman. “Verder werd tijdens de bijeenkomst duidelijk dat Exodus nauw samenwerkt met de gemeente. Niet alleen in het algemeen, maar ook specifiek op dit dossier. Exodus gaf daarom ook aan dat men graag gezien had dat er een vertegenwoordiger van de gemeente bij aanwezig was. Nu was enkel de gebiedsregisseur aanwezig.”
Ook vindt hij het vreemd dat een bewoner in oktober alle communicatie rond het doorstroomhuis bij de gemeente opvroeg en kreeg te horen die er niet was. Dat strookte niet met wat Exodus vertelde. “De Alkmaarse VVD is onder de indruk van de emotie die er leeft onder de bewoners en snapt hun zorgen. Na afloop was er zelfs een bewoonster in tranen”, besluit Wiegman, voordat hij aan zijn vragen aan het college begint.
De VVD’er vraagt het college waarom er geen gemeentelijke vertegenwoordiger was en of die in het vervolg wel gestuurd kan worden naar bij bijeenkomsten over gevoelige onderwerpen. Ook vraagt hij om eventuele communicatie met Exodus, en om Exodus-getallen over de resultaten van doorstroomhuizen. Naar verluidt maakt slechts 40 procent van de cliënten het hele re-integratieproces af. Tot slot vraagt de VVD of de gemeente invloed heeft op welke mensen er precies aan de Westerweg 91 komen wonen. (foto: Google)
Het CDA in Bergen maakt zich zorgen over de mogelijke komst van een KNVB-campus naar Alkmaar. Er bestaat vrees dat zo’n campus tegen de grens van Bergen de belangen van de inwoners van Bergen zal raken. “Het is gewoon geen geschikte plek.”
Afgelopen december werd bekend dat Alkmaar de ambitie heeft de KNVB-campus naar het eigen grondgebied te halen. Na 50 jaar in Zeist te hebben gezeten, zoekt de KNVB een grotere locatie. “De KNVB-campus heeft potentieel om méér te zijn dan alleen een voetbalaccommodatie; het kan dienen als een katalysator voor innovatie, maatschappelijke impact, en economische groei in de regio”, zei de Alkmaarse sportwethouder Christiaan Peetoom in een raadsinformatiebrief.
Maar het CDA in Bergen ziet de komst van een nieuwe KNVB-campus – tegen de rand van Bergen aan – niet zitten. “Een KNVB-campus in de regio is fantastisch, maar de door Alkmaar voorgestelde plek is niet geschikt”, zegt Paul Korremans van de Bergense fractie van het CDA tegen Streekstad Centraal.
Alkmaar ziet een KNVB-campus graag komen, het CDA in Bergen maakt zich zorgen (foto: Facebook / KNVB)
“We hebben een informele afspraak met Alkmaar om het zicht vanuit Bergen vrij te houden. De plaatsing van een KNVB-campus gaat tegen die afspraak in. Daarnaast zal het grote impact hebben op de mobiliteit in de regio; het zal veel drukker worden op de weg”, aldus Korremans.
Bovendien zit er nog wat oud zeer bij Bergen dat de komst van de KNVB-campus extra pijnlijk zou maken. Het gebied dat Alkmaar op het oog heeft voor de campus – het land langs de N9 tussen de golf- en padelbaan in de Sluispolderen en de Bergermeerpolder – valt onder Bijzonder Provinciaal Landschap, een gebied dat extra goed beschermd wordt door de provincie.
Bergen maakte eerder plannen om een klein gedeelte van dat gebied beschikbaar te stellen voor supermarkten en woningen. Dat plan bleek na een lang gevecht niet beschikbaar te zijn vanwege die status. “Als de provincie nu wél goedkeuring geeft voor de bouw van de KNVB-campus tussen Alkmaar en Bergen, zou dat ons enorm steken.” Het is overigens nog onduidelijk hoe de provincie aankijkt tegen een KNVB-campus tussen Alkmaar en Bergen.
De KNVB zal deze maand uit alle inzendingen een voorselectie maken van de vijf beste locaties, waarna de geselecteerde kanshebbers hun bod verder mogen uitwerken en er onderhandelingen zullen plaatsvinden.
Al lange tijd is het onrustig in Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo, de BUCH-gemeenten. Eind december stapte de voorzitter van de BUCH-organisatie nog op omdat er ‘geen effectieve samenwerking’ zou zijn. Inmiddels ligt er in Uitgeest een voorstel om een bestuurlijke fusie aan te gaan. De raad moet dat voorstel deze maand nog wel goedkeuren.
Als, of beter, wanneer dat gebeurt kan de zoektocht naar een fusiepartner beginnen. Het afgelopen jaar zijn drie verschillende verschillende toekomstscenario’s onderzocht. Uit dat onderzoek en uit gesprekken met inwoners en raadsleden is gebleken dat bestuurlijk fuseren de voorkeur heeft. “Met een bestuurlijke fusie is het voorzieningenniveau van Uitgeest op de langere termijn het beste in stand te houden”, laat de gemeente weten.
Als de raad instemt met een bestuurlijke fusie, zal er dus naar partners worden gezocht. Er zal daarover gesproken worden met BUCH-partners Bergen, Castricum en Heiloo, die ook de eigen toekomst herijken. Naast de andere BUCH-gemeenten zullen er ook gesprekken gevoerd gaan worden met andere aangrenzende gemeenten in regio Alkmaar en IJmond.
Volgens velen ziet het kabinet liever niet dat statushouders voorrang krijgen op de sociale woningmarkt. In dat kader zouden ministers Marjolein Faber en Mona Keijzer van asiel en wonen in november een werkbezoek aan Castricum brengen. Maar dat zag Commissaris van de Koning Arthur van Dijk niet zitten. Het bezoek werd daarom afgeblazen. Als officiële reden werd opgevoerd dat het toch niet in Fabers planning paste.
Er zijn beperkte mogelijkheden om voorrang te verlenen aan diverse doelgroepen. Denk aan iemand met een urgentieverklaring, een jongvolwassene of een senior die een gelijkvloerse woning nodig heeft. Ook de kwalificatie ‘statushouder’ paste daar tot een aantal jaar geleden tussen. Maar sinds 2017 zijn statushouders volgens de Huisvestingswet géén doelgroep meer. Maar veel gemeenten hebben hun beleid daar (nog) niet op aangepast.
Castricum wel. Zes jaar geleden al. Maar ook al is die ‘voorrangsregel’ verdwenen, Castricum heeft zich – net als andere gemeenten – wél gewoon te houden aan een opvangquotum. Ministers Faber en Keijzer wilden daarom in november vorig jaar in Castricum komen kijken hoe het dan gaat met het huisvesten van statushouders, zonder dat ze met voorrang doorgeschoven worden een sociale huurwoning. (tekst loopt door onder de foto)
Commissaris van de Koning Arthur van Dijk.
Maar dat vond de Commissaris van de Koning een slecht plan, ontdekte de Telegraaf via een beroep op de Wet Openbare Overheid. Dat blijkt uit een appbericht aan Annet Bertram, directeur-generaal Migratie bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid het volgende bericht: “Annet goedemorgen. Even een signaal. Via de wandelgangen gaat bericht dat minister naar Castricum wil (…). Tot nu toe is Castricum terughoudend en schendt zij afspraken met buurtgemeenten.” Van Dijk vindt het werkbezoek volgens de krant ‘ongewenst’.
Waar Arthur van Dijk op doelt is dat Castricum al jaren traag is met het realiseren van tijdelijke woonruimte. Alkmaar schoot te hulp en ving de statushouders vanaf mei 2022 op bij de ‘eigen’ statushouders in het (daarom zo geheten) Regionaal Wooncentrum. Maar wel met een deadline. 1 januari 2024 verstreek die, maar Castricum had nog steeds geen flexwoningen of iets anders voor de 54 statushouders klaar. Alkmaar gunde Castricum drie maanden extra, tot de harde deadline van 1 april. Tot verbijstering en woede in Alkmaar, stuurde Castricum haar statushouders kort van te voren dat zo lang als nodig konden blijven zitten.(tekst loopt door onder de afbeelding)
Het bericht van Castricum aan de statushouders die in het Regionaal Wooncentrum in Alkmaar woonden. (foto: NH Nieuws)
Voor het blok gezet besloot Alkmaar hen te ‘adopteren’, nadat het eerder al zes families had overgenomen. Tot hun grote blijdschap want er was volgens hen veel mis met de (beoogde) opvanglocaties in Castricum. Ook met de locaties waar wél wordt opgevangen is regelmatig één en ander mis. Eind vorig jaar viel zelfs het college er over.
In mei waren de panden van de Koekoeksbloem-school in Castricum en de John Deere-showroom in Bakkum klaar voor tijdelijke bewoning. Dit zijn de locaties die ministers Faber en Keijzer zouden bezoeken. Het wordt ontkend dat de Commissaris van de Koning iets met de afzegging te maken heeft. De planning van Faber zat te vol.
Volgens de Telegraaf zal het tweetal later dit jaar alsnog op werkbezoek komen, en zal Castricum hen ‘met open armen ontvangen’. (foto: Google)
Geen grote windturbines in de Schermer. Dat was destijds het besluit van de gemeenteraad van Schermer. Een in 2020 ingediend amendement om dit ook als Alkmaar echt vast te leggen haalde het niet, maar het is wel zo dat droogmakerij géén zoekgebied is in de Regionale Energie Strategie 2024. Toch heeft HVC – zo ontdekte Leefbaar Alkmaar – opnieuw een aantal boeren in Zuidschermer benaderd. De fractie wil dat de gemeente ingrijpt. “Leefbaar Alkmaar is hierover buitengewoon onaangenaam verrast, verontrust maar ook boos.”
Leefbaar Alkmaar kreeg lucht van de kwestie via de eigen achterban, vertelt fractievoorzitter Maya Bolte. “We hebben een behoorlijke achterban in de Schermer, aangezien we met Schermer Belang zijn samengegaan bij de gemeentefusie in 2015. Daarna zijn we op onderzoek uitgegaan. Meerdere mensen zijn benaderd.” Voor meer detail verwijst ze naar fractiegenoot John Hagens.
“Het gaat om zes à zeven locaties”, vult Hagens aan. “Het gaat om een gebied aan de Westertocht in Zuidschermer. Er zijn daar zeven agrariërs die gronden bezitten. Ze zijn allemaal benaderd door HVC en ze kunnen forse bedragen verdienen. Met de huidige tarieven gaat het om zo’n 38.000 euro per jaar. Die mensen denken natuurlijk ‘dat is goud geld, hoeveel koeien moet ik daarvoor telkens melken of hoeveel hectare moet ik daarvoor planten’? En tegen omwonenden is gezegd dat als ze geen bezwaar tonen, dat ze een aandeel in de opbrengst van de windmolen zullen hebben.” (tekst gaat verder onder de foto)
Maya Bolte en John Hagens een paar jaar geleden. (foto: Leefbaar Alkmaar)
Hagens benadrukt dat het om écht hoge molens gaat. “Ze hebben rond de 200 meter tiphoogte, ze zijn nog groter dan wat er nu allemaal staat bijvoorbeeld langs het Noordhollands Kanaal in de Boekelermeer. En dat terwijl we streng beleid hebben voor een boerderijmolen van ruim 20 meter hoog. Ik ben ook penningmeester van de Schermer Molenstichting. De historische molens vallen in het niet vergeleken met de grote joekels die ze willen neerzetten. Het is denk ik echt slecht voor iedereen. Ja behalve de agrariër met zijn winstmodel.”
“De HVC geeft aan dat het in het kader van de RES is en dat we het klimaatakkoord niet gaan redden, als iedereen maar bezwaar blijft maken tegen dit soort ontwikkelingen”, vervolgt de Stompetorenaar. Hij begrijpt niet waarom het energiebedrijf naar de RES verwijst. “In de RES is de Schermer uitgesloten als zoekgebied.”
Leefbaar Alkmaar wil dat dat het college van B&W tegen de HVC, waarvan gemeente Alkmaar aandeelhouder is, optreedt. Via raadsvragen roept de fractie het college op om de energieleverancier een tik op de vingers en aan te sporen om het gelobby te stoppen. In 2020 werd ook al geprobeerd de Schermer te beschermen tegen de komst van grote windturbines, toen was daar niet voldoende politieke steun voor.
Op sociale media was er al kritiek, en nu laat ook de politiek in Dijk en Waard zich horen over de kermis van 2025. De grootste fractie, de Dijk en Waardse Onafhankelijke Partij, plaatst vraagtekens bij de verplaatsing van de kermis van het centrum van Heerhugowaard naar sportpark De Vork.
Streekstad Centraal berichtte dinsdag dat de kermis komende zomer niet meer in Centrumwaard is te vinden. De kermisexploitanten bouwen hun attracties op op het parkeerterrein van sportpark De Vork. De kermis was sinds mensenheugenis bij de Middenweg, maar daarvoor ontbreekt de komende jaren de ruimte. (tekst loopt door onder de foto)
Door allerlei ontwikkelingen is er de komende jaren onvoldoende ruimte voor een kermis rond het Raadhuisplein. (foto: Facebook / Kermis Heerhugowaard)
DOP heeft nu vragen ingediend bij het college van B&W. Fractievoorzitter Kees Tesselaar wil weten waarom de kermis komende zomer niet meer mogelijk is op de vaste plek. Hij hoort graag de overwegingen waardoor men uitkwam op het parkeerterrein van De Vork. Hij wil ook weten welke andere locaties in beeld zijn geweest als alternatief. Hij vraagt zich af hoe groot de kermis wordt op de nieuwe plek.
Tesselaar verwacht binnen 30 dagen een schriftelijk antwoord van het college. (foto: Facebook)