Met temperaturen rond het vriespunt was het best koud maar dankzij de zon, weinig wind en natuurlijk voldoende beweging, was de Hotel in Egmond Wandel Marathon prima te doen. De 21ste editie trok 13.000 mensen en met elkaar doneerden ze net iets meer dan 5.700 euro aan PWN voor de bescherming van vleermuizen in het Noordhollands Duinreservaat.
De Egmondse wandelmarathon is een tweedaags evenement met afstanden van een kwart of halve marathon, of 15 kilometer. De 21ste editie was stijf uitverkocht en ruim 3.200 deelnemers hadden zich aangemeld om op beide dagen mee te doen. Zij kregen na afloop een gouden medaille en de eendaagse wandelaars mochten na afloop van hun tocht een zilveren medaille in ontvangst nemen. (tekst gaat verder onder de foto)
Even pauzeren in de prachtige natuur, en in het zonnetje. (foto: Le Champion)
Het wandelweekend van Le Champion begon al vrijdagavond in de uitvalsbasis, Sporthal De Watertoren. Honderden wandelaars haalden alvast hun stempelkaart op en konden meteen genieten van Shantykoor, boerenkoolstamppot en een drankje. Op de zaterdag werd over het strand en door de duinen aan de zuidzijde van Egmond aan Zee gewandeld, waarbij de langste route tot aan Castricum aan Zee reikte. Zondag werd drie noordelijke routes over het strand en door de duinen genomen, met als verste punt van de halve marathon de strandafslag De Kerf.
Net als vorig jaar riep de organisatie de deelnemers op om het gebied schoner te maken. Veel deelnemers gaven gehoor en namen zwerfvuil mee naar afvalbakken of de winkel Gejut. (tekst gaat verder onder de foto)
PWN-bestuurslid Fred van den Bosch (links) krijgt bloemen en een symbolische cheque van Jan Houtenbos, bestuurslid van Le Champion. (foto: Le Champion)
En natuurlijk was er weer een goed doel verbonden aan de wandelmarathon. Deze keer konden mensen vrijwillig een donatie doen aan het vleermuizenproject van duinbeheerder PWN. Jan Houtenbos van Le Champion kon na afloop een symbolische cheque van 5.701,90 euro overhandigen aan Fred van den Bosch van PWN. Het project bestaat zowel uit bescherming als monitoring van vleermuizen in het duinreservaat.
De 22ste editiie van de Hotel in Egmond Wandel Marathon staat geprikt in het weekend van 23 en 24 januari 2027.
Geen rolkoffers, geen vertrekborden, maar fietstassen, kaarten en verhalen. In sportcomplex De Meent in Alkmaar stapten bezoekers zaterdag – figuurlijk gesproken – op de pedalen tijdens het WereldFietserFestival 2026. Wat begint als nieuwsgierigheid, eindigt voor velen in concrete plannen voor een volgende fietsvakantie. “Er gaat een hele nieuwe wereld voor ons open!”
Zodra we De Meent in Alkmaar binnenstappen, voelt het alsof we al op reis zijn. Fietsen met volle tassen, mensen die bladeren door kaarten en overal ontstaan gesprekken tussen onbekenden die elkaar binnen een mum van tijd lijken te begrijpen. Het WereldFietserFestival trekt deze zaterdag meer dan duizend bezoekers en laat zien dat fietsvakanties allang geen niche meer zijn.
Volgens Fons van Rooij, voorzitter van De Wereldfietser, is die groei geen toeval. Hij ziet hoe de interesse de afgelopen jaren sterk toeneemt. “Je ziet dat steeds meer mensen, waaronder veel jongeren, heel erg bezig zijn met duurzaamheid,” vertelt hij. “Het vliegen wordt vaker vermeden en dat heeft veel voordelen. De vrijheid en het actieve zijn dingen die mensen steeds belangrijker gaan vinden.”
Een fietsvakantie is volgens Van Rooij een totaal andere manier van reizen. “Je ziet zó veel meer dan wanneer je in een vliegtuig stapt en ergens op het strand belandt met een drankje in je hand. Dat is natuurlijk lekker, maar steeds meer mensen zoeken iets actievers. En dat snap ik helemaal, ik ben zelf ook een enorme fan van fietsvakanties.” (tekst gaat door onder de foto)
De zaal met informatiestands was zaterdag gezellig druk. Mensen bespraken mooie reismomenten, maar leerden ook over wat allemaal belangrijk is om te weten voor een vakantie met de fiets. (foto: Streekstad Centraal)
Ook de elektrische fiets speelt een grote rol in die ontwikkeling. “Voor veel mensen, zeker als ze wat ouder worden, biedt ondersteuning ineens heel veel mogelijkheden,” legt Van Rooij uit. “En je ziet ook vaak dat partners graag samen willen fietsen, maar niet hetzelfde tempo hebben. Dan helpt een e-bike enorm. Daardoor wordt fietsen toegankelijker voor een veel grotere groep.”
Die brede doelgroep zie je terug in de zaal. Jongeren die dromen van hun eerste meerdaagse tocht, stellen die al jaren samen fietsen en bezoekers die nog twijfelen. “Ik dacht altijd dat je superfit moest zijn,” zegt een vrouw terwijl ze luistert bij een informatietafel. “Maar nu denk ik: misschien kan ik dit ook gewoon proberen. Er gaat een hele nieuwe wereld voor ons open!” (tekst gaat door onder de foto)
Aandacht is er genoeg. Aanbod ook. Fietsvakanties worden steeds populairder. (foto: Streekstad Centraal)
Niet iedereen voelt zich meteen een wereldfietser. dat blijkt ook bij een gepensioneerd stel dat nadenkt over hun eerste vakantie met de fiets. “Wij zijn vooral bang dat het te zwaar wordt,” zegt een vrouw met meerdere fietsfolders in haar hand. “En ik weet niet goed waar je moet beginnen of welke route je kiest.” Haar partner is vooral bezig met de spullen die nodig zijn voor een fietsreis. “Het lijkt alsof je veel moet regelen voordat je überhaupt kunt starten, want hoe weet je wat je moet meenemen?”
Verderop klinkt een heel ander geluid. Een groep vrienden staat te overleggen over hun volgende fietsvakantie. “We weten nog niet precies waar we heen willen,” zegt een van hen. “Maar dat we op fietsvakantie gaan staat vast. Misschien Frankrijk, misschien Duitsland. Het maakt ons niet uit, als we maar onderweg kunnen stoppen waar het mooi is.”
Een ander voegt toe: “Het leukste is dat je zelf alles bepaalt. Je kiest je eigen tempo, je eigen route. Dan wordt het echt een reis om nooit meer te vergeten. We kennen elkaar al zo lang dus om dan met z’n alle een mooie afstand af te leggen door de prachtige natuur lijkt ons prachtig.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor Harold en Lanny is een vakantie met de fiets ideaal. “Lekker vrij zijn en op je eigen tempo, heerlijk!” (foto: Streekstad Centraal)
Aan één van de informatietafels staan ervaringsdeskundigen Harold en Lanny, die met zichtbaar plezier hun verhalen delen. Hun reis van Sevilla naar Amsterdam is vastgelegd in boeken en foto’s die verspreid over de tafel liggen. Ze vermijden liever de trein en kiezen voor routes via Frankrijk en Engeland, met veerboten als schakel. “Slecht weer bestaat niet,” zegt Lanny. “Je kunt alleen slecht gekleed zijn.” Harold vult aan dat regen juist iets moois heeft. “Alles ruikt lekkerder na een bui. En daarna waardeer je de zon des te meer.”
Voor hen begint de vakantie al thuis, zodra de deur achter hen dichtvalt. De bestemming is niet het doel, maar de reis zelf. “Je stopt wanneer je iets moois ziet,” zegt Harold. “Met de auto of de bus rij je er vaak gewoon aan voorbij.” Tegenwoordig slapen ze liever in hotels of B&B’s dan in een tent. Minder bagage, meer vrijheid. Soms beslissen ze pas op het laatste moment waar ze overnachten. Dat levert af en toe verrassende verhalen op. “Je hebt maar één hotel nodig,” zegt Lanny. “En één kamer,” vult Harold lachend aan, “en meestal komt het altijd goed.” (tekst gaat door onder de foto)
Erwin en José vertellen zaterdag alles over hun mooie fietsreizen om zo anderen te enthousiasmeren. (foto: Streekstad Centraal)
Even verderop delen José en Erwin hun liefde voor fietsen in Japan. Voor hen is het ultieme gevoel van vrijheid wat fietsen zo bijzonder maakt. “Mijn hoofd wordt helemaal leeg,” zegt José. “En Japan blijft onze favoriet.” Fietsen is soms afzien, geven ze toe. “Je bent natuurlijk altijd afhankelijk van het weer, zeker op de fiets. We hebben weleens gehad dat het echt heel erg regende. Maar met te warme temperaturen is het ook haast niet te doen. Ik denk dan: in een bus zou het nu ook niet lekker zijn dus ik moet maar blij zijn dat ik lekker met de fiets op pad ben.”
Met een voorzichtig winterzonnetje door de ramen van Schaatsbaan De Meent en het herkenbare, ritmische geluid van ijzers op ijs, hing er zaterdagmiddag een bijzondere sfeer in Alkmaar. Tijdens het NK Masters Marathon stonden niet de twintigers centraal, maar schaatsers die al een flink aantal levensjaren – én rondjes – achter de rug hebben. “Ik ben geen twintig meer.”
Op het programma staan twee NK-marathons. In de eerste wedstrijd kwamen de vrouwen en de mannen van 60 en 70 jaar en ouder in actie. Zij rijden 60 ronden. Daarna volgt de tweede marathon, waarin de mannen van 40 en 50 jaar aan de start verschijnen voor een koers van 75 ronden.
Langs de baan klinkt regelmatig een zucht. “Ik ben geen twintig meer,” mompelt een schaatser terwijl hij zich vastklampt aan de boarding om zijn hamstrings nog één keer goed op te rekken. Een ander lacht hardop na een iets te enthousiaste afzet. “Dat voelde ik meteen in mijn rug.” Toch is er geen spoor van gelatenheid. Integendeel: wie goed kijkt, ziet fanatisme in zijn puurste vorm. Warming-ups langs de baan, geconcentreerde blikken, zorgvuldig aangetrokken schaatsen en serieuze rek- en strekoefeningen. Ze doen het misschien voor de lol, maar wel met een duidelijk doel. (tekst gaat door onder de foto)
Keurig, zoals ze het vroeger geleerd hebben, schaatsen de deelnemers het aantal rondjes dat op het programma staat. (foto: Streekstad Centraal)
Het NK Masters is bedoeld voor schaatsers die de (top)sportjaren achter zich hebben gelaten, maar de liefde voor het ijs nooit zijn kwijtgeraakt. En dat is te merken. Het tempo ligt misschien iets lager dan bij de andere leeftijden, maar de strijdlust is onveranderd. Elke bocht wordt serieus genomen, elke aanval zorgvuldig opgebouwd. Het ijs kraakt, de schaatsen snijden en bij elke doorkomst klinkt er applaus. “Netjes hoor!”, “Goed tempo!” en “Blijven hangen!” galmt het langs de baan.
Ook voor de toeschouwers heeft het evenement iets bijzonders. Velen vinden het ontzettend leuk om eens aan de andere kant van de boarding te staan in plaats van op het ijs. Geen stress om een eigen start, maar juist genieten van bekenden op het ijs. “Normaal sta ik hier zelf,” vertelt Suzan, een van de fanatieke aanmoedigers langs de kant. “Maar dit is minstens zo leuk. Het is even iets anders zo op de zaterdagmiddag.”
Een meisje langs de baan kijkt glunderend toe terwijl haar opa voorbij schaatst. “Kom op opa!” roept ze enthousiast. “Opa komt altijd kijken bij mijn sportwedstrijden,” vertelt ze trots. “Nu is het leuk om hem bezig te zien. Ik wist niet dat hij nog zó fanatiek was.” (tekst gaat door onder de foto)
Bij iedere ronde klinkt er een hoop gejuich en geklap vanaf de zijkant. De schaatsers schaatsen dan toch net even een stukje harder. (foto: Streekstad Centraal)
Een vrouw staat iets verderop met een thermoskan koffie langs de baan en volgt elke ronde aandachtig. Haar man van boven de 70 rijdt mee in de 60-rondenkoers, laat ze Streekstad Centraal weten. “Thuis klaagt hij soms dat alles wat stijver wordt,” vertelt ze lachend. “Maar hier op het ijs zie je hem helemaal opleven. Dan is hij weer even helemaal in zijn element.” Bij elke doorkomst klapt ze enthousiast mee. “Als hij straks klaar is, zegt hij vast dat het zwaar was. Maar hij zal glimmen van trots.”
Tussen de wedstrijden door blijft het onrustig langs de boarding. Schaatsers praten hun koers na, wisselen tips uit en trekken extra laagjes aan of uit. “Even herstellen en dan weer door,” klinkt het nuchter. Het fanatisme verdwijnt niet zodra iemand van het ijs stapt; ook na afloop worden rondetijden besproken en tactische keuzes geëvalueerd. (tekst gaat door onder de foto)
Na afloop praten de schaatsers samen met de toeschouwers even na over de wedstrijd. (foto: Streekstad Centraal)
Zo staat even verderop een schaatser die als een van de eerste over de finish kwam, nog licht hijgend na te praten met een ploeggenoot. Tevreden oogt hij niet helemaal. “Die ene bocht had ik slimmer moeten rijden,” zegt hij kritisch. “Daar verlies ik het.” Hoewel het podium lonkt, blijft hij realistisch. “Ik had het vandaag net niet. Dat merk je gewoon.” De verklaring zoekt hij niet in pech of materiaal, maar in zichzelf. “Ik word toch weer een jaartje ouder. Dat voel je, vooral aan het einde.”
Toch overheerst ook bij hem het plezier. Met een glimlach kijkt hij nog één keer richting het ijs. “Maar ach,” voegt hij eraan toe, “dat we hier überhaupt nog staan en dit kunnen doen, dat is al winst.” Als de laatste schaatsers het ijs verlaten en de hal langzaam leegstroomt, blijft vooral dat gevoel hangen. “Een zeer geslaagde schaatsmiddag!”
Het is koud, guur en de zenuwen gieren door haar lijf wanneer Streekstad Centraal verslaggever Isabel van Avezaath zich zondag opmaakt voor de 51ste editie van de Egmond Halve Marathon. De weersomstandigheden passen precies bij de beruchte reputatie van dit loopevenement.
“De wind snijdt langs mijn wangen en laat er geen twijfel over bestaan: dit wordt geen makkelijke dag. Maar juist dát is wat deze wedstrijd zo legendarisch maakt”, zo begint ze haar relaas:
Om in Egmond te komen moet ik gebruikmaken van een van de pendelbussen. Parkeren in de buurt van het Sportpaleis in Alkmaar blijkt nog een hele opgave. Auto’s kruipen langzaam vooruit en elk vrij plekje lijkt al vergeven voordat ik het kan zien. Terwijl ik mij – een tikkeltje gestrest – alvast richting de bussen begeef, vinden mijn ouders en mijn zusje – mijn trouwe support – uiteindelijk een plek voor mijn auto. Een geruststellende gedachte, want vanaf daar verloopt alles gelukkig soepel. De bussen vertrekken snel achter elkaar en voor ik het weet ben ik, lekker warm, onderweg naar Egmond.
De bus brengt mij naar een sporthal, waar ik me nog even in de warmte kan omkleden en klaarmaken. Daarna loop ik het laatste stuk richting de start. Net als bij de Alkmaar City Run by Night doe ik dit niet alleen: ik ben samen met een goede vriendin van mij, Floor. Dat maakt de spanning meteen een stuk draaglijker.
Eenmaal wedstrijdklaar begeef ik mij richting het startvak. Om het beetje warmte dat ik heb vast te houden, draag ik een poncho. Het ziet er misschien wat gek uit, zo zonder regen, maar om mij heen zie ik tientallen lopers die precies hetzelfde doen. Baat het niet, dan schaadt het niet. (tekst gaat door onder de foto)
Met een poncho voor de warmte, gezonde spanning maar vooral heel veel zin stond ik samen met Floor te wachten tot we konden beginnen aan de zwaarste Halve marathon van Nederland. (foto: Streekstad Centraal)
Bij het startvak aangekomen sta ik in een grote groep te wachten tot we langzaam mogen opschuiven. Het voelt een beetje alsof ik een boerderijdier ben dat staat te trappelen om de stal uit te mogen. Stukje bij beetje komt de start dichterbij. Het lichte sneeuwvalletje dat inmiddels inzet, maakt het ongeduld alleen maar groter. Niet alleen bij mij, maar ook bij de vele lopers om mij heen. “Het is zó immens koud, laat me nu maar eens beginnen hoor,” hoor ik iemand zeggen.
En dan is het zover. Ik stap over de startlijn en denk: waar ben ik aan begonnen? Langs de kant staan mijn ouders en mijn zusje luidkeels te schreeuwen. Hun enthousiasme geeft me direct een extra energieboost. Ik doe het gewoon, denk ik. Het eerste stuk over de normale weg verloopt soepel. Maar al snel komt het deel waar ik het meest tegenop zie: het strand.
Mijn voorbereiding is niet ideaal geweest. Een beetje blessureleed en de feestdagen helpen niet bepaald mee. Die ene keer trainen op het strand moet het dus doen. De ondergrond verschilt voortdurend. Stukjes hout, losse stukken zand en hier en daar ijs dwingen me om constant alert te zijn op waar ik mijn voeten neerzet. Alsof dat nog niet genoeg is, staat er vrijwel constante tegenwind. Om mij heen hoor ik mensen hijgen. Zeven kilometer strand is geen grap. (tekst gaat door onder de foto)
In de barre winterse omstandigheden trotseerden zondagmiddag zo’n 18.500 hardlopers de zwaarste 21,1 kilometer van Nederland. (foto: Streekstad Centraal)
Tegelijkertijd is het ook indrukwekkend. Het gevoel dat je met zóveel mensen tegelijk langs de kust rent, terwijl een enorme slang van lopers zich voor en achter je uitstrekt, is onbeschrijfelijk. Een beeld dat ik niet snel zal vergeten. Na het strand is het zwaarste deel achter de rug. Tenminste, dat denk ik. Vervolgens moet ik de duinen in.
De afgelopen jaren was de route aangepast vanwege hoge grondwaterstanden, maar dit jaar is de route weer bijna helemaal zoals voorheen. En pittig is het. Oneffen paden, constant omhoog en omlaag, een ware aanslag op mijn lichaam. Zeker in deze winterse omstandigheden. Ik heb me goed ingepakt en zie om mij heen veel lopers die hetzelfde hebben gedaan. Al zijn er ook mensen in korte broek. Krankzinnig, als je het mij vraagt.
Na de duinen breekt eindelijk het ‘makkelijkere’ gedeelte aan. De route stuurt me over het terrein van Camping Bakkum, waar volop publiek staat om mij en de vele andere lopers aan te moedigen. Ook het mini-stukje door Heiloo blijft niet onopgemerkt. Twintig hele meters loopt de route door Heiloo en de Heilooërs zijn daar zichtbaar trots op. Met plaatsnaambordjes is voor iedereen duidelijk: ook Heiloo hoort erbij. (tekst gaat door onder de foto)
Langs het kleine stukje van de route dat door Heiloo gaat staat een groep trotse Heilooërs de hardlopers enthousiast aan te moedigen. De straatnaambordjes laten zien waar je Heiloo in komt en waar alweer uitgaat. (foto: Streekstad Centraal)
Op de route staan meerdere kraampjes waar je water, banaan of warme energiedrank kunt pakken. Iedere keer als ik er eentje zie opdoemen, voelt dat als een kleine overwinning. Bij kilometer tien krijgen alle hardlopers een energiegelletje. Normaal ben ik daar geen fan van, maar deze glijdt verrassend goed naar binnen. Of het echt helpt weet ik niet, maar het idee dat er weer wat energie mijn lichaam in gaat, doet me goed.
Na kilometer vijftien voelt het extra bijzonder. Verder dan dit heb ik nog nooit gerend. Hoe je het ook wendt of keert: het wordt sowieso een persoonlijk record. Een fijn gevoel. De kilometers tikken gelukkig snel weg en voor ik het weet passeer ik het bordje van negentien kilometer en het laatste waterpunt. (tekst gaat door onder de foto)
Tijden de laatste meters naar de finish konden de hardlopers rekenen op een hele boel aanmoediging vanaf de zijkant. (foto: Streekstad Centraal)
Dan volgt volgens Floor, mijn hardloopmaatje, de laatste echte uitdaging: de Bloedweg. Zij loopt de Egmond Halve Marathon voor de tweede keer en weet daarom precies wat er komt. Het is een kort stuk, maar behoorlijk steil. Dat voel ik. Bovenaan worden we beloond met tromgeroffel, muziek, luid applaus en – nog beter – chocolademelk, mede mogelijk gemaakt door de trouwe support van Floor. Het is de perfecte boost voor de laatste kilometers.
Dan een kilometer verder zie ik in de verte de vuurtoren al staan. Dat betekent dat het er bijna op zit. Eindelijk. Een bord met de tekst ‘Nog 900 meter afzien’ bevestigt dat gevoel. Zodra ik voorbij de vuurtoren ben, begint het aftellen echt. Nog 200 meter. De weg wordt weer vlak en met mijn familie langs de kant en het publiek dat alles geeft, pers ik er nog een laatste sprint uit richting de finish. Het zit erop. De zwaarste halve marathon van Nederland. Een persoonlijk record. Iets om trots op te zijn. Maar één ding weet ik ook zeker: dit was één keer… en nooit weer.
Terwijl sommige mensen in de regio van natuurijs genoten, trotseerden zo’n 18.500 hardlopers de elementen tijdens de Egmond Halve Marathon. Zondag werd alweer de 51ste editie gehouden, en vooral op het open strand was het fris. Bij de dames won Florence Niyonkuru uit Rwanda in 1.10,38 en Nienke Brinkman werd derde. Bij de mannen kwam de Ethiopische Haymanot Alew na 1.03,10 als eerste aan en Stan Niesten finishte als derde.
Er was al ruimschoots gewaarschuwd voor barre omstandigheden: ijzige kou vooral op het strand met een gevoelstemperatuur van -10 graden, en hier en daar een harde, oneffen ondergrond. Maar ja, dat het guur kan zijn tijdens de Egmond Halve Marathon weten de deelnemers van tevoren. Heel wat mensen kicken er juist op als de omstandigheden zwaar zijn, zoals de 77-jarige Jaap Wit waar we zaterdag aandacht aan besteedden.
Nienke Brinkman was vorig jaar de snelste Nederlandse. De Egmondse halve was haar laatste wedstrijd voordat ze langdurig geblesseerd raakte, en die van 2026 was weer haar eerste. Zo’n 15 kilometer lang ging ze mee met Florence Niyonkuru en Emeline Imanizabayo uit Rwanda maar daarna moest ze lossen. Niyonkuru won niet alleen de dameswedstrijd, ze bleef de snelste mannen ruimschoots voor die exact 9:35 minuten na de dames vertrokken. Brinkman werd derde en was weer de beste Nederlandse. (tekst gaat verder onder de foto)
Florence Niyonkuru komt als allereerste over de finish bij de Egmond Halve Marathon 2026. (foto: Le Champion)
“Ik ben tevreden”, zei Brinkman achteraf tegen NH. “De opdracht was: je mag gewoon gaan, alles geven, en dat heb ik gedaan. Ik kon die twee voor me niet inhalen helaas, maar ik ben wel heel trots op mijn derde plek.”
Bij de mannen ontstond op het strand een kopgroep van zo’n vijftien atleten, met daarin de Nederlanders Stan Niesten, Filmon Tesfu en Gianluca Assorgia en verder onder andere de nummer twee van vorig jaar de Somalisch-Zweedse Suldan Hassan en de favoriet Haymanot Alew. De Ethiopiër heeft liefst 2.03 staan op de marathon. In duinen ging het tempo omhoog en uiteindelijk bleven alleen Niesten, Hassan en Alew over. In een eindsprint was Alew het sterkst. Hassan finishte als tweede en Stan Niesten als derde. (tekst gaat verder onder de foto)
De kopgroep bij de mannen op de halve marathon van Egmond, die langzaam uit elkaar viel. (foto: Le Champion)
“Ja eigenlijk is het heel goed”, blikte Niesten terug. De geboren Beverwijker moest twee keer lossen, maar kwam ook weer terug. “In de laatste 800 meter zat ik al helemaal kapot. Jammer dat je zó dichtbij bent en dan verlies je, maar het is geen schande om van deze jongens te verliezen. Het zijn internationale toppers. Wel balen, maar eerste Nederlander en als derde over de finish is hartstikke mooi.”
De 52ste Egmond Halve Marathon is op zondag 9 januari 2027. De inschrijving opent in augustus.
Terwijl sommige lopers zich afvragen of ze zondag wel moeten starten, staat Jaap Wit (77) alweer klaar voor een nieuwe editie van de Egmond Halve Marathon. De Heerhugowaarder heeft geen enkele editie gemist en kan dit weekend zijn 51e medaille toevoegen aan zijn indrukwekkende verzameling – mits de wind geen roet in het eten gooit.
De wedstrijd in Egmond aan Zee staat bekend om zijn onvoorspelbare omstandigheden, en juist dat maakt het voor Jaap zo bijzonder. Hij liep zelfs de beruchte editie van 1985 uit, die de boeken inging als een van de zwaarste ooit. Sneeuw, ijzige kou en een snijdende wind hielden hem toen niet tegen. “Het was toen heel koud en er lag sneeuw. Ik had ijspegels in mijn baard,” herinnert hij zich nog al te goed. (tekst gaat door onder de foto)
In 1985, tijdens de beruchte editie, kwam Jaap Wit (met baard) ook in actie in Egmond. (foto: NH Nieuws)
Volgens Wit hoort zwaar weer simpelweg bij Egmond. “Egmond moet bar en boos zijn. Het moet heftig en koud zijn”, zegt hij tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. De vooruitzichten voor dit weekend stemmen hem tevreden. De organisatie heeft zich ondertussen voorbereid op lage temperaturen en neemt extra maatregelen om deelnemers veilig over de finish te krijgen.
Zelf loopt Jaap dit jaar niet de halve, maar de kwart marathon. Zijn gezondheid dwingt hem iets rustiger aan te doen. “Ik moet een beetje op mezelf letten, want ik heb niet veel getraind.” Toch is zijn ambitie nog lang niet verdwenen: hij hoopt ook met zijn tachtigste nog aan de start te staan.
Voor minder ervaren lopers heeft de routinier een paar eenvoudige maar doeltreffende adviezen. “Doe een vuilniszak aan en trek laagjes aan. Kijk goed waar je loopt en let op jezelf en je medelopers.” Maar bovenal, benadrukt hij, draait het om plezier. “Geniet. Dan heb je geen last van de kou.”
De organisatie van de Egmond Halve Marathon neemt maatregelen tegen de kou die wordt verwacht. Voor de deelnemers worden extra dekens en meer medische posten geregeld, en de kwaliteit van het parcours wordt in de gaten gehouden. Le Champion raadt deelnemers aan om zelf ook goed voorbereid te zijn.
Op de website van de organisatie staat een verouderde voorspelling, en dat het KNMI geen weeralarm geeft. Dat is veranderd: voor bijna heel het land geldt zondag code geel (oranje voor het noordoosten), met temperaturen van -13/-9 graden als minimum en -8/-3 graden als maximum voor heel het land. De gevoelstemperatuur is zondag overdag wellicht -15 graden door de wind, tot -20 graden in het noordoosten van het land.
“De veiligheid staat voorop, maar we gaan ervan uit dat we los kunnen”, zegt Jeroen Wouda van Le Champion tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “We letten nu vooral op alle medische zaken. Is het parcours goed bereikbaar voor hulpdiensten, hebben we genoeg dekens en hulpposten? Je moet met dit soort weer absoluut opschalen. Het wordt hoe dan ook een strijd tegen de elementen.”
Dat is zeker niet voor de eerste keer met de halve marathon van Egmond, maar nu lijkt het wel flink bar te worden. De reacties die Wouda hoort wisselen sterk: “De één kijkt er nog meer naar uit dan andere jaren, maar er zijn ook deelnemers die hun startbewijs online aanbieden. Toch zien we nog geen tekenen van minder deelnemers door het weer.”
Wie meedoet wordt opgroepen om op te passen op de weg en goed voorbereid te zijn. “Dat begint al met het op tijd checken hoe je het terrein wil bereiken.” Denk eraan dat Egmond aan Zee van 08:00 tot 18:00 uur niet toegankelijk is voor auto- en motorverkeer van buitenaf. Vanaf de stations van Alkmaar en Heiloo rijden pendelbussen. “En kleding is superbelangrijk. Het temperatuurverschil tussen het winderige strand en beschutte duinen kan groot zijn, dus kleed je in laagjes. Vóór de race kan een vuilniszak of poncho de ergste wind tegenhouden.”
De organisatie waarschuwt ook voor hard of korstig zand vanwege de vrieskou. Het parcours wordt extra in de gaten gehouden.
Wouda heeft er ondanks de extra zorgen weer zin in. “Het wordt een mooie wintereditie.”
Het nieuwe jaar goed en sportief van start gaan. Voor veel mensen staat meer sporten hoog op hun lijstje van goede voornemens. En juist daarom opent een bekende sportschoolketen zaterdag de grootste sportschool van Nederland. In Alkmaar. “Zo ga ik zeker in mijn bruidsjurk passen!”
Bij binnenkomst wordt iedereen vrolijk welkom geheten en wegwijs gemaakt. Het pand aan de Helderseweg in Alkmaar – waar voorheen auto’s werden verkocht – biedt sporters 5000 vierkante meter sportruimte en is daarmee de grootste sportschool van Nederland. “We zijn daar erg trots op”, laat woordvoerder Viktor de Leeuw streekstad Centraal weten.
Tijdens een rondleiding vertelt Viktor over de doelen van de sportschool. “We willen een plek creëren waar iedereen zich op zijn of haar gemak voelt, en waar je écht kunt trainen zonder frustraties.” De sportschool is daarom ruim opgezet en van alle apparaten zijn meerdere exemplaren. (tekst gaat door onder de foto)
Van alle apparaten in de sportschool zijn er meerdere, zodat sporters niet worden opgehouden of moeten wachten tot een apparaat beschikbaar is. (foto: Marco Schilpp)
“Zo hoef je niet op elkaar te wachten en kun je sporten zoals je zelf wil. Zeker in het begin van een nieuw jaar merken we dat het extra druk is in de sportscholen. Iets met goede voornemens”, lacht hij. “Dus de vele apparaten komen meteen goed van pas.”
Daar heeft hij gelijk in. In een hoek van de sportschool zijn twee vrouwen zich in het zweet aan het werken. “Eind maart staat mijn bruiloft gepland”, vertelt één van de twee. “En om in mijn bruidsjurk te passen zullen er toch wel echt een paar kilo’s af moeten”, lacht ze. “Maar als ik zo om me heen kijk en merk hoeveel mensen net als ik ergens hard voor trainen dan denk ik dat dat helemaal goed moet komen, ik voel me al lekker op mijn gemak in ieder geval!”
Wat daar wellicht bij helpt is dat er meerdere ‘ladies zones’ zijn. “Sommige vrouwen voelen zich niet altijd prettig tijdens het sporten omdat ze het idee hebben te worden bekeken of iets dergelijks, nou kan er natuurlijk altijd een gekkie tussen zitten, maar door dit aan te bieden hopen we voor iedereen een geschikte plek te bieden.”, vertelt Viktor. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de opening van de nieuwe vestiging van Big Gym in Alkmaar werd er al volop gesport. (foto: Marco Schilpp)
Verderop in de sportschool is een zestien meter lange HYROX-trainingsbaan te vinden. “Uniek in de regio”, volgens Viktor. HYROX is een een fitnesswedstrijd waarbij rennen wordt afgewisselt met een fitnessoefening. Het wint aan populariteit. “Voor HYROX-atleten is dit echt een droom.” En dat blijkt: “Eind deze maand moet ik een HYROX gaan doen samen met een vriendin, echt een vreselijk idee als je het mij vraagt maar deze baan helpt me daar wel echt bij. Een geluk bij een ongeluk!”, zegt een gebruikster enthousiast.
Maar niet iedereen die binnenloopt heeft sportkleding aan. Er zijn ook de nodige nieuwsgierige mensen die gewoon een kijkje komen nemen. “De bedoeling was om alleen even te komen kijken”, zegt Barbara, een bezoekster die even komt buurten. “Maar na deze rondleiding krijg ik wel veel zin om hier ook echt te gaan sporten. Het is dan alleen de vraag hoe lang ik dat gevoel blijf houden, want net als ieder jaar heb ik het goede voornemen om af te vallen maar vaak strandt dat in de tweede week van januari al.” Herkenbaar. (tekst gaat door onder de foto)
Het doen van een HYROX wordt steeds populairder, en dat is te merken tijdens de opening van de Big Gym in Alkmaar. Het is erg druk op de baan. (foto: Streekstad Centraal)
En Barbara is zeker niet de enige die er zo in staat. Een man is bezig met een apparaat met gewichten, maar geeft al snel toe: “Ik zeg altijd: als ik het tot februari volhoud ben ik trots op mezelf. Maar met zo’n grote sportschool en zoveel keuze hoop ik dat het makkelijker is om gemotiveerd te blijven.”
De opening is vooral om mensen kennis te laten maken met de nieuwe locatie van Big Gym, en mensen aan te sporen lekker te komen sporten in Alkmaar. “We willen laten zien dat sporten voor iedereen is”, sluit Viktor af. “Of je nu komt kijken, een proefles doet of meteen losgaat, iedereen is welkom.”
De Wandel4daagse Alkmaar gaat vanaf de volgende editie verder onder een nieuwe naam: De 4 van Alkmaar. Ook de uitstraling van het evenement is aangepast. Met de naamsverandering wil organisator Le Champion het wandelevenement beter laten aansluiten bij de stad en bij nieuwe doelgroepen.
Volgens de organisatie blijft de opzet van het evenement grotendeels hetzelfde. De routes, verzorgingsposten en veiligheid blijven behouden. Wel is gekozen voor een kortere en herkenbare naam, die sterker verbonden is met Alkmaar.
“Met De 4 van Alkmaar benadrukken we de unieke band met de stad en maken we het evenement toekomstbestendig,” aldus Jeroen Wouda van sportorganisatie Le Champion. “Tegelijkertijd blijft alles wat deelnemers waarderen behouden: goed uitgepijlde en veilige routes, uitgebreide verzorging langs de weg en de gezellige sfeer waar onze evenementen om bekendstaan.”
De wandeltocht voert deelnemers door Alkmaar en de omgeving. Naast de historische binnenstad lopen de routes ook door het omliggende polderlandschap, langs molens en door plaatsen als Bergen en Heiloo. Er zijn vijf verschillende afstanden. De kortste afstand is 10 kilometer per dag, terwijl ervaren wandelaars kunnen kiezen voor 40 kilometer per dag. Die langste afstand wordt vaak gebruikt als voorbereiding op de Nijmeegse Vierdaagse.
De 4 van Alkmaar wordt dit jaar gehouden van 10 tot en met 13 juni. Nieuw is de introductie van een 1-daagse wandeltocht op zaterdag 13 juni. Deze vervangt de eerdere 2-daagse. Deelnemers van de 1-daagse finishen samen met de wandelaars van de vierdaagse op het Waagplein in het centrum van Alkmaar.
Inschrijven kan vanaf maandag 5 januari om 09:00 uur via de website de4vanalkmaar.nl.
Gladheid zorgde in Heerhugowaard voor meerdere ongelukken, maar er was niet alleen maar ellende. Dinsdagavond maakten atleten van AV Hera er, aan het einde van een moeizame training, het beste van met een potje ‘Eisstock schiessen’ op de spekgladde atletiekbaan.
Een beetje serieuze sporter gaat gewoon door in vakanties, en regen en kou houdt een atleet ook niet zomaar tegen. Maar hordelopen kan nogal een uitdaging zijn als het koud is. Je bent niet constant bezig, dus dreigt afkoeling en zie dan nog maar soepel over die hoge dingen heen te komen. Bovendien werd de baan dinsdagavond spekglad. Ja, atleten dragen spikes, maar de puntjes zitten alleen onder de voorvoet. Een klein foutje kan dus leiden tot een valpartij. Eén voor één hielden ze het voor gezien.
Alweer jaren geleden verzon trainer Robin Korving op een gladde avond de atletiekbaanversie van ‘Eisstock schiessen’. “Dat is zeg maar het broertje van curling, en het ijzige neefje van jeu de boules. Vroeger toen ik met mijn ouders op wintersport ging speelden we heel soms ijsstok schieten. Dat is me altijd bijgebleven. Voor de jongere jeugd kom ik nog wel eens met maffe ideeën. Op een warme zomerdag doen we trefspons – trefbal met sponzen – en tja als het glibberig is dan ligt Eisstock schiessen voor de hand.”
Kian en Ilse zijn nu wat ouder, maar zij zijn die spelletjes niet vergeten. Ze pakten de goed glijdende pylonnen (hier is uitgebreid onderzoek naar gedaan), maakten een roos op de baan en gingen de strijd met elkaar aan. Ze waren goed aan elkaar gewaagd, en wonnen ieder een ronde. Het derde en laatste potje tikte Kian bijna zijn eigen pylon de cirkel uit en zette hij de deur open voor Isle, maar die wist daar niet van te profiteren. De eindstand: 4 – 1.