Er is bijna niets meer over. De woningbrand die vorige maand woedde in een flat aan de Maasstraat in Alkmaar was verwoestend. Voor Esther Goedhart, die samen met haar twee kinderen in de woning woonde, zit er niets anders op dan weer helemaal overnieuw te beginnen. Om dat te kunnen betalen is ze nu zelf met een inzameling gestart.
“Dit is wel een heel andere routine”, zegt Esther als ze Streekstad Centraal spreekt in het hotel waar ze nu tijdelijk woont. “Acht, het is tenminste nooit saai. Maar we willen natuurlijk graag weer een echt huis.”
Dat zou in augustus zover moeten zijn. De vervangende woning die verhuurder Kennemer Wonen is nu nog niet klaar. En haar oude huis, waar ze zo lang woonde en zo veel herinneringen bewaarde – dat is allemaal weg door de brand. Zwartgeblakerd, onbewoonbaar.
“Ach, we waren voor alles verzekerd. Maar niet voor de inboedel. Toen ik er kwam wonen zette ik wat tweedehands dingen in… Maar later heb ik het geüpgraded. Dat moet nu allemaal weer opnieuw. En veel dingen zijn tóch onvervangbaar. Dat schilderij dat mijn moeder maakte van de kinderen, ook weg.” (tekst gaat door onder de foto)

De impact van de brand was groot, niet alleen voor Esther en haar gezin. Ook buren hadden schade van rook en water. Nog niet iedereen is terug en dat is voor Esther dus ook niet mogelijk. Goed is wel dat de vervangende woning die ze van de verhuurder aangeboden kreeg dezelfde indeling heeft als haar oude woning – dat blijft dus toch vertrouwd.
“Vooral voor de kinderen is dat belangrijk. Dat ze toch iets bekends hebben”, overweegt Esther. “Maar het is wel een andere flat, een andere straat. We waren in de Maasstraat echt wel gewend intussen. En sinds een paar maanden hadden we een hemelbed, echt ons plekje, zo knus.” Ze is even stil. Dáár, in de slaapkamer, begon het vuur. (tekst gaat door onder de foto)

Ze vertelt over hoe ze het vuur bestreed, de eerste momenten. “Ik ben nog beveilingsbeambte geweest, ik dacht: ik wéét dit toch, ik kan het toch wel uitkrijgen? Maar ik moest opgeven. Ja dat heb ik ook geleerd, dat je moet opgeven als het te hard gaat, maar dat vond ik heel moeilijk. Toen voelde ik toch paniek. Het lawaai dát het maakte, dat vuur…”
Ze vluchtte over de brandtrap. Onderweg kwam ze de brandweer tegen, met stormram. “Moet u de sleutel hebben?” Een bijna komisch moment, met de geruststelling voor de brandweer: iedereen is naar buiten, iedereen is veilig. Al lagen zij en haar zoontje van nog dagen in het ziekenhuis. “Hij op de kinderafdeling, ik op ‘medium care’, niet eens bij elkaar. In een rolstoel kon ik hem dan opzoeken. Gelukkig is dát nu voorbij.”
De inzameling is online terug te vinden op de website van Why Donate. Daar vertelt het slachtoffer ook nog in het kort hoe het begon, op die noodlottige zondag in juni. “Ik stond onder de douche en rook een brandlucht. Ik vroeg mijn achtjarige zoon wat ik rook. Hij zei, er is vuur mama…”
Daarna ging alles zó snel en stond het leven van het gezin op zijn kop. Met nu dan toch, als alles goed gaat, vooruitzicht op een nieuwe toekomst.
