De Hortus Bulborum in Limmen is weer open voor publiek en dat gaat gepaard met de eerste tekenen van de lente. De eerste bloembollen in de historische tuin staan inmiddels in bloei en geven bezoekers direct een voorproefje van wat de komende weken te verwachten is.
Hyacinten en krokussen kleuren de paden, terwijl ook de eerste tulpen zich laten zien. Daarmee komt het kenmerkende beeld van de Hortus langzaam tot leven. Dit seizoen ligt de nadruk niet alleen op de bloemen zelf, maar ook op de geschiedenis erachter.
“We willen de bezoekers niet alleen laten kijken, maar ze ook het verhaal van de Hortus en de tulp vertellen”, legt vrijwilliger Thea Stet aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, uit. Daarvoor zijn nieuwe informatieborden geplaatst en is er een vernieuwde plattegrond gemaakt. “De tuin gaat hierdoor langzaam maar zeker meer op een museum lijken.” (tekst gaat door onder de foto)

Verspreid over de tuin staan duizenden verschillende tulpen, variërend van bekend tot uiterst zeldzaam. Sommige soorten kunnen bezoekers niet alleen bewonderen, maar ook kopen of adopteren. Daarnaast worden de bollen gebruikt voor het behoud van genetisch materiaal.
Een bijzondere soort is de ‘Duc van Tol’, een van de oudste tulpen in Nederland. Deze soort wordt nog altijd gebruikt vanwege zijn sterke genetische eigenschappen, waardoor hij van waarde is voor het ontwikkelen van nieuwe varianten. (tekst gaat door onder de foto)

Voor Stet is Hortus meer dan alleen een tuin. Het is verbonden met haar eigen verleden. “Mensen denken vaak: ‘O, daar begint ze weer over de Hortus’, maar het is gewoon zo’n leuk verhaal om te vertellen”, zegt ze met een glimlach. Ze groeide op in Limmen, waar de bollenteelt ooit een belangrijke rol speelde.
“Het was een bollendorp, hè. Hier waren maar liefst zes bedrijven in de omgeving, maar nu is er niet één meer.” Juist daarom zet ze zich als vrijwilliger in om die geschiedenis levend te houden. “Hier liep ik als kind met mijn vader. Als ik dit zo zie, vieren de nostalgische gevoelens hoogtij.” (tekst gaat door onder de foto)

Volgens Stet vraagt het kweken van tulpen meer aandacht dan vaak wordt gedacht. “Mensen denken weleens: ‘Je stopt die bollen in de grond en dan zien we wel weer’. Maar zo werkt het niet.” Een goede waterafvoer is daarbij essentieel, legt ze uit. “Het probleem is dat de bol dan moeilijk de grond in gaat. Maar hij wordt ook lui. Dan stimuleert hij die wortelgroei niet, want hij denkt ‘Ik heb toch genoeg water’.”
Ook wijst ze op de bijzondere eigenschappen van de tulp. “Je moet nagaan dat een tulpenbol vele malen meer DNA heeft dan een mens.” Wie een bol opensnijdt, ziet volgens haar hoe bijzonder dat is: “Dan zie je in de kern een mini-tulpje zitten. Ik noem het soms het foetusje van de tulp. Alles zit eraan: de stamper, het stuifmeel, de blaadjes. Het is net een mens.”

