Paddentrekgroep Heiloo vond dit jaar erg weinig kikkers en padden: “Komt allemaal door onszelf”

Drie mensen in regenjassen en reflecterende vesten staan 's nachts op een natte weg met emmers.

Kikkers, padden en salamanders. In ons kikkerlandje hebben ze het niet makkelijk, dat blijkt ook uit tellingen van Paddenwerkgroep Heiloo. En dit jaar waren het wel héél weinig kikkers en padden, die door de vrijwilligersgroep veilig wegen en paden over zijn geholpen. “Het gaat steeds slechter, en dat komt allemaal door onszelf.”

De harde getallen: werden in Heiloo vorig jaar nog 656 padden een handje geholpen, dit jaar waren het er slechts 350. Wat betreft kikkers was het dit jaar niet veel minder slecht: 426 tegenover 699 in 2025. Bovendien zijn dit jaar anderhalf keer zoveel dode amfibieën (155) aangetroffen. Een lichtpuntje is dat er 353 salamanders hulp kregen met oversteken, tegenover 233 vorig jaar.

“Vooral sinds een jaar of vijf, zes loopt het aantal amfibieën dat we vinden terug”, zegt Els Meurs van Paddenwerkgroep Heiloo tegen Streekstad Centraal. Anderhalf jaar geleden spraken we haar ook al eens. “Vroeger hadden we avonden met honderden padden, dat bestaat gewoon niet meer. Als je er nu tien vindt, is dat al fijne avond. We hadden vroeger eens een avond dat we er duizenden telden. Het gaat gewoon slecht met onze natuur, en dat is in heel het land zo.” (tekst gaat verder onder de foto)

Personen werken samen buiten op een pad, bezig met het plaatsen van houten palen langs de rand.
Langs het Zanderslootpad worden voorafgaand aan de paddentrek netten gespannen om de amfibieën tegen te houden en daarna bij de sloot neer te zetten. (foto: Paddentrekgroep Heiloo)

Amfibieën worden steeds meer belemmerd door obstakels van mensen en ieder jaar worden er grote aantallen doodgereden. Verder wijst de groep op ongunstige klimaatverandering, het teruglopend aantal insecten en de oprukkende Amerikaanse rivierkreeft, die amfibieëneitjes op het menu heeft staan.

Maar dit jaar was de vondst wel héél mager. “Het was ook wel een raar seizoen”, stelt Els Meurs. “Het voorjaar was droog en koud en dan lopen ze niet. Het moet voor amfibieën een beetje slecht weer zijn met regen, en warmer. Als het koud is verstarren ze. Het weer speelde dus een rol. Maar ja, dit kunnen we door de klimaatverandering vaker verwachten.” Verder wijst ze op voor de amfibieën ongustig geplande werkzaamheden aan de Biender. (tekst gaat verder onder de foto)

Bruine kikker vastgeklemd in een metalen rooster tegen een betonnen achtergrond.
Gemeente Heiloo plaatste vorig jaar bij diverse straten paddentrapjes in straatkolken. (foto: Gemeente Heiloo)

Hoe kan het dan dat er dit jaar wél meer salamanders aan de wandel gingen? “Ja, die lopen al bij 4 graden Celsius, die zijn beter bestand tegen de kou dan kikkers en padden”, legt Els Meurs uit.

Ondanks dit lichtpuntje hebben amfibieën hard oversteekhulp nodig. Paddenwerkgroep Heiloo spant netten langs paden en wegen waar veel padden oversteken, en op strategische plekken graven ze emmers in om de dieren te vangen. Dat maakt het overzetten een stuk makkelijker.

Verder heeft de gemeente straatkolken langs een aantal straten vorig jaar uitgerust met paddentrapjes, en zijn openingen gemaakt in hoge straatranden. Sinds 1994 kan de Kruissloot met een slagboom worden afgesloten. “Dat was nog een hele toestand, ze wilden dat eerst niet, maar toen ik chef Wim Winsemius van Natuurmonumenten een brief schreef zij hij onmiddellijk: ja, een slagboom.” (tekst gaat verder onder de foto)

Een rode bakstenen weg met een gietijzeren putdeksel langs de stoeprand en groen gras aan de zijkant.
Niet alleen werden vorig jaar paddentrappetjes in de straatkolken gemonteerd, ook werd de hoge straatrand hier en daar onderbroken. (foto: Gemeente Heiloo)

De paddenwerkgroep probeert nog meer voor elkaar te krijgen bij de gemeente, vertelt ze : “De oever van de Zandersloot is een probleem, die is te hoog.”

Tot slot doet Els Meurs een oproep aan alle mensen in de omgeving van de Belieslaan, Biender / Pastoor van Muijenweg en de Ringweg / Ewisweg om ook te komen helpen tijdens het paddentrekseizoen, als is het maar een paar avonden of nachten.

Overigens komt de kreet ‘kikkerlandje’ waarschijnlijk niet direct van deze dieren. De Britten noemen Fransen nog wel eens ‘frogs’, vanwege het stereotype buikje boven dunne benen, maar in de 17de eeuw noemden ze Hollanders zo. Ze hadden het niet zo op onze verre voorouders, hier in het drassige Holland. Ze typeerden hen als koud, glibberig, dikkig en de harde g vergeleken ze met het gekwaak en gekraak van kikkers. De Hollanders adopteerden de negatieve verwijzing doodleuk, want ons kikkerlandje kon zich toch maar mooi meten met grotere landen. (hoofdfoto: Paddentrekgroep Heiloo)