Van de redactie: de stille strijd tussen persvoorlichting en waarheidsvinding

Geschreven door

in

De waarheid, en niets dan de waarheid. Dat is waar het in de journalistiek toch om zou moeten gaan. Geruchten zijn er genoeg in de wereld, wilde verhalen ook – aan de journalist de schone taak om daar de waarheid uit te filteren en díé te presenteren aan de lezer. Bijvoorbeeld aan de lezer van Streekstad Centraal.

Journalisten hebben verschillende middelen om geruchten, verhalen of hun eigen vermoedens op waarheid te controleren. Dat doen we bijvoorbeeld door zelf ergens heen te gaan, zodat we met eigen ogen zien wat er is gebeurd. De traditionele verslaggeving is dat, deze week nog bij brandend vuilnis in de Alkmaarse Langestraat.

Een andere mogelijkheid is contact opnemen met een instantie die méér weet. Bij een ongeluk of een misdrijf is dat de persvoorlichting van de politie. (tekst gaat door onder de foto)

Zwarte vrachtwagen met mobiele unit geparkeerd onder grote bomen op een grasveld, met pionnen en trap bij de deur
Onderzoek ter plaatse willen we niet verstoren, dus richten we ons tot de persvoorlichter. (foto: Streekstad Centraal)

De persvoorlichter van de politie zit in een bijzondere positie. Deze voorlichter heeft toegang tot véél feiten, maar tegelijk kan het handig zijn om niet al die feiten te delen. Sommige informatie is ‘daderkennis’, om de dader te verhoren helpt het dan als er nog niet te veel over het misdrijf naar buiten is gekomen.

Als journalisten begrijpen we dat en we zoeken hier ook de samenwerking met de persvoorlichting van de politie. Soms gaat dat goed. Deze week schreven we over drugs in chocolade, die kinderen uitdeelden in Heerhugowaard, zonder dat ze zelf van die drugs wisten. Een verhaal dat Streekstad Centraal al eerder bij de politie wilde checken. “Wacht er nog even mee”, kregen we toen te horen. “We willen eerst de verdachte nog horen.”

In zo’n geval is Streekstad Centraal best bereid te wachten, ook al ging het verhaal intussen rond op Facebook. Het heeft meerwaarde om de échte toedracht te kunnen vertellen en we begrijpen het dat een politie-onderzoek soms even duurt. (tekst gaat door onder de foto)

Afgezette straat met twee bestelbusjes en enkele mensen bij een gebouw met grote ramen en voordeur nummer 94
Het geweldsmisdrijf in Heiloo riep veel vragen op. (foto: Streekstad Centraal)

Maar wat als we zelf betrouwbare informatie hebben, en alleen even met de politie willen afstemmen of het verstandig is om die te publiceren? Dan zou het toch mogelijk moeten zijn om daar open en eerlijk over te kunnen spreken met de voorlichter.

Deze week bleek weer eens hoe lastig dat dan is. Een geweldsmisdrijf in Heiloo riep maandagmorgen veel vragen op, ook bij de naaste buren, merkten we. Het lukte ons om antwoorden op een deel van die vragen te krijgen, maar de details waren zo gruwelijk dat we die pas wilden publiceren als we wisten dat nabestaanden ook al op de hoogte waren.

“Daar kunnen we geen mededelingen over doen”, was bij herhaling het antwoord van de politie. “Of Streekstad Centraal dat publiceert is een ethische afweging.”

Op de redactie was er vervolgens behoorlijke eensgezindheid: dit is waar, we vertrouwden onze bronnen, en het is nieuws. Maar liever hadden we op die groene knop gedrukt in de wetenschap dat deze afschuwelijke waarheid al op een professionele manier met de betrokkenen was gedeeld. (tekst gaat door onder de foto)

Twee mannen laden 's nachts een vrachtwagen uit met behulp van kratten en vaten in een smalle straat.
Een succesverhaal van de politie kreeg een staartje toen Streekstad Centraal dan maar zélf op onderzoek uitging. (foto: PersfotoNH)

Het schuurt nog meer als er bij de politie wel informatie ís, maar journalisten die niet mogen horen, omdat de politie er zelf als eerste mee naar buiten wil komen. “We werken aan een eigen persbericht”, horen we dan. Leuk, maar zo werkt het niet: de pers, dat zijn wij al, het kan niet de bedoeling zijn dat de website van de politie met die van de omroep concurreert.

Zoiets gebeurde enkele maanden geleden toen in Heerhugowaard een drugslab werd gevonden, midden in een woonwijk. Een succesje van de politie natuurlijk, zo’n vangst – maar de voorlichters wilden er niets over zeggen. Het persbericht zou later wel komen, ‘we delen nu niks’.

Toen is Streekstad Centraal het werk maar zélf gaan doen. We vroegen bij buren wat zij wisten en legden contact met de verhuurder. Toen kwam er iets boven water wat het succesje van de politie in een ander daglicht zette: er waren al veel eerder meldingen gedaan over deze woning. (tekst gaat door onder de foto)

Vrachtwagens en bestelwagens met het logo "SEON" staan in een woonwijk 's nachts, verlicht door straatlantaarns.
Van een nachtelijke politieactie wordt zelden live verslag gedaan. (foto: PersfotoNH)

Vanuit het perspectief van de politie zijn deze laatste twee verhalen eigenlijk óók ongunstig. De politie wil graag enige controle over de feiten die ze verzamelen, maar door elk overleg af te houden, viel die controle weg. In het laatste geval leidde dat ook op kritiek op de politie na een op het eerste zicht juist succesvolle drugsvangst. De kwestie werd zelfs politiek toen ook het college van Dijk en Waard onvolledige informatie bleek te hebben gekregren va de politie.

In zekere zin zijn rechercheurs en journalisten elkaars collega’s. Ze zoeken allebei naar de waarheid en werken ook allebei met middelen om die waarheid goed te controleren: ‘factcheck’. Een rechercheur kan soms op een muur van onwil stuiten, dat is frustrerend – betrokkenen die hun mond houden, of professionals die schermen met hun beroepsgeheim.

Maar omgekeerd stuiten ook journalisten op onwil. De politie wil het verhaal liever zélf publiceren, zonder kritische noot, en overleg over hoe en wanneer anderen wat naar buiten brengen ligt nogal eens moeilijk. Een goede samenwerking zou ons allebei dienen, maar iets staat dat in de weg. Er lijkt te weinig vertrouwen zijn.

Er worden vaak, op hoog politiek niveau ook, mooie woorden gewijd aan hoe belangrijk onafhankelijke pers is in een democratie als de onze. Waarheidsvinding, feiten – dat beschermt ons tegen leugens en geheimzinnigdoenerij. Maar als het er echt om spant, wint wantrouwen het van die mooie woorden. En dat is zonde voor ons allemaal.