Een hoog snelweghotel, aan de westrand van Alkmaar. Het idee prikkelt de verbeelding. Vakantiegangers kijken uit op de polders en de duinen, of over de ring heen naar de fraaie Alkmaarse binnenstad. Maar, betoogden buurtbewoners, óók op hun huizen en daarmee zou het hotel hun woongenot aantasten.
De bewoners klommen daarom in de pen en probeerden de gemeente Alkmaar van het plan af te brengen. Uiteindelijk belandde de kwestie zelfs op het bureau van de Raad van State, het hoogste rechtsprekende orgaan van Nederland. Daar kregen ze voor een deel hun gelijk. Maar zonder concreet resultaat.
‘In een verstedelijkte, bebouwde omgeving leidt dit plan niet tot een onevenredige aantasting’, oordeelde de Raad van State. Ofwel: hoge gebouwen, ook snelweghotels, horen er gewoon een beetje bij als je hier woont. Dus dat bezwaar leverde niets op.
Voor de omwonenden waren er meer punten van zorg. In eerste instantie maakten zij ook bezwaar tegen mogelijke parkeeroverlast in de buurt. Dat punt werd uiteindelijk ingetrokken, de Raad van State is hier dan ook niet meer op ingegaan. Wat overeind bleef was het bezwaar tegen de hoogte. (tekst gaat door onder de foto)

“De Afdeling stelt vast dat het bouwvlak voor het snelweghotel op een afstand van 53 meter ligt van het perceel van appellanten en 73 meter tot hun woning. Hiertussen ligt een weg van ongeveer 13 meter”, noteert de Raad van State. Met andere woorden: er zit nog wel wat lucht tussen, de overlast valt wel mee. Ook kan zonlicht zijn weg nog wel vinden, verwacht de Raad van State.
Een andere zorg was wateroverlast als gevolg van de grotere bouwmassa. Maar daar is in de plannen al voldoende rekening mee gehouden, vindt de Raad van State. Zo werden ook andere bezwaren terzijde geschoven. Tot zich een bestuurlijk wat fijnzinniger punt aandiende.
Want de plannen op deze plek hadden door Alkmaar wél moeten worden afgestemd met regionale afspraken en had advies moeten zijn ingewonnen van de Regionale Advies Commissie Verblijfsrecreatie. Dat gebeurde niet of in ieder geval niet op tijd, beargumenteerden de omwonenden. En daarin geeft de Raad van State ze gelijk, alleen zonder daar concrete rechtsgevolgen aan te verbinden.
Een en ander leidt tot de uitkomst dat het hotel er komen mag, maar, en dat is dan toch een schrale troost, dat de omwonenden de gemaakte proces- en griffiekosten terugkrijgen van de gemeente Alkmaar.
