Een ontmoetingsplek. Nostalgie ook. Sterker: een icoon. Er zijn er misschien niet heel veel van in Alkmaar-Noord, maar de kleurige dinosaurus in het winkelcentrum van De Mare was het alledrie tegelijk. Tot deze week. “Ik liep er en dacht: hee, hij is weg”, zag ook raadslid Ronald van Veen.
De dinosaurus was er altijd al, in het gevoel van de Alkmaarders. Generaties groeiden ermee op. Want dinosaurussen prikkelen elk kinderbrein en dat er op een klein stukje fietsen van huis een heuse stegosaurus stond, waar je af kon glijden – tegen dat argument waren Alkmaarse ouders al die jaren nooit bestand.
Maar hij is weg. De glijbaan laat een kale plek achter, tot verdriet van menig Alkmaarder.
“Dit kán gewoon niet”, brengt Van Veen, fractievoorzitter bij de ChristenUnie, zijn verbijstering onder woorden. “We hadden het er over in de raadsvergadering. Dit ding is zó iconisch. Je kunt hem niet zomaar weghalen en er niks voor terugzetten.” (tekst gaat door onder de foto)

De verklaring zou liggen in de ouderdom van het beestje. Na een jaar of dertig intensief gebruik was de dinosaurus versleten en kwam de glijbaan niet meer door de keuring. “Er is nog nooit wat gebeurd, voor zover ik weet”, relativeert Van Veen het gevaar van de attractie. “Maar zelfs als ie onveilig is: dan vervang je hem toch door een nieuwe?”
Want er moet gewoon een dinoglijbaan zijn in De Mare, is het aanvoelen van Van Veen en van veel Alkmaarse kinderen (0-99) en hun ouders. Op de sociale media regent het reacties en ook in de verschillende appgroepen is de glijbaan in korte tijd uitgegroeid tot het gesprek van de dag.
Winkelcentrum De Mare weet te melden dat de verwijderde dinosaurus wel een tweede leven krijgt, kunstenaars gaan het beeld in tweeën snijden en aan een gevel bevestigen. Maar zover is het nog niet. Het icoon staat in afwachting van de verdere ontwikkelingen op het terrein van Stadswerk072. Nog wel in Alkmaar dus, maar buiten bereik van de kinderen die er zo graag vanaf gleden. (tekst gaat door onder de foto)

“Het gaat me ook om de ontmoetingsplek”, argumenteert Van Veen. Daar is behoefte aan, juist in De Mare, waar veel mensen het gebrek eraan benoemen als een ergernis. Daarom pleit hij voor een nieuwe dinoglijbaan. Dat dit model niet meer te koop is maakt niet uit: “Dan maken ze er maar één.”
En desnoods is ie maar een beetje anders. Zolang De Mare maar zijn eigen prehistorische icoon heeft, ook voor de generaties die nog komen.

