“We hebben de duif laten vallen”: Irwan schetst andere toekomst voor dakloze vogel

Duiven en mensen delen een lange geschiedenis, waren vergroeid met elkaar, hóren bij elkaar. Maar toch zien we stadsduiven tegenwoordig vooral als lastpakken. Ze verdienen een andere plek in onze steden, vindt schrijver Irwan Droog. Zondag spreekt hij in Alkmaar over zijn nieuwe boek ‘Duif’. 

Hij komt naar Alkmaar op uitnodiging van de Partij voor de Dieren. Zijn verhaal spreekt dierenbeschermers aan, merkte Droog al eerder, toen hij sprak tijdens de ‘Vredesdienst voor Dieren’ in een Amsterdamse kerk. “Er is momentum voor de stadsduif.”

Hij is van plan om voorafgaand aan zijn lezing nader kennis te maken met de Alkmaarse stadsduiven. Hij is op veel plekken in Nederland geweest en bezocht ook Brussel en Hannover. Want duiven zijn overal en overal zijn mensen begaan met de vogels – maar ervaren ze ook overlast. (tekst gaat door onder de foto)

Kaalgeschoren man met een baard in een donker colbert, poserend voor een donkere achtergrond.
Schrijver Irwan Droog (foto: aangeleverd)

“Ik begrijp ook wel dat mensen overlast ervaren. Duiven vinden het heel gewoon om dicht bij mensen te komen. Dat past bij hun geschiedenis.” De stadsduiven van vandaag de dag zijn geen echte wilde dieren, legt Irwan uit. Ze stammen af van dieren die mensen als huisdieren hielden, als pluimvee in feite.

“Mensen hielden ze omdat ze gegeten werden, maar ook omdat ze slim zijn. Ze kunnen goed navigeren, je kunt ze trainen tot postduif. De poep werd gebruikt als mest.”

Nuttige dieren dus en als zodanig werden duiven ook wel gewaardeerd. Wat we nu wel eens de ‘ratten van de lucht’ horen noemen waren lange tijd huisdieren zoals kippen, katten, honden. “We hebben de duif laten vallen”, zegt Irwan tegen Streekstad Centraal over de recente ontwikkeling. “Het is een triest verhaal eigenlijk. De duif is dakloos geworden.”

De telegraaf en de telefoon verdrongen de postduif. Kunstmest maakte hun poep overbodig. Mensen eten tegenwoordig liever kip. Zo kon het gebeuren dat de duiven gingen zwerven. Toch bleven ze de mensen opzoeken, zoals ze gewend waren. Met een typisch conflict tot gevolg – en maatregelen door overheden.

“Maar vaak heeft dat weinig effect, behalve dan dat die dieren er pijn van hebben. Van die duivenpinnen: houdt ze niet tegen, maar ze raken wel gewond. Dan zit je dus nog steeds met duiven maar met zieke duiven…” (tekst gaat door onder de foto)

Een grote rode kraan van Winder Limmen staat voor een kerk met een hoge toren, onder een blauwe hemel met enkele wolken.
Duivennetten die worden bevestigd op de historische Kapelkerk. (foto: Streekstad Centraal)

Wie even de tijd voor ze neemt, merkt gauw genoeg dat duiven intelligent zijn. Ze zijn ook niet verlegen. “Ze onthouden mensen. Als je ze eten geeft, herkennen ze je als je weer langskomt. Maar als iemand ze kwaad doet… Ik denk dat ze dat óók onthouden.”

Het zijn eigen ervaringen en die van anderen die Irwan verzamelde in zijn boek ‘Duif’, dat in mei van dit jaar verschijnt. Hij sprak bijvoorbeeld met mensen die zich in hun eigen buurt voor duiven inzetten. Die verhalen voegen wel iets toe aan wat we weten, want er is eigenlijk maar weinig onderzoek naar duiven gedaan. “Wel naar kauwen, wel naar meeuwen. Maar duiven, die lijken we te vergeten.”

“Het zit in de duif om mensen op te zoeken, ze gedijen bij ons”, leerde hij. Daar zit ook een deel van de oplossing voor ervaren overlast. We moeten de duif weer een plek geven. Het zwerven stoppen. (tekst gaat door onder de foto)

Een duif zit in een betonnen cilindervorm, met zicht op een bakstenen muur op de achtergrond.
In de Goudse duiventil (foto: Partij voor de Dieren Gouda)

“In Gouda is een aantal jaar geleden een langetermijnoplossing gekozen: een duiventil. Boven op een gebouw van de gemeente.” Daar krijgen de duiven goed voer, zodat ze gezond blijven en niet hongerig op zoek gaan naar wat anders. “Wat blijkt: ze blijven op één plek. De buurt heeft veel minder overlast.”

Een dergelijke oplossing maakt het ook mogelijk om de populatie te controleren, door eieren om te wisselen voor nepeieren, al begrijpt Irwan dat niet iedereen dat idee ziet zitten. Maar ook als dat niet gebeurt kan een duiventil veel schelen. “Je hebt alleen wel mensen nodig die die duiventil onderhouden. Vrijwilligers, of betaalde krachten. Dat maakt gemeenten huiverig.”

Maar het is uiteindelijk een kwestie van keuzes maken, besluit hij. Die duiven zijn er toch, het kan ook op een manier die beter is voor mens en dier. Hij is wat dat betreft wel benieuwd naar wat zijn lezing, zondagmiddag in de bibliotheek van Alkmaar, nog voor gevolgen kan hebben. “Duiven hebben een imagoprobleem, daar begint het mee. Dat moet veranderen.”