Een ogenschijnlijk simpele vraag over het huren van de Grote Kerk voor een paasdienst groeide de afgelopen weken uit tot een politieke discussie over religie, erfgoed en het gebruik van een van Alkmaars bekendste gebouwen. Tijdens de raadsvergadering van maandagavond kwam de kwestie opnieuw aan bod.
De discussie begon eind januari, toen de Protestantse Gemeente Alkmaar informeerde naar de mogelijkheid om met Pasen een dienst te organiseren in de monumentale kerk aan het Canadaplein. Predikant Joke Zuidema kreeg per mail te horen dat het gebouw „niet meer verhuurd wordt voor gebedsdiensten en missen”. Alleen de jaarlijkse kerstnachtdienst zou nog een uitzondering vormen.
Dat antwoord leidde tot verbazing binnen de kerkelijke gemeenschap en daarbuiten. De Grote Kerk – officieel de Sint-Laurenskerk – is al sinds de jaren tachtig geen actieve kerk meer, maar wordt tegenwoordig gebruikt voor concerten, festivals en andere culturele evenementen. Toch blijft het gebouw voor veel Alkmaarders onlosmakelijk verbonden met religie. (tekst gaat verder onder de foto)

De Alkmaarse ChristenUnie stelde daarom vragen aan het college. Fractievoorzitter Ronald van Veen vroeg zich af waarom er wel ruimte is voor concerten of festivals, maar niet voor een gebedsbijeenkomst.
“Kerken en geloofsgemeenschappen kunnen de Grote Kerk niet huren voor een dienst, zelfs niet tegen betaling,” stelde de ChristenUnie. “Voor veel christenen voelt dat vreemd. Hoe inclusief zijn we als stad als religieuze bijeenkomsten niet welkom zijn in een gebouw dat van oorsprong juist daarvoor bedoeld is?”
Volgens de ChristenUnie ging het niet om boosheid, maar om een principiële vraag over de rol van religie in een gebouw dat voor veel inwoners nog altijd een symbolische betekenis heeft. (tekst gaat verder onder de foto)

Tijdens het debat maandagavond gaf wethouder Hoekzema een andere uitleg. Volgens hem is er geen beleid dat religieuze bijeenkomsten uitsluit. “De kerk zit vaak al een jaar van tevoren volgeboekt,” zei hij in de raad. De aanvraag voor de paasdienst kwam volgens hem pas in december binnen, terwijl de agenda voor het voorjaar toen al vrijwel gevuld was.
Daarmee zou de afwijzing dus vooral een praktische reden hebben gehad: er was simpelweg geen plek meer in de planning. Hoekzema erkende wel dat de formulering in de mail die Zuidema ontving ongelukkig was. Volgens hem heeft een medewerker daarbij een verkeerde uitleg gegeven. De directie van de Grote Kerk heeft inmiddels laten weten dat dit niet de bedoeling was en dat dergelijke communicatie in de toekomst beter moet. (tekst gaat verder onder de video uit 2024)
Dat is opvallend, omdat eerder nog een andere indruk werd gewekt. In eerdere reacties leek de directie van de Grote Kerk achter de formulering te staan dat het gebouw niet meer voor gebedsdiensten verhuurd wordt. Volgens de wethouder ligt dat dus anders en staat het gebouw in principe open voor iedereen.
De discussie laat zien dat de Grote Kerk voor veel Alkmaarders nog altijd meer is dan alleen een evenementenlocatie. Voor sommigen is het vooral een monumentaal cultureel podium; voor anderen blijft het een plek met een religieuze geschiedenis en betekenis.
Het college van burgemeester en wethouders gaat binnenkort in gesprek met de bestuurders van de Grote Kerk over het verhuurbeleid en de communicatie daarover. Voor de Protestantse Gemeente blijft ondertussen de vraag hangen die de discussie begon: waar vier je Pasen als je kerk te klein wordt – en de grootste kerk van de stad misschien toch niet zo vanzelfsprekend open staat als gedacht.
