Honderd kilometer afzien: “Eigenlijk is het iets onmenselijks”

Vrouw met pet en rugzak krijgt een bos zonnebloemen en een omhelzing, omringd door toeschouwers langs de weg

Na bijna 24 uur wandelen zijn de benen eigenlijk al lang leeg. Toch weet Joke zaterdagavond, aangemoedigd door tientallen mensen langs de kant en ondersteund door twee vrijwilligers, de laatste meters van de 100 van Leeghwater af te leggen. Nog geen minuut voor de tijd stapt ze over de finish in Zuidschermer. Daar zakt ze direct uitgeput op de grond. “Ik dacht echt even dat ik het niet zou halen.”

Joke is de laatste van de ongeveer 250 deelnemers die de finish bereikte van de achtste editie van de 100 van Leeghwater. Een dag eerder waren de wandelaars begonnen aan hun honderd kilometer lange tocht door de Noord-Hollandse polders. Bij terugkomst zijn de voeten pijnlijk, de benen zwaar en de verhalen mooi.

Lang blijft het spannend of iedereen voor acht uur binnen zal zijn. “Het wordt kielekiele”, klinkt het bij de organisatie als de klok verder tikt. De laatste wandelaars druppelen één voor één binnen, maar Joke laat nog op zich wachten. Uiteindelijk verschijnt ze toch in de verte. Twee vrijwilligers lopen met haar mee en helpen haar door de laatste zware meters.

Vlak voor de finish laten zij haar los. Het applaus van de mensen langs de kant doet de rest. Joke haalt haar laatste stempel, krijgt haar medaille en gaat daarna meteen op de grond liggen. Na een paar minuten komt ze langzaam weer overeind. “Sorry hoor, ik was even helemaal kapot”, zegt ze. “Ik had het gevoel dat ik moest overgeven en toen dacht ik: ik moet echt even liggen.” (tekst gaat door onder de foto)

Man rust uit op mat op de vloer terwijl een vrijwilliger in veiligheidspak naast hem zit in een zaal met tafels en stoelen
De vermoeidheid werd Joke even te veel, dus na haar binnenkomst en de medaille moest ze echt even liggen. “Nu gaat het wel weer hoor.” (foto: Streekstad Centraal)

Vooral vanaf kilometer tachtig begon de tocht er bij haar flink in te hakken. “Ik liep op een gegeven moment helemaal een beetje schuin. Dan loop je anders dan normaal en dat helpt niet.” De laatste twintig kilometer waren volgens haar vooral een gevecht in het hoofd. “Je weet dat je nog zo’n eind moet. Dan moet het echt even op karakter, want die benen zijn gewoon zo moe.” Even was ze bang dat ze de deadline niet zou halen. “Maar toen ik met die vrijwilligers kon lopen en in de verte de finish zag, merkte ik al snel dat het goed zou komen. Ik ben ontzettend blij dat het toch gelukt is.”

Joke is niet de enige die na honderd kilometer nauwelijks meer op haar benen kan staan. Op het finishterrein klinken steeds dezelfde woorden: zwaar, trots en vooral opluchting. Dat geldt ook voor Veerle en Anouk. Voor Anouk zijn zelfs haar wandelschoenen te veel gevraagd. Ze komt aan op sloffen en strompelt daarmee over het terrein. De twee hadden vooraf getraind tot ongeveer 48 kilometer, maar honderd kilometer blijkt toch van een heel andere orde. “Het was heel pittig. Je komt jezelf echt tegen”, vertellen ze. “We dachten: we doen het wel even. Nou, dat viel zwaar tegen.”

Lang napraten hoeft niet meer. “Tijd voor bier”, zegt Anouk lachend. Of ze volgend jaar weer aan de start staan? “Dit was één keer en nooit meer. Verschrikkelijk dit, joh.” Ook Agaath kijkt met gemengde gevoelens terug. “Bij kilometer 85 kreeg ik het wel zwaar. Dan heb je net zo’n heel lang recht stuk gehad waar weinig gebeurt.” Gelukkig liep ze samen met twee vriendinnen. “Je sleept elkaar er gewoon doorheen.” Waar ze na afloop vooral naar uitkijkt? “Een heerlijk koud biertje.” (tekst gaat door onder de foto)

Vrolijke hardloopster met beide armen omhoog bij de finish, naast zonnebloemen en groene ballonnen langs een sloot
Met een extra goed gevoel liep Maud deze editie van de 100 van Leeghwater. “Dit goede doel staat dicht bij me, dus dat maakt het extra speciaal.” (foto: Streekstad Centraal)

Juist dat samen wandelen blijkt voor veel deelnemers misschien wel het belangrijkste onderdeel van de tocht. Maud liep de honderd kilometer om geld op te halen voor een vriendin met MS, die haar hond wil laten opleiden tot hulphond, maar daar hangt een flink prijskaartje aan. “Dat maakt het heel bijzonder”, vertelt Maud bij de finish. “Ik loop eigenlijk altijd met een doel. Eerder was dat bijvoorbeeld Alzheimer Nederland, maar dit doel staat het dichtst bij mij, omdat het om een vriendinnetje gaat.”

Ze liep de tocht samen met twee vrienden. Vooral op de zware momenten waren zij hard nodig. “We hebben elkaar er echt doorheen gesleept. Dan is het fijn als iemand naast je zegt: kom op, je kunt het.” Haar voorbereiding verliep minder goed dan gehoopt. Ze liep één keer veertig kilometer en daarnaast enkele kortere afstanden. “Maar honderd kilometer is natuurlijk nog een heel stuk verder. Dat merkte ik wel aan mijn lichaam. Het is soms ook echt een mentaal spelletje.”

Mitchell zit na de finish uitgeput op een stoel. Ook enige tijd later is er nog weinig beweging in hem te krijgen. Toch verschijnt er een glimlach wanneer hij over de tocht begint te vertellen. “Het was zwaar, maar heel leuk.” In het begin sloot hij zich aan bij een groep ervaren wandelaars. Hij wist dat hun tempo waarschijnlijk te hoog zou liggen, maar tot kilometer dertig kon hij verrassend goed meekomen. Daarna moest hij de groep laten gaan. (tekst gaat door onder de foto)

Glunderende man in groen shirt met medaille geeft duim omhoog aan tafel met verkoopstand op de achtergrond
Met pijnlijke benen, maar super trots laat Mitchell zijn welverdiende medaille zien. “Ik heb er voor gestreden.” (foto: Streekstad Centraal)

“Toen heb ik een tijd alleen gelopen en dat is toch pittiger. Als ik andere mensen tegenkwam, liep ik daarom af en toe met hen mee. Dan kun je elkaar op moeilijke momenten erdoorheen slepen. En het is natuurlijk gewoon gezelliger.” Niet ieder deel van de route was even vriendelijk voor de benen en het hoofd. Vooral het stuk tussen Purmerend en Graft staat Mitchell nog scherp voor ogen. “Je loopt daar alleen maar rechtdoor en het lijkt alsof er geen einde aan komt.”

Toch overheerst bij de finish vooral trots. “Eigenlijk is het iets onmenselijks wat we hier met z’n allen doen. Maar het is wel een heel mooie ervaring. En ik ben heel blij met mijn medaille. Nu lekker uitrusten.”

Waar veel deelnemers nauwelijks meer uit hun woorden komen, oogt Jaap opvallend ontspannen. De tachtigjarige blijkt de oudste deelnemer van deze editie te zijn. Dat is voor hemzelf nieuws. “Dat had ik niet verwacht”, reageert hij. Of de voeten het nog een beetje volhouden? “Prima. Eitje.” (tekst gaat door onder de foto)

Drie mensen praten in een zaal voor een kaart en banner van “Van Leeghwater Lands Mooiste”
De 80-jarige Jaap Man was de oudste deelnemer van deze editie. “Ik ga door zolang het kan.” (foto: Streekstad Centraal)

Vorig jaar wilde Jaap de tocht ter ere van zijn tachtigste verjaardag lopen. Door de regen en het slechte zicht kreeg hij toen alleen weinig mee van de omgeving. Daarom besloot hij dit jaar terug te keren. “Ik dacht: dan wil ik toch een keer zien hoe het hier werkelijk is.” De donkere graslanden in de nacht waren wel even lastig. “Je moet voorzichtig lopen, want je weet niet precies waar je terechtkomt.” De rest van de tocht ging hem goed af.  Een week eerder liep hij nog de Vierdaagse van Nijmegen. Stoppen denkt hij voorlopig nog niet aan. “Ik blijf lekker lopen zolang het kan.”

Ook Jan en Jacqueline de Reus weten precies wat honderd kilometer wandelen met een lichaam doet. Jan geldt als de grondlegger van de 100 van Leeghwater. Hij liep zelf al verschillende langeafstandstochten, waaronder de Dodentocht in België. Daar ontstond het idee om een vergelijkbaar evenement naar de regio te halen. “Ze noemen mij daarom de grondlegger, maar eigenlijk heb ik het gewoon nagedaan”, zegt hij lachend.

Jan wil zijn eigen prestatie niet groter maken dan nodig. “Ik heb het geluk dat mijn voeten en benen niet moeilijk doen. Mensen die lichamelijk veel meer problemen hebben en dit toch volbrengen, leveren een veel grotere prestatie dan ik. We moeten het niet groter maken dan het is.” Zijn vrouw Jacqueline trekt tijdens het gesprek alvast haar wandelschoenen uit en verruilt die voor slippers. “Sorry als het straks naar zweetvoeten ruikt hoor”, grapt ze lachend. (tekst gaat door onder de foto)

Wandelaars met bloemen worden toegejuicht bij een evenement op een boomrijke weg, met ballonnen en bord “BIJ ZUID”
Samen met hun kleindochters worden Jan en Jacqueline de Reus onder luid applaus binnengehaald. (foto: Streekstad Centraal)

Ondanks de vermoeidheid kijkt ze met een goed gevoel terug op de tocht. “Het was fantastisch. Natuurlijk raak je op een gegeven moment uitgeput, maar de sfeer, de mensen en alles wat erbij komt kijken zijn echt ideaal.” Volgens haar is vooral de verzorging onderweg goed geregeld. De rustposten liggen op prettige afstanden van elkaar, waardoor deelnemers zelf kunnen bepalen of ze stoppen of verdergaan. “Je herkent steeds meer mensen. Als je dan even samenloopt, is dat supergezellig. Je leert elkaar heel snel kennen. Daarom is het zo lekker persoonlijk.”

Voor Jan is juist die persoonlijke sfeer de kracht van de tocht. De belangstelling is ieder jaar groot, maar de organisatie kiest er bewust voor om het deelnemersveld niet verder uit te breiden. “De plaatsen zijn geliefd, maar we blijven ieder jaar ongeveer even groot”, legt hij uit. “De drie P’s zijn nog altijd heel belangrijk: professionaliteit, plezier en persoonlijkheid.” (tekst gaat door onder de foto)

Lachend koppel zit dicht tegen elkaar, vrouw steekt duim op; beiden dragen een badge in een knusse ruimte
Met een beetje moeie benen, maar met een heel goed gevoel zitten grondlegger Jan en zijn vrouw Jacqueline na te genieten van de tocht. (foto: Streekstad Centraal)

Doordat alle deelnemers tegelijk starten, maar vervolgens hun eigen tempo lopen, komen zij onderweg steeds andere mensen tegen. “Dan maak je even een praatje. Soms moet je op een gegeven moment denken: nu moet ik door, anders kom je in tijdnood. Als je veel meer deelnemers zou toelaten, verdwijnt dat stukje herkenning en contact. En dat maakt deze tocht juist zo leuk.”

Stoppen staat voor Jan voorlopig niet op de planning. Sterker nog: in januari schrijft hij niet alleen zichzelf, maar ook Jacqueline meteen weer in. “Dat weet ze hoor”, zegt hij lachend. “Maar dan kan ze niet meer terugkrabbelen. Ik doe pas niet meer mee als ik het niet meer red. Maar nu ik hier zo zit, voel ik dat ik er volgend jaar sowieso weer sta.” (tekst gaat door onder de foto)

Twee mannen lopen op een fietspad langs bomen; één draagt een zwart-wit gestreept gevangenispak
Iets voor achten komt dan toch ook het “Boefje” aan bij de finish. “Daar is-ie hoor!” (foto: Streekstad Centraal)

Terwijl de laatste deelnemers binnenkomen, gaat bij de finish steeds dezelfde vraag rond: “Is het Boefje al binnen?” De wandelaar blijkt inmiddels een kleine beroemdheid binnen de 100 van Leeghwater. Ieder jaar behoort hij tot de laatsten en maakt hij het spannend of hij voor de deadline binnenkomt. “Ja, ik ben blijkbaar toch best bekend”, zegt hij na binnenkomst. “Waar dat door komt weet ik niet hoor. Misschien door mijn pakje?”

Ook voor hem was deze editie zwaarder dan verwacht. Kort voor de 100 van Leeghwater liep hij nog de Vierdaagse. “De onderkant van mijn voeten is helemaal kapot. Dat loopt echt niet lekker.” Rond kwart voor acht komt hij binnen. Toch is zijn deelname op dat moment formeel nog niet helemaal afgerond. “Nu moet ik alleen nog even mijn laatste stempel halen, anders ben ik straks alsnog te laat”, grapt hij.

Bij de organisatie informeert hij nog wat er zou gebeuren wanneer iemand één minuut na acht uur arriveert. “Dan is het klaar. Te laat is te laat”, klinkt het lachend. “24 uur is 24 uur.” Veel plannen heeft Joke na haar finish niet meer. “Ik ga vanavond eerst maar eens lekker vroeg naar bed, want ik kan echt niet meer.” De volgende dag hoeft ze gelukkig nergens naartoe. “Dan ga ik lekker rustig aan doen”, zegt ze met haar medaille om haar nek. “En daar ga ik vooral van genieten.”