De zorg is ánders dan mensen zien, en tegelijk is de zorg straks overal. Voor Roy Korbijn uit Zuid-Scharwoude is het een belangrijke missie om zo veel mogelijk van de zorg te laten zien, erover te vertellen, om mensen zo mee te nemen in de grote vragen waar hij en zijn collega’s mee te stellen hebben. “Je moet zeggen waar het op staat.”
Korbijn is genomineerd voor de mooie titel ‘zorgprofessional van het jaar’ en bereikte de finale. Deze verkiezing van de omroep EO samen met IZZ en Mercy Ships is voor hem meteen een ideale gelegenheid om zijn verhaal te doen voor een nóg breder publiek. “Ik ben de hele dag met zorg bezig, dus ja, ik heb er wel een mening over en die geef ik ook.”
Dat Korbijn altijd met zorg bezig is heeft ook met zijn persoonlijke situatie te maken. Hij groeide op met een zusje met het syndroom van Down. Zorgen voor anderen is deel van hem geworden, hij zorgt nu ook zelf voor zijn zusje. (tekst gaat door onder de foto)

Streekstad Centraal spreekt Korbijn als hij net uit de nachtdienst komt. “Maar ik ben morgen vrij, dus ik ga nu nog niet meteen mijn bed in. Anders slaap ik vannacht niet meer. Als ik meerdere nachtdiensten achter elkaar draai, ja, dan slaap ik wel overdag.”
Het brengt meteen één van de dingen op tafel waar het altijd over gaat als het over zorg gaat: dat het werk zwaar is. Dat is het ook wel, ziet Korbijn, maar hij ziet vooral ook de mooie kanten van het werk. “Ik vind ook dat ik álle soorten diensten moet doen. Ik wil ook weten hoe het ‘s nachts met mijn patiënten gaat.”
Die betrokkenheid gaat voor Korbijn dus verder dan ‘het is wel hard werken’ of ‘er is te weinig budget’, uiteindelijk komt het zorgen ook vanuit de zorgverlener zelf, is zijn filosofie. “Het zit in je, of het zit niet in je. En als het niet in je zit moet je er ook gewoon niet mee doorgaan. Dan moet je een andere keuze maken.”
Voor Korbijn is de keuze in elk geval helder: zórgen. Hij werkt bij de Pieter Raat Stichting in Heerhugowaard en zorgt daar voor ouderen, waarbij hij ook de rol van eerstverantwoordelijke verzorgende (EVV’er) heeft. Dat betekent dat hij voor zijn patiënten het eerste aanspreekpunt is.
“Maar dat wil ik dan ook voor de familie zijn. Die familiekant, dat is iets dat ik heel belangrijk vind. Ik zeg tegen familieleden: al belt u me honderd keer… Ik probeer de bewoner individueel op te zoeken, echt het gesprek aan te gaan. Ik doe dit wel met respect, weet dat iemand een patiënt van mij is.” (tekst gaat door onder de foto)

Niet te afstandelijk, niet te zakelijk: dan komt zorg het beste tot zijn recht, is de overtuiging van Korbijn. “Je moet ook een beetje rebels zijn. Ik geef mijn mening als ik denk dat mijn patiënt niet krijgt wat ie nodig heeft. Er zijn in dit werk héél veel discussies die we moeten voeren – en te vaak worden die niet gevoerd. De zorg is anders dan mensen zien.”
Niet alleen bij de Pieter Raat Stichting laat Korbijn van zich horen. Hij zet zich ook in voor de vakbond, kent zijn weg in de lokale politiek, is actief in zijn eigen dorp. En hij zorgt dus voor zijn zusje. “Ik kan veel van mijn werk wel op mijn werk laten hoor, maar zorg zit gewoon in alles wat ik doe.” Het is er altijd, het is overal. En wat Korbijn betreft kunnen anderen daar maar beter ook een beetje op voorbereid zijn.
“Het is voor mij een grotere zorg dan het personeelstekort, wat er op ons als maatschappij afkomt”, overweegt hij. De vergrijzing gaat voor heel nieuwe situaties zorgen. “Met een ‘dementievriendelijke gemeente’ ben je er dan nog lang niet hoor. We moeten ons als samenleving voorbereiden op zorg, heel veel zorg. Alleen doen we dat nu niet. Er is bijna geen beleid.”
Wat Korbijn al wel doet, zijn werk bréder trekken, ook buiten de muren van het verpleeghuis, dat zal meer en meer nodig zijn. Ook daarom wil hij zijn verhaal doen, in blogs, op sociale media, op tv bij de verkiezing tot zorgprofessional van het jaar – ook dat: overal, altijd.
“Daarom probeer ik te laten zien wat ik doe, met mensen persoonlijk, met hun familie. Maar ook met mijn zusje. Mensen zijn méér dan hun beperking. Dat heb ik thuis al geleerd en dat blijf ik vertellen. Dat is ook iets van die rebelsheid, zeker. Maar ook: blijf van anderen leren. Daar gaat het om.” (hoofdfoto: EO)
