Een hotel is een hotel, géén opvanglocatie, hoe hoog de nood ook is. Dat blijft het standpunt van de gemeente Alkmaar in het geschil over de opvang van statushouders in Hotel Alkmaar. “Het college is tot de conclusie gekomen dat zowel het COA als Hotel Alkmaar definitief aangeschreven moeten worden.”
Dat schrijven burgemeester en wethouders in een brief aan de gemeenteraad. Zowel het hotel als het COA zijn in overtreding, stelt Alkmaar, en daar moet snel een einde aan komen. Tegelijk ziet Alkmaar ook wel dat het nog niet eenvoudig zal zijn om de negentien alleenstaande statushouders een ander onderkomen aan te bieden; voor een gezin van vier is dat al wél gelukt, zij verhuizen binnenkort naar een eigen woning.
Alkmaar wil het COA in zoverre tegemoet komen dat de organisatie nog vier maanden de tijd krijgt om een alternatief adres te vinden voor de negentien andere statushouders. (tekst gaat door onder de foto)

Zowel het COA als Hotel Alkmaar is door Alkmaar een ‘last onder dwangsom’ opgelegd, wat betekent dat er binnen vier maanden een einde moet komen aan de opvang, anders moeten beide partijen betalen. Het COA zou dan 200.000 euro moeten betalen aan de gemeente, het hotel 100.000 euro.
Forse bedragen, maar toch zou het wel kunnen dat de ‘overtreders’ dan maar dit bedrag ophoesten, omdat er geen alternatief is. Maar: “Dan kunnen wij een nieuwe last onder dwangsom opleggen of bestuursdwang toepassen”, kondigt de gemeente vast aan.
Met het besluit komt wat Alkmaar betreft een einde aan een proces waarin nog met het COA en het hotel gesproken werd over wel of niet handhaven, en de tegenargumenten werden meegewogen. Want hoewel Alkmaar erkent dat het voor het COA niet makkelijk is om opvang te vinden voor statushouders, betekent dat niet dat er ineens kan worden afgeweken van de geldende regelgeving. En volgens die regels is een hotel bedoeld voor kortstondig verblijf, níét voor opvang.
Uiteindelijk gaat het om regie, verklaarde het college al eerder. Opvang moet, maar dan wél volgens de afspraken van Alkmaar zélf. Dat maakt de gemeente nu dus duidelijk met het voortzetten van het handhavingstraject.
