De politie heeft beelden vrijgegeven van vier vermoedelijk minderjarige verdachten van een gewelddadige beroving op station Castricum. De politie geeft de verdachten nog één week de tijd om zichzelf te melden. Gebeurt dat niet, dan worden de camerabeelden ongeblurd openbaar gemaakt.
De zaak draait om een beroving in de nacht van zaterdag 14 op zondag 15 februari. Rond 00:20 uur zouden twee jongens op het perron van station Castricum zijn mishandeld en beroofd door een groep van vier jongens. Volgens de politie werden beide slachtoffers meerdere keren geslagen en moest één van hen onder meer zijn jas afstaan.
Na bijna drie maanden rechercheonderzoek kiest de politie er nu voor om beelden van de verdachten naar buiten te brengen. Omdat het vermoedelijk om minderjarigen gaat, zijn de gezichten voorlopig nog onherkenbaar gemaakt. (tekst loopt door onder de foto)
De vier verdachten stapten na het incident in de trein richting Alkmaar en Den Helder. De politie heeft van alle vier een signalement gedeeld. Het gaat onder meer om jongens met donkere kleding, waarvan één een pet droeg en een ander herkenbaar zou zijn aan een bril en baardgroei.
Met het openbaar maken van de beelden hoopt de politie dat de verdachten zichzelf melden of dat getuigen hen herkennen. “Ze krijgen één week de tijd om zich bij de politie te melden. Doen ze dat niet dan worden de ongeblurde beelden getoond”, meldt de politie.
Mensen die informatie hebben over de zaak kunnen contact opnemen met de Opsporingstiplijn via 0800-6070. Anoniem melden kan via Meld Misdaad Anoniem op 0800-7000. Daarbij vraagt de politie te verwijzen naar zaaknummer PL1100-2026035947.
Alkmaar en de omliggende dorpen staan zondag in het teken van een bijzonder eerbetoon aan de bevrijding. Met een grote tocht van honderd geallieerde militaire voertuigen wordt herdacht hoe Canadese troepen op 8 mei 1945 de stad binnenreden. De colonne rijdt door onder meer Egmond aan Zee, Castricum, Heiloo en Alkmaar.
De organisatie van het evenement, Alkmaar Bevrijd, werkt al ruim een jaar aan de voorbereidingen. Volgens organisator Nick Obdam komt daar veel bij kijken. “We kijken er ontzettend naar uit”, vertelt hij tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Er komt veel bij kijken, van het sturen van bewonersbrieven tot het regelen van vergunningen en verzekeringen. Dat doen we gelukkig met een hele club vrijwilligers.” (tekst gaat verder onder de foto)
Nick Obdam, organisator van Alkmaar Bevrijd, hoopt dat de militaire voertuigen feestelijk worden begroet langs de route. (foto: NH)
Oude militaire voertuigen kunnen meestal rekenen op veel sympathie. En eisen het nodige aan onderhoud. Een belangrijk deel van de voorbereidingen gebeurt in de garage van Bob Leguit in Schoorl. Samen met zijn vader restaureert hij historische militaire voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog. De komende dagen wordt er hard gewerkt om alle voertuigen rijklaar te krijgen voor de optocht. “Het is rijdend erfgoed en daarom is het ook zo mooi om ermee te werken. Je houdt de geschiedenis levend”, vertelt Leguit.
Volgens de organisatie is het de eerste keer dat er in de kop van Noord-Holland zo’n grote bevrijdingsoptocht plaatsvindt. Dat maakt het evenement extra bijzonder voor de deelnemers. “Normaal moeten we er heel ver voor rijden, maar nu is het een thuiswedstrijd. We merken ook dat er behoefte aan is. We dachten eerst dat we de honderd voertuigen niet zouden halen, maar binnen 1,5 week zaten we vol. Dit wordt echt een belevenis.” (tekst gaat verder onder de foto)
Bob Leguit sleutelt het hele jaar door aan de historische voertuigen om ze in rijdende staat te houden. (foto: NH)
De tocht begint zondag op het evenemententerrein in Alkmaar. Daarna rijdt de colonne via Egmond aan Zee, Egmond-Binnen, Castricum en Heiloo terug naar Alkmaar. Op het Canadaplein volgt later op de dag een officieel programma met muziek, burgemeester Schouten en de Canadese ambassadeur.
Langs de route hoopt de organisatie op veel publiek en vlaggen. “We gaan geen soldaatje spelen, maar we willen de mensen wel het gevoel geven hoe het toen gegaan is. Dat is vooral belangrijk voor de jeugd, want het besef over de Tweede Wereldoorlog wordt steeds minder.”
Het programma en de route langs Egmond, Castricum, Heiloo en Alkmaar is hier te vinden. (Hoofdfoto: bewerking van foto van Jonker Fotografie, Egmond)
In Nederland blijft men voorzichtig, maar postcommandant Maikel Groet van brandweer Bergen bevestigt aan Streekstad Centraal dat het risico op branden in het Noordhollands Duinreservaat en de Schoorlse Duinen de afgelopen dagen toch is afgenomen. Volgens Groet is er de afgelopen dagen voldoende neerslag gevallen om het risico te verkleinen. Voorzichtigheid blijft wel geboden.
Vorige week was de situatie nog aanzienlijk spannender. Op 1 mei werden onder meer de brandweerkorpsen van Bergen en Castricum preventief gekazerneerd – dat betekent dat er bemanning paraat moet zijn – vanwege het verhoogde risico op natuurbranden in de droge duingebieden. Brandweermensen waren tussen 10:00 en 22:00 uur op de kazernes aanwezig om sneller te kunnen uitrukken bij een beginnende natuurbrand.
Volgens Groet was die extra paraatheid destijds ook noodzakelijk omdat veel extra materieel van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord elders in Nederland werd ingezet bij enkele grote natuurbranden, zoals de Veluwe. Daardoor moest de regio extra alert blijven op mogelijke incidenten in de eigen duingebieden.
“Inmiddels zijn die branden elders in het land geblust en is het risico op een duinbrand hier afgenomen,” aldus Groet. (tekst gaat verder onder de foto)
De brandweer in de duinstreek is extra alert op duinbranden. (archieffoto: Streekstad Centraal)
Vooral het Noordhollands Duinreservaat en de Schoorlse Duinen gelden als kwetsbare gebieden tijdens droge periodes. Door droge begroeiing en wind kan vuur zich daar snel verspreiden. De veiligheidsregio nam daarom vorige week extra preventieve maatregelen.
Naast de brandweer surveilleerden ook boswachters van PWN intensiever in de natuurgebieden. Ook werden drones ingezet om de duinen vanuit de lucht in de gaten te houden. Kustgemeenten zetten daarnaast extra boa’s in bij toegangen tot natuurgebieden.
Hoewel het risico inmiddels is afgenomen, blijft voorzichtigheid volgens de brandweer belangrijk. Bezoekers kunnen de natuurgebieden gewoon blijven bezoeken, maar worden gevraagd alert te blijven op brandgevaarlijke situaties.
De brandweer adviseert bezoekers onder meer om niet te roken in natuurgebieden, geen afval achter te laten, auto’s niet in droog gras te parkeren en geen open vuur te maken op plekken waar dat verboden is.
Bij rook of brand moet direct 112 worden gebeld. Verdachte situaties zonder spoed kunnen worden gemeld via 0800-8844.
De formatie in Bergen gaat verder zonder verkiezingswinnaar Ons Dorp. KIES Lokaal, Pro Bergen, D66, CDA en VVD gaan de komende weken verder praten over een breed akkoord voor de nieuwe bestuursperiode.
De vijf partijen hebben daarvoor twee informateurs aangesteld: Pieter Kos, voormalig wethouder in Den Helder en nu wethouder in Albrandswaard, en oud-Tweede Kamerlid Martijn Bolkestein. Zij moeten de partijen begeleiden bij het maken van afspraken voor een nieuw college en een bestuursakkoord.
Ons Dorp, met zeven van de 21 zetels de grootste partij in de raad, was ook gevraagd om mee te doen. Volgens de vijf partijen wilde Ons Dorp alleen aansluiten als vooraf werd afgesproken dat de partij een groot deel van het college mocht leveren. Eerder gaf Ons Dorp al aan drie wethouders te willen voordragen.
De andere partijen wilden daar niet in meegaan. Zij zeggen wethouders te willen selecteren op bestuurlijke ervaring, vakkennis en verbindende kwaliteiten, en niet vooraf posten te willen verdelen. (tekst gaat verder onder de foto)
Doordat Ons Dorp is afgehaakt, wordt duidelijk dat de winnaar van de verkiezingen voorlopig genoegen moet nemen met een oppositierol. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens de vijf partijen is Ons Dorp wel aangeboden om in elk geval een wethouder voor asielzaken te leveren. De partij profileerde zich tijdens de verkiezingscampagne nadrukkelijk op dat onderwerp. Ook zou Ons Dorp andere kandidaten voor wethoudersposten mogen aandragen.
Dat aanbod was voor Ons Dorp niet voldoende om alsnog aan tafel te schuiven. Daarmee lijkt de partij voorlopig in de oppositie te belanden.
De afgelopen weken voerde Ons Dorp alsnog gesprekken met de andere partijen om tot een samenwerking te komen, maar die gesprekken hebben uiteindelijk geen akkoord opgeleverd.
De Hoeverweg (N512) tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef wordt volgende week in de avond en nacht afgesloten. De provincie Noord-Holland vernieuwt in deze periode het asfalt van de provinciale weg.
De afsluiting geldt van maandag 11 mei tot en met donderdag 14 mei, dagelijks tussen 20:00 uur en 05:00 uur. Het traject tussen de Kalkovensweg en de Krommedijk wordt afgesloten. Overdag blijft de weg open voor verkeer. Fietsers en voetgangers kunnen tijdens de werkzaamheden wel langs de werkzaamheden.
Het autoverkeer wordt tijdens de afsluitingen omgeleid via omliggende wegen. Verkeer vanuit Alkmaar richting Egmond rijdt via Bergen naar Egmond aan den Hoef. In omgekeerde richting loopt de omleiding via Heiloo.
Voor landbouwverkeer geldt een aparte route, omdat deze voertuigen niet op de N9 mogen rijden. Zij worden via borden geleid langs onder meer de Olympiaweg, Robonsbosweg en Bergerweg. (tekst gaat verder onder de foto)
De werkzaamheden aan de provincialeweg tussen Egmond en Alkmaar vinden ‘s avonds en ‘s nachts plaats. (foto: provincie Noord-Holland)
De reguliere bussen op lijn 165 van Connexxion kunnen op maandag 11 en dinsdag 12 mei ’s avonds en ’s nachts niet over de Hoeverweg. Om reizigers toch te vervoeren, rijden er kleinere taxibusjes. Deze rijden, onder begeleiding van verkeersregelaars, langs het werkvak over het fietspad. Woensdagavond kan de reguliere lijnbus wel weer worden ingezet tussen Egmond en Alkmaar.
De werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van de oude asfaltlaag, het aanbrengen van nieuw asfalt en het aanbrengen van nieuwe belijning.
Weggebruikers en omwonenden met vragen kunnen contact opnemen met het servicepunt van de provincie Noord-Holland via 0800 – 0200 600 of per e-mail via servicepunt@noord-holland.nl. (Hoofdfoto: provincie Noord-Holland)
Muziek, spelende kinderen en gesprekken aan kraampjes: het Bevrijdingsfestival in de Alkmaarse binnenstad trok dinsdag veel bezoekers. Tussen de optredens van onder meer Jett Rebel en Yori Swart door zochten inwoners elkaar op – om te vieren, maar ook om stil te staan bij wat vrijheid betekent.
Op het Canadaplein en de Paardenmarkt werd het in de middag steeds drukker. Kinderen renden heen en weer tussen de stormbaan en panna-kooi, terwijl volwassenen bleven hangen bij de informatiestands of het podium. De sfeer was open, nieuwsgierig en ontspannen.
Bij de stand van de Alkmaarse veteranen draait het om ‘het gesprek’ met een veteraan. Streekstad Centraal knoopt een gesprek aan met Edgar (62), veteraan en reservist. In 1983 werd hij als dienstplichtige uitgezonden naar Libanon. (tekst gaat verder onder de foto)
Veteraan Edgar vertelt het publiek op het Bevrijdingsfestival graag over zijn ervaringen als Unifil-veteraan en reservist. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik was achttien jaar en zat daar ineens een half jaar met twaalf man op een post,” vertelt hij. “Achteraf een goede keuze geweest. Ik ben er een beter mens van geworden.”
De Unifil-missie in Zuid-Libanon stond in het teken van vrede bewaren tussen verschillende partijen in een verscheurde regio. “We waren daar als vredesmacht om partijen een beetje uit elkaar te houden en rust te creëren. We hadden ook het idee dat mensen zich veilig voelden bij ons.”
Het contrast met de huidige wereldsituatie raakt hem. “Als je ziet wat er nu allemaal gebeurt… dan denk ik: waarvoor zijn we daar geweest?”
Toch blijft hij staan op het festival, om het gesprek aan te gaan. “Mensen die vragen hebben over hoe wij dat ervaren hebben, die wil ik dat wel vertellen. Want die missies zijn belangrijk.” (tekst gaat verder onder de foto)
Veteranen in gesprek met bezoekers op het Bevrijdingsfestival in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Een paar kraampjes verder ontstaat een ander soort gesprek. Bij de stand van Alkmaar voor Palestina mogen kinderen zakjes werpen naar planken met kreten als ‘apartheid’, ‘bezetting’ en ‘genocide’. Ook kan er geknutseld worden aan vliegers en ligt er een quiz klaar. De vraag dringt zich op of het passend is om je zo op kinderen te richten met een dergelijk complex geopolitiek onderwerp.
Sandra, die bij de kraam staat, wil wel antwoorden op die kritische vraag. “We willen aandacht vragen voor Palestina en mensen op een laagdrempelige manier kennis laten maken met het onderwerp”, legt ze uit. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij een standje van Alkmaar voor Palestina biedt de organisatie een interactieve manier aan om zich op het thema te richten. (foto: Streekstad Centraal)
Op de vraag of dit onderwerp niet te ingewikkeld is voor kinderen, zegt ze: “Ik vind dat je daar als ouder wel iets over kan zeggen tegen je kinderen.” Volgens Sandra zouden ouders kunnen vertellen dat mensen in Palestina geen vrijheid hebben: “Dat land is bezet, waardoor die kinderen daar geen vrijheid hebben. Daar kan je best met je kinderen over praten, denk ik. Maar dat is niet waar we hier met de kinderen over in gesprek gaan natuurlijk.”
Volgens haar ligt de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij ouders zelf. “Als ouders denken: dit is niks voor mijn kind, dan lopen ze wel door.” We noteren haar antwoord en beloven het oordeel aan de lezers van Streekstad Centraal over te laten. Op bevrijdingsdag is ruimte voor verschillende perspectieven – en aan de bezoeker om daar in vrijheid een eigen mening over te vormen.
Rond 14:00 uur verschuift de aandacht naar een symbolisch moment: de aankomst van het bevrijdingsvuur, waarmee het bevrijdingsfeest officieel wordt geopend. Atletiekvereniging Hylas brengt het vuur traditiegetrouw sinds 2015 in estafette vanuit Wageningen naar Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
De hardlopers die met een estafetteloop het vuur uit Wageningen hebben opgehaald, samen met vrijwilliger Ron Kabel die na een herseninfarct zelf niet meer kan meelopen. (foto: Streekstad Centraal)
Ron Kabel, jarenlang de drijvende kracht achter deze tocht, wordt daarbij in het zonnetje gezet. Dankzij hem komt het bevrijdingsvuur elk jaar langs alle kernen en monumenten in de gemeente.
De estafette verbindt herdenken en vieren, legt burgemeester Anja Schouten uit: “Het wordt aangestoken in Wageningen, waar de vrede getekend werd, en komt dan door de nacht hier het licht in. Het is letterlijk de verbindende schakel tussen 4 mei, het donker, en 5 mei, het vieren in het licht.” (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Anja Schouten en kinderburgemeester Bo Schmidt steken samen het bevrijdingsvuur aan met de vlam die in Wageningen is opgehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Op de Paardenmarkt genieten kinderen ondertussen van optredens van jong talent en activiteiten, terwijl op het Canadaplein het publiek zich verzamelt voor het hoofdprogramma. Tussen de muziek door blijven mensen met elkaar in gesprek – bij stands van onder meer Stichting Truus Wijsmuller, de LHBTI+-gemeenschap en andere organisaties die elk op hun eigen manier het thema vrijheid invullen.
Volgens burgemeester Schouten laat de drukte zien dat Bevrijdingsdag leeft in Alkmaar. “Heel mooi. Je merkt dat het voorziet in een behoefte. Mensen komen voor het vuur, voor de gezelligheid, maar blijven ook luisteren en met elkaar praten.”
En juist dat gesprek is volgens haar de kern van vrijheid: “Vandaag vieren wij de vrijheid. En ik hoop dat morgen iedereen de vrijheid weer een stukje groter maakt. Bijvoorbeeld door een praatje aan te knopen met de buren door gewoon eens bij een discussie te zeggen: ‘We zijn het niet eens, maar laten we een kop koffie drinken samen’. Als we dat allemaal doen, wordt Alkmaar nog mooier.”
De dodenherdenkingen zijn maandagavond overal waardig en met grote betrokkenheid verlopen. Ook bij het monument aan de Dreef in Heerhugowaard was het twee minuten muisstil nadat de Last Post had geklonken. Tussen de aanwezigen viel een groep lopers van atletiekvereniging Hera op. Zij legden bloemen, stonden stil bij de slachtoffers – en maakten zich daarna klaar voor een bijzondere tocht die de brug slaat naar Bevrijdingsdag.
Voor Hera-organisator en hardloopster Margret Does waren de twee minuten stilte ook voor een gesneuveld familielid. Zij is familie van Jan Does, een dienstplichtig militair uit Heerhugowaard die op 20-jarige leeftijd in 1947 sneuvelde in Nederlands-Indië. Zijn portret werd deze avond samen met dat van zes andere oorlogsslachtoffers getoond. Het geeft haar betrokkenheid bij de estafette een extra lading. “Je voelt echt dat je iets doorgeeft,” zegt ze. (tekst gaat verder onder de foto)
Veteranen leggen een krans bij het monument aan de Dreef in Heerhugowaard. (foto: Streekstad Centraal)
Deze nacht zien de lopers van Hera hun bed niet. Nog dezelfde avond vertrekt de groep richting Wageningen. Daar halen zij, samen met sportievelingen uit het hele land, het bevrijdingsvuur op. Hera loopt vanuit Wageningen met twee teams die elkaar de hele nacht afwisselen. “Eén loper en zes fietsers vormen een team. De loper loopt steeds een paar minuten en daarna wisselen we. Na een uur neemt de andere groep het over.
En dat doen we de hele nacht door,” vertelt Does, die dit voor Hera samen organiseerde met Thea Pluister en Johan de Vries. Als we voorstellen dat ze op de foto gaat, wil ze die er ook graag bij hebben. “We coordineren dit voor Hera met zijn drieën.”
Het is een nachtelijke tocht die van alle deelnemers wel wat vergt, maar vooral ook verbindt. “Onderweg loop je samen met allemaal andere groepen die dezelfde kant op gaan. Uit Alkmaar, Langedijk, maar ook uit andere plaatsen. Dan ga je juichen en elkaar aanmoedigen. Het is niet alleen zwaar, het is ook een feest,” zo vat ze de loop samen. (tekst gaat verder onder de foto)
De Dodenherdenking aan de Dreef in Heerhugowaard werd bijgewoond door jong en oud. (foto: Streekstad Centraal)
Die verbondenheid wordt onderweg versterkt door de momenten van stilte. “We gaan langs het militaire ereveld op de Grebbeberg en daar stoppen we even om een kaarsje neer te zetten. Dat doen we eigenlijk bij alle monumenten waar we langs komen,” vertelt Does.
Het vuur dat in Wageningen wordt opgehaald, moet de hele weg blijven branden. Dat geeft de tocht iets spannends, maar ook iets symbolisch. “We krijgen daar een fakkel mee en die steken we aan. Die mag niet uit, dat is het doel. Voor de zekerheid hebben we ook een kaarsje aangestoken in de auto,” zegt ze met een glimlach.
De estafette is allang niet meer alleen een initiatief van één vereniging. Vanuit vrijwel alle plaatsen in de regio doen lopers mee. Samen vormen zij een lange keten die de herinnering aan het verleden verbindt met de vrijheid van nu.
Burgemeester Maarten Poorter van Dijk en Waard was dit jaar bij de Dodenherdenking in Heerhugowaard aan de Dreef, en zag daar de lopers in hun oranje sportkleding vertrekken. Hij spreekt van een mooie en waardige avond met een hoge opkomst. “Dat laat zien hoe belangrijk het is dat we dit samen blijven doen,” zegt hij. Over de estafette is hij duidelijk: “Ik vind het prachtig. Herdenken gaat over in vieren, dat loopt hier naadloos in elkaar over. Ik ben er beretrots op.” (tekst gaat verder onder de foto)
Enkele honderden mensen liepen langs de kransen die waren gelegd bij het monument aan de Dreef in Heerhugowaard. (foto: Streekstad Centraal)
Schouderklopjes vallen haar ten deel als ze zich door het publiek wumt: “Zet hem op! We halen jullie morgen weer binnen”, krijgen de lopers van Hera te horen terwijl ze zich opmaken om richting Wageningen te vertrekken.
Dinsdag worden de lopers feestelijk onthaald in Heerhugowaard op het Stadsplein en op het Raadhuisplein, waar zij kort na het middaguur met het vuur aankomen in Dijk en Waard. In Langedijk komt de loopgroep door Sint Pancras en de andere kernen, tot ze in Oudkarspel zijn. Daar wordt met de vlam ook een bevrijdingsvuur ontstoken.
Voor Margret Does zit de waarde van de tocht juist in die overgang. Van de stilte bij het monument naar de beweging door de nacht. Van herdenken naar vieren. “Het is bijzonder om dat samen te doen,” zegt ze. “Met elkaar, en voor elkaar.”
Hetty Hafkamp uit Bergen was vorige week verhinderd tijdens de jaarlijkse lintjesregen. Daarom kreeg ze afgelopen zaterdag alsnog haar koninklijke onderscheiding opgespeld. Het had Zijne Majesteit namelijk behaagd om de oud-burgemeester van Bergen te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
In de raadzaal van sportcentrum De Beeck speldde burgemeester Jaap Bond haar temidden van vrienden en familie de bijbehorende versierselen op. Met de onderscheiding wordt haar jarenlange inzet binnen het openbaar bestuur en haar brede maatschappelijke betrokkenheid erkend.
Hafkamp was eerder actief als wethouder en burgemeester en heeft zich volgens de gemeente Bergen ook na haar bestuurlijke loopbaan “onverminderd ingezet voor de samenleving”.
Zo vervult zij vrijwilligersrollen bij onder meer het KNRM-reddingsstation in Egmond aan Zee en de Historische Vereniging Bergen. Daarnaast is zij betrokken bij het jaarlijkse 4 mei-concert en bekleedt zij diverse toezichthoudende functies.
Ook speelt Hafkamp een rol als vertrouwenspersoon voor burgemeesters. In die functie biedt zij ondersteuning aan bestuurders bij persoonlijke en professionele vraagstukken.
Volgens de gemeente Bergen is haar inzet “verbindend en deskundig” en van grote waarde voor de samenleving. Met de benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau krijgt die bijdrage nu ook koninklijke erkenning.
De afvalverwerkingsinstallatie van HVC is al geavanceerd, maar de volgende generatie energiecentrales die afval verwerken, dient zich al aan. Op bedrijventerrein Boekelermeer in Alkmaar staat een zogeheten ‘energiekwekerij’. Tenminste, zo noemen initiatiefnemers Hans van der Weide (75) van het bedrijf Sustenso en Wiebe Pronker (69) van DOPS hun installatie.
Met gepatenteerde techniek wordt moeilijk recyclebaar afval omgezet in energie en herbruikbare grondstoffen. De kern van die innovatie: afvalstromen verdwijnen in een schacht, en het verhittingsproces dat daar plaatsvindt, levert energie, waardevolle grondstoffen en mineralen op. De techniek willen ze de komende jaren opschalen, maar daarbij horen ook kritische vragen over veiligheid en mogelijke overlast.
De installatie is gepland naast de bestaande biovergister aan de Diamantweg, die het bedrijf Sustenso van Hans van der Weide eerder bouwde. Volgens de initiatiefnemers kan deze nieuwe installatie bijdragen aan het verminderen van afvalstromen én aan het oplossen van netcongestie, doordat lokaal energie wordt opgewekt. (tekst gaat verder onder de foto)
Hans van der Weide met achter zich de moderne biovergister die zijn bedrijf Sustenso heeft gebouwd op bedrijventerrein Boekelermeer. (foto: Streekstad Centraal)
Verhitting zonder zuurstof, daar zit hem de kneep van de nieuwe techniek. Dit proces wordt thermolyse genoemd. Daarbij ontstaat een energierijk gas dat kan worden gebruikt voor de productie van elektriciteit of brandstoffen zoals methanol. Daarnaast blijven waardevolle reststoffen over, zoals metalen en mineralen.
Volgens de initiatiefnemers levert het proces meer energie op dan erin wordt gestopt. “We halen energie én grondstoffen uit afval dat anders wordt verbrand of geëxporteerd,” zegt Pronker.
De installatie moet zelfs de moeilijkste reststromen kunnen verwerken, zoals vervuild textiel, dakleer en onderdelen van afgedankte windmolens. Dit zijn materialen die lastig te recyclen zijn en nu vaak in de verbrandingsoven belanden. (tekst gaat verder onder de foto)
Wiebe Pronker bij de tekeningen van de proefreactor die binnenkort wordt gebouwd op bedrijventerrein Boekelermeer. (foto: Streekstad Centraal)
Achter het plan staan twee ondernemers die al voor hun pensioen hadden kunnen kiezen. Van der Weide was eerder betrokken bij de bouw van de biovergister op Boekelermeer. Pronker werkte onder meer in de luchtvaartindustrie en bij Corus (nu Tata Steel), waar hij zich bezighield met schonere productietechnieken.
Naast energieproductie zien de initiatiefnemers vooral kansen in het terugwinnen van grondstoffen. “In afval zitten vaak waardevolle metalen,” zegt Pronker. “Uit bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen we silicium, koper en zilver terughalen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Energy Greenery Alkmaar kan naast de installaties van Taqa worden gebouwd. (foto: Streekstad Centraal)
Het vaste restproduct dat overblijft na het proces kan volgens hen vaak dienen als grondstof voor de metaalindustrie. Daarmee zou de installatie niet alleen afval verminderen, maar ook bijdragen aan een circulaire economie.
De plannen kwamen recent onder de aandacht nadat de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) kritische kanttekeningen plaatste. De commissie wees onder meer op mogelijke veiligheidsrisico’s en vroeg om nader onderzoek naar onder andere geurhinder.
Omdat het om relatief nieuwe technologie gaat, willen de deskundigen eerst duidelijkheid over de effecten voordat vergunningen worden verleend. (tekst gaat verder onder de foto)
Hans begon zijn carrière ooit in de jaren ’70 als bevlogen schoolmeester in Zaandam, om later de overstap te maken naar automatisering en duurzaamheid in het bedrijfsleven. (foto: Streekstad Centraal)
De initiatiefnemers zeggen de kritiek serieus te nemen. “We zijn juist blij met die feedback”, aldus Pronker. “Die helpt ons om het project beter en veiliger te maken.”
Volgens hen is de kans op stankoverlast beperkt, omdat geurveroorzakende stoffen in het proces worden afgebroken. “Het wordt een fabriek zonder stinkende schoorstenen”, stelt Van der Weide. Ook worden alle materialen opgeslagen in gesloten systemen, zodat er geen verspreiding kan plaatsvinden.
Daarnaast hebben ze contact gezocht met omliggende bedrijven, waaronder energiebedrijf TAQA, om de plannen en veiligheidsmaatregelen toe te lichten. (tekst gaat verder onder de foto)
Op dit perceel moeten straks de installaties staan die afvalstromen op een schone manier omzetten in energie en nieuwe grondstoffen. (foto: Streekstad Centraal)
De komende maanden wordt een pilotinstallatie gebouwd op het terrein naast het InVesta Expertise Centrum. Deze installatie moet aantonen dat de techniek ook op grotere schaal betrouwbaar en schoon werkt.
Als de proef slaagt, volgt verdere opschaling. De initiatiefnemers mikken op een volledige fabriek met meerdere reactoren die rond 2029 operationeel moet zijn. Die installatie zou een deel van het bedrijventerrein kunnen voorzien van lokaal opgewekte energie en brandstof. (tekst gaat verder onder de foto)
Vorige week kwamen diverse stakeholders en investeerders in de nieuwe technologie bijeen in het kerkje van Beets om elkaar beter te leren kennen tijdens een feestelijk moment. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Van der Weide kan het project een belangrijke rol spelen in de energietransitie. “Als we lokaal afval kunnen omzetten in schone energie, is dat een grote stap,” zegt hij.
Tegelijkertijd is het vergunningstraject nog niet afgerond en zullen de plannen de komende tijd verder worden getoetst. De uitkomsten daarvan bepalen of de energiekwekerij daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.
In de Alkmaarderhout broeden dit jaar zeker achttien paartjes lepelaars. Dat is bijzonder, want normaal gesproken kiezen deze schuwe vogels juist rustige en afgelegen plekken om hun nesten te bouwen. Toch lijkt daar verandering in te komen. Volgens biologiestudent Thijs Meester passen de dieren zich steeds meer aan. “Steeds meer vogels passen zich aan, omdat er minder ruimte is in Nederland.”
Het is inmiddels het derde jaar op rij dat de lepelaars neerstrijken in het Alkmaarse stadspark. De opvallende vogels met hun kenmerkende snavel trekken veel bekijks. Bezoekers komen speciaal naar het park om ze te zien en te fotograferen. “Ze komen van heinde en verre om foto’s te maken”, vertelt Jeroen van Wetten van Vogelwerkgroep Alkmaar aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Je ziet ze zelfs op ov-fietsen wel eens hier staan.”
De vogelwerkgroep was benieuwd wat al die aandacht betekent voor het gedrag van de dieren en liet daar onderzoek naar doen. Meester observeerde de lepelaars dagelijks meerdere keren. Uit zijn bevindingen blijkt dat de vogels nauwelijks nog reageren op menselijke activiteit. “De lepelaars reageren nauwelijks meer op activiteiten van mensen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Negentien paartjes zijn er inmiddels geteld met een nest in de Alkmaarderhout. (foto: NH)
Waar in eerdere jaren nog zeven tot negen paartjes werden geteld, ligt dat aantal nu op negentien. Die groei is volgens Van Wetten opvallend. “Vroeger vlogen ze al weg als je in de polder op een kilometer afstand kwam”, legt hij uit. “Het lijkt wel alsof ze steeds meer ervaring krijgen met onder de mensen zijn.”
Dat zoveel lepelaars zich vestigen in een stadsbos, vlak bij het centrum, is volgens Meester zelfs uniek. “Nergens in de literatuur kon ik vinden dat ze zo massaal broeden in een stad”, zegt Thijs. “Zelfs wereldwijd niet.”
De Vogelwerkgroep Alkmaar is dan ook voorzichtig met de bijzondere broedplek. Zo werd de gemeente eerder gevraagd om de huldiging van de AZ-spelers niet in de buurt van de lepelaars te laten plaatsvinden. Dat lijkt effect te hebben gehad. “We zijn erg blij dat de gemeente dit jaar besloten heeft om dat feest ergens anders te vieren”, besluit Jeroen van Wetten. “En maar goed ook, want met al die nesten hier en mogelijk vuurwerk was dat eeuwig zonde geweest.”