Zondagmiddag is brand ontstaan achter een slooppand op het terrein van Esdege Reigersdaal aan de Krusemanlaan in Heerhugowaard. De brandweer kwam snel ter plaatse om het vuur te blussen.
De brand brak uit achter een leegstaand gebouw dat op de nominatie staat om gesloopt te worden. Medewerkers die actief zijn op andere delen van het terrein ontdekten het vuur en sloegen direct alarm. Zij melden ook dat er sprake is van vernielingen rond het pand: onder meer meerdere ruiten zijn gesneuveld.
Dankzij de regenval en een snelle inzet van de hulpdiensten kon het vuur snel onder controle worden gebracht. Over de oorzaak is nog geen duidelijkheid, maar brandstichting wordt niet uitgesloten.
Op een plek waar vroeger duizenden voeten de grond deden trillen op het ritme van beats, overheerst nu het geluid van stilte. In recreatiegebied Geestmerambacht, ooit een geliefde bestemming voor festivalliefhebbers, blijft de agenda dit jaar bijna leeg. Slechts één naam siert het programma: Liquicity Festival. De grote publiekstrekkers zijn verdwenen. Geen Elrow Town, geen Indian Summer.
Wie op een zomeravond over de uitgestrekte weides van Geestmerambacht wandelt, zou nauwelijks vermoeden dat hier ooit een bruisende festivalscene was. Voor festivalorganisaties is de drempel om terug te keren hoog, vertelt Marieke van Beugen van Recreatie Noord-Holland. De organisatie is verantwoordelijk voor het aantrekken van evenementen in de recreatiegebieden van de provincie. Volgens haar is het geen kwestie van onwil, maar van planning.
“Het opvullen van de agenda kost tijd,” zegt ze tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “We hebben nog wel geprobeerd om er dit jaar nog iets bij te krijgen, maar dat is niet gelukt. Zo’n groot evenement heeft een voorbereidingstijd van zo’n anderhalf jaar.” En zelfs als de tijd er wél zou zijn, betekent dat nog niet dat elk initiatief welkom is. “Festivals zijn een aanwinst,” legt Van Beugen uit, “maar gezien de impact op de omgeving stellen wij wel hoge eisen. Niet iedereen kan daar aan voldoen.” (tekst gaat door onder de foto)
De grote groep mensen die afgelopen edities op Indian Summer afkwamen, zullen deze zomer hun plezier ergens anders moeten vinden.
De afwezigheid van festivals laat zich intussen voelen in de regio. Lokale bewoners spreken met weemoed over de tijden dat Indian Summer een vaste waarde was. In Koedijk besloten vrienden zelfs hun eigen kleinschalige feest te organiseren. Koedijk Tropical werd hun antwoord op het gemis van een gezamenlijke festivaleuforie.
Ook nachtburgemeester van Alkmaar, Robert Jan Wille, maakt zich zorgen over het culturele leven in de regio. “Het aanbod van festivals hier is vrij matig,” zegt hij. “Ik kan nog niet eens vijf festivals noemen die hier in de regio plaatsvinden. Zelf houd ik van verdieping en iets minder toegankelijke festivals. Dat mis ik hier in de buurt.” Zijn zorgen reiken verder dan persoonlijke voorkeur: “Maar er zijn nu ook geen feesten die voor een breed publiek geschikt zijn. We hebben nu bijna niks meer qua festivals, voorheen was er veel meer.”
Toch lijkt het contrast met andere regio’s groot. Neem Spaarnwoude: een ander recreatiegebied onder beheer van Recreatie Noord-Holland, maar met een volle festivalzomer. Dance Valley, R2 Festival, Latin Village – daar lijkt het feest gewoon door te gaan. Maar volgens Van Beugen is dat deels schijn. “Het lijkt alsof het daar ontzettend vol zit, maar ook daar zijn de festivals aan het veranderen. Latin Village was eerst twee dagen, nu nog maar één.” (tekst gaat door onder de foto)
Het blijft dit jaar stil als het gaat om festivals bij recreatiegebied Geestmerambacht. De agenda voor deze zomer is aardig leeg.
Wat Spaarnwoude wél in het voordeel heeft, is de ligging. In de buurt van Amsterdam ligt de drempel voor bezoekers lager en de potentiële opkomst hoger. “Alles in en rondom Amsterdam is ontzettend populair,” zegt Van Beugen. “Spaarnwoude past daar nog net bij. Het Twiske is ook razend populair, want dat is op fietsafstand van de stad.”
Voor Geestmerambacht ligt dat anders. De afstand tot de grote stad maakt het minder aantrekkelijk voor festivalorganisatoren, legt ze uit: “Het Geestmerambacht is voor veel festivalorganisatoren te ver weg. Het risico is te groot om dezelfde kosten te maken als rondom Amsterdam.” Toch is het boek nog niet dicht. Er wordt op de achtergrond gewerkt aan nieuwe plannen. Voor 2025 staan Liquicity, Power Valley en de Major Obstacle Run weer op de rol, en er wordt actief geworven om de agenda verder te vullen.
“Voor de rest hangt het af van de werving die we nu aan het doen zijn,” zegt Van Beugen hoopvol. Misschien keert het geluid van beats en juichende menigten terug naar Geestmerambacht. Maar deze zomer blijft het nog even stil.
Zaterdagavond rukte de brandweer uit naar het Parelhof in Heerhugowaard vanwege een opvallend incident: uit één van de appartementencomplexen stroomde water naar beneden, dat via een afdakje de straat op liep.
Eenmaal ter plaatse constateerde de brandweer dat er sprake was van een lekkage, maar dat zij niet op een veilige manier bij de vermoedelijke bron konden komen. Omdat de oorzaak zich vermoedelijk binnen het appartementencomplex bevindt, werd besloten verdere actie voorlopig te staken.
De situatie is voor nu overgedragen aan de gemeente, die verantwoordelijk is voor de verdere afhandeling. De politie is geïnformeerd en zal later op de avond opnieuw poolshoogte nemen om te bekijken of er dan wél veilig onderzoek mogelijk is of dat andere maatregelen nodig zijn.
Hoe de lekkage is ontstaan, is nog onduidelijk. Wat wel zeker is: het water blijft vooralsnog stromen.
Hij is klaar, is geopend, en kan dus eindelijk gebruikt worden: De nieuwe sporthal in Heiloo. Uiteraard geopend met alle toeters en bellen. Maar de daadwerkelijke bouw verliep soepeler dan die opening. De symbolische ingebruikname – door een bal in één van de baskets te gooien – vergde wat doorzettingsvermogen. Zowel wethouder Antoine Tromp als kinderburgemeester Vigo hebben meerdere pogingen nodig om raak te schieten.
De zaal vult zich met gegrinnik terwijl omstanders de tel kwijtraken van het aantal pogingen. Tromp kan er zelf ook om lachen: “Zag het gewoon niet goed… had m’n bril op moeten zetten,” zei hij achteraf met een knipoog. Maar waar de bal niet direct in de basket ging, scoort de nieuwe sporthal wél direct bij sporters en liefhebbers. De moderne accommodatie biedt eindelijk de ruimte die sportverenigingen in Heiloo hard nodig hadden.
“Voor ons als hockeyclub is dit een droom,” vertelt een trainster van hockeyclub De Terriërs. “We verzorgen al jaren zaalhockey in de winter, maar moesten bijna altijd uitwijken naar Castricum of Alkmaar. Nu hebben we eindelijk een zaal direct tegenover onze eigen velden. Dat scheelt qua reistijd én voelt gewoon goed. Thuis spelen is voortaan ook echt in Heiloo.” (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Antoine Tromp probeerde samen met kinderburgermeester Vigo de basketbal in de basket te krijgen, maar dat verliep niet helemaal vlekkeloos. (foto: Streekstad Centraal)
Een ouder van een jeugdlid vult aan: “Het is fijn dat mijn kinderen hier nu kunnen trainen zonder dat we daarvoor het hele dorp uit hoeven. Dat scheelt echt een hoop gedoe, je stapt nu gewoon op de fiets en je bent er zo. Echt een toevoeging van het sportaanbod in Heiloo als je het mij vraagt.” Een jonge deelneemster van de clinic is het daar volledig mee eens. “Ik vind het superfijn dat we hier nu kunnen trainen. Alles is nieuw, en het voelt gewoon groot en professioneel. En het is lekker dicht bij mijn huis!”
De sporthal is niet alleen een aanwinst voor verenigingen. Ook voor recreatieve sporters, scholen en ouderen verruimt Het Vennewater de mogelijkheden. “We willen dat deze hal voor heel Heiloo is,” benadrukt wethouder Tromp in zijn toespraak. “Van jeugdteams tot seniorengym, iedereen moet zich hier welkom voelen.”
Een vrouw die samen met haar kleindochter een kijkje komt nemen is zelf ook enthousiast. “Ik hoorde dat er ook beweeggroepen voor ouderen komen. Daar wil ik me zeker bij aansluiten. Het is goed dat er gedacht wordt aan alle leeftijden. Want ik merk dat ik het zelf vaak wel moeilijk vind om ergens voor de eerste keer naar binnen te stappen.” (tekst gaat door onder de foto)
De nieuwe sportzaal stond zaterdagmiddag vol met mensen die wilden zien hoe de nieuwe zaal eruit ziet. (foto: Streekstad Centraal)
Wat zaterdag vooral voelbaar is, is dat Het Vennewater niet zomaar een gebouw is – het is een plek van ontmoeting, herkenning en gemeenschap. Het is gebouwd met het oog op de inwoners van Heiloo: voor de sporters die jarenlang pendelden naar andere dorpen, voor trainers die worstelden met volle roosters, en voor inwoners die simpelweg een toegankelijke en fijne plek zochten om in beweging te blijven.
“Het mooie aan deze hal is dat het mensen letterlijk en figuurlijk in beweging brengt,” zegt een vrijwilliger van een gymnastiekvereniging. “Sport is vaak het beginpunt van verbinding. Kinderen leren elkaar kennen, ouders raken met elkaar aan de praat, ouderen ontmoeten leeftijdsgenoten. Dat kun je niet meten in vierkante meters, maar je merkt het meteen als je hier binnenloopt.”
De reacties op de opening zijn vrijwel unaniem positief. “Dit is een investering in de toekomst van Heiloo,” aldus een trotse vader die met zijn zoon komt kijken. “De eerste hal ken ik natuurlijk wel van eerdere wedstrijden, maar dit is zo veel beter dan ik had verwacht. Daarbij komt ook dat het heel belangrijk is om in een groeiende gemeente als Heiloo in te spelen op sport. Sport is zoveel meer dan bewegen alleen. Het brengt mensen bij elkaar, zorgt voor discipline, vriendschap en plezier. En met zo’n mooie hal voelt het alsof Heiloo echt een stap vooruit zet.”
Een trein op weg van Hoorn naar Amsterdam is zaterdagmiddag stil komen te staan op het spoor ter hoogte van Berkhout, vlak na de overweg met de Bobeldijk. Het defect leidde tot overlast op en rond het spoor.
Door de stilstaande trein bleven de spoorbomen gesloten. Automobilisten stonden voor een dichte overweg, sommigen besloten om te rijden, maar een enkeling negeerde de slagbomen en stak alsnog het spoor over.
Volgens de NS duurt de storing vermoedelijk tot 16:30 uur. Tot die tijd rijden er geen treinen tussen Heerhugowaard en Hoorn. Ook op station Obdam staat een trein stil in afwachting van toestemming om verder te rijden.
De defecte trein had Amsterdam Centraal als eindbestemming.
Langs de Kanaalweg in Heiloo is zaterdagmiddag een man met zijn fiets in het water terechtgekomen. Oplettende omstanders schoten direct te hulp en haalden de man uit het kanaal.
Op de kant werd hij warm gehouden met een deken tot de ambulance arriveerde. De man is ter plaatse gecontroleerd door het ambulancepersoneel, maar hoefde niet mee naar het ziekenhuis.
Dankzij de snelle hulp van voorbijgangers bleef de situatie beperkt tot een nat pak en lichte onderkoeling.
Op de rotonde van de Krusemanlaan bij de Middenweg in Heerhugowaard is zaterdagmiddag een fatbiker aangereden door een auto. De fietser kwam daarbij ten val en raakte lichtgewond.
Een ambulance kwam ter plaatse om de bestuurder van de fatbike te behandelen. Vervoer naar het ziekenhuis was niet nodig. De auto liep lichte schade op bij de botsing.
Het is nog onduidelijk hoe het ongeval kon gebeuren. Het overige verkeer heeft nauwelijks last van het incident gehad.
Een harde klap op het Oostertochtpad in Heerhugowaard heeft vrijdagavond voor flinke schrik gezorgd. Een jonge fietser kwam daar ter hoogte van de Haringvliet in botsing met een auto. Zowel het voertuig als de jongen kwamen zo’n vijftien meter verderop tot stilstand.
De voorruit van de auto had hierdoor een flinke barst en de fiets raakte zwaar beschadigd. De jongen is na een eerste medische controle ter plekke met onbekend letsel overgebracht naar het ziekenhuis in Alkmaar.
Omstanders schoten te hulp en hebben de beschadigde fiets tijdelijk bij buurtbewoners gestald. De Haringvliet, in de richting van de Oosttangent, werd enige tijd door de politie afgesloten voor verkeer. De precieze oorzaak van de aanrijding is nog onduidelijk.
Verse komkommers, modderige laarzen en verwonderde bezoekers: zondagmiddag opende Herenboerderij Duinstreek in Bergen haar hekken voor iedereen die wil zien hoe duurzaam en samen voedsel verbouwen er in de praktijk uitziet. Door middel van rondleidingen en kraampjes met informatie konden bezoekers meer over de herenboerderij te weten komen. “Heel leuk om hier een kijkje te kunnen nemen, ik wist niet dat het bestond!”
Tussen de rondwandelende mensen op het terrein van de boerderij staat Jorim Sint, lid van de coöperatie en zichtbaar trots op het initiatief. “Een herenboerderij is eigenlijk een coöperatieve boerderij,” legt hij uit. “Wij zijn met zo’n tweehonderd huishoudens eigenaar van dit stuk grond. We telen hier samen groente, houden dieren en delen de oogst. Alles gebeurt op een duurzame manier, zonder gif of kunstmest. En dat gaat allemaal in samenwerking met de boeren.”
Hij merkt dat het concept nog niet overal bekend is. “Op oogstdagen komen er vaak mensen langs die denken dat we een reguliere boerderij zijn en denken dat wij in ons marktkraampje ook dingen aan bezoekers verkopen. Maar we leveren alleen aan onze leden. Dan moet je echt even uitleggen hoe het werkt.” Toch ziet Jorim ook positieve kanten aan de onbekendheid van het woord ‘herenboerderij’. “Als mensen niet weten wat het inhoudt, levert dat vaak leuke gesprekken op, en soms zelfs nieuwe aanmeldingen.” (tekst gaat door onder de foto)
Jorim Smit is zelf lid van Herenboerderij Duinstreek en vindt dat de manier waarop de gewassen en dieren onderhouden worden nog altijd erg mooi om te zien. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de open dag geven leden van de coöperatie rondleidingen over het terrein. Een van hen is Monique, die met enthousiasme vertelt over wat er allemaal groeit op het land. “Hier hebben we net aardbeien gezaaid, en verderop in de kassen zullen we de komkommers en de tomaten zien,” vertelt ze terwijl bezoekers nieuwsgierig vragen stellen. “Wat mooi allemaal,” zegt een vrouw bewonderend. “Dat je van zo’n klein zaadje zoiets moois kan krijgen. Een andere bezoeker lacht: “Ik ben best jaloers, ik wil dit zelf ook bij mij op de boerderij.”
De boerderij ligt op een perceel van zo’n negentien hectare aan de Groenweg tussen Bergen en Alkmaar. “Je zou de hele oppervlakte kunnen vergelijken met zo’n 38 voetbalvelden”, legt Jorim uit. “Dus je begrijpt wel dat er heel wat handjes nodig zijn om alles goed te kunnen onderhouden. De boeren die de leden aansturen zijn parttime boeren en zijn hier dus niet altijd, waardoor de leden ook echt zelf mee kunnen helpen.” Voorheen was het allemaal erg vrijblijvend zegt Jorim. “Maar tegenwoordig is het nog steeds niet verplicht maar het wordt wel een beetje verwacht dat er meegeholpen wordt. Al is het maar een paar uur per week.”
Bij de boerderij lopen varkens, koeien en kippen, allemaal met voldoende ruimte om vrij te kunnen scharrelen. Op het terrein staan ook tunnelkassen. “De kassen zijn gebouwd door een klusteam van leden van de boerderij en zorgen ervoor dat we het teeltseizoen kunnen verlengen”, legt Monique uit. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de open dag konden bezoekers ook al even kort zien wat voor groenten er zoal verbouwd worden op de boerderij. (foto: Streekstad Centraal)
Jorim ziet dat steeds meer mensen behoefte hebben aan deze manier van leven. “Het is mooi om te zien hoe betrokken iedereen is. Je merkt dat mensen zich weer willen verbinden met waar hun eten vandaan komt.”
De herenboerderij is sinds begin 2022 actief en telt inmiddels honderden leden, samen goed voor zo’n vijfhonderd etende monden. Er is nog plek voor nieuwe deelnemers, want de coöperatie wil groeien naar een stabiele basis waarin het werk en de oogst goed verdeeld blijven.
In de schaduw van een grote boom zitten een paar bezoekers na te praten. “Ik wist niet dat dit bestond,” zegt een man. “Het voelt echt alsof je deel kunt worden van iets betekenisvols, misschien ga ik me hier meer in verdiepen en word ik zelf wel lid.”
Een hele eeuw. Dat is hoe lang de vrijwillige brandweer ‘de Egmonden’ al bestaat. Dit weekend wordt dat groots gevierd. 100 jaar is dan ook niet niks. Bij het jubileum zijn niet alleen de brandweerlieden van nu betrokken, ook de spuitgasten van ooit – die inmiddels van hun pensioen genieten – vieren mee. “Er is een hoop veranderd, zowel goed als minder goed, maar het blijft een prachtig vak.”
Voordat de brandweerpost van Egmond er was zoals iedereen die nu kent, moest er nog wel wat (blus)water onder de brug door. De verschillende posten in de Egmonden moesten gaan samenwerken. Klinkt simpel maar was het niet. “De ene post oefende op maandag, de andere op dinsdag”, begint Antoon Pepping. Hij loopt ondertussen al bijna 45 jaar rond bij de brandweer en heeft heel wat meegemaakt. “De verandering van dag waarop er geoefend werd ging natuurlijk niet zonder slag of stoot. De posten waren als water en vuur, maar dit bleef toch branden”, grapt hij.
Inmiddels is dat ‘opstootje’ allang opgelost en is er sprake van één brandweerpost voor de Egmonden. Er is een hele hoop anders als je kijkt naar het verleden van de brandweer in Egmond. “Vroeger deden we zo veel meer”, vertelt oud brandweerman Kees Zeilenmaker. Hoewel hij met pensioen is, is hij nog nauw betrokken bij de brandweer.
“Wij gingen eigenlijk bij brand áltijd naar binnen, wat soms best voor gevaarlijke situaties zorgde. Tegenwoordig zijn ze veel voorzichtiger en minder fanatiek voor mijn gevoel”, zegt Kees. “Dat komt ook door de protocollen en regels die tegenwoordig gemaakt zijn, dan weet je wat je als brandweerman wel en juist niet mag en moet doen in een bepaalde situatie”, voegt Antoon toe. (tekst gaat door onder de foto)
Andere tijden, andere mensen, ander materieel. Er mocht toen veel meer bij een brand, maar de gevaren waren daardoor ook veel groter. (foto: Brandweer de Egmonden)
De ‘mannen van nu’ worden aangestuurd door een hypermoderne meldkamer in Haarlem. Dat ging er vroeger anders aan toe. “Als ik toen gebeld werd bij een brand of een andere situatie hoorde je aan de manier waarop diegene klonk hoe ernstig het was. Je kende elkaar en dat maakte het makkelijker inschatten”, vertelt Marc van Duin aan Streekstad Centraal. Ook hij kijkt met veel plezier terug op zijn tijd bij de brandweer. “Ook kun je je nu veel makkelijker afmelden als je niet beschikbaar bent voor inzet. Gewoon op de pieper invoeren en dan krijgt de postcommandant daar een melding van.”
Over die pieper heeft Kees nog wel een leuk verhaal. “Je sprong toen namelijk meteen de fiets op bij een melding. Ik had een eigen winkel en als er dan klanten in mijn winkel stonden dan duwde ik ze als het ware naar buiten. Sommige klanten liepen uit zichzelf al de winkel uit als ze mijn pieper hoorden, ze wisten dan genoeg”, lacht hij. “Dat is nu veel minder, want nu horen alle winkels de hele dag open te blijven en kan je niet een bordje omdraaien met de tekst ‘we zijn zo terug’”, voegt Marc toe.
Ook het vrijwilligerswerk zelf is veranderd. Er zijn minder jongeren die zich aansluiten, en dat begint voelbaar te worden. Tegenwoordig is het zoeken naar voldoende bezetting – al is het maar af en toe – soms een uitdaging. En als er te weinig mensen zijn, dan wordt dat gevoeld: “Dan balen we gewoon met z’n allen”, zegt Daan Molenaar, huidig postcommandant van de kazerne in Egmond. (tekst gaat door onder de foto)
Deze brandweerlieden renden – bijna als reflex – brandende gebouwen in. En stuurden klanten hun winkel uit als er gealarmeerd werd.(foto: Brandweer de Egmonden)
Marc sluit zich daarbij aan. “Vrijwilliger ben je of je bent het niet, het zit in je bloed”, zegt hij. “Veel van de huidige vrijwilligers zijn ook op andere plekken actief, bijvoorbeeld bij sportverenigingen of evenementen. Het gemeenschapsgevoel leeft – al komt dat, net als het werk zelf, meer en meer onder druk te staan.”
Volgens Dirk Schenk, voormalig postcommandant en nog steeds vrijwilliger bij de brandweer, komt dat omdat de organisatie nu strakker is. “Materiaal, kleding en uitrusting komen nu centraal van bovenaf, en lokale posten hebben minder invloed op de keuzes. Vroeger keek je nog echt zelf mee. Dan zag je ook verschillen tussen posten – de een had meer te besteden dan de ander. Maar de betrokkenheid was groter. En je voelde meer verbondenheid.”
Toch zijn de brandweerlieden ontzettend blij met hun nieuwe aanwinst die na de zomer in gebruik genomen gaat worden. “Deze wagen heeft weer allemaal nieuwe technologieën, zo kunnen we de banden wat zachter laten worden als we de duinen in gaan en zit er een waterspuit aan de voorkant. Die kan vanuit de bijrijdersstoel bestuurd worden”, vertelt Daan. Er moeten nog wat kleine dingen worden aangepast en er moet nog mee geoefend worden, maar daarna gaan de brandweermannen er trots gebruik van maken. (tekst gaat door onder de foto)
De manier waarop de brandweer te werk gaat is in de loop der jaren anders geworden, zo werd er vroeger ingezet op blussen en redden terwijl het nu ook veel om veiligheid en risico gaat. (foto: Brandweer de Egmonden)
Ook de aanpak van branden is veranderd. Waar ze vroeger zonder aarzeling een pand binnenrenden, zelfs bij instortingsgevaar, wordt nu vaker gekozen voor gecontroleerd uit laten branden – zoals recent bij een grote brand in Middenbeemster. “Dat roept soms vragen op bij omstanders”, geven de mannen toe. “Maar het past binnen de nieuwe protocollen, die sterker zijn gericht op veiligheid en risicobeheersing dan op het directe blussen zelf”, legt Antoon uit.
Toch heerst er geen somberheid. Integendeel. Op weg naar het 100-jarig bestaan van de post wordt er vooral met trots terug- én vooruitgekeken. Op de vraag hoe de komende 100 jaar eruit gaan zien wordt vooral gelachen. “100 jaar is natuurlijk wel heel breed, maar de aankomende tien jaar moet zeker goedkomen”, grapt Dirk.
Wat betreft de toekomst van de brandweer zijn er zorgen én overtuigingen. In het verleden is er wel eens gesproken over een beroepspost in de buurt. Maar dat is nog lang niet haalbaar. “Eén bluswagen is in geval van een grote brand simpelweg niet genoeg”, zegt Daan. “De kracht zit nog altijd in de vele kleine vrijwillige posten, zoals deze: betrokken mensen, korte lijnen en samen veel materieel tot je beschikking.”