De zon schijnt, het strand lonkt, maar wie bij Egmond aan Zee de nieuwe strandopgang wil trotseren, moet eerst van de Himalaya afdalen – althans, zo voelt het voor sommigen. De nieuwe trap naar het strand zorgt inmiddels al voor de nodige ophef op sociale media. Te steil, te weinig contrast tussen de treden, en vooral: “Deze trap wordt een nekkenbreker.” Reden genoeg voor Streekstad Centraal om zelf maar eens poolshoogte te nemen.
Donderdagmiddag wemelt het van de badgasten – vooral Duitse toeristen – die in keurige formatie van de trap af dalen. Maar ook zij moeten soms even pas op de plaats maken. “Ik houd me liever vast aan de reling, je weet maar nooit,” zegt een vrouw met zonnehoed. Ze lacht erbij, maar haar blik blijft strak op haar voeten gericht.
“Ik moet echt op elke stap letten, anders word ik draaierig,” zegt iemand anders, al schuifelend naar beneden komend. Een ander mompelt dat de trap “wel wat minder wiebelig mocht voelen.” Toch zijn er ook bezoekers die het allemaal wel mee vinden vallen. “Een beetje focus en je bent zo beneden,” klinkt het luchtig. Een ander grapt: “Zie het als de laatste uitdaging voor je bij het ijsje mag.” (tekst gaat door onder de foto)
Doordat de treden van de nieuwe trap bij de strandopgang van Egmond aan Zee steeds dezelfde kleur hebben en het geen grote treden zijn, ervaren mensen de trap als onoverzichtelijk. (foto: Streekstad Centraal)
Op sociale media verschenen al snel klachten van mensen die duizelig worden tijdens het traplopen. “Moet er dan eerst iemand gewond raken voor er iets gedaan wordt?”, vraagt iemand zicht af. “Ik hoor van meerdere kanten dat de afstand van de trap slecht in te schatten is, de trap gaat een nekkenbreker worden”, stelt iemand anders.
“Je moet de hele tijd naar beneden turen en dat is voor oudere mensen niet fijn,” merkt een man op die zich goed vasthoudt aan de reling aan de zijkant van de trap. Anderen lijken zich er minder aan te storen en gebruiken de trap als warming-up voor een dagje zandhappen. “Goed voor de kuitspieren, toch?” grapt een man.
“Het deed wel wat met mijn trommelvliezen”, zegt een bezoeker van de nieuwe tentoonstelling in de Grote Kerk in Alkmaar. En dat kan best kloppen. De expositie ‘Echoes of Eternity’ van Joris Strijbos, die de hele zomer te bewonderen is, maakt onder meer gebruik van geluidstrillingen om kijkers bewust te laten nadenken over herinneringen, technologie, gebeurtenissen en de toekomst.
In de Grote Kerk komt een alienachtige robotarm naar beneden die de ruimte afspeurt. De arm is op zoek naar geluiden. Op de grond staat een grote tafel, gevuld met zand. De geluidstrillingen maken daarin patronen door de bewegingen die ontstaan. Door de kerk staan speakers, die het opgenomen geluid terug de kerk in sturen.
Joris Strijbos zoekt met deze tentoonstelling de verbinding tussen geluid, ruimte en technologie. “De robotarm heeft een microfoon en die scant de ruimte op geluiden en die geluiden worden gefilterd en teruggestuurd naar de bollen”, legt hij aan Streekstad Centraal uit. De bollen waar Jeroen over spreekt maken ook deel uit van de installatie. (tekst gaat door onder de foto)
De tentoonstelling Echoes of Eternity is van 18 juni tot en met 7 september te zien in de Grote Kerk Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
De inspiratie voor de expositie zijn twee belangrijke jubilea. De grote klok van de Grote Kerk viert dit jaar haar vijfhonderdste verjaardag en het orgel van de kerk bestaat dit jaar driehonderd jaar in de samenstelling hoe hij nu is.
“Over de afgelopen periode hebben we geluiden opgenomen in de kerk”, vertelt Strijbos. “Dus boven het carillon en het orgel.” Die geluiden hebben ze gemanipuleerd en daar is de compositie mee gemaakt.
De tentoonstelling valt goed in de smaak bij bezoekers. Zo wordt het een “interessant en abstract werk” genoemd. Bezoekers merken ook echt wat van de expositie. “Ik krijg er een beetje kippenvel van”, geeft een bezoeker toe. En zij is niet de enige. “Je voelt het wel aan je oren”, zegt een andere bezoeker.
Er vormt zich een lange rij op de Voormeer in Alkmaar, en dat is de schuld van het Noordhollandsch Kanaal. Dat is dit jaar 200 jaar oud en daarom worden er speciale cruises georganiseerd voor mensen die graag meer over de waterweg te weten willen komen. Schipper Ingrid heeft zich samen met haar zoon Yuri extra verdiept in het kanaal. “Je kijkt zo op een hele andere manier naar het water waar je zo vaak op vaart.”
Eén voor één mogen de passagiers een plek zoeken op de Amalia. “We zijn toch wel een beetje gespannen hoor”, zegt een groep vrouwen terwijl ze het schip betreden. “We zijn zeker geen enorme fans van water, maar zo’n tocht kunnen we niet aan ons voorbij laten gaan natuurlijk.” (tekst gaat door onder de foto)
Het was een drukte van belang op de Voormeer, en dat is niet zo gek: Alle tochten zijn uitverkocht en de wachtrij is ook helemaal vol. (foto: Streekstad Centraal)
Het cruiseschip waarmee gevaren wordt is inmiddels alweer 100 jaar oud, maar in vergelijking met Het Kanaal valt dat reuze mee. Tijdens de rondvaart van woensdagavond is Ingrid de ‘gids’. “Mijn zoon Yuri is de eigenaar van het schip, dus hij is degene die verantwoordelijk is, maar ik help hem graag, zeker omdat ik door hem begonnen ben met varen.”
De tocht die gemaakt gaat worden duurt twee uur en voert over ongeveer negen kilometer van het Noordhollandsch Kanaal. “We gaan heen, en we gaan weer terug”, zegt Ingrid lachend. “Een andere optie hebben we niet op een kanaal”. Bij aankomst op het Alkmaardermeer keert de boot om en wordt hetzelfde stuk terug gevaren. “Ik bewaar altijd een deel van de informatie voor na het omdraaien, anders heb ik niks meer te zeggen op de terugweg.” (tekst gaat door onder de foto)
De passagiers keken hun ogen uit tijdens de vaart over Het Kanaal, de stuurhut van schipper Ingrid was ook vrij te bezoeken en vragen beantwoordde ze met plezier. (foto: Streekstad Centraal)
Inwoners van Alkmaar wisten niet hoe snel ze een ticket voor de vaart moesten bemachtigen. “Alle vaarten waren binnen no time uitverkocht, en de wachtrij is ook al helemaal vol”, vertelt Yuri trots. Wel merken Ingrid en Yuri dat er andere mensen op de tocht afkomen dan bij andere tochten die ze aanbieden. “De titel ‘200 jaar’ zorgt er wel voor dat er mensen komen die echt geïnteresseerd zijn in het verhaal van Het Kanaal, dat maakt het toch speciaal”, vertelt Ingrid.
Ook spelen de kosten van de tocht een rol. “We hebben in samenwerking met de gemeente deze actie mogelijk weten te maken”, zegt Ingrid. Door de subsidie die hiervoor beschikbaar gemaakt is, kunnen ze deze rondvaart gratis aanbieden. “Mensen die normaal geen geld hebben voor zoiets als dit kunnen op deze manier toch mee, en dat is juist ook erg mooi. De reacties van alle mensen die meevaren zijn altijd hartstikke positief, je merkt echt dat ze het leuk vinden.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de rondvaart vertelt Ingrid uitgebreid over de geschiedenis van Het Noordhollandsch Kanaal, ondertussen heeft ze ook nog handen vrij om te zwaaien naar de schipper van de pond van Akersloot. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Ingrid is het varen over Het Kanaal niks nieuws, toch voelt het voor haar nu wel anders. “Als je in Alkmaar vaart kan je het Noordhollandsch Kanaal gewoon niet vermijden, dus er zijn zeker wel meerdere rondvaarten of dagtrips waarbij we over het kanaal varen, maar voor deze tocht heb ik me echt in de geschiedenis moeten verdiepen.” Dat blijkt ook wel uit alle informatie die ze tijdens de route aan de passagiers vertelt.
“Ik kom uit de buurt, maar wat ik nu toch allemaal te horen krijg, daar wist ik helemaal niks vanaf en dat vind ik erg leuk”, zegt één van de passagiers enthousiast. Iemand anders vult aan dat de tocht een ware eyeopener is. Ingrid begrijpt wel wat ze zeggen. “Door me zo te hebben verdiept in Het Kanaal ben ik ook dingen te weten gekomen die je normaal niet zou weten, en daarnaast heb je vanaf het water een hele andere kijk op de omgeving dan als je bijvoorbeeld met de auto hier langs rijdt. Ik kan wel zeggen dat door deze rondvaart de band die ik met het Noordhollandsch Kanaal heb veel sterker geworden is”, sluit ze af.
De Langedoiker Markt, een rasechte Langedijker traditie. Zo vindt ook Langedijker Bryan J. Walker. Hij noemt zich een echte liefhebber, maar merkt dat het de laatste jaren ondanks de gezelligheid, tóch anders was dan in het verleden. Daarom komt hij nu met het lied ‘Hart van Dijk en Waard’. Met het lied hoopt hij de markt meer onder de aandacht te krijgen van Langedijkers, en vooruit, ook van de rest van de regio.
“Ik woon al ruim 25 jaar in Langedijk”, begint Bryan. “Ik ging altijd naar de Langedoiker Markt met mijn kinderen, maar merkte dat er in de loop van de jaren wat veranderde.” Daar moet volgens hem iets aan gedaan worden. Dus omdat hij wel van een feestje houdt en het leuk vindt om op te treden, probeert hij extra aandacht voor de markt te krijgen met een heus Langedoiker Markt lied: ‘Hart van Dijk en Waard.’
De Langedoiker Markt wordt sinds 2015 georganiseerd door de familie Hazewinkel en is in 2023 Stichting Behoud Langedoiker Markt geworden. Om de jaarmarkt te kunnen behouden.
Maar er zit Bryan meer dwars. “Het is niet meer zoals het altijd was. De sfeer is er wel, maar anders, en dat is erg jammer. Elk jaar werd het beter en sinds een paar jaar wordt het weer minder. De gezelligheid en drukte van toen mis ik gewoon”, vertelt hij een beetje emotioneel aan Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de laatste editie van de markt was het volgend Bryan anders dan anders, hij miste de drukte en de gezelligheid van voorgaande edities. (Foto: Eddy Hooiveld)
Bryan hoopt dat door zijn lied meer mensen een kijkje komen nemen op de Langedoiker Markt. “Het zijn nu nog vooral mensen uit Langedijk en Heerhugowaard. Het zou leuk zijn als er bijvoorbeeld ook mensen uit Alkmaar of Castricum komen, en dat ook zij zich betrokken voelen.” Daarmee doelt hij ook op de mensen die net in de regio komen wonen. “Mensen moeten kennis maken met de markt.”
Daarnaast zou Bryan het leuk vinden als er weer meer “echte Langedijkers” met een kraampje op de markt zouden gaan staan. Maar dat is niet het enige waar het om draait. “Andere activiteiten zoals bandjes die muziek komen maken of spelletjes voor kinderen zijn ook belangrijk.” De stichting die de markt organiseert geeft aan dat daar al erg veel aan gedaan wordt.
“Ik zou het zo leuk vinden als kinderen of andere bezoekers geïnspireerd worden om zelf op de markt te komen staan’, sluit Bryan af. “Zo trekken we Dijk en Waard – waar veel mensen zichzelf nog altijd Heerhugowaarder of Langedijker noemen – dichter bij elkaar.”
De Kaasmarkt in de binnenstad van Alkmaar mag zich sinds kort eigenaar noemen van niet één, maar twee toeristische Michelinsterren. En dat is niet alles: De stad zelf en, het naastgelegen dorp, De Rijp krijgen ook beide een ster. “Dit is echt een erkenning voor alles en iedereen, we zijn heel trots.”
“Dat we een ster zouden krijgen voor de kaasmarkt had ik stiekem wel een klein beetje verwacht”, begint Ger Welber, directeur van stichting Hart van Noord-Holland. “Maar dat het er twee zijn, en dat daarnaast ook Alkmaar en De Rijp er eentje krijgen, vind ik echt een hele eer. Ik weet namelijk hoe schaars sterren zijn op dit vlak.” En daar heeft hij gelijk in. In Noord-Holland heeft tegenwoordig, naast Alkmaar, alleen Hoorn ook sterren.
De sterren hebben verschillende betekenissen. Zo staat één ster voor ‘een bezoek waard’ als je in de buurt bent, twee sterren voor ‘een omweg waard’ en drie sterren voor ‘de reis waard’. Dat Alkmaar – met één ster voor De Rijp – nu in totaal vier sterren heeft, houdt in dat onafhankelijke mensen hebben besloten dat een bezoek de moeite waard is, en een bezoek aan de kaasmarkt al helemaal. (tekst gaat door onder de foto)
De Alkmaarse kaasmarkt heeft maar liefst twee toeristische Michelinsterren gekregen. Dat houdt in dat een bezoekje een omweg waard is. (foto: Streekstad Centraal)
“Deze erkenning leidt, naast dat we natuurlijk trots zijn, ook tot meer bezoekers. We zetten in op dat de juiste bezoekers komen. We zorgen ervoor dat het hier geen Giethoorn of een Zaanse Schans wordt”, legt Welber uit. Dit doen ze door met de marketing zich niet op het hoogseizoen te richten, maar de toerisme te verspreiden. “We zetten ons daarnaast in op de groep die geen overlast verzorgt en ook langer in de stad verblijven. Dus geen vrijgezellenfeesten of mensen die alleen maar herrie schoppen.”
Alkmaar staat volgens Welber hierdoor echt in de spotlight, en daar profiteert de hele regio van. “Mensen brengen vaak ook een bezoekje aan Bergen of Castricum, dus de omliggende steden gaan hier ook zeker wat van merken. Dit alles zorgt ervoor dat Alkmaarders naar mijn mening best wat trotser op hun stad mogen zijn.”
Hoewel dit erg goed nieuws is, gaat er geen taart gegeten worden om het te vieren. “We hebben dit jaar steeds goed nieuws gehad, dus we komen anders veel te veel aan”, zegt Welber lachend. “Ik ben gewoon hartstikke trots. Niet alleen op onze organisatie, maar op alle mensen die bezig zijn om Alkmaar aantrekkelijk te maken. Ik zie de sterren als een erkenning voor alles en iedereen. De toekomst kan alleen nog maar mooier worden.”
Verpleegkundigen die niet meer vierentwintig uur per dag in huis of in het hospice zijn. Omdat de zorgverzekeraar dat niet meer betaalt. Bij Hospice Egmond zorgt dat vanaf begin juli in ieder geval voor hogere werkdruk bij de vrijwilligers. Toch ziet coördinator Els Rosenmöller – naast de behoefte aan meer vrijwilligers – vooral positieve kanten aan de bezuiniging.
“De verantwoordelijkheid en de taken van vrijwilligers worden anders, maar dat kan juist voor betere en leukere banden met de gasten gaan zorgen.” En dat is belangrijk want een hospice zorgt ervoor dat de mensen in hun laatste levensfase liefdevolle zorg krijgen. “We vinden het belangrijk dat de gasten die hier verblijven de zorg krijgen die ze verdienen”, zegt Rosenmöller. Om die zorg te kunnen bieden zijn verpleegkundigen, maar ook vrijwilligers nodig. “Ik ben heel blij met de negentig vrijwilligers die we hier hebben rondlopen.”
Vijftig van die vrijwilligers zijn echt op de werkvloer actief, en op die schouders komt nu meer druk door het wegvallen van de vierentwintig-uurs zorg. De zorgverzekeraars willen de 24-uurs zorg van Evean niet meer betalen. “We hebben daarom dringend behoefte aan nieuwe vrijwilligers. Mensen die het ‘fijn’ vinden om mensen uit bed te helpen, en meerdere mantelzorgactiviteiten op zich te nemen zijn van harte welkom. Het is echt dankbaar werk waar je veel energie uithaalt, maar je moet er wel voor gemaakt zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
Els Rosenmöller werkt als coördinator in Hospice Egmond, dat doet ze met veel plezier en aandacht. “De gasten verdienen het beste.” (foto: Streekstad Centraal)
Dat het een dankbaar beroep is stellen ook vrijwilligers Trienke uit Limmen en Wilma uit Bergen. “Het is lang niet altijd triest, wat veel mensen wel denken. Veelal hebben onze gasten de situatie waarin ze verkeren geaccepteerd en is er ook veel humor. En wij werken als vrijwilligers ook goed mee aan de sfeer. Een dienblad met bloemetjes, wat lekkers bij de koffie, er is veel mogelijk.”
Trienke en Wilma kijken zonder al te veel zorgen naar de toekomst als vrijwilliger bij Hospice Egmond. Ze willen beide met veel plezier hun werkzaamheden blijven uitvoeren. “In de vakantieperiodes, als er minder mensen beschikbaar zijn, moeten de mensen die er wel zijn misschien meer diensten draaien. Tenzij het aantal vrijwilligers de komende tijd groeit. Dat zou natuurlijk helemaal prachtig zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
Hospice Egmond werkt voor het overgrote deel met vrijwilligers. Zij krijgen vanaf 1 juli meer taken, maar ook meer verantwoordelijkheid. (foto: RTV80)
Dat er nieuwe taken en meer verantwoordelijkheid op de schouders van de vrijwilligers komt te liggen, ziet ook Rosenmöller in. “Het is nu al de bedoeling dat er steeds minimaal twee vrijwilligers de boel runnen, maar door de hogere werkdruk en de krappe bezetting kan het soms voorkomen dat één vrijwilliger het in zijn of haar eentje moet doen.”
Dat zou onwenselijke situaties met zich mee kunnen brengen. Rosenmöller schetst zo’n situatie: “Als een vrijwilliger visite moet verwelkomen, in een kamer iemand vraagt of er hulp geboden kan worden met naar het toilet gaan, in een andere kamer iemand aangeeft pijn te hebben en dat dan ook nog de vaatwasser leeggeruimd moet worden, dan gaat dat niet. We doen er dan ook alles aan om dit niet te laten gebeuren. Dan werken we gewoon een tandje harder, want je gaat de gasten niet laten zitten.”
Voorheen kon de verpleegkunde in dit soort gevallen nog een handje helpen, maar dat zal straks niet meer altijd lukken. Vrijwilligers zijn sowieso ’s nachts niet actief en overdag maar acht uur. “Maar we missen dan wel acht uur zorg, de gasten zullen dan iets langer moeten wachten tot er een verpleegkundige is die ze bijvoorbeeld wat extra morfine kan geven.” (tekst gaat door onder de foto)
Op het raam van het pand van Hospice Egmond hangt een flyer met daarop de vraag: “Heb jij nog een paar uurtjes over voor je dorpsgenoten? Word vrijwilliger bij ons hospice”, zo hopen ze nieuwe vrijwilligers aan te trekken. (foto: Streekstad Centraal)
Hoe de veranderingen ook zullen uitpakken, Rosenmöller wil er voor zorgen dat vrijwilligers en gasten niet de dupe worden van de verandering. “De vrijwilligers krijgen meer zorgtaken dan eerder. Denk aan bewoners naar het toilet of uit bed helpen. Het zijn geen verpleegkundige handelingen, want dat mogen de vrijwilligers niet, maar het komt er wel extra bij”, zegt ze. Toch weigert ze de ontwikkeling als negatief te zien en wil ze het vooral hebben over de mooie kansen die ze ziet. “Dit zorgt voor meer betrokkenheid bij de gast, wat voor een mooie verbinding kan zorgen.”
Rosenmöller ziet de toekomst dus positief in. “De gasten zullen, afgezien van soms iets langer wachten op de thuiszorg, niets merken van de veranderende werkwijze. We zijn goed voorbereid en hebben al trainingen georganiseerd waarbij vrijwilligers leren hoe je bepaalde taken moet uitvoeren”, legt ze uit. Daarmee wekt ze de indruk dat de 24-uurszorg eigenlijk niet écht nodig was, en de zorgverzekeraars een begrijpelijke stap hebben gezet. Een kwestie van goed voorbereiden.
“Verder bespreken we van tevoren goed wat de hulpvragen zijn voordat de verpleging vertrekt. De wijkverpleging kijkt naar het medicijngebruik en of alles goed gaat met de gasten. Daarnaast is er ook regelmatig contact met de huisarts. Als er geen verpleegkundige in huis is van wijkzorg Egmond, dan zijn ze oproepbaar. Ze moeten dan wettelijk gezien binnen een half uur aanwezig zijn. Ik verwacht dan ook geen grote problemen.”
De hulpdiensten zijn dinsdagmiddag met spoed opgeroepen voor een incident bij het Fletcher Hotel aan de Kennemerstraatweg in Heiloo. De alarmering ging over een steekpartij, maar bij aankomst werd alleen een slachtoffer gevonden. Het bleek om een poging te gaan om het eigen leven te beëindigen.
Voor het incident werden meerdere ambulances en een traumahelikopter gealarmeerd. Na beoordeling op locatie bleek de inzet van de traumahelikopter niet nodig en is deze afgemeld.
Het is de tweede keer in een maand tijd dat de hulpdiensten in de regio worden opgeroepen voor een vergelijkbaar incident bij een hotel waarin tijdelijk asielzoekers of statushouders verblijven. Het vorige incident vond plaats bij Hotel Akersloot.
In het Fletcher Hotel in Heiloo verblijven 80 asielzoekers.
Langs de Kanaalkade bruist het van de energie. De zon staat hoog aan de hemel, het water glinstert en de spanning is voelbaar tot in de tenen. Wie een beetje in de buurt komt hoort ze al: de trommels en kreten van de trommelaars. Het gaat vandaag om het zo hard mogelijk roeien op het Noordhollands Kanaal. Drakenbootfestival Race the Dragon 2025 is in volle gang.
Op het water liggen de bekende drakenboten klaar. Door de kleurrijke drakenkop herken je ze meteen. Gelegenheidsteams van collega’s, families en vrienden staan gespannen af te wachten tot ze straks met peddel en al plaats mogen nemen in de drakenboot. Voorop iedere boot zit een trommelaar die met stevige slagen het tempo aangeeft, en daarnaast ook de teams nog extra enthousiast probeert te maken. “En… go!” klinkt het, en meteen schieten de boten vooruit.
Voordat de race echt kan beginnen roeien de teams de drakenboot naar de start naast het politiebureau. Vanaf daar gaat na het startschot naar de finish die 200 meter verderop ligt, net voor de Ringersbrug aan de Noorderkade. (tekst gaat door onder de foto).
Het publiek aan de kant stond te dringen voor een goed plekje om de drakenboten langs te zien komen, op weg naar de finish. (foto: Streekstad Centraal)
Langs de kant staat het publiek rijen dik. Vrienden, opa’s, oma’s, kinderen en collega’s juichen, zwaaien en schreeuwen hun longen uit hun lijf. “Kom op, nog een stukje!” klinkt het, terwijl de boten het laatste stuk naar de eindstreep afleggen.
De trommels zijn het eerste dat de argeloze voorbijganger opvalt, pas daarna zien ze de langgerekte en kleurrijke drakenboot zelf. De trommels zijn er niet voor de show, ze zijn zelfs onmisbaar. Ze geven het tempo aan en zorgen ervoor dat alle roeiers precies gelijk roeien. Tenminste, dat is hde bedoeling. De praktijk is weerbarstiger. De teams die er in slagen écht synchroon te roeien en de trommel te volgenvzijn eigenlijk altijd de winnaar
Als een team richting de startlijn roeit vraagt een toeschouwer zich af of het straks wel goed gaat komen. “Dit is natuurlijk helemaal niet synchroon, ik mag hopen dat het straks wat beter gaat”, zegt ze lachend tegen haar vriend. “Anders kunnen ze de winst wel vergeten.”
En dan is het zo ver. Nadat de strijd om de vierde plek erop zit, is het tijd voor de finale om de podiumplekken. “Ik kwam net helemaal nat uit die boot omdat ik met mijn peddel het water zo mijn gezicht in schepte, dat was een goed leermoment, dus dat doe ik nu niet meer”, zegt een deelneemster tegen Streekstad Centraal. “Of dat ook echt lukt moeten we nog maar zien.”(tekst gaat door onder de foto).
Op weg naar de start. En over de synchroniteit: hier is al goed te zien dat er nog wel de nodige ruimte is voor verbetering. (foto: Streekstad Centraal)
Na het startschot merkt ook het publiek aan de zijkant dat deze wedstrijd er voor de roeiers echt toe doet. Het fanatisme werkt aanstekelijk. De mensen springen op en zoeken snel een plekje langs de rand van de kade uit. “Jaaa kom op! Kom op! Jullie liggen voorop”, klinkt het vanaf de zijkant.
De boten in de finale zijn aan elkaar gewaagd en meter voor meter schuiven ze naar elkaar én richting het eindpunt. Uiteindelijk is er één team dat nét iets meer power, ritme en vuur toont. Onder luid gejuich schieten ze over de finish. Als symbolisch slot glijden ze triomfantelijk onder de ‘pissende ijsbeer’ door die sinds kort aan de Ringerskade staat.
Toch gaat het zaterdagmiddag niet alleen om het winnen. Het is vooral het teamgevoel dat telt. Maar het kan ook nog simpeler: “Ik ben gewoon al heel erg blij dat het én droog is, én niet al te hard waait, én dat we gewoon weer een leuke middag over het water kunnen racen”, sluit een trouwe fan van de Race the Dragon blij af.
De vierde en laatste dag van de Wandel4daagse Alkmaar was er een om te herinneren. Onder een brandende zon en met tropische temperaturen liepen duizenden deelnemers hun laatste kilometers richting het centrum van de stad. De sfeer was warm – letterlijk en figuurlijk – en de opluchting en blijheid bij aankomst op het Waagplein was niet te missen.
Deze slotdag van de Wandel4daagse Alkmaar stond deels in het teken van het Noordhollandsch Kanaal, dat dit jaar precies 200 jaar bestaat. De route volgde dan ook lange stukken langs het water en door de groene omgeving van Alkmaar en omliggende dorpen.
Een mooie route, vonden niet alleen de wandelaars. “We genieten, en dat zeg ik ook namens de hond”, zegt een wandelaar enthousiast. Maar het lekkerste van de dag liet nog even op zich wachten. “Straks lekker een biertje op het Waagplein!”
Daar werden de deelnemers feestelijk onthaald. Met muziek, bloemen, medailles en luid applaus liep iedereen via de rode loper over de finish. Sommigen met een brede glimlach, anderen zichtbaar vermoeid, maar allemaal erg trots.
Het was toch een beetje een spannende situatie op de Kanaalkade in Alkmaar zaterdagmiddag. De dienst Explosieven Opruiming van het ministerie van defensie werd door de politie gevraagd om een explosief te onderzoeken en te verwijderen.
Bij een duikoefening van de brandweer werd – in de ochtend – een tas met inhoud van de bodem gehaald. Daar bleek een Cobra 6, een stuk zwaar vuurwerk in te zitten.
De explosieven opruimingsdienst (EOD) moest er daarom aan te pas komen. Als een Cobra 6 nat wordt, wordt het explosief instabiel en daarom werd er geen risico genomen. Een deel van de Kanaalkade werd afgezet.
De Cobra 6 is meegenomen door de EOD en zal later tot ontploffing worden gebracht. De Kanaalkade was daarna weer volledig bereikbaar voor verkeer.