Het is droog. Toch klinkt het bekende geluid van de maaimachine geregeld langs sloten overal in de regio. Gemeenten hebben een planning voor het maaien en die planning was er nou eenmaal al voordat het droog werd. Toch blijken er wel verschillen te zijn, leert navraag van Streekstad Centraal.
Vooral Dijk en Waard doet het net even anders dan de andere gemeenten – en wijst daarmee mogelijk de weg voor de toekomst. “Een klein deel van de bermen wordt in de zomer gemaaid”, verklaart de woordvoerder van de gemeente. Maar: “Binnen gemeente Dijk en Waard maaien we de slootranden pas in het najaar. Er wordt bewust voor gekozen om zo min mogelijk te maaien in perioden met hitte.”
Daarmee is Dijk en Waard de kritiek vóór die elders wel klinkt: dat er toch wel veel begroeiing wordt weggemaaid in een tijd die voor de natuur al moeilijk genoeg is. Door te maaien is de bodem minder goed beschermd tegen de hete zon en dat heeft effecten op het bodemleven. (tekst gaat door onder de foto)
Deze week werd er gemaaid in de Oudorperpolder. (foto: Streekstad Centraal)
“De invloed van deze werkzaamheden op de temperatuur en vochtigheid van de bodem tijdens droge periodes hebben wij niet onderzocht”, reageert de persvoorlichter van de gemeente Alkmaar op vragen over het maaien dat daar gewoon ‘volgens planning’ door blijft gaan. “Daarom kunnen wij geen uitspraak doen over het effect hiervan.”
Alkmaar is dan ook niet van plan om, zoals Dijk en Waard wel doet, in de nabije toekomst pas ná de zomer te gaan maaien. “Nee, op dit moment vinden wij het nog niet nodig om een andere planning te maken.” Wel zegt Alkmaar ‘de ontwikkelingen rond klimaat en beheer’ in de gaten te houden, dus er kan later wel wat veranderen.
De praktijk heeft in Alkmaar nu al tot een kleinere wijziging geleid. “Het maaien van kort gras is momenteel tijdelijk stilgelegd. Door de droogte groeit dit nauwelijks, waardoor maaien op dit moment niet nodig is.” (tekst gaat door onder de foto)
De droogte is overal zichtbaar. (foto: Streekstad Centraal)
In de BUCH-gemeenten wordt ook gewoon gemaaid, ondanks de droogte. Maar daar wordt wel gekeken naar hoe het anders kan. “We begrijpen de kritiek. Het maaien van bermen kan er inderdaad toe leiden dat de bodem meer wordt blootgesteld aan zon en daardoor gevoeliger is voor uitdroging en opwarming”, erkent de woordvoerder van de gemeentelijke samenwerkingsorganisatie.
Die planning is er tegelijk ook niet zomaar. “De planning van het maaien is onderdeel van een bredere planning voor onderhoud”, zegt de woordvoerder. “Zo hangt het maaien van slootranden samen met het schouwen en het onderhoud van sloten. Daarnaast verkleint regelmatig maaien de hoeveelheid droog gewas in de bermen en daarmee de kans op bermbranden.” Met name in de duinstreek is de vrees voor branden groot, met al die kwetsbare natuur.
Hoewel er dus praktische kanten aan het verhaal zitten, kijken de planners van de BUCH wel naar de kansen van een ander maaibeleid. Lange droge periodes zullen naar verwachting vaker gaan voorkomen. Het is dus niet ondenkbaar dat wat nu alleen in Dijk en Waard de praktijk is, in de toekomst ook elders in de regio de standaard wordt.
Een parkeerplaats waar op een warme zomerdag bloemen tussen de auto’s groeien. De Molen van Piet die na een flinke metamorfose weer vrij in de wind staat. Voor Paul Weidema van Stadswerk072 zijn het projecten waar jarenlang over is nagedacht, getekend en overlegd. Nu blijken ze samen goed voor een plek op het wereldpodium: Alkmaar behoort tot de laatste drie kandidaten voor een AIPH World Green City Award.
De gemeente is met de inzending Like Alkmaar finalist in de categorie Living Green for Water. Daarmee neemt Alkmaar het in Hong Kong op tegen Melaka in Maleisië en Bunia in de Democratische Republiek Congo. In totaal zijn wereldwijd 21 finalisten gekozen, verdeeld over zeven categorieën. Alkmaar is de enige Nederlandse finalist. (tekst gaat verder onder de foto)
Paul Weidema laat eerder dit jaar zien wat er is gebeurd op het Bolwerk rond de Molen van Piet. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Weidema zit de bijzonderheid juist niet in één spectaculair project. “Met de inzending Like Alkmaar laten we zien hoe we op allerlei plekken in de stad vergroening inzetten als antwoord op vraagstukken rond wateroverlast, droogte, hittestress en biodiversiteit”, zo verklaart hij de nominatie. “De kracht zit juist in de optelsom van verschillende projecten die samen hebben geleid tot deze internationale nominatie.” (tekst gaat verder onder de foto)
Bij de Kneppelbrug op het Bolwerk zijn sinds enige tijd bloemperken te bewonderen, die een bijdrage leveren aan het insectenrijk en de biodiversiteit. (foto: aangeleverd)
Wie die optelsom wil zien, hoeft niet ver te zoeken. Vijf Alkmaarse projecten vormen samen het verhaal: de Laat, het Bolwerk rond de Molen van Piet, het Urkplein, de Hans de Riesstraat en de Arubastraat. Twee liggen in en rond de binnenstad, de andere drie in Alkmaar-Noord.
Vooral die laatste locatie kent inmiddels een eigen succesverhaal. Streekstad Centraal stond eerder op de parkeerplaats aan de Arubastraat toen daar, bijna op bestelling, een flinke regenbui viel. Waar vroeger een grauwe stenen vlakte met straatkolken lag, zakte het water nu tussen de begroeiing de bodem in. De parkeerplaats is tegelijkertijd parkeerplaats én groene ruimte geworden. (tekst gaat verder onder de foto)
De parkeerplaats aan de Arubastraat onderging een groene metamorfose. (foto: Erik Boschman)
Het project won eerder al de landelijke Park Positive Impact Trofee. “Eigenlijk een kleine prijs als je dat zou vergelijken met een eerdere Europese prijs, laat staan de Award waar we nu voor genomineerd zijn”, zo licht Weidema toe. De projectleider brengt daarmee de Green Cities Europe Award nog eens in herinnering, die al in 2022 in de wacht werd gesleept. “Deze methode valt dus internationaal op en spreekt tot de verbeelding.” (tekst gaat verder onder de foto)
De vergroening van de parkeerplaats aan de Arubastraat won eerder al landelijke prijzen en maakt nu internationaal furore. (foto: Streekstad Centraal)
Weidema was toen al zichtbaar trots op wat er uit de plannen was gegroeid. “Ik vind het schitterend. Je bedenkt zoiets op een tekentafel, en dan is het heel mooi om te zien hoe zoiets in de praktijk uitpakt”, vertelde hij in februari. “Volgens mij is het nu een voorbeeld voor hoe parkeerplaatsen in de toekomst overal in Nederland ingericht kunnen worden.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Molen van Piet heeft na de herinrichting van het Bolwerk geen last meer van hoge bomen om de wieken te laten draaien. (foto: aangeleverd)
Een heel ander gezicht van dezelfde aanpak is te vinden rond de Molen van Piet. Daar begon het verhaal eigenlijk met een praktisch probleem: bomen namen een deel van de windvang van de monumentale molen weg. Wat begon als een zoektocht naar een oplossing daarvoor, groeide uit tot een veel grotere herinrichting van het Bolwerk. (tekst gaat verder onder de foto)
Op het Bolwerk kwamen op verschillende plekken meer bloemperken. (foto: aangeleverd)
Het betekende bomen snoeien en weghalen, nieuwe soorten planten en het historische park opnieuw inrichten. Daarbij moest rekening worden gehouden met onder meer de molen, bomen, vleermuizen en andere dieren. Ook dat project maakt nu deel uit van Like Alkmaar: volgens de gemeente laat het zien hoe klimaatadaptatie, erfgoed en de kwaliteit van de openbare ruimte samen kunnen gaan. (tekst gaat verder onder de foto)
De vergroening rond de Molen van Piet begon met de noodzaak om de hoge bomen te snoeien om de windvang niet te hinderen. (foto: Streekstad Centraal)
Dat een verzameling van zulke lokale ingrepen nu internationaal wordt bekeken, geeft de nominatie extra gewicht. De AIPH World Green City Awards zijn bedoeld voor steden die groen gebruiken bij vraagstukken als klimaatadaptatie, biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid en waterbeheer. Projecten worden daarbij onder meer beoordeeld op impact, innovatie, schaalbaarheid en maatschappelijke meerwaarde. (tekst gaat verder onder de foto)
Het doel van de vergroening in Alkmaar is onder meer om regenwater langer vast te houden, zoals hier aan de Hans de Riesstraat. (foto: aangeleverd)
Alkmaar krijgt bovendien niet alleen een stoel bij de prijsuitreiking. De stad is gevraagd tijdens het internationale congres in Hongkong een workshop te verzorgen over Like Alkmaar. Paul Weidema reist in de laatste week van oktober samen met wethouder Robert te Beest naar Hongkong voor het congres en de uitreiking.
Op de Laat-West in de Alkmaarse binnenstad heeft de straat plaats gemaakt voor bomen en groenperkjes. (foto: aangeleverd)
Weidema vertaalt voor ons het verzoek waarom de jury graag wil dat ze in Hong Kong workshops komen geven: ”Ze schrijven: ‘wij denken dat het werk dat is verricht in het kader van het Like Alkmaar-project een geweldige bron is voor andere steden om van te leren en dat het duidelijk potentieel heeft om te worden opgeschaald naar andere steden over de hele wereld.’” (tekst gaat verder onder de foto)
De vergroening van het Urkplein in Alkmaar-Noord leverde positieve reacties op van omwonenden. (foto: aangeleverd)
Of Alkmaar straks daadwerkelijk ook met deze internationale prijs naar huis komt, moet in oktober blijken. Maar voor Weidema zit een belangrijk deel van het verhaal al in wat er thuis te zien is. Niet één groot prestigeproject, maar een winkelstraat, een molenpark, woonstraten en zelfs een parkeerterrein die stukje bij beetje anders zijn ingericht. (tekst gaat verder onder de foto)
De vergroening van de parkeerplaats aan de Arubastraat is ook goed voor een betere afwatering bij regenbuien. (foto: Streekstad Centraal)
En juist die parkeerplaats aan de Arubastraat vat dat misschien wel het beste samen. Waar auto’s een paar jaar geleden nog op een vrijwel volledig versteende vlakte stonden, bloeien ‘s zomers planten tussen de parkeervakken en verdwijnen flinke regenbuien de bodem in. Een verandering die in Alkmaar-Noord heel tastbaar is, en die nu duizenden kilometers verderop volop in de aandacht zal staan. (Aangeleverde foto’s: Stadswerk072 of Erik Boschman)
Het is Stichting Heilloze Weg opnieuw gelukt om een streep te zetten door een prestigieus ruimtelijk project in Heiloo. Nadat het college van burgemeester en wethouders de omgevingsvergunning herriep voor de bouw van “CirQulus 2.0” op bedrijventerrein Boekelermeer, is de projectontwikkelaar nu bezig met een nieuwe aanvraag. Daardoor moet de hele procedure opnieuw worden doorlopen.
Het besluit van Heiloo volgt op een zeer kritisch advies van de bezwaarschriftencommissie, die oordeelde dat de gemeente het besluit onzorgvuldig had voorbereid. Het besluit vertoonde flinke hiaten.
Het omstreden bouwproject, gepland op de hoek van de Droogmakerij en de Middenweg, moet het sluitstuk worden van het Heilooër deel van bedrijventerrein Boekelermeer. De gemeenteraad stemde vorig jaar na flinke discussie ermee in, zij het met de kleinst mogelijke meerderheid (10 tegen 9).
Het plan voorzag in de bouw van een groot kantoorgebouw, een distributie- en opslaghal en detailhandel op de begane grond, bijvoorbeeld de verkoop van auto’s. De vergunning hiervoor werd eind vorig jaar verleend, maar ligt nu definitief in de prullenbak. (tekst gaat verder onder de foto)
Projectontwikkelaar H2O Vastgoed is alweer druk bezig aan de tekentafel om een nieuwe aanvraag te kunnen indienen, die de hele procedure opnieuw moet doorlopen. (illustratie: aangeleverd)
Stichting Heilloze Weg klom begin 2026 direct in de pen en diende een uitgebreid bezwaarschrift in tegen het besluit. Volgens de stichting rammelde de vergunning aan alle kanten. Zo past het geplande gebouw met een hoogte van 25 meter niet binnen de geldende ruimtelijke regels, die in beginsel slechts 20 meter toestaan.
Bovendien vreesde Heilloze Weg dat de nieuwbouw de horizon ernstig zou vervuilen en zelfs vanuit Velsen en Wijk aan Zee te zien zijn. Daarnaast werd gewezen op het historische karakter van een stolpboerderij aan de overzijde van de Kanaalweg, die door deze blikvanger aan de rand van de bebouwde kom zou worden overschaduwd.
Tijdens de hoorzitting bleken de bezwaren van de stichting echter veel dieper te gaan dan alleen het ontwerp. Sinds 2024 geldt in Heiloo een verplichte burgerparticipatie bij grote afwijkingen van het omgevingsplan. De ontwikkelaar had deze participatie echter overgeslagen; gesprekken met de buren en belanghebbenden werden pas opgestart toen het bezwaar van Heilloze Weg al op de mat lag. (tekst gaat verder onder de illustratie)
De hoogte van het pand op de hoek van de Middenweg en de Droogmakerij was één van de bezwaren van stichting Heilloze Weg. (illustratie: aangeleverd)
Daarnaast stelde de stichting dat de gemeente van onjuiste cijfers was uitgegaan. Volgens Heilloze Weg werd gerekend met verkeerde parkeernormen, waardoor er te weinig parkeerplaatsen zouden zijn ingetekend.
Ook over de exacte functie van het pand bleef grote onduidelijkheid bestaan: hoewel de vergunning sprak over een kantoor en distributiehal, leek het plan ook ruimte te maken voor een showroom voor bijvoorbeeld auto’s, boten, caravans, keukens of sanitair.
Volgens Heilloze Weg kon die onduidelijkheid ook gevolgen hebben voor onder meer de berekeningen van verkeer en stikstof en voor de vraag of een milieueffectrapportage nodig was.
De bezwaarschriftencommissie concludeerde in april dat de vergunning onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. Zo bestond volgens de commissie onduidelijkheid over onder meer de precieze functies en omvang van het gebouw en waren verschillende gevolgen daarvan onvoldoende onderzocht. De commissie adviseerde daarom het besluit niet in deze vorm in stand te laten en nader onderzoek te doen. (tekst gaat verder onder de foto)
Het bedrijfsgebouw Cirqulus 2.0 is gepland op een zichtlocatie aan de rand van Heiloo, met uitzicht over een weidevogelgebied. (foto: Streekstad Centraal)
Dit leidde uiteindelijk tot het herroepen en weigeren van de omgevingsvergunning. Volgens architect John Kerssens, die optreedt als woordvoerder van de projectontwikkelaar, wordt er inmiddels druk gewerkt aan een nieuw plan. “Dit wordt minstens zo mooi als het vorige”, zo stelt hij desgevraagd.
Volgens hem blijft het nieuwe ontwerp deze keer helemaal binnen de normen van het bestemmingsplan. Om die reden zal er deze keer ook geen ruimte zijn voor detailhandel in het bedrijfsgebouw, alleen kantoren en opslagruimte. Hij wil echter liever geen enkele publiciteit voor de nieuwe plannen, totdat de nieuwe omgevingsvergunning onherroepelijk is. Hij deelt daarom liever geen nieuwe ontwerpen met Streekstad Centraal: “Ik hoop dat je dat begrijpt.”
Toch zullen de nieuwe plannen ongetwijfeld opnieuw kritisch worden beoordeeld door Stichting Heilloze Weg. Voor de stichting, die in 2015 werd opgericht met als doel het behoud van natuur, landschap en een gezonde fysieke leefomgeving in en rond Heiloo, is dit niet het eerste succes bij een bezwaar- of beroepsprocedure. De stichting heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een geduchte opponent van allerlei geplande ontwikkelingen in Heiloo. (tekst gaat verder onder de foto)
De herinrichting van de Vennewatersweg liep jaren vertraging op doordat Heilloze Weg verschillende beroepsprocedures wist te winnen. (foto: Streekstad Centraal)
Eerder wist de stichting al de herinrichting van de Vennewatersweg tegen te houden bij de Raad van State. Bovendien ging Heilloze Weg met succes in beroep tegen de bestemmingsplannen voor de woonwijk Zandzoom en was het een van de bezwaarmakers die de aanleg van de nieuwe afslag van de A9 bij Heiloo-Zuid wisten tegen te houden. De juridische tegenslagen en jarenlange vertraging die volgden, groeiden voor de gemeente uit tot een financieel debacle. De juridische tegenslagen en jarenlange vertraging die volgden, groeiden voor de gemeente uit tot een enorm financieel debacle.
Met de overwinning in de CirQulus-zaak laat Stichting Heilloze Weg opnieuw zien dat de natuurbeschermers moeilijk zijn te negeren als het gaat om de fysieke leefomgeving in Heiloo. Ook het college van Heiloo kan er inmiddels niet meer omheen: plannen die rammelen of die via geitenpaadjes de eindstreep moeten halen, houden in Heiloo simpelweg geen stand.
De informatiebijeenkomst die is aangekondigd voor dinsdagavond in Het Trefpunt in Heiloo over de provinciale plannen voor de Oosterzijpolder en het Heilooër kan rekenen op massale belangstelling. Er zijn zelfs zoveel aanmeldingen, dat de organisatie raads- en commissieleden uit Heiloo dringend heeft verzocht om hun plaatsen af te staan aan andere inwoners van het dorp.
In een e-mail die maandagavond is verstuurd naar raads- en commissieleden van de partijen Heiloo-2000, PRO Heiloo, CDA en D66, doet fractievoorzitter Edith de Jong van Gemeentebelangen Heiloo namens de organiserende partijen een beroep op deze collega-raadsleden. De bijeenkomst is zo populair dat de organisatie, ondanks het boeken van een extra zaal, veel geïnteresseerde inwoners dreigt te moeten teleurstellen. (tekst gaat verder onder de foto)
Fractievoorzitter Edith de Jong van Gemeentebelangen Heiloo (GBH) (foto: Streekstad Centraal)
“Ons doel is om met deze bijeenkomst de inwoners van Heiloo te informeren”, zo schrijft De Jong. Zij wijst erop dat raads- en commissieleden al over een informatievoorsprong beschikken via hun eigen kanalen en bovendien op maandag 24 augustus uitgebreid worden geïnformeerd tijdens een officiële gemeentelijke Raadsinformatieavond (RIA). “Vandaar dat wij jullie dringend verzoeken om jullie plaats af te staan aan een inwoner van Heiloo.” De organisatie belooft de politici achteraf te voorzien van alle gedeelde informatie.
De bijeenkomst wordt gezamenlijk georganiseerd door Gemeentebelangen Heiloo (GBH), Landschap Noord-Holland, Erfgoedvereniging Heemschut en de Vogelwerkgroepen Alkmaar en Midden-Kennemerland. De massale belangstelling onder de inwoners van met name de oostelijke wijken Plan Oost en Ypestein lijkt goed te verklaren uit de stukken in het dossier. (tekst gaat verder onder de foto)
De Oosterzijpolder is bij veel mensen bekend van de bloembollenvelden die in april en mei langs de A9 in bloei staan. (foto: Streekstad Centraal)
De kern van de belangstelling ligt bij de nieuwe Ontwerp-omgevingsvisie Noord-Holland 2050, die tot en met 31 augustus ter inzage ligt. In deze visie overweegt de provincie om het bestaande bedrijventerrein de Boekelermeer aan te wijzen als ‘Industrieterrein van Provinciaal Belang’ (IPB). Daarbij zijn er plannen om dit terrein met 70 hectare uit te breiden, waarvan zo’n 40 tot 50 hectare op het grondgebied van de gemeente Heiloo ligt, in de historische droogmakerij van de Oosterzijpolder.
Inwoners en maatschappelijke organisaties maken zich ernstige zorgen over de mogelijke gevolgen van deze plannen. Ze vrezen de aantasting van natuur en cultuurhistorisch landschap. De Oosterzijpolder is een Beschermd Provinciaal Landschap (BPL), maakt deel uit van het Oer-IJ-gebied en grenst aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gebied is een belangrijk leefgebied voor weidevogels, zoals de grutto, en ligt direct in de zichtlijnen van de monumentale landgoederen Nijenburg en Ter Coulster. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
De provincie Noord-Holland heeft de zomermaanden uitgetrokken om zienswijzen en andere inspraakreacties te verzamelen. (foto: Streekstad Centraal)
Daarnaast zijn er zorgen over gezondheid en geluidsoverlast. Bewoners vrezen voor een optelsom van omgevingslawaai van de A9, spoor, vliegverkeer en de Boekelermeer. Bovendien heerst er ongerustheid over de eventuele toekomstige plaatsing van windturbines en de komst van zware industrie bij de woonwijken.
De timing van deze politiek georganiseerde bijeenkomst is voor veel Heilooërs cruciaal. De formele termijn om een zienswijze (bezwaarschrift) in te dienen bij de provincie Noord-Holland sluit over drie weken, maar de officiële Raadsinformatieavond (RIA) van de gemeente Heiloo staat pas gepland voor maandag 24 augustus.
Critici en bewonersgroepen wijzen erop dat dit voor de inwoners zeer laat is. Er blijft dan slechts één week over om alle informatie te verwerken en een formele zienswijze op te stellen. De bijeenkomst van dinsdagavond wordt door de betrokken organisaties en bezorgde inwoners daarom gezien als belangrijk moment om tijdig de nodige informatie te verzamelen en zich voor te bereiden op de formele inspraakprocedure.
De bijeenkomst in Het Trefpunt (Abraham du Bois Hof 2) begint om 19:30 uur, maar wie zich dinsdag nog niet had aangemeld via Gemeentebelangen Heiloo, moet waarschijnlijk worden teleurgesteld door de organisatie.
De nieuwe stikstofplannen van het kabinet kunnen ook gevolgen hebben voor woningbouw, ondernemers en boeren in Alkmaar. Hoe groot die gevolgen zijn, is nog niet duidelijk. Wel ligt de Eilandspolder, een beschermd Natura 2000-gebied, in de gemeente. Daarom wil de fractie van OPA weten wat de plannen betekenen voor woningbouw, ondernemers en boeren.
Voor Alkmaar is dat geen ver-van-je-bed-show. Aan de oostkant van de gemeente ligt de Eilandspolder, een gebied met de beschermde status waar het hier om gaat. Met in dat gebied meerdere boerenbedrijven, en natuurlijk dorpen. Victor Kloos van OPA is er niet gerust op. “Welke betekenis heeft dit voor de gemeente Alkmaar?” (tekst gaat door onder de foto)
Victor Kloos maakt zich zorgen om boeren en bouwers. (foto: OPA)
De grote vraag voor OPA is of de nieuwe plannen van het kabinet ervoor zorgen dat toekomstige bouwprojecten met extra onderzoeken, strengere regels of langere vergunningstrajecten te maken krijgen. Dat kan niet alleen gevolgen hebben voor woningbouw, maar ook voor bedrijven, scholen, zorginstellingen, sportvoorzieningen en andere projecten. Ook boeren in de omgeving kunnen met de nieuwe regels te maken krijgen.
OPA wil daarom weten welke woningbouwlocaties en bedrijventerreinen mogelijk binnen de nieuwe zones vallen. Ook vraagt de partij het college om in kaart te brengen wat de gevolgen voor Alkmaar kunnen zijn en hoeveel ruimte de gemeente straks nog heeft om zelf keuzes te maken.
Volgens OPA zijn de vragen niet bedoeld om de bescherming van Natura 2000-gebieden ter discussie te stellen. “Bescherming van waardevolle natuur is belangrijk”, benadrukt ook Victor Kloos. De partij wil vooral duidelijkheid over de gevolgen van de landelijke plannen voor woningbouw, de economie, voorzieningen en de boeren in Alkmaar.
Nog voordat het ontwerp van de nieuwe wandelbrug naar het Oosterdelgebied is gepresenteerd, klinken er al zorgen over de gevolgen voor de natuur en de omgeving. Lokaal Dijk en Waard wil van het college weten hoe wordt voorkomen dat de nieuwe verbinding leidt tot schade aan het kwetsbare Eerstelingenpad in het Kanaalpark en heeft daar vragen over gesteld.
De wandelbrug moet de Westdijk in Heerhugowaard verbinden met het Eerstelingenpad – het onverharde wandelpad langs het Oosterdelgebied dat ook wel bekend staat als het ‘klompenpad’. Met de brug wordt een nieuwe wandelroute gemaakt tussen het Stationskwartier in Heerhugowaard en het Oosterdelgebied. De brug is een belangrijk onderdeel van het Kanaalpark, het landschapspark dat de voormalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk beter met elkaar moet verbinden.
De plannen voor de brug liepen onlangs vertraging op. De presentatie van het ontwerp werd uitgesteld nadat bleek dat de provincie zwaardere eisen stelt aan onder meer de fundering en de aanvaarbeveiliging van de brug. Daardoor moet het ontwerp worden aangepast en vallen de kosten hoger uit dan eerder was voorzien. De gemeente is hierover in gesprek met de provincie. Zolang daar geen duidelijkheid over is, kan het ontwerp niet worden gepresenteerd en kan ook de aanbesteding nog niet starten. (tekst gaat door onder de foto)
Het Oosterdelgebied trekt nu al veel wandelaars. Lokaal Dijk en Waard vraagt zich af wat de gevolgen zijn als daar straks meer bezoekers bijkomen.(foto: gemeente Dijk en Waard)
Juist die vertraging is voor Lokaal Dijk en Waard aanleiding om kritisch naar de plannen te kijken. Omdat het Eerstelingenpad door een kwetsbaar natuurgebied loopt, blijft het pad onverhard en alleen toegankelijk voor wandelaars. Ook de nieuwe brug is daarom uitsluitend bedoeld voor voetgangers. Volgens de partij roept dat de vraag op hoe het gebied beschermd blijft als straks meer mensen gebruikmaken van de nieuwe route.
“Hoe denkt het college te voorkomen dat bij een toename van recreatief gebruik van het Eerstelingenpad schade ontstaat aan vegetatie en vogels en andere diersoorten worden verstoord?”, vraagt raadslid Clementine Schuurman. Ze wijst erop dat het pad op sommige plekken smal is en in natte periodes extra kwetsbaar. Ook vraagt ze hoe wordt voorkomen dat meer bezoekers leiden tot extra slijtage aan het pad en de dijk, zonder dat het karakter van het Eerstelingenpad verloren gaat.
Daar blijft het volgens Schuurman niet bij. Op delen van het Eerstelingenpad zijn honden niet toegestaan of moeten zij worden aangelijnd, maar volgens gebruikers worden die regels regelmatig overtreden. Ook zouden wandelaars bij de molen geregeld van de route afwijken, waardoor onveilige situaties ontstaan. Ze wil weten hoe de gemeente daarmee omgaat als het straks drukker wordt.
Ook de omgeving komt in de vragen terug. Zo wil Schuurman weten hoe bewoners van de Sluiskade en de molenaar worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen. Daarnaast vraagt ze welke provinciale eisen hebben geleid tot de vertraging van de brug en welke gevolgen dat heeft voor de kosten van het project.
Het college heeft dertig dagen de tijd om de schriftelijke vragen te beantwoorden. (hoofdfoto: Gemeente Dijk en Waard)
In antwoord op vragen van het CDA deelt de gemeente Alkmaar meer details over het ‘hitteplan’ in de regio. Want ja, dat bestaat dus wel degelijk. Al lieten de vragen van de Alkmaarse CDA-fractie hierover meteen ook wel zien dat het met de publieke bekendheid van dit hitteplan nog wel beter kan.
Raadslid Sasja Spek zag dat er tijdens hete dagen toch wel wat onduidelijkheid was bij mensen: waren er in Alkmaar wel koelteplekken om heen te gaan, zoals in andere gemeenten? Op eerdere vragen van het CDA-raadslid kwamen niet meteen de antwoorden die ze zocht.
“Uit de beantwoording blijkt niet of de gemeente ook beschikt over een aanpak of protocol gericht op de bescherming en informatievoorziening van kwetsbare inwoners tijdens perioden van extreme hitte”, stelde ze begin juli vast. (tekst gaat door onder de foto)
Een ‘Lokaal Hitteplan’ voor heel Noord-Kennemerland (foto: DPRA werkregio Noord-Kennemerland)
Maar dat hitteplan is er dus zeker wel. “Er is een lokaal hitteplan regio Noord-Kennemerland opgesteld”, reageert het college nu. “Dit hitteplan vormt een basis en wordt geïmplementeerd in Alkmaar.”
Het bewuste plan staat nu ook op de website van de raad en is dus eenvoudig raadpleegbaar. In dat plan wordt onder meer gesproken over de koelteplekken waar Spek om vroeg: gemeenten zouden volgens het plan moeten ‘onderzoeken waar (mogelijk) koele verblijfsplaatsen zijn en hoe deze ingezet kunnen worden in perioden van hitte.’ Te denken valt aan gebouwen met airconditioning waar mensen naar kunnen uitwijken als het thuis niet uit te houden is.
Tijdens de afgelopen hittegolf heeft Alkmaar dit actiepunt wel opgepakt, zegt het college. “Zorg- en welzijnsorganisaties zijn gevraagd hun gekoelde ruimtes open te stellen voor inwoners tijdens perioden van extreme hitte.” De vraag is alleen wel of die inwoners dat ook wisten. (tekst gaat door onder de foto)
De bibliotheek is een koele, openbaar toegankelijke plek, ook op hete dagen. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente heeft wél extra aandacht besteed aan dak- en thuislozen, een groep die extra kwetsbaar is op hete dagen. Maar ook mensen die in een verouderde, slecht geïsoleerde en nauwelijks hittebestendige woning zitten kunnen baat hebben bij koelte.
Het college verwijst ook naar de ‘digitale tweeling’, waar een koeltekaart te vinden zou moeten zijn. “De koeltekaart is openbaar toegankelijk, maar de informatie is niet voor alle inwoners even eenvoudig te interpreteren”, erkent het college. “Daarom wordt er gewerkt aan een meer gebruiksvriendelijke presentatie van deze informatie.”
Verder wijst het college naar ‘partners’ als de GGD, die de communicatie moeten doen. Volgens Alkmaar is het bestaande hitteplan een goede basis, maar moet een en ander nog wel verder worden uitgewerkt. Dat gaat ook gebeuren, maar uit de antwoorden blijkt niet op welke termijn.
Eigenaren van hotels en andere recreatieve overnachtingsplekken in Alkmaar ontvangen een waarschuwende brief van de gemeente. In de brief legt de gemeente uit dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) actief op zoek is naar nieuwe opvanglocaties, mogelijk in hotels. “Mocht u benaderd worden door het COA, neem dan contact met ons op.”
De gemeente hoopt met de brief de basis te leggen voor nog beter overleg met de hoteleigenaren, om zo te voorkomen wat eerder wel gebeurde in Hotel Alkmaar. Daar plaatste het COA statushouders terwijl dat volgens de lokale regelgeving helemaal niet mag.
“Indien de opvang strijdig is, zijn wij genoodzaakt te handhaven, met mogelijke boetes tot gevolg”, schrijft de gemeente. “Goede communicatie met alle betrokken partijen is voor ons heel belangrijk.” (tekst gaat door onder de foto)
De opvang in Hotel Alkmaar leidde tot politieke opschudding. (foto: Streekstad Centraal)
Het COA heeft grote problemen met het vinden van goede opvanglocaties voor statushouders en asielzoekers. Al langer kijkt de organisatie daarom naar hotels. Dat gebeurt ook in de gemeente Alkmaar. “Het COA benadert regelmatig hotels en andere accommodaties voor verblijfsrecreatie voor de tijdelijke opvang van mensen”, is de ervaring van de gemeente.
De opvang in Hotel Alkmaar laat zien dat het COA ook daadwerkelijk slaagt in zijn pogingen om op deze manier locaties te vinden, maar Alkmaar was daar dus allerminst gelukkig mee. Inmiddels verblijven er in het hotel nog 24 mensen, dertig anderen zijn er intussen weer weg. Het doel is dat deze opvang helemaal verdwijnt.
Van andere hoteleigenaren verwacht de gemeente eerlijke communicatie. Alkmaar wil het direct weten als hoteleigenaren worden benaderd door het COA. Het is dan zaak om snel te bepalen of een eventuele opvang wel voldoet aan de regels.
“Elke plaatsing moet zowel juridisch als planologisch getoetst worden”, legt de gemeente uit. “Er moeten bindende afspraken gemaakt worden over bijvoorbeeld duur, doelgroep, aantallen.”
Tijdens een volgend overleg met hoteleigenaren zal de gemeente nadere toelichting geven over de brief en de afspraken met het COA.
Er staan lijntjes op de grond, er zijn metingen verricht. De gemeente Alkmaar is écht wel bezig met de Bestevaerbrug. Maar concreet zijn de plannen voorlopig allerminst. In een bericht aan de raad erkent het college van Alkmaar de ‘complexiteit’ van deze al zo lang gewenste oeververbinding. “Extra doorlooptijd.”
Dat het niet helemaal lekker liep met de Bestevaerbrug, dat was al wat ondernemers ter plaatse inschatten. De brug moet toch ergens komen, daar moeten mogelijk mensen worden uitgekocht – maar dat vlot allerminst.
Toch bleef realisatie van deze brug over het kanaal ook voor het nieuwe college een belangrijk streven. Een weliswaar autoluwe verbinding tussen Overdie en Nieuw Oudorp is goed voor de stad, is de overtuiging van de regerende partijen.(tekst gaat door onder de foto)
Een foto uit 2023. De bomen zijn inmiddels gerooid, de woonark heeft een andere plek. (foto: Streekstad Centraal)
Die overtuiging is ook zeker niet nieuw. Het plan voor de brug is een geschiedenis op zich. Op de uitvoering liep het steeds stuk en ook nu blijkt dat dus behoorlijk ingewikkeld te zijn. “Begin 2026 is het projectteam gestart om de technische en ruimtelijke uitwerking van de brug vorm te geven”, blikt het huidige college terug op wat onder het vorige begon.
Hiervoor werkt de gemeente samen met externe partijen, om alles goed in kaart te kunnen brengen. Eerder bleek na navraag van Streekstad Centraal ook al dat een stuk kanaaloever was gehuurd van de provincie, die het grootste deel van deze oevers beheert. Het is dus allang geen exclusief Alkmaars plannetje meer, er zijn heel andere partijen betrokken geraakt.
“Het projectteam werkt momenteel aan het voorontwerp”, meldt het college. “Tijdens deze fase is een aantal complexe project overschrijdende sleutelvraagstukken geïdentificeerd.” Oftewel: het gaat niet vanzelf. (tekst gaat door onder de foto)
De situatie dit voorjaar. Inmiddels is de witte fundering rechts bebouwd. (foto: Streekstad Centraal)
“Dat vraagt om een zorgvuldige analyse, gerichte oplossingsrichtingen en afstemming met onder meer de vaarwegbeheerder”, schrijft het college in het bericht aan de raad. Er is dus nog meer externe samenwerking nodig. “Het gaat hierbij om ondergrond en infrastructuur, fysieke inpassing van de brug in de ontwikkellocaties Nieuw Oudorp en Overdie, verkeersafwikkeling en het technisch borgen van maatregelen om de verkeersstromen per etmaal te beperken.”
Daarnaast zijn er in de directe omgeving van het plangebied vragen over de uitkoop. Het helpt daarbij niet mee dat het in de huidige vastgoedmarkt lastig is een goed alternatief te vinden voor een bedrijfspand dat nu nog op de plek van de toekomstige brug staat. Al hield de gemeente er in eerdere antwoorden rekening mee dat er nog een andere ‘aanlanding’ voor de Bestevaerbrug gevonden wordt.
Hoofdbrekens genoeg en dus duurt het langer voor de plannen vaste vorm kunnen krijgen, schrijft het college deze week. “Deze fase vraagt om extra doorlooptijd”, is de voorlopige conclusie. “Door de complexiteit van bovengenoemde technische vraagstukken en de afstemming met partners en directe omgeving heeft het besluitvormingsproces meer tijd nodig dan verwacht. Wij verwachten u het eerste kwartaal van 2027 een ontwerp van de brug te kunnen voorleggen.”
Wie al jarenlang op een sociale huurwoning wacht, vraagt zich waarschijnlijk wel eens af: wie krijgt die woningen eigenlijk? Gaan ze vooral naar mensen met urgentie, naar vergunninghouders of naar weer iemand anders? Nieuwe cijfers van Heiloo geven daar voor het eerst inzicht in. Daaruit blijkt dat steeds meer woningen ‘gewoon’ via de wachtlijst worden toegewezen.
Vorige maand vroeg de VVD om meer openheid over de verdeling van sociale huurwoningen. Volgens de partij ontbrak het aan een helder overzicht, terwijl de druk op de woningmarkt groot is en het aantal nieuwe sociale huurwoningen beperkt blijft.
Uit de cijfers blijkt dat vorig jaar 126 sociale huurwoningen verhuurd werden in Heiloo. Daarvan gingen er 55 woningen naar inwoners die binnen de gemeente verhuisden. De overige 71 woningen kwamen terecht bij nieuwe instromers.
Van die nieuwe instromers kreeg bijna twee derde een woning via de reguliere wachtlijst. Dat aandeel is de afgelopen jaren flink gestegen: van 40 procent in 2022 naar 64 procent vorig jaar. Tegelijkertijd nam het aantal woningen dat via een urgentieverklaring werd toegewezen af. (tekst gaat door onder de foto)
Kennemer Wonen is één van de woningcorporaties in de regio, gevestigd in Heiloo. (foto: Streekstad Centraal)
Ook het aandeel woningen voor vergunninghouders is de afgelopen jaren afgenomen. Vorig jaar werden twaalf sociale huurwoningen aan vergunninghouders toegewezen. Daarmee werden 25 mensen gehuisvest. Dat komt neer op 17 procent van de nieuwe instromers. Vier jaar geleden lag dat aandeel nog op 23 procent. Gemeten over alle sociale huurwoningen die vorig jaar in Heiloo werden verhuurd, gaat dat om minder dan tien procent.
De cijfers laten ook zien dat een klein deel van de woningen via andere routes wordt verdeeld. Zo gingen twee woningen via bemiddeling, twee via woningruil en vier via het transferpunt voor mensen die uit een zorginstelling komen. Waar in eerdere jaren ook nog woningen via loting werden verdeeld, gebeurde dat vorig jaar niet meer.
Volgens het college is meer inzicht in de woningverdeling belangrijk. Tegelijkertijd plaatst het een kanttekening bij de cijfers. Ongeveer de helft van de woningzoekenden uit Heiloo vindt uiteindelijk een sociale huurwoning in een andere gemeente binnen de SVNK-regio. Die verhuizingen zijn niet terug te zien in dit overzicht. (hoofdfoto: foto: Pixabay / Oleksandr Pidvalnyi)