De smalle straten van Egmond-Binnen staan vol met mensen, terrassen zitten afgeladen en overal klinkt geroezemoes. Tussen de drukte door kijkt Cor Tervoort (82) tevreden om zich heen. Samen met twee vrienden bedacht hij vijftig jaar geleden het dorpsfeest Egmond op z’n Kop, en nog altijd trekt het evenement duizenden bezoekers. “Saamhorigheid, leven in de brouwerij en dat er steeds weer een nieuwe groep jonge gasten opstaat om het over te nemen. Ik sta hier met een trots gevoel.”
Het begon allemaal in 1975. “We zaten met z’n drieën in de kroeg en merkten dat het dorp een beetje in slaap raakte”, vertelt Cor. “Toen hoorden we dat er in Sint Maarten een wedstrijd paalzitten was. Dat leek ons wel wat om in Egmond te doen.”
De paal waar de deelnemers op zitten is twee meter hoog, en het zitvlak is maar 40 bij 40 centimeter. “Daar moet je dan dag en nacht op blijven zitten – vier dagen lang”, vertelt Cor aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Ondertussen bleven de kroegen open, ook ’s nachts. En zelfs in de kleine uurtjes liepen er nog honderden mensen door het dorp. Het was echt een spektakel”, blikt hij terug. (tekst gaat door onder de foto)
Net als 50 jaar is er ook deze editie weer een wedstrijd paalzitten. (foto: NH Nieuws)
Inmiddels is het evenement uitgegroeid tot een vaste waarde in de regio. “Het is 50 jaar geleden dat we dit met drie man opzetten,” zegt Cor. “En nu zie je dat om de vijf à zes jaar een nieuwe groep jonge mensen het stokje overneemt en het organiseert. Dat is het mooie, zo blijft het doorgaan.”
Het dorpsfeest trekt nog ieder jaar duizenden bezoekers. Naast het paalzitten zijn er muziekoptredens, spelletjes, markten en natuurlijk volop ruimte voor gezelligheid. “Het gaat al 50 jaar echt om de saamhorigheid. Het belangrijkste is dat de sfeer in het dorp behouden blijft en dat lukt ieder jaar weer.”
Terwijl de klanken van Franse chansons klinken, verandert het grasveld rond het Witte Kerkje in Groet zaterdag in een klein stukje Frankrijk. Liefhebbers van het land, en alles wat daarbij hoort, struinen langs kramen met nostalgisch servies, sieraden, kleding en meubels. Alles met een vleugje Parijse elegantie.
Maar achter het schilderachtige decor schuilt een zorg: de Franse Brocante Fair, al 45 jaar een publiekstrekker, kampt met een steeds schaarser aanbod. Zelfs in Frankrijk zelf is goede brocante moeilijk te vinden. Organisator Marjan Huisman vreest dat zonder voldoende écht Franse vondsten, het voortbestaan van haar geliefde markt op het spel staat.
Toch heeft ze het weer voor elkaar gekregen, voor de 45e keer. Ze organiseert de markt niet alleen omdat ze het zelf leuk vindt, maar vooral omdat er elk jaar weer animo voor is. Ook dit jaar weer, ziet Huisman. “Het blijft populair, mensen komen elk jaar weer van ver, speciaal voor dit marktje. Dat doet goed om te zien.” (tekst loopt door onder de foto)
In totaal stonden er zaterdag zeventien kraampjes rondom het Witte Kerkje (foto: Streekstad Centraal)
Op de Franse Brocante Fair, zoals de markt officieel heet, wordt Franse brocante verkocht. Dan gaat het niet om rommelmarktspullen afkomstig uit Frankrijk, benadrukt Marjan, maar om oude Franse spullen die nog een zekere kwaliteit bezitten en het liefst ook nog een dosis elegantie met zich meebrengen.
Het streven is dat de zeventien marktkraamhouders enkel en alleen Franse brocante verkopen, maar die opgave wordt steeds groter. Wie zaterdag over de markt loopt, ziet naast Franse kleding, sieraden en Frans servies ook een stapel Linda’s, Ralph Lauren shirts en een oudhollandse koektrommel liggen. (tekst loopt door onder de foto)
Al 45 jaar organiseert Marjan de Franse Brocante Fair in Groet (foto: Streekstad Centraal)
“Het wordt steeds moeilijker om Franse brocante te vinden, dus we moeten soms helaas een beetje bijvullen met spulletjes die niet helemaal binnen het thema passen”, vertelt Marjan aan Streekstad Centraal. “De Fransen lijken steeds minder waarde aan te hechten aan hun oude spulletjes en laten het verstoffen, gooien het weg of verkopen het aan buitenlanders. Vroeger kon je op Franse marktjes nog veel vinden, maar tegenwoordig is het een enorme klus om het te verkrijgen.”
Nu Franse brocante steeds schaarser wordt, komt ook het voortbestaan van Marjans markt onder druk te staan. “Ik inventariseer elk jaar in februari of de marktkraamhouders – vaak dezelfde – nog genoeg aanbod hebben. Het wordt steeds minder, maar we hebben nog net genoeg elk jaar om het Franse karakter te behouden. Alleen ik weet niet hoe lang dit nog houdbaar is. De toekomst is onzeker.” (tekst loopt door onder de foto)
Familie van Mariete (r) had nog wel wat Franse brocante. Zaterdag stond het in de verkoop (foto: Streekstad Centraal)
Ook marktkraamhouder Mariete uit Heiloo komt steeds moelijker aan oude Franse spulletjes. “Wat we vandaag verkopen, is van onze familie, maar als je nu naar Frankrijk gaat om marktjes af te struinen naar mooie brocante, sta je voor een enorme opgave.”
Dirk, die zijn kraampje naast die van Mariete heeft opgesteld, weet er alles van. Deze zomer was hij nog in Frankrijk. Met moeite wist hij nog wat chique, oude Franse borden en vazen te vinden, “maar het wordt steeds lastiger. Ik hoop dat het lukt om de markt nog elk jaar te houden, want dit is uniek in de provincie.”
Door de schaarste in Franse brocante, neemt de animo voor de markt in ieder geval niet af, durft Marjan te stellen. “De mensen komen uit het hele land tegenwoordig. En ik spreek ook veel Duitse toeristen die speciaal voor de markt een dagje naar Groet gaan tijdens hun vakantie.” (tekst loopt door onder de foto)
Om de Franse sfeer nog wat te stimuleren, klinken er zaterdag vrolijke Franse liederen uit een accordeon (foto: Streekstad Centraal)
Een groepje van vijf dames is zaterdag speciaal voor de markt naar Groet gekomen vanuit Arnhem. “Het is toch een vrij unieke markt, en we zijn allemaal liefhebbers van de Franse cultuur, dus dan is het de rit waard. Het stelt zeker niet teleur, het aanbod is goed en de sfeer is echt lekker Frans”, zegt er een met rood vestje van haar favoriete Franse merk in haar hand.
De Franse sfeer wil Marjan maar al te graag behouden. Maar zonder Franse brocante verliest de markt de charme waarmee de markt succesvol is geworden, stelt ze. “Ik ga per jaar bekijken of het doorgaat. Ik hoop dat het nog een paar jaar kan doorgaan, maar dan moet het aanbod wel voldoende blijven, want het moet geen rommelmarkt worden. Als dat punt wordt bereikt, is het mooi geweest.”
Als je aan Ernst Huider vraagt waar zijn liefde voor treinen vandaan komt, hoeft hij niet lang na te denken. “Dat zat er al vroeg in,” zegt hij met een glimlach. Zijn vader was vroeger altijd bezig met modeltreinen en dat sloeg al snel over. Als kind stond Ernst geregeld op station Heerhugowaard – camera in de aanslag – om foto’s en video’s te maken van echte treinen. Dit jaar viert hij samen met zijn vrouw en werknemers een bijzondere mijlpaal: Huider Modelbouw bestaat 25 jaar. “Op naar de volgende 25 jaar.”
Voordat hij zijn eigen winkel begon, werkte Ernst tien jaar lang bij Intertoys, waar hij in 1990 gevraagd werd om de modeltreinenafdeling te coördineren. In 2000 was het tijd voor de volgende stap: een eigen zaak. Wat begon in een klein pand aan de Bevelandseweg in Heerhugowaard, groeide al snel uit tot dé plek voor modelbouwliefhebbers uit het hele land. (tekst loopt verder onder de foto)
Ernst Huider bij de modelbaan die volgens hem nooit af zal zijn: Huiderstad (foto: Streekstad Centraal)
“Binnen een paar maanden moesten we al verhuizen omdat het zo hard ging,” vertelt Ernst. “We verhuisden toen naar het Stationsplein waar we door de jaren heen zijn uitgebreid door aangrenzende panden bij het bedrijf te trekken.” Inmiddels zit de winkel op een fijne plek aan de M. de Klerkweg in Heerhugowaard. “Net als de andere locaties heeft ook dit pand zicht op het spoor, en daar lette ik ook standaard op bij het zoeken naar een pand.”
Loop je in de winkel naar boven, dan betreed je Ernst’ treinenwereld: Huiderstad. Een enorme modelbaan waar hij al jaren aan werkt. “Het begon ooit op zolder bij ons thuis, maar sinds 2013 heb ik hem verplaatst naar de winkel,” vertelt hij. De baan is meterslang en zit bomvol details: van oude Duitse dorpen tot het oude station van Heerhugowaard met zijn kenmerkende drie sporen. (tekst gaat door onder de foto)
Op de zolder van het pand is de modelbaan van Ernst te bewonderen, en daar zitten al flink wat uurtjes werk in. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de open dagen – waarvan er weer eentje aankomt – kunnen bezoekers een kijkje nemen op de zolder, waar verschillende treinen over het spoorrijden. Elk in hun eigen tijdperk – van de jaren ’50 tot aan de jaren ’90. “Ik steek er elk vrij uurtje in dat ik heb,” zegt Ernst. “Maar echt klaar zal het nooit zijn.”
Wat Huider Modelbouw bijzonder maakt, is niet alleen het uitgebreide aanbod, maar vooral de sfeer en kennis. “We hebben klanten uit het hele land, die speciaal hierheen komen voor onderdelen of advies,” zegt Ernst. “En dat is ook precies waar het vaak misgaat bij anderen. Je moet een balans hebben: niet alleen liefhebber zijn, maar ook weten wat je verkoopt. De nazorg, de kennis, het contact met klanten, dat maakt het verschil tussen falen of slagen.”
Een van de klanten bevestigt enthousiast het verhaal van Ernst. “Ik kom vanuit het oosten van het land speciaal voor deze winkel hierheen”, vertelt hij. “Het aanbod wat ze hier hebben is zo groot dat ze alles hebben wat ik zoek. Helemaal als er nieuwe treinen binnenkomen wil ik er snel bij zijn.”
Dat merkt Ernst ook op. “Als er een nieuw model in het assortiment komt dan krijgen we vaak al ver van tevoren mailtjes van geïnteresseerden”, vertelt hij. “Die moeten dan vaak wel nog een lange tijd wachten voor ze het model ook echt in hun handen kunnen houden.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens open dagen kunnen bezoekers de modelbaan van Ernst komen bewonderen, dan is de stad ‘Huider’ te bekijken en rijden treinen van verschillende tijdvakken over de secuur neergelegde rails. (foto: Streekstad Centraal)
Dat het bedrijf al 25 jaar succesvol draait, is in deze tijd bijzonder. “De modelbouwwinkels worden steeds schaarser,” ziet Ernst om zich heen. “Maar wij zijn er nog, en daar zijn we best trots op.”
Ernst kijkt met veel plezier terug op de afgelopen 25 jaar, maar stiekem ook alvast vooruit. “Een 50-jarig jubileum? Dat zie ik zeker nog gebeuren,” zegt hij. “Stiekem hoop ik dat mijn kinderen de modelbouw net zo leuk vinden als ik, zodat ze het op een dag over kunnen nemen.”
Voor nu heeft in ieder geval zijn dochter Sara al een eigen station in zijn project op de zolder van de winkel. Over de baan op zolder grapt hij: “Om alles helemaal af te krijgen heb ik nog zo’n 150 jaar nodig.” Voorlopig blijft hij gewoon lekker bouwen aan zijn droomwereld op zolder. Treinen laten rijden, dorpen perfectioneren, details toevoegen.
Huider is al 25 jaar lang een bekende naam in de wereld van de modeltreinen. (foto: Huinder)
Het 25-jarig jubileum wordt op zaterdag 13 september groots gevierd. Die dag komt de grootste stoomloc van Nederland naar Heerhugowaard voor een feestelijke rit. Bezoekers kunnen instappen voor een unieke reis met de stoomtrein – tussen Heerhugowaard, Alkmaar, Schagen en Hoorn. “Dat was nog wel een gedoe met de NS en ProRail om het geregeld te krijgen, maar het is gelukt. De kaartverkoop is al gestart,” vertelt Ernst tevreden.
In en rond de winkel is er die dag van alles te doen: demonstraties op de grote modelbaan, optredens van modelspoorclubs en zelfs een historische NZH-bus die pendelt tussen station en winkel.
Hij wordt overspoeld met schouderklopjes, warme woorden en stevige knuffels. De meesterlijke poffertjesbakker Pieter Visser is vrijdag even het middelpunt van de Kaasmarkt, en niet voor niks: hij staat dit jaar precies 50 jaar op de Kaasmarkt met zijn poffertjeskraam. Het jubileumjaar kan natuurlijk niet zomaar voorbijgaan. Vrijdag mag Pieter Visser met het luiden van de bel de Kaasmarkt openen. “Geweldig, een enorme eer!”
Terwijl Pieter om 10.00 uur trots de bel luidt en de Kaasmarkt opent, gaan de poffertjes al als warme broodjes over de toonbank. Niet alleen de kaas, klompen en kaasdragers zijn de bekende vergezichten op de Kaasmarkt, ook de poffertjeskraam van Pieter Visser is al vijftig jaar vaste prik. De kaasdragers die Pieter in het Kaasdragershuisje in de Waagtoren feliciteren met het jubileum, kunnen zich geen Kaasmarkt zonder zijn poffertjeskraam voorstellen, vertellen ze. (tekst loopt door onder de foto)
Om 10.00 uur opende Pieter vrijdag trots de Kaasmarkt (foto: Streekstad Centraal)
Pieters liefde voor poffertjesbakken begon al vroeg. Als tiener werkte hij bij een poffertjeskraam in zijn woonplaats Zwolle, toen nog als bijbaantje. Want Pieter maakte zich op voor een carrière als jurist, maar eenmaal aan het eind van zijn studie trok een carrière als poffertjesbakker hem toch meer. Na toch maar gesolliciteerd te hebben bij een bank, wist hij het zeker. “Die blauwe blazers en rode gaatjesschoenen, in combinatie met die arrogantie, bah.”
“Ik hecht gewoon heel veel waarde aan vrijheid”, legt hij uit aan Streekstad Centraal. “En die vrijheid heb ik als ik lekker poffertjes kan bakken, als jurist minder.” Alleen werken voor een baas als poffertjesbakker was niet weggelegd voor de toen nog jonge, opstandige Pieter. De goedlachse, bedreven marktkoopman herinnert zich nog wel de conflicten met zijn toenmalige baas. “Ik had een salarisgeschilletje met hem. Hij wilde me te pakken krijgen, maar ik bleef rondjes rennen om zijn poffertjeskraam. Als hij naar rechts ging, ging ik naar links, en andersom. Hij kreeg me niet te pakken”, vertelt Pieter met een ondeugende glimlach. (tekst loopt door onder de foto)
Inmiddels is Pieters dochter Martine fulltime bezig met de poffertjeskraam (foto: Streekstad Centraal)
Eenmaal in bezit van een eigen poffertjeskraam, verdween de opstandigheid niet. Precies vijftig jaar geleden wist hij een plekje te bemachtigen op de Kaasmarkt, maar tevreden met het plekje was hij allerminst. “Ik werd in een hoekje weggestopt. Ik stond niet eens op het Waagplein zelf, maar om het hoekje in de Marktstraat. Daar komen de mensen natuurlijk niet, dus toen heb ik mijn poffertjeskraam na een paar weken gewoon op het Waagplein gezet. Er was wat verzet, maar ik kreeg wel gelijk van de marktmeester, dus ik bleef staan, want ik kreeg veel meer klanten.”
Met weer dat vleugje ondeugendheid verwierf Pieter dus definitief een mooie plek op de Kaasmarkt. Sindsdien mistte Pieter vrijwel nooit een Kaasmarkt in Alkmaar. “Al was ik ziek of regende het met bakken uit de lucht, ik stond er.” (tekst loopt door onder de foto)
Pieter zag het ook de Kaasmarkt drukker en drukker worden de laatste jaren, maar aan zijn bereidingswijze is nooit wat veranderd (foto: Streekstad Centraal)
Hoewel hij inmiddels steeds meer overlaat aan zijn twee dochters die hij zonder moeite het bedrijf in heeft weten te slepen, nog steeds is hij op elke Kaasmarkt aanwezig. “Vooral voor de gezelligheid, en ook om een oogje in het zeil te houden.” Maar, ook niet onbelangrijk, om een poffertje te eten. Hoe lekker hij ze ook vindt, hij kan zich beheersen en snoept enkel op vrijdag van zijn eigen poffertjes. Maar dan wel geserveerd naar zijn eigen voorkeur: met heel veel slagroom.
Het normale recept is een goed bewaard familiegeheim. Pieter en zijn dochters weten zich inmiddels vakkundig om de grote vraag heen te praten. Het enige dat ze kwijt willen: “Er zitten geen melk en eieren in”. De koperen bakplaten, die hij al jaren gebruikt en geenszins van plan is te vervangen, zijn onderdeel van het succes. “Het beslag op de plaat moet een bepaalde dikte hebben om de juiste kwaliteit te krijgen. Daar zijn deze platen perfect voor.” (tekst loopt door onder de foto)
Uiteraard moest de goedlachse poffertjeskoning even op de berry, je luidt immers maar één keer in je leven de kaasmarktbel! (foto: Streekstad Centraal)
Ook al heeft Pieter het vrijdag druk, toch heeft hij nog tijd om zelf even een paar poffertjes te bakken. “Het was ontzettend leuk en echt een grote eer om de bel te luiden, maar poffertjes bakken blijft toch het leukst”, vertelt hij stralend. En voor hem zeker op de Kaasmarkt. “Ik ben overal in Europa geweest met mijn kraam, maar hier op de Kaasmarkt lijken de mensen de grootste portemonnee te hebben.”
En als het aan Pieter ligt, blijft dat nog heel lang zo. Hij heeft er alle vertrouwen in heeft dat zijn dochters de traditie voortzetten. “Over vijftig jaar staat de poffertjeskraam denk ik nog steeds op de Kaasmarkt,” zegt hij. “Misschien ooit niet meer met mij erachter, maar de geur en smaak zullen hetzelfde blijven, want mijn dochters zijn inmiddels ook begenadigd poffertjesbakkers.”
Ter ere van het 200-jarig jubileum van het Noordhollandsch Kanaal is het kinderboek ‘Melle en de magische schep’ feestelijk gepresenteerd bij Van der Meulen’s Boekhandel in Alkmaar. Voor schrijfster Els Schipper is het iets wat ze al heel lang wilde doen. “Dit was het moment.”
Tijdens de presentatie van het kinderboek, die werd bijgewoond door jong en oud, werd het eerste exemplaar van het boek door Els overhandigd aan wethouder cultuur Jan Hoekzema. Aansluitend werd er een stukje voorgelezen, waarna er ruimte was voor vragen en signeren.
“Een kinderboek is iets wat al lang op mijn verlanglijstje staat”, vertelt Els aan Streekstad Centraal. “Sinds ik moeder ben, ben ik zelf veel gaan voorlezen. Door het jubileum van het Kanaal werd er een zaadje geplant waardoor ik wist dat dit het moment was.” (tekst gaat door onder de foto).
Els Schipper las tijdens de boekonthulling al een deel van haar boek voor aan de jongste bezoekers. (foto: Streekstad Centraal)
Voor het boek heeft Els samengewerkt met illustrator Saskia Mendez. “Ik kreeg de ruwe versie van de teksten, waar ik verschillende schetsen bij maakte”, legt Saskia uit. “Na de schetsen een paar keer heen en weer te hebben gestuurd en te horen wat Els er van vond, en akkoord te hebben gekregen is dit uiteindelijk het boek geworden”, sluit ze trots af.
‘Melle en de magische schep’ neemt lezers mee op een tijdreis langs het Noordhollandsch Kanaal. Hoofdpersoon Melle, die net verhuisd is, nog wat moet wennen aan zijn nieuwe buurt en het Kanaal nogal saai vindt, begint op een gewone middag aan een buitengewoon avontuur. Met zijn metaaldetector vindt hij een bijzondere schep, die hem door draaikolken en verhalen heen voert naar het verleden, het heden en zelfs de toekomst van het water.
Het boek is sinds 7 juli te koop bij Van der Meulen’s Boekhandel aan de Langestraat in Alkmaar.
Waar de meeste mensen zich tijdens de vakantie om acht uur nog een keertje omdraaien, is dat maandagochtend in Akersloot wel anders. Op de slotdag van de kermis maakt het Akercity Kermis Stunt Team voor de allerlaatste keer gebruik van hun geliefde traditie: het plagen van de eigenaar van café ’t Hoorntje – tijdens de kermis bekend als De Deun – met een ludieke stunt.
De bezoekers van De Deun konden maandagochtend pas bij café ’t Hoorntje naar binnen als ze door een doodskist waren gelopen. Daarna is er ‘licht aan het einde van de tunnel’, zoals de mannen van het Akercity Kermis Stunt Team het noemen. De groep mannen staat bekend om hun creatieve stunts tijdens de kermis – elk jaar weer.
“Heel in het begin wist ik zelf van de stunts af”, vertelt kroegeigenaar Jan Sanders. “Maar na een tijdje vonden de jongens het leuker als het voor mij ook een verrassing was. Dat heeft me heel veel slapeloze nachten bezorgd”, zegt hij lachend. (tekst gaat door onder de foto).
Het was al vroeg een gezellige boel in kroeg ’t Hoorntje in Akersloot. De bezoekers waren gekleed in roze, speciaal voor het afscheid van “Deuntje”. (foto: Streekstad Centraal)
De stunt van dit jaar is een condoleance als afscheid van het “Deuntje”, het muziekprogramma dat optredens verzorgt tijdens de kermis. De eigenaar van de kroeg verkoopt het café in december, waardoor ook de toekomst van de kermis op losse schroeven staat. Het is bovendien de aller-allerlaatste stunt van het Akercity Kermis Stunt Team, wat de mannen van het stuntteam allemaal toch ook jammer vinden.
“Het zou zo zonde zijn als het na al die jaren gewoon ophoudt”, zegt een van de leden van het stuntteam. “Als er nou gewoon een groep vrienden bedenkt van ‘hé dat wat zij doen, dat kunnen wij ook’, zouden we dat zo leuk vinden.” (tekst gaat door onder de foto)
Met de grootste voorpret halen de mannen van het Akercity Kermis Stunt Team de doodskist op uit de achtertuin van een van de leden, een eindje van de kroeg vandaan. Daarna moet het gaan gebeuren. (foto: Streekstad Centraal)
Omdat het er voor nu nog niet naar uitziet dat er een nieuwe groep ‘stunters’ opstaat, is de stunt van maandagochtend voorlopig de laatste. “Veel mensen verwachten niet dat er nog iets gaat gebeuren naast de ingang die we tot een kerkhof hebben omgebouwd”, vertelt Paul Teuthof. “Maar om tien uur komt de echte stunt.”
Iets voor tienen verlaten de mannen de kroeg en gaan ze naar de achtertuin van een van de leden. “Even de doodskist halen”, klinkt het. Eenmaal in de achtertuin legt Paul nog even snel uit wat de bedoeling is terwijl de rest van de mannen roze handschoenen en een zwart petje pakken. (tekst gaat door onder de foto).
Met bijpassende roze rookbommen komt de doodskist het terrein van de kroeg op. Daar maakt het team een rondje zodat de plekken voor het bier op de deksel ook goed in gebruik genomen kunnen worden. (foto: Streekstad Centraal)
“Tijdens de stunt gaan we met een doodskist en rookbommen een rondje door de hele tent maken, ik hou dan een korte toespraak, en als hoogtepunt gaat dan de deksel van de kist af. Daarna gaat het feest door met kleffe cake en bier”, vertelt Paul enthousiast. “Een mooie afsluiter.”
De mannen vinden het jammer dat er na al die jaren een einde komt aan de stunts rondom de kermis, maar ze kijken met opgeheven hoofd terug naar de stunts uit het verleden. Een van de bekendste acties was vorig jaar, toen het team een replica bouwde van het kunstwerk ‘Contemplatorium’ dat eerder mysterieus uit Akersloot was verdwenen. Bezoekers dachten even dat het echte kunstwerk terug was, tot bleek dat het een stunt was. (tekst gaat door onder de foto).
Als de mannen van het Akercity Kermis Stunt Team het terrein van de kroeg opkomen staan veel nieuwsgierige dorpsgenoten al met hun telefoons in de aanslag om de stunt vast te leggen. (foto: Streekstad Centraal)
“En zo hebben we nog heel veel verhalen, als we ze allemaal afgaan zijn we morgen nog bezig.” Toch komen de verhalen los wanneer Streekstad Centraal met de mannen van het team in gesprek gaat. “We hebben een keer het Hilton nagebouwd zodat de bezoekers van de kermis net als Herman Brood van het gebouw af moesten springen.”
“Aan de achterkant hadden we toen een kiepwagen vol met broden neergezet waardoor de val werd gebroken en je gewoon goed terecht kwam. Dat heeft toch voor een hoop troep gezorgd voor Jan, de eigenaar, dat is niet normaal”, vertelt Paul lachend. (tekst gaat door onder de foto).
Het hoogtepunt van de stunt wordt bereikt als de deksel van de kist afgehaald wordt en er een hele boel ballonnen – met een briefje met het nummer van de eigenaar van de kroeg – de lucht in worden gelaten. (Foto: Streekstad Centraal)
“Vroeger vond het feest nog binnen in de kroeg plaats, en toen hadden we een van de barkeepers zo ver dat hij mee wilde helpen. Boven de kroeg zit een luik en die hebben we toen helemaal gevuld met van die ballenbakballen. Dat waren er meer dan 16000.”
“En toen dachten de mensen van ‘o dit jaar doen ze niks’, maar toen om een uur of elf werd het luik open getrokken en lag door de hele kroeg een laag ballen, heel kinderachtig maar toch ook wel erg leuk.”
Voor de mannen gaat het niet alleen om de uitvoering van de stunts, maar het voorwerk is eigenlijk het aller leukst. “We zijn hier ruim van te voren altijd al mee bezig, en als je dan zo met z’n alle bezig bent en naar iets toewerkt met zo veel lol, dan is dat echt genieten”, sluit Paul af.
Het laatste weekend van Zomer Op Het Plein zette een kroon op de editie van 2025. Net als eerdere weekenden kon het publiek in de open lucht genieten van gratis optredens op het Alkmaarse Canadaplein. Het bleef niet altijd helemaal droog, maar dit jaar hoefde geen enkele voorstelling door slecht weer naar binnen te worden verplaatst.
Vrijdagavond zorgde cabaretière Selma Visscher voor de aftrap van het slotweekend. Zaterdagmiddag trok de Haagse zangeres Shary-An Nivillac weer een ander publiek met haar kenmerkende mix van soul, pop en persoonlijke verhalen. Bekend van The Voice of Holland en hits als ‘Read My Book’ en ‘Ik Voel Me Goed’, bracht ze een sprankelend middagconcert dat zowel jong als oud raakte. (tekst gaat verder na de foto)
Een bomvol plein zondagmiddag voor het gratis optreden van Douwe Bob. (foto: Marco Schilpp)
Meezingers bracht Charl Delemarre zaterdagavond naar het plein. De winnaar van de Grote Prijs van Nederland blies het werk van Ramses Shaffy nieuw leven in, waarbij hij dirigent werd van het publiek die in koor ‘Laat Me’, ‘Doorgaan’ en ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ meezong.
Zondagmiddag was de grote finale met Douwe Bob. Het massaal toegestroomde publiek werd opgewarmd door singer-songwriter Dean Presley uit Alkmaar, met een frisse mix van pop, country en rock. Daardoor was het publiek in de juiste stemming toen Douwe Bob op het podium verscheen met ouder en nieuwer, bekender en onbekender werk.
Om 17:00 uur stroomde het plein weer leeg en de terrasjes vol. Editie 2025 van Zomer op het Plein zat erop. “We hebben nog geen bezoekersaantallen, maar we kunnen in ieder geval spreken van een zeer succesvol jaar”, aldus een woordvoerder van Theater De Vest. (Alle foto’s: Marco Schilpp)
Vertrouwd en toch ook nieuw. De Tour de Waard wordt dit jaar voor de 54ste keer georganiseerd en aan de wielerkoers zelf verandert niet veel, maar langs de kant gaat het over een andere boeg. Voor het eerst wordt ‘Tour de Waard Live’ georganiseerd.
“Voorheen stond er bij Marlène een podium en ook eentje bij De Heeren voor de entree. Nu komt er één groot podium voorbij de finish in de bocht”, vertelt Ad Molenaar. Samen met Remco de Boer van Grandcafé De Heeren en de drie gebroeders Vriend van Marlène zet hij Tour de Waard Live op poten. “Het wordt nu één groot evenemententerrein.”
Vanwege de herinrichting van de Middenweg gaat de Tour de Waard voorbij de finish een stuk over één weghelft en dan door de buitenbocht richting de Bickerstraat. De weghelft voor de winkels en de horeca langs is dus vrij. “Het creëert meer ruimte voor ons. En voor het eerst komt er ook een tent over de Middenweg”, vervolgt Molenaar. De overkapping is 25 bij 15 meter en komt in de buurt van het podium te staan, in goed overleg met de organisatie van het wielerevenement. “De wielrenners rijden dus onder de tent door. Dat is heel bijzonder en volgens in criteriums nog niet eerder gedaan.” (tekst gaat verder onder de foto)
Niet meer door de binnenbocht, maar juist buitenom. Dat creëert mooi ruimte voor een groter podium en meer feestgangers. (foto: Streekstad Centraal)
De vijf organisatoren hebben niet zomaar hun krachten gebundeld. Het is min of meer noodzaak, vertelt Molenaar. “De kosten worden te hoog om het apart te blijven doen, dan is samenwerken altijd beter. De beveiliging, de muziek, de artiesten en ook andere dingen, het wordt allemaal duurder. We gaan nu ook op het evenemententerrein controleren of mensen zelf drank mee hebben.”
Ad Molenaar heeft weer zin in de Tour de Waard. “Ik vind het persoonlijk een van de mooiste feesten van Heerhugowaard. Jong en oud, mensen uit Heerhugowaard komen er massaal heen. Mensen die verhuisd zijn komen speciaal voor de Tour de Waard met een biertje, hapje en live entertainment.”
Kunst lokt vaak een reactie uit. Op basis van de reacties op de kunst die de afgelopen weken opdook langs het Noordhollandsch Kanaal in Alkmaar kan de Triënnale Alkmaar een schot in de roos worden genoemd: de positieve reacties golven als een vloedgolf over het kanaal, terwijl de kritiek slechts een rimpeling is.
De kunstwerken die in juni opdoken op en langs het water, zijn daar neergezet door Kunstuitleen Alkmaar. De openluchtexpositie kreeg de naam Triënnale Alkmaar: The Future is Now. Twaalf kunstenaars – van bekende namen tot jong talent – laten zich inspireren door het kanaal en verbeelden in hun werk de geschiedenis, het heden en de toekomst van deze waterweg.
De kunstroute markeert het 200-jarig bestaan van het kanaal en sluit aan bij de stedelijke ontwikkeling langs de oevers. Door kunst in de openbare ruimte zichtbaar te maken, wil de organisatie een breed publiek aanspreken en een bijdrage leveren aan de leefbaarheid én de culturele identiteit van Alkmaar.
De kunstwerken blijven tot 8 september staan. In deze video krijg je een impressie van het project en de kunstwerken langs het water. Meer info is te vinden op de site van Kunstuitleen Alkmaar.
Feestgedruis, blikjes bier en grote festivaltenten: wie dat eerdere jaren opmerkte rondom het Geestmerambacht dacht misschien aan festivals als Indian Summer of Elrow Town. Dit jaar is er nog maar één optie over: het Liquicity Festival, een van ’s werelds grootste Drum & Bass-evenementen. De een slaat liever over, de ander gaat júíst de hort op. “Ik hoef Anouk en BLØF niet nog een keer te zien.”
Het feestgedruis is al van ver te horen bij de noordkant van het Geestmerambacht. De meesten hebben er al twee dagen op zitten en laden zich bij een van de honderden tentjes op voor de laatste avond. Anderen komen net aan om de laatste avond de sterren van de hemel te dansen in hun hipste kleding.
Het festivalleven rondom het Geestmerambacht lijkt te bruisen, maar wie de ontwikkelingen rond het festivalaanbod bij het Geestmerambacht volgt, weet wel beter: dat wordt steeds kariger. Indian Summer, jarenlang een zeer gewaardeerd en toegankelijk festival, stopte er na afgelopen jaar voorlopig mee vanwege een ‘optelsom van dingen’. “Van de beschikbaarheid van het terrein en de planning tot bredere ontwikkelingen in de markt en onze eigen festivalstrategie”, lichtte hoofd marketing Roy Pereira eerder toe. Ook Elrow Town, een fantasy dancefestival, hield er na edities in 2022 en 2023 mee op. (tekst loopt door onder de foto)
Honderden tenten staan er naast het festivalterrein aan de noordkant van het Geestmerambacht (foto: Streekstad Centraal)
En zo is het Liquicity Festival, dat in de afgelopen drie jaar ook al neerstreek bij het Geestmerambacht, het enige festival dat deze zomer is overgebleven. Voor velen is het jammer dat het aanbod zo gering is, en vooral dat Indian Summer niet meer bij het Geestmerambacht is.
Bijvoorbeeld voor ‘festivalopa’ Robert Both (80), die tijdens de 2019-editie op het podium werd geroepen om te komen dansen. Van het ene op het andere moment waren niet de artiesten, maar een dansende Robert de hoofdact van dat moment, met de bijnaam ‘festivalopa’ als gevolg. Maar hoe groot zijn liefde voor festivals ook is, het Liquicity Festival kan Indian Summer voor hem niet vervangen, en hij zal er dan ook niet bij zijn.
Met swingende heupen en de armen in de lucht veroverde ‘festivalopa’ Robert Both het podium van het Indian Summer Festival in 2019 (foto: NH Nieuws)
Anderen vinden het juist wel prima dat alleen het Liquicity Festival op het programma staat. “Ik snap de aantrekkingskracht van Indian Summer wel omdat het toegankelijk is en de muziek lekker algemeen is,” vertelt een man uit een groepje van zes uit de omgeving terwijl hij bij de ingang staat, “maar ik vind het niks. Dan sta ik nog een jaar naar Anouk en BLØF te luisteren, alsjeblieft niet. De muziek vind ik hier vele malen beter.”
Ook Alkmaarder Sjon, die zijn auto net heeft geparkeerd en de laatste avond van het Liquicity Festival gaat bezoeken, geeft de voorkeur aan dit festival. “Ik vind de muziek hier gewoon veel beter. Het is misschien een vrij specifiek genre, dus je moet ervan houden. Maar de mensen die hier zijn houden ook allemaal echt van Drum & Bass. Dat maakt het extra leuk”, vertelt hij aan Streekstad Centraal. (tekst loopt door onder de foto)
Een groepje bezoekers uit Letland en Estland, die door hun vriend uit Alkmaar zijn meegenomen (foto: Streekstad Centraal)
Dat het Liquicity Festival echt een evenement is voor Drum & Bass (elektronische dansmuziek, gekenmerkt door snelle breakbeats en zware baslijnen), zorgt ervoor dat er veel internationale aanwas is. Zeker omdat het een van de grootste Drum & Bass-festivals ter wereld is. “Het genre komt oorspronkelijk uit het Verenigd Koninkrijk, dus daarom zijn er veel Britten, maar er zijn ook ontzettend veel Duitsers, Belgen. Ik heb mensen uit heel Europa en ook zelfs daarbuiten gezien”, zegt Bas, die voor het festival werkt.
Toch heeft het festival zich ingezet om niet alleen Drum & Bass-liefhebbers van over de hele wereld aan te trekken, maar juist ook mensen uit de omgeving. Zo stelde het een gelimiteerd aantal tickets met korting beschikbaar voor inwoners van de gemeenten Alkmaar, Dijk en Waard, Schagen en Bergen. In hoeverre dat charmeoffensief is geslaagd, moet bij de evaluatie blijken.