KunstNetTV is voor haar nieuwste documentaire in de Triënnale Alkmaar gedoken. Voor deze bijzondere kunstroute met het thema The Future is Now staat het Noordhollandsch Kanaal centraal. Aan het woord komen Marieke van Esch van Kunstuitleen Alkmaar, beeldend kunstenaar Simone de Groot en fotograaf Thomas Nondh Jansen.
De Triënnale Alkmaar is een initiatief van Kunstuitleen Alkmaar. Directeur Marieke van Esch vertelt in de korte documentaire waarom de keuze van het onderwerp op het Noordhollandsch Kanaal is gevallen. Gevestigde namen en jong talent zijn gevraagd om een kunstwerk speciaal voor het thema The Future is New te maken.
Simone de Groot werkt veel met teksten op onverwachte plekken. Zeven jaar geleden deed ze mee aan de buitententoonstelling Bede-Vaart. Nog regelmatig ontvangt ze mails van mensen die door haar tekst op het Bolwerk zijn geraakt. Voor de Triënnale zette ze de verbinding van de Alkmaarders met het kanaal centraal.
Fotograaf Thomas Nondh Jansen liet zich inspireren door een feest in zijn geboorteland Thailand. Het dagelijks leven inspireert hem bij maken van zijn foto’s. In zijn vrije werk ‘speelt’ met dagelijkse gebruiksvoorwerpen, die hij in een totaal andere context plaatst.
De Triënnale Alkmaar is de hele zomer te bekijken. Een routebeschrijving is gratis verkrijgbaar in Kunstuitleen Alkmaar
De documentaire The Future is Now is dagelijks vanaf 10:00 en 22:00 uur te zien bij Streekstad Centraal en is ook te bekijken via kunstnet.tv.
De allereerste avondkaasmarkt van het seizoen zou dinsdagavond plaatsvinden, maar valt ten prooi aan de te hoge zomertemperatuur en wordt afgelast. De gemeente heeft besloten het advies van de Veiligheidsregio rond het landelijk hitteprotocol te volgen.
Dat advies luidt om bij temperaturen van meer dan 25 graden zware lichamelijke inspanningen te vermijden. De kaasdragers lopen tijdens de kaasmarkten met over twee kaasdragers verdeeld gewicht van 130 kilo. Dat lijkt gezien de voorspellingen niet verstandig.
De dinsdagavondkaasmarkten worden wekelijks gehouden in de maanden juli en augustus. Het is de derde keer dat er een avondkaasmarkt wordt afgeblazen. In 2022 was dat ook vanwege grote hitte, vorig jaar werd een avondkaasmarkt juist afgeblazen vanwege noodweer.
Wat zou het mooi geweest zijn: de zomerse temperaturen waren afgelopen weekend ideaal voor een succesvol Indian Summer Festival bij Geestmerambacht. Maar helaas. Een vriendengroep uit Koedijk ging niet bij de pakken neerzitten en verzon een eigen ‘festival’ om de gemiste feestvreugde te doen vergeten. En zo werd Tropical Koedijk geboren.
“Nee, het was niet aangekondigd. Er konden ook geen kaarten voor worden gekocht. Maar alle festivalgangers van Tropical Koedijk hebben gemeen dat ze groot liefhebber waren van Indian Summer”, vertelt Lizzy Van Der Ham uit Koedijk lachend aan Streekstad Centraal.
“We gingen vanaf het prille begin naar dit unieke festival. Daarom missen we het dit jaar enorm.” Indian Summer ging dit jaar niet door, omdat de organisatie een pauze heeft ingelast. De risico’s worden steeds groter omdat de kosten stijgen en het festivalpubliek, verwend door een grote keuze aan grote festivals, tegenwoordig tot het laatste moment wacht met het kopen van de kaarten. (tekst gaat verder onder de foto)
De ‘organisatie’ achter Tropical Koedijk: van links naar rechts: Mike, Liz, Amy en Petra. (foto: aangeleverd)
“Het is eeuwig zonde als het niet terugkomt. Zoveel artiesten mogen meemaken daar en zoveel mooie herinneringen gemaakt. Vandaar dat we het niet onopgemerkt voorbij wilden laten gaan”, vertelt Liz. Dus werd op stel en sprong een alternatief bedacht, inclusief muzikaal vermaak. Net echt.
Ze regelde samen met Mike, Amy en Petra zelf een mini festival. De feesttent kwam van de Gondelvaartvereniging en de DJ was de plaatselijk bekende DJ Olaf Bonny. Een zangpartij kwam voor rekening van de opkomend artiest J Basu. Als locatie bleek de achtertuin van Mike en Petra van der Ham aan de Kanaaldijk heel geschikt.
“Ondanks dat het niet kan tippen aan het enige echte festival was het een top dag en avond. We hopen dat Indian Summer ooit weer terug komt en zo niet, dan hebben we vanaf nu elk jaar ons eigen mini festival!”
Jarenlang was het Indian Summer Festival bij het Geestmerambacht een van de populairste festivals in de omgeving van Alkmaar. Maar na afgelopen jaar stopte de organisatie er plots mee. Precies één jaar na de laatste editie wordt er met een glimlach maar ook een vleugje heimwee teruggekeken op het festival door de Alkmaarse festival-opa Robert Both en de Alkmaarse nachtburgemeester Robert Jan Wille. “Toen heb ik voor het eerst van m’n leven op een podium gedanst.”
Sinds het eerste jaar in 2001 was het Indian Summer Festival eigenlijk al niet meer weg te denken uit het festivalseizoen bij het Geestmerambacht. Tienduizenden bezoekers trok het festival ieder jaar. Maar hoe groot het succes ook leek te zijn, de organisatie van het festival besloot in november vorig jaar dat 2024 (voorlopig) de laatste editie is. Een ‘optelsom van dingen’ zou tot dat besluit hebben geleid. “Van de beschikbaarheid van het terrein en de planning tot bredere ontwikkelingen in de markt en onze eigen festivalstrategie”, ligt hoofd marketing Roy Pereira toe aan mediapartner NH Nieuws.
Daarmee viel er een festival weg waar velen elk jaar weer naar uitkeken, en dat leidt tot gemis. Bijvoorbeeld bij festival-opa Roberth Both. Als er iemand warme herinneringen overhoudt aan het festival is hij het wel. Tijdens de 2019-editie werd de toen 74-jarige (inmiddels is hij 80) ineens op het podium geroepen om te komen dansen. Van het ene op het andere moment waren niet de artiesten, maar een dansende Robert de hoofdact van dat moment, met als onvermijdelijk gevolg een nieuwe bijnaam: de festival-opa. “Toen heb ik voor het eerst van m’n leven op het podium gedanst. Dat was heel erg leuk”, blikt Robert zes jaar later terug.
Met swingende heupen en de armen in de lucht verovert festival-opa Robert Both het podium van het Indian Summer Festival (foto: NH Nieuws)
Het was een ideaal festival voor hem, want het was lekker dichtbij en de muziek lag hem ook altijd goed. “Het was makkelijk te bereiken met de fiets en daardoor kwam ik ook elke keer veel bekenden tegen. En door alle verschillende muziekstromingen, kon je zelf kiezen waar je wilde dansen.”
Waar Robert een bijnaam en een onvergetelijk podiumoptreden overhoudt aan het festival, gaat voor sommigen de band met Indian Summer nog iets verder. “Ik ben ermee opgegroeid”, zegt Robert Jan Wille, zelfbenoemd nachtburgemeester van Alkmaar. Hij komt uit Langedijk en kwam vroeger heel vaak op het festival, het was immers om de hoek. “Het was toch het enige festival in de buurt. Later heb ik er ook nog met mijn evenementenbureau een podium gehost en ook nog zelf gedraaid. Ik heb er echt hele goede herinneringen aan. Het was een festival om trots op te zijn, met enorme boekingen.”
Hij vindt het dan ook een gemis dat Indian Summer er niet meer is, vooral vanwege de toegankelijkheid van het festival. “Het was heel laagdrempelig en daardoor echt een regionaal festival. Voor veel mensen uit de regio was het ook het eerste festival waar ze als jongere naar toe gingen.” Daarnaast vind Wille het jammer dat het festival weg is omdat hij elk jaar weer lokale dj’s en bands op zag bloeien doordat ze een unieke kans kregen om voor het eerst voor een groot publiek op te treden. “Het is zonde dat we die functie nu ook zijn kwijtgeraakt.” (tekst loopt door onder de foto)
Jarenlang was het Indian Summer Festival één groot feest waar jaarlijks tienduizenden mensen op af kwamen.
Het enige festival dat nog is overgebleven bij het Geestmerambacht is het Liquicity Festival, een meerdaags Drum & Bass-evenement waar dagelijks zo’n 15.000 bezoekers van over het de hele wereld naartoe komen. Maar festival-opa Robert neemt er geen genoegen mee. Hij kruist het hele land door voor de grootste festivals.
Ooit hoopt hij natuurlijk weer te kunnen schitteren op het Indian Summer Festival. En die hoop is niet onterecht, want de organisatie achter Indian Summer houdt de deur nog op een kiertje wat betreft een eventuele terugkomst van het festival bij het Geestmerambacht. “Indian Summer heeft jarenlang een bijzondere plek gehad in onze festivalzomer”, zegt Pereira. “Na de laatste editie in het Geestmerambacht hebben we besloten om het festival voorlopig stil te leggen. Maar we sluiten niets uit: elk jaar bekijken we opnieuw of de timing, locatie en marktcondities gunstig zijn voor een mogelijke terugkeer.” Er is dus nog een sprankje hoop voor Robert, nachtburgermeester Wille en alle andere festivalliefhebbers in de omgeving.
Meerdere vliegen in één klap: het Waagplein wordt tijdens Alkmaars Ontzet toegankelijk voor alle leeftijden. Daarmee bieden de gemeente en haar partners de jeugd meer vertier en het scheelt kosten en gedoe met leeftijdscontroles. Ook verhuist het Oktoberfest, dat een paar dagen eerder plaatsvindt, naar het Waagplein.
Op initiatief van OPA-raadslid Gino Zucotti is de gemeente in gesprek gegaan met de 8 October Vereeniging, Stichting Evenementen Waagplein en de organisatie van het Oktoberfest. Dat heeft geleid tot een intentieverklaring voor een pilot met een Waagplein voor iedereen op woensdag 8 oktober. Om dit mogelijk te maken is het verzamelpunt van de lampionnenoptocht verplaatst naar de Langestraat.
En ook wordt dus het Oktoberfest, dat op vrijdag 3 en zaterdag 4 oktober plaatsvindt, verplaatst naar het Waagplein. Bewoners en ondernemers rond de Paardenmarkt vinden dat het plein te veel wordt gebruikt voor evenementen. Tijdens die evenementen ervaren ze regelmatig geluidsoverlast en als er hekken met schermen rond het plein worden geplaatst, dan zitten de horecagelegenheden en hun gasten er dagenlang tegenaan te kijken. Bovendien maakt het delen van de kosten de exploitatie goedkoper.
Eind dit jaar bepalen de gemeente en haar partners of de aangepaste opzet permanent wordt.
Na jaren van trouwe dienst is het doek gevallen voor de Monumentenloods in Alkmaar. Maandag vertrokken de laatste deuren, glas-in-loodramen, dakpannen en andere historische bouwmaterialen uit het pand. De loods, beheerd door de Historische Vereniging Alkmaar (HVA), was jarenlang dé plek voor liefhebbers van pre-1940 bouwmaterialen.
Particulieren met liefde voor erfgoed vonden er voor een schappelijke prijs unieke stukken. Handelaren waren niet welkom; de loods werkte vanuit het idee dat de materialen een passend tweede leven verdienden. “Voor de echte liefhebber was het een schatkamer,” vertelt vrijwilliger Jos Stroomer tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Mensen kwamen vaak voor één ding en gingen met veel meer naar huis.”
De sluiting is het gevolg van het verlies van de huidige locatie. “Als er een passend alternatief was gekomen, waren we graag doorgegaan”, aldus bestuurslid Frank Koot. Het alternatief dat de gemeente bood, in de oude brandweerkazerne van Oudorp, was volgens de HVA te klein.
In de afgelopen weken is de inboedel verkocht. Twee vrachtwagens vol gingen mee met een bekende van het tv-programma Van Onschatbare Waarde. De laatste restanten zijn opgehaald door meubelmaker Restoric uit Uithoorn.
Voor de vrijwilligers is het einde ook het verlies van een geliefde ontmoetingsplek. “We hebben er met veel plezier gewerkt,” zeggen Jos Stroomer en Lucas Zimmerman. “Het was gewoon heel gezellig.”
“Het voelt heel bijzonder”, zegt Jan Hoekzema op zijn allereerste officiële kaasmarkt als locoburgemeester. En belangrijker: als wethouder kaas. Afgelopen week nam hij het stokje over van de nu gepensioneerde Anjo van de Ven. “Ik ben hier wel vaker geweest maar niet in deze rol, en ik vind het ontzettend mooi om hierbij te zijn. Ook gezien het weer, en de mensen zijn enthousiast, fantastisch.”
Anjo van de Ven was de afgelopen drie jaar wethouder namens OPA, met onder andere in haar portefeuille ruimtelijke ordening, cultuur én de kaasmarkt. Eind vorig jaar had ze al aangegeven te gaan stoppen. Na de lancering van de Cultuuragenda 2040 en afronding van het dossier erfpacht, was het zo ver.
“Het is mooi geweest”, zei ze tijdens haar laatste kaasmarkt als kaaswethouder. “Ik word deze maand 73 jaar, ik krijg mijn zesde kleindochter, ik heb ook nog twee vakantieappartementjes te runnen, en het wordt tijd dat andere mensen het overnemen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het allereerste kaasmarktpraatje voor kersverse wethouder kaas Jan Hoekzema. Het ging prima. (foto: Streekstad Centraal)
Van de Ven was geliefd onder de kaasdragers. Betrokken als ze was, droeg ze op de kaasmarkten altijd passend gekleurde kleding. Hoekzema moet een beetje lachen als we hem daar naar vragen. “Ik vind het ontzettend leuk dat Anjo dat altijd deed, maar nee ik ben daar niet zo van. Voor een man is dat sowieso wat anders. Ik zal het anders doen.”
Maar zijn betrokkenheid is er zeker niet minder om, verzekert de kersverse kaaswethouder. “Ik vind deze traditie ontzettend mooi en het zet Alkmaar zó op de kaart. We hebben twee toeristische Michelin-sterren gekregen voor de kaasmarkt. En verder kregen we nog een ster voor de stad en een ster voor De Rijp. Daar mogen we heel trots op zijn.”
Hoekzema stapt in een gespreid bedje. “Dat is absoluut zo en dat waardeer ik zeer. Anjo heeft een ontzettend mooi en afgerond geheel achtergelaten en zaken die nog lopen heeft ze fantastisch overgedragen.”(tekst gaat door onder de foto)
En ook die missie is succesvol afgerond: het boren van de kaas hoort natuurlijk routine te worden bij een kaaswethouder. (foto: Streekstad Centraal)
De komende maanden zal de OPA-wethouder zich niet vervelen. “Cultuur is een grote opgave. We zijn al bezig met de Cultuuragenda 2040 om te kijken wat we gaan opstarten. Daar heb ik ook zin in. Verder liggen er ook nog wel taken, maar cultuur vraagt op dit moment wel veel aandacht. Ik ga langs alle culturele instellingen, allerlei andere instellingen, om kennis te maken en om te kijken wat ze allemaal doen, zodat je er niet alleen maar over leest. Dan weet ik hoe het er is en waar ik over praat.”
En dan zijn er ‘straks’ gemeenteraadsverkiezingen. Op de vraag naar zijn wensen en ambities, antwoordt Hoekzema voorzichtig. “Ambities zijn er zeker, maar je moet je altijd schikken naar de kiezer. Ik kan wel allerlei plannen hebben. maar de kiezer bepaalt straks.” Met een beetje doorvragen over specifiek het wethouderschap zegt hij: “Zoals ik er nu tegenaan kijk – maar dat is na pas een week hè, ik ben net een week bezig – sta ik daar voor open.”
“Het deed wel wat met mijn trommelvliezen”, zegt een bezoeker van de nieuwe tentoonstelling in de Grote Kerk in Alkmaar. En dat kan best kloppen. De expositie ‘Echoes of Eternity’ van Joris Strijbos, die de hele zomer te bewonderen is, maakt onder meer gebruik van geluidstrillingen om kijkers bewust te laten nadenken over herinneringen, technologie, gebeurtenissen en de toekomst.
In de Grote Kerk komt een alienachtige robotarm naar beneden die de ruimte afspeurt. De arm is op zoek naar geluiden. Op de grond staat een grote tafel, gevuld met zand. De geluidstrillingen maken daarin patronen door de bewegingen die ontstaan. Door de kerk staan speakers, die het opgenomen geluid terug de kerk in sturen.
Joris Strijbos zoekt met deze tentoonstelling de verbinding tussen geluid, ruimte en technologie. “De robotarm heeft een microfoon en die scant de ruimte op geluiden en die geluiden worden gefilterd en teruggestuurd naar de bollen”, legt hij aan Streekstad Centraal uit. De bollen waar Jeroen over spreekt maken ook deel uit van de installatie. (tekst gaat door onder de foto)
De tentoonstelling Echoes of Eternity is van 18 juni tot en met 7 september te zien in de Grote Kerk Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
De inspiratie voor de expositie zijn twee belangrijke jubilea. De grote klok van de Grote Kerk viert dit jaar haar vijfhonderdste verjaardag en het orgel van de kerk bestaat dit jaar driehonderd jaar in de samenstelling hoe hij nu is.
“Over de afgelopen periode hebben we geluiden opgenomen in de kerk”, vertelt Strijbos. “Dus boven het carillon en het orgel.” Die geluiden hebben ze gemanipuleerd en daar is de compositie mee gemaakt.
De tentoonstelling valt goed in de smaak bij bezoekers. Zo wordt het een “interessant en abstract werk” genoemd. Bezoekers merken ook echt wat van de expositie. “Ik krijg er een beetje kippenvel van”, geeft een bezoeker toe. En zij is niet de enige. “Je voelt het wel aan je oren”, zegt een andere bezoeker.
Van een muziekschooltje aan huis tot een heuse popmuziekschool in Poppodium B3 in Sint Pancras. En met een lange wachtlijst en ruimtegebrek. In dertien jaar tijd hebben Tim Bakker en Nicole Verouden ‘Popschool Your Song’ – “popschool in het Nederlands!” – succesvoller gemaakt dan ze eigenlijk aan kunnen.
Het begon allemaal rond 2012. Tim en Nicole kijken elkaar even aan want ze weten het niet precies meer. Ze woonden toen samen in bij de ouders van Tim. Hij was een afgestudeerde saxofonist van 23 jaar oud, en zij een 20-jarige zangeres in haar derde studiejaar. Maar weinige musici kunnen een boterham verdienen met optreden, die realiteit wordt op het conservatorium ingeprent. Daarom wordt er ook een minor ondernemerschap aangeboden. Er moet natuurlijk wel geld verdiend worden.
De twee mochten een muziekschool beginnen in de praktijkruimte bij het ouderlijk huis. “We begonnen met allebei één leerling”, vertelt Tim. In het begin wierven ze leden via onder andere via Marktplaats en flyers. Een meevaller was dat de muziekschool in het dorp was opgedoekt, en er dus een muzikale leegte was ontstaan. Gestaag bouwden Tim en Nicole aan hun carrières met de lessen, maar ook met optredens. Nicole: “Op een gegeven moment kregen we ook vragen over lessen gitaar en piano. Toen zijn we eigenlijk pas echt gaan nadenken over uitbreiden van het lesaanbod met andere docenten.” (tekst gaat verder onder de foto)
Tim en Nicole bouwden samen een muziekschool op, van allebei één leerling naar 340 leden. (foto: Streekstad Centraal)
Maar na een jaar of zes vonden Tims ouders het welletjes. “We hadden inmiddels 130 leerlingen en ieder half uur kwam er weer een ander. Dat werd een beetje ’too much’.” Tim: “We hadden drie ruimten in de praktijk en in huis ook nog twee kamers voor lessen, twee slaapkamers eigenlijk.” Hij lacht bijna schuldig over hoe ze steeds meer ruimte van zijn ouders overnamen, ook al is het een groot huis.
Verhuizen naar een eigen locatie klinkt simpel, maar lukte jarenlang niet. “De gemeente zag ons als commerciële partij, waardoor we geen steun kregen”, zegt Nicole. Tim valt in: “Als er een pandje vrij komt, dan betaal je gewoon de commerciële huur.” Zó goed ging het nou ook weer niet. Nicole weer: “Maar via via kwamen we toch weer in gesprek met de stichting die Poppodium B3 (toen nog) huurde. Dat was in 2017 denk ik. Goh, zitten we hier alweer acht jaar?” Nicole en Tim kijken elkaar weer even aan. “Nu hebben we hier vier plekken waar tegelijkertijd les kan worden gegeven. Het is perfect, hier heb je les én kan je het uitvoeren, meters maken. Én de samenwerking met de stichting is erg prettig.”
We spreken Julia (20) die nu een jaar zanglessen bij Nicole volgt. “Ik kan alleen maar lovend zijn over Nicole. Bij de vooropleiding voor het conservatorium werd zij me aangeraden.” Julia heeft al meerdere zangdocenten gehad, maar het klikte telkens niet. “Ik weet nog goed dat ik voor de proefles even moest wachten en luisterde naar hoe Nicole les gaf, en in die vijf minuten dacht ik al: ja dit is het! Ik ben heel blij. Ik volg nu ook gitaarlessen bij Merlyn en hij leert me daarnaast over muziek schrijven en produceren. Ik leer hier enorm veel en ben heel blij met de optredens die hier worden georganiseerd.” (tekst gaat verder onder de foto)
Julia vond bij Nicole van Popschool Your Song precies wat ze zocht in een zangdocent. (foto: Streekstad Centraal)
Julia merkt soms wel dat Popschool Your Song een beetje uit zijn voegen barst. “Als ik mijn gitaarles eens wil verschuiven bijvoorbeeld. Je merkt wel dat het vol zit, en daarnaast regelen ze nog al die optredens.” Tim beaamt dat dat aardig wat tijd kost. “We hebben niet alleen hier optredens. We worden regelmatig gevraagd of we leuk talent hebben voor op een evenement.” Nicole: “Ja en daar proberen we ook bij te zijn voor een stukje begeleiding.”
Zo stond de 12-jarige Roef twee weken terug nog in Podium Victorie. “En ik heb ook in het Witte Kerkje opgetreden en hier in B3. Ik denk dat ik hier nu vier jaar zangles volg. Ik zit ook bij Nicole, maar dan in de groepsles. Dat vind ik erg leuk. Ik kende Nicole al een beetje, mijn moeder zit op zangles en mijn zus had zangles maar die volgt nu gitaarles, dus dat maakte het begin makkelijker.” Het liefst zingt hij popmuziek die je op de radio hoort. Hij draagt een Racoon shirt. “Ja Racoon, en ook Nederlandse popmuziek.” (tekst gaat verder onder de foto)
Roef volgt al vier jaar zangles bij Your Song en zingt het liefst popmuziek die je op de radio hoort. (foto: Streekstad Centraal)
Dat Your Song eigenlijk wel vol zit merkt Roef niet. “We oefenen hier gewoon drie kwartier per week en dat gaat prima. Ja okay, ik merk soms wel dat Nicole het verder druk heeft.” Hij helpt graag een handje, vertelt Nicole. “Roef doet altijd klusjes, zoals opruimen en het bord schoonmaken. Anderen zijn ook erg behulpzaam.”
Popschool Your Song heeft nu 340 leerlingen en een wachtlijst met 130 namen. “En we gaan nu naar het einde van het seizoen, maar we hebben nog steeds weinig opzeggingen. Dat verbaast ons”, voegt Tim toe. “Dat is een uitdaging; wat gaan we met al die aanvragen doen? Andere lesvormen, grotere groepen, een docent die misschien nog een paar uurtjes tijd heeft, een andere locatie erbij…?”
Nicole springt in: “Onze wens is dat B3 wordt uitgebreid. We hebben een tijdje de kerk als tweede locatie gebruikt. Dan merk je dat het tóch fijner is als iedereen op één locatie zit. Docenten hebben samen pauzes, je hebt een beetje dat bandgevoel.” Tim: “Ja en kinderen zien elkaar, ouders spreken elkaar in de gang. Het verbindt, daar staan we ook voor.” Nicole weer: “De gemeente is sinds de fusie heel meewerkend. We zijn in gesprek over de mogelijkheden, ook met het oog op de toekomst, want er komen hier alleen maar meer mensen bij.”
Dus het ideaalplaatje is een aanbouw? “Ja, dat. Dan kunnen we ook meer met bandjes doen, repeteren. Maar ja, daar komt geld bij kijken.” Nicole: “Ja en we zoeken dus docenten. Mensen die een muziekopleiding hebben gehad, het leuk vinden om les te geven, en die niet op de klassieke wijze vooral dingen opdragen maar die inspelen op de vraag van de leerlingen.”
De Langedoiker Markt, een rasechte Langedijker traditie. Zo vindt ook Langedijker Bryan J. Walker. Hij noemt zich een echte liefhebber, maar merkt dat het de laatste jaren ondanks de gezelligheid, tóch anders was dan in het verleden. Daarom komt hij nu met het lied ‘Hart van Dijk en Waard’. Met het lied hoopt hij de markt meer onder de aandacht te krijgen van Langedijkers, en vooruit, ook van de rest van de regio.
“Ik woon al ruim 25 jaar in Langedijk”, begint Bryan. “Ik ging altijd naar de Langedoiker Markt met mijn kinderen, maar merkte dat er in de loop van de jaren wat veranderde.” Daar moet volgens hem iets aan gedaan worden. Dus omdat hij wel van een feestje houdt en het leuk vindt om op te treden, probeert hij extra aandacht voor de markt te krijgen met een heus Langedoiker Markt lied: ‘Hart van Dijk en Waard.’
De Langedoiker Markt wordt sinds 2015 georganiseerd door de familie Hazewinkel en is in 2023 Stichting Behoud Langedoiker Markt geworden. Om de jaarmarkt te kunnen behouden.
Maar er zit Bryan meer dwars. “Het is niet meer zoals het altijd was. De sfeer is er wel, maar anders, en dat is erg jammer. Elk jaar werd het beter en sinds een paar jaar wordt het weer minder. De gezelligheid en drukte van toen mis ik gewoon”, vertelt hij een beetje emotioneel aan Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de laatste editie van de markt was het volgend Bryan anders dan anders, hij miste de drukte en de gezelligheid van voorgaande edities. (Foto: Eddy Hooiveld)
Bryan hoopt dat door zijn lied meer mensen een kijkje komen nemen op de Langedoiker Markt. “Het zijn nu nog vooral mensen uit Langedijk en Heerhugowaard. Het zou leuk zijn als er bijvoorbeeld ook mensen uit Alkmaar of Castricum komen, en dat ook zij zich betrokken voelen.” Daarmee doelt hij ook op de mensen die net in de regio komen wonen. “Mensen moeten kennis maken met de markt.”
Daarnaast zou Bryan het leuk vinden als er weer meer “echte Langedijkers” met een kraampje op de markt zouden gaan staan. Maar dat is niet het enige waar het om draait. “Andere activiteiten zoals bandjes die muziek komen maken of spelletjes voor kinderen zijn ook belangrijk.” De stichting die de markt organiseert geeft aan dat daar al erg veel aan gedaan wordt.
“Ik zou het zo leuk vinden als kinderen of andere bezoekers geïnspireerd worden om zelf op de markt te komen staan’, sluit Bryan af. “Zo trekken we Dijk en Waard – waar veel mensen zichzelf nog altijd Heerhugowaarder of Langedijker noemen – dichter bij elkaar.”