‘De Pi’, zoals het bekende Alkmaarse café De Pilaren door vaste gasten wel genoemd wordt, was dinsdagavond het toneel van de maandelijkse bijeenkomst van Queer Alkmaar. Voor deze echte bruine kroeg was dat een primeur. “We werden met open armen ontvangen”, ervoer Queer Alkmaar.
Queer Alkmaar heeft iedere maand een bijeenkomst, steeds op een andere locatie. En uiteraard ook steeds op een andere dag, net hoe de 17e valt – dat kan op een drukke weekenddag zijn, maar dus ook op een relatief rustige dinsdag. Een uitstekende dag voor een bezoekje aan een gezellig café waar een praatje snel gevonden is, moet Queer Alkmaar hebben gedacht.
“De locaties worden uitgekozen op hun queer-vriendelijkheid”, legt Jass Eradus van Queer Alkmaar uit. “Onze eerste bijeenkomst ooit vond plaats bij Soepp. Verder
komen we regelmatig in Rockville, De Wijkboerderij, De Tuin of Het IJckgebouw.” Maar nu dus voor het eerst in De Pilaren. (tekst gaat verder onder de foto)
Gezellige drukte in Café de Pilaren. (foto: Ingrid Mooij)
“Als queer persoon is het uitgaansleven niet altijd een fijne en veilige plek”, ziet ook Jass. “Het is dus ons doel om daar wel voor te zorgen. Ook kan het soms moeilijk zijn elkaar te vinden, en dat lukt op deze avonden juist wel. Door elke maand op een andere locatie af te spreken blijven we nieuwe mensen aantrekken. En nog veel belangrijker, we blijven zichtbaar als community.”
De bijeenkomsten zijn bewust laagdrempelig. “We willen laten zien dat we buiten de glitter en glamour rond de Pride ook eigenlijk gewoon mensen zijn die houden van gezelligheid en een drankje doen met vrienden.”
Café de Pilaren streeft ernaar altijd zo inclusief mogelijk te zijn en dat heeft het team dinsdagavond ook zeker weer bewezen, ervoeren de aanwezigen. “Met lekkere huisgemaakte hapjes en een hele hoop gezelligheid werd het dus echt een avond voor de boeken.”
Ook de vaste gasten van het café konden overigens gewoon gezellig aanhaken, het is zeker geen voorwaarde dat alle aanwezigen queer zijn. De gezelligheid staat voorop. (hoofdfoto: Ingrid Mooij)
Feestende nazi’s in een Alkmaars hotel. Melkslijter Jan Johannes Swart die zijn ronde doet. Een kind dat op straat schaatst. Het zijn slechts enkele fragmenten uit ‘Alkmaar op Film’, een docufilm die door inwoners mogelijk is gemaakt. Inmiddels heeft de film al 5.000 bezoekers getrokken.
Alkmaar op Film is een uniek project. Vanwege haar 100-jarig bestaan wilde de Historische Vereniging Alkmaar een docufilm laten maken met Alkmaarse beelden van de afgelopen 100 jaar. Als cadeau aan de inwoners.
Niet alleen zijn daarvoor de archieven van Beeld en Geluid en het Regionaal Archief afgestruind, iedereen die materiaal had mocht filmpjes aanleveren. “We hebben rond de 400 blikjes en dozen van mensen gekregen”, vertelde bestuurslid Rob Marijn voor de première. Het oudste fragment is maar liefst 110 jaar oud.
“We hadden niet durven hopen dat Alkmaar op Film, dat gemaakt is als cadeau voor de stad, zoveel bezoekers zou trekken”, zegt Rob nu, iets meer dan twee maanden na de première in Theater de Vest. Na de eerste vertoning verhuisde Alkmaar op Film naar Filmhuis Alkmaar en daar zijn inmiddels 5.000 bezoekers op afgekomen. (tekst gaat verder onder de foto)
Maker Erik Willems toont Alkmaar op Film voor het eerst aan leden van de Historische Vereniging Alkmaar. (foto: NH Nieuws)
“En dat worden er vast nog meer, want er is ook veel belangstelling vanuit bijvoorbeeld verzorgingstehuizen en scholen”, zegt de HVA-bestuurder optimistisch. “We kijken de komende tijd hoe we vanuit onze vereniging aan die verzoeken tegemoet kunnen komen.” Misschien gaat Alkmaar op Film dus wel ‘on tour’.
Albert Schoemaker, directeur Filmhuis Alkmaar, is ook blij met alle interesse voor Alkmaar op Film: “Fantastisch om te zien hoeveel Alkmaarders en bezoekers vanuit de omgeving al van de film hebben kunnen genieten en hoeveel mooie herinneringen de film oproept. Zolang er belangstelling is vanuit het publiek, blijft de film de komende maanden zeker nog in ons filmhuis te zien.”
Op de hoofdfoto van links naar rechts: HVA-bestuursleden Henk de Kruik, Lucas Zimmerman en Rob Marijn met Filmhuis-directeur Albert Schoemaker.
Zo’n twintig nieuwsgierige mensen druppelen Museum Broekerveiling binnen. Niet voor een toeristisch uitje, maar om er vrijwilliger te worden. De organisatie is blij met opkomst voor de wervingsmiddag die vrijdag plaatsvond. Bij de ochtendsessie waren er ook al twintig belangstellenden en aan het einde van de dag ligt er een stapeltje met zeker vijftien ingevulde aanmeldformulieren.
Museum Broekerveiling draait vooral op vrijwilligers. Véél vrijwilligers. De één helpt alleen incidenteel met klussen, de ander doet van alles en is er bijna niet weg te slaan. Toch is vers bloed altijd welkom. “We groeien en er vallen elk jaar toch wel vrijwilligers af vanwege hun leeftijd, of ze verhuizen of hebben geen zin meer”, legt marketingmanager Wouter van Assendelft uit. “We zitten met gidsen, en dan vooral de buitenlandstalige gidsen, daar zitten we heel krap mee.” Oh ja, en wat meer vrouwen, dat zou ook mooi zijn.
Het is de derde keer dat het museum aan het begin van het jaar een wervingsdag organiseert. De opkomst is hoger dan ooit, met zowel ’s ochtends als ’s middags rond de twintig gegadigden. Streekstad Centraal schuift aan bij de middagsessie. Eenmaal voorzien van koffie of thee en wat lekkers, verwelkomt Wouter iedereen nogmaals. Daarna geeft hij uitleg over wat er te gebeuren staat, over het museum en het Rijk der Duizend Eilanden, de recente verbouwing en natuurlijk over de diverse vrijwilligersvacatures. (tekst gaat verder onder de foto)
Jan-Willem Lakemond vertelt de potentiële vrijwilligers over wat hij zelf allemaal doet bij Museum Broekerveiling. (foto: Streekstad Centraal)
Daarna komen de huidige vrijwilligers aan het woord, waaronder Jan-Willem Lakemond. “Ik ben hier nu negen jaar vrijwilliger, en nog steeds met heel veel plezier. Mijn ’tak van sport’ is beheer, en ik werk samen met drie collega’s. We doen heel veel op het gebied van geluid en elektra en we plegen heel veel onderhoud. Al lukt het ons niet altijd om alle problemen te verhelpen”, voegt hij toe met een lach. Tja, het veilinggebouw is al eeuwen oud. “En ikzelf help ook nog met evenementen, zoals het Pakhuis van Sinterklaas, en de bekende streekmarkt in september.”
Na de verhalen worden bezoekers uitgenodigd om zich aan te sluiten bij de vrijwilliger die taken doet waar zij zelf interesse hebben, voor verdere uitleg en een rondleiding langs de plekken waar hij of zij zoal actief is. Vooral voor kluswerk en de rondleidingen is er animo. (tekst gaat verder onder de foto)
Tanja (rechts) sloot zich aan bij Martijn, die actief is in het op kinderen gerichte Proeflab. (foto: Streekstad Centraal)
We hadden stiekem al opgepikt dat Tanja pas nét in de buurt woont. “Ja dat klopt, ik ben drie weken geleden naar Noord-Scharwoude verhuisd. Ik heb dertig jaar in Almere gewoond en daarvoor dertig jaar in Amsterdam.” Ze maakte de stap met haar man om dichtbij familie te komen wonen en op haar kleinkind te passen, dus echt vreemd is ze niet. En van de zomer verbleef ze een tijdje in de omgeving om deze op de fiets te verkennen.
Tanja stopte met haar baan vanwege de reisafstand en is voorlopig nog niet op zoek naar nieuw werk, maar ze wil wel bezig zijn. “Ik las over deze dag op Instagram en dacht: ik ga kijken wat ik hier kan doen.” Ze was nog nooit in de BroekerVeiling geweest en er is heel veel te doen, ontdekte Tanja. “Ik dacht: oh jee, ik wil dit wel doen, dat wel doen”, zegt ze met een lach.
Ze koos voor het vooral op kinderen gerichte Proeflab. Dat blijkt niet heel verrassend. “Ik ben pedagogisch medewerker en heb de afgelopen vijftien jaar op een IKC gewerkt. Ik denk dat het ook het Proeflab wordt. Het lijkt me ook leuk om daarmee langs scholen te gaan. Maar ik heb vroeger in restaurants gewerkt, dus dat zou nog een zijstap kunnen zijn.” We laten Tanja met rust zodat ze haar aanmeldformulier kan invullen. (tekst gaat verder onder de foto)
Kees is een markant figuur, zeker als hij zich voordoet als ‘Ome Dirk’, en vertelt graag over het museum. Perfect voor rondleidingen door Museum Broekerveiling. (foto: Streekstad Centraal)
Dan komt ook Gerda terug van een rondleiding, ze was mee met gids ‘Ome Dirk’. Zij lijkt nóg nieuwer te zijn in Langedijk – dertien dagen vers – maar daar mag een korreltje zout overheen. “Ik kom uit Sint Pancras en ben weggegaan om te studeren, en ik heb de laatste 35 jaar in Zeist gewoond. Ik woon hier nu vlakbij aan de Klaversloot. Ik ben de oudste van tien en nu woon ik in het midden van zeven broers en zussen.” Ze vindt het maar wat leuk dat iemand haar achternaam – Van Zelm – als Pancrasser naam herkende.
Gerda is gepensioneerd klassiek zangeres en zangpedagoog en verzorgt nu nog cursussen voor docenten uit binnen- en buitenland op het conservatorium, maar dat vult de dagen niet. Net als Tanja wil zoekt ze iets nuttigs en leuks om te doen, en ze wil mensen leren kennen. Vooral het gidswerk lijkt haar wel wat. “Ik spreek Frans, Duits en Engels. Als ik het verhaal van de BroekerVeiling oefen in die talen dan kom ik daar vast wel uit, dus ik dacht: het lijkt me wel leuk om rondleidingen te gaan verzorgen. Ik had ook nog aan de balie gedacht, en er zijn natuurlijk ook evenementen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Gerda is na heel veel jaren weer terug in Langedijk. Haar lijkt het leuk om rondleidingen te verzorgen, en dat zou ze in meerdere talen kunnen doen. (foto: Streekstad Centraal)
Wie over een paar maanden naar de BroekerVeiling komt, zou dus zomaar een rondleiding van Gerda kunnen krijgen, of een kind kunnen achterlaten in het Proeflab bij Gerda terwijl iets lekkers wordt opgepeuzeld in het nieuwe restaurant.
Ben Bijl maakte zich er hard voor, en met succes: in het coalitieakkoord werd opgenomen dat de Popmansbrug in Alkmaar weer een poort zou krijgen. Inmiddels zijn de voorbereidingen achter de schermen bijna afgerond. Maandag starten de werkzaamheden voor realisatie van de nieuwe Popelmanspoort.
In 1575 besloot het Alkmaarse stadsbestuur om een brug over de stadssingel te bouwen tussen de Nieuwlandersingel en Klein Nieuwland “ter behoeve van de koehouders, om in tijd van perikele hun beesten in de stad te brengen.”
In de 1780 was de naam nog d’Nieuwlanderpoortbrugge met daarop de Nieuwlander Poort, maar iets meer dan een eeuw geleden kreeg het de naam ‘Popmansbrug’, verwijzende naar de Popelmanslaan die er toen bij uitkwam. (tekst gaat verder onder de tekening)
Tekening van de Popmansbrug uit 1729 (?), toen nog de Nieuwlanderpoortbrug. Zowel de poort als het hekwerk waren van hout. (bron: Regionaal Archief)
Toen wijlen BAS-fractievoorzitter Ben Bijl zich inzette voor de bouw van een poort op de Popmansbrug, noemde hij deze de Popelmanspoort. En dat zal dan ook de naam worden, in plaats van zoals vroeger de Nieuwlander Poort of anders misschien Popmanspoort.
Zoals de tekeningen laten zien, ziet de toekomstige poort er heel anders uit dan de historische uitvoering. Het was voor publicatie nog niet duidelijk of het nieuwe ontwerp gebaseerd is op een latere uitvoering van de Nieuwlander Poort of gewoon een nieuw ontwerp is dat aansluit bij het ontwerp van de Boompoort aan het Voormeer. (tekst gaat verder onder de tekening)
Ontwerptekeningen van de Popelmanspoort. (bron: Gemeente Alkmaar)
Aannemer Oosterhof Holman uit Harlingen is gecontracteerd om de historische poort na te maken inclusief het sierlijke hekwerk. Het is niet de bedoeling dat het hek wordt gebruikt, het zal altijd open staan.
Twaalf musea in Noord-Holland Noord gaan de komende jaren vaker en meer samenwerken. Ze krijgen daar € 1,2 miljoen subsidie voor uit de Regio Deal Noord-Holland Noord. Met dat geld willen de musea samen zorgen voor betere lessen voor scholen, meer activiteiten voor inwoners en een sterker en duurzamer aanbod.
Voor mensen in de regio Alkmaar betekent dit vooral: meer te zien en meer te doen in de musea, een makkelijker en herkenbaarder aanbod én meer aandacht voor verhalen uit de eigen streek.
Het project heet ‘Verbonden in Verscheidenheid’ en loopt van 2026 tot en met 2029. De musea gaan samenwerken op onderwerpen die nu steeds belangrijker worden, zoals educatie, inclusie, duurzaamheid en digitalisering. Ook willen ze samen beter zichtbaar worden, zodat inwoners én bezoekers sneller weten wat er allemaal te beleven is in de regio. (tekst gaat verder onder de foto)
Het Huis van Hilde in Castricum is een van de musea die subsidie heeft gekregen vanuit de Regiodeal Noord-Holland Noord. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens de musea is dat hard nodig. “Middelgrote musea hebben vaak weinig tijd en geld om alles alleen te vernieuwen,” zeggen de initiatiefnemers. “Door de krachten te bundelen kunnen we veel meer betekenen voor het publiek.”
Voor inwoners van Alkmaar en omliggende plaatsen levert dat straks verschillende voordelen op. Denk aan nieuwe programma’s voor basisscholen en middelbare scholen, meer leuke en leerzame activiteiten voor gezinnen, en tentoonstellingen die beter aansluiten bij verschillende doelgroepen.
Ook wordt gewerkt aan musea die toegankelijker zijn, bijvoorbeeld voor mensen die minder makkelijk binnenkomen of zich niet altijd aangesproken voelen. “We willen dat iedereen zich welkom voelt en iets van zichzelf kan herkennen in de verhalen die we vertellen,” klinkt het vanuit het project. (tekst gaat verder onder de foto)
Museum Broekerveiling in Broek op Langedijk is een van de musea die meedoen aan de samenwerking. (foto: aangeleverdl)
Daarnaast gaat een deel van het geld naar verduurzaming, zoals slimmer omgaan met energie en materialen. Ook wordt ingezet op digitalisering, waardoor informatie beter gedeeld kan worden en bezoekers meer online kunnen ontdekken. “Musea zijn niet alleen plekken om te kijken, maar ook om te leren, elkaar te ontmoeten en trots te zijn op de regio,” zeggen de musea. “Dat willen we de komende jaren samen versterken.”
Het project wordt getrokken door Museum BroekerVeiling en Huis van Hilde, samen met de andere musea. De groep bestaat uit: Museum BroekerVeiling, Stedelijk Museum Alkmaar, Huis van Hilde, Museum Kranenburg, Zaans Museum, Museum Fort Kijkduin, Stichting Texels Museum, Museum van de Twintigste Eeuw, Bakkerijmuseum Medemblik, Oorlogsmuseum Medemblik, Museumstoomtram en Westfries Museum.
Het Stedelijk Museum Alkmaar is ook aangesloten bij de nieuwe samenwerking. (foto: Streekstad Centraal)
De musea hopen dat de samenwerking niet stopt na 2029. Het plan is om nu al afspraken en manieren van samenwerken te bouwen die blijven bestaan. “We willen iets neerzetten dat langer meegaat dan deze subsidieperiode,” is het idee. “Zodat inwoners van Noord-Holland Noord er ook daarna profijt van hebben.”
Filmhuis Alkmaar heeft 2025 afgesloten met een recordaantal van ruim 153.500 bezoekers. Dat is een stijging van 8,6 procent ten opzichte van een jaar eerder en het hoogste aantal sinds de opening in 2016. Daarmee was het filmhuis afgelopen jaar de culturele instelling met de meeste bezoekers in Alkmaar.
De best bezochte films waren The Salt Path, Voor de Meisjes, Babygirl, The North en The Roses. Ook Alkmaar op Film, gemaakt ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Historische Vereniging Alkmaar, trok veel publiek en is de komende tijd nog te zien.
Volgens het filmhuis is de groei te danken aan zowel het reguliere filmaanbod als de speciale programma’s. In 2025 organiseerde Filmhuis Alkmaar onder meer festivals, themamaanden, buitenvertoningen en samenwerkingen met lokale organisaties. Ook waren er filmavonden voor jongeren, kinderfestivals in de schoolvakanties en documentaires met inleidingen.
Voor de eerste maanden van 2026 staan al nieuwe films gepland, waaronder Hamnet, Blue Moon, No Other Choice en Wuthering Heights. Filmhuis Alkmaar is het hele jaar door geopend en draait met een klein vast team en ruim 160 vrijwilligers.
Winterkaravaan biedt jonge, talentvolle theatermakers alweer tien jaar lang een podium voor locatietheater volgens een maatschappelijk thema. Stichting Karavaan heeft nu met dit jaarlijkse project de Cultuurprijs 2025 gewonnen. De prijs en de bijbehorende symbolische cheque zijn maandag uitgereikt tijdens de jubileumeditie van Winterkaravaan in Noordeinde.
Terwijl het aantal mogelijkheden voor jong talent krimpt, biedt Karavaan met Winterkaravaan alweer tien jaar lang een belangrijke springplank. Een springplank waar tot nu toe 108 makers en spelers profijt van hebben gehad. En het mooie is dat ze vrijwel allemaal nog steeds succesvol actief zijn de theatersector.
Jaarlijks kunnen jonge makers zich aanmelden voor Winterkaravaan en dan maakt de stichting een selectie. Deze groep krijgt intensieve begeleiding op artistiek, zakelijk, productioneel en technisch vlak, aangevuld met coaching door een externe professional uit het werkveld. Eén van de makers krijgt bovendien de kans om zijn of haar voorstelling door te ontwikkelen voor eerstvolgende Karavaan Festival. (tekst gaat verder onder de foto)
Winterkaravaan betekent genieten van verassende voorstellingen, onder het genot van winters eten en drinken. (foto: Karavaan)
De Culturele Prijs Noord-Holland van het Cultuurfonds is een onderscheiding voor mensen en organisaties die zich op bijzondere wijze hebben ingezet voor kunst en cultuur in de provincie. De prijs, die sinds 1990 jaarlijks wordt toegekend, is bedoeld als erkenning én als steuntje in de rug. De prijs bestaat namelijk niet alleen uit een bijzonder kunstobject, maar ook 15.000 euro om te investeren in behoud of verdere ontwikkeling van initiatieven.
“Deze Culturele Prijs is zowel een erkenning van de grote kwaliteit van de theatervoorstellingen als ook voor het signalerende en koesterende vermogen van Karavaan voor talent”, aldus Arthur van Dijk, commissaris van de Koning Noord-Holland en voorzitter van het Cultuurfonds Noord-Holland. “Het is een blijk van grote waardering voor de artistieke en maatschappelijke waarde van het werk van Karavaan en de unieke positie die zij innemen in het culturele veld.”
Dit jaar biedt Winterkaravaan drie voorstellingen , traditioneel met winters eten en drinken aan lange tafels. Glühwein kan daarbij niet ontbreken. Het thema is dit jaar Uit de Maat. Isabel Schoonbeek presenteert ‘Flatland’, Joshua Polvliet, Maartje Braakman en Mees Markus brengen ‘Onze Grond’ en Alexandra Loembé speelt ‘Met de stroming mee’. Er zijn nog kaarten te koop via karavaan.nl. (foto: Esther van Putten Fotografie)
Zondagavond staan Kees en Jacqueline Kuiper uit Alkmaar met hun vrienden Jeroen en Roos Vink bij de garderobe van Podium Victorie om hun jassen in te leveren. Daar onthult zich hun uitgaanstenue van de avond. Met veel enthousiasme en hilariteit bewonderen ze elkaars outfit.
Kees heeft een Lederhose aan. Hij kijkt op zijn beurt goedkeurend naar Roos, die zich vanavond in een Dirndl heeft gehesen. Als opwarmertje draait de dj ondertussen Het Smurfenlied van Vader Abraham. Eigenlijk best een bijzondere combinatie.
Ze hebben kaartjes gekocht voor de jaarlijkse thuiswedstrijd van de Heimatkapelle die Darmstädter Hübsch, die er de laatste jaren traditie van heeft gemaakt om de zondag vóór kerst op te treden in Podium Victorie. Bijna 600 mensen komen daarop af, en een groot deel heeft zich er speciaal voor gekleed. Het verhoogt zeker de sfeer. (tekst gaat verder onder de foto)
De Alkmaarders Jacqueline Kuiper, Jeroen Vink, Roos Vink en Kees Kuiper. (foto: Streekstad Centraal)
De vriendengroep heeft er absoluut zin in. Ze hebben de band nog niet eerder zien optreden, maar de faam is hen al vooruit gereisd: “We gaan er vanavond open in. Ik hou zelf wel van Tiroler, maar een Bierfest is niks voor mij. Zoveel bier drink ik niet. Maar dan is dit Weihnachtsfest wel een leuk alternatief. Ik hoop vanavond Stille Nacht te krijgen, O Tannenbaum en misschien wel Rammstein”, vertelt Kees.
Dat het publiek in de juiste stemming is, valt ook scheikundedocent Paul van Schagen uit Alkmaar op, die vanavond als drummer Pauki Kartner door het leven gaat. Hij kijkt vanaf de balustrade op de eerste verdieping toe hoe het publiek van vanavond binnendruppelt. “Elk jaar wordt het meer en gaan ze gekker doen”, zegt hij met een glimlach. “Mensen zijn meteen al aan het feestvieren.”
Bij Paul is het in 1999 allemaal begonnen als geintje. Bij het draaien van oude grammofoonplaten bleken een vriendin en hij allebei een ‘guilty pleasure’ te hebben: de Duitse Schlagermuziek. Als grapje organiseerden ze met een aantal muzikanten een Schlageravond in het oude poppodium Atlantis, toen nog aan de Breedstraat. (tekst gaat verder onder de foto)
Heimatkapelle Die Darmstädter Hübsch met (v.l.n.r.) nieuwkomer Maarten Plukker a.k.a. Martinus Plük, Eddie Califano, Freiherr Ludwig Ferdinand, Ollie Carrell, Frau Mutti Holzmann en Pauki Kartner. (foto: Streekstad Centraal)
Dat werd zo’n doorslaand succes dat ze daarna onafgebroken tien jaar door het hele land toerden. Ze stonden op grote podia zoals Paaspop en de Nacht van Assen. Zelfs in Duitsland en Oostenrijk wisten ze het publiek te vermaken met hun Hollandse humor en gekkigheid op het podium.
De enige rode draad van de avond: duitstalige muziek. Van Gute Nacht Freunde van Reinhard Mey via Nena en Falco (‘Jeanny!’) tot – inderdaad – Rammstein. En natuurlijk de nodige Schlagers om het feest compleet te maken. (tekst gaat verder onder de foto)
De Hübsch en het publiek gaan los in de Grolsch-zaal van Podium Victorie. (foto: Streekstad Centraal)
In 2009 leek het mooi geweest. Met een afscheidsconcert in Atlantis was de cirkel rond. “Dat was een waanzinnig optreden, ik heb zelden zo’n leuke avond beleefd”, vertelt raadscoryfee John van der Rhee aan Streekstad Centraal. Hij is er deze avond ook weer.
Acht jaar geleden was er nog wel een eenmalig reünieconcert bovenin de Ringersfabriek. Ook daar ontstond weer zo’n groot feest, dat het bij Paul weer begon te kriebelen. Helaas waren niet alle muzikanten uit het begin weer beschikbaar, maar hij vond enkele nieuwe bandleden. (tekst gaat verder onder de foto)
“Zonder Hübsch is het alleen december, daarna is het Weihnacht.” (foto: Streekstad Centraal)
Zo is de zangeres van de band tegenwoordig Frau Mutti Holzmann, die veel mensen uit De Rijp en omstreken zullen herkennen als Renate Houtman. De ‘Sängerin” die een flinke noot kan raken, heeft groot en klein talent zang- en muziekles gegeven in De Groene Zwaan. Kees en Jacqueline Kuiper komen speciaal voor hun vriend Olaf Koch, de toetsenist die vanavond alleen maar luistert naar de naam Ollie Carrell.
Maarten Plukker uit Alkmaar beleeft vanavond zijn vuurdoop als nieuw bandlid op de basgitaar. “Hij hoefde geen auditie te doen in dit genre, hij zag er Duits genoeg uit”, grapt Paul, vanavond de verloren zoon van Pierre Kartner. Voor de nieuwe bassist is de Duitse artiestennaam Martinus Plük bedacht. Verder zijn alleen zanger en gitarist Eddie Califano en gitarist Freiherr Ferdinand bandleden die niet uit de regio Alkmaar komen.
“Het zijn toch allemaal leraren Duits die dit doen?”, vraagt iemand in het publiek tijdens het optreden. Als gitarist Eddie dat na het optreden hoort, moet hij lachen. Het blijkt een broodje-aap-verhaal, maar hij laat die mythe graag voortbestaan. “Enig mysterie mag altijd een beetje blijven hangen rond deze band.” (tekst gaat verder onder de foto)
VVD-fractievoorzitter John van der Rhee heeft maar een woord voor het optreden van de Hübsch: “Wunderbar.” (foto: Streekstad Centraal)
John van der Rhee wil sinds de herstart geen Alkmaars optreden meer missen van ‘de Hübsch’, zoals de fans de band liefkozend noemen. Ook hij is daarom zondagavond weer van de partij, en zo van een afstandje bekeken, heeft hij zich ook deze avond weer uitstekend vermaakt. “Wunderbar”, zo vat hij zelf de afgelopen uurtjes samen.
Jeannette Mader uit Heerhugowaard is geboren en getogen in München, maar woont nu al langer in Nederland dan in Duitsland. Het is haar tweede keer dat ze het Alkmaarse kerstoptreden meemaakt. Ze heeft de portie ‘Weihnachtsmusik’ ook nodig in de kerstperiode, vanwege haar nostalgische herinneringen uit haar jeugd aan de kerst in Duitsland.
“Ik kan met kerst niet terug naar Duitsland, maar voor mij is kerst pas begonnen als ik deze avond heb meegemaakt”, vertelt Jeannette in vlekkeloos Nederlands maar nog met lichte Duitse tongval. (tekst gaat verder onder de foto)
De vuurdoop van bassist Maarten Plukker (links) verliep “wie gewünscht” (foto: Streekstad Centraal)
Paul ziet op deze Alkmaarse avond nog steeds veel mensen die er in 1999 in Atlantis ook al bij waren. Daar verbaast hij zich niet meer over: “Een vriend zei eens: door Nederland loopt een grens van noord naar zuid. Ten oosten daarvan zijn ze er mal van, ten westen snappen ze het niet zo goed. Jullie zijn ervoor om aan deze kant van die grens duidelijk te maken hoe leuk het is.”
Hij wijst naar het speciaal uitgedoste publiek: “In Alkmaar is dat goed gelukt. Hier zijn we enorm geland. Dit is ook wel het hoogtepunt voor onszelf. Hier hadden we echt naartoe geleefd.”
Elvis Presley grotendeels het gebouw uit en meer verzamelstukken erin, waaronder een onlangs aangeschafte Cliff Richard verzameling. Zaterdag werd het nu 1.200 vierkante meter grote ‘Collectors Paradise’ feestelijk geopend door met Erik van Muiswinkel. “Welkom bij onze jaarlijkse heropening!”
De cabaretier overdrijft, maar het is wel waar dat het Beatles Museum met enige regelmaat veranderingen ondergaat. Een hoek voor zeezenders, een afdeling voor oude radio’s en tv’s, uitbreiding van de Beatles collectie, Elvis erin, Elvis er toch maar weer uit om meer ruimte te maken voor meer Beatles en de verzamelafdeling.
Erik van Muiswinkel groeide op met Beatles muziek en ging ooit eens naar een Beatles voorstelling met zijn dochter, die ook liefhebber was geworden. Achteraf stond In de lobby iemand met een kraam vol verzamelstukken. Azing Moltmaker. Erik was helemaal niet op zoek, maar kon het niet laten om voor 350 euro zeldzame platen te kopen met studio-opnamen waarop het ontwikkelproces van nummers is te horen. “Hij was ook meteen mijn vriend!”, grapt Azing. (tekst gaat verder onder de foto)
Erik van Muiswinkel verzorgt geheel in eigen stijl de heropening van het Collector’s Paradise in het Beatles Museum. (foto: Marco Schilpp)
“Sinds die tijd werd ik gestaag op de hoogte gehouden door Azings vorderingen. En hij ook van de mijne, want hij komt trouw naar mijn voorstellingen. Ik zie een grote toekomst voor je, Azing”, voorspelt Erik. Hij schetst een beeld een overname van het bedrijventerrein, de stad en vervolgens de regio, met nog meer artikelen van de Beatles en andere artiesten, een stripmuseum en musea met wat voor verzamelingen Azing ook tegenaan loopt. “Ik voorspel dan ook, dat het niet de laatste keer is dat ik hier sta.”
“Uh nou ja, we gaan het Beatles Museum nog helemaal herinrichten, dus daarna zal je wel weer van me horen”, lacht de museumeigenaar. Erik lacht mee: “O gelukkig maar. Mensen, Azing slaapt niet. Hij gaat maar door, terwijl mensen om hem heen opbranden, maar dan komt er wel weer nieuw personeel. Hij zal nooit ophouden. Maar voor nu, gefeliciteerd met deze uitbreiding.”
Na het ‘formele’ gedeelte spreken we de cabaretier, voordat hij naar zijn voorstelling in Heiloo gaat. De Beatles gingen uit elkaar toen hij negen was en hij er nog geen idee van had dat de band wereldberoemd was. Maar zijn moeder was een groot liefhebber, en zo werd hij dat ook. “Ik ben zó opgegroeid met hun muziek, dat ik alle andere popmuziek daar aan af meet.” (tekst gaat verder onder de foto)
Erik van Muiswinkel struint door het Collectors Paradise van het Beatles Museum en bewondert de topstukken in de Elvis-hoek. (foto: Marco Schilpp)
“Toen was hun muziek heel modern en pionierachtig”, gaat Erik verder. “Maar voor de jeugd nu is het bijna klassieke muziek. Het is raar hoe snel dat gaat. Mijn zoon is een technoman en als hij vertelt over alle stijlen enzo, tja ik blijf toch maar aan de Beatles vasthouden. Maar hij vindt die liedjes ook nog steeds prachtig, hoor. Beatles muziek is voor eeuwig.”
Erik bekent dat hij ook het verzamelvirus heeft, maar dat hij dat in bedwang kan houden. “Het maakt je leven onmogelijk. Zowel financieel als organisatorisch. Ik ben allerlei verzamelingen begonnen, maar heb die vroegtijdig weer afgestoten. Het laatste dat ik verzamelde waren vertalingen van ‘De Kleine Prins’, daar heb ik er honderd van. Ik durf verzamelen niet, maar het is een van de allerleukste dingen die er is.” (tekst gaat verder onder de foto)
Erik van Muiswinkel en Azing Moltmaker nemen de tijd om het Collectors Paradise in het Beatles Museum te bekijken. (foto: Marco Schilpp)
Azing is comfortabel met zijn verzamelvirus, al verkoopt hij zijn Elvis collectie nu alweer. Die bracht te weinig extra bezoekers en zelf is hij toch geen echte fan. Nieuw is een collectie Cliff Richard muziek en boeken. “Die kwam op mijn pad. Het had een collectie van wie dan ook kunnen zijn. Bijvoorbeeld ABBA of Queen dan pak ik hem ook.” Geen liefhebber van Cliff Richard dus? “Neuh…”
Azing heeft het veel liever over zijn ‘verzamelaarsparadijs’ en de uitbreiding van het eigenlijke Beatles Museum. “De laatste vier weken was ik bezig met de uitbreiding van de verkoophoek, hoofdzakelijk alleen.” En hoe zit het met die kast vol Hello Kitty? “Gekregen”, lacht Azing. “Maar je zal je nog verbazen hoeveel ouders met kinderen komen die iets willen hebben. Uiteindelijk is de omzet belangrijk. Dit gedeelte is er alleen maar om het Beatles Museum te behouden.”
“Volgende week ga ik beginnen met de herinrichting van het Beatles gedeelte. Ik heb nog één derde van mijn collectie thuis staan.” Azing heeft er al helemaal zin in. Misschien overdreef Erik niet veel toen hij het had over jaarlijkse heropeningen. Wanneer de volgende is, dat is nog niet duidelijk.
Legaal spuiten in Alkmaar. De gemeenteraad heeft unaniem besloten dat er een buitenlocatie moet komen waar creatievelingen zich met graffiti en verf kunnen uitleven, zonder een boete te riskeren. Kunstdocent Gerben Hermanus is blij dat zijn idee is omarmd. “Voor mij is dit niet alleen een muur, maar een canvas voor verbinding, talent en vrijheid.”
Soms mogen straatartiesten aan de slag bij een culturele broedplaats als HAL25, of misschien wel bij een bewoner of bedrijf, maar dat is allemaal incidenteel. Er is nergens een vaste plek in Alkmaar, waar je met (spuit)verf iets moois mag maken. Gerben Hermanus, kunstdocent en coördinator beeldende kunst bij Artiance, besloot een petitie op te zetten voor een ‘Graffiti & StreetArt-muur’. Die werd meer dan 700 keer ondertekend.
Naar aanleiding van de petitie stelde OPA met steun van álle andere politieke partijen een motie op om zo’n kunstmuur te realiseren. Een motie is een opdracht voor het college van B&W, mits een meerderheid van de raad erop stemt. Aangezien alle partijen de motie steunden, was de stemming slechts een formaliteit, maar het moest nog wel even gebeuren.
De unanieme steun was voor Gerben de kers op de taart. “Na veel inzet en enthousiasme is het geweldig om te zien dat de gemeenteraad de motie heeft aangenomen. Dit betekent dat jongeren straks een veilige, legale plek krijgen om hun creativiteit te laten zien.”(tekst gaat verder onder de foto)
Slechts incidenteel kunnen straatkunstenaars ergens in Alkmaar terecht, bijvoorbeeld bij een cultureel centrum of tijdens het evenement Crosstown Murals. (foto: NH Nieuws)
Het nieuws ging als een lopend vuurtje. “In onze app-groep stroomde het vol met duimpjes en vlammetjes”, vertelt Gerben aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “En er ontstond gelijk een discussie over het soort afvalbakken die erbij moeten staan. Er schijnen speciale spuitbusprullenbakken te zijn waarmee je die spuitbus lek kan prikken, zodat er niet verder mee gekliederd kan worden.”
Cultuurwethouder Jan Hoekzema ziet de opdracht die hij kreeg helemaal zitten. “Dit is een prachtig voorbeeld van hoe we samen met jongeren en culturele partners ruimte geven aan creativiteit. Een legale graffitimuur draagt bij aan talentontwikkeling, verbinding en een levendig straatbeeld. De muur komt er. Samen bepalen we waar en hoe.”
Gerben hoopt dat het er niet bij één Graffiti & StreetArt-muur blijft. Eerder noemde hij tegenover NH al skateparken als opties. Zo heb je in Heerhugowaard en Hoorn skateparken met ‘legal walls’.
Naast dat er één of meerdere geschikte muren zullen worden gezocht, komen er duidelijke afspraken en regels over wat wel en niet kan, zodat de plek uitnodigend blijft voor makers én bezoekers. De komende maanden wordt het plan uitgewerkt. (foto: JJ Fotografie)