Koningsdag in Alkmaar mét Willem-Alexander en Máxima? Die kans lijkt voorlopig klein. Maar achter de schermen kijkt de gemeente inmiddels naar een ander koninklijk moment: de viering van 775 jaar stadsrechten in 2029. En daar hoort volgens Alkmaar misschien wél een bezoek van het koningspaar bij.
Die hoop wordt door burgemeester Anja Schouten grotendeels getemperd. De keuze voor de gemeente die het koningspaar ontvangt op Koningsdag wordt landelijk gemaakt, en daarbij speelt ook de spreiding door Nederland mee. Daarnaast kunnen gemeenten zich niet rechtstreeks aanmelden. Bovendien kwam de koninklijke familie in 2014 al naar De Rijp, inmiddels onderdeel van de gemeente Alkmaar.
Toch gloort er voor Alkmaar een andere kans aan de horizon. In 2029 bestaat Alkmaar namelijk 775 jaar als stad. Alkmaar kreeg in 1254 stadsrechten van graaf Willem II. Daarmee behoort Alkmaar tot een van de oudste steden van Nederland. De gemeente wil van het jubileum in 2029 een groots moment maken. “Het college richt de aandacht liever op de verkenning, eventuele voorbereiding en hopelijk de
uiteindelijke viering van het jubileum”, laat het college in de beantwoording weten.
Daarmee lijkt voorzichtig de deur opengezet voor een een mogelijke terugkeer van het koningspaar naar de Kaasstad. In hun verlovingstijd kwamen ze in 2001 al eens naar de kaasstad in het kader van het voorstellen van Maxima aan Nederland. (tekst gaat door onder de foto)
Als het aan de politieke partij BAS is, komt er komende Koningsdag weer een groot feest op het Waagplein in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
De vragen van BAS gingen niet alleen over de koning, maar ook over de drukte tijdens de afgelopen Koningsdag. Volgens het college verliep het feest zonder grote incidenten, ondanks de volle binnenstad. Met LED-schermen werden bezoekers naar rustigere plekken geleid om de drukte beter te spreiden.
Ook over toekomstige edities van Koningsdag deed het college enkele uitspraken. Zo staat de gemeente open voor nieuwe initiatieven op onder meer de Kanaalkade en het Waagplein. De gemeente benadrukt wel dat ondernemers en organisatoren zelf met plannen moeten komen, omdat de gemeente dit zelf niet wil organiseren.
Verder komt er mogelijk extra aandacht voor sanitaire voorzieningen. Volgens BAS moesten met name vrouwen soms zeer lang wachten. Het college erkent dat er tijdens drukke evenementen voldoende toiletten moeten zijn en wil bekijken of er volgend jaar extra voorzieningen nodig zijn.
Onder regenboogvlaggen, tussen muziek, suikerspinnen en kraampjes vol pins, shirts en handgemaakte sieraden, liep zaterdagmiddag een bont gezelschap over het Ringersplein in Alkmaar. Jongeren met vlaggen om hun schouders, dragartiesten, vrijwilligers en nieuwsgierige voorbijgangers: allemaal kwamen ze samen op de Queer Markt van Alkmaar Pride.
Maar achter die feestelijke en uitbundige sfeer zat ook een serieuzere laag. Want de markt ging niet alleen over zichtbaarheid of gezelligheid. Het ging ook over identiteit, acceptatie en de vraag die voor veel bezoekers jarenlang ingewikkeld is en bleef: wie ben ik eigenlijk?
“Vroeger was queer juist een woord voor iemand die er niet bij hoorde,” vertelt Oscar Salomé. Hij staat namens Zaan Pride met een kraampje op de markt. “Het werd gebruikt als iets vies of raars. En nu zeggen mensen juist met trots: ik ben queer.”
Dat woord – queer – staat centraal op de markt. Voor sommigen is het een duidelijke identiteit, voor anderen juist een ontsnapping aan vaste labels. “Ik voelde me nooit helemaal thuis in de gay community,” zegt Salomé. “Maar ook weer nergens anders. Queer voelde vrijer. Alsof ik niet hoefde te kiezen.” (tekst gaat door onder de foto)
Oscar Salomé staat met veel enthousiasme achter het kraampje van Zaan Pride. “Het is erg belangrijk dat we zichtbaar zijn, dus zo’n markt is heel nuttig.” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens hem is queer inmiddels uitgegroeid tot een breed begrip voor mensen die buiten traditionele verwachtingen vallen. Dat kan gaan over seksualiteit of gender, maar ook over hoe iemand relaties beleeft of zichzelf uitdrukt. “Eigenlijk is queer veel groter dan mensen denken,” zegt hij. “Sommige mensen willen zich heel duidelijk definiëren: ik ben dit en niet anders. Voor anderen werkt het juist niet zo. Die bewegen meer tussen verschillende dingen.”
Juist die flexibiliteit botst volgens hem soms met een samenleving die graag in duidelijke kaders denkt. “Mensen vinden het lastig als iets niet strak in een hokje past. Maar eigenlijk is het heel simpel: leef en laat leven.” Volgens Salomé is de zichtbaarheid van nu bijna niet te vergelijken met vroeger.
“Toen ik jong was, bestond er eigenlijk alleen homo of hetero,” vertelt Salomé. “Lesbisch werd amper genoemd. Over trans personen hoorde je bijna niets. Er was geen internet, er waren geen voorbeelden, geen community.” Dat gebrek aan herkenning kan diepe gevolgen hebben, vertelt hij. “Als je als kind al merkt dat je anders bent en iedereen om je heen zegt dat dat raar is, dan ga je denken dat er iets mis met je is. Dan trek je jezelf terug.” (tekst gaat door onder de foto)
De verschillende optredens, waaronder dat van de trommelaars zorgden voor extra energie en sfeer op het Ringersplein. (foto: Streekstad Centraal)
Juist daarom vindt hij evenementen als de Queer Markt belangrijk. “Als jongeren hier rondlopen en zien hoeveel verschillende mensen er zijn, dan helpt dat enorm. Dan denken ze: ik ben niet alleen.” Volgens hem hoeven volwassenen niet bang te zijn voor die zoektocht. “Laat kinderen gewoon ontdekken wie ze zijn. Uiteindelijk vinden ze vanzelf wel wat bij ze past.”
Dat gevoel van herkenning klinkt ook door in het verhaal van Mireille Sampimon-Ssembatya, regenboogambtenaar en gespecialiseerd trouwambtenaar voor queer koppels. “Ik ben zelf panseksueel, maar ik ben daar eigenlijk pas laat achter gekomen,” vertelt ze. “En dat is mede dankzij Alkmaar Pride.”
Jaren geleden kwam ze voor het eerst naar Pride als bondgenoot, denkt ze terug. Tot ze merkte dat het evenement haar persoonlijk raakte. “Ik dacht op een gegeven moment: waarom voel ik me hier zo thuis?” Inmiddels sluit ze als trouwambtenaar regelmatig huwelijken van queer stellen. “Mensen kiezen bewust voor mij omdat ze weten dat ik hun identiteit begrijp,” zegt ze. “Dat ik de juiste voornaamwoorden gebruik en dat ze zichzelf niet hoeven uit te leggen.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de Queer Markt in Alkmaar deelt Mireille gratis knuffels uit: “Niet iedereen krijgt de liefde die ze nodig hebben, daar ben ik vandaag voor!” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Sampimon-Ssembatya is dat voor veel queer mensen niet vanzelfsprekend. “Soms zitten mensen nog in de kast. Of ze weten zelf nog niet precies wie ze zijn. Dan helpt het enorm als je ergens komt waar dat allemaal gewoon mag bestaan.”
Dat idee – dat Pride meer moet zijn dan alleen feest – komt overal terug op de markt. “We wilden echt een combinatie maken van gezelligheid en inhoud,” vertelt Nathalie Swiers van de werkgroep achter de Queer Markt.
Samen met andere vrijwilligers organiseert ze het evenement grotendeels naast haar gewone baan. “We hebben geprobeerd een balans te vinden tussen leuke kraampjes en organisaties die echt iets betekenen voor de community.” Daardoor staan er zaterdag niet alleen verkopers, maar ook maatschappelijke organisaties, zorginstanties en culturele instellingen. (tekst gaat door onder de foto)
De Pride Walk trok zaterdagmiddag kleurrijk door Alkmaar en eindigde op het Ringersplein, waar bezoekers samenkwamen voor de Queer Markt. (foto: Streekstad Centraal)
“Er zijn organisaties die informatie geven, de GGD, maar ook het Regionaal Archief,” zegt Swiers. “Om te laten zien: er is geschiedenis, er is ondersteuning en er is een gemeenschap.” Volgens haar draait zichtbaarheid niet alleen om regenboogvlaggen ophangen, maar ook om ruimte maken voor verhalen. “Pride is een feest, maar ook een podium voor wat er speelt.”
Achter de kleurrijke markt zit ondertussen een steeds grotere organisatie. Alkmaar Pride groeit de afgelopen jaren zichtbaar, vertelt voorzitter Jessica Kuipers. “Dit jaar hebben we echt meer geïnvesteerd in activiteiten en professionalisering,” zegt ze. Naast de Queer Markt bestaat de Prideweek inmiddels uit lezingen, theater, een fietstocht, bingo’s, culturele activiteiten en bijeenkomsten vanuit verschillende organisaties en geloofsgemeenschappen.
“We hebben werkgroepen voor cultuur, media, de markt en de grachtenparade,” vertelt Kuipers. “En iedereen doet dit naast werk of studie. Dat maakt het extra bijzonder.” Volgens haar groeit ook de steun vanuit Alkmaar zelf. “De gemeente helpt mee, er zijn sponsors bij gekomen en steeds meer organisaties willen zichtbaar aanwezig zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
Bezoekers bekijken zaterdagmiddag de verschillende kraampjes op de Queer Markt, waar informatie, kunst en community samenkwamen tijdens Alkmaar Pride. (foto: Streekstad Centraal)
Dat zag de organisatie ook terug in het aantal aanmeldingen voor de markt. Waar er vorig jaar nog rond de twintig kramen stonden, waren dat er dit jaar ruim dertig. “Op een gegeven moment moesten we zelfs stoppen met aannemen,” zegt Kuipers lachend. “Want je moet het ook allemaal nog kunnen organiseren.”
Toch blijft voor veel betrokkenen uiteindelijk niet de organisatie het belangrijkste, maar de mensen op het plein zelf. “Ik word er altijd emotioneel van,” zegt ze. “Je ziet mensen in alle kleuren en vormen gewoon zichzelf zijn.” Volgens haar vergeten veel mensen dat die vrijheid niet voor iedereen vanzelfsprekend is. “Niet iedereen kan overal zichzelf zijn. Daarom is het zo bijzonder als je een plek creëert waar dat wel kan.”
Dat gevoel van veiligheid en herkenning is volgens Salomé ook uiteindelijk waar queer-zijn om draait. Niet om perfecte definities of politieke discussies, maar om ruimte krijgen om jezelf te ontdekken. “De belangrijkste acceptatie is zelfacceptatie,” zegt hij. “Als je alleen maar haat krijgt, wordt het moeilijk om liefde te ontvangen. Daarom zijn plekken zoals deze markt zo belangrijk. Ze laten zien: kijk, we zijn er. En je hoeft je niet te verstoppen.”
Terwijl de regen langs de ramen loopt, wordt het steeds drukker op de benedenverdieping van Maskerade Kledingverhuur in Heerhugowaard. In bijna iedere hoek staat wel iemand met een opvallend kledingstuk in zijn of haar handen. Tussen de rekken vol vintage kleding, kleurrijke rokken en oude kostuums wordt druk gezocht naar verborgen parels.
Even verderop staan Vronie van der Molen en haar dochter Daniëlle, samen het gezicht achter het familiebedrijf dat inmiddels is uitgegroeid tot het grootste kledingverhuurbedrijf van Noord-Holland. “Deze uitverkoop is eigenlijk puur omdat we ruimte nodig hebben voor nieuwe spullen”, legt Vronie uit. “Aan de andere kant van de gang hebben we nu allemaal bruidsjurken en daar hebben we echt de ruimte voor nodig.”
Die collectie kwam op bijzondere wijze binnen. “Mary Borsato nam contact met ons op, en blijkbaar ook met wat andere bedrijven, maar wij dachten meteen: we gaan erheen”, vertelt Vronie enthousiast. “Dus zijn we dezelfde dag nog langs gegaan om een kijkje te nemen en we kregen ontzettend veel jurken mee.”
Volgens Vronie bleef het daar niet bij. “Ik was lekker met Mary in gesprek en Daniëlle en Marco zijn ondertussen heel vaak heen en weer gaan lopen om alles in de auto te laden. Toen we thuis kwamen belde Mary meteen weer op. Ze vond ons zo gezellig dat ze graag meer aan ons wilde geven. Nu hebben we zo’n 400 bruidsjurken en stoffen die allemaal een plek nodig hebben.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de uitverkoopdagen van Maskerade in Heerhugowaard kunnen bezoekers tussen allerlei soorten kleding snuffelen. (foto: Streekstad Centraal)
Maskerade bestaat al tientallen jaren. Vronie richtte het bedrijf in 1981 op in Zuid-Scharwoude. In 2008 nam dochter Daniëlle het bedrijf over en twee jaar later verhuisde Maskerade naar Heerhugowaard, naar een pand van drie verdiepingen en 1500 vierkante meter vol kleding, accessoires en kostuums. “We begonnen lokaal, maar we zijn nu uitgegroeid tot een grote naam door heel Nederland”, zegt Vronie.
Dat merkt Daniëlle ook aan de aanvragen die binnenkomen. “We hebben zelfs een keer gehad dat er vanuit meerdere hoeken van Nederland aanvragen kwamen voor precies dezelfde jurkjes”, vertelt ze lachend. “We probeerden nog te bedenken dat ze van de ene naar de andere plek konden gaan, maar dat werd uiteindelijk niks, want Groningen en Middelburg liggen niet helemaal bij elkaar in de buurt.” Dus zat er volgens Vronie nog maar één ding op: “Nog meer jurkjes maken. Maar dat vind ik gelukkig heel leuk om te doen.”
De ruimte waar straks de bruidsjurken komen te hangen, was voorheen het atelier van Vronie. Om de nieuwe collectie goed te kunnen presenteren, moet er ruimte worden gemaakt. “Daarom verkopen we nu dingen die we niet veel meer verhuren”, zegt ze. “Daarnaast verplaats ik mijn atelier naar een kleiner kamertje.” Even later laat ze de nieuwe werkruimte zien. “Het is een heel stuk kleiner, maar de lichtinval is goed en het is echt nodig. Die jurken moet je mooi uit kunnen stallen.” (tekst gaat door onder de foto)
Voorheen had Vronie een erg groot atelier, tegenwoordig heeft ze – doordat er meer ruimte nodig is voor de bruidsjurken – een kleiner kamertje. “Maar ook dit is helemaal goed.” (foto: Streekstad Centraal)
De plannen gaan verder dan alleen verhuur. Zodra alles op zijn plek staat, willen moeder en dochter meer organiseren voor klanten. “We willen straks bijvoorbeeld pasavonden of middagen aanbieden waarbij mensen de jurken kunnen passen met een prosecco of een alcoholvrij drankje erbij”, vertelt Daniëlle.
Een deel van de jurken zal uiteindelijk ook verkocht worden. “Van sommige maten, zoals 36 tot 38, hebben we er genoeg”, zegt Vronie. “En sommige jurken maak ik misschien nog wat groter, zodat het beter te gebruiken is voor gewoon even passen. Het gaat tijdens zo’n avondje vooral om de voorkant en het gezellig passen, dus dat kan prima.” Een paar jurken blijven echter exclusief voor de verhuur. “Er zitten een aantal jurken bij die van Yolanthe Cabau zijn geweest, en die mogen we niet verkopen.”
Tijdens de eerste dag van de uitverkoop blijft het druk. Daniëlle ziet vaak al snel wie er echt komt shoppen. “Soms komt er iemand binnen met een hele kleurrijke rok of kleding die je niet zo snel in een gewone winkel ziet liggen. Dan weet ik meteen: die komt shoppen.” Volgens bezoekers zit juist daarin de charme van de uitverkoop. “Je ziet hier dingen die je nergens anders ziet”, vertelt een bezoeker terwijl ze tussen de rekken zoekt naar vintage kledingstukken. (tekst gaat door onder de foto)
Sommige bezoekers zoeken heel gericht naar bepaalde items voor een toneelstuk of opvoering. (foto: Streekstad Centraal)
De bezoekers zijn volgens Daniëlle erg verschillend. “Er komen hier ook toneelgroepen rondkijken op zoek naar juist dat ene item voor hun voorstelling. Het is allemaal erg divers en daarom juist zo leuk.”
Even later lopen twee vrouwen van een toneelgroep met een winkelkar vol jurken, rokken en pakken richting de kassa. “Voor het toneelstuk dat we volgend jaar gaan opvoeren”, vertellen ze. “We zijn erg goed geslaagd. En het mooie is dat de kleding zo ook nog eens een tweede leven krijgt. Win-win.”
Ondertussen gaat er flink wat kleding over de toonbank, maar volgens Daniëlle hoeven bezoekers niet bang te zijn dat alles snel weg is. “Ik hang zodra er wat spullen verkocht zijn weer nieuwe dingen op. Zo blijft er genoeg hangen voor klanten die later nog een kijkje willen nemen. Ze hoeven zich geen zorgen te maken dat er zaterdagmiddag of zondag niks meer ligt”, zegt ze lachend tegen Streekstad Centraal.
Met een grote glimlach luidt Mary Borsato vrijdagochtend de kaasbel op het Waagplein. De 81-jarige Alkmaarse krijgt daarmee een bijzondere rol tijdens de kaasmarkt en geniet zichtbaar van alle aandacht. Tot verrassing van veel aanwezigen staat ook zoon Marco Borsato ineens op het plein. “Dit is echt een Alkmaars gebeuren,” zegt hij. “Dit zijn Alkmaarders onder elkaar. Dat is toch prachtig?”
Voor Marco voelt de ochtend als een feest van herkenning. Hij groeide op aan de Peperstraat, op een steenworp afstand van de kaasmarkt. “Mijn hele leven is de kaasmarkt onderdeel van Alkmaar geweest,” vertelt hij. “Ik heb al heimwee als ik de Waagtoren niet meer zie.”
Dat zijn moeder op haar 81ste nog volop meedoet aan alle festiviteiten vindt hij typisch Mary. Vooral wanneer ze ook nog even op de berrie voorbij wordt gedragen. “Dat vond ik wel een verrassing dat ze dat toch nog even deed,” lacht Marco. “Maar dat is typisch mijn moeder. Die vindt alles leuk, vindt alles gezellig en is nog zó energiek.” (tekst loopt door onder de foto)
Uiteraard luidde kaasmarktgast Mary Borsato stipt om 10 uur de kaasmarktbel. Een bijzondere handeling die maar één keer in een mensenleven mag worden verricht. (foto: Streekstad Centraal)
Dat enthousiasme herkennen veel Alkmaarders van De Witte Markies, de bruidswinkel waarmee Mary jarenlang een begrip was in de stad – nu is ze er dan tóch mee gestopt. Op de kaasmarkt krijgt ze de vraag hoeveel bruiden zij in al die jaren heeft geholpen. “Dat weet ik echt niet meer,” reageert Mary. Waar ze nog altijd het meest van geniet, weet ze wél meteen: “Het mooiste wat er is, is een bruid zien in haar eigen gekozen bruidsjurk.”
De familie heeft inmiddels zelfs een directe band met het kaasdragelsgilde, om precies te zijn met het blauwe veem. “Max is inmiddels onderdeel van de familie en een kaasdrager,” vertelt Marco. Max de kaasdrager is getrouwd met één van de kleindochters van Mary. “Dus bij ons is het tegenwoordig allemaal kaas”, zo laat hij Streekstad Centraal weten.
Tijdens de markt geniet hij zichtbaar van de sfeer én van de verschillende kazen die worden geproefd. “Ik ben zó gek op die kaas,” zegt hij enthousiast. “Het is leuk om die verschillen te proeven en de verhalen erbij te horen.” (tekst loopt door onder de foto)
Marco Borsato genoot zichtbaar van het bezoek aan de Alkmaarse kaasmarkt. (foto: Streekstad Centraal)
Ook over de ontvangst van zijn moeder is hij lovend. Mary werd vooraf ontvangen op het stadhuis door burgemeester Anja Schouten. “Er wordt echt de tijd voor haar genomen,” vertelt Marco. “Mijn moeder krijgt uitleg, een taartje erbij… Daar moet ik de burgemeester echt complimenten voor geven. Hoe zij Alkmaar op de kaas, ehhh ik bedoel op de kaart zet.”
Volgens Marco laat de ochtend precies zien waar Alkmaar voor staat. Terwijl hij om zich heen kijkt naar de kaasdragers, bezoekers en bekende gezichten op het plein, vat hij het treffend samen: “Iedereen kent elkaar hier. Dat maakt het zo leuk.” En dan wordt er weer aan hem getrokken voor de volgende foto en is hij weg.
Trekkers, muziek, gezelligheid: de organisatie en de vaste bezoekers van het truckersfestival ‘Power Valley’ in het Geestmerambacht keken er al naar uit. Maar het feest gaat niet door nu blijkt dat een beschermde vogel aan het broeden is in het gebied. Het gaat om een ransuil. Onbedoeld houdt die uil nu een heel festival tegen.
Het is één van de vele voorbereidingen, normaal een formaliteit: de controle door een ecoloog, of er niet een zeldzaam vogeltje zit waar de organisatie rekening mee moet houden. Het Geestmerambacht is immers óók een natuurgebied. Dit jaar kwam de ecoloog met het bericht dat de ransuil er broedt en dat is een beschermde vogel.
“De ransuil heeft jongen en die vliegen waarschijnlijk over een week of drie uit”, legt Jan Romar van Power Valley uit aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. De teleurstelling is groot. (tekst gaat door onder de foto)
Machtige machines stalen in andere jaren de show, nu blijft het stil (foto: Power Valley)
“Hier houd je geen rekening mee”, verzucht Romar. “Het is zuur voor iedereen. We waren volop bezig met de opbouw. Vooralsnog is de ransuil de eerste en enige bezoeker van het evenement.”
Power Valley zou op 22 mei van start gaan. Het tweedaagse festival trok in andere jaren duizenden bezoekers. Met optredens van bands als Oôs Joôs en Annelie Smits verwachtte de organisatie er ook dit jaar weer een mooi feest van te maken, met als middelpunt de grote trekkers die wedijveren bij het ‘tractor pulling’.
Volgens Omar is het niet haalbaar het evenement een paar weken later alsnog te laten plaatsvinden. “De ogen zijn nu gericht op volgend jaar”, verklaart hij. Voorlopig is hij druk met afzeggen; hoe de mensen die al een ticket hadden gecompenseerd gaan worden is nog niet bepaald. “Dit gaat geld kosten”, vreest Romar.
De ransuil is een inheemse vogel, die het sinds de jaren 70 moeilijk heeft en daarom op de rode lijst is gezet. Er zijn enkele duizenden broedparen in Nederland. Ransuilen gebruiken voor het broeden oude nesten van andere vogels. Dat is ook in het Geestmerambacht het geval. Het is voor de organisatie van Power Valley te hopen dat de uilen volgend jaar een ander plekje uitzoeken. (hoofdfoto: Wikimedia Commons / Gllawm)
Nog drie weken en dan verandert de binnenstad van Alkmaar opnieuw in het Alckmaer van de zestiende eeuw tijdens Kaeskoppenstad. Achter de historische gevels, ambachten en figuranten schuilt een wereld van vrijwilligerswerk, creativiteit en maandenlange voorbereiding. Dit jaar krijgt het evenement bovendien een opvallende nieuwe publiekstrekker: de Kakofoon, een enorme rijdende muziekmachine.
De zogenoemde ‘Kakofoon’ is het nieuwste geesteskind van bouwmeester Jan Roobeek. In een loods aan de Zijperstraat wordt nog volop gewerkt aan het bouwwerk, dat tijdens Kaeskoppenstad door de Langestraat zal rijden onder begeleiding van muzikanten van Artiance. En dat zal voor iedereen te zien en te horen zijn.
“Het is eigenlijk een kakofonie van geluid,” vertelt Roobeek lachend. “Maar het gaat om meer dan alleen muziek. Ik hoop vooral dat dit andere mensen inspireert om zelf ook creatief aan de slag te gaan.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Kakofoon is ontstaan uit de vier zuilen van geluid. (foto: Kaeskoppenstad)
Roobeek begon afgelopen najaar met de eerste schetsen. Wat begon als een idee voor een carillon groeide uit tot een constructie van ruim vier meter hoog, waarin verschillende vormen van geluid samenkomen. Kinderen kunnen de machine aandrijven door te fietsen en te draaien aan onderdelen, waarna gitaren, trommels en andere instrumenten tot leven komen.
Volgens de bouwmeester draait het project niet alleen om techniek, maar vooral om verbeeldingskracht en samenwerking. Bedrijven uit de regio leverden materialen, tandwielen en hout, terwijl vrijwilligers meebouwden aan de constructie.
“Dat mensen willen meedenken en helpen, dat vind ik goud waard”, zegt Roobeek. “Je maakt verbindingen tussen bedrijven, vrijwilligers en bezoekers. Dat is misschien nog wel het mooiste van Kaeskoppenstad.” (tekst gaat verder onder de foto)
Bouwmeester Jan Roobeek denkt al na hoe Kaeskoppenstad verder kan zonder hem. (foto: Streekstad Centraal)
De muziekmachine past volgens hem ook bij de geest van Alkmaar na het Ontzet van 1573. “Toen ontstond hier een enorme energie en creativiteit. Dat gevoel van vrijheid en inventiviteit wil ik eigenlijk weer aanboren.”
Dat Kaeskoppenstad al jarenlang bestaat, is grotendeels te danken aan honderden vrijwilligers. Voorzitter Daniëlle Koelemij benadrukt hoeveel werk er achter de schermen wordt verzet. “Er gaan makkelijk tienduizend uur in zitten”, vertelt ze. “Van figuranten en kostuumgroepen tot decorbouwers en technici. Veel mensen zijn hier het hele jaar mee bezig.”
Direct na afloop van de vorige editie begon de organisatie alweer met de voorbereidingen voor 2026. In de loods worden decorstukken opgeknapt en nieuwe bouwwerken gemaakt, terwijl kostuumgroepen kleding repareren en figuranten workshops volgen om zich in hun historische rol te verdiepen.
“Het mooie is dat mensen hier echt samen iets creëren”, zegt Koelemij. “Nieuwe vrijwilligers worden gekoppeld aan ervaren deelnemers en groeien zo langzaam in hun rol.” (tekst gaat verder onder de foto)
Daniëlle Koelemij, voorzitter van de Stichting Kaeskoppenstad, wil dat het evenement nog meer mensen verbindt met elkaar. (foto: Streekstad Centraal)
De organisatie luidde eerder deze maand de alarmbel over de financiën van het evenement. Door slecht weer tijdens de vorige editie en stijgende kosten in de evenementensector ontstond een tekort. Inmiddels ziet de stichting weer licht aan het einde van de tunnel. “We hebben gemerkt hoeveel mensen Kaeskoppenstad een warm hart toedragen”, zegt Koelemij. “Dat geeft enorm veel steun en vertrouwen.”
Volgens haar stijgen vooral de kosten voor professionele ondersteuning en veiligheid. “Vrijwilligers blijven de basis, maar sommige taken vragen tegenwoordig om gecertificeerde mensen. Dat maakt organiseren steeds duurder.”
Kaeskoppenstad draait voor de organisatie niet alleen om geschiedenis, maar ook om verbinding tussen mensen van nu. Koelemij hoopt dat het evenement in de toekomst nog toegankelijker en inclusiever wordt. (tekst gaat verder onder de foto)
De Kakofoon, het nieuwste bouwwerk dat de première beleeft tijdens Kaeskoppenstad 2026. (foto: Kaeskoppenstad)
“Het herbeleven van de geschiedenis is uiteindelijk een middel om in het heden samen iets moois neer te zetten,” zegt ze. “Ik zou het prachtig vinden als nog meer mensen uit allerlei achtergronden zich welkom voelen om mee te doen.”
Kaeskoppenstad vindt plaats op zaterdag 6 en zondag 7 juni in de binnenstad van Alkmaar. Bezoekers wanen zich dan opnieuw in het Alkmaar van 1573, met historische taferelen, ambachten, muziek en tientallen voorstellingen verspreid door de stad.
Tien jaar geleden begon Karavaan zelfstandig aan een cultureel avontuur waarvan niemand precies wist waar het zou eindigen. En dat weten we nog steeds niet, maar inmiddels trekt het festival bezoekers uit heel Nederland naar Alkmaar en is het uitgegroeid tot een vaste waarde binnen de Noord-Hollandse theaterwereld.
De Karavaan blijft daarbij trouw aan waar het ooit mee begon: bijzondere voorstellingen op onverwachte plekken, ruimte voor jonge makers en theater dat mensen samenbrengt.
Directeur Ilse van Dijk en communicatiemedewerker Jasper Brinkman Geus kijken samen met Streekstad Centraal trots vooruit naar de jubileumeditie, én blikken terug op tien jaar bouwen, verhuizen en dromen. “Naamsbekendheid was in het begin echt belangrijk”, steekt Ilse van wal. “We waren best bang of er wel mensen naar onze voorstellingen zouden komen. Gelukkig gebeurde dat wel en daarna zijn we eigenlijk alleen maar groter geworden.”
Hoewel de organisatie Karavaan dit jaar het tienjarig jubileum viert, bestaat het festival al veel langer. Tot en met 2015 opereerde het locatietheaterfestival onder de Cultuurcompagnie Noord-Holland, en trok het vooral als rondreizend straattheaterfestival door de provincie. (tekst loopt door onder de foto)
Het Festivalhart van Karavaan is iedere editie druk bezocht. (foto: Keith Montgomery)
In 2016 werd de Cultuurcompagnie opgeheven en koos Karavaan zelfstandig voor een nieuwe koers. Met groot Alkmaar als vaste basis. Daarna groeide het festival uit tot één van de groten binnen het Noord-Hollandse locatietheater.
Die groei is inmiddels zichtbaar ver buiten Alkmaar. Bezoekers uit het hele land weten het festival inmiddels te vinden. “Mensen komen niet alleen uit Noord-Holland, maar echt vanuit heel Nederland naar Alkmaar”, zegt Ilse. “We zijn ook echt een springplank voor jonge makers en creatievelingen. Dat is wel iets waar we trots op zijn”, voegt Jasper toe.
Wat Karavaan onderscheidt van andere festivals is volgens Ilse vooral de manier waarop locatie en voorstelling samenkomen. “Nergens anders in de regio is er zoiets als wat wij aanbieden. We willen dat iedereen zich vertegenwoordigd voelt in onze programmering.”. En daarbij draait het niet alleen om de voorstelling zelf.
“Je gaat hier niet een theaterzaal in om alleen te kijken”, legt Jasper uit. “Vanaf het moment dat je het terrein op loopt, ben je onderdeel van de beleving. Wij bepalen hoe bezoekers lopen, wat ze zien en hoe ze ergens binnenkomen. De locatie is écht onderdeel van het verhaal.” (tekst gaat door onder de foto)
Karavaan staat bekend om locatietheater op onverwachte plekken in en rond Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Dat levert vaak iets bijzonders op. Zo vindt dit jaar een voorstelling plaats bij LiberTerra in Koedijk. “Ik kende het zelf eerst ook niet”, vertelt Ilse lachend. “Maar toen we daar eenmaal waren dacht ik echt: dit is geweldig. De bewoners willen ook meehelpen, dus dan weet je dat er weer iets bijzonders ontstaat.”
Ook Alkmaar zelf blijft inspireren. “Ik zeg altijd: Alkmaar is Nederland in het klein. Je hebt hier alles in de buurt. De duinen, de polder, de stad. Daardoor hebben we ontzettend veel mooie locaties tot onze beschikking.”
Na tien jaar heeft Karavaan al op talloze bijzondere plekken gespeeld, maar het verlanglijstje is nog lang niet leeg. “Boven op de parkeergarage, met uitzicht over heel Alkmaar, staat hoog op mijn lijstje”, vertelt Ilse enthousiast. “Ik zie het helemaal voor me: een voorstelling over hoe mensen zich tegenwoordig voortbewegen, met dat uitzicht over de stad op de achtergrond. Dat zou echt uniek zijn. We houden ervan om anders dan anders te zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
Als het aan Karavaandirectrice Ilse ligt gaat ze de aankomende jaren alle bijzondere locaties in regio Alkmaar af. “Er staan er nog genoeg op mijn lijstje.” (foto: Streekstad Centraal)
Ook Jasper kijkt uit naar bijzondere producties tijdens de komende jubileumeditie. “Anna An Sich wordt gespeeld in de schuilkerk aan het Fnidsen. Dat vind ik zo’n bijzondere locatie en het sluit perfect aan bij het verhaal van de voorstelling.”
Daarnaast noemt hij DIXI als een van de opvallendste producties van dit jaar. “Die speelt zich af achter de toiletten van het festivalhart in het Victoriepark”, zegt hij lachend. “Misschien niet zo spectaculair als een parkeerdak, maar het past zó goed bij het onderwerp dat we er stiekem best trots op zijn.”
Volgens de organisatie wordt er nooit zomaar een locatie gekozen. “We denken echt goed na over welke plek iets toevoegt aan het verhaal dat we willen vertellen”, legt Jasper uit.
Ondanks het succes kampt Karavaan nog steeds met een uitdaging die ze al jaren parten speelt: het ontbreken van een vaste locatie. “Dat is echt shit”, zegt Ilse eerlijk. “Je bent steeds bezig met verhuizen, terwijl je liever bezig bent met het verbeteren van voorstellingen en nieuwe ideeën bedenken.” (tekst gaat door onder de foto)
Karavaan is momenteel gevestigd aan de Paardenmarkt in het centrum van Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Het nieuwste stek, het voormalig UWV-kantoor in Alkmaar, werd door de organisatie flink aangepakt. “We hebben er van alles aan veranderd, waaronder een keuken toegevoegd”, vertelt Ilse lachend. “Maar ideaal is het niet, zeker omdat we niet weten hoe lang we hier mogen blijven.” De lijst met eerdere locaties is inmiddels lang. “We zijn heel blij met wat we nu hebben, maar het blijft onzeker. Het is toch te gek voor woorden dat we na tien jaar nog steeds ‘krakers’ zijn?”
Toch wordt die keuze zelf gemaakt. Volgens Ilse zijn er in Alkmaar wel degelijk leegstaande panden te vinden, maar blijkt een geschikte vaste locatie financieel lastig haalbaar. “We gaan niet bezuinigen op het programma zodat we een pand kunnen huren. Dat vinden we onverantwoord”, legt ze uit. “We krijgen subsidie en dat geld willen we terug laten komen bij de gemeenschap. Dat moet dus naar de voorstellingen en de makers gaan.”
Daarnaast zoekt Karavaan niet zomaar een kantoorruimte. “We hebben een grote plek nodig voor vrijwilligers, stagiaires en alle mensen die hier rondlopen. Natuurlijk zouden we misschien iets kunnen huren, maar dat is vaak niet waar we echt wat aan hebben. Uiteindelijk kiezen we voor het programma.”
Voor de jubileumeditie gooit Karavaan het over een andere boeg. Het festivalhart wordt dit jaar voor het eerst gratis toegankelijk. “Normaal doen festivals het andersom”, zegt Jasper. “Die beginnen gratis en maken het later betaald. Wij draaien het juist om.” Waar bezoekers eerder entree betaalden om het terrein op te kunnen, is dat nu niet meer nodig. Alleen voor de voorstellingen zelf moeten nog kaarten worden gekocht. (tekst gaat door onder de foto)
In 2020 kwam Cultuurminister Ingrid van Engelshoven nog op bezoek bij Karavaan. Daarbij ging het ook over het belang van locatietheater. (foto: Streekstad Centraal)
“We willen dat nieuwe mensen ons weten te vinden”, legt Ilse uit. “Soms houdt het mensen tegen dat ze moeten betalen voor iets waarvan ze niet precies weten wat het is. Nu kan iedereen gewoon binnenlopen en sfeer proeven.” Dat betekent wel een financiële aderlating voor de organisatie. Toch twijfelen Jasper en Ilse niet aan de keuze. “We lopen veel inkomsten mis, maar het voelde alsof dit ‘moest’. We lossen het financieel niet meteen op, maar toegankelijkheid vinden we belangrijker.”
Volgens Ilse staat de culturele sector steeds meer onder druk. “Er wordt veel bezuinigd, terwijl organisaties zoals wij juist belangrijk zijn voor een stad. Alkmaar kan soms best conservatief zijn. Als andere geluiden minder ruimte krijgen, wordt dat alleen maar erger. Dat willen wij juist voorkomen.”
Maar stoppen? Daar denken ze voorlopig absoluut niet aan. “Het werk geeft enorm veel energie”, zeggen Jasper en Ilse. “We maken mooie dingen, met verhalen die er toe doen, en dat willen we de komende jaren gewoon blijven doen.” Al blijft er één grote wens overeind staan: een vaste plek in Alkmaar. “Het liefst midden in het centrum”, zegt Ilse. “Waar we nu zitten lopen vrijwilligers makkelijk even binnen. Dat werkt heel fijn.”
Na tien jaar bouwen, verhuizen en vernieuwen is één ding voor Jasper en Ilse in ieder geval duidelijk: “We zijn nog lang niet klaar met Alkmaar, maar eerst is het tijd voor de jubileumeditie eind deze maand.”
Muziek, spelende kinderen en gesprekken aan kraampjes: het Bevrijdingsfestival in de Alkmaarse binnenstad trok dinsdag veel bezoekers. Tussen de optredens van onder meer Jett Rebel en Yori Swart door zochten inwoners elkaar op – om te vieren, maar ook om stil te staan bij wat vrijheid betekent.
Op het Canadaplein en de Paardenmarkt werd het in de middag steeds drukker. Kinderen renden heen en weer tussen de stormbaan en panna-kooi, terwijl volwassenen bleven hangen bij de informatiestands of het podium. De sfeer was open, nieuwsgierig en ontspannen.
Bij de stand van de Alkmaarse veteranen draait het om ‘het gesprek’ met een veteraan. Streekstad Centraal knoopt een gesprek aan met Edgar (62), veteraan en reservist. In 1983 werd hij als dienstplichtige uitgezonden naar Libanon. (tekst gaat verder onder de foto)
Veteraan Edgar vertelt het publiek op het Bevrijdingsfestival graag over zijn ervaringen als Unifil-veteraan en reservist. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik was achttien jaar en zat daar ineens een half jaar met twaalf man op een post,” vertelt hij. “Achteraf een goede keuze geweest. Ik ben er een beter mens van geworden.”
De Unifil-missie in Zuid-Libanon stond in het teken van vrede bewaren tussen verschillende partijen in een verscheurde regio. “We waren daar als vredesmacht om partijen een beetje uit elkaar te houden en rust te creëren. We hadden ook het idee dat mensen zich veilig voelden bij ons.”
Het contrast met de huidige wereldsituatie raakt hem. “Als je ziet wat er nu allemaal gebeurt… dan denk ik: waarvoor zijn we daar geweest?”
Toch blijft hij staan op het festival, om het gesprek aan te gaan. “Mensen die vragen hebben over hoe wij dat ervaren hebben, die wil ik dat wel vertellen. Want die missies zijn belangrijk.” (tekst gaat verder onder de foto)
Veteranen in gesprek met bezoekers op het Bevrijdingsfestival in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Een paar kraampjes verder ontstaat een ander soort gesprek. Bij de stand van Alkmaar voor Palestina mogen kinderen zakjes werpen naar planken met kreten als ‘apartheid’, ‘bezetting’ en ‘genocide’. Ook kan er geknutseld worden aan vliegers en ligt er een quiz klaar. De vraag dringt zich op of het passend is om je zo op kinderen te richten met een dergelijk complex geopolitiek onderwerp.
Sandra, die bij de kraam staat, wil wel antwoorden op die kritische vraag. “We willen aandacht vragen voor Palestina en mensen op een laagdrempelige manier kennis laten maken met het onderwerp”, legt ze uit. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij een standje van Alkmaar voor Palestina biedt de organisatie een interactieve manier aan om zich op het thema te richten. (foto: Streekstad Centraal)
Op de vraag of dit onderwerp niet te ingewikkeld is voor kinderen, zegt ze: “Ik vind dat je daar als ouder wel iets over kan zeggen tegen je kinderen.” Volgens Sandra zouden ouders kunnen vertellen dat mensen in Palestina geen vrijheid hebben: “Dat land is bezet, waardoor die kinderen daar geen vrijheid hebben. Daar kan je best met je kinderen over praten, denk ik. Maar dat is niet waar we hier met de kinderen over in gesprek gaan natuurlijk.”
Volgens haar ligt de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij ouders zelf. “Als ouders denken: dit is niks voor mijn kind, dan lopen ze wel door.” We noteren haar antwoord en beloven het oordeel aan de lezers van Streekstad Centraal over te laten. Op bevrijdingsdag is ruimte voor verschillende perspectieven – en aan de bezoeker om daar in vrijheid een eigen mening over te vormen.
Rond 14:00 uur verschuift de aandacht naar een symbolisch moment: de aankomst van het bevrijdingsvuur, waarmee het bevrijdingsfeest officieel wordt geopend. Atletiekvereniging Hylas brengt het vuur traditiegetrouw sinds 2015 in estafette vanuit Wageningen naar Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
De hardlopers die met een estafetteloop het vuur uit Wageningen hebben opgehaald, samen met vrijwilliger Ron Kabel die na een herseninfarct zelf niet meer kan meelopen. (foto: Streekstad Centraal)
Ron Kabel, jarenlang de drijvende kracht achter deze tocht, wordt daarbij in het zonnetje gezet. Dankzij hem komt het bevrijdingsvuur elk jaar langs alle kernen en monumenten in de gemeente.
De estafette verbindt herdenken en vieren, legt burgemeester Anja Schouten uit: “Het wordt aangestoken in Wageningen, waar de vrede getekend werd, en komt dan door de nacht hier het licht in. Het is letterlijk de verbindende schakel tussen 4 mei, het donker, en 5 mei, het vieren in het licht.” (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Anja Schouten en kinderburgemeester Bo Schmidt steken samen het bevrijdingsvuur aan met de vlam die in Wageningen is opgehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Op de Paardenmarkt genieten kinderen ondertussen van optredens van jong talent en activiteiten, terwijl op het Canadaplein het publiek zich verzamelt voor het hoofdprogramma. Tussen de muziek door blijven mensen met elkaar in gesprek – bij stands van onder meer Stichting Truus Wijsmuller, de LHBTI+-gemeenschap en andere organisaties die elk op hun eigen manier het thema vrijheid invullen.
Volgens burgemeester Schouten laat de drukte zien dat Bevrijdingsdag leeft in Alkmaar. “Heel mooi. Je merkt dat het voorziet in een behoefte. Mensen komen voor het vuur, voor de gezelligheid, maar blijven ook luisteren en met elkaar praten.”
En juist dat gesprek is volgens haar de kern van vrijheid: “Vandaag vieren wij de vrijheid. En ik hoop dat morgen iedereen de vrijheid weer een stukje groter maakt. Bijvoorbeeld door een praatje aan te knopen met de buren door gewoon eens bij een discussie te zeggen: ‘We zijn het niet eens, maar laten we een kop koffie drinken samen’. Als we dat allemaal doen, wordt Alkmaar nog mooier.”
Met toespraken, muziek, gedichten, een stille tocht, kransleggingen en twee minuten stilte heeft Alkmaar maandagavond stilgestaan bij de Nationale Dodenherdenking. Honderden mensen kwamen samen in de Grote Sint Laurenskerk en bij het monument aan de Harddraverslaan om de slachtoffers van oorlog en geweld te herdenken. De herdenking was live te volgen via Streekstad Centraal.
De bijeenkomst in de Grote Kerk begon rond 19:00 uur met muziek van het Regionaal Jeugdorkest en voordrachten van basisschoolleerlingen. “We zijn hier om samen te herdenken. Om bewust stil te staan bij wat er toen in Nederland en in Alkmaar gebeurde”, klonk het tijdens de uitzending.
Een indrukwekkend moment volgde toen de 11-jarige kinderburgemeester Bo Schmidt de namen voorlas van omgekomen verzetsmensen uit Alkmaar en omgeving. De lange lijst met namen – sommigen nog maar tieners – maakte zichtbaar hoe groot de impact van de oorlog ook lokaal is geweest. (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Schouten legt een krans bij het monument aan de Harddraverslaan samen met Bob Martens, voorzitter van het 4-mei comité. (foto: Streekstad Centraal)
Burgemeester Anja Schouten stond in haar toespraak stil bij het landelijke thema ‘De geschiedenis begrijpen’. Volgens haar is herdenken niet alleen terugkijken, maar ook proberen te begrijpen wat oorlog en onderdrukking betekenen – toen én nu.
“Die stilte is niet leeg. Ze is gevuld met herinneringen, met verhalen”, sprak zij. De burgemeester benadrukte dat de geschiedenis dichterbij is dan soms wordt gedacht, bijvoorbeeld in beelden van Alkmaar tijdens de oorlog: bekende plekken die ineens een andere, dreigende betekenis krijgen. Tegelijkertijd wees ze op de actualiteit en de blijvende vragen die oorlog oproept.
Volgens burgemeester Schouten ligt er ook een opdracht in het heden. “Weerbaarheid zit in het kleine. In het kennen van je buren. In het omkijken naar elkaar,” zei zij. Haar oproep sloot aan bij het jaarthema en het motto van het 4 mei comité: maak vrijheid zichtbaar en houd die levend. “Maak vrijheid groot, zodat we het nooit kwijtraken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Grote opkomst bij de Dodenherdenking aan de Harddraverslaan in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Na het programma in de kerk volgde de stille tocht naar het monument aan de Harddraverslaan. Daar was het om 20.00 uur twee minuten stil, gelijktijdig met de rest van Nederland.
Na het Wilhelmus legden de burgemeester en vertegenwoordigers van het 4 mei comité een krans namens de Alkmaarse bevolking. Aansluitend volgde het defilé, waarbij bezoekers langs het monument liepen om hun respect te betuigen.
Ook in andere kernen binnen de gemeente, zoals Oudorp, Stompetoren en De Rijp, vonden herdenkingen plaats met stille tochten, muziek en toespraken.
De herdenking in Alkmaar onderstreepte het belang van blijven vertellen en luisteren naar verhalen, juist ook voor nieuwe generaties. Zoals tijdens de uitzending werd benadrukt: herdenken gaat niet alleen over het verleden, maar ook over de verantwoordelijkheid voor de toekomst. (tekst gaat verder onder de foto)
Vanuit Wageningen zijn lopers onderweg naar de gemeente Alkmaar, samen met de dorpsomroeper van De Rijp Jan Geert Prins om het bevrijdingsvuur naar de verschillende kernen te brengen. (foto: aangeleverd)
Op Bevrijdingsdag verschuift de aandacht van herdenken naar vieren. In Alkmaar staan de hele dag activiteiten in het teken van vrijheid.
Op het Canadaplein start vanaf 13:00 uur het Bevrijdingsfestival met muziek en optredens, inclusief het ontsteken van het bevrijdingsvuur. Op de Paardenmarkt is er een kinderfestival met straattheater en ontmoetingen met veteranen. Daarnaast biedt Hal25 ruimte aan lokaal muzikaal talent en is er in de Vrijheidskerk een vrijheidsmaaltijd, waar inwoners samen eten en in gesprek gaan over vrijheid.
Zo vormt 5 mei een vervolg op de ingetogen herdenking van de avond ervoor: van stilstaan bij het verleden naar het vieren van vrijheid in het heden.
Met het kenmerkende geluid waar hij zijn bijnaam aan te danken heeft, reed hij dit weekend weer voor het eerst van Bergen naar Camperduin: de ‘stofzuigerbus’. Na jaren van restaureren, zoeken naar onderdelen en duizenden uren vrijwilligerswerk maakte de historische jaren veertig bus zijn eerste échte rit.
Voor de mensen die eraan werkten, is het moment extra bijzonder, zij waren de eerste passagiers. “Het is echt een prachtmoment,” zegt secretaris Gerard van den Bosch van Stichting Historisch Vervoer langs de Bellolijn. “Hier hebben we met z’n allen naartoe gewerkt.”
Het is moeilijk voor te stellen als je hem nu ziet rijden, maar de bus werd jaren geleden in slechte staat teruggevonden. In een opslag stond hij te verstoffen, met losse banken, een motor in onderdelen en slechts een paar bruikbare elementen. (tekst loopt door onder de foto)
Daar-is-tie dan, na 10 jaar restaureren: de Amerikaanse GMC bus die eind jaren veertig tussen Bergen en Camperduin reed. (foto: Streekstad Centraal)
“Het stond allemaal los,” vertelt een zichtbaar trotse vrijwilliger aan Streekstad Centraal. “Als je ergens aan trok, kwam het zo mee. Alles moest onder handen genomen worden.” Toch zagen Bergenaren er meteen iets in.
Tijdens de organisatie van een oldtimerfestival kwam het idee op om de bus naar Bergen te halen. Dat lukte, en al snel groeide het plan om hem daar ook te houden. “Op een gegeven moment zeiden we: hij gaat niet meer terug. De kans dat hij ergens anders ooit weer zou rijden, was gewoon heel klein.” (tekst gaat door onder de foto)
De vrijwilligers die afgelopen jaren hebben meegewerkt genoten zaterdag zichtbaar tijdens het ritje met ‘hun’ gerestaureerde bus, en dat begon al bij het instappen. (foto: Streekstad Centraal)
Na overleg met de Stichting Veteranen Autobussen mocht de bus uiteindelijk worden overgenomen. Opvallend detail: de prijs werd symbolisch vastgesteld. “Eerst was het 1862 euro, naar de postcode van Bergen,” vertelt een van de initiatiefnemers. “Maar uiteindelijk is de komma verplaatst en werd het 18,62 euro.” Daarmee kwam de bus definitief in handen van de Bergense stichting.
Wat volgde was een restauratie van lange adem. Vrijwilligers werkten jarenlang wekelijks aan de bus, vaak op zaterdagen. “We begonnen om negen uur met koffie en werkten door tot een uur of drie,” vertelt vrijwilliger Kees Smit. “Dat hebben we jarenlang volgehouden.”
In totaal ging er naar schatting ruim 17.000 uur werk in zitten en 80.000 tot 90.000 euro aan materialen en externe kosten in zitten. Vrijwel alles werd aangepakt: van elektriciteit tot ramen en van het interieur tot de aandrijving. “Duizenden popnagels zijn één voor één vervangen,” zegt Van den Bosch. “We hebben ze niet geteld, maar het zijn er echt heel veel.” (tekst gaat door onder de foto)
Na jaren van restauratiewerk maakte de ‘stofzuigerbus’ zaterdag zijn eerste officiële rit op het oude traject Bergen-Camperduin. (foto: Streekstad Centraal)
Niet alles was zomaar te repareren. Sommige onderdelen waren zeldzaam, zoals de versnellingsbak. “In het voortraject heb ik die opgespoord in Amerika,” vertelt Bob Kos. “Die zat maar drie jaar in dit type bus.” Via eBay en internationale contacten kwam hij uiteindelijk terecht bij een verkoper in Californië. De versnellingsbak werd naar Nederland gehaald en ingebouwd. “Zonder dat onderdeel had hij nu niet gereden,” vertelt hij opgetogen.
Bij veel Bergenaren roept de bus herinneringen op. Het is een stuk van hun jeugd. Zo ook voor Kos. “Ik moet een jaar of vier geweest zijn toen ik erin zat,” vertelt hij. “Met mijn moeder onderweg naar Alkmaar.” De bus reed tussen 1948 en 1971 in de regio en was jarenlang een vertrouwd gezicht in het straatbeeld. Door het typische geluid van de motor kreeg hij zijn bijnaam. “Mijn moeder zei altijd: daar komt de stofzuiger. Dat geluid herken je meteen.” (tekst gaat door onder de foto)
De weer als nieuw uitziende ‘stofzuiger’ kon rekenen op veel bekijks. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de eerste rit is de terechte trots van de vrijwilligers duidelijk voelbaar. Trouwens, niet alleen bij de vrijwilligers, maar ook bij de mensen die langs de kant staan. “Dit is echt Bergense saamhorigheid,” zegt Kos. “Mensen die hier vroeger in zaten, zitten er nu weer in.” Voor de vrijwilligers is het een emotioneel moment en voelt het als een beloning voor jaren werk. “Ook voor de partners thuis,” zegt Van den Bosch lachend. “Die hebben ons soms wekenlang nauwelijks gezien.”
De bus blijft niet stil staan, maar krijgt een nieuwe rol in Bergen. De bedoeling is dat hij een plek krijgt in Bergen en ook gebruikt gaat worden. Er wordt gedacht aan ritten voor bijzondere gelegenheden. Bruiloften, jubilea, dat soort dingen,” sluit Van den Bosch af. “Hij hoort hier gewoon thuis.”