Sinds 2019 wordt er al aan gewerkt, de plannen voor woningbouw op de locatie van voormalig camping Duinzicht in Heiloo. In maart 2022 werden de handtekeningen gezet onder een intentieovereenkomst voor 23 sociale huurwoningen op deze plek. Toen al leek iedereen doordrongen van de woningnood en de dringende behoefte. En nu, bijna drie jaar later kan de aannemer aan het werk. De nieuwe bewoners krijgen waarschijnlijk begin 2026 de sleutel.
Eigenaar van de nieuwe woningen wordt Kennemer Wonen. Krista Walter, directeur-bestuurder van Kennemer Wonen gaf deze week opdracht aan de aannemer. Dat is bouwbedrijf Van Wijnen Noord-Oost geworden. De eerste spade gaat begin volgend jaar de grond in.
Net als in 2022 herhaalt Krista Walter tijdens de ondertekening dat de woningnood hoog is, en nieuwe sociale huurwoningen dringend nodig zijn. “Het is mooi dat we in Heiloo weer 23 nieuwbouw sociale huurwoningen in Heiloo kunnen toevoegen.”
Weinig zal er straks meer aan herinneren dat hier voorheen de voormalige camping Duinzicht in Heiloo was gevestigd.
Het gaat om appartementen met twee en drie kamers. De woningen worden voorzien van een warmte- en koude opslag (WKO) in de bodem en alle appartementen zijn individueel voorzien van zonnepanelen.
Op hetzelfde terrein komt een seniorenhofje met zeventien huurwoningen in het middensegment. Daarnaast kunnen er twaalf twee-onder-een-kapwoningen en vier vrijstaande woningen worden gekocht.
Volgens een woordvoerder van Kennemer Wonen is de gemiddelde doorlooptijd van een project zeven jaar. In dit geval moest ook nog een bestemmingsplan worden aangepast. Daarmee is hier volgens de woordvoerder sprake van een normaal ontwikkeltempo.
De buschauffeur en de twee toezichthouders op elke bus worden niet meegeteld, toch zijn de stoeltjes in de nieuwe nachtbus van Alkmaar naar Den Oever meestal goed bezet. Nachtlijn N50 vervoert vier maanden na de start gemiddeld 50 passagiers per zaterdagnacht. En er zit de laatste weekenden een flink stijgende lijn in. Connexxion is ‘hoopvol gestemd’ over de toekomst van de nieuwe buslijn.
De nieuwe nachtbus rijdt sinds eind juli bij wijze van proef drie keer in de nacht van zaterdag op zondag. Vanaf station Alkmaar volgt deze een route door Broek op Langedijk en Noord- en Zuid-Scharwoude. Vanaf Oudkarspel rijdt de bus een traject dat Arriva-buslijn 350 overdag aflegt over de N242 langs Waarland, Verlaat, Nieuwe Niedorp, Middenmeer en Wieringerwerf. De nachtbus rijdt niet in tegengestelde richting.
Het idee van de nachtbus is dat reizigers uit Den Oever, Wieringerwerf, Middenmeer, Nieuwe Niedorp, Waarland en de omliggende dorpen met de reguliere bus naar Alkmaar kunnen reizen om daar te stappen in het uitgaansleven. Met lijn N50 (vertrek 00:14, 02:07 en 03:44) komen zij daarna weer thuis. De buslijn biedt in Alkmaar ook aansluiting op nachttreinen uit Amsterdam. (tekst gaat verder onder de foto)
Vrijwel alle passagiers van de nieuwe nachtlijn N50 stappen op bij het Alkmaarse station (foto: Streekstad Centraal)
De eerste twee maanden telde de nieuwe lijn 25 passagiers per nacht. In oktober en november is dat gemiddelde verdubbeld tot 50 reizigers. Twee nachten steken er bovenuit, met uitschieters van 74 en 71 reizigers.
Vrijwel alle reizigers stappen op bij Alkmaar Station. De populairste uitstaphaltes waren in de zomerperiode twee haltes aan het begin van de nachtelijke route: De Mossel in Noord-Scharwoude en de Laansloot in Broek op Langedijk.
In de herfstmaanden is de top-5 van populaire uitstaphaltes helemaal omgedraaid: de meeste reizigers stappen dan uit in Nieuwe Niedorp. Op de tweede plek staat halte Molenkade in Noord-Scharwoude. Daarna stappen de meeste passagiers uit op het eindpunt: het busstation in Den Oever. Haltes Laansloot in Broek op Langedijk en De Mossel in Noord-Scharwoude sluiten in oktober en november de top-5 af. (tekst gaat verder onder de foto)
Nachtlijn N50 is speciaal bedoeld voor uitgaanspubliek uit de dorpen in de Noordkop. De buslijn rijdt opvallend genoeg niet via de Kanaalkade in Alkmaar, terwijl deze halte naast het uitgaansgebied ligt. (foto: Streekstad Centraal)
“De stijgende populariteit van de nachtlijn is mogelijk te danken aan een reclamecampagne die we online hebben gehouden en in de Alkmaarse horeca”, stelt woordvoerder Rick de Vries van Connexxion: “We zijn hoopvol gestemd dat deze buslijn voorziet in een behoefte en kan blijven in ons nachtnet. Maar die beslissing is uiteindelijk aan de provincie.”
Gedeputeerde Jeroen Olthof van Mobiliteit vindt het mooi om te zien dat steeds meer reizigers gebruik maken van de nachtbus N50: “Later deze maand besluiten we over het vervolg van de proef.”
Wie door de Graft en De Rijp loopt, wordt al snel overspoeld met historie en nostalgie. Parels binnen de Alkmaarse gemeentegrenzen. Als je heel goed je best doet kun je jezelf wijsmaken dat je nog een lichte geur van walvis en haring waarneemt. Die tijd ligt ver achter ons maar aan cultuur en geschiedenis ontbreekt het in de dorpen niet.
Maar wat maakt de dorpen De Rijp en Graft nou écht uniek? Dat moet worden vastgelegd in de nieuwe dorpsagenda. Een document waarin ook staat hoe dat zo moet blijven. Inwoners kunnen deze maand in een enquête laten weten hoe zíj daarover denken. “De belangrijkste resultaten leggen we bij de gemeente neer”, aldus Sjaak Stoop (foto), de tijdelijke voorzitter van Dorpsraad Graft De Rijp.
Volgens de gemeente worden dorpsagenda’s gemaakt om te beschrijven wat een dorp een fijne plek maakt om er te wonen. Ook beschrijft het wat er voor nodig is om dat voor elkaar te krijgen. Toch was de dorpsraad van Graft en De Rijp nog niet tevreden met de voorgestelde agenda. Daarom zet de dorpsraad nu in op het opstellen van mogelijke aanvulling daarvan. (tekst gaat door onder de foto)
Graft gezien vanuit de lucht. Een karakteristieke kern omringd door polder en water. (foto: Streekstad Centraal)
De nieuwe agenda moet er voor zowel Graft als De Rijp komen, en volgens de dorpsraad kunnen de twee dorpen worden beschouwd als één. De dorpen zijn in 2015 gefuseerd met de gemeente Alkmaar. Sjaak legt uit waarom er destijds gekozen is voor Alkmaar: “We waren te klein om zelfstandig door te gaan, en kozen voor Alkmaar omdat we daar als dorpelingen al een band mee hadden.” Stoop benoemt dat veel van de bewoners van Graft en De Rijp bijvoorbeeld naar school gingen in Alkmaar.
Door de fusie kregen De Rijp en Graft volgens Sjaak meer bestuurlijke ervaring en zijn er culturele activiteiten bij gekomen. Ook niet te vergeten: Alkmaar onderhoudt de sportvelden in het dorp via Alkmaar Sport. Toch heeft de fusie ook nadelen gebracht.
“Wij hadden vóór de fusie heel makkelijk toegang tot wethouders, raadsleden en burgemeesters. Het waren allemaal korte lijntjes.” Nu is dat volgens hem minder: “De gemeente staat verder van ons af. We krijgen vaker te maken met tussenpersonen.” De dorpsagenda moet de gemeente dichter bij de dorpen brengen.
Op die agenda is de tijdelijke voorzitter dus kritisch. “We zijn tevreden over wat er benoemd wordt in de door de gemeente gemaakte agenda’s, maar we vinden toch dat er wat mist. Daarom willen we de agenda aanvullen.” Sommige thema’s staan er volgens hem niet hoog genoeg op de agenda: “Denk aan thema’s als diversiteit in wonen, verkeer, groen, toerisme.” (tekst gaat door onder de foto)
De Rijp met de Grote Kerk prominent in het centrum aanwezig. (foto: Streekstad Centraal)
Ook gemeenschapszin moet volgens hem meer aandacht krijgen: “Om de gemeenschapszin te behouden, is het belangrijk om voor jongeren en ouderen passende woningen te bouwen. Als de jeugd uit het dorp vertrekt omdat ze hier niet kunnen wonen, ontstaat er vergrijzing. Dat gaan scholen, verenigingen en ondernemers merken.”, laat Sjaak Streekstad Centraal weten.
Dat de gemeenschapszin leeft, merk je als je aan mensen op straat vraagt wat ze belangrijk vinden voor het dorp: “Iedereen is hier open en vriendelijk, er is een gevoel van saamhorigheid”, zegt iemand op straat. Een ander voegt daaraan toe: “Ik ben import, maar ik heb nooit het gevoel dat ik hier met de nek wordt aangekeken.”
Om erachter te komen wat de inwoners van Graft en De Rijp écht belangrijk vinden, is het volgens hem daarom belangrijk om goed in kaart te brengen wat er leeft bij hen. “In december rollen wij een enquête uit, en in januari is er een inloopavond in Graft en een inloopavond in De Rijp. De belangrijkste resultaten leggen we bij Alkmaar neer.”
Eerder werden in april door de gemeente twee avonden georganiseerd om te helpen met het maken van de dorpsagenda’s voor Graft en De Rijp: “De eerste avond ging goed, maar de tweede avond was een soort enquête, en er was verwarring over de vraagstelling.” Stoop legt uit: “Er moest met rode en groene stickertjes geplakt worden, maar daar ontstond verwarring over. Zelfs de medewerkers begrepen het niet.” (tekst gaat verder onder de foto)
Vlak voor de fusie – in dit geval november 2014 – stonden de dorpsraden al op de agenda. In dit geval tijdens een politiek debat in de voormalige gemeente Schermer. (foto: Streekstad Centraal)
Eén van die ‘tussenpersonen’ waar Sjaak het over heeft is de gemeentelijke programmamanager die de dorpsagenda’s onder haar hoede heeft (en liever niet bij naam genoemd wil worden). “Wij vinden het belangrijk om de dorpen een belangrijke plek in de gemeente te geven, en om de lijntjes kort te houden”, zegt ze over het belang van de dorpsagenda.
De eerder georganiseerde avonden voor het maken van de agenda vond ze een succes, maar ze ontkent niet dat er ook ruimte is voor verbetering: “Maar het is ook voor de gemeente een nieuw iets, we hebben het nog nooit eerder gedaan. We zijn met Graft en De Rijp en Grootschermer begonnen, daar trekken we dan weer lessen uit voor de toekomst.”
Voor nu is het dorp dus aan zet. Met de enquête en de inloopavonden hoopt de dorpsraad een beter beeld te krijgen van de wensen van het dorp: “Omdat wij nog heel lang veilig en saamhorig met elkaar in dit mooie dorp willen blijven wonen.”
Niks aan de hand, geen nationale dreiging, het is slechts een oefening. Op vrijdag 13 december strijkt een deel van het 20 Infanteriebataljon Bewaken en Beveiligen van de Nationale Reserve neer in de regio voor een grote tweedaagse oefening. De uitvalsbasis is het Mobilisatiecomplex Bergen, oftewel het oude vliegveld.
Defensie wil de reservisten van het 20 Infbat BB KNR goed voorbereiden op hun taken en soms moeten ze daarvoor de ‘echte wereld’ in. In het openbaar, in de samenleving, dat is toch heel anders trainen op een oefenterrein. Dit soort oefeningen doet het bataljon in eigen land en soms ook in andere NAVO-landen.
Het 20 Infat BB KNR bestaat bij elkaar uit 900 reservisten die, zoals de naam al aangeeft, ingezet worden voor bepaalde bewakings- en beveiligingstaken. Bijvoorbeeld bewaking van kazernepoorten, ontruimde gebieden en vitale objecten als energiecentrales. Ook wordt het bataljon ingezet bij rampen, zoals (dreigende) overstromingen, de uitbraak van besmettelijke dierziekten en eventueel ter ondersteuning van de politie. Ook verlenen steun aan de Nederlandse krijgsmacht tijdens vertrek of terugkeer van uitzending en zijn ze aanwezig bij grote evenementen als de Nijmeegse Vierdaagse.
Wat gaan mensen zien van de oefendagen? Er doen 100 militairen mee aan de oefendagen en ze maken gebruik van tien pick-up trucks en twee vrachtwagens. Vanzelfsprekend doen ze dat volledig uitgerust. Ze blijven in het openbaar en eventueel met verkregen toestemming op privéterrein.
Voor velen staat de winter symbool voor warmte en gezelligheid, maar voor sommigen betekent het koude voeten en harde keuzes tussen eten of een warme plek. De Alkmaarse ReShare Store roept alle inwoners op om stevige schoenen die ze niet meer gebruiken, maar wel nog goed zijn, te doneren. Ook mutsen, sjaals, handschoenen en sokken zijn zeer welkom.
De ReShare Store keten valt in onder het Leger des Heils en verkoopt tweedehands – en vintage kledingwinkel voor sociale prijzen. Niet alleen aan mensen met een klein budget, ook aan mensen die bijvoorbeeld graag duurzaam leven. In de winter schakelen de winkels op en worden goede tweedehands schoenen uitgedeeld aan mensen die deze het hardst nodig hebben: dak- en thuislozen, gezinnen die niet of nauwelijks kunnen rondkomen en anderen die heel goed wat extra steun kunnen gebruiken.
“Eén paar schoenen kan een groot verschil maken”, zegt Felipe Buter van de ReShare Store. “Met jouw donatie zorg je ervoor dat iemand warme, stevige schoenen heeft om de winter te trotseren.”
De inzamelingsactie van de ReShare Store loopt tot en met donderdag 19 december. Het adres van de Alkmaarse winkel is Payglop 15. De actie wordt uitgevoerd in samenwerking met Reakt, een Alkmaarse organisatie die mensen met psychische problemen of een verslavingsachtergrond helpt.
“Er is veel interesse. Vanuit de hele wereld komen er reacties”. Johan Huibers uit Broek op Langedijk heeft zijn Ark van Noach te koop gezet. Hij beschouwt zijn evangelische missie als geslaagd en wenst de enorme ark een mooie toekomst, waar dan ook op de wereld. Kopers krijgen de vrijheid om ermee te doen wat ze willen, zo lang zijn creatie maar geen onrecht wordt aangedaan. “Ik hou het laatste woord.”
Johan Huibers is een zeer gelovig man en gefascineerd door het verhaal van de Ark van Noach. In 2006 begon hij in Schagen aan een versie van 70 meter op een stalen duwbak, compleet met polyester dierenbeelden. Hij trok er heel Nederland mee door tot hij de Ark in 2010 verkocht aan televisiemaker en theatermaker Aad Peters.
Maar wat hij écht wilde was een Ark van bijbelse afmetingen. In 2008 begon Johan daarom met acht helpers aan een schip van zo’n 120 meter lang en zeven verdiepingen hoog. Vier jaar en vier miljoen euro verder was het gevaarte klaar en ging hij ook hiermee op tournee. Aan boord zijn een expositieruimte, filmzaaltjes, horeca en vier woonruimten. (tekst gaat verder onder de foto)
Johan Huibers, bouwer van twee Arken van Noach, thuis in Broek op Langedijk. (foto: NH Nieuws)
De Ark trok door de jaren vele duizenden bezoekers en werd ook nog wel eens voor andere dingen gebruikt, zoals trouwerijen en vieringen van geboorten. “Ik heb een hoop blije gezichten gezien aan boord en zelfs mensen zien veranderen.” Inmiddels ligt Johans grote Ark van Noach alweer jaren in Krimpen aan den IJssel, zonder echt gebruikt te worden.
“We zijn nu 8,5 jaar bezig om een andere partner te vinden en ik heb over de hele wereld gezworven, van Zuid-Korea tot Brazilië”, vertelt Johan aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Zijn zoektocht naar een zakelijke partner leverde helaas niets op. Tijd voor een nieuwe eigenaar dan maar. (tekst gaat verder onder de foto)
Het is 2010 en de romp van de Johans tweede Ark van Noach is bijna klaar. De planken worden gebogen nadat ze een tijd in het water hebben gelegen. (foto: Johan Huibers)
Veilinghuis Troostwijk verkoopt de Nederlandse Ark van Noach. “Dit is uniek, natuurlijk.” zegt accountmanager Frank Mak. “Er is ontzettend veel media-aandacht voor de Ark. Je merkt dat het begint te leven. We zitten in 175 landen en hebben het wereldwijd onder de aandacht gebracht. De veiling sluit op 18 december. De bieders houden nu de kaarten nog even tegen de borst. Dat zie je altijd. Maar tegen het eind van de periode zal het gaan lopen.
“Het bieden begint bij 350.000 euro, maar daarvoor gaat de ark niet weg”, vervolgt Frank Mak. “De Ark wordt door veel mensen gevolgd op onze website. Met alle functies die aan boord zijn, kan je er een hoop dingen mee doen. Potentiële kopers die een kijkje willen komen nemen, zijn van harte welkom.”
Johan druk aan het werk om zijn droom – een ark van bijbelse proporties – te verwezenlijken. (foto: Johan Huibers)
Johan Huibers hoopt dat het schip blijft zoals het is. “Ik hoop dat de Ark mensen inspireert om tot het geloof te komen. Ik heb in de Bijbel een schat gevonden. Als je die drie weken achter elkaar leest, grijpt God je. Dat heeft Hij bij mij ook gedaan. Ik besefte dat Hij bestaat, en dat wilde ik aan iedereen vertellen. Daarom heb ik de Ark gebouwd.”
“Ik hoop dat er iemand komt die de ark nog veel meer liefde kan geven dan ik”, vervolgt de diepgelovige bouwer. “Met het geld, we hoeven er niet aan te verdienen, wil ik een project beginnen met het opwekken van duurzame energie. Als dat veel geld opbrengt, wil ik water van de Middellandse Zee naar Jordanië gaan brengen. Van zout naar zoet, dat is te doen. Dat verhaal staat ook in de bijbel.”
Boeken, boeken en nog eens boeken. Daar staat het Regionaal Archief in Alkmaar bij velen om bekend. Afgelopen zaterdag werd duidelijk dat er veel meer te vinden is in het Archief. Tijdens de open dag met als thema ‘Er zit volop muziek in het archief’, konden bezoekers een exclusief kijkje nemen achter deuren die normaal gesproken gesloten zijn voor publiek.
Bij binnenkomst in het Regionaal Archief komt de muziek de bezoekers al meteen tegemoet. De aankomsthal is omgetoverd tot een podium waar verschillende lokale bands optreden. Van indierock tot coverliedjes van onder andere The Rolling Stones. Binnen in de studiezaal brengt zanger Aart van den Brink, met gitaar, liedjes in het Texels dialect. Zo is er voor ieder wat wils.
Zaterdagmiddag stond de muzikale collectie van het Regionaal Archief in Alkmaar in de schijnwerpers. Die collectie gaat verder dan krantenknipsels en boeken over muzikale streekgenoten. Er is ook volop beeld- en muziekmateriaal. Vinylplaten bijvoorbeeld, en historische bladmuziek. Verspreid door het hele archief zijn er kleine tentoonstellingen te bekijken – en te beluisteren – met muziekmateriaal uit de regio. En dat ook die collectie aandacht krijgt is juist heel belangrijk. (tekst gaat verder onder de foto)
Tijdens de open dag waren er meerdere muzikale optredens, waaronder een van de band ‘Krappe Sokken’ , die met een optreden vol indierock zorgde voor een spetterend begin van de middag. (foto: Streekstad Centraal)
“Deze dag is eigenlijk ook een stukje naamsbekendheid creëren”, begint Lisette Blokker van het Regionaal Archief Alkmaar. “We hopen dat door deze open dag meer mensen van het bestaan van het archief afweten. En ons beter weten te vinden. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat we kunnen helpen bij veel meer dan alleen het vinden van een familiestamboom, en dat is zonde.”
De archiefdepots zijn op deze zaterdag geopend voor publiek. “Ook de mensen die we vaker zien hebben vandaag de moeite genomen om even langs te komen”, vertelt Blokker. “We merken toch dat zo’n uniek inkijkje mensen trekt. Het is natuurlijk niet alledaags dat je zo het depot in kan lopen. Dat we ook veel nieuwe gezichten zien is alleen maar heel leuk.”
Op de tafels in de studiezaal liggen boeken en krantenknipsels, maar er was ook genoeg anders te bekijken. Daarnaast worden ook bijzondere ontdekkingen gedaan door bezoekers zelf. “Moet je eens kijken, dat is mijn opa op de foto hier! Dat had ik echt niet verwacht”, klinkt het enthousiast van achter een van de tafels. (tekst gaat verder onder de foto)
Naast de vele boeken waar het Regionaal Archief – naar eigen zeggen- vooral om bekend staat was er tijdens de open dag ook veel anders te bekijken. (foto: Streekstad Centraal)
Een andere vrouw herkent een foto uit verhalen van haar vader: “Ik weet nog wel dat toen ik vroeger klein was mijn vader niet kon stoppen met praten over het concert van de Wanda’s waar hij bij was. Zo leuk dat het hier allemaal terug te vinden is.”
Ook aan de jongste bezoekers is gedacht. In een speciale kinderhoek kunnen ze verschillende muziekinstrumenten knutselen. En er is zelfs een speurtocht door de depots uitgezet. “Het Regionaal Archief is leuk voor iedereen, en dus voor jong en oud. Dat willen we graag aan veel meer mensen laten zien”, aldus Blokker.
Mensen kennis laten maken met de muziekcollectie is één doel. Het archief hoopt ook op wat anders: nieuwe stukken. “Het is natuurlijk helemaal mooi als we ook nieuwe muzikale stukken aan het archief kunnen toevoegen”, zegt Blokker. “Daarom hebben bij de ingang van de zaal een bureau ingericht voor het schenken van muziekmateriaal. Want hoe meer we in het archief hebben, hoe leuker.”
Met maximaal twee vakken per dag, geen huiswerk en geen traditionele klaslokalen is het Supreme College in Castricum allesbehalve een gewone middelbare school. Ondanks deze ongewone aanpak groeit de school, maar om voort te kunnen blijven bestaan, hebben ze een nieuwe locatie nodig. “We hebben een plek nodig waar we verder kunnen groeien.”
Na veertig jaar les te hebben gegeven in het reguliere onderwijs, merkte René Wellen (62), oprichter en directeur, dat hij steeds vaker vastliep in het traditionele onderwijssysteem. “Telkens als ik verandering wilde, stuitte ik op weerstand. Het was alsof iedereen de hakken in het zand zette. Dat frustreerde mij enorm”, legt hij uit aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal.
Daarom besloot hij zijn eigen pad te volgen en een school op te richten die zijn visie op onderwijs werkelijkheid zou maken. En binnen een jaar was Supreme College Nederland werkelijkheid. De school is zowel voor internationale als Nederlandse vwo-leerlingen, maar volgens Wellen absoluut geen elitaire instelling. “Iedereen is hier welkom, zolang je open-minded bent.”
Geen huiswerk en volgepropte roosters, maar kleinschaligheid en aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Leerlingen volgen vakken in blokken van drie uur, waarin onderzoeksvragen centraal staan. “Vakken zijn hier geen doel op zich, maar een middel om vaardigheden aan te leren die je de rest van je leven kunt gebruiken”, legt Wellen uit. (tekst loopt door onder de foto)
De Maranathakerk wordt binnenkort gesloopt, maar Supreme College blijft groeien en zoekt een nieuwe locatie. (foto: NH)
Ook de leerlingen zijn net als hem erg trots op hun school. Zo is de 16-jarige Hanna uit 5-vwo is heel blij met Supreme College. “De school is fijn. Ik ken hier bijna iedereen”, vertelt ze. “Het maakt niet uit wie je bent, er wordt hier niet gepest”, zegt een twaalfjarige leerling. En over de onderwijsmethode zijn ze positief: “Dat de vakken drie uur duren vind ik fijn, dan heb ik tijd om echt wat te doen”, vertelt een andere leerling.
Sinds de oprichting vier jaar geleden heeft Wellen grootse plannen voor zijn school. En de afgelopen jaren is de school dan ook flink gegroeid: van 15 leerlingen naar inmiddels 121. Maar de Maranathakerk, waar de school zich nu in bevindt, zal gesloopt worden. De kerk is eigenlijk ook te krap geworden.
Binnenkort verhuizen ze tijdelijk naar de bovenste verdieping van het Jac. P. Thijsse College, maar voor Wellen is dat geen permanente oplossing. “Er is onbegrip bij sommige docenten bij het Jac. P.. Ze denken dat we een eliteschool zijn”, vertelt Wellen. “Maar dat is niet wie we zijn. Iedereen is hier welkom en we zijn niet zo duur als andere internationale scholen.”
Een eigen locatie is volgens hem dan ook niet alleen nodig voor de groei van de school, maar ook voor de onderwijsmethode. “Op het Jac. P. is daar soms onbegrip over. Sommige docenten vrezen dat ze ons systeem moeten overnemen. Een nieuwe locatie is dus essentieel voor ons voortbestaan.”
Wellen vraagt leerlingen, ouders en docenten om mee te denken over de toekomst van de school en hoopt met een nieuwe locatie nog meer te kunnen groeien. Maar ook een voorbeeld te kunnen zijn voor anderen: “Ik wil dit onderwijs uitrollen en deze methode op meer plekken uitvoeren.”
Het wordt oppassen geblazen in de natuurgebieden van Natuurmonumenten. De eigenaar van natuurgebieden trekt volgend jaar de teugels aan op Landgoed Nijenburg en in het Heilooërbos. Er komen meer huisregels en de boswachters gaan er strenger op controleren.
De maatregelen zijn volgens Natuurmonumenten nodig omdat het steeds drukker wordt in de natuur. Op landgoed Nijenburg en in het daarbij horende Heilooërbos verwelkomt Natuurmonumenten elk jaar tienduizenden bezoekers. Sinds corona zet die stijging door, stelt boswachter Mariska van der Leij. Dat vraagt om maatregelen, want de natuur heeft eronder te lijden.
“We krijgen ook regelmatig klachten van bezoekers”, vertelt Mariska aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Dat gaat vaak over loslopende honden waar dat niet mag, maar ook over andere overlast.” Een basisregel die bijvoorbeeld vaak overtreden wordt is dat mensen van wandelpaden afgaan en honden worden losgelaten.
Daarom benadrukt ze nog eens dat mensen dat niet moeten doen. Daarnaast worden de regels voor commercieel gebruik aangescherpt. Zo mag je per begeleider nog maximaal drie honden meenemen. Sportgroepen die het bos gebruiken moeten toestemming vragen en meebetalen aan het behoud van de natuur.
Het valt Natuurmonumenten op dat er steeds meer commerciële partijen zijn die hun geld verdienen in natuurgebieden. “Als je als professioneel yogadocent of sporttrainer gebruikmaakt van ons landgoed, dan vinden wij het niet meer dan redelijk dat je dat met ons afstemt”, zegt Mariska.
Ook moeten dit soort partijen een kleine afdracht doen. “Je maakt gebruik van faciliteiten die niet van jou zijn en geld kosten om te onderhouden.”
Mariska loopt als boswachter zelf vaak in het bos, maar ze is niet de enige die de regels zal handhaven. Natuurmonumenten heeft dit jaar drie extra boswachter-boa’s voor toezicht en handhaving.
De verscherpte huisregels moeten de druk op de natuur verminderen. “Als boswachter vind ik het geweldig dat zoveel mensen genieten van het prachtige landgoed, maar we moeten het wel een beetje blijven reguleren”, zegt Mariska.
“Het lijkt allemaal wat flauw, maar we zijn een vereniging die de natuur beschermt en willen ook dat de volgende generaties hiervan kunnen genieten.”
Voor het bewijs dat het bedrijf toch echt al een eeuw bestaat moest diep gegraven worden. Maar het resultaat is inmiddels officieel en zorgt voor een flinke glimlach op het gezicht van Pieter Wildeboer. Ook de mensen om hem stralen onverholen trots uit. Hij weet wel hoe dat komt: “Je doet hier alles.”
Verbouwingen en renovaties in de duinstreek werden donderdagmiddag stilgelegd. De 20 medewerkers van Wildeboer Bouw mochten om 12 uur stoppen en zich omkleden voor de speciale bijeenkomst in de werkplaats aan de Heereweg in Schoorl. En daar zagen ze hoe Commissaris van de Koning Arthur van Dijk de oorkonde uitreikte uit die hún bouwbedrijf verheft tot hofleverancier.
Om voor dat predikaat in aanmerking te komen moet een bedrijf minstens 100 jaar bestaan en van onbesproken gedrag zijn. En oh ja, dat moet dan ook bewezen kunnen worden. Dus moet er in de archieven worden gedoken om aan te tonen dat Piet Wildeboer al zo lang geleden voor zichzelf was begonnen met zijn timmerbedrijf. (tekst gaat verder onder de foto)
Het was nog een hele klus om aan te tonen dat Piet Wildeboer al minstens 100 jaar geleden voor zichzelf was begonnen als timmerman. (foto: Streekstad Centraal)
“Een startdatum hadden we niet”, vertelt kleinzoon Pieter Wildeboer als Streekstad Centraal een middagje komt kijken op het bedrijf. “Notariaat, Kamer van Koophandel, niks was er meer te vinden. Uiteindelijk vonden we bij het regionaal archief wat ondersteunend bewijs via advertenties in oude kranten. En een hypotheekakte uit 1922 van de bouw van zijn woning met werkplaats hielp ook.”
Voor het ‘onbesproken gedrag’ ging in maart – in opdracht van het Kabinet van de Koning – een inspecteur van de Arbeidsinspectie aan de slag. “Ze willen weten hoe je aan je personeel komt, hoe zit het met het ziekteverzuim, wat doe je eraan dat iedereen gezond blijft, wat doe je aan de veiligheid. Alles is doorgelicht en in juni kregen we bericht van de gemeente dat we een datum konden gaan prikken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Pieter Wildeboer ontvangt de oorkonde van het hofleverancierschap uit handen van Commissaris van de Koning Arthur van Dijk. (foto: Luc Karsten)
Dat werd dus 28 november. De erkenning vervult alle medewerkers met veel trots. “We zijn hier een hecht team”, vertelt bedrijfsleider Reyer Klepper, die inmiddels acht jaar bij het familiebedrijf werkt. Hij vindt Wildeboer een bijzonder bouwbedrijf. “Hier werken geen doorsnee bouwvakkers. Wij onderscheiden ons in de manier waarop we met klanten omgaan. Onze meeste klussen zijn bij mensen thuis. We hebben daarom alleen maar mensen in dienst die goed met mensen kunnen omgaan. Sommige klanten vinden het daarom soms jammer als het werk af is.”
Wildeboer schat in dat 90% van de opdrachtgevers particulieren zijn en de rest de kleinzakelijke markt. “Verder dan tien kilometer om de werkplaats komen we eigenlijk niet”, vertelt de kleinzoon van de oprichter. “We zijn goed in het maatwerk voor klanten. We denken vanaf het begin mee met de klant. We kunnen alles zelf maken op ambachtelijke manier, maar we zijn niet ouderwets. Ik denk dat we qua digitaal tekenen zelfs verder zijn dan anderen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Net als zijn opa heeft Pieter Wildeboer een tekentalent. Niet langer gaat dit met potlood en inkt, maar met moderne tekenprogramma’s op de computer. (foto: Streekstad Centraal)
En dat is te danken aan Pieter zelf, die zich de programma’s eigen heeft gemaakt. Tekenen heeft zijn interesse, en dat zit wellicht wel in de genen. Door het hele bedrijf hangen prachtige ingelijste tekeningen, die zijn opa begin vorige eeuw maakte op de Ambachtsschool aan de Bergerweg in Alkmaar. Opa Wildeboer gebruikte dat decennialang als portfolio om klanten te laten zien hoe iets kon worden.
“Daardoor hebben we de mogelijkheid om klanten te laten zien hoe iets er uit kan komen te zien. We besteden veel aandacht aan het begin om de klant mee te nemen in de planvorming. Misschien zijn we daardoor niet de goedkoopste, maar de extra tijd die we hieraan besteden vertaalt zich in de kwaliteit en de tevredenheid van de klant aan het eind.” (tekst gaat verder onder de foto)
Loek Damiaans is een van de medewerkers van Wildeboer Bouw die altijd wel op een bouwplaats binnen 10 kilometer van Schoorl is te vinden. (foto: Streekstad Centraal)
In de laatste jaren is het medewerkersbestand verjongd. De meeste instroom komt van Espeq, de praktijkopleiders voor de bouwwereld in Heerhugowaard. Pieter geeft aan dat bedrijfsleider Reyer daar een positieve rol in heeft gespeeld: “Hij komt er zelf ook vandaan.” Medewerkers komen zelf ook uit de omgeving. Schagen, Warmenhuizen, Tuitjenhorn, Groet. “Daardoor komen veel van onze jonge medewerkers met de scooter naar het werk.”
Jongens die een leerwerktraject volgen bij Espeq, komen graag werken bij Wildeboer. Op de arbeidsmarkt wordt enorm getrokken aan de jongens van Espeq, maar het is leuker om steeds op een bouwplaats in de buurt te werken in plaats van gestuurd te worden naar Amsterdam en daar maandenlang hetzelfde te doen: “Wij zorgen hier voor afwisseling, je doet hier alles. Als je in sociaal opzicht uit het juiste hout bent gesneden, ben je hartstikke welkom en kom je hier in een warm nest terecht.” (tekst gaat verder onder de foto)
Teun Pankras uit Schagen is een van de jongere medewerkers van Wildeboer Bouw die het vak bij Espeq heeft geleerd. (foto: Streekstad Centraal)
In de laatste 100 jaar heeft Wildeboer Bouw de nodige economische crises doorstaan. De jaren 30, de jaren 80, en ook nog 15 jaar geleden. Bij de huidige hausse in de markt zou je bijna vergeten dat de bouwsector ook heel moeilijke periodes heeft gekend.
Het leidde in 2012 tot de overname van Wildeboer door Pronk Bouw in Warmenhuizen. Dat is voor beide partijen een gouden greep gebleken: “We vullen elkaar heel erg goed aan. We kunnen bijspringen op elkaars klussen. Sommige medewerkers van ons pasten wat beter bij Pronk, en andere medewerkers van Pronk waren meer op hun plek bij Wildeboer. Daar ontstond wat uitwisseling.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het personeel van Wildeboer Bouw rond het schild van hofleverancierschap dat donderdag kon worden onthuld. (foto: Luc Karsten)
Wildeboer Bouw BV bleek ondanks de overname nog zelfstandig genoeg om in aanmerking te komen voor het hofleverancierschap. Het werd donderdag gevierd met medewerkers, familie, vrienden en relaties van Wildeboer. De werkplaats werd gereed gemaakt voor de komst van hoog bezoek: de commissaris van de koning Arthur van Dijk en loco-burgemeester Yvonne Roos-Bakker. Het werd een zeer gezellige middag. Want dat kun je aan de mensen van Wildeboer wel overlaten.