Wie zaterdag in de buurt van Langedijk was, kon ze bijna niet missen. Meer dan 120 vrachtwagens trokken in een lange stoet door de regio, met veel getoeter en vooral enthousiaste bijrijders. De Langedijker Vrachtwagentour vierde zijn twintigste editie en opnieuw mochten 125 mensen met een beperking instappen voor een rit die voor velen allesbehalve alledaags is.
“Je zit niet iedere dag in een vrachtwagen”, zegt Ed Hoogewerf lachend. Hij weet inmiddels goed wat zo’n rit met de deelnemers doet. Normaal gesproken zit hij zelf achter het stuur, maar de afgelopen vier jaar is zijn rol veranderd. Samen met Marc Kroon en een flinke groep vrijwilligers nam hij een deel van de organisatie over van Henk Boudewijn, jarenlang een van de drijvende krachten achter de tour.
Dat betekent een hoop werk, maar Hoogewerf hoeft zaterdag maar om zich heen te kijken om te weten waarvoor hij het doet. “Als je je omdraait en je ziet die mensen met die lach, ja, daar doe je het eigenlijk voor.”
De Vrachtwagentour begon in 2005 eigenlijk als een eenmalig evenement, ter gelegenheid van het 925-jarig bestaan van Langedijk. Het bleek zo’n succes dat vrijwilligers en Esdégé-Reigersdaal ermee doorgingen. Inmiddels is de stoet uitgegroeid tot een jaarlijkse traditie. Alleen tijdens de coronajaren kon de tour niet op de gebruikelijke manier doorgaan. (tekst gaat door onder de foto)
Er stonden indrukwekkende vrachtwagens tussen. (foto: Streekstad Centraal)
Voor de jubileumeditie stonden opnieuw ruim 120 chauffeurs klaar. De deelnemers reden mee door onder meer Langedijk en Waarland, waarna de stoet weer terugkeerde naar het startterrein. Daar stonden koffie en cake klaar en kregen de deelnemers een goodiebag mee.
Maar voor Hoogewerf zit het bijzondere niet in de route of wat er na afloop klaarstaat. Het is vooral de kans om iets te doen wat voor veel deelnemers normaal gesproken niet zo makkelijk kan. “Voor sommige cliënten is het moeilijk om in een vrachtwagen te komen. Dat maken wij mogelijk.” Ook de saamhorigheid tijdens zo’n dag maakt volgens hem veel los.
En de belangstelling is groot. De inschrijvingen zitten volgens Hoogewerf doorgaans helemaal vol. Niet iedereen hoeft overigens per se in een vrachtwagen te zitten. Zo reed er dit jaar ook een brandweerwagen mee en waren er bijzondere voertuigen geregeld, waaronder een oude politieauto. “Of ze nou in een vrachtwagen zitten of in zo’n toffe auto, ik denk dat het voor die cliënten niet uitmaakt.” (tekst gaat door onder de foto)
Belangstellenden wisten de trucks natuurlijk goed te vinden. (foto: Streekstad Centraal)
Zelf bleef Hoogewerf deze jubileumeditie op het terrein. Chauffeurs waren er genoeg en vanuit de organisatie kon hij daar zijn handen goed gebruiken. Toch kent hij het gevoel in de cabine maar al te goed. Jarenlang reed hij zelf mee en had hij zelfs een vaste deelnemer naast zich.
Daar komt voor hem uiteindelijk alles samen. Achter de lange stoet vrachtwagens, de vrijwilligers en al het werk dat in de organisatie zit, draait het om iets heel simpels. “Die mensen genieten en dat is het belangrijkste.” En de chauffeurs? Die genieten minstens zo hard mee.
Een goed geïsoleerde woning houdt warmte beter binnen en helpt om onnodig energieverlies te beperken. Tegelijkertijd komt er door kieren en naden minder vanzelf verse buitenlucht naar binnen. Daarom speelt ventilatie een belangrijke rol in moderne en gerenoveerde woningen. Heb je een ventilatiesysteem met warmteterugwinning dan zorgen WTW filters ervoor dat de aangevoerde lucht wordt gefilterd voordat deze verder door de woning wordt verspreid. Alleen goed isoleren betekent dus niet automatisch dat de lucht in huis ook schoon blijft.
Goede isolatie maakt ventileren nog belangrijker
Bij oudere woningen komt via kieren naden en andere openingen vaak ongemerkt buitenlucht naar binnen. Bij goed geïsoleerde woningen is de gebouwschil veel dichter. Dat is gunstig voor het vasthouden van warmte maar betekent ook dat je bewuster moet omgaan met ventilatie. Tijdens het wonen komt er namelijk voortdurend vocht en vervuiling in de binnenlucht terecht door bijvoorbeeld koken douchen schoonmaken en simpelweg aanwezig zijn.
Een ventilatiesysteem zorgt ervoor dat gebruikte lucht wordt afgevoerd en verse buitenlucht wordt aangevoerd. Bij een WTW systeem wordt daarbij een groot deel van de warmte uit de afgevoerde lucht gebruikt om de binnenkomende lucht op te warmen. Zo kun je blijven ventileren zonder onnodig veel warmte verloren te laten gaan.
De werking van zo’n systeem hangt echter niet alleen af van de installatie zelf. Ook de staat van de filters speelt een belangrijke rol. Wanneer deze vervuild raken kan de lucht minder gemakkelijk door het systeem bewegen en neemt de werking van de filters af.
WTW filters houden vervuiling uit de buitenlucht tegen
Buitenlucht is vers maar bevat ook stof pollen en andere kleine deeltjes. WTW filters houden een deel van deze vervuiling tegen voordat de lucht verder door de woning wordt verspreid. Welke deeltjes worden tegengehouden hangt onder meer af van het type filter en de gebruikte filterklasse.
Na verloop van tijd blijft steeds meer vuil in het filter achter. Daarom is het belangrijk om de filters regelmatig te controleren en op tijd te vervangen. Hoe vaak dit nodig is hangt onder andere af van het ventilatiesysteem de omgeving van de woning en de hoeveelheid vervuiling die in de aangevoerde lucht zit.
Bij Tops Filters zijn WTW filters verkrijgbaar voor verschillende merken en typen ventilatiesystemen. Controleer bij het kiezen van nieuwe filters altijd welke maat en uitvoering geschikt zijn voor jouw WTW installatie. Een filter dat niet goed aansluit kan de werking van het systeem beïnvloeden.
Vergeet de ventilatie niet bij het verduurzamen van je woning
Bij het verduurzamen van een woning gaat veel aandacht naar isolatie energieverbruik en het vasthouden van warmte. Ventilatie is minder zichtbaar maar minstens zo belangrijk voor het binnenklimaat. Je merkt namelijk niet altijd direct wanneer een filter steeds voller raakt of wanneer de luchtstroom door het ventilatiesysteem afneemt.
Het is daarom verstandig om de WTW installatie mee te nemen in het normale onderhoud van je woning. Controleer de filters regelmatig op zichtbaar stof en vuil en vervang ze wanneer dat nodig is. Zo voorkom je dat een vervuild filter langere tijd in het systeem blijft zitten.
Een goed geïsoleerd huis en goede ventilatie horen uiteindelijk bij elkaar. Door niet alleen aandacht te besteden aan het buitenhouden van kou maar ook aan het aanvoeren en filteren van verse lucht zorg je ervoor dat het WTW systeem zijn werk goed kan blijven doen.
De zorg is ánders dan mensen zien, en tegelijk is de zorg straks overal. Voor Roy Korbijn uit Zuid-Scharwoude is het een belangrijke missie om zo veel mogelijk van de zorg te laten zien, erover te vertellen, om mensen zo mee te nemen in de grote vragen waar hij en zijn collega’s mee te stellen hebben. “Je moet zeggen waar het op staat.”
Korbijn is genomineerd voor de mooie titel ‘zorgprofessional van het jaar’ en bereikte de finale. Deze verkiezing van de omroep EO samen met IZZ en Mercy Ships is voor hem meteen een ideale gelegenheid om zijn verhaal te doen voor een nóg breder publiek. “Ik ben de hele dag met zorg bezig, dus ja, ik heb er wel een mening over en die geef ik ook.”
Dat Korbijn altijd met zorg bezig is heeft ook met zijn persoonlijke situatie te maken. Hij groeide op met een zusje met het syndroom van Down. Zorgen voor anderen is deel van hem geworden, hij zorgt nu ook zelf voor zijn zusje. (tekst gaat door onder de foto)
Roy Korbijn tussen de andere genomineerden. Zijn nadruk op de familiekant is één van de zaken waarin hij zich onderscheidt. (foto: EO)
Streekstad Centraal spreekt Korbijn als hij net uit de nachtdienst komt. “Maar ik ben morgen vrij, dus ik ga nu nog niet meteen mijn bed in. Anders slaap ik vannacht niet meer. Als ik meerdere nachtdiensten achter elkaar draai, ja, dan slaap ik wel overdag.”
Het brengt meteen één van de dingen op tafel waar het altijd over gaat als het over zorg gaat: dat het werk zwaar is. Dat is het ook wel, ziet Korbijn, maar hij ziet vooral ook de mooie kanten van het werk. “Ik vind ook dat ik álle soorten diensten moet doen. Ik wil ook weten hoe het ‘s nachts met mijn patiënten gaat.”
Die betrokkenheid gaat voor Korbijn dus verder dan ‘het is wel hard werken’ of ‘er is te weinig budget’, uiteindelijk komt het zorgen ook vanuit de zorgverlener zelf, is zijn filosofie. “Het zit in je, of het zit niet in je. En als het niet in je zit moet je er ook gewoon niet mee doorgaan. Dan moet je een andere keuze maken.”
Voor Korbijn is de keuze in elk geval helder: zórgen. Hij werkt bij de Pieter Raat Stichting in Heerhugowaard en zorgt daar voor ouderen, waarbij hij ook de rol van eerstverantwoordelijke verzorgende (EVV’er) heeft. Dat betekent dat hij voor zijn patiënten het eerste aanspreekpunt is.
“Maar dat wil ik dan ook voor de familie zijn. Die familiekant, dat is iets dat ik heel belangrijk vind. Ik zeg tegen familieleden: al belt u me honderd keer… Ik probeer de bewoner individueel op te zoeken, echt het gesprek aan te gaan. Ik doe dit wel met respect, weet dat iemand een patiënt van mij is.” (tekst gaat door onder de foto)
Als EVV’er gaat Korbijn echt het gesprek aan met zijn patiënten. (foto: EO)
Niet te afstandelijk, niet te zakelijk: dan komt zorg het beste tot zijn recht, is de overtuiging van Korbijn. “Je moet ook een beetje rebels zijn. Ik geef mijn mening als ik denk dat mijn patiënt niet krijgt wat ie nodig heeft. Er zijn in dit werk héél veel discussies die we moeten voeren – en te vaak worden die niet gevoerd. De zorg is anders dan mensen zien.”
Niet alleen bij de Pieter Raat Stichting laat Korbijn van zich horen. Hij zet zich ook in voor de vakbond, kent zijn weg in de lokale politiek, is actief in zijn eigen dorp. En hij zorgt dus voor zijn zusje. “Ik kan veel van mijn werk wel op mijn werk laten hoor, maar zorg zit gewoon in alles wat ik doe.” Het is er altijd, het is overal. En wat Korbijn betreft kunnen anderen daar maar beter ook een beetje op voorbereid zijn.
“Het is voor mij een grotere zorg dan het personeelstekort, wat er op ons als maatschappij afkomt”, overweegt hij. De vergrijzing gaat voor heel nieuwe situaties zorgen. “Met een ‘dementievriendelijke gemeente’ ben je er dan nog lang niet hoor. We moeten ons als samenleving voorbereiden op zorg, heel veel zorg. Alleen doen we dat nu niet. Er is bijna geen beleid.”
Wat Korbijn al wel doet, zijn werk bréder trekken, ook buiten de muren van het verpleeghuis, dat zal meer en meer nodig zijn. Ook daarom wil hij zijn verhaal doen, in blogs, op sociale media, op tv bij de verkiezing tot zorgprofessional van het jaar – ook dat: overal, altijd.
“Daarom probeer ik te laten zien wat ik doe, met mensen persoonlijk, met hun familie. Maar ook met mijn zusje. Mensen zijn méér dan hun beperking. Dat heb ik thuis al geleerd en dat blijf ik vertellen. Dat is ook iets van die rebelsheid, zeker. Maar ook: blijf van anderen leren. Daar gaat het om.” (hoofdfoto: EO)
Nikita Wessendorp en Adriaan van ‘t Hoenderdal zijn dit jaar tien jaar getrouwd. Maar dat jubileum heeft weer te maken met een ánder jubileum, namelijk dat van de Alkmaarse scholengemeenschap Jan Arentsz, die 75 jaar bestaat. Sterker nog: beide jubilea worden op precies dezelfde dag gevierd. “We hebben kaarten, zeker!”
Het verband tussen beide feestelijkheden laat zich raden: Adriaan en Nikita ontmoetten elkaar in hun middelbareschooltijd op het Jan Arentsz. Al zit dat nog nét iets anders, blijkt als Streekstad Centraal de twee geliefden spreekt op een druilerige woensdagmorgen in de binnenstad van Alkmaar.
“We hadden elkaar eigenlijk nooit gezien”, vertelt Nikita. “We vielen elkaar dus niet echt op. Tot die werkweek…” Adriaan vult aan: “Naar de Ardennen. Met de bus.” (tekst gaat door onder aan)
De twee gebouwen van het Jan Arentsz. Adriaan en Nikita moeten elkaar hier vaak zó voorbij zijn gelopen, tot die werkweek. (foto: Streekstad Centraal)
Nikita zat op de havo, Adriaan op het vwo. Tijdens die werkweek hadden ze elk hun eigen programma, maar in de bus ernaartoe zat Nikita op het bankje voor Adriaan. En dat was blijkbaar genoeg om de vonk tóch over te doen slaan. “Daarna zijn we inderdaad gaan afspreken”, zegt Nikita.
“Eigenlijk wilden we helemaal niet naar de Ardennen”, herinnert Adriaan zich. “Het was voor ons allebei niet de eerste keus. Maar het is dus toch maar goed geweest…” En het was ook echt wel een mooie werkweek, met veel avontuur. Ze kijken er nu samen met dubbel plezier op terug.
Nikita vertelt hoe het daarna verder ging: afspreken, samen naar de bioscoop. De eerste echte zoen op het schoolfeest, in de vroegere discotheek Extase. Samen naar het vuurwerk kijken op 8 oktober. Het voelde goed, maar een naam had het toen nog niet, deze ontluikende liefde van twee tieners. (tekst gaat door onder de foto)
De datum in hun trouwringen is niet de huwelijksdatum, maar die ándere dag… (foto: aangeleverd)
Dat vuurwerk, dat was toch de spreekwoordelijke klapper. “Ik dacht, wat gaan we nou doen, wat is het?” vertelt Adriaan. “De volgende dag ben ik naar haar huis gegaan. Ik vond het héél spannend. Bij de voordeur heb ik verkering gevraagd.”
Hij vroeg het ‘aan’, Nikita zei er natuurlijk ‘ja’ op – en zo werd 9 oktober hún dag. “Die datum staat ook in onze ringen, ook al zijn we op 30 september getrouwd”, zegt Nikita. En 3 oktober, de dag van de reünie, ligt daar precies tussenin. “Dan willen we dus vieren dat we tien jaar getrouwd zijn.”
Want het hield dus stand, dat prille geluk op 9 oktober bij een voordeur in De Mare. Al achttien jaar houdt het stand: deze liefde is volwassen. “Na de middelbare school ging ik in Haarlem studeren, hij in Alkmaar, maar we bleven elkaar gewoon zien. We gingen samenwonen. Acht jaar na dat moment bij de voordeur trouwden we hier in het stadhuis en vierden ons feest op het strand van Castricum.”
Een mooie dag, herinnert Adriaan zich. “We houden er allebei niet zo heel erg van om in het middelpunt te staan, maar toen was het goed. Met precies de mensen die we er graag bij hadden, niet te groot.” (tekst gaat door onder de foto)
Het Alkmaarse stadhuis was de plek waar Nikita en Adriaan tien jaar geleden trouwden. (foto: Streekstad Centraal)
Na de huwelijksdag volgde een huwelijksreis van drie maanden, door Zuidoost-Azië. Samen leerden ze er duiken langs de Thaise stranden. Ze kochten er elk hun eigen motor en gingen kriskras door Vietnam. Ze beklommen de hoogste berg van Borneo. Zo groeide wat begon in een doodgewone bus naar de Ardennen uit tot het grote avontuur dat ze toen misschien al heel even voor ogen hebben gehad, als liefdesdroom.
Inmiddels wonen ze zelfs in het vroegere ouderlijk huis van Nikita, dat ze konden overkopen. Die beroemde voordeur komt dus ook nog terug in hun verhaal. Intussen vormen ze zelf een gezin met een dochter en een zoon. (tekst gaat door onder de foto)
De huwelijksreis van Adriaan en Nikita was een prachtig avontuur. (foto: aangeleverd)
Op school was het nog klein allemaal. “Toen het eenmaal aan was, wisten we elkaars kluisjescode en verstopten we cadeautjes voor elkaar”, vertelt Adriaan. “Een briefje, een snoepje, iets kleins. Dan had je de hele dag iets om naar uit te kijken.” En ze spraken af bij de lift. “Daar mochten we helemaal niet in, we hadden ook de sleutel niet. Maar als de deuren toevallig opengingen, glipten we naar binnen. Even samen staan tussen twee lessen, snel een kusje stelen — tot iemand anders op het knopje duwde en we er weer uit moesten.”
Uiteraard koesteren ze ook gezamenlijke herinneringen aan de school zelf, al zaten ze dus nooit bij elkaar in de klas. De kleurrijke meneer Mans bijvoorbeeld, van Nederlands. “Die was zó anders”, zegt Nikita. Daar leerden ze ook weer van, realiseert Adriaan zich nu. “Juist doordat hij zo anders was liet hij zien: je kunt zijn wie je bent. Dat was belangrijk, op die leeftijd zijn mensen vaak nog onzeker.”
Nikita vult aan dat ook andere leraren voor haar dat verschil maakten, door haar écht te motiveren. “Toen vond ik nog wel eens: ach, school, stóm. Maar als je ouder bent kijk je daar wel anders naar. Het heeft impact gehad.” (tekst gaat door onder de foto)
Het Jan Arentsz blijft een plek van veel gedeelde herinneringen. (foto: Streekstad Centraal)
Tussen alle mooie herinneringen zijn er ook sombere. Net als oud-directeur Jan Alex Brandsma noemen ze de dood van Gerd Nan van Wijk, door zinloos geweld. Maar Nikita herinnert zich ook het pesten in de klas en hoe een klasgenoot daardoor de verschrikkelijke beslissing nam om uit het leven te stappen. “Dat was ook zó erg, daar denk ik nog wel aan terug. Gelukkig hadden we wel elkaar dan, in de klas.”
Op de dag van de reünie zullen oudleerlingen, oudleraren en ook de mensen die dat allebei tegelijk zijn al die herinneringen samen bovenhalen. Nikita en Adriaan willen het niet missen, zeker niet. Al hebben ze op 3 oktober dus eigenlijk zélf een feest. “Ja, ze hadden ons wel even om toestemming mogen vragen”, lacht Adriaan.
Maar ze hebben tóch jonge kinderen en zo is dat voor veel mensen in hun vriendenkring, dus het is prima om dat huwelijksjubileum overdag te vieren. Dan zijn de kinderen er ook gezellig bij. En ‘s avonds kunnen hun ouders dan alsnog naar die reünie, om weer even stil te staan bij hoe het ooit allemaal begon. En over een jaar of tien vertellen ze hun kinderen dat een werkweek waar je niet heen wil bést goed kan uitpakken.
Wie in Alkmaar, Dijk en Waard of Uitgeest woont, weet hoe snel een auto onmisbaar wordt. Niet elke straat heeft een bushalte om de hoek en niet elke trein rijdt op het moment dat jij moet werken. Heb je niet meteen het volledige aankoopbedrag op je rekening staan, dan is een lening vaak de snelste weg naar een eigen auto.
Waarom een auto in deze regio al snel noodzaak is
Tussen de dorpen en kleinere kernen in deze regio zit vaak meer ruimte dan in de grote stad. Dat is fijn wonen, maar het betekent ook dat je voor werk, boodschappen of familiebezoek regelmatig een stuk moet rijden. Openbaar vervoer rijdt in delen van Dijk en Waard en in Uitgeest minder frequent dan in Alkmaar zelf, en wie in ploegendiensten werkt of vroeg moet beginnen, komt met de bus lang niet altijd op tijd aan.
Zonder auto loop je dan het risico dat je afhankelijk wordt van anderen voor een lift, of dat je een baan misloopt die net te ver weg ligt om te fietsen. Dat maakt een auto voor veel huishoudens in de regio geen luxe, maar een randvoorwaarde om mee te kunnen doen.
Sparen of toch lenen
Sparen voor een auto klinkt verstandig, maar het duurt vaak langer dan je wilt of kunt wachten. Gaat je huidige auto kapot of loopt je leasecontract af, dan heb je meestal niet de luxe om eerst een jaar te sparen. In dat geval is geld lenen een reële optie, zolang je weet wat je maandlasten worden en wat de lening je uiteindelijk kost aan rente.
Het verschil tussen leningen kan flink oplopen. Een paar procent rente meer of minder maakt op een looptijd van enkele jaren al snel honderden euro’s uit. Daarom loont het om niet zomaar bij de eerste de beste aanbieder te tekenen, maar verschillende opties naast elkaar te leggen.
Waar je op let voordat je geld leent
Voordat je een handtekening zet, is het slim om te kijken naar de totale kosten, niet alleen naar het maandbedrag. Een lagere maandlast kan namelijk betekenen dat je langer doorbetaalt en per saldo meer rente betaalt. Kijk ook of er afsluitkosten in rekening worden gebracht en of je boetevrij extra mag aflossen als je financiële situatie verbetert.
Let daarnaast op of de aanbieder onder toezicht staat, bijvoorbeeld van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), en of hij is aangesloten bij een klachteninstituut zoals het Kifid. Dat zegt iets over hoe serieus een partij met haar klanten omgaat. Wie zich hierin wil verdiepen, kan op de pagina over Geld lenen zien hoe zo’n vergelijking en aanvraag in de praktijk werken.
Specifiek lenen voor een auto
Een autolening werkt net iets anders dan een gewone persoonlijke lening, omdat de auto vaak als onderpand dient. Dat kan de rente iets gunstiger maken, omdat de geldverstrekker meer zekerheid heeft. Wil je weten wat dat in jouw situatie betekent, dan geeft de pagina over Geld lenen voor een auto een goed beeld van de mogelijkheden en de voorwaarden die daarbij horen.
Houd er rekening mee dat de uiteindelijke rente en voorwaarden doorgaans afhangen van je persoonlijke situatie, zoals inkomen en al lopende leningen. Een offerte vooraf laten opstellen kost meestal weinig tijd en geeft meteen duidelijkheid over wat je maandelijks kwijt bent.
Je totale kosten in kaart brengen
Ga je een auto kopen in Alkmaar, Dijk en Waard of Uitgeest, reken dan niet alleen de aanschafprijs mee, maar ook de vaste kosten die daarna volgen, zoals verzekering en onderhoud. Denk daarbij ook aan wat je maandelijks kwijt bent aan brandstof of laadkosten.
Vraag bij meerdere aanbieders een vrijblijvende offerte aan voordat je kiest, zodat je rente en voorwaarden goed kunt vergelijken. Zo weet je vooraf wat de auto je maandelijks kost, in plaats van dat je daar achteraf achter komt.
De geuren van dille en peterselie, het heldere rood van versgeplukte paprika’s, de frisse wijnen van haar glooiende land: voor Vera Stupenea uit Heiloo zijn het oude herinneringen, die ze nu voor iedereen tastbaar heeft gemaakt in een rijk geïllustreerd kookboek: De smaak van Moldavië. “Wij gingen het bos in om zelf paddenstoelen te plukken, maar in dit recept schrijf ik: champignonsoep.”
Nee, helemaal zoals in Moldavië zal het hier in Nederland niet gauw smaken. Wat we hier bij de supermarkt kopen is nou eenmaal heel wat anders dan wat er in Moldavië in de schappen ligt. Dáár groeien de courgettes en de aubergines bijna vanzelf, is alles zo vers, zo dichtbij. “Hier in Nederland kopen de mensen gesneden groenten in zakjes. Nee, de Moldavische keuken is niet een hele snelle keuken, je moet er wel tijd voor nemen…”
Vera Stupenea, schrijfster en niet in de laatste plaats honorair consul van het land waar ze opgroeide, is intussen thuis in Heiloo, maar sommige Nederlandse gewoontes verwonderen haar toch nog. In ‘De smaak van Moldavië’ houdt ze desondanks wél rekening met wat hier te krijgen is. (tekst gaat door onder de foto)
Vera Stupenea gebruikte de handgeschreven recepten van haar moeder voor een modern kookboek. (foto: Streekstad Centraal)
“Dit begon eigenlijk bij mijn zoons”, vertelt ze. “Die zijn Nederlands hoor, al spreken ze ook Russisch. Maar het oude kookboekje van mijn moeder, met al die handgeschreven recepten, dat konden zij niet lezen. Toen ben ik begonnen de recepten naar het Nederlands te vertalen.” Als schrijfster van thrillers wist ze wel hoe ze een boek uitgegeven moest krijgen en zo werd het een serieus project.
De 73 verzamelde recepten samen lezen als een veelkleurige geschiedenis van haar land. “Moldavië is onderdeel van vele rijken geweest”, vertelt ze als Streekstad Centraal met Stupenea afspreekt in Restaurant Julie’s in Bergen. “Het Ottomaanse rijk, en de Sovjet-Unie natuurlijk. Er zijn heel veel invloeden van andere landen. Maar er zijn wel dingen die als typisch Moldavisch worden gezien, zoals onze kippensoep met zure room, en het opgerolde bladerdeeg met allerlei soorten zoete vulling.” (tekst gaat door onder de foto)
In het boek is ook veel aandacht voor desserts: gevulde pruimen, appels met nootjes erin, een taart van pannenkoeken… (foto’s: Alex Perov)
Daarmee noemt ze al twee typische smaken: friszuur, zachtzoet. De keuken is vooral heel veelzijdig. Gevulde knoedeltjes zoals mensen die misschien kennen uit de Poolse keuken, zeker, die zijn er ook. Gevulde koolrolletjes, ook een klassieker uit vele keukens in die regio.
Die koolrolletjes maak je haast hetzelfde als de gevulde druivenbladeren, legt Stupenea uit. Díé zullen Nederlanders misschien eerder als Griekse dolmades kennen, al zijn ze ook Turks, Perzisch – ver reiken de smaken. Gevulde paprika’s sieren de voorkant van haar boek. Humus, ook dat is Moldavisch. Maar dan wel van witte bonen. (tekst gaat door onder de foto)
Het in Moldavië beroemde kinderboek over Guguță inspireerde tot een inmiddels klassieke taart. Stupenea vertaalde ook het kinderboek naar het Nederlands. (foto: Streekstad Centraal)
“Als we vroeger buiten aan het spelen waren roken we vanaf een uur of vijf wie er aan het koken was”, herinnert Stupenea zich. “De geur van gebakken paprika’s! We aten altijd heel veel groente. Polenta, van maïs. Dat is ook heel typisch voor de Moldavische keuken.”
In de nadagen van de Sovjet-Unie dwong schaarste de Moldaviërs tot creativiteit, herinnert Stupenea zich. “Als mijn moeder naar de winkel ging wist ze niet welke groente er zou zijn”, zegt ze. “Wat ook zo was in die tijd: alles was hetzelfde, mensen hadden allemaal precies dezelfde glazen in huis. Mijn moeder schrijft in haar kookboek: één glas bloem. Dat was toen voor iedereen duidelijk, hoeveel dat was.” (tekst gaat door onder de foto)
Wat op het eerste oog een taart is, blijkt bij nadere bestudering een frisse salade van bieten en haring: Salată Suba. (foto: Alex Perov)
Het zijn dingen die ze bij het vertalen en omwerken van de recepten moest uitzoeken voor ‘De smaak van Moldavië’. Ze liet zich ook adviseren door een culinair redacteur, om alles goed te laten kloppen. Ze veranderde ingrediënten: echte ‘brânză’ is hier niet te krijgen, feta wél.
“Bij ieder recept heb ik een wijnadvies gezet, dat is dan wel echt Moldavische wijn. Nee, die kun je nu nog niet krijgen in onze buurt, dat is heel jammer. Maar ik weet dat Rootring uit Alkmaar naar mijn proeverij komt…” (tekst gaat door onder de foto)
Veelzijdige hartige smaken: ‘zeamă de pui’ (kippensoep), varkensstoof met ‘mămăligă’ en kalfsvlees uit de oven – met veel groente. (foto’s: Alex Perov)
Donderdag 24 september is de officiële boekpresentatie, mét een proeverij van Moldavische gerechten. Dat gebeurt bij Restaurant Herberg Jan in Heiloo. “We hebben twee sessies en het zit al bijna vol! Dat laat zien dat er belangstelling voor is.”
Er is niet eens één Moldavisch restaurant in Nederland, verzucht ze. Wie al deze smaken wil proeven met op reis, of zélf aan de slag in de keuken. Daarvoor is nu dus dit boek. “Dit kwam zomaar op mijn pad, ik dacht: dit bestaat nog niet in het Nederlands. Nu bestellen bedrijven het bij me als relatiegeschenk. En de premier van Moldavië krijgt ook een exemplaar. Hij heeft jaren hier gewoond en spreekt vloeiend Nederlands.”
Zo groeit wat begon met de recepten van haar eigen moeder uit tot een steeds breder project, dat een nieuwe basis legt voor uitwisseling tussen Nederland en Moldavië. “Ik wil een netwerk opzetten”, zegt de honorair consul. “Zodat mensen met elkaar in gesprek gaan. Dit is een mooi begin. Proeven van de smaak van Moldavië.”
De 66-jarige Martin B. uit Bergen, die wordt verdacht van ernstig seksueel misbruik van kinderen op de Filipijnen, werkte ruim 25 jaar als anesthesioloog bij Noordwest Ziekenhuisgroep. Het ziekenhuis zegt geen signalen te hebben gevonden die verband houden met de verdenkingen. De aard en inhoud daarvan waren bij Noordwest en de anesthesiologen niet bekend.
Noordwest Ziekenhuisgroep zegt “geschrokken en ontzet” te zijn door de aard van de verdenkingen tegen de voormalig medewerker. De inhoud van de strafzaak werd dinsdag via de berichtgeving in de media bekend bij het ziekenhuis en de anesthesiologen.
B. was toen al niet meer werkzaam bij Noordwest. Volgens het ziekenhuis hielden zijn eerdere afwezigheid en vertrek verband met privéomstandigheden. Die stonden los van de zorg en zijn werkzaamheden als arts. B. heeft vanwege die omstandigheden zijn functie neergelegd en zal volgens Noordwest niet terugkeren.
Martin B. werkte ruim 25 jaar als anesthesioloog bij Noordwest Ziekenhuisgroep. Het ziekenhuis zegt geen signalen te hebben gevonden die verband houden met de verdenkingen tegen de oud-arts. (foto: NWZ)
Na het bekend worden van de verdenkingen heeft Noordwest direct nagegaan of binnen de organisatie signalen bekend waren die verband kunnen houden met de nu openbaar geworden informatie. “Dergelijke signalen zijn bij Noordwest en de anesthesiologen niet bekend”, laat het ziekenhuis weten.
Noordwest wijst er daarbij op dat een anesthesioloog bij de behandeling van patiënten altijd in teamverband werkt. Rond een operatie of andere behandeling zijn meerdere zorgprofessionals betrokken. Patiënten die naar aanleiding van de berichtgeving vragen of zorgen hebben over hun eigen behandeling of over de zorg die zij van B. hebben ontvangen, kunnen contact opnemen met de patiëntenservice van het ziekenhuis.
De oud-arts werd in mei aangehouden nadat een Amerikaanse organisatie een melding over hem had gedaan. Justitie verdenkt hem ervan via livestreams te hebben gekeken naar seksueel misbruik van kinderen op de Filipijnen.
Daarnaast zou hij in 2023 op de Filipijnen zelf een meisje jonger dan twaalf jaar hebben verkracht. Ook wordt hij ervan verdacht twee tienermeisjes te hebben betaald voor seksuele handelingen. Voor het misbruik zou hij contact hebben onderhouden met tussenpersonen op de Filipijnen. Daar zijn volgens het Openbaar Ministerie inmiddels meerdere betrokkenen aangehouden.
De strafzaak werd dinsdag voor het eerst tijdens een pro-formazitting behandeld. De zaak is nog niet inhoudelijk behandeld. De volgende pro-formazitting staat gepland voor 16 november.
Druk was het niet, op de stations in de regio. De ov-staking was niemand ontgaan. Maar wie echt geen alternatief had voor de bus, deed toch een poging woensdagmorgen. Want een enkele buschauffeur staakt niet mee en dan kun je toch maar nét geluk hebben…
Streekstad Centraal wachtte samen met deze reizigers op bussen die, helaas, níét kwamen. Want hoewel er zeker enkele bussen onderweg waren, moesten de mensen die wij spraken het toch opgeven. Treinen reden er al helemaal niet.
Al had één van hen toch geluk. Want dat ritje van Heerhugowaard naar Alkmaar, dat moesten wij ook maken. Natuurlijk geven we als we iemand daarmee kunnen helpen graag een lift.
Een stadsfeest, wandeling door de duinen of middag op een terras levert al snel tientallen foto’s op. Toch bepaalt de camera van je telefoon maar een deel van het resultaat. Licht, timing, standpunt en compositie maken vaak meer verschil dan een extra filter achteraf.
Dat is goed nieuws, want tijdens een evenement of dagje uit wil je vooral meemaken wat er gebeurt. Met een paar simpele keuzes vooraf kun je sneller fotograferen en hoef je minder tijd in cameramenu’s of nabewerking te steken.
Kijk eerst naar wat je graag fotografeert
Wil je een iPhone 18 Pro bestellen, kijk dan bij de modelkeuze vooral naar de soorten beelden die je vaak maakt. Fotografeer je veel mensen in beweging, maak je geregeld video of gebruik je je telefoon vaak bij evenementen en in de avond, dan kunnen andere camera-eigenschappen relevant zijn dan wanneer je vooral overdag landschappen en vakantiefoto’s maakt.
Kijk daarom ook naar je huidige camerarol. Welke foto’s lukken meestal prima en in welke situaties ben je minder tevreden? Zo vergelijk je een nieuw toestel op problemen die je daadwerkelijk wilt oplossen, in plaats van op één indrukwekkende voorbeeldfoto.
Bepaal hoeveel de camera meetelt in je telefoonkeuze
Bij een iPhone met abonnement van Odido hoeft fotografie natuurlijk niet voor iedereen op nummer één te staan. Misschien gebruik je je telefoon vooral voor berichten, navigatie en alledaagse foto’s. Voor iemand die bijna geen aparte camera meer meeneemt, krijgt de smartphonecamera juist veel meer gewicht.
Die afweging maakt vergelijken eenvoudiger. De beste cameratelefoon op papier hoeft niet automatisch het model te zijn dat het beste bij jouw dagelijkse gebruik past.
Zet een paar hulpmiddelen vooraf goed
Controleer vóór vertrek welke camera-instellingen je prettig vindt. Rasterlijnen kunnen helpen bij de compositie en een niveau maakt het makkelijker om een horizon recht te houden. Dat zijn kleine hulpmiddelen, maar bij landschappen, gebouwen en overzichtsfoto’s zie je het verschil snel terug.
Ook bij smartphonefotografie in de Schoorlse Duinen blijkt hoeveel winst er te halen is uit eenvoudige keuzes zoals een rechte horizon, een ander perspectief en bewust omgaan met zoom. Daarvoor hoef je tijdens een wandeling dus niet voortdurend ingewikkelde instellingen te veranderen.
Gebruik het licht voordat je naar filters grijpt
Op een zonnig terras kan fel licht harde schaduwen in gezichten geven. Een paar stappen naar een plek met zachter licht kan dan meer opleveren dan achteraf aan schuifjes trekken. Rond het einde van de middag wordt het licht vaak minder hard, wat vooral bij portretten en straatbeelden prettig kan zijn.
Bij lastiger licht helpt het om op het belangrijkste onderwerp in beeld te tikken, zodat de camera daar scherpstelling en belichting op kan richten. In praktische tips voor smartphonefotografie komen juist zulke eenvoudige ingrepen terug: bewust scherpstellen, naar het licht kijken en vóór het afdrukken aandacht besteden aan compositie.
Kies eerst wat je met de foto wilt laten zien
Een betere compositie begint vaak met één vraag: gaat de foto over een persoon of juist over de plek waar die persoon zich bevindt? Bij een portret kun je dichterbij gaan en afleidende omgeving beperken. Wil je juist de sfeer van een festival of markt vastleggen, dan kunnen publiek, straatdecoratie en gebouwen een belangrijk deel van het verhaal zijn.
Zet het onderwerp daarom niet automatisch midden in beeld. Gebruik het raster als hulpmiddel en probeer ook eens een lager of hoger standpunt. Een kleine verandering van positie levert vaak een interessanter beeld op dan vanaf dezelfde plek steeds opnieuw afdrukken.
Zoom niet verder in dan nodig
Een optreden aan de andere kant van een plein nodigt uit om zo ver mogelijk in te zoomen. Toch is dat niet altijd de beste oplossing. Welke zoomstanden de beste beeldkwaliteit geven verschilt per toestel, dus gebruik niet automatisch de maximale vergroting.
Kun je veilig wat dichterbij komen, dan kan dat een betere foto opleveren. Anders is het soms slimmer om iets ruimer te fotograferen en later beperkt uit te snijden. Let tegelijkertijd op wat er rondom het onderwerp gebeurt: juist bij evenementen vertelt de omgeving vaak een belangrijk deel van het verhaal.
Fotografeer meer dan alleen het hoofdmoment
Van een stadsfeest herinner je je later niet alleen het podium. Het volle terras, een detail van de versiering, vrienden die wachten op hun eten of de straat vlak voordat het druk wordt kunnen minstens zoveel sfeer terugbrengen.
Maak daarom afwisseling in je fotoreeks. Combineer overzichtsbeelden met personen en kleine details. Voor video werkt hetzelfde principe: een paar korte fragmenten vanuit verschillende standpunten zijn vaak prettiger om later terug te kijken dan één lange opname waarin minutenlang ongeveer hetzelfde gebeurt.
De beste smartphonefoto begint met goed kijken
Een betere camera kan meer mogelijkheden geven, maar hij kiest niet waar jij gaat staan of welk moment je vastlegt. Juist tijdens een dagje uit maken dat soort keuzes het verschil. Kijk naar het licht, houd de horizon in de gaten en bedenk vóór het afdrukken wat er eigenlijk interessant is aan de scène voor je.
Dan wordt je smartphonecamera vooral wat hij hoort te zijn: een camera die altijd binnen handbereik is en waarmee je het moment snel kunt vastleggen zonder de halve dag door instellingen te bladeren.
Ruim 26 jaar loopt Meinte Peterzon inmiddels rond op het Jan Arentsz. In die tijd zag de conciërge duizenden leerlingen komen en gaan, veranderde de school flink en verzamelde hij meer verhalen dan hij zo uit zijn mouw kan schudden. Nu het Jan Arentsz dit jaar 75 jaar bestaat, blikt Meinte terug op zijn eigen stukje van die geschiedenis. Een periode waarin de school veel meer werd dan alleen zijn werkplek.
Dat had Meinte niet kunnen bedenken toen hij er eind jaren negentig terechtkwam. Hij werkte daarvoor bij een sociale werkplaats, onder meer in een meubelmakerij. Toen duidelijk werd dat het bedrijf uiteindelijk zou verdwijnen, begon hij om zich heen te kijken. Zo kwam het Jan Arentsz op zijn pad. “Ik zag dat ze een conciërge zochten en ben gewoon even langsgegaan op de fiets.”
Eenmaal binnen begon hij met reparaties en andere praktische klussen. Gaandeweg werd zijn werk steeds breder en hielp hij mee om een technische dienst op te zetten. Inmiddels bestaat die uit meerdere mensen. Want wie bij een conciërge alleen denkt aan schoonmaken en deuren opendoen, heeft het volgens Meinte behoorlijk mis. “Het is zo breed als je wil.”
En soms leer je het vak vooral door iets één keer heel erg verkeerd te doen. Dat bleek al snel toen een leerling bij hem kwam met een fietsslot dat niet meer open wilde. Meinte pakte de slijptol, maakte korte metten met het slot en zag de jongen tevreden wegfietsen. Even later stond er iemand anders voor zijn neus: haar fiets was gestolen. (tekst gaat door onder de foto)
Wie in de afgelopen 26 jaar op het Jan Arentsz heeft gezeten, of nu nog op de school zit, is conciërge Meinte – met zijn grote sleutelbos – vast weleens tegengekomen. (foto: Streekstad Centraal)
De behulpzame conciërge bleek de dief zelf een handje te hebben geholpen. “Ik schaamde me kapot”, lacht Meinte. Sindsdien weet hij: eerst maar eens controleren of een fiets daadwerkelijk van degene is die voor je staat.
Het is lang niet het enige verhaal dat na al die jaren is blijven hangen. Neem luilak, toen jongeren ‘s nachts en in alle vroegte de straat op gingen om lawaai en rotzooi te maken. Ook rond het Jan Arentsz was het raak.
Meinte en een paar collega’s besloten daarom zelf de wacht te houden. Met de auto bij de school, iets te eten erbij en af en toe een rondje buiten. Toen een groep jongens bij de hekken opdook, gingen ze erachteraan. De jongeren schrokken, sloegen op de vlucht en verdwenen richting een talud vol brandnetels. “De volgende dag wisten we precies wie het waren. Dat waren hele leuke dingen”, blikt Meinte terug in gesprek met Streekstad Centraal.
Als Meinte niet ergens in de school een probleem aan het oplossen is, is hij voor leerlingen vaak te vinden in zijn vertrouwde ‘hok’. (foto: Streekstad Centraal)
Dat hij zelf al snel zijn plek op de school had gevonden, bleek een paar jaar na zijn komst. Destijds werd een prijs uitgereikt aan de meest gewaardeerde persoon op school. Meinte werd met een smoes naar de bijeenkomst gelokt. Hij dacht dat hij alleen even een fles moest ontkurken, tot hij ineens zelf naar voren werd geroepen. “Ik vond mezelf te goed om flessen te ontkurken, maar toen kreeg ik ineens die prijs”, vertelt hij lachend. “Dat was leuk hoor. Heel leuk.”
In de jaren daarna veranderde de wereld om hem heen behoorlijk. Wie nu door het Jan Arentsz loopt, kan zich sommige dingen uit Meintes beginjaren nauwelijks meer voorstellen. Bij de receptie kon bijvoorbeeld gewoon een sigaret worden opgestoken. Binnen was zelfs een rookhok. “Dat was heel bizar”, zegt hij daar nu over.
Ook een kapotte lamp of deur werd anders gemeld. Geen mailtje of digitaal systeem, maar een groot klussenboek in de personeelskamer. Wie iets gerepareerd wilde hebben, schreef het daarin en Meinte liep de lijst af. Al nam niet iedereen het begrip ‘klusje’ even letterlijk. Tussen de reparaties verscheen ooit doodleuk: ‘Een nieuwe dakkapel alstublieft.’ (tekst gaat door onder de foto)
Het Jan Arentsz aan de Mandenmakerstraat in Alkmaar is voor Meinte een soort tweede huis. “Ik woon zelf naast de school, dus als ik nog even iets moet doen ben ik er zo.” (foto: Streekstad Centraal)
Ook Meintes eigen rol veranderde. Vroeger liep hij veel meer door de school en kende hij naar eigen zeggen bijna iedereen. Inmiddels werkt hij drie dagen per week, houdt hij zich meer met andere dingen bezig en neemt een jongere collega steeds meer van zijn oude taken over.
Soms moet hij wennen aan wat wel en niet meer kan. “Je moet nu leren hoe het nu is”, zegt Meinte. Collega’s fluiten hem weleens terug: iets wat vroeger heel normaal was, kan tegenwoordig niet zomaar meer. “Het is een heel andere sfeer dan vroeger. Ook wel leuk, maar je moet er wel aan wennen.”
Wat niet verdween, is het contact met leerlingen. Dat merkt Meinte misschien wel het sterkst als hij buiten de school oud-leerlingen tegenkomt. Soms spreekt iemand hem in de stad ineens bij naam aan en moet hij zelf nog even graven naar wie er voor hem staat. Ook in de kroeg gebeurt het dat een oud-leerling hem herkent en ze samen een biertje drinken. “Dan heb je het toch goed gedaan?”, zegt Meinte.
Ook de vrijheid die hij door de jaren heen kreeg, maakte dat hij zich thuis voelde op het Jan Arentsz. Toenmalig directeur Jan Alex Brandsma, die Meinte aannam, liet hem veel zelf regelen. “Hij vertrouwde mij ook. Dat geeft je een heel goed gevoel.” Het werk werd daardoor, zoals Meinte het zelf noemt, “een beetje je eigen bedrijfje”. “Als jij wat geeft, krijg je het ook terug. Je moet niet alleen maar nemen.” (tekst gaat door onder de foto)
Er is in de tijd dat Meinte conciërge is op het Jan Arentsz een hoop veranderd, zo ook op het gebied van communicatie. “Ik praat veel liever in het echt met mensen, maar mail hoort er nou eenmaal bij.” (foto: Streekstad Centraal)
Dat Meinte niet de enige is die zich aan de school hecht, blijkt wel uit de ‘oude garde’. Oud-collega’s komen nog geregeld vroeg in de ochtend langs voor een bak koffie. Even zitten, een koekje erbij en bijkletsen. Maar om kwart voor acht is het afgelopen. Dan begint de werkdag.
Voor Meinte zelf is de school ondertussen steeds meer dan alleen zijn werkplek. Zijn zoons hebben er op school gezeten. En ook zijn vrouw leerde hij kennen op het Jan Arentsz. Toen de twee later trouwden, bleef zelfs het feest binnen de muren van de school. De bruiloft werd gevierd in de kantine. Collega’s hielpen met de organisatie en ook leerlingen staken de handen uit de mouwen.
Een baan waar Meinte ooit min of meer toevallig op de fiets voor kwam solliciteren, raakte zo steeds verder verweven met zijn leven. Inmiddels werkt hij nog drie dagen per week en draagt hij langzaam steeds meer over. Helemaal loslaten lukt alleen nog niet zo goed. Zelfs op een vrije dag loopt hij gerust even naar school als hem thuis iets over het werk te binnen schiet.
Wat hij zou missen als morgen zijn laatste werkdag was? Alleen de gedachte doet al iets met hem. “Oef, ik krijg nou de kriebels al”, zegt Meinte. Dan hoeft hij niet lang meer na te denken. “M’n werk gewoon. Alles.”