De Koninklijke Landmacht houdt op vrijdag 20 en zaterdag 21 maart militaire oefeningen op meerdere locaties in het land. Als onderdeel van de oefening ‘Wolfpack’ worden ook in de omgeving van Bergen oefeningen gehouden.
Het Ministerie van Defensie heeft de oefening aangekondigd bij de gemeente. Op beide dagen trainen rond 110 militairen van de landmacht op meerdere plekken bij Bergen en tussendoor verplaatsen zij zich te voet en met twaalf voertuigen. De eenheid gebruikt openbare wegen, paden en terreinen. Bij uitzondering wordt privéterrein gebruikt, in afstemming met de eigenaar of beheerder. De militairen zijn gewapend en maken gebruik van twaalf legervoertuigen.
Militairen trainen vaak op oefenterreinen, maar om het realistischer te maken wordt er ook in het openbaar getraind. Ze moeten ook voorbereid zijn op het actief zijn in het openbaar en onder mensen. Daarbij wordt geprobeerd om mens en natuur zo min mogelijk storen. Mocht er onverhoopt toch schade of aanzienlijke hinder ontstaan, dan kan dit gemeld worden via defensie.nl.
Paddenwerkgroep Heiloo heeft het al aardig druk gehad de afgelopen weken. Padden, kikkers en salamanders komen uit hun winterslaap en gaan aan de wandel naar plekken waar ze zich willen voortplanten. De vrijwilligers hebben bij elkaar al zo’n 280 amfibieën wegen en paden over geholpen, om te voorkomen dat ze aangereden of overreden worden.
Verreweg de meeste amfibieën zijn geholpen in de omgeving van de Zandersloot, Kuillaan en de Westerweg, ongeveer 230. Daarvan gaat het bij meer dan tweederde van de gevallen om kleine watersalamanders en verder gewone padden en een paar bruine kikkers.
Langs de Kerklaan en Belieslaan hebben vrijwilligers ongeveer vijftig amfibieën een handje geholpen. Het gaat om één bruine kikker, twee groene kikkers, minder dan vijftien kleine salamanders en verder gewone padden. (tekst gaat verder onder de video)
Er zijn meerdere paddenwerkgroepen in de regio. Ieder jaar weer plaatsen ze barrières en vangen ze amfibieën met de hand of in emmers, om ze daarna verder te helpen op weg naar de plekken waar ze zich willen voortplanten. Dat doen ze omdat de aantallen drastisch zijn teruggelopen door de mens, vooral die van kikkers. Verkeer en bebouwing, ze belemmeren trektochten en verkleinen hun leefomgeving.
“Vroeger vonden we tijdens de paddentrek op een avond soms wel 200 padden, één keer zelfs 1.100 padden. Tegenwoordig zijn we blij als we er op een avond vijftien tellen”, vertelde Els Meurs een jaar terug tegen Streekstad Centraal. Ze zit al sinds de oprichting in 1988 bij de Heilooër reddingsgroep. “Het gaat echt niet goed met de natuur en daarom is het belangrijk dat we dit reddingswerk nog steeds blijven doen.”
Ook een handje helpen? Laat het Els Meurs weten via em.meurs@gmail.com. (archieffoto: Paddenwerkgroep Heiloo)
Weinig. Dat is het antwoord op de vraag wat er nog te doen is aan het ‘gedonder’ van Leeghwaterbrug A. Omwonenden vragen al jaren om maatregelen. Het aandraaien van bouten en plaatsen van opvulmateriaal helpen dus (weer) niet. Een mogelijk volgende stap zou een nachtelijke snelheidsverlaging kunnen zijn voor vrachtverkeer, maar de provincie twijfelt nu al of dit haalbaar is. “Maar de gedeputeerde wil het op zijn minst onderzoeken.”
De Leeghwaterbrug voor verkeer richting Heerhugowaard heeft een bolling. Door die bolling en het gebruik van kunststoffen konden de constructie én de motoren van het zuidelijke brugdeel A lichter uitgevoerd worden. Maar inmiddels is duidelijk dat die bolling van het brugdeel zo flink is, dat dat bij vrachtwagens letterlijk gedonder oplevert. En trillingen. Omwonenden zitten nu al zes jaar met de overlast.
“Het is continu onweer”, vertelt Willem Weel, die pal naast de Leeghwaterbrug woont. Toch zit hij met zijn familie – als Streekstad hem aanspreekt – lekker in het voorjaarszonnetje buiten. Ze hebben er redelijk mee leren leven, maar fijn is anders. “Nee, het went niet echt natuurlijk. Dit gaat de hele dag door.” ’s Nachts is het een stuk rustiger, maar dan springt een keertje donderen er wel juist bovenuit. “Ja, we worden er nog wel eens wakker van. Het is gewoon erg lastig.” (tekst gaat verder onder de foto)
De familie Weel heeft behoorlijk wat last van de bolle Leeghwaterbrug A… Toch zitten ze graag buiten. (foto: Streekstad Centraal)
De familie Weel woont gelukkig aan de noordzijde, waar het platte brugdeel het gedonder nog een beetje blokkeert. Volgens hen zijn ze aan de zuidzijde helemaal de klos. “Die meneer die daar aan de overkant zit met zijn boerderij, ja daar langs de Westdijk, die zegt dat de waarde van zijn pand met tonnen is gedaald door het klapperen en de trillingen. Hij zegt: ik sta te trillen in mijn huis. En die mensen daar langs het Zeglis in een woonboot, die zitten vanaf vijf uur ’s ochtends al rechtop in bed.”
Afgelopen donderdag organiseerde de provincie een buurtbijeenkomst. Daarin werden resultaten van geluidsmetingen vóór en na een aantal maatregelen gedeeld. Beschadigde voegen waren hersteld, de ruimte tussen het brugdek en de oplegpunten was gevuld en bouten zijn aangedraaid om de speling nog iets te verminderen. Conclusie: de maatregelen hielpen nauwelijks.
Dat hadden de omwonenden zelf ook al gemerkt. “Ja het aandraaien van die bouten hielp een beetje, maar drie dagen later was het gewoon weer hetzelfde hoor”, zegt Willem Weel. (tekst gaat verder onder de foto)
Reconstructie van Leeghwaterbrug A. Rechtsonder het witte huis van de Willem en Nel Weel en hun bijgebouwtjes er pal naast. Helemaal in de hoek het huis van Herman Visscher en zijn vriendin. (foto: Streekstad Centraal)
Ze nemen het zowel aannemer Spie als de provincie kwalijk. “Maar Spie geeft niet thuis. Als de naam Spie in de buurt valt, gaan de haren recht overeind staan. Die schuift het af op de provincie”, vertelt Willem. Dat is niet zo vreemd, want de provincie gaf opdracht en groen licht voor de bolle brug. Weel erkent dit ook. “Ja, wij bewoners vinden ook dat die het probleem moet oplossen.” Nel Weel-Butter springt in: “We willen gewoon weer een platte brug. Die vorige was goed.” De anderen knikken.
Maar dat zit er niet in, dat is al duidelijk. Opnieuw miljoenen steken in een nieuw brugdek zou volgens de provincie geen garantie geven op minder geluid. Een opmerkelijke stelling, want het platte brugdeel B is wat betreft de omwonenden prima, en ook het oude – platte – brugdeel A was dat. We vroegen de provincie waar die stelling op gebaseerd is. “Dat is vooral gebaseerd op het geluid van bruggen in het algemeen”, reageert woordvoerder Leonie Kruisinga. “Er is altijd sprake van hinder, het is nooit vloeiend. Je kan niet beloven dat er geen hinder meer is met een nieuw brugdek.”
Willem en Nel moeten een beetje lachen als ze die reactie horen en is wel een beetje klaar met de provincie. “De gedeputeerde toen was Adnan Tekin. Die zei: jullie hoeven je nergens druk over te maken, komt allemaal goed. Nou, dat kunnen we zien”, zegt meneer Weel sarcastisch. “En nu heb je gedeputeerde Olthof, maar die gaat ooit weer weg, en zo blijft de cirkel draaien.” (tekst gaat verder onder de foto)
Links de oude, vlakke Leeghwaterbrug B en rechts de bolle brug A die veel overlast veroorzaakt. (foto: Provincie NH)
Herman Visscher, die twee huizen verderop woont, heeft zijn huis laten naïsoleren tot en met de spouwmuren aan toe. Maar hij hoort het gedonder binnen evengoed nog duidelijk, en ’s nachts schrikken hij en zijn vriendin ook wel eens wakker. Hij draagt oorpluggen, maar dan nog.
“Ze wilden de brug opnieuw uitvinden”, zegt Visscher. “Nou, toen die geplaatst was, kwamen ze er al vrij snel achter dat dat het ‘em niet werd. Telkens als er een vrachtwagen overheen gaat is het onweer. De brug aan deze kant maakt een stuk minder geluid.” We kijken af en toe naar de brug, en zien auto’s en vrachtwagens stuiteren. Iedereen die er soms overheen rijdt, kent het gestuiter.
Bovendien geven de geluidsmetingen volgens Visscher een vertekend beeld. Ze zouden binnen de norm blijven, maar volgens hem gaat het om gemiddelden. Piekgeluiden vallen weg in de grafieken. (tekst gaat verder onder de foto)
Herman Visscher woont al sinds ongeveer 1956 naast de Leeghwaterbrug, toen nog van staal met houten dek. (foto: Streekstad Centraal)
Visscher accepteert dat doorgaand verkeer over bruggen nou eenmaal geluid maakt. Hij woont sinds ongeveer 1956, toen hij 14 of 15 jaar was, naast de Leeghwaterbrug. Heel vroeger nog een stalen uitvoering met houten planken, die soms wat krom trokken en dan weer stevig moesten worden vastgemaakt. Maar deze Leeghwaterbrug A, daar heeft hij geen goed woord voor over: “Het is gewoon een ontwerpfout.”
De provincie heeft toegezegd dat de bouten twee in plaats van één keer per jaar worden aangedraaid, en dat het gaat onderzoeken met de politie en transportbedrijven of het haalbaar is om de maximumsnelheid voor vrachtverkeer tussen 23:00 en 08:00 uur te verlagen. Woordvoerder Kruisinga erkent dat dit lastig zal zijn. “Je kan het niet afdwingen en het moet handhaafbaar zijn, maar de gedeputeerde wil dat op zijn minst onderzoeken.”
Herman Visscher verwacht er niks van. “Je kan wel bordjes neerzetten met 70 kilometer per uur – ik noem maar wat – maar dan vliegen ze er evengoed met 80 overheen, of met 79, want dan krijgen ze net geen bekeuring.” Ook Willem en Nel ziet er weinig heil in. “Zelfs al gaan ze 70 rijden, dan hoor je dat nog steeds goed hoor. Het is gewoon de brug, die is niet goed.”
De Fietsersbond regio Alkmaar pleit voor meer en betere fietspaden in en rond het hele duingebied, van Camperduin tot Zandvoort. In een nieuwe visie op het recreatieve fietsnetwerk waarschuwt de organisatie dat bestaande fietsroutes onder druk staan door natuurmaatregelen.
Daarbij valt te denken aan zandverstuivingen zoals die er in de duinen alleen maar meer zullen komen als het aan de provincie ligt. Terwijl de duinen juist belangrijk zijn als plek om te recreëren, betoogt de Fietsersbond. “Het rondje fietsen door de duinen moet blijven”, schrijft de organisatie in een toelichting op de plannen. De bond vindt dat er juist méér ruimte moet komen voor fietsen, omdat dit een duurzame en gezonde manier van recreëren is.
Een belangrijk knelpunt ligt bij het fietspad langs de Blijdensteinsweg bij Bergen. Daar zorgt een zogenoemd stuifduin bij het Buizerdvlak er al jaren voor dat zand over het fietspad waait. (tekst gaat verder onder de foto)
Het stuifduin bij het fietspad van de Blijdensteinweg in het Noordhollands Duinreservaat. (foto: Streekstad Centraal)
Daardoor dreigt het pad op termijn onbegaanbaar te worden. Volgens de Fietsersbond is het pad van groot belang voor fietsers, omdat het onderdeel is van een populaire route tussen Bergen aan Zee en Camperduin en ook deel uitmaakt van de internationale Noordzeefietsroute (EuroVelo 12).
De organisatie maakt zich zorgen over natuurbeleid waarbij meer ruimte wordt gegeven aan dynamische duinen. Dat kan volgens de bond betekenen dat bestaande fietspaden moeten verdwijnen of verlegd worden. In de visie staat dat dergelijke maatregelen alleen acceptabel zijn als er volwaardige alternatieve routes komen. (tekst gaat verder onder de archieffoto)
Provincie, Bergen, Alkmaar en Rijkswaterstaat zijn het al eens over een fietstunneltje onder de N9 bij de Kogendijk. (Archieffoto: Streekstad Centraal)
Om aandacht te vragen voor het onderwerp verzamelde de Fietsersbond in het najaar duizenden handtekeningen voor het behoud van de fietspaden in de duinen. Volgens de organisatie laat dat zien dat veel bewoners waarde hechten aan de bestaande routes.
Naast behoud van bestaande paden pleit de bond ook voor uitbreiding van het fietsnetwerk. Zo zouden er volgens de plannen nieuwe verbindingen moeten komen tussen onder meer Egmond aan Zee en Bergen aan Zee en tussen Alkmaar en ’t Woud. Ook wil de organisatie meer veilige fietsroutes in de polders en extra verbindingen over barrières zoals de N9 en het Noordhollandsch Kanaal. (tekst gaat verder onder de foto)
Het Noordhollandsch Kanaal is voor fietsroutes vaak een barrière in de regio, (foto: Streekstad Centraal)
Verder wijst de Fietsersbond op problemen met wateroverlast op sommige duinpaden. Door hevige regenval en een stijgende grondwaterstand stonden delen van de fietspaden in 2024 lange tijd onder water.
Volgens de organisatie kunnen maatregelen zoals het ophogen van paden of het aanleggen van sloten helpen om deze routes beter toegankelijk te houden. (tekst gaat verder onder de foto)
De Fietsersbond wil onder meer betere en veiligere fietsroutes tussen Bergen en Egmond. Vaak zijn de fietspaden te smal om naast elkaar te blijven fietsen. (foto: Streekstad Centraal)
De provincie Noord-Holland laat weten de visie serieus te nemen. Gedeputeerde Jeroen Olthof noemt het document “waardevol” en zegt dat de provincie het zal meenemen in de verdere afwegingen rond fietsroutes en natuurbeheer.
Tegelijk wijst hij erop dat verschillende belangen spelen. “Er zijn ook investeringen nodig in de natuur en in kustveiligheid. Die belangen kunnen botsen met de fietsinfrastructuur, maar we blijven zoeken naar oplossingen binnen de bestaande natuurwetgeving”, aldus Olthof. (tekst gaat verder onder de foto)
De Fietsersbond doet verschillende voorstellen voor verbetering van het fietsnetwerk in de gemeente Bergen. (foto: Streekstad Centraal)
Ook de gemeente Bergen staat positief tegenover de inzet van de Fietsersbond. Wethouder Ernest Briët noemt fietsen een duurzame manier om het duingebied te beleven. Volgens hem is het belangrijk dat het recreatieve fietsnetwerk van goede kwaliteit blijft en waar mogelijk wordt verbeterd.
Met de visie hoopt de Fietsersbond dat overheden en terreinbeheerders bij toekomstige natuur- en infrastructuurplannen meer rekening houden met het belang van recreatief fietsen in het duingebied.
Leuk maar ook spannend. Zo omschrijft de 13-jarige Arya haar nieuwste ervaring met de eerste protestmars in haar jonge leven. In Alkmaar was ze zondag samen met honderd andere deelnemers van de partij bij een demonstratieve mars door het centrum vanwege Internationale Vrouwendag.
De optocht eindigde op het Canadaplein, waar onder meer wethouder Christian Schouten het woord richtte tot de overwegend vrouwelijke deelnemers. Arya en haar moeder Laura stonden daar tussen.
De mars trok door de binnenstad met kleurrijke protestborden en een megafoon. De deelnemers vinden dat er geen sprake is van gelijke rechten voor vrouwen. Voor Arya is het duidelijk dat daar de demonstratie om draait. “Vrouwen moeten dezelfde rechten hebben als mannen, maar dat is nu niet zo.” (tekst loopt door onder de foto)
De vrouwenoptocht trok de nodige aandacht in de binnenstad van Alkmaar. (foto: Marco Schilpp)
Werkgevers krijgen bij gelijke geschiktheid tussen een mannelijke en een vrouwelijke sollicitant dezelfde kwaliteit medewerker voor een lager salaris, als ze voor de vrouw zouden kiezen. Maar toch kiezen werkgevers er vaak voor om een man te selecteren die ze meer betalen, en daaruit blijkt toch een andere waardering. “Het loon van mannen ligt hoger. Zelfs de medische wetenschap is gebaseerd op een mannenlichaam. Alles is op mannen ingericht”, zo vertelt ze tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal.
Volgens moeder Laura, die betrokken is bij de feministische actiegroep Dolle Mina, is het belangrijk dat jongeren zich bewust zijn van die ongelijkheid. Arya groeit op in een omgeving waarin daar thuis veel over wordt gesproken. “Mijn moeder heeft ons altijd duidelijk gemaakt dat we evenveel waard zijn. We hebben het er vaak over. En ze zegt ook: ‘dingen gaan soms oneerlijk zijn’. Daarom staan we hier vandaag ook.” (tekst loopt door onder de foto)
Helemaal rechts staat Arya, die voor het eerst met haar moeder mee loopt. (foto: NH Media)
Laura zegt trots te zijn dat haar dochter meeloopt. “Ik vind het zo stoer van haar.” Volgens haar probeert ze haar kinderen op te voeden met het idee dat iedereen gelijkwaardig is. “Ik voed mijn kinderen op zonder dat de een meer voordeel heeft dan de ander”, legt Laura uit. “En ik wijs ze erop dat het niet normaal is dat je als vrouw moet appen om te laten weten dat je veilig thuis bent gekomen, terwijl dat voor haar broer niet geldt.”
Hoewel de meeste deelnemers vrouwen waren, liepen er ook mannen mee in de mars. Martijn is een van hen en vindt het belangrijk om zich uit te spreken. “Ik heb het idee dat er veel onderdrukking is en dat veel vrouwen zich onveilig voelen, zowel binnenshuis als daarbuiten. Ik vind het belangrijk om te laten zien dat ik als man voor vrouwenrechten en veiligheid ben.” (tekst loopt door onder de foto)
Aan kleurige borden met een boodschap was geen gebrek. (foto: Marco Schilpp)
Volgens hem zouden juist meer mannen zich bij dit soort initiatieven kunnen aansluiten. “De onveiligheid wordt vaak door mannen gecreëerd. Mannen die daartegen zijn, mogen zich van mij best wat meer laten zien. Dan wordt het ook makkelijker om er iets tegen te doen.”
De demonstratie maakte deel uit van een breder programma in Alkmaar rondom Internationale Vrouwendag. In de ochtend konden belangstellenden bij de Grote Kerk deelnemen aan een workshop spandoeken maken, waarna de mars om 12 uur van start ging. In de middag waren er verschillende activiteiten in de stad, onder meer in Theater De Vest, kunstencentrum Artiance en Bibliotheek Kennemerwaard.
Na afloop van de mars ging een deel van de deelnemers naar huis, maar voor Arya en haar moeder zat de dag er nog niet op. Als onderdeel van de organisatie van het programma sloten zij de dag later af met een feministische pubquiz. (Hoofdfoto: Marco Schilpp)
Alkmaar, politie en woningcorporaties Woonwaard, Kennemer Wonen, Van Alckmaer en Ymere hebben deze week een prostitutieconvenant ondertekend. De handtekeningen werden gezet onder afspraken om samen illegale prostitutie, mensenhandel en woonoverlast aan te pakken.
Met het convenant spreken de partijen af hoe zij signalen delen, wanneer zij overleg voeren en welke stappen worden gezet bij vermoedens van illegale prostitutie of uitbuiting. Door de samenwerking en korte lijnen moet sneller en zorgvuldiger worden ingegrepen. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van signalen uit de buurt.
Volgens burgemeester Anja Schouten zijn controles niet alleen bedoeld om illegale prostitutie tegen te gaan, maar ook om hulp te bieden aan sekswerkers. Door direct contact kan worden vastgesteld of iemand mogelijk wordt uitgebuit of andere ondersteuning nodig heeft. Tegelijk moet het convenant bijdragen aan veilige omstandigheden voor sekswerkers die legaal werken.
De politie noemt de samenwerking een belangrijk middel in de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Door informatie te delen en meldingen te bundelen kunnen slachtoffers van seksuele uitbuiting beter worden beschermd en daders worden opgespoord. (tekst loopt door onder de foto)
De ondertekenaars in het stadhuis van Alkmaar. (foto: JJ Fotografie)
De betrokken woningcorporaties benadrukken dat illegale prostitutie en uitbuiting niet thuishoren in woonwijken. Volgens Woonwaard kan de situatie grote impact hebben op slachtoffers en leiden tot gevoelens van onveiligheid of overlast in de buurt. Door afspraken te maken en sneller samen op te treden, hopen de partijen problemen eerder te signaleren en aan te pakken.
De samenwerking richt zich ook breder op het tegengaan van woonoverlast. Volgens de gemeente kan overlast verschillende oorzaken hebben, zoals psychische problemen, verslaving of een gebrek aan passende zorg. De betrokken organisaties werken daarom ook aan aanvullend beleid waarin wonen, zorg en veiligheid samenkomen.
Van Alckmaer voor Wonen laat weten een zerotolerancebeleid te hanteren. Wanneer in een huurwoning illegale prostitutie plaatsvindt, kan de corporatie de rechter vragen de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is al eerder gebeurd.
“Een bijzonder moment”, zegt wethouder Judith Schram. Het oude ponthuisje was eigenlijk al jaren versleten. Maar nu staat er eindelijk een nieuw gebouwtje voor de schippers van het onmisbare pontje bij Akersloot. Vrijdag werd de ingebruikname gevierd met korte speeches, koffie, thee en taart én een grote plant en een vogelhuisje.
“Het is een ogenschijnlijk klein gebouwtje achter mij, maar met grote betekenis voor een plek die al meer dan 200 jaar verbindt”, vertelt wethouder Schram. “Een overtocht van een kleine 100 meter die voorkomt dat je kilometers moet omrijden. Een verbinding die zo vanzelfsprekend is voor een heleboel van ons dat je bijna de geschiedenis vergeet en hoe belangrijk die is.”
Het was de lokale fractie van het CDA dat zich hard maakte voor een nieuw gebouwtje. De fractie diende al in 2023 de aangenomen motie in, en bleef er achteraan gaan als het weer eventjes stil viel. “Dorien Veldt trok me vorig jaar nog aan mijn jas, dat dit nog steeds moest gebeuren. Door onze samenwerking hebben we dit toen in een stroomversnelling weten te brengen”, vertelt de pontjeswethouder aan Streekstad Centraal.(tekst gaat verder onder de foto)
De taart wordt alvast klaargezet voor na de officiële ingebruikname van het ponthuisje. (foto: Streekstad Centraal)
Wie de knusse ruimte binnenloopt ziet een tafel, stoelen, een kleine keuken, verwarming, en koeling. Eigenlijk alles wat nodig is voor comfortabele pauzes. “Maar wat nog ontbreekt is een beetje groen, dus heb ik een kleine plant meegenomen voor de schippers binnen.” Dat kleine is een beetje een understatement. De plant die Jeroen van der Voort namens de schippers in ontvangst neemt,is redelijk groot. “We hopen dat jullie er inderdaad net zo goed voor zorgen als voor de verbinding waar jullie dagelijks zorg voor dragen.”
“Eindelijk is het dan zo ver dat het ponthuis vervangen is”, neemt Dorien Veldt over. “We hebben veel gesprekken gehad met schippers Jeroen en Simone, en ook andere schippers, over wat hun wensen waren voor het ponthuis, en we zijn zeer verheugd dat we dit kunnen openen vandaag. Ik denk dat de inwoners en de bezoekers van Akersloot er heel blij mee zullen zijn. Het CDA wil ook graag nog even een blijvende herinnering aan deze bijzondere gebeurtenis geven.” (tekst gaat verder onder de foto)
Boomlange schipper Jeroen van der Voort krijgt een vogelhuisje van Dorien Veldt. Links staat wethouder Judth Schram. (foto: Streekstad Centraal)
Schipper Jeroen van der Voort zet de plant neer om een vogelhuisje in ontvangst te nemen. Daarna is het tijd voor taart, en nog een bak koffie of thee. Van der Voort is duidelijk blij met het ponthuisje, want hij spreekt nogmaals zijn dank uit. Waar die dankbaarheid vandaan komt, wordt snel duidelijk als hij vertelt over het vorige huisje.
“Het veerhuisje was weggezakt waardoor het riool was afgebroken. Met een beetje regenbui spoot het water door het toilet naar boven en we hebben tegenwoordig ook vrouwelijke collega’s, nou die wilden dan niet naar het toilet”, vertelt de boomlange schipper. “Als man kun je nog even makkelijk buiten een plasje doen tegen een boom, maar als vrouw…”
“Je breekt nu je nek niet meer door die verzakking”, gaat Van der Voort verder. “En het oude gebouwtje was niet warm te krijgen. Het was binnen vaak net zo koud als buiten. Ja en als je dan door mist niet mag varen en je zit vier uur te verstijven, dat is niet meer van deze tijd.” En dat gebeurde afgelopen winter regelmatig. “We hebben bijna iedere ochtend stil moeten liggen door mist.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het pontje van Akersloot, met op de achtergrond het nieuwe schippershuisje zodat er knap gepauzeerd kan worden. (foto: Streekstad Centraal)
Kou en nattigheid betekenden ook vocht op de wanden. En dat vond de koelkast niet fijn, die kreeg nog wel eens kortsluiting. De magnetron is nog oud, maar een nieuwe is besteld. Schoonmaken was door het vocht ook lastiger.
“Het was eigenlijk beschamend dat in deze huidige tijd dit soort faciliteiten nog aan het personeel werd geboden, terwijl je ze 13,5 uur laat varen”, vindt Jeroen van der Voort. Vanaf 1 april worden de diensten overigens korter. “Dit is niet verantwoord. Ik haal altijd maar vrachtwagenchauffeurs aan, die mogen niet langer dan vijf uur rijden.” Opmerkelijk genoeg hebben de vrouwelijke schippers wel voet bij stuk gehouden voor achturige werkdagen. “Haha ja, die zijn absoluut standvastiger.”
Kortere diensten schelen de schippers ook conflicten met klanten. En die kunnen aardig oplopen, vertelt de schipper. “Dan ga je naar de wc en trappen ze zowat de deur in om je van het toilet te trekken.” De afgelopen jaren heeft hij veel collega’s zien komen en gaan vanwege de werkomstandigheden in zijn geheel. Dat is ook wat het invullen van diensten lastiger maakt.
Maar de diensten worden dus ingekort, en nu kunnen de schippers – als ze een moment voor zichzelf hebben – warm en droog binnen zitten met wat koels te drinken of een warme hap uit de magnetron. Met een grote plant als gezelschap, voor wat extra groen en zuurstof.
Langs de kust bij de Hondsbossche Duinen bij Camperduin wordt de komende jaren opnieuw veel zand aangebracht om de veiligheid van het achterland te waarborgen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Rijkswaterstaat hebben daarvoor gezamenlijk tientallen miljoenen euro’s gereserveerd. Met de maatregel willen de organisaties de kustverdediging ook op langere termijn op peil houden.
De Hondsbossche Duinen zijn relatief nieuw. In 2015 werd de voormalige Hondsbossche Zeewering versterkt door een omvangrijk project waarbij een brede strook strand en duinen werd opgespoten. Daarmee moest de kust weer voldoen aan de veiligheidsnormen en ontstond tegelijkertijd een nieuw recreatiegebied langs de Noord-Hollandse kust.
In de praktijk blijkt het gebied echter gevoeliger voor zandverlies dan vooraf werd verwacht. Door de ligging in zee en de samenkomst van verschillende stromingen spoelt het aangebrachte zand sneller weg dan op andere plekken langs de kust. Vooral tijdens storm en hoog water kan het strand in korte tijd flink smaller worden. Daardoor ontstaan steile duinranden en staan strandpaviljoens inmiddels op palen boven het strand. (tekst gaat verder onder de foto)
Strandpaviljoen Prince George heeft bij elke storm weer last van zand dat wegspoelt van het strand. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens het hoogheemraadschap was al voorzien dat regelmatig onderhoud met nieuwe zandsuppleties nodig zou zijn, maar de snelheid waarmee het zand verdwijnt blijkt groter dan eerder gedacht. “De dynamiek van de kust is hier sterker dan we hadden ingeschat”, zegt een woordvoerder van het waterschap tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Daardoor raken we sneller door het oorspronkelijke onderhoudsbudget heen.”
Voor de periode tot 2035 ligt nu een nieuw plan klaar. Daarin staat de bescherming tegen overstromingen centraal. De betrokken overheden benadrukken dat hun wettelijke taak vooral gericht is op het waarborgen van de waterveiligheid en het versterken van de zeewering. (tekst gaat verder onder de foto)
Surfclub Hookipa moest eerder al zijn meerdere erkennen in de zee. (foto: NH Media)
Ondernemers op het strand maken zich ondertussen zorgen over de gevolgen van de afkalvende kust. Strandpaviljoenhouders wijzen erop dat bij de aanleg van de duinen werd gesproken over een breed strand dat ook recreatie en horeca ten goede zou komen. Volgens hen is de huidige situatie voor hun bedrijven lastiger dan verwacht.
Tegelijkertijd wijzen Rijkswaterstaat en het hoogheemraadschap op de bredere effecten van het project. Door de vervanging van de harde zeewering door duinen en strand is de kustlijn volgens hen natuurlijker geworden en is er meer ruimte ontstaan voor natuur en recreatie. In het gebied hebben zich inmiddels verschillende planten en vogels gevestigd die kenmerkend zijn voor de Nederlandse kust, waaronder de bontbekplevier.
Gezellige drukte in de kantine van Kolping Boys in Oudorp. Woensdag werd voor het eerst ‘Voetbal Herinneringen’ georganiseerd. De doelgroep: ouderen die gek zijn van voetbal, en die wat vergeetachtiger worden. De eerste editie mag een groot succes worden genoemd en smaakt naar meer dan alleen een zesdelige proef.
‘De Derde Helft’ is inmiddels al een bekend fenomeen bij de voetbalclub in Oudorp. Ook dat zijn bijeenkomsten voor ouderen, met telkens een andere activiteit. Nieuw is dus ‘Voetbal Herinneringen’, een initiatief van Stichting Alzheimer Nederland, met steun van Wonen Plus Alkmaar en zo’n vijftien vrijwilligers.
Al snel moeten woensdagmiddag extra tafels aan elkaar worden geschoven, terwijl ouderen en verzorgers de kantine binnen druppelen. De sfeer zit er al lekker in wanneer gastheren John van den Oord en Jan Beuckens iedereen verwelkomen en speciale gast Henk van Rijnsoever introduceren. Een deel van de aanwezigen kent hem niet (meer?), maar dat verandert al snel. (tekst gaat verder onder de foto)
John van den Oord is blij met de opkomst voor Voetbal Herinneringen, die hoger is dan verwacht. (foto: Streekstad Centraal)
Jan springt samen met Henk – die van 1974 tot 1982 AZ-speler was en zelfs voor Oranje speelde – al snel in de ‘quiz-modus’. En zoals John van tevoren al aankondigde: als Henk eenmaal op de praatstoel zit, dan komt hij met mooie verhalen en anecdotes. Na deze ‘eerste helft’ van Voetbal Herinneringen is het in ‘de tweede helft’ aan de aanwezigen om te raden welke oud-profspelers op de banners staan.
In de pauze spreken we John van den Oord aan. “Ik vind het een geweldig iniatief. Ik merk dat dit project enorm aanslaat, dit is een uitje en dan ouwehoeren ze lekker over voetbal”, vertelt hij over Voetbal Herinneringen. En hij is erg tevreden over hoe het totnogtoe gaat. “De opkomst is geweldig, er zijn meer mensen op af gekomen dan verwacht.” (tekst gaat verder onder de foto)
Henk van Rijnsoever (rechts) en Jan Beuckens weten Voetbal Herinneringen lekker aan te zwengelen met verhalen en vragen. (foto: Streekstad Centraal)
John heeft al wel gemerkt dat de opzet iets anders moet. Het is best druk voor sommigen en niet iedereen hoort goed wat er gezegd wordt. “We moeten in ieder geval met wat kleinere groepjes gaan werken. Maar ja, het is dan ook een pilot, die we verder ontwikkelen en kijken wat de deelnemers zelf willen. En met al zo’n grote animo moeten we misschien wel een tweede groep starten, aan de andere kant van Alkmaar of bij een andere club.”
Wim Smit is vrijwilliger en heeft het helemaal naar zijn zin. “Ik had in de krant gelezen over Voetbal Herinneringen en dacht: dat lijkt me leuk. Omdat ik ook wel goed over voetbal kan praten, leek het me leuk om mensen met dementie te gaan helpen, om te kijken wat zij zich kunnen herinneren. Ik zat net naast Rein Lakeman, een bekende van Kolping Boys, en die kwam wel op een aantal namen van spelers. Ik moest wel een beetje helpen, maar het ging eigenlijk heel goed.” (tekst gaat verder onder de foto)
Wim Smit vindt het prachtig om te zien hoe veel plezier de ouderen hebben tijdens Voetbal Herinneringen. (foto: Streekstad Centraal)
Net als de andere vrijwilligers kreeg Wim een training voor Voetbal Herinneringen. Kort gezegd: zeg niks voor, geef hooguit hints. “En de intentie is om de mensen die er zijn een heerlijk gevoel te geven, dat ze ook even lachen – ze lachten dan ook – en dat is mooi, dat is waar het om gaat.” Wim is er volgende keer zeker weer bij. “Jazeker, dat wil ik niet missen. Dit is gewoon mooi, dit is blijdschap brengen voor die mensen en dat is prachtig.”
Deelnemer Rien Berends kreeg in ‘de eerste helft’, die over Van Rijnsoever en AZ ging, al snel te horen dat hij zich moest inhouden omdat hij eigenlijk te veel weet. Vele jaren volgde hij AZ op de voet, en van 1978 tot 1982 was hij nota bene redacteur voor de AZ-krant. Hij heeft een aantal exemplaren mee en vertelt er vol trots over. (tekst gaat verder onder de foto)
Rien Berends vertelt enthousiast over de AZ-kranten van ruim veertig jaar geleden, waaraan hij als hoofdredacteur werkte. (foto: Streekstad Centraal)
In zijn enthousiasme vertelt Rien van alles over AZ maar uiteindelijk komen we toe aan wat hij vindt van Voetbal Herinneringen. Het blijkt dat hij als groot AZ-kenner bij de voorbespreking was. “Ik was reuze benieuwd naar hoe het zou uitpakken. Ik heb tegen de organisatie gezegd: ik kom als het kan elke keer en ik zie wel wanneer jullie wat info nodig hebben of wanneer ik eventueel wat kan doen. En anders wil ik er ook gewoon graag bij zijn want alles wat ik hoor en alles wat ik zie is voor mij herinnering. Het is geweldig!”
“Ik zat aan de tafel om me heen te kijken en ik zei al tegen iemand naast mij: er zitten toch wel heel veel mensen boven de zeventig, dus het is wel een categorie die heel bewust die periode waar het hier om gaat heeft meegemaakt, en die ervaring graag nog een keer willen delen of willen horen. Dat vind ik wel bijzonder.” (tekst gaat verder onder de foto)
Voor de ‘derde ronde’ van Voetbal Herinneringen werd de kist van Alzheimer Nederland open getrokken, om met elkaar te praten over oud-profvoetballers. (foto: Streekstad Centraal)
De bijeenkomst bracht Rien op een idee: “Ik zou het leuk vinden – maar ik denk niet dat dat lukt – om een keer zo’n soort bijeenkomst te organiseren met een veel jongere categorie, die dan ook te horen krijgt hoe het in die tijd eraan toe ging, want het is héél anders dan nu. Ik kom nu ook nog wel eens bij AZ en als ik daar dan rondloop, dan zijn er nog twee of drie mensen die die tijd nog kennen en de rest niet.”
Intussen is ‘de derde helft’ van Voetbal Herinneringen begonnen. De grote kist die Alzheimer Nederland heeft geleverd is open getrokken en overal liggen grote kaarten op tafel, met voorop portretten van voetballers van weleer en achterop weetjes over hen. Overal aan tafel wordt geanimeerd met elkaar gepraat. Het is overduidelijk: Voetbal Herinneringen is in Oudorp een schot in de roos.
Plotseling doofde het licht in het Regionaal Archief Alkmaar. Kort daarvoor was de uitverkochte studiezaal donderdagavond volgestroomd met 100 belangstellenden. Ze zaten klaar voor de resultaten van een studie die is afgerond naar het verleden van de stad. Een bij vlagen donker verleden dat de stad in een ander en soms ongemakkelijk licht stelt.
Daarom was het dimmen van de lichten een bewuste keuze. Tijdens de publiekspresentatie luisterden de aanwezigen aandachtig naar de persoonlijke woorden van spreker Peggy Bouva en de harde onderzoeksfeiten van historicus Karwan Fatah-Black. Zijn mede-onderzoeker Camilla de Koning kon er helaas niet bij zijn.
Onder leiding van dagvoorzitter Sherwin Kirindongo werd openhartig gesproken over de diepe en structurele betrokkenheid van Alkmaar bij het koloniale slavernijverleden. “Hoewel Alkmaar geen grote havenstad was, deed het stadsbestuur in de zeventiende eeuw verwoede pogingen om invloed te krijgen in de VOC en de WIC,” vertelt Fatah-Black, die even de tijd neemt om zijn presentatie toe te lichten. (tekst gaat verder onder de foto)
Onderzoeker en historicus Karwan Fatah-Black nam donderdag tijdens de presentatie ook de honneurs waar voor mede-onderzoeker Camilla de Koning, die in het buitenland zat. (foto: Streekstad Centraal)
De bestuurders staken veel geld in die ondernemingen en leverden troepen om gebieden overzee te veroveren, voegt de docent en onderzoeker van de Universiteit Leiden toe. Fatah-Black benadrukt de kille zakelijkheid van die besluiten: “Ethische bezwaren tegen de handel in en de uitbuiting van mensen werden in de Alkmaarse bestuurskamers destijds simpelweg niet uitgesproken”. Alkmaar was daarin natuurlijk niet alleen. Met de ethiek van nu geprojecteerd op toen was destijds vrijwel iedere bestuurder ‘fout’.
Een tastbaar bewijs van deze geschiedenis hangt in het Stedelijk Museum Alkmaar: het beroemde portret van Wollebrant Geleynssen de Jongh, een weesjongen die steenrijk werd in Azië, trots afgebeeld met twee jonge, zwarte bedienden. Het waren bovendien niet alleen de elitaire stadsbestuurders die de oversteek maakten. “De overzeese wereld bood volop kansen aan gewone mannen uit Alkmaar, De Rijp en de Schermer,” legt hij in de zaal uit. (tekst gaat verder onder de foto)
Het beroemde portret van Wollebrant Geleynssen de Jongh, geschilderd door Caesar van Everdingen, hangt in het Stedelijk Museum Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Samen met Camilla de Koning verdiepte Karwan zich voor het onderzoek specifiek in de levens van de mensen in de koloniën. “Het koloniale systeem werkte eigenlijk als een meedogenloze emancipatiemachine voor deze Hollandse jongemannen, die vaak letterlijk over de ruggen van tot slaaf gemaakten naar de top klommen.”
Een huiveringwekkend voorbeeld dat hij aanhaalt is de Alkmaarder Jacob Hengevelt, die in 1717 als eenvoudige landmeter naar Suriname vertrok. Hij stichtte niet alleen ‘Plantage Alkmaar’, maar werd ook rechter en een wrede slavenjager, persoonlijk verantwoordelijk voor gruwelijke en dodelijke straffen. Zijn leven toont volgens de onderzoekers aan hoe gewone burgers om zichzelf te verbeteren actief vormgaven aan de systematische onderdrukking. (tekst gaat verder onder de foto)
In het Stedelijk Museum Alkmaar is de laatste jaren al meer aandacht voor het koloniaal slavernijverleden van de stad. (foto: Streekstad Centraal)
De slachtoffers van deze zucht naar rijkdom bleven bovendien niet altijd aan de andere kant van de oceaan. Rijke planters en kooplieden namen soms slaven met zich mee naar Alkmaar. “Mensen zoals de jongen Sander en de vrouw Asetta reisden bijvoorbeeld in 1770 met hun eigenaar mee naar de Republiek,” vertelt Karwan. “Maar dat zij hier in Nederland liepen, betekende absoluut niet dat zij in vrijheid leefden; Sander en Asetta moesten uiteindelijk gewoon in slavernij terugkeren naar Zuid-Amerika”.
De koloniale wereld was voor Alkmaar – naast de aanwezigheid van slaven – vooral voelbaar via de handel. De stad fungeerde als een regionale markt. Dus ook voor producten die door slavenarbeid waren verbouwd. Pijpenmakers in de stad verdienden hun brood dankzij de overzeese tabaksteelt en Alkmaar kreeg met ‘De Groene Klok’ zelfs een eigen suikerraffinaderij om ruwe rietsuiker te verwerken. (tekst gaat verder onder de foto)
Archiefdirecteur Paul Post (r) toont de nieuwe uitgave aan Sithabile Mlotshwa, die de omslag van het nieuwe boek illustreerde (foto: Streekstad Centraal)
Waarschijnlijk door de nauwe economische en persoonlijke verwevenheid met het slavernijsysteem, bleef het in de kaasstad opvallend stil toen in de negentiende eeuw de roep om afschaffing luider werd. De enige duidelijke uitzondering in de stad was de remonstrantse predikant Martinus Cohen Stuart, die in 1857 in een pamflet de slavernij scherp veroordeelde en pleitte voor gelijkwaardigheid.
Buiten zijn eenzame stem was er in de lokale politiek nauwelijks aandacht voor het lot van de tot slaaf gemaakten. De enorme en aandachtige belangstelling voor de bijeenkomst in het archief bewijst echter dat die stilte inmiddels definitief is doorbroken. (tekst gaat verder onder de foto)
Karwan Fatah-Black en de leden van de klankbordgroep kregen de eerste exemplaren uitgereikt. (foto: Streekstad Centraal)
“De geschiedenis van deze streek draait nu eenmaal niet alleen maar om kaas, victorie en polders,” concludeert Fatah-Black stellig na afloop van de avond. Het gaat volgens de onderzoekers evengoed om een donkere periode van wereldwijde uitbuiting, waarvan de verhalen van zowel daders als slachtoffers laten zien dat de sporen tot op de dag van vandaag doorwerken in onze samenleving.