Je zou denken dat we er onderhand wel op uitgekeken zijn. Bloemen bestaan al een tijdje, we hebben ze in alle kleuren en maten gezien, en toch: zet een verse bos op tafel en iedereen die binnenkomt kijkt er even naar. Probeer dat maar eens met een nieuwe lamp.
Er zit iets grappigs in bloemen. Ze zijn totaal nutteloos in praktische zin. Je kunt er niet op zitten, ze houden je niet warm, ze laden je telefoon niet op. En ze gaan na een week dood. Toch geven Nederlanders er samen honderden miljoenen per jaar aan uit, en niemand vindt dat gek. Sterker nog, we zijn er wereldwijd een beetje beroemd om. Het vliegveld bij Aalsmeer, de velden rond Lisse, de bollenboeren die elke lente busladingen toeristen trekken die vooral heel veel foto’s willen maken van tulpen die ze thuis ook in de supermarkt hadden kunnen kopen.
Misschien zit daar precies de charme. Bloemen zijn het tegenovergestelde van efficiënt. Ze zeggen: ik heb hier moeite voor gedaan zonder dat het ergens toe leidt, behalve dat het mooi is. Dat is een boodschap die je niet vaak krijgt. Een bos bloemen op een verjaardag is leuk, maar een bos bloemen op een willekeurige dinsdag is pas echt iets.
En dan de seizoenen. Wie een beetje oplet, ziet het jaar voorbijkomen in de bloemenkraam. Narcissen en tulpen als het nog koud is, pioenrozen in mei en juni (kort, dus wees er snel bij), zonnebloemen en dahlia’s in de zomer, en tegen de herfst die diepe rode en oranje tinten waar je opeens weer zin in krijgt. Het is een soort kalender die je niet hoeft bij te houden, hij houdt zichzelf bij.
Hoe je ze koopt, maakt eigenlijk niet zo veel uit. Bij de kraam op de markt, bij de bloemist om de hoek, of gewoon online als je er niet bij kunt zijn. Een webshop als De Duinroos bezorgt bijvoorbeeld door heel Nederland, en als je voor 13:45 bestelt staat de bos dezelfde dag nog bij iemand op tafel. Handig als je ‘s ochtends bedenkt dat je iets vergeten bent, of als je iemand een eind verderop wilt verrassen.
Een laatste tip van iemand die het vaak fout heeft gedaan: snij de stelen schuin af, ververs het water om de paar dagen en zet de vaas niet naast de fruitschaal. Rijpend fruit geeft een gas af waar bloemen sneller van verwelken. Klinkt als een fabeltje, is het niet.
Nee, echt fietsweer was het niet, maar voor een tour met stoere auto’s en even stoere bijrijders was zaterdag eigenlijk een perfecte dag. Indrukwekkende herfstluchten, een stevige bries, en dan die prachtige kleurrijke stoet langs vaarten en dijken. Organisator Ralph de Kleijn van Doesgoed ziet terug op een geslaagde editie van de jaarlijkse KidsRide.
Terugblikkend noemt hij meteen de ‘ontelbare glimlachen’ die deze dag vulden. Want daar is het Doesgoed om te doen: een verzetje voor kinderen die in het dagelijks leven worden geconfronteerd met minder vrolijke zaken, en juist daarom extra genieten van zo’n feestelijke dag.
Een ‘glimlach zo breed als de weg die voor hen ligt’, zo verwoordt Doesgoed de ambitie waarmee drie jaar geleden aan de KidsRide begonnen werd. (tekst gaat door onder de foto)
Kinderen staan in het middelpunt, maar voor de bestuurders is het natuurlijk ook een bijzondere ervaring. (foto: Marco Schilpp)
Deze derde editie kon rekenen op heel wat belangstelling. “Dertig auto’s, 35 kinderen”, somt De Kleijn op. Het was deze ‘chef vriendjespolitiek’, zoals hij zichzelf noemt, dus maar weer mooi gelukt om flink wat mooie wagens naar de Alkmaarse Telefooncentrale te lokken – de thuisbasis van Doesgoed en trouwens ook van Streekstad Centraal.
Dáár verzamelden de auto’s en de kinderen zich zaterdagmiddag, voorafgaand aan de tocht, op het voorplein van de Telefooncentrale. Meteen een mooi moment om eens rustig te kijken naar al het moois dat hier op de wielen stond. (tekst gaat door onder de foto)
Een groepsfoto op het plein van de Telefoonscentrale. (foto: Marco Schilpp)
Natuurlijk heeft ieder zo z’n voorkeuren, maar om teleurstellingen te voorkomen was een truc bedacht om kinderen meerdere auto’s van binnen te kunnen laten ervaren. In Heerhugowaard vond een soort stoelendans plaats waarbij van auto kon worden gewisseld.
Zo was het dus echt genieten voor deze jonge bijrijders: als een vorst lieten ze zich door de regio rijden. Maar die brede glimlach, die was er zeker niet alleen bij de ‘kids’. Die was er net zo goed bij de bestuurders en daarmee was de missie van Doesgoed voor deze zaterdag weer helemaal geslaagd.
Geen grote internationale groenprijs voor Alkmaar, maar een paar dagen later is er toch reden voor een feestje. De vernieuwde Laat is vrijdag uitgeroepen tot een van de winnaars van de Arie Keppler Prijs 2026. De jury is vooral onder de indruk van de manier waarop gemeente en ondernemers samen de winkelstraat hebben aangepakt.
Nu valt één van de plekken waarmee Alkmaar zich internationaal presenteerde dus wél in de prijzen. De Laat wint de Arie Keppler Prijs in de categorie ‘Voorbeeldig eigenaarschap’. De Noord-Hollandse prijs wordt uitgereikt aan projecten die bijdragen aan een betere leefomgeving. Dit jaar waren er 104 inzendingen, waarvan er elf werden genomineerd.
De Laat ging de afgelopen jaren in meerdere fases op de schop. Een straat met vooral veel steen maakte plaats voor bomen, planten en plekken waar regenwater beter kan worden opgevangen. Tegelijkertijd moest de winkelstraat aantrekkelijker worden voor bezoekers. Daarmee werden meerdere problemen tegelijk aangepakt: van hittestress en wateroverlast tot leegstand en de uitstraling van de straat.
Eerst werd het westelijke deel van de winkelstraat flink vergroend. Dit jaar was Laat-Midden aan de beurt. Maandenlang lag het gedeelte tussen de Ridderstraat en Huigbrouwerstraat open. Ook daar moest de versteende winkelstraat plaatsmaken voor een aantrekkelijkere omgeving met meer ruimte voor groen. (tekst gaat door onder de foto)
Wie de afgelopen jaren over De Laat liep, kon moeilijk om de werkzaamheden heen. De winkelstraat werd in meerdere fases flink onder handen genomen. (foto: Streekstad Centraal)
Maar de jury kijkt niet alleen naar het eindresultaat. Vooral de samenwerking achter de vernieuwde Laat levert Alkmaar de prijs op. De gemeente en ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk trokken samen op bij de herinrichting. Bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur maakte het ontwerp en ook Rots Maatwerk, Stadswerk072 en KWS waren bij het project betrokken.
Volgens de jury laat De Laat zien wat er kan gebeuren als een gemeente en ondernemers samen verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving. De aanpak wordt zelfs een ‘steen in de vijver’ genoemd: een project dat ook op andere plekken veranderingen op gang kan brengen.
De Arie Keppler Prijs wordt eens in de twee jaar uitgereikt door MOOI Noord-Holland. Daarbij gaat het niet alleen om mooie gebouwen, maar ook om stedenbouw, landschap, erfgoed en natuur. De prijzen werden vrijdag tijdens Festival VOOR Omgevingskwaliteit in IJmuiden uitgereikt door gedeputeerde Esther Rommel.
Voor Alkmaar is het daarmee na een week van nét niet winnen alsnog raak. Niet op het wereldpodium, maar met De Laat wel gewoon in Noord-Holland.
Het begon met samen eten, maar inmiddels levert Castricum aan Tafel veel meer op dan alleen lege borden. Mensen die elkaar daarvoor niet kenden werden vrienden, anderen vonden via nieuwe contacten zelfs werk. En de lange tafels in De Oude Keuken blijven zich vullen. Vrijdag werd daar een bijzondere grens bereikt: de duizendste gast schoof aan.
Aan tafel zit van alles door elkaar. Castricummers die in Nederland zijn geboren eten er samen met mensen die oorspronkelijk uit andere landen komen. Geen aparte groepjes, maar lange tafels waaraan zestien mensen samen gerechten delen.
Die gerechten komen uit landen rond de Middellandse Zee en worden door nieuwkomers klaargemaakt onder begeleiding van een chef. Daarbij nemen de koks ook een stukje van thuis mee de keuken in. De recepten zijn vaak vertrouwd, maar iedereen geeft er zijn eigen draai aan. “Elk land en elke oma en moeder maakt het natuurlijk weer op zijn lekkerst”, vertelt Erik Hordijk van Stichting Castricum aan Tafel.
Zo kwam Samira uit Syrië zelf met een salade, die inmiddels op het Castricumse menu prijkt. Het is precies wat de organisatie voor ogen heeft: niet alleen eten vóór mensen maken, maar hen ook laten meebepalen wat er wordt gekookt. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens Castricum aan Tafel staan nieuwkomers samen in de keuken om gerechten uit landen rond de Middellandse Zee te bereiden. (foto: Streekstad Centraal)
Toch gebeurt het belangrijkste misschien wel zodra de pannen de keuken uit zijn. Op elke tafel verschijnen verschillende hoofdgerechten en schalen waar iedereen van pakt. Doorgeven, opscheppen, proeven en ondertussen praten. “En zo ontstaan de gesprekken en ontmoetingen tussen mensen”, zegt Hordijk.
Soms blijft het bij één leuke avond, maar lang niet altijd. Hordijk zag mensen vrienden worden en samen dingen ondernemen. Via contacten die aan tafel ontstonden, vonden sommige deelnemers zelfs werk. “Iedereen gaat altijd met meer energie naar huis dan dat hij gekomen is.”
Dat steeds meer mensen de weg naar de lange tafels weten te vinden, bleek vrijdagavond wel. De organisatie mocht de duizendste bezoeker verwelkomen. Wie dat precies werd, stond vooraf nog niet vast: tussen de aanwezige gasten werd iemand aangewezen als nummer duizend. (tekst gaat door onder de foto)
Aan de lange tafels draait het niet alleen om eten: tijdens de avond ontstaan volop gesprekken tussen mensen die elkaar daarvoor vaak nog niet kenden. (foto: Streekstad Centraal)
Veel moeite om de stoelen gevuld te krijgen heeft de organisatie sowieso niet. Volgens Hordijk zitten de tafels eigenlijk iedere editie vol. Het idee erachter is volgens hem verrassend simpel. Zoals in veel landen rond de Middellandse Zee gebeurt, met z’n allen aan tafel gaan en uitgebreid eten. “Eten verbindt.”
En zelfs op het bord kwamen verschillende werelden deze keer mooi samen. Een van Hordijks favoriete gerechten werd gemaakt met biologisch geteelde aubergines van het Groente Genootschap uit Castricum. Een lokaal ingrediënt dus, verwerkt in een gerecht met wortels van veel verder weg.
Na duizend bezoekers is Castricum aan Tafel voorlopig nog niet uitgegeten. Nieuwe avonden staan alweer op het programma. En daarvoor geldt nog altijd hetzelfde recept: lange tafels, volle schalen en vooral genoeg plek voor een goed gesprek.
Rennen, verstoppen en ondertussen goed om je heen blijven kijken. Want zomaar de hoek omslaan kon vrijdagmiddag in de Stad van de Zon in Heerhugowaard betekenen dat je recht in de armen van een politieagent of boa liep. Tientallen jongeren maakten van de wijk anderhalf uur lang hun speelveld tijdens Hunters 2026. Hun missie: zoveel mogelijk stempels verzamelen zonder gepakt te worden.
De jacht begon bij ’t Brandpunt in Heerhugowaard, op het plein voor de Vomar. Daar kwamen de deelnemers aan het einde van de middag bij elkaar. Voor het echte werk begon, konden de jongeren alvast meedoen aan verschillende spellen en sportieve activiteiten.
Hunters werd georganiseerd door MET Dijk en Waard, samen met de politie, boa’s, Dijk en Waard Sport, Wijkcentrum De Zon en de gemeente Dijk en Waard. Ook burgemeester Maarten Poorter kwam langs. Hij sprak de jongeren kort toe en wenste ze succes. Daarna was het tijd om te gaan rennen.
Verspreid door de wijk stonden drie stempelposten. De jongeren kregen negentig minuten om daar zoveel mogelijk stempels te halen. Hoe ze van de ene naar de andere post kwamen, mochten ze zelf bepalen. Alleen was er één probleem: politieagenten en boa’s gingen ondertussen als Hunters achter ze aan. (tekst gaat door onder de foto)
Even niet opletten en de Hunters zitten al achter je aan. Tijdens het spel moesten de jongeren uit handen zien te blijven van politie en boa’s. (foto: RVP Media)
Een stempel halen was daardoor makkelijker gezegd dan gedaan. De deelnemers moesten goed kijken waar de Hunters waren, een slimme route kiezen en soms op het juiste moment een sprint trekken. Op verschillende plekken in de wijk ontstonden zo achtervolgingen tussen rennende jongeren en handhavers.
Dat bleef ook bij buurtbewoners niet onopgemerkt. Rond het plein en langs de straten bleven mensen staan om te kijken wat er gebeurde. Vooral wanneer een deelnemer met een agent of boa op de hielen voorbij kwam rennen, trok dat de nodige aandacht.
Maar Hunters draait niet alleen om wie het snelst kan rennen of de slimste route weet te vinden. Het spel brengt jongeren ook op een heel andere manier in contact met politieagenten en boa’s. Voor één middag waren zij niet de handhavers die ergens op afkomen als er iets aan de hand is, maar de tegenstanders die je juist te slim moest zien af te zijn. (hoofdfoto’s: RVP Media)
Je gehoor is kwetsbaarder dan je denkt. Harde muziek, een festival, werk in een lawaaierige omgeving of het geluid van je motor: het telt allemaal op, en gehoorschade komt niet meer terug. Goede oordoppen helpen, maar dan moeten ze wel prettig zitten en het geluid op de juiste manier dempen. Steeds meer mensen kiezen daarom voor oordoppen op maat. Wat zijn dat precies, en zijn ze de moeite waard?
Wat zijn oordoppen op maat?
Oordoppen op maat, ook otoplastieken genoemd, worden gemaakt van een afdruk van je eigen oor. Daardoor sluiten ze precies aan, blijven ze op hun plek en zitten ze comfortabel, ook als je ze langer draagt. Het verschil met de kant-en-klare doppen uit de drogist zit vooral in de pasvorm en in het filter. Dat filter dempt het schadelijke volume, maar laat geluid wel natuurlijk klinken: muziek blijft muziek en een gesprek blijft verstaanbaar. Aanbieders als Elacin maken zulke oordoppen voor uiteenlopende situaties, van festival tot slaapkamer.
Voor welke situaties zijn ze handig?
De toepassingen zijn breed. Op het werk beschermen ze tegen schadelijk machinelawaai, op een festival tegen piepende oren de dag erna. Muzikanten gebruiken ze om zuiver te blijven horen, motorrijders om vermoeiend windgeruis te dempen, en zwemmers om water buiten de gehoorgang te houden. Dat lawaai echte gezondheidsrisico’s met zich meebrengt is geen kleine zorg: het RIVM onderzoekt de effecten van geluid op de gezondheid, en die reiken verder dan alleen je oren. Denk aan slechter slapen en meer stress bij langdurige blootstelling, wat het belang van tijdig ingrijpen alleen maar onderstreept.
Kun je er elke nacht mee slapen?
Veel mensen dragen oordoppen om ongestoord te slapen, bijvoorbeeld naast een snurkende partner of langs een drukke weg. Met schone, goed passende oordoppen kan dat prima, ook elke nacht. Belangrijk is wel de hygiëne: reinig ze regelmatig volgens de instructies en geef je oren af en toe rust, zodat het oorsmeer zich natuurlijk kan afvoeren. Speciale slaapvarianten sluiten zacht af en drukken niet als je op je zij ligt, wat het draagcomfort de hele nacht op peil houdt.
Wat kosten oordoppen op maat?
Maatwerk is duurder dan een setje universele doppen. De prijs hangt af van het type, het filter en de toepassing, en ligt doorgaans vanaf ruim honderd euro per paar. Daar staat tegenover dat ze jaren meegaan en niet telkens vervangen hoeven te worden, waardoor de prijs per keer dat je ze gebruikt alsnog meevalt. Soms vergoedt je zorgverzekering een deel, zeker bij een medische reden. Dat verschilt per polis, dus check je voorwaarden voordat je iets aanschaft. Vraag ook naar de garantie en de mogelijkheid om filters los te vervangen, want dat verlengt de levensduur nog verder.
Welke zijn voor jou het beste?
De beste oordoppen bestaan niet los van hoe je ze gebruikt. Voor een concert wil je een filter dat muziek gelijkmatig dempt, voor lawaaierig werk juist een hoge dempingswaarde, en voor slapen draait het vooral om comfort. Laat je daarom adviseren over de dempingswaarde die bij jouw situatie past en laat de oordoppen goed aanmeten. Een perfecte pasvorm is uiteindelijk belangrijker dan welk merk er op de verpakking staat.
De keuze die je gehoor beschermt
Gehoorschade sluipt erin en is blijvend, terwijl voorkomen relatief eenvoudig is. Wie regelmatig in de herrie zit, of dat nu op het werk, op de dansvloer of op de motor is, doet er verstandig aan om er niet te lang mee te wachten. Oordoppen op maat vragen een investering vooraf, maar geven je jarenlang comfortabele en betrouwbare bescherming. Je oren van nu, en die van later, zullen je dankbaar zijn.
Wie zaterdag de deurbel hoort, kan zomaar een jong clublid met een verkoopkaart voor de deur hebben staan. De Grote Clubactie gaat weer van start. In Alkmaar, Dijk en Waard, Bergen, Heiloo, Castricum en Uitgeest doen dit jaar samen 137 verenigingen mee.
De meeste deelnemende clubs zijn te vinden in Alkmaar. Daar gaan leden van 48 verenigingen vanaf zaterdag 19 september op pad. Dijk en Waard volgt met 41 clubs. In Castricum doen veertien verenigingen mee, in Bergen dertien, in Heiloo elf en in Uitgeest tien.
Van voetbal en trampolinespringen tot muziek, scouting en dans: de deelnemers vormen een behoorlijk gemengd gezelschap. Zo doen onder meer AFC’34, AMHC Alkmaar en SV De Rijp mee in de gemeente Alkmaar. In Dijk en Waard staan onder andere Gymnastiekvereniging SiU, CSV BOL en DTS op de lijst. (tekst gaat verder onder de foto)
De Alkmaarse hockeyclub AMHC doet ook dit jaar weer mee aan de Grote Clubactie. (foto: Streekstad Centraal)
Ook buiten de twee grootste gemeenten zal volop worden verkocht. In Bergen doen bijvoorbeeld VV Egmond, Duinrand S en VV Bergen mee. Heiloo is vertegenwoordigd met clubs als De Foresters, GTH en De Terriërs. In Castricum staan onder meer FC Castricum, MHCC en Tios uit Limmen op de deelnemerslijst, terwijl in Uitgeest onder andere FC Uitgeest, IJsclub Uitgeest en Scouting Uitgeest Don Bosco meedoen.
Wie straks het meeste ophaalt, is overigens niet eenvoudig te voorspellen. Bij de Grote Clubactie zijn het lang niet altijd de grootste verenigingen uit de grootste plaatsen die bovenaan eindigen. Vorig jaar was Turncentrum Waterland uit Graft bijvoorbeeld goed voor ruim 21.600 euro. SV Koedijk haalde bijna 9.800 euro op en SV De Rijp ruim 5.800 euro.
Ook VV Egmond en VV Bergen kwamen rond de 10.000 euro uit. In Heiloo waren voetbalclub HSV en Gymnastiek- en Turnvereniging Heiloo goed voor respectievelijk ruim 13.000 en 11.000 euro. (tekst gaat verder onder de foto)
Vanaf zaterdag kunnen er weer kinderen aanbellen om loten te verkopen voor hun club. (foto: aangeleverd)
Voor de verenigingen is er dit jaar een financieel verschil met eerdere edities. Van ieder verkocht lot ging voorheen 80 procent naar de club, maar dat is verhoogd naar 85 procent. Een lot kost nog steeds 3 euro. Daarvan komt dus 2,55 euro rechtstreeks in de clubkas terecht. Verenigingen bepalen zelf waaraan ze dat geld besteden. Denk aan materialen, activiteiten of het opknappen van het clubgebouw.
De verkoop gaat ondertussen allang niet meer alleen met een papieren lotenboekje langs de deuren. Kopers kunnen een QR-code op de verkoopkaart scannen en krijgen hun lotnummers daarna per e-mail. Clubleden kunnen daarnaast een eigen verkooplink delen via WhatsApp en sociale media.
Dat kan de komende weken nog een aardige stroom aan berichten en bezoekjes aan de voordeur opleveren. De verkoop loopt tot en met 27 oktober. De trekking van de Grote Clubactie is op 3 november. Volgens de organisatie zitten dit jaar meer dan een miljoen prijzen in de pot, met een hoofdprijs van 100.000 euro. (Hoofdfoto: Grote Clubactie)
Barbecueën op Pannekoekeiland zit er voorlopig niet in. Wie met een bootje over het Uitgeestermeer vaart, moet het populaire recreatie-eilandje voorbijvaren. De beschoeiing is zo slecht dat aanmeren en het eiland betreden niet meer mag. Repareren doet Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer (RAUM) voorlopig niet. Zolang onduidelijk is wie straks verantwoordelijk wordt voor het gebied, wordt geen geld gestoken in groot onderhoud.
Die bestuurlijke onzekerheid duurt inmiddels veel langer dan een jaar geleden werd gedacht. Het plan om RAUM op te heffen is nog altijd springlevend, maar de manier waarop blijkt ingewikkeld. Een liquidatieplan dat vorig jaar had moeten worden opgesteld, is geparkeerd. De provincie Noord-Holland nam daarna de regie over en bedacht een andere route. Maar ook daarvan moet nu eerst worden onderzocht of die juridisch wel mogelijk is. (tekst gaat verder onder de foto)
Pannekoekeiland blijft voorlopig verboden gebied voor de recreanten. (foto: Streekstad Centraal)
Dat bleek donderdag tijdens een informatieavond voor de gemeenteraad van Castricum. Wethouder Roel Beems, die namens Castricum in het bestuur van RAUM zit, sprak daarna met Streekstad Centraal over de stroperige zoektocht naar een einde aan het recreatieschap in zijn huidige vorm.
Dat einde wordt door de deelnemers nog altijd gewenst, bevestigt Beems. De vraag is vooral hoe. “Dat construct is meer dan zestig jaar oud. Past dat eigenlijk wel bij deze tijd?” (tekst gaat verder onder de foto)
Recreanten bij De Hoorne in Akersloot, een van de terreinen van het recreatieschap in de gemeente Castricum. (foto: Streekstad Centraal)
Het recreatieschap wordt gevormd door de provincie en de gemeenten Alkmaar, Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Heiloo, Uitgeest en Zaanstad. Samen zijn ze verantwoordelijk voor recreatiegebieden rond het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Dat betekent ook dat veel overheden iets te zeggen hebben over ontwikkelingen aan de oevers die volgens Beems “soms heel lokaal” zijn.
Beems noemt Akersloot als voorbeeld. Op de plek van de voormalige jachthaven Laamens kwamen appartementen. Castricum zag vervolgens mogelijkheden om op het water bijvoorbeeld enkele woonarken mogelijk te maken. Maar omdat het water en de gronden onder het recreatieschap vallen, moesten ook zes andere gemeenten en de provincie zich daarover buigen. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij deze voormalige jachthaven had volgens wethouder Beems ook wel een aantal woonarken kunnen komen, maar dat strandde in bestuurlijke procedures. (foto: Streekstad Centraal)
“Terwijl we daar gewoon zelf de normale ruimtelijke procedure voor hadden kunnen doorlopen, als dat alleen in ons eigen gebiedje had gezeten.” Voor Beems illustreert dat waarom de oude constructie ter discussie staat.
Een jaar geleden leek de weg naar opheffing nog betrekkelijk overzichtelijk. Een extern bureau zou alle bezittingen, verplichtingen, financiële gevolgen en toekomstige taken in kaart brengen. Volgens de toenmalige planning zou het liquidatieplan in het vierde kwartaal van 2025 worden vastgesteld. (tekst gaat verder onder de foto)
Het Algemeen Bestuur van het recreatieschap wilde tempo maken met de liquidatie, maar het wil nog niet erg vlotten. (foto: Streekstad Centraal)
Dat gebeurde niet. Tijdens de informatieavond werd duidelijk dat deelnemers ontevreden raakten over het proces en het externe bureau. Het plan werd uiteindelijk geparkeerd; in de presentatie aan de Castricumse raad staat dat het “niet naar tevredenheid van alle deelnemers” verliep.
Daarna nam de provincie de regie. In plaats van eerst het hele recreatieschap te liquideren, kreeg een andere route de voorkeur: eerst grond en taken overdragen aan gemeenten, terreinbeheerders of andere organisaties en daarna pas de gemeenschappelijke regeling beëindigen. (tekst gaat verder onder de foto)
Er is nu weiland voor weiland in kaart gebracht wie de eigenaar is van de grond rondom het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. (foto: Streekstad Centraal)
Alleen blijkt ook dat makkelijker gezegd dan gedaan. Want van wie is precies welk weiland, welke oever en welke strook grond? Beems noemt het uitzoekwerk “een monsterklus”. Oude koopakten en transacties moesten uit archieven worden gehaald. “Ze hebben weiland voor weiland, zal ik bijna willen zeggen, helemaal in kaart gebracht.”
En inmiddels zijn er juridische vragen over de alternatieve aanpak van de provincie. Mag RAUM zijn bezittingen al verkopen of overdragen voordat formeel tot liquidatie is besloten? Wie mag daarover beslissen? En welke rol hebben de gemeenteraden en Provinciale Staten? Daarom moet de gekozen route eerst juridisch worden getoetst.
Beleidsmedewerker Richard Valkering vatte de stand van zaken donderdag droog samen: “We hebben het voorgenomen besluit opheffing gehad. Liquidatieplan, ook niet echt een succes. Dan de alternatieve route van de provincie. Daarvan is gezegd: die zouden we graag eerst juridisch toetsen voordat we zeker weten dat we op die manier verder willen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het Alkmaarder- en Uitgeestermeer trekt op zomerse dagen recreanten uit de verre omtrek. (foto: Streekstad Centraal)
Maar voor Castricum draait de discussie niet alleen om bestuurlijke zeggenschap. Er staat ook financieel iets op het spel. De gemeente betaalt jaarlijks ongeveer 75.000 euro aan RAUM, vertelde Beems. Daarvoor wordt een aanzienlijk recreatiegebied beheerd. Bestuurlijk wil Castricum dus graag van de ingewikkelde constructie af, maar financieel hoeft het huidige systeem volgens Beems bepaald niet ongunstig te zijn.
“Financieel zijn we natuurlijk wel gelukkig, want wij gaan eigenlijk voor zoveel vierkante meters voor een prikkie mee”, stelt Beems. Juist dat maakt de positie van Castricum interessant: de gemeente wil meer zeggenschap over wat binnen de eigen grenzen gebeurt, maar heeft ook duidelijk gemaakt dat ontvlechting er niet toe moet leiden dat Castricum straks meer gaat betalen. (tekst gaat verder onder de foto)
Stranden, toiletten en kiosken behoren tot de voorzieningen rond het meer. Nieuwe langdurige verplichtingen worden voorlopig zoveel mogelijk vermeden. (foto: Streekstad Centraal)
Ook Heiloo maakt het verhaal ingewikkeld. Die gemeente wilde als eerste uit RAUM stappen, onder meer omdat binnen Heiloo zelf geen grond van het recreatieschap ligt. Tegelijkertijd maken inwoners van Heiloo natuurlijk wel gebruik van het Alkmaarder- en Uitgeestermeer.
En ondertussen praten Heiloo, Castricum en Uitgeest over hun eigen bestuurlijke toekomst. Als er uiteindelijk gemeenten samengaan, kunnen de verhoudingen rond het recreatiegebied daardoor opnieuw veranderen. Beems ziet de mogelijke fusie en de opheffing van het recreatieschap echter als ‘parallelle processen’. Wachten op een eventuele gemeentelijke herindeling is volgens hem geen oplossing, omdat ook andere gemeenten en de provincie bij RAUM betrokken zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Roel Beems van Castricum (tweede van links) vorige week vrijdag tijdens een excursie met raadsleden uit de deelnemende gemeenten. (foto: aangeleverd)
Wanneer de bestuurlijke knoop dan wél wordt doorgehakt, kan Beems nog niet zeggen. Hij verwacht de komende maanden meer duidelijkheid. “Ik denk dat we tegen kerst meer weten. Dat is een beetje het tempo waar nu naar gewerkt wordt.” Meteen plaatst hij daar een kanttekening bij: “Maar meer weten betekent niet dat we het dan per saldo overal over eens zijn.”
Voor de vele recreanten rond het meer was die bestuurlijke discussie afgelopen zomer nauwelijks zichtbaar. De stranden zijn er, de toiletten bleven open en op verschillende plekken kon er een versnapering worden gehaald bij een kiosk. RAUM houdt het gebied ondertussen schoon, heel en veilig. Maar nieuwe langdurige verplichtingen worden al ongeveer anderhalf jaar niet aangegaan. Pannekoekeiland laat zien waar die tussenfase kan gaan knellen: zodra groot onderhoud nodig is, is niet vanzelfsprekend dat daarin nog wordt geïnvesteerd.
Nee, de 45 jaar zijn operationeel niet volgemaakt, maar ze téllen wel. En dat Focus 103 in die 45 jaar niet altijd uitzond, dat komt vooral door de felle tegenwerking van de overheid – aan de vrienden die er in 1981 op een tienerkamer in Heiloo mee begonnen zal het niet gelegen hebben. Zondag is het dus onverminderd feest op de zender.
De trouwe luisteraar van tóén hoort in die jubileumuitzending veel bekende stemmen terug. Toen, dat is de jaren tachtig: na het begin in 1981 beleefde Focus 103 zijn hoogtepunt in de jaren 1985 en 1986, maar uiteindelijk lukte het de overheid de illegale zender definitief uit de ether te krijgen in 1987.
“Het groeide stap voor stap”, blikt mede-oprichter Cees Winnips terug in gesprek met Streekstad Centraal. Hij was net 20 jaar toen hij het legendarische station oprichtte onder de naam Radio Focus. Later werd dat Focus 103, een verwijzing naar de frequentie waar op werd uitgezonden: 103MHz. “De eerste paar jaar zonden we alleen op zaterdag en zondag uit. Later werd dat 24 uur per dag. Toen zetten we 10.000 gulden per maand om.” (tekst gaat door onder de foto)
Cees Winnips richtte ooit de legendarische Heilooër piratenzender Focus 103 op en kijkt daar met warme gevoelens op terug, maar woont en werkt tegenwoordig in Zwitserland. (foto: aangeleverd)
De officiële Hilversumse radiostations draaiden in die jaren ‘ouwelullenmuziek’, in de woorden van Winnips. “Wij gaven mensen iets dat er niet was. Dat werkte, er was kennelijk toch behoefte aan.” De beruchte zeezenders waren uit de lucht, maar in Heiloo lag nog een kans.
Het succesverhaal van Focus 103 is een verhaal van liefde voor muziek, van liefde voor radiomaken, van vriendschap – zeker. Maar het was óók een verhaal van geld. Het enthousiasme van adverteerders uit Heiloo en omgeving maakte de groei van de zender mogelijk. “In het begin hadden we geen adverteerders, maar na de eerste inval was dat wel nodig”, legt Winnips uit.
Focus 103 speelde een continu kat-en-muisspel met de politie en de ‘Radio Controledienst’ de RCD (tegenwoordig de RDI). De apparatuur werd in beslag genomen, maar even zo vlug weer vervangen. Soms was de zender niet langer dan een dag uit de lucht. Maar die apparatuur vervangen, dat kostte wél geld. (tekst gaat door onder de foto)
Links een heuse ‘Harry’, de in de jaren 80 gebruikelijke bijnaam van dit type zender. Rechts een foto van het moment dat er een hogere en steviger mast werd neergezet om het bereik van Focus nog verder te vergroten. (foto’s: Focus 103)
“Bijna iedereen wilde adverteren”, herinnert Winnips zich. “Dat ging van bloemenstal tot meubelzaak. We zijn echt groot geworden in 1985. We zeiden: als we die 10.000 gulden per maand kunnen omzetten, dan gaan we 24 uur per dag uitzenden. We betaalden onze discjockeys ook. Dan praat je over 15 gulden per uur of zo, dat was best aardig voor die jongens.”
Het laat zien wat voor impact Focus 103 maakte: de zender werd een kraamkamer voor radiotalent, en kon tegelijk rekenen op een stevige achterban van trouwe adverteerders in de eigen regio. De slaapkamers werden verruild voor een studio in een stacaravan, er waren zelfs live-uitzendingen, bijvoorbeeld uit een discotheek in Uitgeest. Focus 103 leek even onaantastbaar.
“Het was een hele mooie tijd, met een hele mooie vriendengroep”, blikt Winnips nu terug. “Leerzaam ook.” Zelf ging hij het vanaf 1986 al rustiger aan doen, omdat zijn studie medicijnen zijn tijd opslokte. In 1987 bezweek de zender definitief onder de druk van de steeds fellere RCD – en inmiddels kijkt hij er vanuit Zwitserland op terug, waar hij een carrière maakte in de medische wereld. (tekst gaat door onder de foto)
De stacaravan met daarin de studio van Focus 103 langs het Noordhollandsch Kanaal. Ook de toenmalige – oude – mast is goed zichtbaar. (foto: focus 103)
Frans van der Meer, ook een bekende naam uit de bloeitijd in de jaren 80, slaagde er enkele jaren geleden in om Focus 103 weer tot leven te wekken, nu natuurlijk met een eigen website. Dankzij de moeite die hij en andere liefhebbers van het eerste uur er weer in wilden steken kan het 45-jarig jubileum zondag in stijl worden gevierd.
Oude reclames, nostalgische jingles en veel nostalgie: dat kunnen de luisteraars zondag zeker verwachten. “Verder zal er gedurende de middag veel muziek uit de piratentijd van Focus 103 worden gedraaid”, kondigen Van der Meer en zijn collega’s aan. “René Verstraten bijt het spits om 12:00 uur af. Hij zal je meenemen en hopelijk weer een uur ouderwets ‘herrie’ maken.” (tekst loopt door onder de foto)
Frans van der Meer aan het werk in de studio van het huidige – op internet draaiende – Focus 103. (foto: aangeleverd)
Andere grote namen die zondag hun medewerking weer verlenen zijn Eric Hoogland, Jos van Heerden, Remco van Buren, Robert Baltus en Rob van Houten. Uiteraard zal ook worden stilgestaan bij de aanjagersrol van Tjeerd van Rijn, die inmiddels niet meer leeft.
En uiteraard laat ook Cees Winnips dan weer van zich horen, met een inbelverbinding uit Zwitserland. “In die zin ben ik er dus wel bij”, lacht de oprichter. “Het is nu voor een klein publiek, nostalgisch. Maar heel mooi dat het er weer is.”
Van bedrijventerrein naar een – volgens de gemeente Alkmaar – ‘fijne mix van wonen, werken en verblijven’. Maar wat het ook wordt, Overstad ondergaat een metamorfose. Een internationale groep van dertig studenten mocht een week lang los gaan op de grote lijnen voor de verdere ontwikkelingen. Het werd een geslaagd studieproject, vinden Hogeschool Inholland en de gemeente.
Iedere zomervakantie kunnen bachelor-, master en PhD-studenten meedoen aan een studieweek waarbij complexe stedenbouwkundige vraagstukken worden aangepakt onder het label IDEA League Summer School. Het initiatief komt uit de kokers van TU Delft, ETH Zurich, RWTH Aachen, CUT Göteborg en Politecnico di Milano. Aan deze Alkmaarse editie namen Hogeschool Inholland en de gemeente deel.
“De week werd door het college en de burgemeester geopend waarbij van iedere school vijf studenten welkom werden geheten. Ze kregen daarna basiskennis over de stad en een leuk verhaal over de geschiedenis van Alkmaar en over innovaties uit de stad”, vertelt Elke Miedema. Ze is docent en onderzoeker bij Inholland en expert in gezondheidbevorderende gebouwde omgeving. “Daarna zijn ze met een stedenbouwkundige de stad in gegaan om te observeren.” (tekst gaat verder onder de foto)
De beste manier om het centrum van Alkmaar te leren ken is te voet, en dus gingen de studenten van de Summer School aan de wandel. (foto: aangeleverd)
“Daarna gingen ze in themagroepen aan de slag”, vervolgt Miedema. “In de ochtend kregen ze lezingen en werkten daarna een paar uur. Na de lunch waren er weer lezingen en werkten ze verder.” Ze doken daarbij onder meer in plattegronden en andere informatie over Alkmaar en Overstad, zoals het ontwikkelkader voor het stadsdeel.
“Wat het extra leuk maakte, was dat we de hele week op de zolder van het stadhuis zaten”, vertelt de Inholland-docente. “Dat is een hele creatieve ruimte en het maakte het voor ambtenaren en wethouders makkelijk om even binnen te komen lopen en feedback te leveren.” (tekst loopt door onder de foto)
Zes jaar terug was Overstad vooral nog een terrein met bedrijven en grote winkels. Dat is al aardig aan het veranderen. (foto: Streekstad Centraal)
De vraag rijst natuurlijk wat de club studenten uiteindelijk heeft geproduceerd. Daarbij moet gezegd worden dat het niet de bedoeling was om een stedelijk ontwerp te leveren maar inzichten, adviezen en belangrijke aandachtspunten. De groep zag veel potentie in Overstad, gezien de gunstige ligging.
Er werd gepleit voor versterking van de verbinding met het oude centrum en de aanpak van de zwakke punten: Overstad heeft weinig groen en ontmoetingsplekken maar wel veel asfalt, en de infrastructuur is vooral gericht op autoverkeer.
Jacqueline van Latum – stedebouwkundige bij gemeente Alkmaar – blikt zeer tevreden terug op de Summer Schoolweek. “We waren erg onder de indruk van de eindpresentaties. De voorstellen zijn geen kant-en-klare plannen, maar bieden inspiratie voor de verdere ontwikkeling van Overstad en laten zien hoe internationale samenwerking kan bijdragen aan regionale maatschappelijke vraagstukken.” (tekst loopt door onder de foto)
In kleine groepjes brainstormen over de toekomst van stadsdeel Overstad (foto: aangeleverd)
Ook Daniela Maiullari van TU Delft is erg te spreken over de Alkmaarse Summer School editie. De kaasstad past mooi in de visie om interessante, kleinere steden aan te doen. “De focus ligt doorgaans op grote steden. Wij willen juist kennis van studenten en docenten naar kleinere steden brengen en daar met elkaar uitdagingen aangaan op het vlak van huisvesting en het creëren een duurzame, gezonde, goed leefbare en kindvriendelijke stad”, vertelt de Italiaanse. “Het was erg leuk om met Alkmaar samen te werken.”
Elke Miedema hoopt dat de Summer School een samenwerking tussen scholen, kennisinstellingen en gemeenten een impuls geeft. Die samenwerking verrijkt het onderwijs en biedt studenten de kans om ook écht iets bij te dragen. “Daar hechten we heel veel waarde aan. We zijn met gemeenten in gesprek, want gebeurt nu doorgaans nog incidenteel. Het lukt langzaam om elkaar vaker te vinden.”