“Mensen zijn erg enthousiast, dat ze iets sámen met hun naasten kunnen doen.” De gratis ‘Voor de Breek’-bijeenkomsten voor mantelzorgers en hun naasten in de Alkmaarse wijkcentra Daalmeer en De Wachter zijn populair en zitten regelmatig vol. Daarom breiden het Mantelzorgcentrum en WelzijnWonenPlus uit, en wel naar het buitengebied. De eerste Voor de Breek buiten de kaasstad is op maandag 14 september in De Rijp.
“Je moet je voorstellen dat, als je voor iemand zorgt met beperkingen, een restaurant bezoeken al een uitdaging kan zijn”, licht Monique Vlaar van het Mantelzorgcentrum toe. “Wij weten hoe je met mensen met een beperking om moet gaan. Dat maakt een bezoek met je naaste een stuk meer ontspannen.”
“We organiseren van alles”, gaat Monique verder. “Soms maken we lekkere dingen, zowel in Daalmeer als De Wachter is een grote keuken. Het kan ook een creatieve activiteit zijn zoals een bloemstuk of een kaart maken. Daar is voor sommige mensen lastig, daar heb je best fijne motoriek voor nodig, maar als iemand niet mee kan doen dan kan die altijd nog lekker kletsen met anderen.”(tekst gaat verder onder de foto)
Monique Vlaar verzorgt de communicatie voor het Mantelzorgcentrum. Ook werkte ze mee aan onze podcastserie Mantelzorger… wat nu? (foto: aangeleverd/AI)
“Er zijn ook informatieve momenten”, vertelt Monique. Volgers van Streekstad Centraal kennen haar misschien nog als de presentatrice van onze podcastserie ‘Mantelzorger… en nu?’. “Bijvoorbeeld over wat je kan verwachten als je mantelzorger bent geworden, en over de hulp die je kan krijgen.”
Voor de Breek heeft vooral een luchtig karakter, benadrukt ze. “Ja natuurlijk komen er ook wel eens zware verhalen los. Als je merkt van ‘hé die ander zit met dezelfde problemen’, dat schept een band. Er ontstaan ook echt vriendschappen. Maar Voor de Breek draait om ontmoeting en gezelligheid.” Mantelzorgers die juist behoefte hebben aan uitwisseling van verhalen en informatie zijn welkom in de Ontmoetingsgroep Alkmaar.
De kostenloze Voor de Breek-bijeenkomsten zijn een succes in de kaasstad. “Wijkcentrum Daalmeer zit eigenlijk ieder keer wel vol en daar moeten we regelmatig mensen die zich aanmelden teleurstellen”, illustreert Monique. “Bij De Wachter wordt het ook steeds drukker en moeten we nu soms ook mensen teleurstellen. Op beide locaties hebben we plek voor twintig mensen.” (tekst gaat verder onder de foto)
foto: Mantelzorgcentrum
Niet zo gek dus, dat het Mantelzorgcentrum en WelzijnWonenPlus aan uitbreiden dachten. Maar dan niet op een derde locatie in de stad Alkmaar, nee nu eens een plek in het buitengebied. “We hebben mantelzorgers die we kennen gepeild of ze dat zien zitten en daar werd heel positief op gereageerd.” Locaties in Graft-De Rijp werden het meest genoemd. Uiteindelijk viel de keuze op Koffie en Lekkers in De Rijp.
Er zijn voorlopig drie bijeenkomsten gepland. “We moeten even kijken hoe het gaat lopen. Of mensen bijvoorbeeld ook vanuit de Schermer naar De Rijp willen komen”, verklaart Monique het beperkte aantal. “De insteek is om het eens per maand te organiseren, maar misschien gaan we volgend jaar nog een beetje uitbreiden. Dat hangt af van hoeveel mensen er komen. Je moet het ook weer niet te vaak doen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De eerste edities van Voor de Breek in het Alkmaarse buitengebied vinden plaats bij Koffie en Lekkers in De Rijp. (foto: Koffie en Lekkers)
De eerste Rijper Voor de Breek is op maandag 14 september van 13:30 tot 15:30 uur en is een ‘Bourgondische koffie’. Zeg maar een high tea met lekkers, maar dan ook met koffie. De begeleiding is in handen van consulenten Brenda van Esch en Anneke Los samen met een vrijwilliger.
“Tot nu toe hebben we drie aanmeldingen. Dat lijkt weinig, maar voor nu is dat eigenlijk al een mooie score”, zegt Monique. “Het liep in Daalmeer ook niet van de één op de andere dag. Daar hebben we echt aan moeten werken, en mensen moeten het er met elkaar over gaan hebben. Zoiets moet groeien.”
Aanmelden kan bij het Mantelzorgcentrum per mail via info@mantelzorgcentrum.nl en telefonisch via 085-0183890, en bij WelzijnWonenPlus via schermergraftderijp@welzijnwonenplus.nl of 0299-820139.
Het hart van Nederland, de regio rondom de Veluwe en de IJssel, is een economisch actieve zone met een mix van industrie, toerisme, landbouw en zakelijke dienstverlening. De bewoners van deze streek zijn nuchter en praktisch, kenmerken die ook goed van pas komen bij verstandig financieel beheer. Maar ook hier zijn de grote financiële trends van dit moment zichtbaar.
De regionale economie als fundament
Steden als Apeldoorn, Deventer en Zutphen hebben een divers economisch profiel. Van grote werkgevers in de zorg en overheid tot mkb-bedrijven in techniek en logistiek: de werkgelegenheid is breed gespreid. Die diversiteit geeft de lokale economie veerkracht. Voor bewoners die willen beleggen, is een stabiel inkomen de beste basis. Wie zijn maandlasten heeft gedekt en een noodbuffer heeft opgebouwd, kan de rest laten werken.
Beleggen voor de middellange termijn
Niet iedereen heeft een beleggingshorizon van dertig jaar. Wie over vijf tot tien jaar zijn kinderen wil helpen met een studie, een eigen woning wil kopen of een verbouwing plant, heeft een andere aanpak nodig dan de langetermijnbelegger. Voor de middellange termijn zijn obligaties en meer defensieve fondsen interessanter dan agressieve groeiaandelen. Het balanceren van rendement en risico op de gekozen tijdshorizon is een van de belangrijkste beleggingsvaardigheden.
Ethereum als onderdeel van een moderne portefeuille
In de regio groeit de interesse in digitale assets als aanvulling op klassieke beleggingen. Ethereum trekt daarin bijzonder veel aandacht vanwege de brede toepasbaarheid van het netwerk. Slimme contracten, gedecentraliseerde financiën en digitale eigendomsregistratie zijn toepassingen die de komende jaren verder worden uitgebreid. Wie nu een positie opbouwt in ethereum, belegt in de infrastructuur van die toekomst. Dat brengt risico, maar ook potentieel.
Toegankelijkheid als sleutel
Platforms voor digitale assets zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd in toegankelijkheid en veiligheid. Wie vijf jaar geleden wilde beginnen met crypto, moest technische kennis hebben en vertrouwen op ongereguleerde exchanges. Nu zijn er Nederlandse, door DNB geregistreerde platforms die een intuïtieve interface bieden en in het Nederlands communiceren. Die verbeterde toegankelijkheid heeft de drempel voor bewoners in de regio significant verlaagd.
De regio rondom de Veluwe heeft ook een sterke toeristische sector die bijdraagt aan de lokale economie. Recreatieondernemers, horeca en retail profiteren van de jaarlijkse instroom van toeristen. Voor ondernemers in die sector is vermogensbeheer extra relevant: inkomsten zijn seizoensgebonden, wat vraagt om een goede financiële buffer voor de rustigere maanden en een doordachte aanpak van de opgebouwde winst.
Wie als bewoner of ondernemer in de regio zijn vermogen actief wil laten groeien, heeft tegenwoordig toegang tot dezelfde platforms en producten als iemand in de Randstad. De digitalisering van financiële diensten heeft geografische barrières grotendeels gesloot. Dat is een kans die bewoners van de streekstad bewust kunnen benutten.
De digitalisering van financiële diensten maakt de streekstad even goed verbonden met de mondiale beleggingskansen als de grootstedelijke Randstad.
Wie de kracht van zijn regio combineert met de mogelijkheden van digitale financiële platforms, bouwt een vermogen op dat past bij zijn leefomgeving en zijn ambities.
De regio Apeldoorn, Deventer en Zutphen telt ondernemende mensen die weten hoe ze kansen moeten benutten. Die mentaliteit is ook de basis van elke succesvolle beleggingsstrategie.
Wie vanuit de Stedendriehoek of omgeving wil starten met digitale munten, kan via Finst eenvoudig eth kopen op een transparante en gereguleerde manier. Slim beleggen begint met een goed geïnformeerde eerste stap.
Wie vanuit Dijk en Waard wil verhuizen, kiest het vaakst voor Alkmaar. En andersom geldt precies hetzelfde: Alkmaarders die de stad verlaten, vestigen zich het liefst in Dijk en Waard. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In 2025 verhuisden bijna 5.060 mensen vanuit andere gemeenten naar Alkmaar, terwijl ruim 4.780 inwoners de stad verlieten. De grootste groep nieuwkomers kwam uit Dijk en Waard: 1.018 mensen maakten die overstap. Daarna volgen Amsterdam (591) en Bergen (341), zo blijkt uit de cijfers.
Dat Alkmaar populair is bij inwoners uit de regio is niet verrassend. De stad biedt de voorzieningen en levendigheid van een centrumstad, terwijl familie en vrienden in de omgeving vaak dichtbij blijven. Voor veel Amsterdammers lijkt Alkmaar bovendien een aantrekkelijk alternatief: meer rust en ruimte, zonder het stedelijke karakter helemaal los te laten.
De verhuisstroom de andere kant op is minstens zo opvallend. In 2025 verruilden 1.215 Alkmaarders hun woonplaats voor Dijk en Waard. Vooral de grotere kans op een betaalbare woning en meer leefruimte spelen daarbij waarschijnlijk een rol. Met de vele nieuwbouwprojecten in onder meer Heerhugowaard is de buurgemeente voor veel woningzoekenden een logische bestemming.
Na Dijk en Waard waren Amsterdam (393 verhuizers) en Heiloo (359) de populairste bestemmingen voor vertrekkende Alkmaarders. Amsterdam blijft aantrekkelijk door de grote hoeveelheid werkgelegenheid en de aanwezigheid van universiteiten en hogescholen, terwijl Heiloo juist geliefd is bij mensen die rustiger willen wonen, maar de stad dichtbij willen houden.
Ook vanuit het buitenland groeide Alkmaar licht. Vorig jaar vestigden zich 856 mensen uit het buitenland in de gemeente, tegenover 831 inwoners die naar het buitenland vertrokken. Bijna de helft van de immigranten kwam uit een ander Europees land. De grootste groep was afkomstig uit Oekraïne: 164 mensen verhuisden vanuit het door oorlog getroffen land naar Alkmaar.
Daarnaast keerden 118 Nederlanders vanuit het buitenland terug en kozen Alkmaar als nieuwe woonplaats. Van de inwoners die Alkmaar verlieten om zich in het buitenland te vestigen, had het merendeel juist een andere nationaliteit dan de Nederlandse.
Dorre grasvelden. Ze laten zien hoe droog het is. Het neerslagtekort in het Hollands Noorderkwartier is gemiddeld zo’n 280 millimeter en in regio Alkmaar ligt dat tekort rond de 330 millimeter. De omgeving van Den Oever, Den Helder en heel Texel zijn nog slechter af. En veel regen komt er voorlopig niet aan. Het Hoogheemraadschap heeft daarom Alarmfase 2 afgekondigd.
We zijn hier nog goed af. Het is dan wel bovengemiddeld droog, maar het Hoogheemraadschap kan voldoende zoetwater uit het IJsselmeer en het Markermeer laten stromen. Het peil van deze twee wateren daalt overigens wel langzaam, omdat er steeds minder water in stroomt. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier schaalt – in navolging van het Rijk – op naar watertekort Alarmfase 2.
Dijkgraaf Klazien Hartog riep mensen en vooral boeren vorige week al op om verantwoord om te gaan met water. Nu bereidt het waterschap extra maatregelen voor. Er wordt rekening gehouden met de opdracht vanuit Rijkswaterstaat om de watertoevoer vanuit het IJssel- en Markermeer te knijpen. Verder zit er een verbod op grazen op dijken aan te komen, zodat het gras beter kan herstellen voor het natte seizoen, en wordt een grootschalige dijkinspectie van 500 kilometer aan waterkeringen voorbereid. (tekst gaat verder onder de foto)
Klazien Hartog roept mensen en vooral boeren op om verstandig om te gaan met zoet water. (foto: NH)
Een controle van de meest kwetsbare dijken is inmiddels afgerond. Het gaat om 65 kilometer aan veendijken, die vanwege het veen sneller uitdrogen. Daardoor neemt de kans op scheuren en andere schades toe. De meeste veendijken liggen in Waterland, maar ook de Eilandspolder en een aantal kleinere polders in de omgeving van Graft en Starnmeer hebben veendijken. Er zijn 77 droogteschades aangetroffen, waarvan vier binnen gemeente Alkmaar.
“Er is momenteel geen sprake van acuut gevaar”, stelt het hoogheemraadschap gerust. Maar er moet wel wat gebeuren. “Er zijn zes plekken die vragen om aanvullende monitoring en herstelmaatregelen. We streven ernaar deze locaties vóór half oktober aan te pakken.” Eén van die locaties is in het Alkmaarse buitengebied.
Het waterschap heeft duikers – buizen of kokers onder een dijk die twee sloten of wateren met elkaar verbindt – geopend om sloten langs dijken bij te vullen. De waterdruk die dit oplevert houdt de veendijken zelf vochtiger. In de Beemster en het Monnickenmeer zijn bovendien twee pompen geplaatst om de dijksloten te voeden. (tekst gaat verder onder de video over een eerdere dijkinspectie)
Een ander probleem: door de droogte wordt het water in het landschap langzaam aan zouter. “Op dit moment zijn er geen acute problemen”, meldt het waterschap ook hier. “Maar de verwachte droogte in de komende weken maakt voortdurende monitoring noodzakelijk. De verzilting neemt gestaag toe.”
De droogte zorgt er ook nog voor dat er op steeds meer plekken concentraties blauwalg te vinden zijn. Deze bacterie kan zorgen voor huidirritatie, jeuk, rode ogen, en in ergere gevallen hoofdpijn, misselijkheid en diarree. Dat geldt ook voor huisdieren.
In zwemwateren binnen onze regio is (nog) geen blauwalg gevonden. Zwemwater.nl laat wel zien dat er in de meest noordelijke zwembaai 1 van het Zomerdel in het Geestmerambacht een lage concentratie enterococcen (poepbacteriën) gemeten is. Bij het ‘t Skarpet bij Nieuwe Niedorp is de concentratie hoger, maar ook nog ruim onder gevaarlijke waarden. Evengoed is alertheid voor gezondheidsproblemen aangeraden. (foto: Pixabay / Katka Gibalova)
In wijken als Oudorp, De Mare en Bergermeer duiken bij het opruimen van een zolder of na een erfenis regelmatig oude munten op. Ook in Bergen, Egmond en Dijk en Waard melden mensen zich met een doosje guldens, rijksdaalders of buitenlandse munten. De vraag is dan simpel: wat is het waard en waar kunt u munten verkopen in Alkmaar op een veilige manier? Een munten taxatie in Alkmaar vooraf geeft duidelijkheid en voorkomt dat u te snel beslist.
Waarom de waarde van munten zo sterk kan verschillen
De waarde van een munt is niet automatisch gelijk aan het bedrag dat erop staat. Bij oudere munten spelen meerdere factoren mee, zoals het metaalgehalte, zeldzaamheid, oplage, kwaliteit en de vraag onder verzamelaars.
Soms blijkt een ogenschijnlijk gewone munt een variant te zijn waar verzamelaars naar zoeken. Andersom komt het ook voor dat een pot met kleingeld vooral interessant is vanwege de metaalwaarde. Zonder kennis is dat verschil lastig te zien.
Zo werkt munten verkopen stap voor stap
Wie munten wil verkopen, doet er goed aan het proces overzichtelijk te houden.
Verzamel wat u heeft
Leg munten bij elkaar, het liefst in originele mapjes, capsules of doosjes. Bewaar alles droog en raak munten zo min mogelijk aan.
Maak een eerste selectie
Zilver- of goudkleurig betekent niet altijd dat het om edelmetaal gaat. Let op jaartallen, munttekens, bijzondere afbeeldingen en certificaten.
Laat taxeren door een specialist
Een taxateur beoordeelt metaal, kwaliteit en verzamelwaarde. U krijgt uitleg waar een prijs op gebaseerd is.
Ontvang een bod en neem de tijd
Na de taxatie volgt een bod. U bepaalt zelf of u akkoord gaat.
Rond de verkoop af en ontvang betaling
Bij akkoord wordt de verkoop afgerond en ontvangt u de betaling volgens de afgesproken methode.
Wie zoekt naar een ervaren partij voor munteninkoop, komt vaak uit bij een vertouwde handel. Op de pagina over munten inkopen staat uitgelegd hoe het traject doorgaans verloopt.
Let op veiligheid en kies voor een vaste afspraak
Wie munten verkoopt, wil zekerheid. Spreek bij voorkeur af op een vaste locatie, vraag om uitleg bij het bod en neem de tijd om te beslissen.
Voor inwoners van Alkmaar, Heiloo, Bergen en Egmond kan het verstandig zijn om vooraf te informeren wat u het beste kunt meenemen. Neem ook mapjes, certificaten en eventuele aankoopbonnen mee. Dat helpt bij een snelle waardebepaling, zeker als u gouden munten verkopen in Alkmaar overweegt. Twijfelt u of een losse munt of complete verzameling interessant is, laat dan ook buitenlandse munten en bankbiljetten zien; soms zit de waarde juist in een combinatie.
Alkmaar als groeistad, de Boekelermeer als waterstofhub en strijd om drinkwater: Noord-Kennemerland moet de komende decennia uitgroeien tot een van de belangrijkste regio’s van Noord-Holland. Dat blijkt uit de ontwerp-omgevingsvisie van de provincie, waarin Alkmaar wordt aangewezen als stedelijke motor, de Boekelermeer een sleutelrol krijgt in de energietransitie en de toekomst van drinkwater nu al bepalend wordt voor waar straks nog gebouwd kan worden.
De provincie is helder over het uitgangspunt: “niet alles [is] overal mogelijk.” Volgens de opstellers van de ontwerp omgevingsvisie vraagt de schaarse ruimte om scherpe keuzes tussen woningbouw, economie, natuur, mobiliteit en water.
In het kader van keuzes geeft de nieuwe ontwerpvisie onder meer vernieuwd gewicht aan de al jaren besproken aansluiting op de A9 bij Heiloo. Waar de afslag lange tijd vooral werd gezien als een lokaal infrastructuurproject, plaatst de provincie die nu nadrukkelijk in een regionale context. Volgens de visie is de aansluiting van belang voor de bereikbaarheid van zowel bedrijventerrein Boekelermeer als de toekomstige woningbouw in De Zandzoom. Daarmee wordt de afslag een schakel in de bredere ruimtelijke strategie voor Noord-Kennemerland.
In acht jaar tijd heeft de provincie de koers duidelijk heeft aangescherpt. In de Omgevingsvisie uit 2018 lag de nadruk nog op het vinden van een ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, waarbij gemeenten en regio’s veel ruimte kregen om zelf invulling te geven aan ontwikkelingen. De nieuwe ontwerpvisie kiest nadrukkelijk voor meer provinciale regie. (tekst loopt door onder de afbeelding)
In een ultracompact formaat de ontwerp omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland richting 2050.
Niet langer is het uitgangspunt dat alle ambities naast elkaar kunnen bestaan, maar dat de schaarse ruimte vraagt om keuzes. Woningbouw, natuur, economie, landbouw, drinkwater en energie concurreren steeds vaker om dezelfde vierkante meters. Waar de provincie in 2018 nog vooral sprak over het mogelijk maken van ontwikkelingen, draait de nieuwe visie veel meer om het bepalen wélke ontwikkelingen voorrang krijgen.
Voor inwoners van Alkmaar, Dijk en Waard, Bergen, Castricum, Heiloo en Uitgeest betekent het dat de regio de komende 25 jaar ingrijpend zal veranderen. Alkmaar krijgt in de visie de rol van centrumstad voor de regio. De provincie wil nieuwe woningen zoveel mogelijk bouwen in bestaande stedelijke gebieden en bij stations. Zoals letterlijk in de visie staat: “We doen dit zoveel mogelijk binnenstedelijk en bij OV-knooppunten en bestaande infrastructuur.”
De economische ontwikkeling concentreert zich onder meer rond bedrijventerrein Boekelermeer. Dat moet uitgroeien tot een belangrijk centrum voor duurzame industrie, met ruimte voor waterstof, groen gas en circulaire bedrijven. Ook bedrijventerrein Zandhorst in Dijk en Waard wordt genoemd als voorkeurslocatie voor circulaire bedrijvigheid. Iets waar beide gemeenten zich al kritisch over hebben uitgelaten. (tekst loopt door onder de foto)
De provincie heeft ook plannen voor de Boekelermeer in Alkmaar en de Zandhorst in Dijk en Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Misschien nog ingrijpender zijn de plannen die vrijwel niemand zal merken, omdat ze zich onder de grond afspelen. Door klimaatverandering en de stijgende zeespiegel komt de drinkwatervoorziening onder druk te staan. Daarom reserveert de provincie nu al gebieden rond Alkmaar waar in de toekomst drinkwater kan worden geïnfiltreerd.
De provincie noemt voldoende drinkwater daarbij expliciet een prioriteit. “Voldoende drinkwater heeft hierbij bijzondere aandacht,” staat in de visie. Om die reden wil Noord-Holland voorkomen dat in de aangewezen zoekgebieden ontwikkelingen plaatsvinden die toekomstige drinkwaterwinning onmogelijk maken.
Het landschap tussen Bergen, Alkmaar en Egmond aan den Hoef blijft grotendeels open. De Weidse Polders moeten volgens de provincie hun agrarische karakter behouden, maar tegelijkertijd meer ruimte bieden aan natuur, waterberging en recreatie. Daarmee probeert de provincie meerdere doelen tegelijk te bereiken. (tekst loopt door onder deze video uit 2022)
De plannen brengen tegelijkertijd nieuwe dilemma’s met zich mee. Meer woningen en bedrijven betekenen ook meer verkeer en een grotere druk op de leefomgeving. Bovendien worden de Europese normen voor luchtkwaliteit vanaf 2030 aangescherpt. De provincie waarschuwt dat dit gevolgen kan hebben voor nieuwe bouwprojecten als aanvullende maatregelen uitblijven.
Opvallend is dat de provincie zelf erkent dat de uitvoering onzeker is. Netcongestie, stikstof, een tekort aan personeel en beperkte financiële middelen kunnen de plannen vertragen. “We willen onze ambities en de richting waar we aan werken niet te veel laten bepalen door wat nu speelt,” schrijft de provincie. Tegelijkertijd benadrukt zij dat uitvoerbaarheid en haalbaarheid steeds opnieuw worden afgewogen.
Juist daarin schuilt de grootste vraag achter de visie. Noord-Holland wil tegelijkertijd duizenden woningen bouwen, de economie versterken, natuur uitbreiden, de drinkwatervoorziening veiligstellen en de luchtkwaliteit verbeteren. De provincie presenteert dat als één samenhangende koers. De komende jaren zal moeten blijken of al die ambities daadwerkelijk naast elkaar kunnen bestaan, of dat uiteindelijk toch keuzes moeten worden gemaakt.
Minder brandweerwagens, nee – dát willen gemeenten in Noord-Holland Noord niet. De brandweer moet wat op sterkte blijven, ook al zijn de kosten de laatste jaren hard gestegen. Waar Veiligheidsregio Noord-Holland Noord wél op kan bezuinigen, daar moet nog eens goed naar gekeken worden. Hiervoor is een ‘efficiencyonderzoek’ gestart.
Alles wordt duurder. Dat geldt ook voor Veiligheidsregio NHN. Niet alleen heeft de organisatie net als iedereen te maken met kostenstijgingen, ook rukken ambulances steeds vaker uit vanwege ongevallen en vergrijzing, en moet de veiligheidsregio mee met de tijd: er is betere en veiligere computersoftware nodig en betere paraatheid in het geval van natuurbranden en andere grote incidenten.
Volgend jaar komt de begroting uit op 104 miljoen euro, terwijl het eigenlijk de bedoeling is dat minder geld wordt uitgegeven. Dat budget gaat voor driekwart op aan salarissen. Bijna de helft van het budget wordt opgeslokt door de brandweer. Dat komt onder andere door investeringen in kazernes.
Maar ook de brandweerwagens zijn een kostenpost. Die wagens zijn duur in aanschaf, onderhoud en door de rente. De kosten zijn in tien jaar tijd bijna verdubbeld. Vooral de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne hebben veel impact gehad. Een standaard tankautospuit kost nu zo’n 575.000 euro. (tekst gaat verder onder de foto)
Specialistische brandweerwagens zijn heel nuttig, maar ze kosten ook een hoop geld. (foto: Streekstad Centraal)
Gemeenten in de regio vragen van de Veiligheidsregio nu om de eigen efficiëntie over de gehele breedte eens goed onder de loep te nemen. Zo moet boven water komen waar kansen op bezuinigingen liggen. De organisatie gaf zelf al aan stevig in te willen blijven inzetten op preventie, bewustwording en andere communicatie naar buiten toe.
Het bestuur kreeg hiernaast ook de opdracht om te laten zien dat het extra geld dat gemeenten vanaf 2027 betalen voor specialistisch brandweermaterieel goed wordt besteed. De regiogemeenten hebben hiervoor jaarlijks 1,2 miljoen euro extra toegezegd. Dit jaar worden vijftien tankautospuiten en vijf hoogwerkers vernieuwd en volgend jaar nog eens vier tankautospuiten en zes haakarmvoertuigen. En zoals gezegd, die wagens zijn véél duurder geworden.
Begin dit jaar had de brandweer nog een meevaller. Toen kon het twee specialistische voertuigen uit 2019 van Veiligheidsregio Friesland kopen voor ‘slechts’ een half miljoen.
De vraag is hoe vaak dit soort meevallers nog voorbij gaan komen. Veiligheidsregio NHN heeft de afschrijvingstermijn voor voertuigen al verlengd – ze moeten dus langer meegaan – en álle veiligheidsregio’s moeten op de centen letten. Het Rijk heeft de bijdragen met 10 procent gekort, en gemeenten in heel Nederland moeten op de centen letten.
Het efficiëntie-onderzoek gaat wel even duren. De uitkomsten worden meegenomen in de kadernota voor 2028.
Wie in de regio Alkmaar, Dijk en Waard of de Duinstreek aan de slag wil als vrachtwagenchauffeur, merkt al snel dat er één hobbel is die je niet kunt overslaan: het theorie-examen. Voor veel mensen is dat geen kwestie van even leren, maar van tijd vrijmaken naast werk, gezin en andere verplichtingen. Toch groeit de vraag naar een snellere route. Steeds meer kandidaten kiezen daarom voor een intensieve aanpak waarbij je in korte tijd heel gericht leert.
Waarom de theorie vaak blijft liggen
Transportbedrijven in Noord-Holland Noord geven al langer aan dat het lastig is om voldoende chauffeurs te vinden. Tegelijk zijn er genoeg mensen die willen instromen, maar vastlopen op de theorie. De stof is breed, de vraagstelling is soms verraderlijk en wie wekenlang ‘s avonds nog moet blokken, haakt sneller af. Ook kandidaten die al eens gezakt zijn, herkennen het probleem: je weet ongeveer wat je moet kennen, maar niet wat het CBR precies van je verwacht.
Wat je leert in een dagcursus
Een dagcursus is geen snelle truc, maar een strak programma dat draait om examengericht trainen. Je werkt met duidelijke uitleg, oefenvragen en tips om valkuilen te herkennen. Onderwerpen die vaak terugkomen zijn verkeersinzicht, remweg en voertuigbeheersing, lading en veiligheid, en regels rond rij- en rusttijden.
Het voordeel van zo’n intensieve dag is dat je niet steeds opnieuw hoeft op te starten. Je zit in de leerstand, krijgt structuur en kunt direct vragen stellen. Voor mensen met weinig tijd of met examenstress kan dat het verschil maken.
Wie zich wil oriënteren op zo’n aanpak kan bijvoorbeeld kijken naar de mogelijkheden voor vrachtwagen theorie bij nuvrachtwagen.nl, waar de focus ligt op voorbereiding binnen één dag.
Wat dit betekent voor de regio
De transportsector is in deze regio sterk aanwezig, met logistieke stromen richting de havens, distributiecentra en bouwprojecten. Als nieuwe chauffeurs sneller hun theorie halen, kan dat lokaal effect hebben: vacatures worden sneller ingevuld, bedrijven hoeven minder ritten te laten liggen en de druk op bestaande chauffeurs neemt af.
Ook voor zij-instromers is het relevant. Wie vanuit een andere sector komt, wil vaak snel duidelijkheid: lukt het om binnen afzienbare tijd de papieren te halen en te starten? Een compacte theorievoorbereiding kan dan helpen om de stap naar een opleiding of werkgever concreet te maken.
Ervaringen uit de praktijk
Cursisten die voor een intensieve dag kiezen, noemen vaak dezelfde redenen: Ik wilde niet maandenlang leren, Ik had een stok achter de deur nodig of Ik wist niet waar ik moest beginnen. Werkgevers zien vooral voordeel in de planning. Als een medewerker snel door de theorie heen is, kan de rest van het traject (praktijklessen, code 95, inwerken) eerder starten.
Belangrijk is wel dat kandidaten realistisch blijven: een dagcursus werkt het best als je gemotiveerd bent en bereid bent om die dag echt te focussen. Wie vooraf alvast wat basiskennis opfrist, haalt meestal meer uit de training.
Praktische tip voor wie wil starten
Overweeg je een carrière op de vrachtwagen, of wil je als werkgever iemand snel op weg helpen? Kijk dan niet alleen naar hoe snel, maar vooral naar hoe gericht. Een goede voorbereiding is concreet, oefent veel met examenvragen en geeft je een plan voor de examendag.
Met een intensieve route kan de theorie een stuk minder een drempel worden en juist een eerste stap richting werk in de logistiek in Noord-Holland Noord.
Na bijna 24 uur wandelen zijn de benen eigenlijk al lang leeg. Toch weet Joke zaterdagavond, aangemoedigd door tientallen mensen langs de kant en ondersteund door twee vrijwilligers, de laatste meters van de 100 van Leeghwater af te leggen. Nog geen minuut voor de tijd stapt ze over de finish in Zuidschermer. Daar zakt ze direct uitgeput op de grond. “Ik dacht echt even dat ik het niet zou halen.”
Joke is de laatste van de ongeveer 250 deelnemers die de finish bereikte van de achtste editie van de 100 van Leeghwater. Een dag eerder waren de wandelaars begonnen aan hun honderd kilometer lange tocht door de Noord-Hollandse polders. Bij terugkomst zijn de voeten pijnlijk, de benen zwaar en de verhalen mooi.
Lang blijft het spannend of iedereen voor acht uur binnen zal zijn. “Het wordt kielekiele”, klinkt het bij de organisatie als de klok verder tikt. De laatste wandelaars druppelen één voor één binnen, maar Joke laat nog op zich wachten. Uiteindelijk verschijnt ze toch in de verte. Twee vrijwilligers lopen met haar mee en helpen haar door de laatste zware meters.
Vlak voor de finish laten zij haar los. Het applaus van de mensen langs de kant doet de rest. Joke haalt haar laatste stempel, krijgt haar medaille en gaat daarna meteen op de grond liggen. Na een paar minuten komt ze langzaam weer overeind. “Sorry hoor, ik was even helemaal kapot”, zegt ze. “Ik had het gevoel dat ik moest overgeven en toen dacht ik: ik moet echt even liggen.” (tekst gaat door onder de foto)
De vermoeidheid werd Joke even te veel, dus na haar binnenkomst en de medaille moest ze echt even liggen. “Nu gaat het wel weer hoor.” (foto: Streekstad Centraal)
Vooral vanaf kilometer tachtig begon de tocht er bij haar flink in te hakken. “Ik liep op een gegeven moment helemaal een beetje schuin. Dan loop je anders dan normaal en dat helpt niet.” De laatste twintig kilometer waren volgens haar vooral een gevecht in het hoofd. “Je weet dat je nog zo’n eind moet. Dan moet het echt even op karakter, want die benen zijn gewoon zo moe.” Even was ze bang dat ze de deadline niet zou halen. “Maar toen ik met die vrijwilligers kon lopen en in de verte de finish zag, merkte ik al snel dat het goed zou komen. Ik ben ontzettend blij dat het toch gelukt is.”
Joke is niet de enige die na honderd kilometer nauwelijks meer op haar benen kan staan. Op het finishterrein klinken steeds dezelfde woorden: zwaar, trots en vooral opluchting. Dat geldt ook voor Veerle en Anouk. Voor Anouk zijn zelfs haar wandelschoenen te veel gevraagd. Ze komt aan op sloffen en strompelt daarmee over het terrein. De twee hadden vooraf getraind tot ongeveer 48 kilometer, maar honderd kilometer blijkt toch van een heel andere orde. “Het was heel pittig. Je komt jezelf echt tegen”, vertellen ze. “We dachten: we doen het wel even. Nou, dat viel zwaar tegen.”
Lang napraten hoeft niet meer. “Tijd voor bier”, zegt Anouk lachend. Of ze volgend jaar weer aan de start staan? “Dit was één keer en nooit meer. Verschrikkelijk dit, joh.” Ook Agaath kijkt met gemengde gevoelens terug. “Bij kilometer 85 kreeg ik het wel zwaar. Dan heb je net zo’n heel lang recht stuk gehad waar weinig gebeurt.” Gelukkig liep ze samen met twee vriendinnen. “Je sleept elkaar er gewoon doorheen.” Waar ze na afloop vooral naar uitkijkt? “Een heerlijk koud biertje.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een extra goed gevoel liep Maud deze editie van de 100 van Leeghwater. “Dit goede doel staat dicht bij me, dus dat maakt het extra speciaal.” (foto: Streekstad Centraal)
Juist dat samen wandelen blijkt voor veel deelnemers misschien wel het belangrijkste onderdeel van de tocht. Maud liep de honderd kilometer om geld op te halen voor een vriendin met MS, die haar hond wil laten opleiden tot hulphond, maar daar hangt een flink prijskaartje aan. “Dat maakt het heel bijzonder”, vertelt Maud bij de finish. “Ik loop eigenlijk altijd met een doel. Eerder was dat bijvoorbeeld Alzheimer Nederland, maar dit doel staat het dichtst bij mij, omdat het om een vriendinnetje gaat.”
Ze liep de tocht samen met twee vrienden. Vooral op de zware momenten waren zij hard nodig. “We hebben elkaar er echt doorheen gesleept. Dan is het fijn als iemand naast je zegt: kom op, je kunt het.” Haar voorbereiding verliep minder goed dan gehoopt. Ze liep één keer veertig kilometer en daarnaast enkele kortere afstanden. “Maar honderd kilometer is natuurlijk nog een heel stuk verder. Dat merkte ik wel aan mijn lichaam. Het is soms ook echt een mentaal spelletje.”
Mitchell zit na de finish uitgeput op een stoel. Ook enige tijd later is er nog weinig beweging in hem te krijgen. Toch verschijnt er een glimlach wanneer hij over de tocht begint te vertellen. “Het was zwaar, maar heel leuk.” In het begin sloot hij zich aan bij een groep ervaren wandelaars. Hij wist dat hun tempo waarschijnlijk te hoog zou liggen, maar tot kilometer dertig kon hij verrassend goed meekomen. Daarna moest hij de groep laten gaan. (tekst gaat door onder de foto)
Met pijnlijke benen, maar super trots laat Mitchell zijn welverdiende medaille zien. “Ik heb er voor gestreden.” (foto: Streekstad Centraal)
“Toen heb ik een tijd alleen gelopen en dat is toch pittiger. Als ik andere mensen tegenkwam, liep ik daarom af en toe met hen mee. Dan kun je elkaar op moeilijke momenten erdoorheen slepen. En het is natuurlijk gewoon gezelliger.” Niet ieder deel van de route was even vriendelijk voor de benen en het hoofd. Vooral het stuk tussen Purmerend en Graft staat Mitchell nog scherp voor ogen. “Je loopt daar alleen maar rechtdoor en het lijkt alsof er geen einde aan komt.”
Toch overheerst bij de finish vooral trots. “Eigenlijk is het iets onmenselijks wat we hier met z’n allen doen. Maar het is wel een heel mooie ervaring. En ik ben heel blij met mijn medaille. Nu lekker uitrusten.”
Waar veel deelnemers nauwelijks meer uit hun woorden komen, oogt Jaap opvallend ontspannen. De tachtigjarige blijkt de oudste deelnemer van deze editie te zijn. Dat is voor hemzelf nieuws. “Dat had ik niet verwacht”, reageert hij. Of de voeten het nog een beetje volhouden? “Prima. Eitje.” (tekst gaat door onder de foto)
De 80-jarige Jaap Man was de oudste deelnemer van deze editie. “Ik ga door zolang het kan.” (foto: Streekstad Centraal)
Vorig jaar wilde Jaap de tocht ter ere van zijn tachtigste verjaardag lopen. Door de regen en het slechte zicht kreeg hij toen alleen weinig mee van de omgeving. Daarom besloot hij dit jaar terug te keren. “Ik dacht: dan wil ik toch een keer zien hoe het hier werkelijk is.” De donkere graslanden in de nacht waren wel even lastig. “Je moet voorzichtig lopen, want je weet niet precies waar je terechtkomt.” De rest van de tocht ging hem goed af. Een week eerder liep hij nog de Vierdaagse van Nijmegen. Stoppen denkt hij voorlopig nog niet aan. “Ik blijf lekker lopen zolang het kan.”
Ook Jan en Jacqueline de Reus weten precies wat honderd kilometer wandelen met een lichaam doet. Jan geldt als de grondlegger van de 100 van Leeghwater. Hij liep zelf al verschillende langeafstandstochten, waaronder de Dodentocht in België. Daar ontstond het idee om een vergelijkbaar evenement naar de regio te halen. “Ze noemen mij daarom de grondlegger, maar eigenlijk heb ik het gewoon nagedaan”, zegt hij lachend.
Jan wil zijn eigen prestatie niet groter maken dan nodig. “Ik heb het geluk dat mijn voeten en benen niet moeilijk doen. Mensen die lichamelijk veel meer problemen hebben en dit toch volbrengen, leveren een veel grotere prestatie dan ik. We moeten het niet groter maken dan het is.” Zijn vrouw Jacqueline trekt tijdens het gesprek alvast haar wandelschoenen uit en verruilt die voor slippers. “Sorry als het straks naar zweetvoeten ruikt hoor”, grapt ze lachend. (tekst gaat door onder de foto)
Samen met hun kleindochters worden Jan en Jacqueline de Reus onder luid applaus binnengehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de vermoeidheid kijkt ze met een goed gevoel terug op de tocht. “Het was fantastisch. Natuurlijk raak je op een gegeven moment uitgeput, maar de sfeer, de mensen en alles wat erbij komt kijken zijn echt ideaal.” Volgens haar is vooral de verzorging onderweg goed geregeld. De rustposten liggen op prettige afstanden van elkaar, waardoor deelnemers zelf kunnen bepalen of ze stoppen of verdergaan. “Je herkent steeds meer mensen. Als je dan even samenloopt, is dat supergezellig. Je leert elkaar heel snel kennen. Daarom is het zo lekker persoonlijk.”
Voor Jan is juist die persoonlijke sfeer de kracht van de tocht. De belangstelling is ieder jaar groot, maar de organisatie kiest er bewust voor om het deelnemersveld niet verder uit te breiden. “De plaatsen zijn geliefd, maar we blijven ieder jaar ongeveer even groot”, legt hij uit. “De drie P’s zijn nog altijd heel belangrijk: professionaliteit, plezier en persoonlijkheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een beetje moeie benen, maar met een heel goed gevoel zitten grondlegger Jan en zijn vrouw Jacqueline na te genieten van de tocht. (foto: Streekstad Centraal)
Doordat alle deelnemers tegelijk starten, maar vervolgens hun eigen tempo lopen, komen zij onderweg steeds andere mensen tegen. “Dan maak je even een praatje. Soms moet je op een gegeven moment denken: nu moet ik door, anders kom je in tijdnood. Als je veel meer deelnemers zou toelaten, verdwijnt dat stukje herkenning en contact. En dat maakt deze tocht juist zo leuk.”
Stoppen staat voor Jan voorlopig niet op de planning. Sterker nog: in januari schrijft hij niet alleen zichzelf, maar ook Jacqueline meteen weer in. “Dat weet ze hoor”, zegt hij lachend. “Maar dan kan ze niet meer terugkrabbelen. Ik doe pas niet meer mee als ik het niet meer red. Maar nu ik hier zo zit, voel ik dat ik er volgend jaar sowieso weer sta.” (tekst gaat door onder de foto)
Iets voor achten komt dan toch ook het “Boefje” aan bij de finish. “Daar is-ie hoor!” (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl de laatste deelnemers binnenkomen, gaat bij de finish steeds dezelfde vraag rond: “Is het Boefje al binnen?” De wandelaar blijkt inmiddels een kleine beroemdheid binnen de 100 van Leeghwater. Ieder jaar behoort hij tot de laatsten en maakt hij het spannend of hij voor de deadline binnenkomt. “Ja, ik ben blijkbaar toch best bekend”, zegt hij na binnenkomst. “Waar dat door komt weet ik niet hoor. Misschien door mijn pakje?”
Ook voor hem was deze editie zwaarder dan verwacht. Kort voor de 100 van Leeghwater liep hij nog de Vierdaagse. “De onderkant van mijn voeten is helemaal kapot. Dat loopt echt niet lekker.” Rond kwart voor acht komt hij binnen. Toch is zijn deelname op dat moment formeel nog niet helemaal afgerond. “Nu moet ik alleen nog even mijn laatste stempel halen, anders ben ik straks alsnog te laat”, grapt hij.
Bij de organisatie informeert hij nog wat er zou gebeuren wanneer iemand één minuut na acht uur arriveert. “Dan is het klaar. Te laat is te laat”, klinkt het lachend. “24 uur is 24 uur.” Veel plannen heeft Joke na haar finish niet meer. “Ik ga vanavond eerst maar eens lekker vroeg naar bed, want ik kan echt niet meer.” De volgende dag hoeft ze gelukkig nergens naartoe. “Dan ga ik lekker rustig aan doen”, zegt ze met haar medaille om haar nek. “En daar ga ik vooral van genieten.”
Een boswachter. Die loopt de hele dag door het bos. Toch? Nou, nee dus. Achter de zichtbare wereld van afgesloten wandelpaden, gekapte bomen en rustgebieden schuilt een andere wereld, die van lastige keuzes. Hoe houd je de natuur gezond én geef je bezoekers de ruimte om ervan te genieten? Tijdens de internationale Dag van de Boswachter – afgelopen vrijdag – zetten boswachters van de Schoorlse Duinen daarom letterlijk de deuren open.
En de belangstelling is groot. Van alle locaties was de excursie in de Schoorlse Duinen als eerste volledig volgeboekt. Dat verbaast boswachter Denise niet. “Het is de eerste keer dat wij meedoen met deze dag”, vertelt ze. “We merken dat heel veel mensen vragen hebben over hoe het is om boswachter te zijn. Ze willen een keer meelopen of gewoon even bellen. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar daar hebben we het vaak te druk voor. Door vandaag de mensen mee te nemen hopen we al die vragen in één keer te kunnen beantwoorden.”
Nog voordat de wandeling begint, wordt direct een hardnekkig misverstand uit de wereld geholpen. “Mensen denken dat er maar één soort boswachter is”, vertelt boswachter Mikal. “Maar tegenwoordig zijn er verschillende specialisaties.” Binnen Staatsbosbeheer zijn er boswachters Beheer, boswachters Ecologie en boswachters Publiek. Daarnaast zijn er boswachters met boa-bevoegdheid die mogen opsporen en bekeuren. (tekst gaat door onder de foto)
De boswachters namen de deelnemers mee langs de mooiste stukjes van de Schoorlse Duinen. Deelnemers keken hun ogen uit en konden alle vragen stellen die bij ze opkwamen. (foto: Streekstad Centraal)
Boswachters Ecologie richten zich op planten, dieren en biodiversiteit. Boswachters Beheer vertalen dat naar de inrichting van het gebied. Boswachters Publiek vormen vervolgens de schakel tussen de natuur en bezoekers. Mikal, Denise en Yvonne zijn boswachter Publiek. “Wij houden ons bezig met alles wat met bezoekers te maken heeft”, legt Mikal uit. “Van communicatie tot uitleggen waarom ergens werkzaamheden plaatsvinden of waarom bepaalde regels gelden.”
“We zetten vandaag telkens een andere bril van een boswachter op”, vertelt Denise. Op de ene plek kijken ze als boswachter Ecologie naar het gebied, even later als boswachter Beheer en daarna als boswachter Publiek. Zo leren bezoekers dat één plek door drie verschillende boswachters heel anders bekeken kan worden. Want juist in de Schoorlse Duinen komen natuur en recreatie voortdurend met elkaar in aanraking. “Bescherm wat je bewondert”, zegt Mikal. “Maar door het te bewonderen kun je het soms ook verpesten.” (tekst gaat door onder de foto)
De conditie van de deelnemers werd vrijdagochtend ook even goed getest. “Jeetje dit is nog even flink doorstappen.” (foto: Streekstad Centraal)
Het is precies de uitdaging waar de boswachters dagelijks mee bezig zijn. “De grootste uitdaging is om alles in goede banen te leiden”, vertelt Denise. “Rust en recreatie moeten allebei een plek krijgen. Dat kan heel goed samengaan, maar het wordt in dit gebied steeds drukker. Dan moet je goed nadenken over hoe je het gebied inricht.”
Daarom zijn delen van de Schoorlse Duinen opgedeeld in verschillende zones. Sommige paden zijn bedoeld voor wandelaars, andere voor fietsers of ruiters. Daarnaast zijn er rustgebieden waar dieren zo min mogelijk worden verstoord. “Bezoekers hebben daar zelf ook een aandeel in”, zegt Denise. “Als iedereen zich aan die afspraken houdt, kan het prima naast elkaar bestaan.”
Tijdens de wandeling komen ook actuele onderwerpen aan bod. Zo zorgde het plan voor een nieuwe fietsroute door de Schoorlse Duinen onlangs voor kritiek van de Fietsersbond. Voor de boswachters zijn dat precies de dilemma’s waar zij dagelijks mee te maken hebben: hoe geef je bezoekers de ruimte om van het gebied te genieten, zonder dat de natuur daaronder lijdt? (tekst gaat door onder de foto)
Door zelf door de ogen van een boswachter te kijken, leren de deelnemers heel veel over de werkzaamheden van een boswachter. En dat wordt goed ontvangen: “Onwijs interessant allemaal.” (foto: Streekstad Centraal)
Onderweg kruipen de deelnemers zelf in de huid van een boswachter. Er wordt druk overlegd, getwijfeld en gediscussieerd vóórdat de boswachters uitleggen waarom zij uiteindelijk welke keuze zouden maken. Zo ontdekken ze dat achter vrijwel iedere maatregel een uitgebreid proces schuilgaat.
De drie boswachters vertellen ook hoe hun werkdagen er werkelijk uitzien. En die blijken heel anders dan veel bezoekers verwachten. “Het werk van een boswachter is veel anders dan mensen denken”, zegt Denise. “Het is niet zo dat we de hele dag lekker door het bos lopen. Sterker nog: hoe hoger je in de organisatie komt, hoe meer tijd je achter een bureau doorbrengt.” (tekst gaat door onder de foto)
Er werd vrijdagochtend zelfs even afgeweken van het pad. “Jullie zijn vandaag zelf de boswachter.” (foto: Streekstad Centraal)
De boswachters laten zien dat achter iedere klus veel voorbereiding schuilgaat. “Voordat er ergens werkzaamheden beginnen, moeten we alles regelen. Van borden en omleidingen tot het controleren of het gebied daarna weer veilig is. Dat zien bezoekers vaak niet, maar daar gaat heel veel tijd in zitten.”
Die afwisseling maakt het werk bijzonder. “Soms mag ik met een hele gave auto de duinen in voor werkzaamheden, maar eigenlijk is het juist die combinatie van allerlei verschillende taken die dit werk zo leuk maakt.” (tekst gaat door onder de foto)
Met lintjes mochten deelnemers zelf keuzes maken over een stukje bos. “Deze boom moet weg, dan kan die mooie daar beter groeien.” (foto: Streekstad Centraal)
Opvallend genoeg droomde geen van de drie boswachters al van jongs af aan van dit vak. Mikal ontdekte het tijdens een stage. Denise werkte jarenlang in de zorg en Yvonne was fysiotherapeut. Hun verschillende achtergronden verrassen veel deelnemers.
“Ik wist helemaal niet dat er zoveel verschillende mogelijkheden waren”, zegt een deelneemster. “Vroeger had ik het verkeerde vakkenpakket en dacht ik dat het daardoor onmogelijk was.” Een andere deelnemer knikt instemmend. “Ik koos destijds voor rechten in plaats van biologie. Achteraf denk ik nu wel: jammer.”
Na ruim twee uur wandelen keert de groep terug naar de werkschuur. Onderweg zijn tientallen vragen gesteld over natuurbeheer, opleidingen, vrijwilligerswerk en het dagelijks werk van een boswachter.
Precies waar de dag volgens Denise voor bedoeld was. “We wilden mensen laten zien wat er allemaal achter ons werk schuilgaat en waarom we bepaalde keuzes maken”, zegt ze. “Ik denk dat dat vandaag goed is gelukt.” En de toekomst? De boswachters hoeven er niet lang over te denken. “Volgend jaar weer.”