December betekent voor veel bedrijven niet alleen topdrukte, maar ook de jaarlijkse zoektocht naar een kerstcadeau voor medewerkers. Wat geef je iemand die al een kast vol spullen heeft? En hoe voorkom je dat hetzelfde pakket voor de zoveelste keer op tafel staat?
Voor werkgevers in Alkmaar en omliggende plaatsen speelt nog iets mee: veel medewerkers wonen en werken in dezelfde regio. Een cadeau met iets herkenbaars uit de omgeving kan daardoor verrassend goed werken. Maar ook buiten streekproducten om zijn er genoeg mogelijkheden.
Van borrelpakket tot barbecue
Een pakket met goede koffie, noten en chocolade kan geschikt zijn voor iemand die graag thuis werkt of ‘s avonds op de bank zit. Voor een liefhebber van buiten koken ligt een combinatie van barbecuekruiden, sauzen en accessoires weer meer voor de hand.
Het voordeel van zo’n themapakket is dat de verschillende producten een beetje samenhang hebben. Ze belanden niet los van elkaar in een kast, maar kunnen onderdeel worden van een avond borrelen of eten met de familie.
Een cadeau dat nog even meegaat
Eten en drinken zijn natuurlijk snel op. Dat hoeft geen nadeel te zijn, maar een blijvend product kan het pakket wel interessanter maken. Een stevige thermosfles, goede serveerplank of praktische tas kan bijvoorbeeld nog maanden worden gebruikt.
Ook daarin zitten behoorlijke verschillen tussen werknemers. Een werkgever hoeft die voorkeuren niet allemaal afzonderlijk uit te pluizen. Een paar verschillende opties aanbieden is vaak al voldoende.
Wat past bij een groot team?
Bij tien medewerkers kun je nog redelijk makkelijk inschatten wat er in de smaak valt. Bij honderd collega’s wordt dat een ander verhaal. Een werkgever kan dan bijvoorbeeld kiezen voor twee of drie pakketten, zodat medewerkers zelf kunnen bepalen wat het beste bij hen past.
Ook lokaal kun je daar slim mee omgaan. In Alkmaar en omgeving zijn er volop ondernemers en makers die iets bijzonders kunnen toevoegen aan een kerstpakket. Zo geef je medewerkers keuze én krijgt het pakket een lokaal tintje.
Of je nu een kerstpakket voor mannen of voor vrouwen zoekt: het is beter om uit te gaan van verschillende interesses dan van één vaste inhoud. Een borrelpakket, verzorgingspakket, pakket voor de keuken of een pakket voor buiten spreekt ieder weer een ander publiek aan. Zo vergroot je de kans dat medewerkers een kerstpakket krijgen dat écht bij hen past.
Zo blijft het jaarlijkse kerstcadeau ook na een paar jaar leuk om uit te pakken. Het hoeft niet ieder jaar compleet anders te zijn; een andere samenstelling binnen een vertrouwd thema kan al genoeg zijn.
Voor een werkgever blijft het tenslotte vooral een bedankje. Even laten merken dat het werk van het afgelopen jaar wordt gewaardeerd.
Connexxion verdwijnt over twee jaar waarschijnlijk uit het straatbeeld in Alkmaar en omgeving. Moederbedrijf Transdev heeft besloten niet mee te dingen naar de nieuwe concessie voor het busvervoer in NoordWest Noord-Holland. Alleen Arriva heeft een bod uitgebracht. De provincie had dat liever anders gezien.
Wie de bussen in de regio mag laten rijden, is afhankelijk van de ‘concessie’, die voor een periode van dertien jaar wordt gegund aan de beste bieder. Volgens het moederbedrijf van Connexxion zijn de risico’s van die aanbesteding te groot. Vooral de problemen op het elektriciteitsnet wegen zwaar voor de vervoerder.
De provincie Noord-Holland maakte donderdag bekend dat bij het openen van de digitale kluis slechts één inschrijving tevoorschijn kwam. Die is van Arriva. Als het bod aan alle eisen voldoet, krijgt Arriva vanaf juli 2028 voor dertien jaar het alleenrecht op het regionale busvervoer in een groot deel van Noord-Holland.
Daarmee komt in Alkmaar en omgeving een einde aan een vertrouwd beeld op de wegen. (tekst gaat verder onder de foto)
Arriva kwam tot december 2024 al in Alkmaar met de Qliner, een snelbusdienst tussen Leeuwarden en Alkmaar. (foto: Wiki Commons/ Jan Oosterhuis)
“We hebben de aanbestedingsvoorwaarden goed bekeken en zijn tot de conclusie gekomen dat wij de risico’s voor zo’n lange periode niet verantwoord vinden”, legt woordvoerder Jeske Kapitein van Transdev en Connexxion uit aan Streekstad Centraal.
Belangrijke problemen zijn volgens haar het nijpende tekort aan buschauffeurs en de netcongestie. Vervoerders moeten overstappen op elektrische bussen, maar juist het verkrijgen van voldoende stroom voor laadvoorzieningen is door het overvolle elektriciteitsnet lastig. Bij een concessie voor dertien jaar moet een vervoerder vooraf inschatten wat zulke problemen op langere termijn betekenen.
Volgens Kapitein staat die afweging niet op zichzelf. “Dat er uiteindelijk maar één vervoerder heeft ingeschreven, zegt volgens ons ook iets. Blijkbaar hebben meer vervoerders de risico’s van deze aanbesteding zo beoordeeld.”
Dat Transdev deze keer afhaakt, betekent volgens haar niet dat het bedrijf zich terugtrekt uit het regionale busvervoer in Nederland. Iedere aanbesteding kent andere voorwaarden en risico’s. In andere regio’s schrijft Transdev wel gewoon in op nieuwe concessies. (tekst gaat verder onder de foto)
In delen van Zuid-Holland, zoals de regio Leiden, verzorgde Arriva al het busvervoer, totdat Qbuzz de concessie in december 2024 overnam, zoals gelijktijdig gebeurde in Friesland. (foto: Wiki Commons/ Jan Oosterhuis)
De provincie had op meer belangstelling gerekend. Gedeputeerde Jeroen Olthof wijst op de problemen waarmee het openbaar vervoer kampt, zoals stijgende kosten, personeelstekorten en veranderend reisgedrag. “Dat er maar één inschrijving is voor deze concessie, benadrukt de flinke uitdagingen waar het openbaar vervoer in Nederland voor staat.”
De nieuwe concessie omvat behalve Alkmaar en omgeving ook de Kop van Noord-Holland, West-Friesland en Zuid-Kennemerland-IJmond. De provincie stelt onder meer eisen aan de hoeveelheid busvervoer, betrouwbaarheid, toegankelijkheid en de overgang naar uitstootvrije bussen.
Dat Arriva de enige gegadigde is, betekent nog niet automatisch dat het bedrijf de concessie krijgt. De provincie gaat de bieding de komende maanden beoordelen en verwacht in december te besluiten of Arriva aan alle gestelde eisen voldoet.
Als dat het geval is, neemt Arriva in juli 2028 het regionale busvervoer over en verdwijnt de naam Connexxion na jaren van de bussen in Alkmaar en omgeving.
Ze zal het zich geen moment hebben voorgesteld, de jonge Nynke die in 1996 het Jan Arentsz verliet om in Amsterdam rechten te gaan studeren. Maar toch liep het echt zo: ze is intussen al drie jaar ‘mevrouw Schuit van Nederlands’. En met heel veel plezier, dat gelukkig ook. “De sfeer gaf voor mij de doorslag, hier wilde ik werken.”
Niet dat het haar droom was toen ze hier zelf leerling was. Nynke Schuit beleefde een leuke middelbareschooltijd, maar had met zichzelf een duidelijke afspraak gemaakt: net als haar beide ouders het onderwijs in, dat ging dus mooi niet gebeuren. “Ik had een tante in Amsterdam waar ik graag kwam, zij was advocaat. Ik dacht: misschien wil ik dát wel. Na de havo heb ik hier nog atheneum gedaan en toen ben ik rechten gaan studeren, aan de VU.”
Die studie beviel en na een stage in Alkmaar rolde ze in die stad de advocatuur in. Pas zeven jaar geleden, na een lange carrière als familierechtadvocaat, ging ze voor de klas staan. “Mensen om me heen zeiden het al langer: is het onderwijs niks voor jou?” (tekst gaat door onder de foto)
Nynke Schuit kwam na een heel andere carrière tóch weer terug naar haar oude school. (foto: Streekstad Centraal)
Zelf geloofde ze daar eerder niet zo in, maar toen ze in het volleybal de stap maakte van speelster naar coach ontdekte ze alsnog hoe leuk ze het vond om te werken met de jeugd. En het Jan Arentsz had ze al eerder teruggevonden, vertelt Schuit in gesprek met Streekstad Centraal. “Mijn eigen kinderen gingen hier ook weer naar school. Toen viel me ook weer op: wat een fijne sfeer, wat een prettige contacten hebben we met die leraren.”
Toch werkte ze als zijinstromer eerst nog vier jaar in Den Helder. “Drie jaar geleden kwam hier een vacature. Toen zaten mijn dochters hier nog op school, allebei in hun laatste jaar. Toen ik het werd, heb ik ze gewaarschuwd: nou wel je examen halen, anders heb je mij volgend jaar als docent!” Lachend: “Dat werkte wel ja.”
Ze kreeg dus ándere kinderen voor zich om te motiveren. Schuit geeft Nederlands aan de derde en vierde klas van het vmbo, de ‘TL-klassen’ met net wat extra theoretische vakken. Leesplezier staat centraal. “Ik vind het leuk om juist vmbo’ers te helpen. Veel mensen kijken eerst naar het vwo, maar werken met je hoofd én je handen, dat is juist zó belangrijk.” (tekst gaat door onder de foto)
Kunnen sporten is een belangrijke waarde op het Jan Arentsz. (foto: Streekstad Centraal)
Een mooie bijkomstigheid van werken op het Jan Arentsz is dat ze met de fiets naar het werk kan, vanuit haar woonplaats Warmenhuizen. Nu wel op een e-bike, maar verder is het net als vroeger: “Ik fiets weer op hetzelfde paadje. Door Koedijk. Ja, daar heb ik veel herinneringen aan. Vroeger gingen we dan met z’n allen, met de ‘grote groep’, in één groot lint van Warmenhuizen naar Alkmaar.”
En dan ‘s middags thuis: hónger. Het was wel sporten, dat heen en weer fietsen elke dag. Daar kwam voor de jonge Nynke dan nog de volleybaltraining achteraan. “Ik wilde mijn huiswerk af hebben voor die training. Maar dat lukte hoor. Wij hadden geen smartphone, we hadden niet eens kabeltelevisie! Dus heel veel afleiding was er niet.”
Die is er nu voor haar leerlingen wél natuurlijk, al is het Jan Arentsz een smartphonevrije school. Met speciale ‘werkpleinuren’ waarin leerlingen met wat hulp van de docent hun opgaven al op school af kunnen maken zorgen Schuit en haar collega’s ervoor dat van huiswerk nauwelijks nog sprake is. “Die begeleiding is voor veel leerlingen echt nog wel nodig. We proberen zelfstandigheid te stimuleren, maar helpen dus ook graag. Dat is wel anders dan vroeger ja.”
Wat bleef is die goede sfeer. Het Jan Arentsz staat erom bekend, merkt ze. De school is in trek. “Het wordt wel vol in de gangen ja! Veel ouders kiezen nu voor onze school. En ja, dat heb ik dus zelf ook gedaan. Ik kwam dus tóch weer terug.” Op 3 oktober zullen veel van haar klasgenoten haar voorbeeld volgen, voor één keer weliswaar, want dan is de grote reünie ter ere van 75 jaar Jan Arentsz. Van die 75 waren er dus, in twee delen, in twee rollen, toch tien mét Nynke Schuit.
Wie op station Castricum uit de trein stapt voor een dagje uit, moet voortaan bijna vanzelf de goede kant op worden gestuurd. Voetstappen en sporen van dieren wijzen de weg, nieuwe borden maken duidelijk waar de duinen liggen en wandel- en fietsroutes beginnen bij het station. Castricum heeft sinds woensdag officieel een Buitenpoort.
Wethouder Roel Beems opende de Buitenpoort samen met gedeputeerde Jeroen Olthof en NS-regiodirecteur Irma Winkenius. Castricum is na Bussum Zuid en Baarn de derde plek in Nederland met zo’n Buitenpoort. Het idee is simpel: de trein moet een aantrekkelijk alternatief worden voor de auto bij een bezoek aan de natuur.
Juist Castricum leent zich daar volgens de initiatiefnemers goed voor. Aan de ene kant van het station ligt het dorpscentrum, aan de andere kant begint vrijwel meteen het groen. Binnen enkele minuten kunnen reizigers vanaf het station in het Noordhollands Duinreservaat staan. Wie verder wandelt of fietst, kan uiteindelijk zelfs het strand bereiken. (tekst gaat verder onder de foto)
Station Castricum heeft de status verworven van buitenpoort (foto: Streekstad Centraal)
Daarmee moet de Buitenpoort niet alleen bezoekers helpen die Castricum niet kennen. Er zit ook een serieus verkeersprobleem achter het vriendelijke spoor van voetstappen. Het Noordhollands Duinreservaat trekt volgens de initiatiefnemers jaarlijks ongeveer vijf miljoen bezoekers. Bij bezoekerscentrum De Hoep, de drukste toegang tot de duinen in Castricum, is het aantal geparkeerde auto’s op zondagmiddag sinds 2020 met ongeveer 20 procent toegenomen.
De gemeente hoopt daarom dat meer dagjesmensen hun auto thuislaten. “Gastvrijheid zit in de aard van Castricum”, zegt wethouder Beems. Volgens hem maakt de Buitenpoort een bezoek aan Castricum en de omgeving aantrekkelijker en is dat goed voor de lokale economie. Tegelijk moet de voorziening volgens hem zorgen voor minder autoverkeer en een betere spreiding van bezoekers. (tekst gaat verder onder de foto)
De gemeente hoopt dat meer mensen de auto laten staan en voor de trein kiezen als ze een bezoek willen brengen aan het populaire Noordhollands Duinreservaat. (foto: Streekstad Centraal)
Een Buitenpoort is meer dan alleen een bord bij een station. Het concept is bedoeld voor ov-knooppunten vlak bij natuur- of recreatiegebieden. Vanaf zo’n station moeten bezoekers te voet, per fiets of soms over het water meteen hun tocht kunnen beginnen. Daar horen onder meer herkenbare informatie, bewegwijzering en wandel- en fietsroutes bij.
In Castricum zijn vanaf het station verschillende wandelroutes te volgen, waaronder routes door Hoep-Geversduin en het Bosreservaat en een route rond de Slag bij Castricum. Ook Huis van Hilde, uitkijktoren Papenberg en vogelkijkhut ‘Boetje van onze Kees’ liggen binnen het gebied dat vanaf de Buitenpoort wordt ontsloten. (tekst gaat verder onder de foto)
De aanwijzing tot Buitenpoort moet ook een verkeersprobleem oplossen dat ontstaat rondom het Noordhollands Duinreservaat. (foto: Streekstad Centraal)
Bij de officiële opening bij Huis van Hilde waren naast bestuurders en NS ook inwoners en andere betrokkenen aanwezig. Voor de openingshandeling vertelde Sjakel van Wesemael van duinbeheerder PWN over natuurbeleving. Daarna werd de nieuwe toegang tot de duinen officieel in gebruik genomen.
Castricum blijft niet lang de nieuwste Buitenpoort van Nederland. Den Dolder staat volgens de initiatiefnemers als volgende op de planning. Ook in Noord-Holland moeten er meer Buitenpoorten bijkomen.
Een monument voor Indië, in Park Oosterhout: daarvoor trekt de gemeente Alkmaar 100.000 euro uit en dat laat goed zien hoe belangrijk de jaarlijkse Indiëherdenking voor Alkmaar is. Want ook in deze stad wordt de oude band met Indië gevoeld, en moet er een plek zijn om stil te staan bij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog in Azië.
Nog maar enkele weken geleden was de Oosterhout het decor van de derde Alkmaarse Indiëherdenking. Een herdenking waar behoefte aan is, dat liet de opkomst van de afgelopen drie keren wel zien. Organisatie Stichting BersaMaju sprak al langer de wens uit dat op de plek van de herdenking een echt monument zou verrijzen.
Nu kan die organisatie zich dus gelukkig prijzen: de gemeente Alkmaar zegt toe werk te maken van dat monument – én er geld voor uit te trekken. (tekst gaat door onder de foto)
Volgens burgemeester Anja Schouten krijgt Alkmaar hiermee zijn ‘laatste ontbrekende oorlogsmonument’. (foto: Streekstad Centraal)
Aan dit plan werkt de gemeente nu dus mee. Alkmaar zal ook de eigenaar zijn van het monument. De gemeente spreekt van ‘een blijvende plek om te herdenken, elkaar te ontmoeten en verhalen door te geven’.
“Dit is fantastisch nieuws. We hebben hier samen met veel mensen jarenlang naartoe gewerkt”, reageert Stichting BersaMaju. “Onze gezamenlijke wens wordt werkelijkheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Audrey Chin en Susan Patty van BersaMaju zetten zich in voor het monument in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Alkmaar zal aan drie kunstenaars vragen om een schetsontwerp te maken, waaruit dan één winnend onderwerp gekozen wordt. In de loop van 2027 hoopt de gemeente dan het definitieve ontwerp te presenteren. De kunstenaar krijgt hier 100.000 euro voor, het geld voor de inrichting van de plek zelf en de activiteiten rond de opening komt uit een crowdfunding door Stichting BersaMaju.
Burgemeester Anja Schouten verklaart geraakt te zijn door de grote inzet van stichting BersaMaju. “Zij hebben zich met veel betrokkenheid hard gemaakt voor dit initiatief en daarvoor een breed draagvlak weten te creëren”, schrijft ze. “Voor mij is dit het laatste ontbrekende oorlogsmonument in Alkmaar: een prachtige en betekenisvolle toevoeging aan de plekken om stil te staan, te herdenken en elkaar te ontmoeten.”
Als je over straat loopt, fietst of rijdt, kom je vaak reclame tegen. Denk bijvoorbeeld aan lichtmastreclame als vorm van buitenreclame: een reclamebord bevestigd aan een lantaarnpaal op een drukke locatie. Deze vorm van reclame kan ervoor zorgen dat een merk vertrouwen en bekendheid kan opbouwen. En dat kan veel vruchten afwerpen voor het bedrijf. Hoe dat precies zit, vertellen we je in het onderstaande artikel.
Het vergroten van de merkbekendheid
Lichtmastreclame bevindt zich op locaties en wegen waar veel mensen langskomen. Denk bijvoorbeeld aan een drukke weg in de stad of een belangrijke toegangsweg waar veel verkeer langskomt. Hierdoor wordt de reclame iedere dag door talloze voorbijgangers gezien. Vooral een duidelijk logo, een herkenbare huisstijl en een korte boodschap kunnen ervoor zorgen dat het merk makkelijker wordt onthouden en daardoor de merkbekendheid ook wordt vergroot. Het kan ook een tip zijn om meerdere plekken te voorzien van lichtmastreclame. Zo worden de voorbijgangers continu herinnerd aan het bedrijf en wordt de zichtbaarheid en merkbekendheid alsmaar vergroot.
Herhaling en herkenning
Het werd net al even kort benoemd, maar lichtmastreclame kan ook zorgen voor herhaling en herkenning. Vooral als het gaat om drukke wegen waar weggebruikers meerdere keren per week langskomen of als er gebruik wordt gemaakt van meerdere plekken. Door een herhaalde reclame wordt het merk steeds bekender en op den duur zullen deze mensen het bedrijf ook herkennen. Dat kan weer zorgen voor extra vertrouwen vanuit de klant richting het bedrijf.
Vindbaarheid door lokale aanwezigheid van het merk
Lichtmastreclame kan op talloze plekken in Nederland worden verwezenlijkt, zo wordt er ook in Heiloo buitenreclame toegepast. Het is daardoor ook verbonden aan een specifieke regio. Een bedrijf kan hierdoor werken aan de lokale aanwezigheid en betrokkenheid van deze omgeving. Dat zorgt niet alleen voor bekendheid in de omgeving, maar het kan ook zorgen voor een betere vindbaarheid. Zo kan er bijvoorbeeld met behulp van de lichtmastreclame worden aangegeven waar het bedrijf zich bevindt. Denk aan een grote pijl, of hoeveel minuten het nog lopen is.
Professionele en betrouwbare uitstraling
Dankzij lichtmastreclame kan er ook worden gewerkt aan een professionele en betrouwbare uitstraling. Lichtmastreclame die goed is ontworpen, kan voor een professionele indruk zorgen. Ook als de vaste huisstijl terugkomt, op het reclamebord een duidelijk lettertype wordt gebruikt net zoals kwalitatieve afbeeldingen, kan dat voor meer betrouwbaarheid zorgen.
De rol van de locatie
De locatie van de lichtmastreclame speelt een grote rol. De locatie bepaalt namelijk voor een groot deel wie de reclame ziet. Wordt de reclame geplaatst aan een lichtmast langs een drukke autoweg? Dan zien vooral automobilisten het, maar het bereikt wel een groot aantal mensen. Reclame in de buurt van een winkelstraat bereikt vooral het shoppende publiek en kan er juist voor zorgen dat de klanten naar jouw bedrijf worden getrokken. Het kiezen van de juiste locatie is dus van groot belang. De juiste locatie moet passen bij de doelgroep, want dan wordt de reclame pas effectief.
Altijd aanwezig
Een reclamespotje op de televisie of op de radio: je moet toevallig op het juiste moment naar de juiste zender kijken of luisteren, om de reclame überhaupt mee te krijgen. Lichtmastreclame is altijd aanwezig op dezelfde locatie, dag en nacht. Dat betekent ook dat jouw doelgroep op ieder moment in aanmerking kan komen met de reclame van jouw bedrijf.
Een korte en krachtige boodschap
Met lichtmastreclame kan er gebruik worden gemaakt van een korte en krachtige boodschap. Het moet daarom pakkend zijn, met een opvallend beeld of een korte slogan. Of denk bijvoorbeeld aan een herkenbaar logo. Een eenvoudige boodschap wordt immers over het algemeen goed onthouden en dat kan ook weer bijdragen aan merkherkenning en bekendheid.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is begonnen aan de tweede grote maaironde van het jaar. Tot eind oktober worden op veel plaatsen riet en waterplanten verwijderd uit sloten en vaarten. Dat moet ervoor zorgen dat het water goed kan blijven doorstromen. Tegelijkertijd probeert het waterschap zoveel mogelijk rekening te houden met alles wat in en rond het water leeft.
Eerder dit jaar begon HHNK al aan de eerste maaironde. Bij het maaien wordt niet alle begroeiing weggehaald. Waar dat kan, blijven waterplanten en het riet staan. Die zijn belangrijk voor de waterkwaliteit en bieden onderdak aan onder meer vissen, kikkers en insecten.
Dit jaar trekt het waterschap voor de tweede ronde voor het eerst de hele maand oktober uit. Dat heeft mede te maken met de warme zomer. Het water in de sloten blijft daardoor langer warm en maaien kan onder die omstandigheden extra belastend zijn voor vissen. (tekst loopt door onder de foto)
Het schoon houden van de sloten en andere wateren is essentieel voor de doorstroming van het water. (foto: HHNK)
“Het onderhouden van sloten is nodig voor de doorstroming van het water”, zegt HHNK-bestuurder Jos Beemsterboer. “Dit jaar nemen we voor het eerst tot eind oktober de tijd voor het maaien. Voor de leefomgeving van vissen, vogels, amfibieën en insecten heeft maaien best veel impact. We merken dat door de warme zomer de watertemperatuur langer hoog blijft. Door later te maaien beperken we de kans op vissterfte zoveel mogelijk.”
Dat laatste is geen theoretisch probleem. Streekstad Centraal berichtte eerder over honderden dode vissen in onder meer Alkmaar, Koedijk en Heerhugowaard. Toen zorgden regenbuien na een lange droge periode voor problemen met de waterkwaliteit en het zuurstofgehalte. (tekst loopt door onder de video uit 2017 over de najaarsschouw)
Wanneer de maaimachines precies waar verschijnen, kan HHNK niet vooraf zeggen. Het beheergebied is daarvoor te groot. Mensen die een pomp in een sloot hebben liggen, krijgen het advies die tijdelijk weg te halen of de plek duidelijk met een paaltje te markeren.
Niet alle sloten worden overigens door het waterschap onderhouden. Wie grond of een tuin langs een sloot heeft, is in veel gevallen zelf verantwoordelijk voor het schoonhouden ervan. Vanaf 19 oktober begint de jaarlijkse controle. Dan kijken schouwmeesters of water voldoende kan doorstromen en bijvoorbeeld overhangende takken, planten en afval geen obstakel vormen.
De tweede maaironde van HHNK duurt tot en met 31 oktober.
AI is inmiddels een vast onderdeel van ons dagelijks leven geworden. We gebruiken het om artikelen, afbeeldingen en video’s te maken, en om allerlei taken uit te voeren. Het aantal AI-tools groeit elk jaar, en de mogelijkheden ervan blijven zich uitbreiden.
Maar met nieuwe mogelijkheden komen ook nieuwe problemen. Een daarvan is de groeiende hoeveelheid AI-gegenereerde content. Het internet staat inmiddels vol met teksten die op elkaar lijken als twee druppels water. Ze volgen dezelfde structuren, gebruiken dezelfde zinnen en klinken vaak bijna identiek. En die trend zal alleen maar doorzetten.
Na verloop van tijd krijgen mensen te maken met iets vergelijkbaars als bannerblindheid. Ze zullen dit soort content simpelweg niet meer opmerken. Daarom is het alleen laten genereren van je content door AI mogelijk niet meer genoeg. Als je uniek wilt blijven, moet je weten hoe je AI in je voordeel kunt gebruiken.
Een aanpak die je kan helpen om je persoonlijke touch te behouden, is beginnen bij je eigen gedachten en AI pas bij de laatste stap in te zetten voor de definitieve versie van je content. In de praktijk is dit proces op te delen in een paar simpele stappen.
Stap 1. Begin met je eigen ideeën.
Neem eerst de tijd om na te denken over wat je met je publiek wilt delen. Dat kan een case study zijn, je persoonlijke mening over een bepaald onderwerp, of praktische tips voor het oplossen van een veelvoorkomend probleem.
Op dit punt hoef je je nog geen zorgen te maken over een gepolijst artikel of een perfecte structuur. Het belangrijkste hier is dat je de kernboodschap helder hebt en weet waar je het over hebt.
Stap 2. Leg je gedachten vast.
Zodra je een idee hebt, is de volgende stap om je gedachten vast te leggen. Neem jezelf op terwijl je het idee hardop uitwerkt, en transcribeer die opname vervolgens met een tool zoals MacWhisper.
Dit is een handige manier van werken, omdat je niet voor een leeg document hoeft te zitten terwijl je naar de perfecte formulering zoekt. Je kunt je idee gewoon op een natuurlijke manier uitleggen, alsof je het aan een collega of vriend vertelt, en die opname vervolgens omzetten in tekst.
Aan het eind van deze stap heb je een document met al je gedachten, dat je later aan AI kunt geven.
Stap 3. Maak van je gedachten een afgeronde tekst.
Nu kun je dat transcript nemen en aan ChatGPT, Claude, Gemini of welke AI-tool je ook verkiest, geven.
Op dit punt kun je de AI vragen om van je gedachten een volledig artikel te maken, op basis van de informatie die je hebt aangeleverd. De AI kan helpen om je ideeën te ordenen, herhalingen te verwijderen, de opbouw te verbeteren, overgangen toe te voegen en van je ruwe transcript een gepolijst stuk content te maken.
Natuurlijk moet je wel wat tijd steken in het nadenken over je prompt. Hoe beter je uitlegt wat je van de AI verwacht, hoe beter het resultaat zal zijn. Maar die tijd verdien je makkelijk terug, zeker als je van plan bent deze aanpak regelmatig te gebruiken.
Een extra stap: leer AI om in jouw stijl te werken.
Als je dit soort content structureel wilt maken, kun je nog een stap verder gaan en tools zoals Claude Code en Agentic OS verkennen.
Met deze tools kun je je eigen AI-agent bouwen en die leren schrijven in jouw stijl. Je kunt voorbeelden van je artikelen aanleveren, je tone of voice uitleggen, en een lijst geven van woorden en zinnen die je niet in je content terug wilt zien.
Daarna kun je je eigen skill maken die al deze regels toepast, telkens wanneer je nieuwe content produceert. Na verloop van tijd kun je een hele bibliotheek aan skills opbouwen voor verschillende taken, net zoals CRM IMPLEMENTATIE deed. Zo kan de ene skill worden gebruikt voor artikelen, een andere voor social media-posts, en een derde voor het maken van infographics bij blogposts.
Het resultaat is dat je niet elke keer opnieuw vanaf nul hoeft te beginnen. Je AI-agent kent je regels, je stijl en hoe je content moet klinken al.
Met deze aanpak kun je sneller content van hogere kwaliteit produceren, terwijl je je eigen stem behoudt. Je gebruikt AI in je voordeel, zonder op te gaan in de massa aan identieke online content.
Uiteindelijk vervangt AI je niet. In plaats daarvan helpt het je om unieke content te maken die voor je werkt, in plaats van tegen je.
Het zijn maar een paar treden van het schoolplein naar de deur van kindcentrum De Driessen in Grootschermer, maar voor de driejarige peuter Mees uit Markenbinnen zijn het dinsdagochtend flinke stapjes. Hand in hand met zijn moeder Jolijn loopt hij het voor hem nog onbekende schoolgebouw binnen.
Nog voordat hij goed en wel een stap over de drempel heeft gezet, vliegt een andere peuter hem enthousiast om de hals: “Meeeeeees!” Het is Jace, die hij nog kent van peuteropvang ’t Speelhuys in West-Graftdijk en die duidelijk heel blij is hem weer te zien.
Mees reageert wat bedachtzamer. Een andere ingang, een nieuw lokaal en overal nieuwe indrukken: hij moet het eerst allemaal even rustig bekijken. Gelukkig is daar wel het bekende gezicht van juf Annemiek. Even later hangt zijn jas tussen die van de andere kinderen en begint voor hem en vijf andere peuters de eerste ochtend op hun nieuwe plek in Grootschermer.
De peuteropvang in Grootschermer kwam dinsdag na wekenlange voorbereidingen uit de startblokken. Voor de nieuwe opvang werden afgelopen zomer meteen zestien kinderen ingeschreven. Tien daarvan gingen eerder naar ’t Speelhuys in West-Graftdijk.
Die peuteropvang werd in juli door Forte Kinderopvang gesloten. “Vanwege het teruglopende aantal kinderen”, was de verklaring. Ouders betwijfelen echter of de sluiting alleen daardoor noodzakelijk werd. Volgens hen werd ’t Speelhuys al langere tijd nauwelijks meer onder de aandacht gebracht in folders van Forte, terwijl opvanglocaties in andere dorpen daarin wél werden aangeprezen. (tekst gaat verder onder de foto)
Het team dat dinsdag in Grootschermer klaarstond om de eerste peuters te ontvangen. Boven (v.l.n.r.): Lana, Mihaela, Annemiek, Melvin. Onder (v.l.n.r.): Naomi, Lotte, Jan. (foto: Streekstad Centraal)
Daardoor ontstond bij hen het vermoeden dat Forte al langer op een sluiting aanstuurde en kinderen liever op andere locaties onderbracht. De ouders kwamen tegen het besluit in verzet, maar konden de sluiting niet voorkomen. In De Driessen is nu dankzij de onvermoeibare pleitbezorger van dorpsvoorzieningen Jan Wind een nieuw onderkomen voor de peuters gevonden.
Voor Jolijn betekent dat voorlopig een ingewikkelde ochtendplanning. Ze woont in Markenbinnen en brengt eerst haar oudste zoon Thijs naar school in West-Knollendam. Daarna moet ze met Mees door naar Grootschermer.
De dubbele ritten zijn tijdelijk. Mees gaat tot december naar de peuteropvang. Daarna is hij oud genoeg om naar dezelfde basisschool te gaan als zijn broer Thijs. Voor Jolijn is de nieuwe opvang dus vooral een brug naar dat moment. Voor andere ouders kan het kindcentrum de komende jaren juist een vaste plek worden. (tekst gaat verder onder de foto)
Romana Kolk kon dinsdag haar tweeling in haar eigen dorp naar de peutergroep van Annemiek Mul brengen. (foto: Streekstad Centraal)
Dat geldt voor Rosa en Milan, de tweeling van Guus en Romana Kolk uit Grootschermer. Broer en zus vierden op 17 augustus hun tweede verjaardag en mogen daardoor voor het eerst naar de peuteropvang. Romana is nog maar kort geleden met haar gezin in Grootschermer komen wonen. Haar oudere dochter Yara gaat al naar de basisschool. Dat zij de tweeling straks op dezelfde plek kan brengen, scheelt haar veel tijd in de auto.
“Je bent anders de hele tijd aan het rijden”, zegt ze. “Dan moet je ze om 12:00 uur weer ophalen en later opnieuw op pad. Je wilt zoiets gewoon dicht bij huis hebben.” Ze vindt het ook belangrijk dat haar kinderen later zelfstandig naar school kunnen. “Dat ze niet altijd gebracht en gehaald hoeven te worden.”
De aanwezigheid van dit soort voorzieningen was niet de reden waarom haar gezin naar Grootschermer verhuisde. Daar speelden familieomstandigheden een rol bij. Toch begrijpt Romana goed waarom de nieuwe opvang belangrijk is voor het dorp. “Als ik geen andere reden had om hier te gaan wonen en er zouden geen voorzieningen zijn, dan zou ik hier als moeder niet voor kiezen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De eerste jasjes van de peuters. Dinsdag waren er drie peuters uit Grootschermer en drie van verder weg. Op donderdagen zijn er zelfs twaalf tegelijk. (foto: Streekstad Centraal)
Daarmee verwoordt ze precies de zorg die Jan Wind al langer heeft. De bestuurder van De Driessen zette zich eerder in voor het behoud van de basisschool, en wilde nu ook de peuteropvang graag naar Grootschermer halen. Een dorp heeft volgens hem jonge gezinnen nodig om de school, het verenigingsleven en uiteindelijk de leefbaarheid overeind te houden. De peutergroep kan bovendien de basisschool van nieuwe leerlingen voorzien.
Maar voor Wind gaat het niet alleen om leerlingenaantallen. Hij gelooft ook in de aanpak van Annemiek Mul, die door betrokken ouders werd gezien als de ziel van ’t Speelhuys, samen met juf Loes. “In een echte peutergroep spelen kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd met elkaar. Ze leren samen delen, wachten, praten en conflicten oplossen”, vertelt Wind. Dat is volgens hem een andere omgeving dan een gemengde kinderopvanggroep, waarin ook baby’s zitten en een deel van de aandacht vanzelf naar hun verzorging gaat.
Daarom haalde hij Annemiek naar Grootschermer. Zij wil in het dorpshart een huiselijke en kleinschalige opvang bieden voor de peuters. Een lokaal waar ruimte is voor vaste rituelen, maar ook voor wat zich onverwacht voordoet. Zo wil ze het ‘koek toveren’ weer invoeren. Eén kind krijgt een toverhoed en een toverstaf en mag met een spreuk koekjes in een trommel laten verschijnen. “De trommel is stiekem al gevuld”, vertelt ze, maar dat blijft voor de peuters uiteraard geheim. (tekst gaat verder onder de foto)
Jan Wind (links) had gebak geregeld voor de medewerkers en ouders van de peuters en vanwege de jarige juf Naomi. (foto: Streekstad Centraal)
Achter het eenvoudige spelletje zit een serieus doel. Het kind staat even in het middelpunt. Een verlegen peuter kan het eerst samen met de leidster proberen en later misschien alleen. “Dan zie je een kind dat het op zijn tweede nog doodeng vond, vlak voor zijn vierde vol zelfvertrouwen die toverstaf pakken. Daar doe ik het voor.”
Als Annemiek wordt gevraagd waarom ze voor dit vak heeft gekozen, schiet ze onverwacht vol. Een brok in haar keel zit haar in de weg, ze zoekt even naar woorden. “Ik vind het heel belangrijk dat een kind wordt gezien”, zegt ze met vochtige ogen. Dat betekent volgens haar goed kijken, oogcontact maken en merken wanneer een kind niet lekker in zijn vel zit. Soms is een gebaar genoeg, soms is een gesprek met een ouder nodig. “Een kind moet zich veilig voelen. Dat creëer je ook door te laten merken dat het gezien wordt.”
De vroegere W.J. Driessenschool in Grootschermer is tegenwoordig bekend als Kindcentrum De Driessen. (foto: NH Media)
In het lokaal onder de grote houten boom zijn er ook de eerste emoties. Milan huilt als zijn moeder een deur verder aan de koffie met gebak zit. Hij zoekt steun bij zijn zus Rosa, die ondertussen al voorzichtig speelt met het roze sprookjeskasteel.
Even verderop rijdt Jace een auto over de tafel, een andere peuter kleedt een pop uit en de eerste jassen hangen al aan de lage kapstok. Voor de peuters is het vooral een ochtend vol speelgoed en nieuwe indrukken. Voor de volwassenen staat er meer op het spel: een nieuwe start na het verlies van ’t Speelhuys én een extra voorziening die Grootschermer aantrekkelijk moet houden voor jonge gezinnen.
Op bedrijventerreinen in en rond Alkmaar, Dijk en Waard, Heiloo en de Duinstreek is het dagelijks druk. Bestelbussen rijden af en aan, vrachtwagens draaien bij docks en intern verkeer met heftrucks kruist looproutes. Juist op dit soort plekken ontstaat schade vaak niet door roekeloosheid, maar door krappe bochten, slecht zicht of een onduidelijke rijroute.
Een kleine aanrijding tegen een gevelhoek, een laadpaal of een slagboom kan al snel leiden tot reparatiekosten, stilstand of een onveilige situatie. Voor ondernemers telt dat dubbel: schade aan het pand of materieel en verstoring van de planning. Daarom groeit de aandacht voor preventie, zeker bij logistieke locaties, parkeervakken bij winkelgebieden en gemengde terreinen waar bezoekers en leveranciers tegelijk komen.
Waar het meestal misgaat
Incidentmeldingen en schaderapporten laten zien dat problemen vaak op dezelfde punten terugkomen:
– inritten met scherpe draaicirkels
– laad- en loszones waar vrachtwagens moeten steken
– hoeken van gebouwen, kolommen en branddeuren
– stellingen en gangpaden in magazijnen
– plekken waar voetgangers en voertuigen elkaar kruisen
In de regio is dit herkenbaar bij verzamelgebouwen en kleinere industrieterreinen, waar de ruimte beperkt is en het verkeer door de jaren heen is toegenomen.
Wat aanrijdbeveiliging concreet doet
Aanrijdbeveiliging is een verzamelnaam voor fysieke maatregelen die kwetsbare objecten afschermen en verkeersstromen geleiden. Denk aan rampalen bij hoeken, beschermbeugels rond installaties, veiligheidsrailing langs looproutes en stellingbescherming in een warehouse.
Het effect is tweeledig. Je voorkomt directe schade aan gebouwen, installaties en inventaris. Tegelijk maak je routes voorspelbaarder, waardoor bestuurders minder hoeven te improviseren. Dat is vooral relevant op locaties met veel heftruckverkeer, bij laadperrons en bij parkeerplaatsen waar bezoekers niet bekend zijn met de situatie.
Kies op basis van risico en locatie
Niet elke oplossing past overal. Een paar praktische vuistregels:
– Kies zwaardere rampalen of railing waar vrachtwagens of heftrucks kunnen raken.
– Gebruik hoekbescherming bij doorgangen, branddeuren en kwetsbare gevelranden.
– Plaats beugels rond laadpalen, pompen en technische installaties.
– Combineer bescherming met duidelijke belijning en looproutes.
Ook de ondergrond speelt mee. Op beton of asfalt is verankering anders dan op klinkers.
Eerst meten en kijken voorkomt miskopen
Een veelgemaakte fout is dat bedrijven pas na schade gaan plaatsen, of dat er op gevoel wordt gekozen. Dan staat de bescherming net te ver van het object, of is de constructie niet berekend op het type voertuig dat er rijdt.
Steeds vaker wordt daarom gestart met een korte locatiescan: waar zitten de knelpunten, welke routes zijn logisch en welke objecten hebben prioriteit. Voor bedrijven die zoeken op termen als aanrijdbeveiliging magazijn, stellingbescherming heftruck of rampalen parkeerplaats is zo’n scan een praktische manier om snel tot een plan te komen.
Beschermdirect ondersteunt dit soort trajecten met advies over uitvoering en plaatsing. Via het assortiment aanrijdbeveiliging kunnen bedrijven en organisaties gericht kiezen voor bescherming die past bij hun terrein, verkeersdrukte en risico’s.
Ook in de openbare ruimte
Niet alleen ondernemers hebben ermee te maken. Gemeenten plaatsen steeds vaker bescherming bij winkelstraten, afvalinzamelpunten en tijdelijke evenementenlocaties. Het doel is hetzelfde: schade voorkomen en de ruimte veiliger maken.
Voorkomen is goedkoper dan herstellen
Aanrijdschade is zelden pure pech. Vaak is het een signaal dat de inrichting niet meer aansluit op het huidige gebruik. Door periodiek te kijken naar verkeersstromen, draaicirkels en kwetsbare punten, kunnen beheerders in de regio kosten besparen en de veiligheid verhogen.