Een groot deel van Heiloo heeft in de nacht van maandag op dinsdag tijdelijk zonder stroom gezeten. Meer dan veertig straten in de postcodegebieden 1851, 1852, 1853 werden rond 02:45 uur getroffen.
Veel mensen hebben het misschien niet eens gemerkt. Heiloo werd voor een deel platgelegd door een grote stroomstoring. Anderen merkten het misschien aan digitale klokken die op 00:00 knipperenden of elektrische apparaten die niet uit hoorden te staan.
Lang duurde de stroomstoring echter niet. Volgens Liander was de deze storing, in ieder geval voor veel huishoudens na een uur en een kwartier weer verholpen. Wel waren monteurs tot in de ochtend nog bezig met werkzaamheden.
De oorzaak van de stroomuitval is niet bekendgemaakt.
Automobilisten in de regio Alkmaar moeten weer extra opletten als ze hun mobiele telefoon achter het stuur gebruiken. Een focusflitser is opnieuw geplaatst langs de N244 bij West-Graftdijk. Daarmee staan er op dit moment twee van deze speciale camera’s in de regio: één langs de N244 en één langs de N242 bij de afslag Heerhugowaard-Zuid.
De focusflitser is weer opgedoken op zijn oude locatie langs de N244, tussen De Rijp en de Kogerpolderbrug. De camera controleert automatisch of bestuurders tijdens het rijden een mobiele telefoon of ander mobiel apparaat vasthouden. Foto’s van mogelijke overtredingen worden vervolgens beoordeeld door een opsporingsambtenaar. Pas daarna wordt een boete opgelegd. (tekst gaat verder onder de foto)
De camera bij Westgraftdijk registreerde kort na de plaatsing zeven overtredingen per dag, later daalde dat naar vier bekeuringen per dag. (foto: Streekstad Centraal)
De speciale camera op deze locatie registreerde eerder al veel overtredingen. Uit cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) bleek dat tussen augustus en december vorig jaar maar liefst 1.060 bestuurders werden betrapt op telefoongebruik achter het stuur. Dat komt neer op gemiddeld zeven tot acht overtredingen per dag.
Ook dit jaar bleef de camera actief overtreders vastleggen. In de eerste vier maanden van 2026 werden op dezelfde locatie nog eens 499 bestuurders beboet voor het vasthouden van een telefoon tijdens het rijden. Hoewel dat aantal lager ligt dan direct na de introductie van de flitser, gaat het nog altijd om ruim vier overtredingen per dag.
Sinds begin juni staat daarnaast opnieuw een focusflitser langs de N242 bij hectometerpaal 43,1, ter hoogte van de afslag Heerhugowaard-Zuid. Ook daar richt de handhaving zich specifiek op afleiding door mobiele telefoons. Bestuurders die worden betrapt riskeren een boete van 440 euro, exclusief administratiekosten. (tekst gaat verder onder de foto)
Op de N242 worden alle bestuurders vanuit de richting Alkmaar sinds begin deze maand gecontroleerd op illegaal gebruik van de mobiele telefoon. (foto: PersfotoNH)
Focusflitsers zijn een relatief nieuw middel in de verkeershandhaving. De camera’s worden vooral geplaatst langs drukke provinciale wegen waar veel verkeer rijdt en waar afleiding achter het stuur een risico vormt voor de verkeersveiligheid. Volgens onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid gebruikt driekwart van de automobilisten weleens een telefoon tijdens het rijden.
Met twee actieve focusflitsers binnen korte afstand van elkaar behoort de regio Alkmaar momenteel tot de gebieden waar actief wordt gecontroleerd op telefoongebruik achter het stuur. Voor automobilisten die nog even snel een berichtje willen lezen of versturen, is de boodschap duidelijk: wachten tot na de rit is een stuk veiliger en bespaart velen een hoop geld. (Hoofdfoto: PersfotoNH)
Het werk aan de A9 is een week geleden afgerond, maar verkeer mag richting Uitgeest nog steeds maar 90 km per uur rijden. Het vernieuwde wegvlak ligt er mooi bij, de barrières zijn weg en het nieuwe asfalt zou onderhand toch uitgehard moeten zijn, zou je zeggen. Ja dat wel, maar toch moet het verkeer een paar weken lang langzamer rijden.
Wekenlang is gewerkt aan de A9 tussen Alkmaar en Uitgeest. Dat een weg zo eens in de zoveel tijd hersteld moet worden, daar berusten weggebruikers zich over het algemeen wel in. Met name de spits- en vluchtstrook waren niet goed meer en verdienden een opknapbeurt.
Maar een week na afronding van de klus is de maximumsnelheid nog steeds ‘slechts’ 90 km per uur. Dat roept toch vragen op. “Bij nieuw aangelegd ZOAB bestaat er het risico op onvoldoende stroefheid”, legt een woordvoerder van Rijkswaterstaat uit aan Streekstad Centraal. (tekst gaat verder onder de video)
‘Zeer Open AsfaltBeton’ bestaat uit grover materiaal, waardoor het veel beter afwatert. Als plakmiddel wordt bitumen gebruikt, gemaakt van ruwe olie. Er kleven twee nadelen aan: ZOAB is wat kwetsbaarder – vooral in perioden dat het vriest en dooit en er wordt gepekeld – en het is aanvankelijk minder stroef. Minder stroef betekent een langere remweg. En een langere remweg betekent minder veiligheid.
Om het ‘opstroeven’ te versnellen wordt een laagje ‘brekerzand’ of fijne steenslag over het asfalt gestrooid. Dan nog duurt het wel even voordat het verkeer ZOAB op ‘stroefte’ gereden heeft. “De snelheidsbeperking zal een paar weken gelden”, blikt Rijkswaterstaat vooruit.
Een einddatum noemt de woordvoerder niet, maar met een duur van één à twee weken hooguit 90 km/u moeten automobilisten wel rekening houden. Het gaat dus nog even niet supersnel op de A9 van Alkmaar naar Uitgeest.
De Fietsersbond uit stevige kritiek op het besluit van de provincie Noord-Holland om het fietspad langs de Blijdensteinsweg, tussen Bergen aan Zee en Schoorl aan Zee, op te geven. Er komt een nieuwe route, maar volgens de bond verdwijnt het mooiste deel van de duinroute en moeten fietsers straks een flinke omweg maken.
De provincie kiest voor een oostelijke variant van de nieuwe fietsverbinding. Volgens de Fietsersbond ging de voorkeur van de ANWB, NTFU én de gemeente Bergen juist uit naar een westelijke route dichter bij het bestaande fietspad. De bond noemt de keuze een gemiste kans.
“Het mooiste stuk van de duinroute verdwijnt”, stelt de Fietsersbond in een reactie op het provinciale besluit. De organisatie wijst erop dat de route niet alleen populair is bij recreatieve fietsers, maar ook onderdeel uitmaakt van het landelijke fietsknooppuntennetwerk en van de internationale Europese Kustroute EuroVelo 12.
Volgens de bond heeft de keuze grote gevolgen voor fietsers. Op het traject tussen fietsknooppunten 08 en 46 groeit de afstand van 5,7 naar 13,3 kilometer. Ook een geliefd rondje vanuit Bergen door bos en duinen zou verdwijnen. De alternatieve route voert volgens de bond grotendeels door bosgebied en mist het karakteristieke duinlandschap waarvoor veel bezoekers naar het gebied komen. (tekst gaat door onder de foto)
De huidige situatie van het fietspad langs de Blijdensteinsweg. Op termijn wordt verwacht dat het fietspad onder het stuivende zand verdwijnt. (foto: Provincie Noord-Holland)
De kritiek richt zich niet alleen op de gekozen route, maar ook op het proces. De provincie maakte op 10 juni bekend te kiezen voor de oostelijke variant. Nadat de Fietsersbond, ANWB, Fietsplatform en wielersportbond NTFU in 2024 actie voerden voor behoud van de duinfietspaden, werd een werkgroep gevormd met onder meer de gemeente Bergen, PWN, Staatsbosbeheer en de provincie.
Veertien alternatieven werden onderzocht. Uiteindelijk bleven twee varianten over: een westelijke route, dicht bij het huidige fietspad, en een oostelijke route verder van de stuifduinen. De voorkeuren liepen daarbij uiteen. Volgens de Fietsersbond zagen de ANWB, NTFU en de gemeente Bergen meer in de westelijke variant, die volgens hen het bestaande fietsnetwerk grotendeels intact laat. PWN en Staatsbosbeheer gaven juist de voorkeur aan de oostelijke variant vanwege de natuurdoelen en de toekomstbestendigheid.
Toen de werkgroep niet tot een gezamenlijke keuze kwam, besloot de provincie zelf de knoop door te hakken. De Fietsersbond heeft niet alleen inhoudelijke bezwaren tegen de gekozen route, maar zet ook vraagtekens bij het proces. Volgens de organisatie bleef het na afronding van het onderzoek nog maanden stil voordat de provincie haar keuze bekendmaakte. De bond zegt niet te begrijpen waarom uiteindelijk voor de oostelijke variant is gekozen, terwijl uit onderzoek zou blijken dat het eigen alternatief binnen de beschikbare vergunningruimte uitvoerbaar is. (tekst gaat door onder de afbeelding)
De huidige situatie (paars), de westelijke variant (rood) en de oostelijke variant (blauw). Er is uiteindelijk voor de oostelijke variant gekozen. (afbeelding: Fietsersbond)
De provincie verdedigt het besluit. Volgens gedeputeerde Jeroen Olthof is de keuze gemaakt na overleg met alle betrokken partijen. “De samenwerking met alle partijen in dit project heeft ervoor gezorgd dat alles op tafel is gekomen en we uiteindelijk een gedegen en onderbouwde keuze hebben kunnen maken”, aldus Olthof.
Volgens de provincie is een nieuwe route noodzakelijk omdat het bestaande fietspad steeds verder wordt bedekt door stuivend zand. Het fietspad ligt op de grens van de Schoorlse Duinen en het Noordhollands Duinreservaat. Door maatregelen voor natuurherstel krijgt de wind meer ruimte om zand te verplaatsen. Volgens de provincie zal het huidige fietspad daardoor uiteindelijk onder meters zand verdwijnen en op termijn onveilig worden voor fietsers.
De nieuwe route komt ten oosten van het huidige fietspad te liggen, buiten het gebied waar het zand zich verplaatst. Volgens Olthof gaven een toekomstbestendige oplossing en een verantwoorde besteding van overheidsgeld uiteindelijk de doorslag. “We realiseren ons dat niet elke partij het onderste uit de kan heeft gekregen, maar er kan gelukkig in de toekomst nog steeds gefietst worden in dit prachtige natuurgebied.”
Hoewel Gedeputeerde Staten een besluit hebben genomen, lijkt de discussie nog niet ten einde. Voor het opheffen van het bestaande fietspad kan mogelijk nog een besluit van de gemeenteraad van Bergen nodig zijn. Diezelfde raad nam eerder dit jaar unaniem een motie aan waarin werd uitgesproken dat het fietsnetwerk in de duinen behouden moet blijven.
Of de gemeenteraad daarmee alsnog invloed kan uitoefenen op de plannen, is nog onduidelijk. (hoofdfoto: Fietsersbond)
“Commando: water!” Postcommandant Maikel Groet geeft deze opdracht elke derde zaterdag van juni bij de brandweerkazerne van Bergen. Niet voor een blusactie, maar om stil te staan bij collega’s die zijn omgekomen tijdens het uitvoeren van hun werk.
Dat gebeurt op hetzelfde moment op heel veel brandweerkazernes. Ieder jaar staan brandweerkorpsen in Nederland daarbij stil. Ook in onze regio werd zaterdagmiddag een respectvol en indrukwekkend eerbetoon gebracht. Zo vormden twee brandweerspuiten in Bergen om exact 13:00 uur het inmiddels traditionele water-ereteken.
Met de brandweerspuiten wordt een boog van water gemaakt, waarbij de stralen elkaar op zo’n tien meter hoogte raken. Dit bijzondere gebaar staat symbool voor respect, verbondenheid en de herinnering aan de omgekomen brandweermensen.
Naast Bergen gaven ook diverse andere brandweerposten in de regio gehoor aan de oproep van Brandweer Nederland. Zo werd het water-ereteken eveneens gemaakt door de korpsen in Heerhugowaard, Berkhout en Callantsoog.
Bij de kazerne aan de Zuidtangent in Heerhugowaard was Maarten Poorter, burgemeester van de gemeente Dijk en Waard, aanwezig om de herdenking in stilte bij te wonen en zijn respect te tonen. Voor dat korps heeft de jaarlijkse Nationale Brandweerherdenking elk jaar een extra lading. In augustus 2014 kwam bij een reddingsactie in het Noordhollandsch Kanaal bij Koedijk de 50-jarige John Impink om het leven, brandweerduiker van dat korps. Zijn naam komt voor op het Nationaal Brandweermonument in Schaarsbergen. (tekst gaat verder onder de video uit 2020)
Om de verbondenheid extra te benadrukken hingen de brandweervlaggen bij alle posten in de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord tussen 12:00 en 15:00 uur halfstok. Ook werd de korpsen vooraf gevraagd om de profielfoto’s op hun sociale media, zoals Facebook en Instagram, tijdelijk te veranderen in een zwart brandweerlogo.
De regionale ceremonies vormen een belangrijke aanvulling op de Nationale Brandweerherdenking. Sinds 2012 vindt er een landelijke plechtigheid plaats bij het Nationaal Brandweermonument in Arnhem (Schaarsbergen). Hier stonden nabestaanden en collega’s zaterdag stil bij alle brandweerlieden in Nederland die sinds 5 mei 1945 in actieve dienst zijn overleden.
Namens Veiligheidsregio Noord-Holland Noord was regionaal brandweercommandant en directeur Krishna Taneja bij deze centrale ceremonie aanwezig.
Het monument in Arnhem en de lokale herdenkingen door het hele land vormen samen niet alleen een eerbetoon, maar ook een tastbare waarschuwing voor de gevaren die brandweercollega’s lopen. (foto: Marco Schilpp)
Meer dan duizend bezoekers hebben zondagavond in het Heilooërbos kunnen genieten van een geslaagde zomerzonnewende. Waar het bijzondere natuurverschijnsel vorig jaar door heiigheid grotendeels aan het zicht werd onttrokken, werkte het weer dit keer volledig mee. Rond 22:00 uur verscheen de ondergaande zon precies in de zichtas van de eeuwenoude laan van Landgoed Nijenburg.
Rond 20:30 uur was het nog relatief rustig in het bos. Hier en daar hadden bezoekers al een plek uitgezocht of zaten zij te picknicken langs de lange Rondeau die vanaf het landhuis richting het westen loopt.
Het schouwspel trekt al jaren veel publiek, vooral wanneer de weersomstandigheden gunstig zijn. Dat was zondagavond het geval. Tussen 21:00 uur en zonsondergang arriveerden steeds meer toeschouwers om een goed plekje op te zoeken. (tekst gaat verder onder de foto)
Dit jaar was het schouwspel op 21 juni goed te zien voor alle toeschouwers. (foto: PersfotoNH)
Sommigen kozen voor een plaats nabij het landhuis, waar de volledige lengte van de zichtas goed zichtbaar is. Anderen vonden juist een plek dichter bij de spoorlijn, waar het invallende zonlicht tussen de bomen een ander perspectief biedt.
Langs de laan ontstond uiteindelijk een drukte van belang. Groepjes vrienden en gezinnen hadden zich geïnstalleerd met kleedjes, campingstoelen en picknickmanden. Fotografen stonden klaar met camera’s om het moment vast te leggen.
Heiloo beleeft eigen Champs-Élysées-moment tijdens zonnewende. (foto: PersfotoNH)
Toen de zon rond 22:00 uur tussen de bomen verscheen, klonken bewonderende reacties uit het publiek. Camera’s en mobiele telefoons gingen massaal de lucht in om het beeld vast te leggen van de zon die als een vurige schijf tussen de boomstammen door scheen en de laan in een goudkleurige lichttunnel veranderde.
Dat verschijnsel is het resultaat van een doordacht ontwerp. De Rondeau van Landgoed Nijenburg werd begin achttiende eeuw zo aangelegd dat de ondergaande zon rond de zomerzonnewende zichtbaar is in het verlengde van het landhuis. Daardoor vormt de langste dag van het jaar al generaties lang een bijzonder moment op het landgoed. (tekst gaat verder onder de foto)
Meer dan 1000 bezoekers zagen zondagavond hoe de ondergaande zon in de eeuwenoude zichtas van Landgoed Nijenburg verscheen. (foto: Streekstad Centraal)
Nijenburg staat niet op zichzelf. Ook bij verschillende beroemde Europese tuinen en landschapsparken werd rekening gehouden met de stand van de zon en bijzondere punten aan de horizon.
Zo doet de Rondeau van Nijenburg denken aan de historische as van Parijs, die via de Tuilerieën en de Champs-Élysées naar de Arc de Triomphe loopt. Daar is rond de zomerzonnewende de ondergaande zon in de as van het landschap te zien. Ook in de tuinen van Versailles, het buitenverblijf van zonnekoning Lodewijk XIV, hangen verschillende zichtassen samen met de baan van de zon.
De zichtas van Nijenburg past daarmee in een lange traditie waarin architectuur, landschap en de beweging van de zon met elkaar worden verbonden.
Dergelijke weetjes komen aan bod tijdens de populaire zonnewendewandelingen van de Historische Vereniging Heiloo. Tijdens deze wandelingen vertellen gidsen over de geschiedenis van Landgoed Nijenburg, de aanleg van de zichtas en de relatie tussen landschap en astronomie. De belangstelling was opnieuw groot: alle wandelingen waren vooraf al volgeboekt. Ook op de laatste wandeling van maandagavond is geen plek meer. (tekst gaat verder onder de foto)
Landgoed Nijenburg is geinspireerd op dergelijke zichtassen in de tuinen van Versailles, het buitenverblijf van Zonnekoning Lodewijk XIV. (foto: PersfotoNH)
Wie zondagavond niet aanwezig kon zijn, krijgt mogelijk nog een nieuwe kans. Voor de komende dagen wordt zonnig en helder weer verwacht. Daardoor is de kans groot dat de ondergaande zon nog enkele avonden zichtbaar zal zijn vanuit de laan van Landgoed Nijenburg.
Wel schuift het punt waar de zon ondergaat vanaf nu iedere dag iets verder naar het zuiden. Over enkele dagen valt de zon niet langer binnen de zichtlijn van de laan en komt er voor dit jaar een einde aan het bijzondere schouwspel.
In het Oranjeplantsoen in Bergen is zaterdag aandacht besteed aan de inzet van Nederlandse veteranen. Tijdens de jaarlijkse veteranenmiddag kwamen veteranen, familieleden en andere belangstellenden bijeen om stil te staan bij hun ervaringen en bijdrage aan vrede en veiligheid.
De middag begon met het hijsen van de veteranenvlag. Burgemeester Jaap Bond deed dat samen met oud-luitenant-generaal der mariniers Frank van Sprang. Met de ceremonie sprak de gemeente haar waardering uit voor iedereen die zich tijdens oorlogen, vredesmissies en internationale operaties heeft ingezet voor Nederland.
Na het officiële gedeelte was er ruimte voor ontmoeting. Veteranen uit verschillende generaties gingen met elkaar in gesprek, wisselden ervaringen uit en haalden herinneringen op. Voor veel aanwezigen is de veteranenmiddag een moment om elkaar weer te zien en verhalen te delen.
Tijdens de bijeenkomst stonden burgemeester Bond en Van Sprang ook stil bij de rol van veteranen binnen de samenleving. Daarbij werd benadrukt dat vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn en dat de ervaringen van veteranen daar blijvend aan herinneren.
Veel veteranen delen hun verhalen nog altijd tijdens herdenkingen, gastlessen en andere activiteiten. Daarmee geven zij volgens de sprekers niet alleen inzicht in hun eigen ervaringen, maar dragen zij ook bij aan het bewustzijn over vrijheid en democratie.
Een sprinkhaan in de tuin – het is op zich niet heel uitzonderlijk. Een róze sprinkhaan in de tuin is dat natuurlijk wel. Want sprinkhanen zijn in principe niet roze. Fotografe Celina Tamis had het geluk een zeer zeldzame verschijning dicht bij huis aan te treffen. Gewoon in de tuin.
Tamis fotografeert regelmatig, ook voor haar werk. Onlangs rondde ze een minor fotojournalistiek af. “Hiervoor deed ik niet zo veel met fotografie”, vertelt ze aan Streekstad Centraal. “Maar nu vind ik het wel leuk.”
En dan vooral: natuurfotografie. Alsof de roze sprinkhaan dat wist, dook hij op in Tamis’ achtertuin in Oudorp. “Ik liep door de tuin en ik zag ineens een roze dingetje”, vertelt Tamis. “Ik moest naar binnen om de camera te pakken, dus ik dacht wel: als hij er nou nog maar zit.”
Maar de sprinkhaan bleef en liet zich portretteren. Dat het diertje roze is heeft te maken met een zeldzame afwijking: erytrisme. Opvallend genoeg is ook dat ‘n beetje Oudorps aan deze sprinkhaan. Niet ver van Tamis’ tuin zwemt namelijk een wit hoentje rond, terwijl waterhoenen van nature zwart zijn. ‘Leucisme’ in dit geval. In Oudorp kleuren dieren blijkbaar op hun eigen wijze.
Tamis heeft de sprinkhaan naar de fotosessie verder met rust gelaten. Als natuurfotografe legt ze vast, ze grijpt niet in. De natuur mag haar eigen weg gaan. “Ja, ik heb ‘m lekker laten rondspringen. Zo hoort dat.”
De jaarlijkse Dag van de Bouw ging ook aan Alkmaar niet voorbij. Op Overstad, sowieso een plek waar veel te gebeuren staat, konden geïnteresseerden een kijkje nemen in het appartementencomplex Overstaete, dat volgend jaar moet worden opgeleverd. Een heuse klautertocht leidde de aanstaande bewoners langs hun toekomstige keukenraam – en meer.
Want dat viel toch wel op, deze zaterdag: dat er heel veel toekomstige bewoners op de open dag waren afgekomen. De Dag van de Bouw is bedoeld voor een breed publiek, er waren ook activiteiten voor kinderen bijvoorbeeld. Maar in de praktijk was het voor kopers en huurders vooral een prachtkans om een glimp op te vangen van hun eigen toekomst.
Voor de rondleidingen was dan ook veel belangstelling. Maar ook ondernemers uit de woonsector presenteerden zich bij Overstaete. Zo hoopten zij toch op het netvlies te komen staan van die toekomstige bewoners, die nog een huis in te richten hebben. (tekst gaat door onder de foto)
Wie hoogtevrees had zal die vandaag dan eindelijk overwonnen hebben. (foto: Streekstad Centraal)
Sam Hoogland van aannemer Henselmans is zaterdag één van de rondleiders. Overstaete is zijn eigen werkplek, hij laat dingen zien die hij zélf gemaakt heeft. Dingen ook waar hij van kan genieten, blijkt al gauw. “Een mooi metselverband, ja, dat maakt het wel af”, wijst hij.
Met zijn oog voor detail maakt hij ook de bezoekers opmerkzaam op zaken die ze anders niet hadden gezien. De afwisselingen in het metselwerk bijvoorbeeld. Soms in blokjes, om de grote muurvlakken optisch wat minder massief te maken. (tekst gaat door onder de foto)
Sam Hoogland laat zien hoe het op een moderne bouwplaats in zijn werk gaat. (foto: Streekstad Centraal)
Al is het échte voegen er niet meer bij. ‘Doorstrijkmortel’ is op de bouwplaats het nieuwe normaal, een techniek die voor mooi gevuld metselwerk zorgt. Het is maar één van de talloze technische nieuwigheden die Sam zijn publiek voorschotelt. Ook het werken met gedetailleerde 3D-modellen, iets waar Henselmans al vroeg mee pionierde, is hier toegepast en de uitgewerkte tekeningen hangen op de bouwplaats.
De gids laat ook de betonnen constructie zien, uiteindelijk de basis van heel Overstaete. “Op deze hoek staan kolommen van vijf ton beton, heel stevig. Dat is zo gemaakt omdat je hier de hoek in de Oosterwezenstraat hebt. Als het een keer glad is en er vliegt een vrachtwagen uit de bocht… Nou, dan blijft dit toch staan. Daar is rekening mee gehouden.” (tekst gaat door onder de foto)
Jeannet is klaar voor de rondleiding die onder meer langs haar toekomstige huis zal leiden. (foto: Streekstad Centraal)
Beneden wacht Jeannet op een volgende rondleiding. Nummer 11, en dat is dan nog maar om 12:00 uur: het laat goed zien hoe groot de belangstelling is. En ook zíj komt hier eerst en vooral voor haar eigen woning. “Ik ga op de eerste wonen, dáár”, wijst ze. “Dus ik zie zo dadelijk het uitzicht dat ik krijg.”
Dat is zeker geen beroerd uitzicht: groen, woonbootjes, water. En net om de hoek dat heerlijke doorkijkje op de Waag. “En aan de andere kant is er de binnentuin”, weet Jeannet. (tekst gaat door onder de foto)
De rondleiding voert ook door wat ooit de binnentuin zal worden. (foto: Streekstad Centraal)
Die binnentuin is uiteraard ook onderdeel van de rondleiding. Er staan nu nog containers, het is het kloppende hart van de bouwplaats – met zelfs een eigen milieustraat. Wat toch al te merken valt is het prettige klimaat van deze grote patio: er is volop schaduw, maar een briesje waait er wél en dat zorgt voor aangename koelte op deze toch wel warme zaterdag.
“Er staan er nog twee te koop hoor”, weten Afke Bouma en Alex Zörner van makelaardij Vlieg. Ze maken daar natuurlijk graag even reclame voor. In hun kraam kunnen geïnteresseerden de plattegronden bekijken van de woningen. “Het zijn mooie ruime woningen”, vervolgt Afke. “Wat ik leuk vind aan projecten als deze is dat de mensen die ze kopen heel gemengd zijn, van starters tot senioren. Dat zie je veel op Overstad.” (tekst gaat door onder de foto)
Afke Bouma en Alex Zörner van makelaardij Vlieg zijn enthousiast over Overstaete. (foto: Streekstad Centraal)
Alex, de directeur van Vlieg, is blij met de hoeveelheid extra woningen die dit project en andere projecten weer opleveren. “Voor makelaars is vooral dat belangrijk: veel huizen, veel opdrachten. De mensen die hier kopen verkopen vaak ook weer een ander huis. Dat maakt het voor ons interessant.”
Goedkoop is het allemaal niet. Vastgoed is duur in Nederland. Dat lijkt misschien leuk voor makelaars, maar Zörner nuanceert dat: “De prijzen stijgen en daardoor ook het bedrag dat wij krijgen, maar ja, andere prijzen stijgen ook en soms harder. Het gaat ons echt om die hoeveelheid huizen.” En hoe duurder alles wordt, hoe groter het risico dat de markt vastloopt. Dan neemt het aantal transacties juist af.
Voor de vele kopers en de enkele huurder die zich hier laat rondleiden is dat verhaal allang afgesloten. De grootste zorg die zij nog hebben is de voortgang van het project. “Het zou kerst 2026 worden, nu is het al april 2027. Ach, een beetje vertraging hoort erbij, maar het moet niet meer worden”, halen ze aan. Dubbele lasten zijn natuurlijk niet prettig. Maar bovenal: ze willen hier zo graag wónen, het wordt immers zo mooi.
De officiële erkenning van het Alkmaarse slavernijverleden door burgemeester Anja Schouten is goed geland bij de betrokken gemeenschappen. Toch plaatst de klankbordgroep, die het onderzoek naar dit verleden nauwlettend begeleidde, een belangrijke kanttekening bij de koers van het stadsbestuur. Waar het college formele excuses afwijst, ziet de klankbordgroep een ‘sorry’ in de toekomst juist als een zeer logische en noodzakelijke vervolgstap.
Afgelopen zondag sprak burgemeester Anja Schouten in de Grote Kerk historische woorden uit. Namens het college erkende zij formeel dat het vroegere stadsbestuur en inwoners van Alkmaar betrokken waren bij kolonialisme, mensenhandel en slavernij, en dat de gevolgen daarvan nog altijd doorwerken. (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Anja Schouten erkende zondag namens de gemeente dat Alkmaar zich actief heeft ingezet en heeft meegeprofiteerd van het koloniaal verleden van Nederland en de slavernij. (foto: Marco Schilpp)
De klankbordgroep laat aan Streekstad Centraal weten dat zij blij zijn dat de gemeente de tijd heeft genomen om het onderzoek in de stad te laten landen. De afgelopen weken is er via dialoogtafels ruimte gemaakt voor gesprekken met inwoners.
Dit is de start van een zorgvuldig proces dat hard nodig is. Dat blijkt wel uit de vele online reacties, waaruit volgens de klankbordgroep “vaak nog veel onwetendheid en onbegrip blijkt”. De uitgesproken erkenning ligt volgens hen in lijn met dit gevoelige proces en is ‘een mooie eerste stap’.
Toch is er een duidelijk verschil in opvatting tussen de gemeente en de gemeenschap als het gaat om formele excuses. Wethouder Gijsbert van Iterson Scholten gaf eerder in de pers aan dat het college bewust niet voor excuses kiest, omdat dit ‘polariserend’ zou kunnen werken en soms ‘leeg’ kan aanvoelen. Ook klankbordgroeplid Henk Heilbron leek die lijn in een eerste reactie persoonlijk te steunen door te stellen dat excuses ‘geen moetje’ zijn.
In 2023 was er een expositie over de Surinaamse plantage Alkmaar in het Stedelijk Museum Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
De klankbordgroep benadrukt dat zij formele excuses op termijn als een logische vervolgstap ziet, en kan daarmee het ontstane beeld niet bevestigen dat binnen de gemeenschap geen behoefte aan excuses bestaat.
“Ondanks dat de klankbordgroep in haar aanbevelingsbrief niet om excuses heeft gevraagd, hopen de leden wel dat de volgende stap naar formele excuses voor de gemeente op enig moment in dit proces een logische is en andere steden hierin gaat volgen”, stelt de klankbordgroep.
Volgens de groep is de optelsom helder: “Als een beladen verleden goed is onderzocht en vervolgens wordt erkend, dan is de stap naar excuses logisch”. Niet om er definitief een punt achter te zetten of als verplichte formaliteit, maar juist “om met alle Alkmaarders samen op gelijkwaardige en respectvolle wijze verder te kunnen voor een sterkere stad”. (tekst gaat verder onder de foto)
De rol van Alkmaar bij het slavernijverleden viel niet meer te ontkennen na een studie die in maart werd gepresenteerd. (foto: Streekstad Centraal)
De klankbordgroep toont zich constructief. Zij zijn tevreden dat de gemeente enkele adviezen heeft overgenomen voor het vervolg. De in het nieuwe coalitieakkoord opgenomen ‘focusagenda koloniaal slavernijverleden’, waarin de gemeente samen met inwoners het vervolg wil bepalen, noemt de groep een “goed vertrekpunt voor dit doorlopende proces”.
Voor de klankbordgroep is het werk dan ook verre van klaar. Zij hopen op een veel bredere kennisdeling in en buiten het onderwijs. Dat gesprek mag volgens hen niet alleen gaan over de trans-Atlantische slavernij van Afrikaanse en oorspronkelijke bewoners, maar moet nadrukkelijk ook de gedwongen tewerkstelling van contractarbeiders uit India, Java en China omvatten.
Dat dit geen verleden tijd is, onderstrepen de vertegenwoordigers nogmaals. De rijkdom die Alkmaar ten koste van anderen vergaarde, heeft een lange schaduw geworpen. “Dit toont zich in kansenongelijkheid, economische en sociale verschillen, discriminatie en racisme”, besluit de klankbordgroep. “Er is nog veel werk te doen”.