Vrijwilligers van de Ontmoetingskerk in Heerhugowaard krijgen géén kwijtschelding voor de parkeerboetes die tijdens de jaarlijkse rommelmarkt zijn uitgedeeld. Volgens de gemeente Dijk en Waard zijn de bekeuringen terecht gegeven, ook al ging het om een druk bezocht evenement voor het goede doel.
Tijdens de rommelmarkt op 18 april schreven handhavers in totaal negen bekeuringen uit voor foutparkeren. Vier daarvan waren voor vrijwilligers van de kerk zelf. De markt stond dit jaar in het teken van het vijftigjarig bestaan en trok veel bezoekers. Door de drukte stonden meerdere auto’s buiten de parkeervakken of gedeeltelijk op de stoep en in het groen.
Vrijwilliger Esther zag het gebeuren. “Het gaat al jaren goed”, vertelde ze aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Totdat er dit keer ineens handhaving stond. Iedereen rende naar buiten, maar toen waren ze al bezig met bekeuren.”
Volgens de gemeente waren de boa’s niet speciaal voor de rommelmarkt aanwezig. Handhavers waren in de wijk vanwege een andere melding en troffen daarbij de foutgeparkeerde auto’s aan. “Parkeren op de stoep en in het groen is niet toegestaan en kan onveilige situaties opleveren”, laat een woordvoerder weten. Daarom is besloten op te treden. (tekst gaat door onder de foto)
De jubileumeditie van de rommelmarkt in Heerhugowaard werd ontsierd door parkeerboetes. (foto: aangeleverd)
De gemeente sleepte geen auto’s weg. Dat was niet noodzakelijk, omdat de doorgang voor verkeer en hulpdiensten mogelijk bleef. De gemeente zegt wel dat ze helemaal niet op de hoogte was van het evenement. Voor de rommelmarkt zou geen melding of vergunning zijn aangevraagd.
Begin deze week werden in Alkmaar nog raadsvragen gesteld over parkeerboetes voor vrijwilligers. Vrijwilligers die tijdens een kerstactie van Status Quo soep, kleding en donaties afleverden bij een goed doel, kregen daar eveneens bekeuringen. Volgens fractievoorzitter Devon Zwierenberg zou de gemeente juist meer waardering moeten tonen voor zulke initiatieven. “We zijn ertegen in beroep gegaan, maar we kregen geen gelijk. Terwijl ik denk: we kwamen soep overhandigen.”
Voor de bekeuringen in Heerhugowaard geldt wel dat mensen zelf bezwaar kunnen maken als ze het niet eens zijn met de boete. Vrijwilliger Esther heeft daar weinig vertrouwen in. “De gemeente doet er niets mee.”
Volgens haar ontbreekt begrip voor het werk van vrijwilligers en het doel van de markt, waarmee jaarlijks geld wordt ingezameld voor goede doelen. “Het is een oproep tot redelijkheid. Ja, juridisch klopt het misschien, maar kijk ook even naar de situatie. Dit voelt gewoon flauw.” Vrijwilligers kunnen nog bezwaar maken tegen hun boete, maar het is niet duidelijk of dat iets zal veranderen.
De Hoeverweg (N512) tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef wordt volgende week in de avond en nacht afgesloten. De provincie Noord-Holland vernieuwt in deze periode het asfalt van de provinciale weg.
De afsluiting geldt van maandag 11 mei tot en met donderdag 14 mei, dagelijks tussen 20:00 uur en 05:00 uur. Het traject tussen de Kalkovensweg en de Krommedijk wordt afgesloten. Overdag blijft de weg open voor verkeer. Fietsers en voetgangers kunnen tijdens de werkzaamheden wel langs de werkzaamheden.
Het autoverkeer wordt tijdens de afsluitingen omgeleid via omliggende wegen. Verkeer vanuit Alkmaar richting Egmond rijdt via Bergen naar Egmond aan den Hoef. In omgekeerde richting loopt de omleiding via Heiloo.
Voor landbouwverkeer geldt een aparte route, omdat deze voertuigen niet op de N9 mogen rijden. Zij worden via borden geleid langs onder meer de Olympiaweg, Robonsbosweg en Bergerweg. (tekst gaat verder onder de foto)
De werkzaamheden aan de provincialeweg tussen Egmond en Alkmaar vinden ‘s avonds en ‘s nachts plaats. (foto: provincie Noord-Holland)
De reguliere bussen op lijn 165 van Connexxion kunnen op maandag 11 en dinsdag 12 mei ’s avonds en ’s nachts niet over de Hoeverweg. Om reizigers toch te vervoeren, rijden er kleinere taxibusjes. Deze rijden, onder begeleiding van verkeersregelaars, langs het werkvak over het fietspad. Woensdagavond kan de reguliere lijnbus wel weer worden ingezet tussen Egmond en Alkmaar.
De werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van de oude asfaltlaag, het aanbrengen van nieuw asfalt en het aanbrengen van nieuwe belijning.
Weggebruikers en omwonenden met vragen kunnen contact opnemen met het servicepunt van de provincie Noord-Holland via 0800 – 0200 600 of per e-mail via servicepunt@noord-holland.nl. (Hoofdfoto: provincie Noord-Holland)
De blikken gaan omhoog in Castricum, mensen blijven stilstaan om te luisteren naar het duo trompetten dat bovenop de toren van de Dorpskerk bespeeld wordt. Pal naast het prachtig wapperend rood-wit-blauw. Voor Castricummers is dit traditiegetrouw het teken dat vandaag – op 5 mei – de viering van de vrijheid kan beginnen.
Zodra de klassieke militaire voertuigen – die altijd dat speciale bevrijdingsgevoel losmaken – het horecaplein op komen rijden, stroomt het plein zelf ook vol met mensen. Ondanks dat 5 mei dit jaar geen officiële feestdag is, blijkt de opkomst flink.
En dan is een sirene te horen. Die blijkt bij een oude Liberator motor te horen, gevolgd door een stoet hardlopende en in oranje shirts getooide jonge lopers van Atletiekvereniging Castricum. Zij komen het bevrijdingsvuur brengen waarmee burgemeester Ben Tap het vrijheidsvuur zal onsteken. Drie, twee, een! En daarna is het vuur onder luid gejuich ontstoken. (tekst loopt door onder de foto)
Burgemeester Ben Tap ontsteekt onder luid gejuich het vrijheidsvuur in Castricum. (foto: Streekstad Centraal)
Wat volgt is natuurlijk de onvermijdelijke speech. En dat is geen korte, waarschuwt de burgemeester het toegestroomde publiek al van tevoren. Het blijkt uiteindelijk mee te vallen, maar de burgervader heeft duidelijk een boodschap, en die herhaalt hij ook wanneer Streekstad Centraal met hem spreekt.
“Natuurlijk is het een bekende verhaal, maar als we nu gaan denken na 81 jaar, dan weten we het wel, dus we doen het nog maar om de vijf jaar bijvoorbeeld. Dat zou ik een heel slecht idee vinden. De oorlog mag dan wel 81 jaar geleden zijn, maar er gebeurt nu in de hele wereld ook van alles. En de vrijheid en de lokale democratie en de gastvrijheid naar mensen die vluchten voor oorlog en geweld, staat wat mij betreft wel een beetje onder druk.”, laat Tap ons weten. (tekst loopt door onder de foto)
De laatste generatie die de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog uit eerste hand kan horen. (foto: Streekstad Centraal)
Een soortgelijke boodschap krijgen we mee van John Heideman, voorzitter van het comité 4 en 5 mei in Castricum. Hij is ook erg blij met de opkomst. “Je ziet het de laatste jaren. Je ziet die trend. Die is aan het verschuiven. In ieder geval, de animo is groot voor deze viering. En dat is alleen maar goed. Gisteren ook met 4 mei zag je bij de dodenherdenking echt dat er een een hele grote opkomst was. En dat doet je goed”, bevestigt hij.
“Weet je, mensen voelen toch dat er dingen in de wereld aan het veranderen zijn. En we moeten gewoon weer samen meer dingen doen. Want Nederlanders hangen soms een beetje als los zand aan elkaar en gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Maar ik zeg altijd: wees blij dat je wiegje hier heeft gestaan en dat je mag doen en laten wat je wil in dit land. En even wat verder over de grens is het een heel ander verhaal. Dus koester dat.”
Hij sluit daarmee aan bij het verhaal van burgemeester Tap. We vinden het een terechte en mooie boodschap en sluiten ons er bij aan. Vrijheid is nooit vanzelfsprekend.
Muziek, spelende kinderen en gesprekken aan kraampjes: het Bevrijdingsfestival in de Alkmaarse binnenstad trok dinsdag veel bezoekers. Tussen de optredens van onder meer Jett Rebel en Yori Swart door zochten inwoners elkaar op – om te vieren, maar ook om stil te staan bij wat vrijheid betekent.
Op het Canadaplein en de Paardenmarkt werd het in de middag steeds drukker. Kinderen renden heen en weer tussen de stormbaan en panna-kooi, terwijl volwassenen bleven hangen bij de informatiestands of het podium. De sfeer was open, nieuwsgierig en ontspannen.
Bij de stand van de Alkmaarse veteranen draait het om ‘het gesprek’ met een veteraan. Streekstad Centraal knoopt een gesprek aan met Edgar (62), veteraan en reservist. In 1983 werd hij als dienstplichtige uitgezonden naar Libanon. (tekst gaat verder onder de foto)
Veteraan Edgar vertelt het publiek op het Bevrijdingsfestival graag over zijn ervaringen als Unifil-veteraan en reservist. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik was achttien jaar en zat daar ineens een half jaar met twaalf man op een post,” vertelt hij. “Achteraf een goede keuze geweest. Ik ben er een beter mens van geworden.”
De Unifil-missie in Zuid-Libanon stond in het teken van vrede bewaren tussen verschillende partijen in een verscheurde regio. “We waren daar als vredesmacht om partijen een beetje uit elkaar te houden en rust te creëren. We hadden ook het idee dat mensen zich veilig voelden bij ons.”
Het contrast met de huidige wereldsituatie raakt hem. “Als je ziet wat er nu allemaal gebeurt… dan denk ik: waarvoor zijn we daar geweest?”
Toch blijft hij staan op het festival, om het gesprek aan te gaan. “Mensen die vragen hebben over hoe wij dat ervaren hebben, die wil ik dat wel vertellen. Want die missies zijn belangrijk.” (tekst gaat verder onder de foto)
Veteranen in gesprek met bezoekers op het Bevrijdingsfestival in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Een paar kraampjes verder ontstaat een ander soort gesprek. Bij de stand van Alkmaar voor Palestina mogen kinderen zakjes werpen naar planken met kreten als ‘apartheid’, ‘bezetting’ en ‘genocide’. Ook kan er geknutseld worden aan vliegers en ligt er een quiz klaar. De vraag dringt zich op of het passend is om je zo op kinderen te richten met een dergelijk complex geopolitiek onderwerp.
Sandra, die bij de kraam staat, wil wel antwoorden op die kritische vraag. “We willen aandacht vragen voor Palestina en mensen op een laagdrempelige manier kennis laten maken met het onderwerp”, legt ze uit. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij een standje van Alkmaar voor Palestina biedt de organisatie een interactieve manier aan om zich op het thema te richten. (foto: Streekstad Centraal)
Op de vraag of dit onderwerp niet te ingewikkeld is voor kinderen, zegt ze: “Ik vind dat je daar als ouder wel iets over kan zeggen tegen je kinderen.” Volgens Sandra zouden ouders kunnen vertellen dat mensen in Palestina geen vrijheid hebben: “Dat land is bezet, waardoor die kinderen daar geen vrijheid hebben. Daar kan je best met je kinderen over praten, denk ik. Maar dat is niet waar we hier met de kinderen over in gesprek gaan natuurlijk.”
Volgens haar ligt de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij ouders zelf. “Als ouders denken: dit is niks voor mijn kind, dan lopen ze wel door.” We noteren haar antwoord en beloven het oordeel aan de lezers van Streekstad Centraal over te laten. Op bevrijdingsdag is ruimte voor verschillende perspectieven – en aan de bezoeker om daar in vrijheid een eigen mening over te vormen.
Rond 14:00 uur verschuift de aandacht naar een symbolisch moment: de aankomst van het bevrijdingsvuur, waarmee het bevrijdingsfeest officieel wordt geopend. Atletiekvereniging Hylas brengt het vuur traditiegetrouw sinds 2015 in estafette vanuit Wageningen naar Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
De hardlopers die met een estafetteloop het vuur uit Wageningen hebben opgehaald, samen met vrijwilliger Ron Kabel die na een herseninfarct zelf niet meer kan meelopen. (foto: Streekstad Centraal)
Ron Kabel, jarenlang de drijvende kracht achter deze tocht, wordt daarbij in het zonnetje gezet. Dankzij hem komt het bevrijdingsvuur elk jaar langs alle kernen en monumenten in de gemeente.
De estafette verbindt herdenken en vieren, legt burgemeester Anja Schouten uit: “Het wordt aangestoken in Wageningen, waar de vrede getekend werd, en komt dan door de nacht hier het licht in. Het is letterlijk de verbindende schakel tussen 4 mei, het donker, en 5 mei, het vieren in het licht.” (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Anja Schouten en kinderburgemeester Bo Schmidt steken samen het bevrijdingsvuur aan met de vlam die in Wageningen is opgehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Op de Paardenmarkt genieten kinderen ondertussen van optredens van jong talent en activiteiten, terwijl op het Canadaplein het publiek zich verzamelt voor het hoofdprogramma. Tussen de muziek door blijven mensen met elkaar in gesprek – bij stands van onder meer Stichting Truus Wijsmuller, de LHBTI+-gemeenschap en andere organisaties die elk op hun eigen manier het thema vrijheid invullen.
Volgens burgemeester Schouten laat de drukte zien dat Bevrijdingsdag leeft in Alkmaar. “Heel mooi. Je merkt dat het voorziet in een behoefte. Mensen komen voor het vuur, voor de gezelligheid, maar blijven ook luisteren en met elkaar praten.”
En juist dat gesprek is volgens haar de kern van vrijheid: “Vandaag vieren wij de vrijheid. En ik hoop dat morgen iedereen de vrijheid weer een stukje groter maakt. Bijvoorbeeld door een praatje aan te knopen met de buren door gewoon eens bij een discussie te zeggen: ‘We zijn het niet eens, maar laten we een kop koffie drinken samen’. Als we dat allemaal doen, wordt Alkmaar nog mooier.”
De dodenherdenkingen zijn maandagavond overal waardig en met grote betrokkenheid verlopen. Ook bij het monument aan de Dreef in Heerhugowaard was het twee minuten muisstil nadat de Last Post had geklonken. Tussen de aanwezigen viel een groep lopers van atletiekvereniging Hera op. Zij legden bloemen, stonden stil bij de slachtoffers – en maakten zich daarna klaar voor een bijzondere tocht die de brug slaat naar Bevrijdingsdag.
Voor Hera-organisator en hardloopster Margret Does waren de twee minuten stilte ook voor een gesneuveld familielid. Zij is familie van Jan Does, een dienstplichtig militair uit Heerhugowaard die op 20-jarige leeftijd in 1947 sneuvelde in Nederlands-Indië. Zijn portret werd deze avond samen met dat van zes andere oorlogsslachtoffers getoond. Het geeft haar betrokkenheid bij de estafette een extra lading. “Je voelt echt dat je iets doorgeeft,” zegt ze. (tekst gaat verder onder de foto)
Veteranen leggen een krans bij het monument aan de Dreef in Heerhugowaard. (foto: Streekstad Centraal)
Deze nacht zien de lopers van Hera hun bed niet. Nog dezelfde avond vertrekt de groep richting Wageningen. Daar halen zij, samen met sportievelingen uit het hele land, het bevrijdingsvuur op. Hera loopt vanuit Wageningen met twee teams die elkaar de hele nacht afwisselen. “Eén loper en zes fietsers vormen een team. De loper loopt steeds een paar minuten en daarna wisselen we. Na een uur neemt de andere groep het over.
En dat doen we de hele nacht door,” vertelt Does, die dit voor Hera samen organiseerde met Thea Pluister en Johan de Vries. Als we voorstellen dat ze op de foto gaat, wil ze die er ook graag bij hebben. “We coordineren dit voor Hera met zijn drieën.”
Het is een nachtelijke tocht die van alle deelnemers wel wat vergt, maar vooral ook verbindt. “Onderweg loop je samen met allemaal andere groepen die dezelfde kant op gaan. Uit Alkmaar, Langedijk, maar ook uit andere plaatsen. Dan ga je juichen en elkaar aanmoedigen. Het is niet alleen zwaar, het is ook een feest,” zo vat ze de loop samen. (tekst gaat verder onder de foto)
De Dodenherdenking aan de Dreef in Heerhugowaard werd bijgewoond door jong en oud. (foto: Streekstad Centraal)
Die verbondenheid wordt onderweg versterkt door de momenten van stilte. “We gaan langs het militaire ereveld op de Grebbeberg en daar stoppen we even om een kaarsje neer te zetten. Dat doen we eigenlijk bij alle monumenten waar we langs komen,” vertelt Does.
Het vuur dat in Wageningen wordt opgehaald, moet de hele weg blijven branden. Dat geeft de tocht iets spannends, maar ook iets symbolisch. “We krijgen daar een fakkel mee en die steken we aan. Die mag niet uit, dat is het doel. Voor de zekerheid hebben we ook een kaarsje aangestoken in de auto,” zegt ze met een glimlach.
De estafette is allang niet meer alleen een initiatief van één vereniging. Vanuit vrijwel alle plaatsen in de regio doen lopers mee. Samen vormen zij een lange keten die de herinnering aan het verleden verbindt met de vrijheid van nu.
Burgemeester Maarten Poorter van Dijk en Waard was dit jaar bij de Dodenherdenking in Heerhugowaard aan de Dreef, en zag daar de lopers in hun oranje sportkleding vertrekken. Hij spreekt van een mooie en waardige avond met een hoge opkomst. “Dat laat zien hoe belangrijk het is dat we dit samen blijven doen,” zegt hij. Over de estafette is hij duidelijk: “Ik vind het prachtig. Herdenken gaat over in vieren, dat loopt hier naadloos in elkaar over. Ik ben er beretrots op.” (tekst gaat verder onder de foto)
Enkele honderden mensen liepen langs de kransen die waren gelegd bij het monument aan de Dreef in Heerhugowaard. (foto: Streekstad Centraal)
Schouderklopjes vallen haar ten deel als ze zich door het publiek wumt: “Zet hem op! We halen jullie morgen weer binnen”, krijgen de lopers van Hera te horen terwijl ze zich opmaken om richting Wageningen te vertrekken.
Dinsdag worden de lopers feestelijk onthaald in Heerhugowaard op het Stadsplein en op het Raadhuisplein, waar zij kort na het middaguur met het vuur aankomen in Dijk en Waard. In Langedijk komt de loopgroep door Sint Pancras en de andere kernen, tot ze in Oudkarspel zijn. Daar wordt met de vlam ook een bevrijdingsvuur ontstoken.
Voor Margret Does zit de waarde van de tocht juist in die overgang. Van de stilte bij het monument naar de beweging door de nacht. Van herdenken naar vieren. “Het is bijzonder om dat samen te doen,” zegt ze. “Met elkaar, en voor elkaar.”
Vijf scholen in Heiloo werkten eraan mee – en dat is lang niet het enige dat het nieuwste boek van schrijver André Nuyens bijzonder maakt. Samen met leerlingen uit groep 7 en 8 vertelt Nuyens acht oorlogsverhalen, waarvan de helft spelen in de regio. Ze zijn nog waargebeurd ook. “Het zijn ook allemaal verhalen over jongeren en dat is ongewoon.”
De oorlog, dat is vaak het verhaal van volwassenen, en voor kinderen is het ook vaak een verhaal van mensen die nú heel oud zijn, en die ze zelf nauwelijks nog kennen. Nuyens keerde dat om door in zijn boek kinderen centraal te stellen, en door hen zélf te laten meedenken over het boek.
“Voordat ik de kinderen vragen begon te stellen, had ik het verhaal al wel voorbereid”, legt hij zijn methode uit. “Ik ging dan de klas in en zei: jongens, dit heb ik tot nu toe, kunnen jullie helpen?” (tekst gaat door onder de foto)
André Nuyens vroeg aan kinderen uit groep 7 en 8 om mee te denken over zijn oorlogsverhalen. (foto: Streekstad Centraal)
Schoolklassen in Heiloo pakten de draad op waar Nuyens die liet vieren. De kinderen zullen ook aanwezig zijn bij de presentatie van het boek ‘Wit op zwart’, in de bibliotheek van Heiloo, op woensdag 13 mei. Dan is Nuyens er uiteraard zelf ook bij.
De samenwerking van de schrijver en de bibliotheek staat niet op zichzelf, eerder onthulde hij er al een gedenkplaat met een gedicht. Ook daarmee hoopte hij jongeren te betrekken bij de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
“Ik ben zelf van 1948”, vertelt hij in gesprek met Streekstad Centraal. “Van ná de oorlog dus. En het was ook niet zo dat het daar in mijn jeugd nou heel veel over ging. Na de bevrijding wilde Nederland vooral verder. Maar als ik vragen had, dan kon ik die wel stellen.” (tekst gaat door onder de foto)
Struikelstenen in de binnenstad van Alkmaar. Nuyens nam in ‘Wit op zwart’ ook een rondleiding door Alkmaar op. (foto: Streekstad Centraal)
Dan kreeg hij antwoorden uit de eerste hand. Over de St. Jozefschool in Oudorp bijvoorbeeld, over hoe de Duitsers die vorderden – het onderwijzend personeel moest maar zelf een andere oplossing vinden voor de kinderen. Zijn vader was er toen de hoofdonderwijzer: Frans Nuyens.
“Oudorp heeft ook een rol in ‘Wit op zwart’. En Hoorn, waar ik lang gewoond heb”, vertelt Nuyens. Dat persoonlijke, soms autobiografische, dat past ook bij dit boek. En het lokale: “Ik heb het dichtbij gezocht. Dat spreekt het meest aan. Er zitten ook twee wandelroutes in het boek, in Hoorn en Alkmaar.” Zo krijgt het echt een plek.
Belangrijk is voor hem het verhaal van Elias Vlessing. Twaalf was deze joodse jongen toen hij moest onderduiken – even oud dus als de leerlingen met wie Nuyens werkte. Lang bleef hij veilig, in een molen in Broek op Langedijk, maar in 1944 vonden de Duitsers dat onderduikadres alsnog. Verraad.
“Ik heb de leerlingen gevraagd wat zij zouden doen. Je zit in die molen, ziet het bootje komen… Drie van die mannen. Hoe ontsnapt Elias?” (tekst gaat door onder de foto)
De molen in Broek op Langedijk is één van de plekken die in Nuyens’ boek aan bod komen (foto: Quistnix / WIkipedia)
Elias ontsnapte – dat verklappen we wel. Hij overleefde de oorlog, maar zou zijn ouders nooit meer zien. Het is een verhaal dat niet alleen maar somber is, er spreekt ook hoop uit, avontuur – maar de verschrikking van de jodenvervolging, die blijft overeind staan. “Dat heb ik invoelbaar proberen te maken. Dat beknellende, van steeds minder mogen. De angst.”
Daarvoor baseerde Nuyens zich dus steeds op verhalen uit de werkelijkheid. Iets dat hem als schrijver van historische romans ook wel is toevertrouwd. “Feiten zijn feiten, dat heb ik de leerlingen ook uitgelegd. Maar ook al kennen we de feiten, we weten vaak nog niet wat mensen tegen elkaar zeggen op zo’n moment. Als schrijver voeg ik dat toe. Zo probeer ik er een logica in te brengen.”
Moeilijke verhalen gaat hij niet uit de weg. De verraadster Franci Siffels bijvoorbeeld, een verzetsvrouw die wat ze wist doorgaf aan de bezetter – ook zij heeft een rol in ‘Wit op zwart’. Het zijn verhalen ‘die verwarring achterlaten’, erkent Nuyens, maar hij wil laten zien hoe gelaagd het soms kon zijn. Niet alleen zwart, niet alleen wit. Kinderen zoeken die nuance ook, merkte hij tijdens zijn lessen.
“Het is ook niet een boek waarin somberheid troef is. Dat wilde ik niet. Het is juist goed dat er ook iets van hoop uit spreekt. Dit raakt direct aan het trauma dat ons al tachtig jaar bezighoudt. Maar we kunnen het beter doen. Dat maakt het zo belangrijk om deze verhalen te blijven vertellen.”
Stilstaan bij de oorlog, dat doen we op 4 mei bijna allemaal – en ook bijna overal. In de stad, in de dorpen, of thuis voor de televisie. Streekstad Centraal zendt op de avond van deze vierde mei rechtstreeks uit vanaf drie locaties. De verhalen en de plechtigheden krijgen zo de ruimte die ze verdienen.
Veel mensen zullen de plechtigheid zoals die in Alkmaar traditioneel verloopt wel kennen: de samenkomst in de Grote Kerk, de toespraken, dan de tocht naar de Harddraverslaan waar de bloemen worden gelegd. Daar klinkt ook het bekende trompetsignaal, de stilte, het volkslied: het is een ritueel, een vast kader waarin ieder zijn eigen herinneringen en gedachten een plek kan geven.
Hierop volgt in Alkmaar het traditionele defilé. Dit is allemaal ook te volgen op het televisiekanaal van Streekstad Centraal (Ziggo kanaal 42 en KPN kanaal 1504), het YouTube-kanaal en hier, via de website. De uitzending begint om 19:00 uur. (tekst gaat door onder de foto)
Het monument in Stompetoren met op de achtergrond de kerk, waar zal worden nagepraat (foto: Streekstad Centraal)
Ook in De Rijp en Stompetoren volgen de herdenkingen een vast programma. In Stompetoren gaat dat van start bij Brasserie De Buurt, waar de aanwezigen zich verzamelen voor de stille tocht naar het monument aan de Noordervaart. Daarna is er een bijeenkomst in de kerk om na te praten.
In De Rijp is de welbekende kerk het beginpunt, waarna het gezelschap in een stille tocht naar de oorlogsgraven en het monument trekt.
Fragmenten van deze beide herdenkingen zijn ook te zien in de live-uitzending van Streekstad Centraal. Op deze manier kan ook wie niet zélf naar een herdenking gaat, toch deelnemen aan de plechtigheid en stilstaan bij al wat voorafging aan de bevrijding die op dinsdag wordt gevierd.
Op het strand van Egmond aan Zee is zondagavond een levende witsnuitdolfijn aangetroffen. De vondst zorgde voor grote onrust onder strandgangers, die massaal probeerden het dier te helpen totdat hulpdiensten arriveerden.
Wandelaars sloegen alarm nadat zij bij de vloedlijn een spartelend dier zagen liggen. Strandvonder Marco Snijders werd om 20.05 uur gebeld, enkele minuten nadat het dier gevonden was en kwam direct in actie. “Ik vroeg of het dier nog leefde, want dan is het urgent. Dus ik heb actie ondernomen”, vertelt hij.
Al snel bleek het te gaan om een zeldzame witsnuitdolfijn. Omstanders hielpen ondertussen mee door het dier nat en koel te houden met water en doeken, in afwachting van de komst van SOS Dolfijn.
Volgens Snijders verkeerde het dier opvallend genoeg in goede conditie. “Het was een behoorlijk grote. Normaal spoelen bruinvissen aan en vorig jaar spitssnuitdolfijnen. Ik heb er al meerdere weggehaald, maar deze leeft en dat is uniek. Meestal zijn ze dood als ze aanspoelen. Ze zijn vaak aangetast door parasieten, deze was niet beschadigd, ademde goed en was puntgaaf.” (tekst gaat door onder de foto)
Strandvonder Marco Snijders was na de melding snel ter plaatse om de aangespoelde witsnuitdolfijn te helpen. (foto: NH Nieuws)
Met hulp van enkele aanwezigen werd de dolfijn voorzichtig uit de branding gehaald. Daarbij stond het welzijn van het dier voorop. “Het is een zoogdier, hij moet ademhalen”, legt Snijders aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal uit. Het nat houden van de huid was essentieel om oververhitting te voorkomen. “Het beest verzette zich en door de stress kan zijn lichaamstemperatuur te ver omhoog gaan. We moesten ervoor zorgen dat hij niet in de hittestress schoot.”
Niet iedereen op het strand begreep de aanpak. Sommige aanwezigen wilden het dier direct terug de zee in duwen, iets waar Snijders fel op reageerde. “De meeste mensen willen het beest terug in zee duwen. Maar het strandt niet voor niets. Als ze stranden is er iets loos. Die mensen moet je tegenhouden, maar ze worden soms echt agressief. Ze beschuldigen je dat je zo’n beest laat sterven, terwijl we ons uiterste best doen om het te redden. Duw je het terug, dan is er een kans dat het na een paar uur weer strandt. Dan heeft het pas écht stress.”
De witsnuitdolfijn komt weliswaar voor in de Noordzee, maar wordt zelden zo dicht bij de Nederlandse kust gezien. Het dier leeft doorgaans in ondiepere wateren, maar blijft meestal op afstand van het strand. Kenmerkend zijn het stevige lichaam, de gebogen rugvin en de stompe snuit. (tekst gaat door onder de foto)
De aangespoelde witsnuitdolfijn werd met water en natte handdoeken koel gehouden. (foto: SOS Dolfijn)
Langs de Noord-Hollandse kust spoelen wel vaker bruinvissen aan. Dat zijn de meest voorkomende kleine walvisachtigen in de Nederlandse wateren. De vondst van een witsnuitdolfijn is daarom een stuk uitzonderlijker. Opvallend was eerder dit jaar ook de aanwezigheid van een beloega, een witte walvis die normaal in koudere noordelijke wateren leeft. Dat dier werd toen ook voor de Nederlandse kust gespot en trok veel bekijks.
SOS Dolfijn heeft het dier overgebracht naar de opvang, waar het verder wordt onderzocht. Woordvoerder Jeroen Hoekendijk noemt de eerste beoordeling voorzichtig. “Dat is op dit moment nog heel prematuur. Wel zagen we geen verwondingen of verstrikkingen en hij leek ook niet erg mager. In de opvang staat een dierenarts klaar om het dier verder te onderzoeken. Vannacht weten we of het een mannetje of een vrouwtje is, maar onderzoek naar eventuele ziektes kost meer tijd.”
Voor SOS Dolfijn is de komst van de witsnuitdolfijn bijzonder. Het is pas de derde keer dat deze soort in de opvang terechtkomt. Eerdere gevallen liepen minder goed af. “Toen SOS Dolfijn nog in Harderwijk zat hadden we witsnuitdolfijnen Emma en Robbie, die hebben het uiteindelijk niet gehaald”, aldus Hoekendijk.
Ook breder gezien is het een opvallend jaar voor de opvang. “Normaal zien we vooral grijze zeehonden, gewone zeehonden en bruinvissen. Maar dit jaar hebben we al elf verschillende zeezoogdieren gehad, en we zijn pas in mei.”
De kinderen die nú op de basisschool zitten, vormen voor het overgrote deel de eerste generatie die opgroeit zonder grootouders die de oorlog nog hebben meegemaakt. Slechts een enkeling heeft ze nog: opa’s en oma’s die uit de eerste hand kunnen vertellen over ‘die vijf jaar’, waarover een mensenleven lang werd nagepraat. Een speurtocht door de Alkmaarse binnenstad moet die geschiedenis tóch tastbaar maken.
Vier mei: de vlaggen halfstok, de herdenkingen. Ook kinderen krijgen er iets van mee en stellen er vragen over, maar voor velen van hen blijft het abstract. De voedselbonnen van oma, die zien ze meestal niet eens meer. En al die anderen verhalen die families soms voor generaties tekenden worden voor deze kinderen stilaan tóch verhalen van anderen, van verder weg.
Daarbij helpt het niet dat praten over de oorlog, over onvrijheid, over de verschrikkingen van de jodenvervolging – niet voor iedereen vanzelf gaat. “Dit is precies wat wij voor ogen hadden, hier waren we naar op zoek.” (tekst gaat door onder de foto)
Hugo Koeman is behalve van 5 mei ook bekend van ‘Groots Alkmaar’ (foto: Groots Alkmaar)
Dat zegt Hugo Koeman van het 5 Mei Comité Alkmaar. Hij is blij met de laagdrempelige speurtocht die bedoelt is voor basisschoolkinderen, en die tenminste het gesprek opent. “We hebben zo’n idee vroeger ook wel eens gehad, omdat we altijd op zoek zijn naar mogelijkheden om de jeugd erbij te betrekken. Maar hier ben ik alleen op afstand bij geweest, dat is ook wel eens mooi.”
‘Speuren naar Vrijheid’ werd gemaakt door VVV Alkmaar. Het is een wandeling door de oude stad, met daarin opgenomen het beeld van ‘Tante Truus’ en de ‘Struikelstenen’ die zijn te herkennen in de bestrating van onder meer de Oudegracht. Het Canadaplein. De synagoge wordt niet overgeslagen – aan de kinderen de vraag wat dat nou voor letters zijn, boven de deur.
De doelgroep zijn kinderen in groep zes en zeven. Om het belang van de speurtocht te onderstrepen is het boekje officieel overhandigd aan de burgemeester én de kinderburgemeester van Alkmaar. Het idee erachter gaat terug op de viering van 80 jaar vrijheid in 2025.
“Het goede hiervan is dat ze het thema vrijheid terugbrengen naar een plek, gewoon hier in de stad. Een plek waar die kinderen ook zelf naar terug kunnen gaan”, zegt Koeman. “Ik hoop echt dat ze straks denken: daar ben ik geweest, dat is vrijheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Struikelstenen aan de Oudegracht. Ook de Lutherse kerk, op de achtergrond, is deel van de speurtocht (foto: Streekstad Centraal)
Opvallend is dat de speurtocht zich niet tot de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog beperkt. Er zijn ook stops bij de Regenboogbank, bij de Queer Boekhandel. “Vrijheid is van alle dagen”, zegt Koeman daarover. “Prima dat ze het breder trekken.”
Het Namenmonument bij het station wordt dan weer gemist. Dat staat wel vermeld in het formulier, maar is geen onderdeel van de route, die zich tot de binnenstad beperkt. Hierdoor komen het Huis met de Kogel en Victorientje wél aan bod, als verwijzingen naar Alkmaar Ontzet. Een verhaal dat voor de leerlingen ook van een andere tijd is, maar door de vele tradities rond 8 oktober toch niet is vergeten.
“Daar is dit ook voor. Op Bevrijdingsdag wordt het boekje gratis uitgedeeld. Ik vind het leuk dat het echt een speurtocht is. Dat werkt. Ik was laatst met mijn eigen kleinkind in Artis, die had ook zo’n speurtocht – nou, ik heb geen dier gezien”, lacht Koeman, die niet twijfelt aan de toewijding van de jongste generaties.
“Dat is ook vrijheid: elkaar respecteren, vertrouwen hebben. Ik denk echt dat het gebruikt gaat worden en daar ben ik blij mee. Ik ga ‘m zelf ook lopen!”
De bestuurder van een scooter is naar het ziekenhuis gebracht nadat hij ten val was gekomen. Dat gebeurde zondagmiddag rond 14:15 op de UItgeesterweg in Limmen. Opmerkelijk is de hoge leeftijd van het slachtoffer: het zou volgens getuigen gaan om een man van 91 jaar.
Het slachtoffer zou bovendien deelnemer zijn van een rondrit met scooterclub De Kwakel, zeggen getuigen. De man verloor tijdens die rit de controle over zijn scooter en ging onderuit. Het stuk weg, met rood grind, heeft de reputatie verraderlijk glad te zijn, maar onzeker is of dat de oorzaak is van het eenzijdige ongeval.
Ambulancepersoneel heeft het slachtoffer eerst op de plek van het ongeval behandeld. Daarna is de man voor verdere behandeling overgebracht naar het ziekenhuis in Alkmaar. Over de ernst van de verwondingen is verder niets bekendgemaakt.