De N203 tussen Uitgeest en Limmen is niet veilig en wordt ook wel de ‘dodenweg’ genoemd. Verkeer rijdt er nog wel eens te hard en er gebeuren met enige regelmaat ongelukken, waaronder zware frontale botsingen, en bijna-ongelukken. Het afgelopen jaar heeft de provincie onderzoek gedaan naar manieren om de N203 veiliger te maken. Nu is het tijd voor de ontwerpfase.
Vorig jaar heeft de provincie onderzoek laten doen naar manieren om het stuk N203 veiliger te maken. Daarbij zijn bewoners, ondernemers, belangenorganisaties en experts betrokken geweest. Uit het onderzoek kwam als beste oplossing naar voren een flinke verbreding. In een tekening staan een middenberm tussen de beide rijrichtingen, een breder fietspad en bredere bermen.
De komende maanden worden mogelijke oplossingen uitgewerkt. “In een werkgroep denken onder andere bewoners, ondernemers en belangenorganisaties mee”, aldus de provincie. “Daarnaast beoordelen experts van onder meer de provincie en gemeenten de plannen in een adviesgroep.” Alle inbreng moet leiden tot een breed gedragen ontwerp dat het beste voldoet aan de doelen voor verkeersveiligheid, en ook bereikbaarheid en leefbaarheid. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
Tekeningen van de N203 zoals die nu is ingedeeld, en hoe de weg eruit zo moeten gaan zien. (beeld: Arcadis)
Een aantal boeren uitte ruim een jaar geleden al reserveringen. “Elke vierkante meter grond is eigenlijk heilig”, zei boer Harm Terra en zijn buurman beaamde dat met: “Wij kunnen die grond gewoon niet missen.”
Dit voorjaar starten verschillende onderzoeken en gesprekken met stakeholders, zoals grondeigenaren en organisaties in het gebied, laat de provincie weten. “Er wordt onder andere gekeken naar de hoeveelheid verkeer die gebruik maakt van de weg, naar sociale veiligheid en naar de kabels en leidingen die momenteel onder de weg liggen. De verwachting is dat in september een eerste ontwerp van de gekozen oplossing gereed is.”
De provincie zal eind dit jaar een bewonersbijeenkomst houden om het eerste ontwerp te presenteren en uitleg te geven. Daarna wordt plan eventueel nog aangepast. Ergens in 2027 neemt de provincie een formeel besluit voor de herinrichting, waarna inwoners zienswijzen kunnen indienen voordat de knoop echt doorgehakt wordt.
We horen het vaak genoeg: houd rekening met stroomuitval, haal een noodpakket in huis. Maar als het dan echt zo ver is, zullen mensen vooral informatie willen vinden, in de paar uurtjes internet die nog resteren. Dat is in elk geval de verwachting van Kees Verver uit Alkmaar. Die informatie bracht hij samen op een website. “Dat het zo lastig te vinden was, dat triggerde mij.”
Natuurlijk, de website van de gemeente Alkmaar, die bevat een prima algemeen overzichtje, daar is hij ook best tevreden over. Maar dat is maar één van de websites waar mensen op zullen zoeken als de stroom in hun huis het laat afweten. “Het eerste wat mensen zich afvragen is: ligt het nou aan mij, of hebben de buren het ook. Daar begint het mee.”
En de website die laat zien hoe groot een eventuele storing is, of het misschien zelfs een landelijke storing is, dat is wéér een andere. “Die informatie wil ik ook op mijn site hebben. En als dat niet kan, dan geef ik tenminste een directe link. Zodat iedereen in Nederland het kan vinden.” (tekst gaat door onder de foto)
Het netwerk is overal – maar vaak hebben mensen nauwelijks een idee van hoe het stroomnet in elkaar zit (foto: Streekstad Centraal)
Het moet meer dan twintig jaar geleden zijn, toen hij zelf nog in de energiesector werkzaam was. Kees kon wat domeinnamen registreren en koos onder andere voor Stroomuitval.nl. “Maar dat was toen niet een woord dat veel gebruikt werd. De laatste tijd hoorde ik het vaker en vaker en toen dacht ik: dat ga ik dan toch een keer uitzoeken, misschien kan ik er wat mee.”
Het had nog best bij alleen die gedachte kunnen blijven, als het hem vervolgens van een leien dakje was gegaan. Maar dat was dus niet zijn ervaring: “Die site van de gemeente is wel goed, maar veel andere informatie was niet makkelijk te vinden. Waar zit nou welke netbeheerder, daar een overzicht van krijgen… Het zijn allemaal eilandjes, iedereen houdt zijn eigen informatie bij zichzelf.”
En dat het moeilijk was, dát was voor Kees nou net de trigger. Hij beet zich vast in het onderwerp en bewaarde alles wat hij boven tafel kreeg. Zodat hij er toch eens een eigen site mee zou kunnen vullen, voor iedereen in Nederland – langzaam kreeg dat idee vaste vorm. “Ik denk dan ook: als het voor mij moeilijk is, is het voor anderen in elk geval niet mákkelijk. Dat maakte bij mij de drang sterker om ermee verder te gaan.”
Daarbij richt hij zich bewust op een breed publiek. Wat kunnen mensen thuis doen, wat kunnen artsen doen, wat is wijs op scholen… “En mensen met medische apparatuur in huis, waar kunnen die terecht om die apparatuur op te laden? Wie weet dat? Ik hoop die mensen te helpen.” (tekst gaat door onder de foto)
Bij langdurige stroomuitval fungeren brandweerkazernes als steunpunten (foto: Streekstad Centraal)
Van netcongestie tot ‘geplande stroomstoring’, Kees weet er intussen alles van. Al die kennis heeft hij proberen te bundelen op zijn eigen website. Deze zomer lanceert hij die officieel, nu zijn het nog vooral bekenden die hij erop laat kijken. En de lezers van Streekstad Centraal dus.
Commercieel wil hij het niet maken, verklaart Kees. Als er adverteerders op zijn site komen gebruikt hij die inkomsten weer om de site beter te maken en om een breder publiek te trekken. Het ontwerpen en ontwikkelen ervan laat hij over aan een Alkmaars bedrijf, Webproof. “Leuk om het lokaal te houden, vind ik.” Al is zijn site dus gericht op iedereen in Nederland.
Een vraag die hij veel krijgt is of de site wel te bekijken valt als de stroom eruit ligt. “Je hebt dan nog drie, vier uur internet”, is zijn conclusie. “Je moet wel een goed opgeladen telefoon hebben natuurlijk. Mijn idee is juist dat mensen in die eerste paar uur alles in één keer kunnen opzoeken. Dan kun je direct zien waar je moet zijn.”
Natuurlijk hoopt iedereen dat het nooit nodig zal zijn. Ook Kees houdt die hoop. Maar tegelijk ziet hij ook de kwetsbaarheid van een samenleving die alleen maar méér van elektriciteit afhankelijk is. “Daarom verbaasde het mij zo, dat de overheid niet één centrale site heeft gestart. Het raakt ons echt allemaal. Ik bereid mezelf ook voor. Ik heb al een radiootje, wat kaarsen, ik kijk naar een aggregaat… En voor anderen is deze website er dus nu. Ik hoop dat het mensen rust geeft.”
“Het heeft al onze verwachtingen overtroffen.” Leerlingen van het Petrus Canisius College in Alkmaar en Heiloo zamelden vorig jaar tijdens hun jaarlijkse PCC-Actiedag een recordbedrag van rond 30.000 euro in, en daar gingen ze dit jaar dik overheen. Bij elkaar brachten ze liefst 35.408 euro bijeen voor Stichting Villa Joep. Maandag werd het geld symbolisch overhandigd aan Joyce Vermeij, vrijwilliger van de stichting.
Joyce Vermeij was een beetje overweldigd toen ze de symbolische cheques zag die leerlingen van de diverse PCC-vestigingen in hun handen hadden. “Wie weet worden er dankzij jullie inzet over enkele jaren kinderen genezen van neuroblastoom kinderkanker”, zei ze tijdens de feestelijke overhandiging tegen de kinderen. “Met het geld dat jullie hebben opgehaald, kunnen we iets kopen wat je normaal niet kunt kopen, namelijk tijd.”
“Nog teveel kinderen worden niet beter na de diagnose neuroblastoom, en omdat deze ziekte zo weinig voorkomt is er weinig noodzaak voor farmaceuten om medicijnen te ontwikkelen”, zei Vermeij. “Met al het geld dat voor Villa Joep wordt opgehaald betalen we onderzoekers, die duizenden uren doorbrengen in het laboratorium om stap voor stap dichterbij een betere behandeling te kunnen komen.”
PCC-leerling Seven Keijlard die op 14-jarige leeftijd overleed aan neuroblastoom. (foto: aangeleverd)
PCC-bestuurder Hans Nijdeken is supertrots op alle leerlingen die hun steentje hebben bijgedragen. “Jullie hebben allemaal net zo hard gewerkt en we kunnen zien dat het leeft in de school.” Hij haalde daarbij Seven aan, een leerling die in september 2023 overleed aan neuroblastoom. “Zijn vrienden zitten hier nog op school. Zij stonden ook dit jaar in de marktkraam om de door Seven ontworpen kledinglijn te verkopen.”
“We vinden het belangrijk dat jullie meekrijgen om je voor anderen in te zetten, die het moeilijker hebben”, vertelde hij in bredere zin. “Vorig jaar is al een gigantisch bedrag bij elkaar gebracht, we hadden nooit gedacht dat dat kon worden overtroffen. En toch is dat gelukt!”
Natuurlijk hoorde bij de symbolische overhandiging van het geldbedrag een fotomoment. Daarna was het tijd voor een gebakje.
Barbecuen op het eilandje Pannekoek bij Uitgeest zit er voorlopig niet in. Bootjeseigenaren moeten even doorvaren voor een aanmeerplek, want het aanmeerverbod bij Pannekoekeiland in het Uitgeestermeer blijft waarschijnlijk het hele zomerseizoen gelden. Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer laat weten dat het geen groot onderhoud in de planning heeft aan de kade van het populaire recreatie-eilandje.
Eerder werd al bekend dat het verboden is om aan te meren bij het eiland, dat vlakbij de Dorregeestermolen in Uitgeest is te vinden. Ook het betreden van het eiland is verboden. Volgens het recreatieschap verkeert de beschoeiing rondom Pannekoekeiland in slechte staat, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
Op Facebook meldde het recreatieschap dat “veilig recreëren voorop staat” en dat bezoekers daarom wordt gevraagd niet meer aan te leggen bij het eiland. Daarbij wijst de organisatie watersporters op alternatieve aanlegplekken in de omgeving. (tekst gaat verder onder de foto)
Het aanmeerverbod is zodanig opgesteld dat politie en bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) kunnen optreden als mensen toch aanmeren op Pannenkoekeiland. (foto: Streekstad Centraal)
Uit antwoorden op vragen van Streekstad Centraal blijkt nu dat herstel van de kade voorlopig niet op de planning staat. “Het recreatieschap oriënteert zich momenteel op de bestuurlijke toekomst. In afwachting daarvan wordt op dit moment geen geld geïnvesteerd in groot onderhoud of vervanging van de beschoeiing”, aldus het recreatieschap.
De overheden die samen het recreatieschap financieren, koersen af op het opheffen van Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Dat betekent dat het groot onderhoud voor rekening moet komen van de nieuwe beheerorganisatie, waarover nog geen enkele duidelijkheid bestaat. Daarmee kan het nog jaren duren voordat de kade wordt aangepakt. (tekst gaat verder onder de foto)
Dit bordje zal nog wel lange tijd te zien zijn op Pannekoek in Uitgeest. (foto: aangeleverd)
Recreanten zullen daarom het aanmeerverbod nog lange tijd moeten respecteren. Het recreatieschap benadrukt dat het eiland “niet veilig toegankelijk is” en dat mensen wordt afgeraden om aan te leggen.
Om het verbod kracht bij te zetten heeft het bestuur inmiddels een officieel besluit genomen, waardoor handhaving mogelijk is. Daarnaast wordt onderzocht of aanmeren binnenkort ook fysiek onmogelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld met een ballenlijn rondom het eiland. Die maatregel wordt momenteel intern besproken. (Hoofdfoto: aangeleverd)
De bij Egmond aan Zee gevonden witsnuitdolfijn Albi is overleden. Dat laat SOS Dolfijn weten. Het dier spoelde begin deze maand aan op het strand en werd daarna overgebracht naar de opvang in Anna Paulowna. Daar kreeg hij intensieve zorg om uiteindelijk weer terug de zee in te kunnen.
Het overlijden van de dolfijn komt hard aan bij de medewerkers en vrijwilligers van de organisatie. Opvallend genoeg meldde SOS Dolfijn eerder nog dat Albi sinds enkele dagen weer zelfstandig kon zwemmen. Toch bleef de situatie kwetsbaar, omdat gestrande dolfijnen snel kunnen terugvallen.
“Waarbij wij vanochtend nog een bericht posten dat hij zelfstandig aan het zwemmen was, ging het in de middag snel slechter met hem. Zodanig dat hij kort daarna uit zichzelf is overleden”, schrijft de stichting maandag nog op Facebook.
Volgens SOS Dolfijn is het overlijden een grote klap voor het team. “Voor het team en de vrijwilligers komt zijn overlijden dan ook als een shock. We willen iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan het geven van een tweede kans aan Albi.”
De afgelopen dagen kreeg de ruim twee meter lange dolfijn dag en nacht verzorging in het opvangcentrum. Vrijwilligers ondersteunden hem voortdurend in het water en hielden zijn kop boven het oppervlak. Dergelijke dieren lopen na een stranding vaak spier- en orgaanschade op, waardoor zelfstandig zwemmen niet meer lukt en revalidatie noodzakelijk is.
Het lichaam van Albi wordt overgebracht naar de Universiteit Utrecht. Daar zal onderzocht worden wat de gezondheidstoestand van de dolfijn was en waaraan hij uiteindelijk is overleden.
De geplande werkzaamheden aan de Hoeverweg (N512) tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef gaan deze week niet door. De provincie Noord-Holland heeft het werk maandag uitgesteld vanwege de lage temperaturen en de verwachte regen.
Nu de werkzaamheden zijn uitgesteld, blijft de Hoeverweg gewoon open voor verkeer. Ook buslijn 165 van Connexxion rijdt volgens de normale dienstregeling. Eerder was nog aangekondigd dat er in de avonduren taxibusjes zouden worden ingezet om reizigers langs het werkvak te vervoeren.
Volgens de provincie zijn de weersomstandigheden momenteel niet geschikt om nieuw asfalt aan te brengen. Bij te lage temperaturen kan de kwaliteit van het asfalt achteruitgaan, waardoor sneller scheuren ontstaan of delen van het wegdek kunnen loslaten.
Wanneer de werkzaamheden alsnog plaatsvinden, is nog niet bekend. De provincie maakt daar later een nieuwe planning voor bekend.
Weggebruikers en omwonenden met vragen kunnen contact opnemen met het servicepunt van de provincie Noord-Holland via 0800 – 0200 600 of per e-mail via servicepunt@noord-holland.nl.
Van een trein wint je het niet. Toch zijn er genoeg verkeersdeelnemers die het wél proberen: net voor de trein langs de spoorweg oversteken. Een hartverzakking voor de machinist nemen ze op de koop toe én het risico dat ze zelf door de toesnellende trein vermorzeld worden, dat ook. Onder meer in Castricum legde de camera dit gedrag vast.
Spoorbeheerder ProRail gebruikt die beelden nu in een campagne die mensen ervan moet doordringen dat dit écht niet kan. Te zien is de overgang in de Heemstederweg, net buiten Castricum. Een fietser komt aanrijden, ziet de rode lichten – en glipt tóch langs de slagboom.
De trein komt dan ook al meteen in beeld. Op enkele centimeters na mist de dubbeldekker de fiets. Dit had héél anders af kunnen lopen, zoveel is duidelijk. (tekst gaat door onder de foto)
De bewuste overgang zoals hij werd vastgelegd door Google Streetview (foto: Google)
“Dit gaat maar net goed”, erkent ook spoorbeheerder ProRail. Die rode lichten staan er toch echt niet voor niets. Het is voor zowel de spoorbeheerder, als vervoerder NS die dit stuk spoor bedient, zaak dat het gewoon veilig is op het spoor – en dat treinen vrije doorrit hebben.
“Jaarlijks vinden er honderden gevaarlijke situaties plaats op en rond overwegen. Helaas leidt dit ook tot dodelijke slachtoffers. En voor machinisten zijn dit keer op keer traumatische ervaringen”, vervolgt ProRail. “Dit onveilige gedrag moet echt stoppen!”
Op het bewuste stuk spoor geldt een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur. Als een trein zo hard rijdt, bedraagt de remweg 600 meter. Het is dus niet doenlijk om op tijd te reageren op dergelijke capriolen. Reden te meer om hier aandacht voor te blijven vragen. En dat dus met een Castricumse overgang in beeld – het gebeurt letterlijk om de hoek.
De nieuwe campagne richt zich in het bijzonder op jongeren. Want juist die doelgroep neemt vaak grote risico’s, is de ervaring van de spoorbeheerder. Meer informatie over de campagne op de website van ProRail. (hoofdfoto: screenshot ProRail)
Ze prikkelden alle zintuigen: de karakteristieke militaire voertuigen die zondag in een lange colonne de binnenstad van Alkmaar binnenreden. Voorafgaand aan de feestelijke ontvangst door de burgemeester en de ambassadeur van Canada trokken ze door de regio, zodat ze ook in de Egmonden en in Castricum, Limmen en Heiloo goed waren te zien.
Zo ongeveer moet het 81 jaar geleden ook zijn gegaan, toen Alkmaar en omgeving écht werden bevrijd. Niet op 5 mei, maar wat dagen later, op 8 mei 1945. Toen reden de Canadezen de stad binnen – de naam Canadaplein herinnert er nog aan. Op dat plein waren er zondagmiddag extra feestelijkheden rondom de aankomst van de bevrijders.
“Ik wist helemaal niet dat ze dit hier hadden”, reageert een bezoeker van de Alkmaarse binnenstad verbaasd. De tocht was weliswaar aangekondigd, maar niet iedereen had dat bericht bereikt. (tekst gaat door onder de foto)
Liefhebbers bekeken de geschiedenis van héél dichtbij (foto: Streekstad Centraal)
De colonne bestond uit maar liefst honderd voertuigen. Dat betekende dat er een kilometerslange stoet van groene legervoertuigen door de duinen van Egmond trok – daar al een indrukwekkende aanblik. Dat werd alleen nog maar sterker toen de stoet de dorpen bereikte en werd toegejuicht door het publiek langs de weg.
De colonne was live te volgen op de website van de organisatie. Zo hoefde niemand er wat van te missen. Al bij het vertrek, om 9:00 uur in de morgen – het moederdagontbijt was nog maar net op – verzamelden zich de nodige liefhebbers bij De Meent, waar de tocht begon. (tekst gaat door onder de foto)
Uiteraard ging de stoet ook langs de Waag, het icoon van Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
In Alkmaar was de krappe binnenstad soms nog best een uitdaging voor de grote amfibievoertuigen die meereden. Behendig manoeuvreerden de chauffeurs door de bochten. Als het moest ging ie even in de achteruit en dan mooi tussen de geparkeerde fietsen en de paaltjes door.
Het stadhuis was voor de gelegenheid voorzien van een bord ‘town hall’. Burgemeester Anja Schouten wuifde enthousiast. Naast haar de ambassadeur van Canada, Hugh Adsett. Dat gaf extra glans aan de viering van 81 jaar bevrijding. (tekst gaat door onder de foto)
De ambassadeur maakt ook zelf even een fotootje van het spektakel (foto: Streekstad Centraal)
De ambassadeur was zichtbaar onder de indruk. Niet alleen van het mobiele vertoon, maar ook van het enthousiasme waarmee de stoet over werd onthaald, vertelde hij aan Streekstad Centraal. “Ik heb een geweldige dag. Het doet me goed om te zien dat ook na 81 jaar de nagedachtenis aan de vaak jonge Canadezen die destijds vochten voor de bevrijding levend wordt gehouden.”
Ambassadeur Adsett noemde de omvang van de stoet indrukwekkend. “En dat geldt ook voor de hoeveelheid mensen langs de kant!” Om hem heen was de Langestraat volgestroomd met toeschouwers van alle leeftijden.
“Mooi hè, moet je kijken! Zo groot!” De reacties waren inderdáád enthousiast, soms echt verrast. Al waren er ook de toegewijde kenners, die moeiteloos technische details over de oude voertuigen wisten op te lepelen. “Moet je ruiken”, reageerde een kind – die oude motoren hebben toch net even een ander ‘boeket’ dan moderne auto’s. (tekst gaat door onder de foto)
Zó zag het er voor de bevrijders dus ongeveer uit, 81 jaar geleden (foto: Streekstad Centraal)
De bestuurders van de historische voertuigen speelden geen ‘soldaatje’, had organisator Nick Obdam vooraf al gezegd, maar deden wél hun best om iets van die dag 81 jaar geleden terug te brengen.
Het publiek speelde mee met het spel, zwaaide naar de ‘bevrijders’ – maar een enkeling gebruikte zijn vrijheid van meningsuiting. “Verkeerde vlag!” De Amerikaanse ‘Stars and Stripes’ hoorden er niet bij, oordeelde deze toeschouwer, alleen de Canadese vlag was gepast.
Maar wélke Canadese vlag, ook dat bleek nog ingewikkeld te liggen. De bekende roodwitte vlag met het esdoornblad was in de Tweede Wereldoorlog nog niet de officiële vlag van Canada, dus misschien was die ook wel ‘verkeerd’. Veel aanwezigen voerden dan ook de historisch correcte vlag.
Maar de belangrijkste vlag was toch wel het eigen, Nederlandse rood-wit-blauw, de vlag die in die vijf jaren bezetting niet had mogen wapperen. De vrijheid die 81 jaar geleden werd bevochten en nu vaak zo vanzelfsprekend lijkt, díé vierden de Alkmaarders op deze zondagmiddag, en heel de regio vierde mee.
81 jaar en twee dagen was het geleden, een dag om steeds weer bij stil te staan (foto: Streekstad Centraal)
Zelf zijn ze zich er natuurlijk niet van bewust, maar de nestelende ijsvogels in Hortus Alkmaar blijken een kijkcijferkanon. De webcam die op ze is gericht registreert het prille gezinsgeluk van de ijsvogels en vogelliefhebbers kijken graag mee. De webcam biedt een zeldzame kans om deze bliksemsnelle dieren in alle rust te bekijken.
11.000 toeschouwers, in een maand tijd: voor Hortus Alkmaar is het toch ook wel een bijzonder fenomeen. De webcam zorgt niet alleen online voor drukte, ook in de Hortus zelf komen er elke dag wel vogelaars om de helden van het scherm in het echt te zien. Zo zorgen de ijsvogels dus ook voor welkome bezoekers in de kruidentuin.
Een van die bezoekers is Peter den Dikken. Hij is uit Santpoort naar Alkmaar gekomen om de ijsvogels te zien. Voor hem is het fotograferen van vogels een vorm van ontspanning: “Ik kan niet vissen, maar ik kan me voorstellen dat het bij vissen hetzelfde is: je zit een hele tijd te wachten en ineens gebeurt het”, vertelt hij aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
De ijsvogels delen een visje. Op dit soort momenten wachten vogelaars. (foto: Hannie van Hardeveld)
Babs Dohmen is vrijwilliger bij Hortus Alkmaar en kijkt graag mee met de enthousiaste bezoekers. IJsvogels zíjn ook bijzonder, weet ze. “Je ziet ze niet zo vaak, het is moeilijk om ze te spotten. Ze zijn zó snel. Als je er eentje ziet, dan is dat fantastisch.”
Peter komt uit Santpoort, maar Babs ontvangt ook vogelaars van verder weg, uit Friesland bijvoorbeeld. Die hebben dan ‘s ochtends nog naar de webcam gekeken en staan een lange autorit later in de vogelkijkhut van de Hortus. “Ze komen speciaal voor de ijsvogels hiernaartoe.”
De webcam is online te bekijken. De ijsvogels hebben intussen jongen en het is de verwachting dat de jongen de komende weken uit zullen vliegen.
Wanneer Johannes Souwerbren een rondleiding op de ‘Bulgia’ geeft, wordt meteen duidelijk hoeveel liefde hij heeft voor het Zeekadetkorps Alkmaar. Terwijl hij enthousiast vertelt over het schip en het korps, geeft hij bezoekers tijdens de open dag een kijkje in alle hoeken van het 36 meter lange schip aan het Ringersplein.
“Ik ben hier zelf begonnen toen ik 14 was”, vertelt Johannes glimlachend. “En ik ben eigenlijk nooit meer weggegaan. Het is zo leuk om lekker bezig te zijn. En je maakt hier echt vrienden voor het leven. Ik ben hier echt helemaal op mijn plek.”
Tijdens de open dag krijgen bezoekers zaterdag een kijkje achter de schermen van het leven als zeekadet. Rondleidingen, meevaren en kennismaken met het schip staan centraal. Volgens Johannes draait het bij de zeekadetten om veel meer dan alleen varen.
Johannes (links van de boei) is commandant van het Zeekadetkorps in Alkmaar, en doet dat zichtbaar met veel plezier. (foto: Streekstad Centraal)
“Bij de zeekadetten houden we ons bezig met alles op en rondom ons schip”, legt hij uit. “Dan moet je denken aan onderhoud, koken, noem maar op. Het is hier allemaal erg vrijblijvend, maar we proberen de kadetten wel echt dingen mee te geven en te leren.” (tekst gaat door onder de foto)
Iedere zaterdag komt de groep samen op de ‘Bulgia’. Van elf uur ‘s ochtends tot half vijf in de middag zijn de jongeren bezig met allerlei werkzaamheden aan boord. “Dan werken we in de machinekamer, houden we ons bezig met onderhoud en maken we vaak ook een lunch in de kombuis.”
Volgens Johannes krijgt iedereen daarbij de ruimte om zelf te ontdekken wat hij of zij leuk vindt. “De een vindt koken leuker, de ander is liever bezig aan de voorkant van het schip. Dat mogen ze allemaal zelf aangeven.”
Naast varen en techniek leren de jongeren ook samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. “Het is een leuke vrijetijdsbesteding, maar ze moeten ook genoeg zelf doen”, vertelt Johannes. “Tijdens tripjes maken ze zelf hun bed op, ruimen ze kamers op, helpen ze met de trossen, aan het roer en met koken. Ze draaien echt volop mee.” (tekst gaat door onder de foto)
De zeekadetten leren tijdens de dagen waarop ze samenkomen alles over het schip, varen, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Johannes is het zeekadetkorps dan ook moeilijk te vergelijken met een gewone hobbyclub of sportvereniging. “Het is niet zoals voetbal waarbij je even een wedstrijd speelt en daarna weer naar huis gaat”, vertelt hij.
“Je bent hier echt samen bezig en iedereen draagt verantwoordelijkheid. Mensen denken soms aan scouting, maar dat is het absoluut niet. Natuurlijk werk je samen en leer je dingen, maar hier draait alles om het schip, varen en het leven aan boord. Dat maakt het juist zo uniek. En we hebben geen groepen, maar bij ons werken kinderen van alle leeftijden samen.”
Af en toe verlaat de ‘Bulgia’ ook de Alkmaarse wateren voor langere reizen. “Binnenkort hebben we een tiendaags zomerkamp”, vertelt Johannes enthousiast. “Dan gaan we echt op reis en slapen we allemaal op de boot. Dat is altijd een hele leuke ervaring.” (tekst gaat door onder de foto)
In de machinekamer van de ‘Bulgia’ is de leeftijd van het schip op sommige plekken goed zichtbaar, al zijn hier en daar ook moderne onderdelen toegevoegd. (foto: Streekstad Centraal)
Dat alles gebeurt op een schip dat inmiddels flink wat jaren meegaat. Terwijl Johannes verschillende technische onderdelen laat zien, vertelt hij dat onderhoud daarom belangrijk blijft. “Zoals je hier ziet is de aansturing hier en daar ook oud, maar je ontkomt er niet aan om af en toe iets te moderniseren. Soms heeft iets echt z’n tijd wel gehad.”
Toch blijft voor hem vooral de sfeer aan boord het belangrijkste. “We geven de kinderen kennis mee over het schip en informatie die ze later eventueel kunnen gebruiken als ze besluiten te gaan varen. Maar het hoeft niet. Het gaat ons vooral om lol maken. En als ik op zo’n zaterdag om me heen kijk, zie ik ook echt dat dat lukt.”
Na een open dag merkt het korps vaak direct meer belangstelling. “In de weken daarna krijgen we vaak wel wat meer aanmeldingen”, zegt Johannes. “Dat is altijd leuk meegenomen.”