Achter de schermen zijn de voorbereidingen voor de bouw van een nieuwe buurt aan de Picassolaan in Alkmaar in volle gang. Inmiddels is de sloop van de bestaande bebouwing gegund aan GP Groot en is een startdatum geprikt. Het terrein wordt op dinsdag 28 april aan het Alkmaarse sloop- en recyclingbedrijf overgedragen. Na inventarisatie start de werkelijke sloop.
De bestaande gebouwen komen uit de jaren ’60. Het complex was gebouwd als opvanglocatie en fungeerde tot 2017 als AZC onder de naam ‘De Vluchthoef’. In 2022 kocht de gemeente Alkmaar het complex aan de Picassolaan om er een nieuwe woonbuurt voor in de plaats te laten bouwen. Intussen kon het worden gebruikt als opvangcentrum voor Alkmaarse en Castricumse statushouders en Alkmaarse spoedzoekers. Sinds 1 juli 2024, drie maanden voorbij de officiële deadline, staat het complex leeg, doordat Castricum zijn zaakjes niet op orde had.
Op aandringen van de omwonenden is het oorspronkelijke plan iets verkleind naar 320 tot 340 woningen, met getrapte en iets gedraaide hoogbouw voor een minder massaal aangezicht. De buurt wordt groen en de Picassolaan wordt opnieuw ingericht. Het aandeel sociaal is 36 procent, gelijk verdeeld over huur en koop. De rond zestig huur- en veertien middenhuurwoningen komen onder de hoede van Woonwaard. (tekst gaat verder onder de foto)
Schetsontwerp van de nieuwe buurt aan de Picassolaan in Alkmaar. (ontwerp: Faro)
Maar voor er gebouwd kan worden, moet er worden gesloopt. GP Groot won de aanbesteding vanwege de beste prijs-kwaliteitverhouding, inclusief de manier waarop het bedrijf circulair sloopt. Het terrein wordt op dinsdag 28 april overgedragen aan GP Groot. De sloop start al vlot na inventarisatie van de materialen en de asbestsanering en duurt naar schatting ongeveer zestien weken. De bouw van de nieuwe buurt start naar verwachting halverwege 2027.
De omgeving wordt actief betrokken en geïnformeerd over de sloopwerkzaamheden. Zo organiseren de gemeente en GP Groot begin mei een bijeenkomst voor omwonenden over het werkproces en de planning. Tijdens de sloop worden updates via de BouwApp gegeven en blijft de aannemer bereikbaar voor vragen. (foto: Google)
De bouw van de nieuwe wijk aan de oostkant van Noord- en Zuid-Scharwoude staat onder druk. Netbeheerder Liander weet namelijk niet zeker of er op tijd stroom beschikbaar is. De eerste huizen moeten eind 2026 al gebouwd moeten worden om een belangrijke subsidie van het Rijk niet mis te lopen.
De nieuwe wijk gaat Doesenburg heten en krijgt 637 woningen. De naam verwijst naar het oude Doesenpad en de vroegere Doesensloot. Door de wijk komt een route voor fietsers en wandelaars, als knipoog naar hoe het gebied vroeger was.
De gemeente heeft geld gekregen van het Rijk om sneller woningen te bouwen, vooral betaalbare huizen. Maar daar zit wel een harde eis aan: de bouw moet nog dit jaar beginnen. Omdat de stroomvoorziening mogelijk niet op tijd klaar is, wordt gekeken naar een andere aanpak.
De huizen zouden in die plannen dan eerst afgebouwd worden en pas later aangesloten op gas, water en elektriciteit. Dat is nogal anders dan normaal, maar zo loopt het project geen vertraging op, is de gedachte. (tekst gaat door onder de foto)
Zo moet de nieuwe wijk Doesenburg eruit komen te zien. (Illustratie: gemeente Dijk en Waard)
De plannen voor de inrichting van de wijk zijn inmiddels klaar. Het wordt een buurt waar wandelen en fietsen centraal staan. De wegen worden bewust wat smaller gemaakt, zodat auto’s er langzamer rijden. Daardoor blijft er ook meer ruimte over voor groen. Langs de paden komen zogeheten wadi’s: groene stroken die regenwater opvangen. Tegelijk zorgen ze ervoor dat er niet in de berm geparkeerd wordt.
Ook komen er veilige oversteekplekken naar de omliggende buurten. Op de Oostelijke Randweg wordt nog gekeken naar extra maatregelen om het verkeer af te remmen, zoals drempels of verhoogde kruispunten. De rotonde bij de Langebalkweg blijft zoals die is. Wel komt er een nieuwe kruising bij de Karekiet en krijgt de weg een lichte bocht, zodat auto’s ook daar minder hard rijden.
Verder komt er een extra riool langs de Oostelijke Randweg. In de buurt zijn al langer problemen met grondwater, en dit moet helpen om dat te verbeteren. Tot slot wil de gemeente beter kijken naar wat jongeren nodig hebben in de wijk. Ook komt er extra aandacht voor veiligheid, zodat iedereen zich er prettig voelt.
Schijn bedriegt. Het orgel van de Dorpskerk van Grootschermer ziet er prima uit vanaf de vloer, maar er is behoorlijk wat mis. Ingezakte en scheve orgelpijpen, slijtage op allerlei plekken, lekkende naden. Het orgel uit 1864 moet worden gerestaureerd en het was even schrikken toen de offerte binnenkwam. Alweer moet worden gezocht naar gulle gevers.
Als Streekstad Centraal bij het Dorpskerkje aankomt wacht daar een klein ontvangstcomité. Midden op het podium nemen we plaats met Cor Thomas en Marie-France Colin, voorzitter en secretaris van de Stichting tot Behoud en Exploitatie van de Dorpskerk Grootschermer, en orgelmentor Kees van ‘t Hoenderdal. Thee en koekjes erbij. Met de jassen aan wat het is fris in de kerk.
Toen het kerkje zijn religieuze functie in 1992 verloor, kocht de stichting de dorpskerk van de gemeente voor 1 euro. De kosten voor behoud waren nooit echt een probleem, totdat er scheuren in de muur verschenen en in 2022 bleek dat de fundering achterin de kerk hersteld moest worden. Een dure grap – waarbij ook grafzerken tijdelijk weg moest, vertelt Cor Thomas. “Dat kostte rond 350.000 euro.” (tekst gaat verder onder de foto)
Renovatie van het pittoreske Dorpskerkje van Grootschermer heeft een paar jaar geleden al heel veel geld gekost. (foto: Streekstad Centraal)
De provincie, gemeente en een aantal fondsen legden veel geld in, maar voor een flink deel kwam het aan op eigen initiatieven. “Zo hebben we hier een veiling gehad en in één avond 23.000 euro opgehaald”, zegt Thomas met enige trots. Grootschermer heeft net iets meer dan 700 inwoners. “Maar in het zaaltje waren er misschien 100 aanwezig”, vult Marie-France Colin aan. “Ja, dat is een aanzienlijk bedrag. Het toont wel aan dat het heel erg leeft in het dorp om de kerk te behouden.”
Ondertussen werd duidelijk dat het orgel gerestaureerd moest worden, net als bij de buren in Noordeinde. Toen orgelmentor en organist Kees van ‘t Hoenderdal het orgel bespeelde, merkte hij dat het niet goed meer was. “Toen hebben we Firma Flentrop ingeschakeld en die kwam met een offerte van 90.000 euro. Ja dat was wel een schok.” (tekst gaat verder onder de foto)
Van links naar rechts Orgelmentor Kees van ‘t Hoenderdal, Marie-France Colin en Cor Thomas. En thee met koekjes! (foto: Streekstad Centraal)
“En daarbij komt dat we in 2024 en in 2025 een subsidieaanvraag bij de provincie hebben ingediend en die zijn afgewezen omdat er geen geld meer in het potje zat”, neemt Thomas weer over. “En die offerte is uit 2024, dus heb je nog indexatie én je moet een externe orgeladviseur inhuren om subsidie te krijgen, en die rekenen 2 procent van de prijs.”
Een ton hoest een toch vrij kleine stichting natuurlijk niet zomaar even op. Temeer omdat het in het najaar al behoorlijk in de buidel heeft moeten tasten voor een reguliere schilderbeurt. Colin: “Dat kostte alleen voor de toren al 40.000 euro.”
Het onderhoud wordt bekostigd met overheidssubsidie, verhuur, optredens en diverse evenementen. “Zo hebben we de Muziekfietstocht op Tweede Pinksterdag samen met de kerken van Schermerhorn, Stompetoren en Noordeinde. Nou vorig jaar stond het tot aan de deur helemaal vol. Het is heel erg leuk dat er zo veel animo voor is.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Muziekfietstocht, hier in de Noordeinder Vermaning. (foto: aangeleverd)
Wat is er dan allemaal mis met het orgel? Kees van ‘t Hoederdal neemt over. “Kijk, die grote pijpen zakken aan de onderkant, waar het taps toeloopt, een beetje in. Dat metaal is een beetje moe”, zegt hij terwijl hij naar boven wijst. Een aantal moet hersteld worden. “En in het orgel zit een heel bed, zo noem ik het maar, waar alle 550 pijpen (!) in staan, dat gaat er helemaal uit.”
We klimmen via een smalle, steile trap naar het orgel om alles van dichtbij te bekijken. Al snel valt op dat een paar toetsen niet best meer is, maar dat is volgens Van ‘t Hoederdal zo hersteld. “En kijk, bij de voetpedalen zitten viltjes als demping, en die zijn allemaal te dun geworden.” De orgelmentor laat wat klanken horen. Vooral het weer loslaten van de voetpedalen levert daarbij een luide ‘klak’ op van hout op hout. “Dat wil je natuurlijk niet.” Maar goed, viltjes kosten ook niet veel. (tekst gaat verder onder de foto)
De kleinere metalen pijpen binnenin het orgel van de Dorpskerk van Grootschermer. (foto: Streekstad Centraal)
Andere kant van het orgel laat Van ‘t Hoenderdal de binnenkant zien. Er staat een tiental pijpen – de ‘trompetten’ – scheef. “En kijk daar, dat zijn rechthoekige houten orgelpijpen, eigenlijk gewoon plankjes tegen elkaar geplakt, en er laten naden los. En er zitten kleine scheurtjes in het hout. Dan moet je de toets langer ingedrukt houden, duurt het langer voordat hij op spraak komt.”
Maar er lekt vooral lucht uit het orgelpijpenbed. De pijpen staan in een houten bord, met daaronder verschuifbare latten met luchtopeningen. Voor de diverse toonregisters kan de organist latten verschuiven, en zo de luchttoevoer naar sets pijpen openen of sluiten. Die latten liggen op afgesleten plakjes kunststof, en dat levert speling op. Bij elkaar lekt er te veel lucht weg. (tekst gaat verder onder de foto)
Koen van ‘t Hoenderdal vertelt enthousiast over ‘de grote jongens’ in het orgel van de Grootschermerse dorpkerk (foto: Streekstad Centraal)
“Als je veel pijpen tegelijk aanstuurt, dan zakt de luchtdruk weg. Zeker als ik twee of drie voetpedalen indruk.”, licht Koen van ‘t Hoenderdal toe. “Als je dat lang volhoudt, dan ‘stikt’ het orgel.” Maar kan je de luchtdruk niet gewoon opvoeren? “Dat zou in theorie kunnen, maar dan ben je het lekken aan het compenseren. Dat is de wereld achterstevoren. En een beetje orgelkenner kan dat horen.”
Verder is een deel van de pijpen open en daarom vies geworden van binnen. “Daardoor kan het metaal gaan oxideren.” Van ‘t Hoenderdal hoopt dat een schoonmaakbeurt volstaat. “Maar hopen dat het allemaal dan weer oké is.”
En dat was dan de toer langs het orgel. De luchtcompressor en het licht gaan uit, en we klauteren weer naar beneden. Na nog wat foto’s bedanken we Cor Thomas, Marie-France Colin en Koen van ‘t Hoenderdal dat ze uitgebreid de tijd voor ons hebben genomen. Al deden ze dat natuurlijk ook uit belang van het orgel. Thomas besluit lachend: “We willen gewoon geld hebben!”
Mensen komen er uit noodzaak, maar iedereen verdient ook wel ‘ns lekkere luxe. Vanuit die gedachte deelt de Voedselbank Alkmaar e.o., samen met Rotary Alkmaar-Bergen, ter gelegenheid van Pasen goed gevulde kratjes met nét even wat andere boodschappen uit. Een van de vrijwilligers die ze vulde was deze week de bekende schrijfster Simone van der Vlugt.
“Klopt, ik ben er kersvers bij”, reageert Van der Vlugt als Streekstad Centraal haar hierover belt. Ze is natuurlijk vooral bekend als schrijfster, maar ze is ook de nieuwe ambassadeur van de Voedselbank Alkmaar en omgeving. “Het laatste wat ik wil is dat dat nieuws de actie van Rotary Alkmaar-Bergen overschaduwt”, relativeert ze meteen. Want die is echt wel bijzonder: “Ze doen dat nu voor het derde jaar op rij en daar zijn we echt heel dankbaar voor.”
Het gaat dan ook om een behoorlijk bedrag, laat Ronald Nordemann van de Rotary weten. De totale sponsorwaarde van de Paasactie is 19.500 euro. Boodschappen zijn nu eenmaal duur, ziet ook de Rotary. (tekst gaat door onder de foto)
Vrijwiligers vullen de kratten – een van hen is Simone van der Vlugt (foto: aangeleverd)
Het uitgangspunt is een bedrag van 75 euro per pakket. Die Paaspakketten mogen dus écht wel een beetje luxe zijn. “Chocolade en slagroom”, noemt Van der Vlugt als voorbeelden. “En een paasstol. Roomboter.”
Dat is luxe die voor gezinnen die afhankelijk zijn van de Voedselbank echt wel uitzonderlijk is. Het geeft extra glans aan het Paasweekend. En aan nog een ander dagje ook, want voor gezinnen zijn er ook waardebonnen om een keer naar McDonalds te gaan. Ook een uitstapje dat voor deze gezinnen bepaald niet standaard is.
“Mensen die na aftrek van de vaste lasten nog maar 335 euro per maand overhouden, die komen in aanmerking voor de voedselbank’, legt Van der Vlugt uit. “Dat kan ook tijdelijk zijn. Maar er is een groep van zo’n 700 mensen in Alkmaar en omgeving voor wie dit permanent is. Ik vind dat toch veel.” (tekst gaat door onder de foto)
Van der Vlugt tussen haar collega’s van de Voedselbank Alkmaar e.o. (foto: aangeleverd)
Van der Vlugt heeft het zelf goed, benadrukt ze. Juist daarom wil ze iets dóén. De Voedselbank is dan ook geen onbekende plek voor haar. “Ik kom er de laatste jaren ook om boeken weg te geven. Die kunnen ze dan doorgeven aan mensen die graag lezen. Of ze verkopen ze en gebruiken de opbrengst weer voor boodschappen”, legt ze uit.
Als verhalenverteller prikkelt haar ook het verhaal van de voedselbank. Van vrijwilligers die er tijd voor maken, steeds weer, die zich blijven inzetten voor anderen. Ze hoopt dat meer mensen zich in het onderwerp verdiepen.
Omdat ze er tóch al geregeld was, vroeg Teresa Hwan, bestuurslid én secretaris van de Voedselbank, de schrijfster of ze het zou zien zitten om ambassadeur te worden. “Ik heb ja gezegd. Het zit wel in mijn dna om iets te willen doen dat góéd is… Daarom was ik er ook bij toen de kratten werden gevuld. Maar dan kom ik niet alleen om foto’s te maken. Dan wil ik wel een handje kunnen meehelpen. Ook als we allemaal iets kleins doen, heeft dat écht zin.”
Voorbeeld van een feestelijk Paaspakket (foto: aangeleverd)
Goede Vrijdag, goed doel. Zoals ieder jaar organiseerde het Petrus Canisius College in Alkmaar en Heiloo een PCC-Actiedag om geld in te zamelen voor een goed doel. Dat is nu voor de tweede keer Villa Joep, een stichting die strijdt tegen neuroblastoom, een zeldzame en agressieve vorm van kanker die jonge kinderen treft. De teller inmiddels op iets meer dan 26.000 euro. “Waanzinnig, het is echt waanzinnig.”
De oudste leerlingen van PCC Lyceum in Alkmaar waren donderdag al in actie gekomen. “De eindexamenkandidaten hebben de veertigste editie van de Volleybalmarathon gehouden”, vertelt Gemma de Vries van het PCC. “Dat doen ze altijd met de meest fantastische outfits, waar ze ook een originaliteitsprijs kunnen winnen. Ze hebben van negen uur ‘s ochtends tot negen uur ‘s avonds gevolleybald.”
“De eerstejaars van PCC Lyceum hebben vandaag een markt georganiseerd waarop ze van alles verkochten, bijvoorbeeld armbandjes, muffins en ook plantjes of paaseitjes”, gaat Gemma verder. “Ze deden ook een bingo en grappige quizjes, zoals het moeten raden van het aantal jellybeans in een pot. Had je het goed, dan won je de pot. De kinderen waren allemaal heel enthousiast, en de markt was ook heel druk bezocht.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het is gezellig druk op de benefietmarkt van PCC Lyceum tijdens de PCC-Actiedag. (foto: PCC)
“Per klas deden ze ook activiteiten. Eén klas ging bowlen, een andere klas ging naar de Hoornse Vaart om in het 50 meterbad zo veel mogelijk baantjes te zwemmen. Er was ook een klas die om de Hoornse Vaart heen ging skeeleren. Daar heeft Ollie, de mascotte van Villa Joep, ook aan meegedaan.”
Bij PCC Heiloo deden de kinderen allerlei challenges – een heel lijstje met uitdagingen – zoals de Wallsit Challenge. Daarbij moet je zo lang mogelijk in een zithouding tegen de muur aan leunen. Het record was drie minuten, dat is best veel! Ollie deed daar ook mee en die hield maar een minuut vol haha”, vertelt Gemma enthousiast. “Ja en dan was er verder bijvoorbeeld nog een mattenrace, waarbij tweetallen met twee matjes naar de overkant moesten komen, en bekertjes omdraaien terwijl je tegelijkertijd ook een ballon omhoog houdt. En dan was er nog een groep die ging voetballen bij de atletiekbaan.” (tekst gaat verder onder de foto)
Eén van de Alleskunnerspelletjes bij PCC Fabritius: met zijn vieren tegelijk touwtjespringen. (foto: PCC)
“De leerlingen van PCC Fabritius hielden de ‘Alleskunnerspelletjes’, dat zijn allemaal grappige spelletjes zoals met zijn vieren touwtjespringen, allemaal uitdagingen met een wedstrijdelement”, zegt de PCC pr-vrouw. “En ze hebben het nieuwe pannaveld in gebruik genomen. Het was overhal sfeervol en de kinderen deden enthousiast mee. Ze zaten er lekker in, zeg maar, dat was echt leuk om te zien.”
Eén school is nog niet aan de beurt geweest, dat is PCC Oosterhout in Alkmaar. De leerlingen zullen op 21 april een strandloop gaan houden. “Zij hebben hun aftrap op 8 april”, legt Gemma uit. “Daar zal ook een van de vrijwilligers van Villa Joep bij zijn, een moeder die een zoontje met kinderkanker had. Maar hij is genezen, kreeg hij onlangs te horen. Dat komt niet vaak voor. Die moeder was ook bij de aftrap voor PCC Heiloo. Ze vertelde zijn verhaal en liet foto’s zien. Dat zijn best wel heftige beelden. Dat maakte héél veel indruk, ze waren allemaal muisstil.”
Het PCC steunt Villa Joep drie jaar lang. De keuze voor deze stichting heeft te maken met Seven Keijlaard. Hij zat op het PCC maar overleed in september 2023 op 14-jarige leeftijd, drie jaar nadat hij de diagnose neuroblastoom kreeg. Dat had veel impact op de school. (tekst gaat verder onder de foto)
De 24Seven marktkraam bij PCC Lyceum. (foto: PCC)
Seven liet trouwens een kledinglijn na met een door hemzelf ontworpen logo. Op de markt van PCC Lyceum verkochten zijn ouders en andere vrijwilligers 24Seven kleding en dat leverde 700 euro op voor Villa Joep.
De totale opbrengst is op het moment van schrijven 26.020 euro. Tijdens het schrijven is er nog zo’n 40 euro bij gekomen, dus goede kans dat de 30.000 euro van vorig jaar dit jaar overtroffen wordt.
De Alkmaarse kaasdragers lopen dit jaar rond met fonkelnieuwe hoeden. En wie dat even had gemist kon er afgelopen vrijdag echt niet omheen, want alle kaasdragers werden uitgebreid gecontroleerd door kaasvader Willem Borst. Het was immers de tweede kaasmarkt van het seizoen en dat betekent: kledinginspectie!
Een lange rij kaasdragers stelt zich op, gegroepeerd op de kleur van het veem – de groep – waar ze bij horen. Dat duurt wel even, kaasdragers zijn niet de meest volgzame types en hebben nog wel eens last van een eigen wil. Maar de strakke sturing van de man met de unieke oranje hoed – de kaasvader – zorgt toch voor het gewenste resultaat.
En dan wordt gecontroleerd. Is de kleding netjes wit. Met een witte onderbroek en sokken er onder. Een zwarte riem en schoenen. En zijn die schoenen wel gepoetst? Eén voor één komen de kaasdragers aan de beurt. Hier en daar volgt kritiek. Maar wat bij iedereen de inspectie met vlag en wimpel doorstaat is die mooie nieuwe gekleurde hoed. Een belangrijk en zeer herkenbaar onderdeel van het kaasdragersuniform.
De inspectie is streng. “Kijk maar kaasvader, ik heb echt een witte onderbroek aan!” (foto: Streekstad Centraal)
De hoeden zijn er in de vier kleuren van de vemen. Geel, rood, blauw, groen en natuurlijk is er één oranje hoed. En oh ja, een paar witte. Sinds dit seizoen allemaal strak in de lak en opvallend fris. Het lijkt niet bijzonder, een nieuwe hoed. Maar dat de kaasdragers nu allemaal dezelfde hoed dragen is helemaal niet ‘normaal’, het is eigenlijk voor het eerst dat zoiets gebeurt.
Want achter die ogenschijnlijk simpele oude strohoeden gaat soms een wereld aan verhalen schuil. Neem bijvoorbeeld kaasdrager Jette de Vries, die maar liefst vijftig jaar met dezelfde hoed liep. “Die was al oud toen ik ’m kreeg,” vertelt hij. “Minstens honderd jaar. En alles wat je ziet, zijn eigenlijk reparaties.”
Die oude hoeden hebben wat meegemaakt. Ze reisden de halve wereld over – zelfs maandenlang naar Japan – waar ze zestien jaar lang dagelijks van ’s ochtends tot ’s avonds werden gedragen door de Alkmaarse kaasdragers. Wind, regen, valpartijen: het liet allemaal zijn sporen na. “Hij waaide nog wel eens af, en dan zat er weer een deuk in,” klinkt het nuchter.
Nu ‘achteloos’ op een emmer liggend, maar 100 jaar of meer in gebruik geweest en vele, vele malen overgeschilderd: mogelijk de oudste hoed in het Gilde van de Alkmaarse Kaasdragers. (foto: Streekstad Centraal)
En toch werden ze niet vervangen. Nee, ze werden geschilderd. En nog eens geschilderd. En nog eens. Tot sommige hoeden zo zwaar waren dat je er – zoals een kaasdrager lachend opmerkt – “iemand mee dood kan slaan.”
Want dat was lange tijd de realiteit: iedere kaasdrager regelde zijn eigen hoed. De één liep met een erfstuk, de ander met een toevallig passend exemplaar van een collega, en weer een ander met een zelf gekochte variant. Oude foto’s laten zelfs zien dat vóór 1922 iedereen gewoon zijn ‘beste zondagse hoed’ droeg.
Kaasdrager Daan Vrees was vorig jaar wel klaar met zijn oude hoofddeksel en verscheen vorig jaar met een nieuw exemplaar. Lichter, comfortabeler en – misschien nog wel belangrijker – een stuk minder gehavend. Dat bleef niet onopgemerkt. “Toen ze dat zagen, dachten ze: dit moeten we voor iedereen regelen,” vertelt hij. (tekst loopt door onder de foto)
Links Jette de Vries (De bougie), rechts Daan Vrees (De Jockey). Dankzij Daan hebben de kaasdragers nu allemaal een nieuwe hoed. (foto: Streekstad Centraal)
En zo geschiedde. Het gilde ging aan de slag, de gemeente hielp mee en uiteindelijk kregen alle 42 kaasdragers een nieuwe hoed aangemeten. Letterlijk: iedereen moest passen. Daarna werden de hoeden bij Stadswerk072 geschilderd en voorzien van de herkenbare kleuren en linten. Een winterklus waar flink de nodige uren in gingen zitten.
De nieuwe hoeden zijn gebaseerd op het oude model, maar dan in een modern jasje. Ze zijn gemaakt van gevlochten materiaal – geïnspireerd op de bekende Panama-hoeden – en komen oorspronkelijk zelfs uit Ecuador. (tekst loopt door onder de foto)
De witte kaasdragershoeden zijn voor de ‘noodhulpen’. Die krijgen een gekleurd lint als ze ‘geclaimd’ worden door een veem. Dan gaat een proeftijd van twee jaar in. Als alles goed gaat volgt daarna een bijnaam en een gekleurde hoed. (foto: Streekstad Centraal)
Toch blijft de traditie hetzelfde. De hoeden horen bij het gilde, niet bij de drager. Ze worden gedragen, gerepareerd, opnieuw geschilderd en hopelijk – als het een beetje meezit – weer honderd jaar oud.
En dat is precies wat de kaasdragers willen. Want hoe mooi die nieuwe, frisse hoedjes ook zijn: een échte kaasdragershoed moet eigenlijk een beetje scheef zitten, een verhaal hebben en vooral… niet te netjes zijn.
Of zoals Jette het samenvat, met een knipoog: “Nieuw is leuk hoor. Maar wacht maar… over een paar jaar zien ze er vanzelf weer uit zoals het hoort.”
Voor wie er met Pasen even uit wil, hoeft het niet ver te zoeken. In de regio zijn dit weekend verschillende grotere en kleinere evenementen, van een kofferbakmarkt in Schoorl tot livemuziek bij Weidepop in Noord-Scharwoude. Tegelijkertijd probeert busvervoerder Connexxion met een tijdelijke actie het gebruik van de bus te stimuleren.
Tijdens het paasweekend – van zaterdag tot en met maandag – kunnen reizigers voor één euro een dag lang onbeperkt met de bus reizen in Noord-Holland. De actie geldt in alle bussen van de vervoerder, met uitzondering van de nachtlijnen.
Dat kan sommige evenementen in de regio extra aantrekkelijk maken om te bezoeken. Zo begint zaterdagochtend in Schoorl traditiegetrouw vroeg. Op de kofferbakmarkt worden tweedehands spullen uitgestald vanuit auto’s en kleedjes. Bezoekers lopen er rond op zoek naar koopjes of gewoon voor de sfeer. Voor veel mensen is het een laagdrempelig uitje. (tekst gaat verder onder de foto)
De kofferbakmarkt in Schoorl. (foto: aangeleverd)
De markt is bereikbaar met buslijnen richting Schoorl, zoals lijn 151 (halte Schoorl, Bovenweg) of buurtbus 410 (halte Schoorl, Heereweg ex-RABO).
Een paar dorpen verderop is er dit weekend muziek. Tijdens Weidepop in Noord-Scharwoude treden lokale bands op voor publiek uit de omgeving. Het evenement heeft een dorps karakter: geen grote podia, maar wel een plek waar bekenden elkaar treffen.
Wie van plan is hier alcohol te nuttigen, kan wellicht overwegen om de fiets of de auto te laten staan en voor een euro de bus te nemen. Weidepop is bereikbaar met onder meer buslijn 169. Reizigers kunnen uitstappen bij halte Noord-Scharwoude, Molenkade, waarna het terrein op korte loopafstand ligt. (tekst gaat verder onder de foto)
Wie een dagje aan het strand overweegt tijdens de paasdagen, kan voor een euro een dagkaart kopen en op de bus naar Egmond stappen. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Connexxion is de paasactie bedoeld om mensen kennis te laten maken met de bus als alternatief voor de auto, zeker voor korte uitstapjes in de regio. Tegelijkertijd speelt ook mee dat kosten voor vervoer en dagjes uit de afgelopen jaren zijn gestegen, en de benzineprijzen mensen nu kunnen afschrikken om erop uit te gaan.
“Voor sommige reizigers kan een goedkoper kaartje net het verschil maken”, stelt een woordvoerder van de busmaatschappij. Kinderen tot en met 11 jaar reizen tijdens de actie gratis mee. (tekst gaat verder onder de foto)
De paasactie geldt ook voor buurtbussen, maar op sommige lijnen rijdt die niet op zon- en feestdagen. (foto: Streekstad Centraal)
Het openbaar vervoer in Noord-Holland heeft het, net als elders in het land, moeilijk sinds de coronajaren door veranderend reisgedrag en stijgende tarieven. Tegelijk blijft het een belangrijke publieke voorziening, zeker voor mensen zonder auto.
Of een tijdelijke actie zoals deze leidt tot blijvend meer busgebruik, is nog de vraag. Maar voor dit paasweekend geldt in ieder geval dat bestemmingen in de regio – van markten tot muziek – voor een brede groep mensen bereikbaar zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Wie dit weekend de nachtbus pakt, betaalt evengoed het volle pond. (foto: Streekstad Centraal)
En soms is dat al genoeg reden om even op pad te gaan. De feestdagkaart van één euro is een digitaal vervoersbewijs dat vooraf online te bestellen is. Het ticket moet worden gescand bij het in- en uitchecken in de bus. Het ticket is één dag geldig en te gebruiken in alle bussen van Transdev/Connexxion (nachtlijnen uitgezonderd) in Noord-Holland.
Rennende voeten over het zand, kinderen die joelend richting het schommelnest sprinten en overal tegelijk geklim, gelach en geroep. Nog voordat de laatste woorden van het officiële praatje zijn uitgesproken, staan ze al te popelen. Zodra het sein wordt gegeven, barst het los. “Jaaaa!”
Het nieuwe, groene schoolplein van Kindcentrum Bello in Alkmaar is donderdagmiddag voor het eerst écht in gebruik. En dat blijft niet onopgemerkt. Waar eerst vooral tegels lagen, ligt nu een plein vol groen, hout en speelelementen. Het verschil is groot.
“Alles lag hier vol met alleen maar stenen,” zegt wethouder Jan Hoekzema. “We hebben zo’n 30.000 kilo puin afgevoerd. Dan weet je wel hoe versteend het hier was.” Met een knipoog voegt hij daaraan toe dat de kleding van de kinderen door al het groen misschien ook wel ‘meer gewassen moet worden’.
Geen kale bende meer. Nu staan er bomen, is er meer schaduw en zijn er plekken om te ontdekken en te spelen. Het plein is niet alleen bedoeld voor de school, maar ook voor kinderen uit de buurt. “Zo wordt de Spoorbuurt steeds interessanter om te verblijven, te wonen en naar school te gaan,” aldus Hoekzema. (tekst gaat door onder de foto)
De kinderen weten niet hoe snel ze de nieuwe speeltoestellen in gebruik moeten nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Tussen alle nieuwe speeltoestellen springt er één duidelijk uit: het schommelnest. “Dat was echt een eis van de kinderen,” vertelt Maaike Bleeker, medewerkster van de school. Zij maakte zich hard voor de vernieuwing van het plein. “En die hebben we doorgedrukt.”
Ze benadrukt dat het plein samen met de kinderen tot stand kwam. “We hebben samen gekeken naar wat zij wilden. Ons vorige schoolplein had geen schommel, terwijl je juist iets wilt waar meerdere kinderen tegelijk op kunnen, zeker als jenaplanschool.”
Het schommelnest wordt meteen goed in gebruik genomen. Een grote groep kinderen wil er allemaal tegelijk op. Bleeker lacht: “We moeten nog even regels bedenken zodat iedereen er veilig gebruik van kan maken, maar dat komt nog. Laat ze nu maar even lekker genieten.” (tekst gaat door onder de foto)
Het schommelnest is de parel van het schoolplein, en daarnaast ook één van de eisen die de kinderen hadden. De schommel wordt meteen goed gebruikt. (foto: Streekstad Centraal)
Ze kijkt zichtbaar tevreden naar plein. “We dachten eerst dat we dit in delen moesten doen, omdat het zoveel geld kost. Ik had verwacht dat het pas rond 2030 klaar zou zijn. Dat het nu al zo ver is, is echt fantastisch.”
Ook binnen de school is de trots groot. Directrice Dewi Soewarno kijkt rond terwijl de kinderen het plein ontdekken. “Als je om je heen kijkt, hoor en zie je dat ze echt blij zijn,” zegt ze. “Dit project speelt al veel langer en we zijn ontzettend blij dat het nu zover is. De samenwerking met de gemeente is ook heel fijn geweest.”
Volgens haar is het effect van het nieuwe schoolplein direct zichtbaar. “Kinderen moeten lekker buiten spelen, in plaats van achter een telefoon of tablet te zitten. Ik denk echt dat dit schoolplein daaraan bijdraagt.” (tekst gaat door onder de foto)
Maaike Bleeker en directrice Dewi Soewarno zijn ontzettend trots op het nieuwe schoolplein van Bello. (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl kinderen van toestel naar toestel rennen en het plein in rap tempo veroveren, kijken ouders en buurtbewoners vanaf de rand toe. “Onze zoon heeft het hier al de hele week over,” zegt een ouder. “Hij wilde zo graag op het schommelnest.”
Even verderop wordt enthousiast gewezen naar een waterspeelplek. “Misschien komen ze nat in de klas, maar zolang ze lekker spelen is dat alleen maar goed.”
Buurtbewoners zien vooral hoe groot de behoefte is in de Spoorbuurt met zijn smalle straatjes. “Het is hier best dicht op elkaar,” vertelt een omwonende. “Dan is het echt mooi dat er zo’n plek bij komt. Je zag net bij het praatje al dat de kinderen niet konden wachten om te gaan spelen. Het is echt een aanwinst voor de buurt.” (tekst gaat door onder de foto)
Het nieuwe watertoestel op het schoolplein gaat zeer waarschijnlijk voor de nodige natte broeken zorgen, maar juist dat maakt het zo leuk. (foto: Streekstad Centraal)
Tegelijkertijd speelt er in de buurt ook een ander onderwerp: overlast van dak- en thuislozen. Wethouder Jan Hoekzema hoopt dat het nieuwe plein daar geen last van krijgt. “We hopen dat die overlast niet naar dit schoolplein trekt en dat kinderen er geen last van hebben,” zegt hij. “Dat is het allerbelangrijkste. Er hangen camera’s en de overlast is op dit moment al minder, dus we hopen dat dat zo blijft, of zelfs minder wordt.”
Volgens hem is het plein juist bedoeld als positieve impuls voor de wijk. “Wij doen niets zonder overleg met de school en de kinderen, we doen dit samen,” zegt Hoekzema. “Wij zorgen voor de uitvoering en luisteren naar de wensen. Als je zo om je heen kijkt, dan wil ik best zeggen dat dat heel goed gelukt is.” Of, zoals een buurtbewoner het samenvat: “Dit hadden we hier echt nodig.”
Drie van de vier gestolen Roemeense kunstschatten die werden buitgemaakt bij de spraakmakende kunstroof uit het Drents Museum zijn teruggevonden. Het gaat onder meer om de gouden helm van Coțofenești. Dat is donderdagmiddag bekendgemaakt tijdens een persconferentie van het Openbaar Ministerie en het museum.
De stukken werden woensdag overhandigd door of namens de advocaten van een of meer verdachten in de zaak. In ruil daarvoor zijn zogenoemde procesafspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie. Wat die afspraken precies inhouden, is nog niet bekend.
De roof begin 2025 maakte veel indruk. Met explosieven drongen daders het museum binnen en namen in korte tijd meerdere archeologische topstukken mee, waaronder de gouden helm en waardevolle armbanden. Sindsdien ontbrak ieder spoor van de buit. (tekst gaat door onder de foto)
Een van de gestolen gouden armbanden. (foto: Politie)
Tijdens de persconferentie werd duidelijk dat het gaat om de gouden helm en twee armbanden die nu weer terecht zijn. De kunstschatten verkeren grotendeels in goede staat, al heeft de helm een klein deukje opgelopen. De kunstschatten zijn woensdag door de verdediging overhandigd aan justitie. Waar ze al die tijd waren verborgen, blijft onduidelijk.
Hoofdofficier van justitie Corien Fahner sprak van “grote blijdschap bij alle betrokkenen”. “In het bijzonder voor alle medewerkers van het Drents Museum, die hier sinds de gewelddadige kunstroof ontzettend mee zitten”, aldus Fahner.
Kunstdetective Arthur Brand stelde eerder al dat dit soort zaken vaak eindigen met onderhandelingen. Die inschatting lijkt nu te kloppen: de terugkeer van de kunstschatten volgt op afspraken met een of meer verdachten.
“Dit soort topstukken zijn eigenlijk onverkoopbaar. Uiteindelijk kom je dan vaak uit op onderhandelingen om ze terug te krijgen,” vertelt Brand tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Het belangrijkste is dat ze weer boven water komen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De politie deed op verschillende plekken invallen in bedrijfspanden en huiszoekingen in het onderzoek naar de kunstroof in het Drents Museum. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens het Openbaar Ministerie bevestigt de teruggave dat de verdenkingen tegen de verdachten sterk zijn. Iedereen die te maken heeft met de kunstroof is al tegen de lamp gelopen, stelt het OM. Sommige betrokkenen mogen de rechtszaak in vrijheid afwachten.
De kunstroof trok internationale aandacht, onder meer omdat de gestolen stukken van grote culturele waarde zijn voor Roemenië. Dat een groot deel nu is teruggevonden, zal daar met opluchting zijn ontvangen.
Het onderzoek naar de kunstroof loopt nog door tot en met de laatste zitting van de rechtszaken.
Huurders van appartementen aan het Dorus Rijkersplein en de Derde Oosterberg in Egmond aan Zee hebben via een Woo-verzoek inzage gekregen in overleg tussen Kennemer Wonen en de gemeente Bergen. Daaruit blijkt dat de gemeente vorig jaar positief stond tegenover plannen voor sloop en nieuwbouw.
In de vrijgegeven stukken staat er vanaf juni 2025 bestuurlijk overleg plaatsvond tussen de corporatie en de gemeente. In die periode werd gesproken over vervanging van de complexen door nieuwbouw. De gemeente gaf daarbij aan mee te willen denken en positief tegenover de plannen te staan.
Grote verrassingen leveren de stukken volgens betrokkenen niet op. Bewoners verzetten zich al langer tegen mogelijke sloop van de 33 appartementen. Zij vinden dat de gebouwen nog in prima staat zijn en vrezen dat zij na nieuwbouw niet kunnen terugkeren naar hun woning in Egmond aan Zee.
Kennemer Wonen reageerde eerder al dat sloop en nieuwbouw de voorkeur had boven renovatie. Inmiddels wordt die renovatie-optie toch opnieuw onderzocht, maar onder bewoners is het vertrouwen niet groot. (tekst gaat door onder de foto)
Bewoners van de appartmenten hebben al vaker van zich laten horen. (foto: NH Nieuws)
Een belangrijk punt voor de huurders is een rapport van bouwbedrijf BAM van ruim twee jaar geleden. Volgens hen blijkt daaruit dat de woningen met aanpassingen nog langer gebruikt kunnen worden. De bewoners zeggen dat zij dit rapport niet volledig hebben ingezien, maar slechts een presentatie. Zij proberen het document nu via een juridische procedure in handen te krijgen, zodat zij beter kunnen meepraten over de plannen.
De weerstand tegen sloop is de afgelopen maanden zichtbaar geworden. In januari gingen bewoners tijdens de nieuwjaarsreceptie al de straat op. Ook is een petitie gestart, die inmiddels door honderden mensen is ondertekend. De huurders willen dat sloop en nieuwbouw van tafel gaan en pleiten voor meer inspraak en meer tijd om op plannen te reageren.
De gemeente is betrokken bij het overleg, maar neemt geen besluit over sloop of renovatie. Die keuze ligt bij Kennemer Wonen. De corporatie werkt aan verdere plannen, die naar verwachting later dit jaar worden gepresenteerd.