“Willem, wat ontzettend fijn dat je hier weer bent.” Meteen nadat burgemeester Anja Schouten die woorden heeft uitgesproken in de Alkmaarse raadszaal, klinkt een ovationeel applaus. De bankjes zijn vrijdag voor de verandering gevuld met tientallen kaasdragers. Kaasvader Willem Borst wordt even zichtbaar emotioneel. Hij is er weer, na ernstige ziekte.
De allereerste kaasmarkt van 2026 is altijd de officiële hereniging van de kaasdragers, de zetters, de ingooiers, de waagmeesters, de keurmeesters, de kaasmakers, de lady speaker en al die anderen die de komende 27 vrijdagen weer de traditie voortzetten van de vrijdagse kaasmarkt.
Alles ‘natuurlijk’ onder leiding van kaasvader Willem Borst. Het was even de vraag of dat ging lukken. Hij eindigt zijn speech daarom een tikje emotioneel met een liedje over Alkmaar. De zaal gunt het hem en iedereen applaudisseert luid en roffelt op de tafels. (tekst gaat door onder de foto)
Kaasvader Willem Borst, bijnaam de ‘voorzanger’ besluit zijn speech met een lied over zijn geliefde Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
De belluider van de eerste kaasmarkt is altijd een extra speciale gast. Dit jaar is dat schaatsster Irene Schouten. De burgemeester noemt haar naamgenote – nee geen familie – zelfs een ‘perfecte match met deze eeuwenoude traditie’. De Noord-Hollandse Irene Schouten heeft meerdere wereldtitels en drie Olympische gouden medailles op haar naam, en is de kleindochter van een melkveehouder. Daarnaast houdt ze gewoon van pure kaas, zo vertelt ze stralend.
De Westfriese uit Zwaagdijk corrigeert de burgemeester nog even tijdens de introductie, waarin wordt verteld dat ze het schaatsen onder de knie heeft gekregen op de Hoornse ijsbaan: “Nee, Alkmaar! Dankzij die ijsbaan heb ik zo’n mooie carrière gehad!”, roept ze. En weer klinkt enthousiast applaus van de kaasdragers en de vele gasten die de raadszaal vullen.
Irene Schouten krijgt de laatste instructies voor de ze de eerste kaasmarktbel van het seizoen mag luiden. (foto: Streekstad Centraal)
Schouten wordt daarna nog even op de hak genomen door het Kaasdragersgilde. Eén van de noodhulpen die zich de afgelopen twee jaren heeft weeten te bewijzen is nu ‘vast man’. Dus krijgt hij als gildelid een bijnaam: Casanova. “Dit omdat hij een charmeur is en ook veel oog voor vrouwelijk schoon heeft”, legt de kaasvader uit.
“Irene, straks wordt de rondleiding voor je verzorgd door Casanova!”, wordt daarna door de zaal naar de olympisch kampioene geroepen. Het kenmerkt de goede sfeer: iedereen heeft zin in de aftrap van het nieuwe kaasmarktseizoen.
Dan vertrekt het gezelschap richting het Waagplein, naar de kaasmarkt waar Irene nog nooit is geweest. Dus moet ze nog ontdekken wat burgemeester Schouten bedoelde met de opmerking dat ritme iets is wat voor kaasdragers net zo belangrijk is als voor schaatsers. “In de maat, uit de maat”, weet ze na afloop. “Als ze niet in een ritme lopen, dan gaat het fout”, legt ze uit na het luiden van de bel en de rondleiding: “Zonder de juiste cadans voelt het gewicht veel zwaarder.”
Er is veel over gezegd en geschreven. Er is lang aan gebouwd. En er is ook, door de medewerkers van het Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar, lang naar uitgekeken. “We leefden ernaartoe”, bevestigen ze nu het zover is. Dit weekend neemt Noordwest de nieuwbouw in de Alkmaarderhout in gebruik.
De voorgeschiedenis was nog een verhaal apart. Eerst zou het ziekenhuis, dat op de vertrouwde plek tussen binnenstad en stadspark een beetje uit z’n jasje groeide, naar een nieuwe locatie in Heerhugowaard verkassen. Maar daar stak de Alkmaarse politiek een stokje voor, want Alkmaar zonder dat ziekenhuis, dát kon toch niet.
Het onherroepelijke gevolg: het ziekenhuis moest die nieuwe ruimte vinden op dat oude plekje. Maar daar zit het ziekenhuis wel midden in de geschiedenis, elke boom heeft hier een verhaal. Dat er bomen zouden sneuvelen voor de nieuwe vleugel leidde tot veel protesten in Alkmaar en daarbuiten. (tekst gaat door onder de foto)
Caroline de Boer is druk aan het verhuizen (beeld: NH)
Zo ging het ziekenhuis van de ene oeverloze discussie over in de andere zonder dat er een echte schop de grond in ging. Maar er moest wel iets gebeuren, want het oude gebouw begon stilaan ook echt wel als ‘oud’ te voelen. Caroline de Boer van de spoedeisende hulp is dan ook blij dat de nieuwbouw er nu toch is, vertelt ze aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Het is beter geoutilleerd”, vindt De Boer. “Er is meer privacy. Patiënten krijgen een eigen kamer.”
Ook de laatste grote stap, de verhuizing, is een flinke operatie. De spoedeisende hulp in de oude vleugel kan pas dicht als die in de nieuwe vleugel open is. Een behoorlijke operatie, die zaterdagochtend klaar moet zijn. Uiteindelijk verhuizen er 23 afdelingen. (tekst gaat door onder de foto)
Josien Visser (rechts) in gesprek met een collega (beeld: NH)
Een bijzonderheid is de hellingbaan, wijst Josien Visser, die als ‘projectmanager verhuizing’ van de hoed en de rand weet. Er is een niveauverschil van zeventig centimeter en dat wordt op deze manier overbrugd. “Iedere drie minuten komt er een patiënt door deze gang”, blikt Visser vooruit op de verhuizing. Alles is tot in de puntjes getimed.
Die patiënten komen dan in een geheel nieuwe afdeling terecht, vertelt De Boer. Maar: “Uiteindelijk krijgen ze wel dezelfde zorg.” Want dát verandert natuurlijk niet.
In een tijd waarin de digitale wereld en de passie voor voetbal steeds meer samenkomen, wordt het voor supporters van Feyenoord steeds belangrijker om niet alleen op de tribune, maar ook online veilig te zijn. De explosieve groei van sociale media, live streaming van wedstrijden en interactieve forums biedt fans volop mogelijkheden om hun liefde voor de club te delen. Tegelijkertijd neemt de dreiging van cyberaanvallen, phishing en datalekken toe. Dit artikel verkent hoe een veiliger internetbezoek en de bescherming van persoonlijke gegevens hand in hand gaan met de betrokkenheid bij de fancommunity.
Privacy en online beveiliging voor de moderne supporter
Wanneer wedstrijden live worden gestreamd of wanneer supporters discussiëren over de laatste ontwikkelingen, vinden gegevensuitwisselingen vaak onopgemerkt online plaats. Deze data kan voor cybercriminelen een aantrekkelijke prooi zijn. Het is daarom essentieel om gebruik te maken van tools die de online privacy versterken. Een goed voorbeeld hiervan is VPN uitgelegd, waarmee persoonlijke gegevens beschermd worden en de internetverbinding wordt versleuteld.
Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) publiceert jaarlijks het Cybersecuritybeeld Nederland, waarin duidelijk wordt dat phishing en identiteitsfraude tot de meest voorkomende digitale dreigingen voor particulieren behoren. Voor voetbalfans die regelmatig inloggen op fanplatforms, ticketshops en streamingdiensten is dit een serieuze waarschuwing.
De impact van digitale risico’s op de supportercommunity
De digitale wereld biedt talloze mogelijkheden voor interactie en informatie-uitwisseling. Echter, net als in het stadion, kan de online omgeving ook onvoorspelbaar en risicovol zijn. Cyberaanvallen kunnen niet alleen de persoonlijke gegevens van fans in gevaar brengen, maar ook storingen veroorzaken bij websiteservices die kritische informatie over wedstrijden en clubnieuws verspreiden.
Het fenomeen phishing blijft een veelvoorkomend probleem. Supporters die zich aanmelden op nepwebsites of op frauduleuze links klikken, kunnen al snel slachtoffer worden van identiteitsdiefstal. Dergelijke aanvallen vinden vaak plaats wanneer enthousiasme en onoplettendheid samenkomen, zoals tijdens belangrijke wedstrijden of bij het delen van exclusieve clubinformatie.
Voor fans die de clubgeschiedenis willen verkennen, biedt de prijzenkast van Feyenoord een mooi overzicht van de trofeeën die de club door de jaren heen heeft gewonnen. Het is precies dit soort content dat fans online samenbrengt en waarbij digitale veiligheid een rol speelt.
Praktische tips voor een veiliger online beleving
Om de veiligheid van persoonlijke gegevens te waarborgen, zijn er een aantal praktische strategieën die de moderne Feyenoord-supporter kan toepassen:
Gebruik sterke wachtwoorden:Het creëren van unieke en complexe wachtwoorden voor verschillende accounts kan helpen om ongeautoriseerde toegang te voorkomen.
Activatie van tweestapsverificatie:Deze extra beveiligingslaag maakt het voor hackers aanzienlijk moeilijker om toegang te krijgen tot persoonlijke accounts.
Regelmatige software-updates:Het bijwerken van browsers, apps en besturingssystemen helpt om kwetsbaarheden te dichten die door cybercriminelen misbruikt kunnen worden.
Verder is het verstandig om bewust om te gaan met de informatie die wordt gedeeld op sociale platformen en om alert te zijn op verdachte e-mails of berichten.
De balans tussen passie en digitale beveiliging
Voor veel supporters staat de emotionele betrokkenheid bij Feyenoord centraal in hun dagelijks leven. Deze passie komt tot uiting in elk aspect van fandom, van het bijwonen van wedstrijden tot het deelnemen aan online discussies over clubgeschiedenis en strategie. Toch mag deze verbondenheid niet leiden tot nalatigheid op het gebied van digitale veiligheid.
Door te investeren in veiligheidstools en alert te blijven op cyberdreigingen, kan ieder lid van de fancommunity genieten van een optimale online ervaring. Een veilig internet is geen tijdelijk modeverschijnsel, maar een blijvend speerpunt voor iedereen die actief deelneemt aan de digitale wereld.
Conclusie
Digitale veiligheid is een onmisbaar onderdeel geworden van de hedendaagse fanervaring. De integratie van cybersecurity in het dagelijks gebruik van online platformen zorgt ervoor dat persoonlijke informatie beschermd blijft, en dat de online discussies over clubzaken in een veilige en betrouwbare omgeving plaatsvinden. Voor supporters van Feyenoord is het essentieel om zich bewust te zijn van de gevaren die gepaard gaan met het online delen van informatie. Alleen door concrete maatregelen te treffen kunnen zij hun passie voor de club combineren met een veilige digitale beleving.
“Je gaat het pas zien als je het doorhebt” sprak Johan Cruijff ooit wijselijk. Kort gezegd: begrip verandert wat je waarneemt. Het is dus niet ‘eerst zien, dan snappen’, maar precies andersom. Een beetje uitleg van de kunstenaar hielp ook om het kunstwerk te ontleden dat woensdagavond werd onthuld in de raadszaal van Bergen in multifunctioneel centrum De Beeck.
Bij een grote brand in 2017 werd het sportcentrum en de raadszaal in De Beeck verwoest. Ook zijn toen gemeentelijke kunstwerken verloren gegaan. Met het verzekeringsgeld kon de gemeente opnieuw kunst in de raadszaal aanschaffen.
Het was aan wethouder Ernest Briët om de Adviescommissie Kunst en Cultuur te bedanken en in het zonnetje te zetten voor al het voorwerk dat zij hebben gedaan. Daarin zaten ondermeer de raadsleden Mariëlla van Kranenburg en Rob Bloemkolk, die daarom het kunstwerk samen met de wethouder mochten onthullen. (tekst gaat verder onder de foto)
Kunstenaar Rob Voerman wordt op de foto gezet bij het kunstwerk dat woensdagavond werd onthuld in de raadszaal van Bergen. (foto: Streekstad Centraal)
De commissie heeft kunstenaars uitgenodigd om met hun ideeën en concepten te komen. Uit de 96 inzendingen is Rob Voerman uit Arnhem geselecteerd om het nieuwe werk te maken. Voerman is graficus, beeldhouwer en installatiekunstenaar en heeft exposities in binnen- en buitenland.
Briët wilde dat er een speciaal kunstwerk zou worden gemaakt voor de raadszaal. Geluiden dat er ook wel iets kon worden opgehangen uit het gemeentelijk kunstdepot, wist hij te laten verstommen. “De verzekering heeft 50.000 euro uitgekeerd voor de verbrande kunst. Bijna was dat alweer ingeleverd bij de algemene reserve, maar ik vond dat dit geld voor kunst weer besteed moest worden aan iets nieuws voor de raadszaal.” (tekst gaat verder onder de foto)
Raadslid Mariëlla van Kranenburg spande zich vijf jaar in voor een kunstwerk in de raadszaal. (foto: Streekstad Centraal)
Zo kon kunstenaar Rob Voerman aan het werk worden gezet, en kon hij woensdag zijn creatie voor het eerst tonen aan het publiek. “En waarom dan knalgeel?”, vraagt een bezoeker aan de kunstenaar. “Nou, demos”, zegt de kunstenaar. De vrouw kijkt verwonderd.
“Het is eigenlijk een soort licht dat uit het amfitheater komt”, licht Rob dan toe. “Dat is natuurlijk een plek waar men in de klassieke oudheid met elkaar discussieerde. Dat licht straalt een beetje uit, zo naar buiten toe”, gaat de kunstenaar verder. Zo past het in de opdracht dat het kunstwerk van de selectiecommissie het thema democratie moest uitdragen. (tekst gaat verder onder de foto)
Na de onthulling van het kunstwerk proberen veel aanwezigen zichzelf te ontdekken in de fotocollage van inwoners. (foto: Streekstad Centraal)
Het kunstwerk bestaat uit een grote collage van tientallen foto’s van inwoners uit de gemeente Bergen. Fotograaf Miyuki Oyuyama ging hiervoor op pad. Over de collage van foto’s is een technisch ogende constructie aangebracht, met daarin ook foto’s van ogen, oren, monden en gebaren. “Een soort blauwdruk van checks-and-balances, waarbij de burger de macht controleert en de politici voeling houden met de burger”. noemt Voerman dit.
Voerman benaderde organisaties in de drie kernen Bergen, Schoorl en de Egmonden om foto’s te maken van de inwoners die met elkaar de samenleving maken. Zo kwam hij ook uit bij De Klompenhoeve in Egmond aan den Hoef. Chris was naar de onthulling gekomen in de hoop dat hij zichzelf zou terugvinden in de fotocollage. (tekst gaat verder onder de foto)
Chris, bewoner van De Klompenhoeve in Egmond aan den Hoef, vereeuwigd bij de foto van zijn mede-bewoners van de instelling aan de Hoeverweg. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik zag wel foto’s van mijn andere mede-bewoners, maar ik heb mezelf niet ontdekt”, reageert hij teleurgesteld. Daarom neemt Streekstad Centraal hem maar even op de foto, zodat iedereen kan zien wat ze moeten missen.
Wie er wel een plek heeft gekregen in het kunstwerk, en zelfs een centrale, is het beetje dwarse raadslid Koos Bruin. De 77-jarige Bruin neemt deze maand afscheid van de raad, maar als ze in de raad denken dat ze van hem af waren, hebben ze het mis. “Ik vond het wel leuk om hem als het oudste raadslid centraal te plaatsen. Dat hij even de boel waar blijft nemen in de raadszaal. Dat deed Rembrandt ook wel hè? Die heeft soms ook van die grapjes in zijn schilderijen”, vertelt Rob met een ondeugende blik. (tekst gaat verder onder de foto)
Het oudste raadslid van Bergen Koos Bruin heeft een centraal plekje gekregen in het kunstwerk van Rob Voerman. (foto: Streekstad Centraal)
“De kunstenaar geeft vijftien jaar garantie op het kunstwerk. Ik haal het misschien niet meer, maar dan zijn ze daarna nog niet van me af”, grapt Koos Bruin als we hem vragen naar zijn reactie: “Ik vind het wel leuk hoor, al die prominente figuren uit de dorpen op dat kunstwerk.” Maar niemand heeft zo’n prominente plek als Koos zelf. “Democratie is een mooie titel voor dat ding”, besluit Koos. Hij hoopt dat de raadszaal van een eventuele fusiegemeente groot genoeg is om het daar ook een plekje te geven.
In de foyer treffen we Maikel Groet, de postcommandant van de brandweer en ook jongerenwerker in Bergen. Daardoor zorgde hij ervoor dat er ook foto’s werden genomen van de jongeren in de jongerencentra van de gemeente. Zoals Senna, die ook trots haar plekje op het kunstwerk laat zien.
Jongerenwerker en Bergense brandweercommandant Maikel Groet op de trap, met jongere Senna en wethouder Ernest Briët die zich hard maakte voor het kunstwerk. (foto: Streekstad Centraal)
Een foto van hem in zijn brandweeruniform is bovenin te vinden in het kunstwerk. Vindt hij het niet jammer dat hij zo hoog in het kunstwerk terecht is gekomen? “Nee hoor, helemaal niet. Misschien heb je een ladder nodig om mij goed te kunnen zien. Maar die hebben we genoeg bij de brandweer.” (Hoofdfoto: Habro fotografie)
Een curieus besluit uit het gemeentehuis van Castricum in het aanhoudende dossier rond de opvanglocatie voor statushouders aan de Stetweg: het college van burgemeester en wethouders heeft zichzelf verplicht om binnen een half jaar allerlei problemen in de oude tractorshowroom op te lossen, anders moet het 20.000 euro boete betalen aan… zichzelf. “Misschien een beetje vreemd, maar ook integer van dit college”, zo reageert een woordvoerder van de bewoners.
Mocht de gemeente de aanhoudende problemen met de tijdelijke huisvesting voor statushouders niet binnen die termijn hebben opgelost, dan heeft het recht om een dwangsom op te leggen ter hoogte van dit bedrag. Dit opmerkelijke besluit is de nieuwste wending in een slepend conflict tussen de gemeente en de bewoners van de voormalige showroom. (tekst gaat verder onder de foto)
De ventilatie in de wooncontainers is een van de structurele problemen in de oude showroom. (foto: NH Nieuws)
De voorgeschiedenis van dit bijzondere besluit gaat ruim een jaar terug. Veertien statushouders verblijven in wooncontainers in een afgesloten showroom aan de Stetweg, waar al lange tijd geklaagd wordt over een gebrek aan daglicht en frisse lucht. Onafhankelijke onderzoeken wezen eerder al uit dat de woonsituatie niet voldoet aan de wettelijke eisen van het bouwbesluit.
Ondanks herhaaldelijke handhavingsverzoeken van de bewoners en een flinke tik op de vingers van de eigen bezwaarschriftencommissie, bleven effectieve oplossingen uit. Een recente poging van de gemeente om de units te verplaatsen en mechanische ventilatie aan te leggen, stuitte onlangs op hevig verzet van de bewoners.
Volgens hun advocaat en een ingeschakelde deskundige zouden de fundamentele problemen rondom ventilatie en daglicht namelijk niet zijn op te lossen. De aanpassingen die de gemeente van plan was te doen, zijn daardoor uiteindelijk voor onbepaalde tijd opgeschort. (tekst gaat verder onder de foto)
Een deel van de inwoners van Castricum kwam op voor de statushouders, bijvoorbeeld tijdens een bezoek van de minister. (foto: NH Nieuws)
De vraag rijst wat het nut is van een college dat zichzelf een dergelijke sanctie oplegt. De uitleg voor deze juridische constructie is te vinden in de officiële gemeentelijke stukken rond het besluit. Het college treedt in deze kwestie feitelijk op in twee verschillende rollen.
Enerzijds is het college het bevoegde bestuursorgaan dat de wetten en regels uit de Gemeentewet en de bouwwetgeving moet handhaven. Anderzijds treedt datzelfde college op als de verhuurder van de gebrekkige woonunits. Omdat toezichthouders hebben vastgesteld dat de wettelijke eisen voor daglicht en ventilatie daadwerkelijk doorlopend worden overtreden, moet het college als handhaver wel optreden tegen de verhuurder, tegen zichzelf dus.
Door deze formele stap is de bestuurlijke druk op de gemeente om met een definitieve oplossing te komen verder toegenomen. De gemeente heeft zichzelf nu een termijn van zes maanden gegeven om te zorgen dat het definitief niet meer in overtreding is. (tekst gaat verder onder de foto)
De gebreken aan de containerwoningen zijn onomstotelijk vastgesteld. (foto: NH Nieuws)
Uiterlijk voor 1 juli van dit jaar zal het college de knoop moeten doorhakken over welke oplossing wordt aangewend om de zelfopgelegde dwangsom te voorkomen.
Woordvoerder Adrie Lute van de bewoners vindt het positief dat het college zich na lang dralen zichzelf wat druk heeft opgelegd om enkele problemen op te lossen,: “Het college geeft eindelijk toe dat het complex nu niet voldoet aan de regels. Misschien een beetje vreemd, maar ook integer van dit college. Het is vooral curieus dat dat zo lang heeft moeten duren.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het gaat om een oude showroom voor John Deere tractors en landbouwmachines, waarin nu wooncontainers zijn geplaatst voor de huisvesting van statushouders. (foto: Google)
Maar hij plaatst wel wat kanttekeningen bij het besluit van het college. “Het zijn helaas niet alle gebreken die ze moeten oplossen. De bezwaarschriftencommissie vond dat het complex duidelijk veel gebreken kende. De commissie had geadviseerd om eerst alle problemen in kaart te brengen, en dan te komen met een actieplan voor alles.”
Lute vervolgt zijn betoog: “Dat doet het college nu niet. Over die andere gebreken rept dit college met geen woord. Het beperkt zich tot een beperkt aantal problemen die ze nu moeten oplossen, zoals ventilatie en luchtcirculatie. Maar technisch is al gebleken dat daar geen makkelijke oplossingen voor bestaan, zonder een grondige renovatie van het hele pand. Het college dwingt zichzelf iets te doen wat eigenlijk geen reëel perspectief op een oplossing biedt.”
Véél mensen houden van de Schoorlse duinen. Om de uitgestrekte bossen. Als plekje om de hond even zijn benen te laten strekken. Als bijzondere natuur, zo dicht bij huis. Over de toekomst van het gebied verschillen de meningen: Staatsbosbeheer en provincie willen minder bos en meer regels, andere liefhebbers stellen dat zo iets verloren gaat dat juist moet blijven bestaan.
“Dit betekent nogal wat”, zegt Joke Volkers van de Duinstichting tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Ze heeft het over het plan om nog meer bomen te kappen. Ze is nog lang niet moegestreden, ook al kon haar eerdere protest die omstreden bomenkap uiteindelijk niet tegenhouden.
NH spreekt Volkers op de Infomarkt die de beheerders van het gebied dit weekend hadden georganiseerd, om informatie te geven over het nieuwe beheerplan. Daarbij waren ook hondenbezitters aanwezig. Zij maken zich zorgen over het voornemen om een aanlijnplicht in te voeren in de Schoorlse duinen.(tekst gaat door onder de foto)
Joke Volkers hoopt dat verdere bomenkap voorkomen kan worden (beeld: NH)
De provincie stelde eerder al dat die ingrepen – strengere regels, kap van de naaldbossen, exotenbestrijding – bittere noodzaak zijn. Daarmee lijkt de deur voor een andere invulling van het beheer van de duinen eigenlijk al gesloten. Het moet en het kan niet anders, is de boodschap.
Dat stoort Hanneke Stam, die spreekt namens de hondenbezitters die zo graag hun hond uitlaten in het duingebied. “Laten we nou in gesprek gaan”, verzucht ze. “Er wordt geen enkele toenadering gedaan.” Een gevoel dat ook Volkers kent: “Er wordt niks mee gedaan! Straks is dit hele gebied totaal vernietigd.”
Niettemin is het mogelijk om ‘zienswijzen’ in te dienen, een manier om tenminste een ander perspectief te geven op de plannen. Of dat ook tot aanpassingen leidt moet de tijd leren. Tot 21 april kan iedereen die daar belang in stelt een zienswijze geven.
Vroeg in de ochtend vertrok veehouder Mark Ligthart uit Heiloo woensdag richting Schagen voor een bijzondere dag: de 125e editie van Paasvee. Het centrum van de de stad staat deze dag weer vol met dikbilkoeien, keuringen en publiek.
Ligthart rijdt voorzichtig, want in de trailer bevindt zich zijn grote trots: het vier maanden oude stierkalf Ueda. Hij neemt de jonge stier mee naar het tradionele evenement. “Er staat vee van hoge kwaliteit, mooi om te zien.”
De naam Ueda zal bij voetballiefhebbers direct een belletje doen rinkelen. Het stierkalf is vernoemd naar de Feyenoord-spits. In de stal van Ligthart staat nog een opvallende naam: Mexx, een knipoog naar AZ-aanvaller Mexx Meerdink.
Ueda werd in november geboren en sprong er meteen uit. “Als er een dier geboren wordt, zie je gelijk wel of het je aanspreekt”, vertelt de veehouder tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Nu hadden we gelijk zoiets van: ‘wow’. Dan is het altijd de vraag hoe zo’n beest zich ontwikkelt, want je kan niet in de toekomst kijken. Maar deze heeft zeker aan de verwachtingen voldaan. Het is qua uitstraling een mooi dier om te zien.” (tekst gaat verder onder de foto)
Veehouder Mark Ligthart uit Heiloo hoopt woensdag tijdens de Paasveetentoonstelling in Schagen in de prijzen te vallen. (foto: NH Media)
Hoewel er prijzen te winnen zijn tijdens Paasvee, draait het voor Ligthart om meer dan alleen winnen. “Je kunt van elkaar leren. Daarnaast is het belangrijk dat we als sector aan de burger laten zien wat we in huis hebben en hoe we met de dieren omgaan.”
Ook is hij zich bewust van de kritiek die soms klinkt rondom het evenement. “Er is links en rechts af en toe best wel wat kritiek (onder andere na de dood van een stier tijdens het evenement, red.), maar dit soort beesten krijg je niet door er slecht voor te zorgen. Wij steken er veel tijd en liefde in, pas dan kom je tot mooie resultaten en mooie dieren. Dat is belangrijk dat we dat op die dag uitstralen. En als er vragen komen ook mensen te woord staan.”
De jubileumeditie van Paasvee belooft opnieuw een drukbezochte dag te worden waarin traditie, vakmanschap en trots op de veehouderij samenkomen.
De beslissing is gevallen: vanaf juni verandert de nachtelijke vliegroute vanaf de Polderbaan van Schiphol. Waar vliegtuigen nu nog richting het oosten draaien, zullen ze straks vaker koers zetten naar het westen – met directe gevolgen voor Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo.
Voor de betrokken gemeenten komt het besluit niet uit de lucht vallen, maar wel als een teleurstelling. Zij probeerden het afgelopen jaar de maatregel tegen te houden, uit zorgen over extra geluidsoverlast en de impact op de gezondheid van inwoners. Zonder succes.
Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de aanpassing noodzakelijk om de veiligheid van het vliegverkeer te waarborgen. De huidige route, waarbij toestellen na het opstijgen een bocht maken, voldoet volgens Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) niet meer aan de eisen.
Nieuwe generaties vliegtuigen stijgen sneller en presteren anders dan oudere toestellen. Daardoor kan de onderlinge afstand tussen vliegtuigen in de nacht kleiner worden dan gewenst. Dat levert een structureel risico op, dat volgens het ministerie alleen kan worden opgelost door de route aan te passen. (tekst gaat door onder de foto)
De overvliegende vliegtuigen zijn een doorn in het oog voor veel inwoners van de BUCH-gemeenten. (foto: NH Nieuws)
Alternatieven, zoals het aanpassen van snelheden of het vergroten van tussenpozen tussen de starts, zijn onderzocht maar bleken onvoldoende effectief. De koerswijziging betekent dat een deel van het nachtelijk vliegverkeer verschuift richting de kust. Voor gemeenten in de BUCH-regio en Heemskerk betekent dat concreet: meer vliegtuigen boven hun grondgebied in de nachtelijke uren.
Volgens de gemeenten komt de maatregel bovenop een probleem dat allang speelt. Inwoners in de regio hebben al jaren te maken met nachtelijke vlieghinder, en die druk neemt nu verder toe. Zo trok een petitie tegen vliegtuiglawaai in Limmen onlangs al veel aandacht onder bewoners.
Bestuurders spreken over zorgen over slaapverstoring en gezondheidseffecten. Dat juist deze regio opnieuw extra vluchten krijgt toebedeeld, wordt niet begrepen. In Heiloo klinkt al langer kritiek op de rol van Schiphol en de impact daarvan op de leefomgeving.
Ook de manier waarop het besluit tot stand is gekomen wringt. Gemeenten voelen zich wel aangehoord, maar niet serieus genomen. Er is gesproken, maar uiteindelijk veranderde er niets. Eerder werden ook duizenden handtekeningen aangeboden aan de gemeente Castricum om aandacht te vragen voor de groeiende overlast. Maar dat maakte achteraf niks uit. De uitkomst leek al vast te staan. (tekst gaat door onder de foto)
Vorige maand overhandigde het Bewoners Collectief Limmen een petitie tegen de groeiende vliegtuighinder boven het dorp. (foto: aangeleverd)
Het ministerie erkent dat het proces beter had gekund en wil het traject evalueren. Daarbij wordt gekeken hoe bewoners en lokale overheden in de toekomst eerder en beter kunnen worden betrokken. Voor de huidige situatie verandert dat alleen niets.
De nieuwe route geldt voorlopig voor de komende jaren. Pas na verloop van tijd wordt gekeken wat de daadwerkelijke gevolgen zijn voor geluid en leefomgeving. Die evaluatie hangt samen met een nieuw luchtverkeerssysteem, dat naar verwachting rond 2028 wordt ingevoerd.
Op de lange termijn ligt er nog een eventuele oplossing. Een alternatieve route – die minder druk legt op de kustregio – wordt opnieuw onderzocht zodra de nieuwe systemen in gebruik zijn. Of dat daadwerkelijk leidt tot verandering, is onzeker.
Tot die tijd staan de gemeenten grotendeels buitenspel. De regie ligt bij het Rijk, en de ruimte om in te grijpen is beperkt. Bewoners pleiten daarom al langer voor een gezamenlijke aanpak met andere kustgemeenten om de druk op Den Haag op te voeren. De bestuurders kunnen nu weinig anders doen dan de vinger aan de pols houden, overlast blijven melden en druk uitoefenen waar dat nog kan. (Hoofdfoto: Dragoș Grigore)
Twee bekende krachten achter Scouting Limmen zijn zondag in het zonnetje gezet. Tijdens een bijeenkomst bij De Heeren van Limmen kregen Marc Noordermeer en Trudie Hoogeboom-Bakker een Koninklijke onderscheiding uit handen van burgemeester Ben Tap.
Beiden mogen zich vanaf nu Lid in de Orde van Oranje-Nassau noemen. Een erkenning voor hun jarenlange inzet – vaak op de achtergrond, maar van onmisbare waarde voor de vereniging.
Voor Marc Noordermeer begon het allemaal eind jaren tachtig. Wat startte met het begeleiden van jeugdleden groeide uit tot een rol die veel verder reikte. Hij organiseerde kampen, hielp waar nodig en stond altijd klaar voor klusjes rondom het clubgebouw. In 1997 werd hij voorzitter van de scouting, een rol die hij jarenlang vervulde en waarin hij de vereniging verder liet groeien. Binnen de scouting wordt hij gezien als iemand die mensen bij elkaar brengt en verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat. Ook na zijn voorzitterschap bleef hij actief betrokken.
Waar Noordermeer vaak zichtbaar was in verschillende rollen, ligt de kracht van Trudie Hoogeboom-Bakker juist in alles wat niet direct opvalt. Al sinds de jaren tachtig is zij een vaste waarde binnen Scouting Limmen. Tijdens kampen zorgt zij ervoor dat alles rondom eten en verzorging tot in de puntjes geregeld is. Daarnaast begeleidde ze jarenlang de jongste leden en creëerde ze een vertrouwde omgeving voor nieuwe generaties scouts.
Ook organisatorisch speelt ze een belangrijke rol. Ze zit al decennialang in het bestuur en regelt al meer dan twintig jaar de verhuur van de blokhut – een belangrijke inkomstenbron voor de vereniging. Daarnaast steekt ze de handen uit de mouwen bij onderhoudswerkzaamheden.
Met de onderscheidingen krijgen de twee vrijwilligers erkenning voor hun inzet die zich uitstrekt over tientallen jaren. Hun betrokkenheid heeft niet alleen Scouting Limmen gevormd, maar ook generaties jongeren in het dorp. (foto: Robin Piening)
De Hortus Bulborum in Limmen is weer open voor publiek en dat gaat gepaard met de eerste tekenen van de lente. De eerste bloembollen in de historische tuin staan inmiddels in bloei en geven bezoekers direct een voorproefje van wat de komende weken te verwachten is.
Hyacinten en krokussen kleuren de paden, terwijl ook de eerste tulpen zich laten zien. Daarmee komt het kenmerkende beeld van de Hortus langzaam tot leven. Dit seizoen ligt de nadruk niet alleen op de bloemen zelf, maar ook op de geschiedenis erachter.
“We willen de bezoekers niet alleen laten kijken, maar ze ook het verhaal van de Hortus en de tulp vertellen”, legt vrijwilliger Thea Stet aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, uit. Daarvoor zijn nieuwe informatieborden geplaatst en is er een vernieuwde plattegrond gemaakt. “De tuin gaat hierdoor langzaam maar zeker meer op een museum lijken.” (tekst gaat door onder de foto)
De nieuwe informatieborden en een vernieuwde plattegrond geven de bezoekers net de beetje extra informatie. (foto: NH Nieuws)
Verspreid over de tuin staan duizenden verschillende tulpen, variërend van bekend tot uiterst zeldzaam. Sommige soorten kunnen bezoekers niet alleen bewonderen, maar ook kopen of adopteren. Daarnaast worden de bollen gebruikt voor het behoud van genetisch materiaal.
Een bijzondere soort is de ‘Duc van Tol’, een van de oudste tulpen in Nederland. Deze soort wordt nog altijd gebruikt vanwege zijn sterke genetische eigenschappen, waardoor hij van waarde is voor het ontwikkelen van nieuwe varianten. (tekst gaat door onder de foto)
De Duc van Tol is de oudste, maar ook meteen de bijzonderste tulp bij Hortus Bulborum in Limmen. (foto: NH Nieuws)
Voor Stet is Hortus meer dan alleen een tuin. Het is verbonden met haar eigen verleden. “Mensen denken vaak: ‘O, daar begint ze weer over de Hortus’, maar het is gewoon zo’n leuk verhaal om te vertellen”, zegt ze met een glimlach. Ze groeide op in Limmen, waar de bollenteelt ooit een belangrijke rol speelde.
“Het was een bollendorp, hè. Hier waren maar liefst zes bedrijven in de omgeving, maar nu is er niet één meer.” Juist daarom zet ze zich als vrijwilliger in om die geschiedenis levend te houden. “Hier liep ik als kind met mijn vader. Als ik dit zo zie, vieren de nostalgische gevoelens hoogtij.” (tekst gaat door onder de foto)
Thea Stet is trotse vrijwilliger en heeft een speciale band met Hortus Bulborum. (foto: NH Nieuws)
Volgens Stet vraagt het kweken van tulpen meer aandacht dan vaak wordt gedacht. “Mensen denken weleens: ‘Je stopt die bollen in de grond en dan zien we wel weer’. Maar zo werkt het niet.” Een goede waterafvoer is daarbij essentieel, legt ze uit. “Het probleem is dat de bol dan moeilijk de grond in gaat. Maar hij wordt ook lui. Dan stimuleert hij die wortelgroei niet, want hij denkt ‘Ik heb toch genoeg water’.”
Ook wijst ze op de bijzondere eigenschappen van de tulp. “Je moet nagaan dat een tulpenbol vele malen meer DNA heeft dan een mens.” Wie een bol opensnijdt, ziet volgens haar hoe bijzonder dat is: “Dan zie je in de kern een mini-tulpje zitten. Ik noem het soms het foetusje van de tulp. Alles zit eraan: de stamper, het stuifmeel, de blaadjes. Het is net een mens.”