De extra ritten van buslijn 350 tussen Alkmaar en Leeuwarden zijn een welkome aanvulling. Sinds er niet eens maar twee keer per uur bussen rijden is het percentage reizigers met 25 procent toegenomen. Wekelijks maken zo’n 4.000 reizigers gebruik van de 350. Genoeg voor de provincies Noord-Holland en Friesland om hiervoor extra te blijven betalen.
Provincie Friesland stapte in december over naar QBuzz als vervoerder, en daardoor moesten de afspraken met provincie Noord-Holland over de kostenverdeling voor lijn 350 worden ververst. Sinds maart 2024 rijden er overdag niet één maar twee bussen per uur.
Ongeveer twee keer zoveel bussen, maar niet twee keer zoveel reizigers. Om de ritprijs niet op te drijven moet er dus overheidsgeld bij. De provincies vinden de extra ritten waardevol genoeg om ieder bij te betalen voor hun eigen deel van de route.
Hijgend en puffend komen groepjes mensen boven nadat ze een tocht van 127 traptreden hebben afgelegd. Maar eenmaal boven kijkt iedereen de ogen uit. De bezoekers zijn niet de Sagrada Familia of de Notre Dame opgeklommen, maar de vuurtoren van Egmond aan Zee. Waar die normaal altijd anderen in de schijnwerpers zet, staat hij dat zondag zelf. Na anderhalf jaar aan renovatiewerkzaamheden is de vuurtoren van Egmond aan Zee sinds deze week klaar voor de toekomst. En dat moet gevierd worden, dachten de beheerders. Twee uur lang was de vuurtoren zondag gratis toegankelijk.
“We hebben nieuwe ledverlichting, de ramen en de gietijzeren randen eromheen zijn vernieuwd en verbeterd, de koepel is wit geschilderd en er liggen nieuwe tegels bij de ingang”, somt Henk Biesboer, beheerder van de vuurtoren, de renovatiewerkzaamheden van de afgelopen anderhalf jaar trots op. Die waren nodig, vertelt hij, want sommige gedeeltes van de vuurtoren waren ‘behoorlijk verouderd’. “Het is daarom echt fantastisch dat de toren gerenoveerd is.” (tekst loopt door onder de foto)
‘Goed kijken waar je je voeten neerzet’, was het devies tijdens de tocht naar boven. Maar als het einde in zicht is gaat de blik toch vaak naar andere dingen dan de eigen voeten. (foto: Streekstad Centraal)
De werkzaamheden zijn onderdeel van een programma van Rijkswaterstaat waarbij meerdere vuurtorens langs de gehele Nederlandse kust een opknapbeurt krijgen. Het voornaamste doel daarvan is om de vuurtorens duurzamer te maken.
Zondag houdt Henk de wacht bij de ingang van de vuurtoren. Want nu de toegang gratis is en de vuurtoren voor het eerst in de nieuwe staat is te bekijken voor publiek, heeft zich een rij gevormd voor de ingang. “Het is behoorlijk druk inderdaad, maar er kunnen slechts vijftien mensen tegelijk naar binnen. Ik had de drukte eigenlijk wel verwacht, want het is natuurlijk een uniek monument.” (tekst loopt door onder de foto)
Zondag konden bezoekers vanuit de vuurtoren zo’n 20 kilometer ver kijken, schat Piet. Bij mooi weer is dat 45 kilometer. (foto: Streekstad Centraal)
Bovenin de toren staat Piet, vrijwilliger bij de vuurtoren, om bezoekers daar van tekst en uitleg te voorzien. Hij is al 65 jaar betrokken bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) en kwam wekelijks in de vuurtoren. “Terwijl ik dan aan het vertellen ben schieten er veel reddingsacties door mijn gedachten. Dat brengt wel echt een nostalgisch gevoel met zich mee, want het was altijd heel spannend.”
Henk is minder lang dan Piet betrokken bij de vuurtoren, maar heeft ook genoeg spannende verhalen waar bezoekers hij de bezoekers mee kan trakteren. “Een aantal jaar geleden was het windkracht 12, iets wat hier nauwelijks voorkomt. Toen wilde er een filmploeg vanuit het bovenste gedeelte van de toren opnames maken. De toren bewoog al de hele dag een klein beetje maar toen we eenmaal boven waren begon het alleen maar harder te waaien en begonnen de deuren ook te trillen. Die cameraploeg vroeg of dat wel vaker zo was, en ik zei heel zelfverzekerd ‘ja’. Maar voor mij was het ook de eerste keer dat ik het meemaakte.” (tekst loopt door onder de foto)
Om nog even het spannende gevoel te krijgen van vroeger pakt Piet de telefoon waarmee hij altijd de kustwacht belde om ze te instrueren. (foto: Streekstad Centraal)
De geschiedenis van de vuurtoren, officieel de J.C.J. van Speijk vuurtoren, gaat ver terug. Toen de bouw in 1834 was afgerond, werd de toren opgedragen aan Jan van Speijk, een heldhaftige luitenant-ter-zee, vond ook Koning Willem I. Nadat Van Speijks schip dreigde te worden gekaapt door de Belgen – wat absoluut geen optie voor hem was -, koos hij ervoor om zijn eigen schip op te blazen, waarbij hij en 25 andere bemanningsleden omkwamen. Die daad vond Koning Willem I zo moedig dat hij een gebouw naar de luitenant wilde vernoemen. De keuze van de koning viel op de vuurtoren in Egmond aan Zee.
Jarenlang was de Egmondse vuurtoren een belangrijke, maar door de komst van satellietnavigatie werd de bemanning van de vuurtoren in Egmond aan Zee vanaf 1980 overbodig. De observatietaken konden nu door een landelijke kustwacht worden overgenomen.
Hoewel de vuurtoren al jarenlang een monument is, heeft het nog wel een belangrijke functie. “Het is voor de reddingsbrigade nog altijd een herkenningspunt, maar ook zeker voor recreatievaart. Die functie blijft heel belangrijk”, legt Piet uit aan Streekstad Centraal.
Toch geeft hij bezoekers vooral uitleg over de oude onderdelen in de vuurtoren, bijvoorbeeld de pijlschijf, waarvan exacte locaties kunnen worden afgelezen, en de oude telefoons waarmee die locaties werden doorgeven aan de kustwacht. “Men vindt het prachtig”, ziet Piet. (tekst loopt door onder de foto)
Er is genoeg vermaak voor de bezoekers zondag, zo ook voor dit gezin uit Zuid-Limburg. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik zag dat de vuurtoren vandaag open is, en iedereen leek het leuk om ernaartoe te gaan”, vertelt een moeder van een gezin met drie jongens uit Zuid-Limburg. Eenmaal bovenin de toren vindt iedereen het ook leuk, behalve één. “Ik vind het wel heel hoog”, zegt een van de jongens terwijl hij naar de grond 28 meter lager kijkt.
Niet alleen toeristen, ook Egmonders zelf komen zondag een kijkje nemen. “De vuurtoren is de trots van ons dorp”, vertelt Derper William. “Dus ik moest er vandaag even bij zijn om te kijken hoe het eruit ziet na de renovatie. Ik vind het erg mooi geworden.”
Onder een stralende zon en met het bekende Klimduin in de achtergrond vond zaterdagmiddag het Zomerfeest plaats in Schoorl. Het evenement, georganiseerd door Stichting Duindorp Schoorl in samenwerking met de lokale ondernemers, werd in het leven geroepen met een duidelijk doel: het dorp opnieuw en positief op de kaart zetten na een pittige periode van werkzaamheden. En dat is gelukt – met vlag en wimpel. “Geweldig om te zien hoe het plein en alles is aangepakt.”
“Het idee voor dit feest ontstond eigenlijk vanuit een verlangen om te laten zien: we zijn er weer, Schoorl is weer open en klaar om mensen te ontvangen,” legt Britt van Duindorp Schoorl – een van de drijvende krachten achter het evenement – uit. “De afgelopen tijd is er veel gewerkt aan de infrastructuur en bereikbaarheid. Nu willen we laten zien hoe mooi het hier geworden is.”
Het Zomerfeest is echt bedoeld als een welkom voor iedereen. “Voor vaste bezoekers, maar ook voor mensen die hier voor het eerst zijn,” vertelt Britt. “We willen laten zien dat Schoorl weer goed bereikbaar is, levendig is, en dat er genoeg te doen is in het vernieuwde centrum.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het was gedurende de middag een gezellig drukke boel op en rondom het Klimduin in Schoorl. (foto: Streekstad Centraal)
De keuze om het feest te organiseren op de eerste dag van de zomervakantie was geen toeval. “We wilden de vakantie beginnen met iets feestelijks, iets positiefs,” zegt Britt. “Voor veel mensen is dit een welkom, en voor sommigen zelfs een eerste kennismaking met het vernieuwde Schoorl.”
De middag is een gezellige in- en uitloop van bezoekers. Gezinnen, dagjesmensen en dorpsbewoners lopen af en aan over het plein bij het Klimduin, waar het zogeheten ‘Klimduinpodium’ centraal staat. Hier treden afwisselend lokale artiesten op en er is een heuse poppenkast voor de kinderen.
Onder een grijs doek dat de zon tegenhoudt zijn zitplekken gecreëerd waar bezoekers onder het genot van een drankje of ijsje kunnen genieten van de optredens, terwijl kinderen zich laten schminken of knutselen bij de creatieve kraampjes. (tekst gaat verder onder de foto)
Ook aan de kinderen is gedacht, naast spelen op het Klimduin is er ook een hoek om te knutselen of om zich te laten schminken. (foto Streekstad Centraal)
“Wat een fijne verrassing tijdens onze wandeling hier,” zegt een echtpaar uit Haarlem. “We komen al jaren in Schoorl, maar dit voelt als een nieuw begin. Het is levendiger dan ooit, echt een goed begin van de zomer zo.”
Voor het organiseren van het feest is nauw samengewerkt met de ondernemers rondom het Klimduin. Britt licht toe: “Het was voor iedereen belangrijk dat we na de werkzaamheden iets gezamenlijks zouden doen om het dorp weer op te laten bloeien. En dat is gelukt – we krijgen ontzettend veel leuke reacties van bezoekers.”
En die reacties blijven komen. “De kinderen willen niet meer naar huis, ze hebben het zó naar hun zin,” lacht een jonge moeder. “En wij genieten mee vanaf het terras.” Een andere moeder vult aan: “De kinderen zijn dolblij met het schminken en knutselen, dat is zo leuk om te zien.” Als het aan de bezoekers ligt, krijgt het Zomerfeest volgend jaar zeker een vervolg.
In de nacht van vrijdag op zaterdag zijn twee mensen gewond geraakt bij een ongeval in Castricum. Dat gebeurde even voor èèn uur in de Sifriedstraat. Beide voertuigen waren na de botsing flink beschadigd en konden niet op eigen kracht verder.
Beide slachtoffers zijn na behandeling ter plaatse met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Een berger heeft de auto’s afgevoerd. Eén daarvan was door de aanrijding in de bosjes terecht gekomen.
[UPDATE: het ging om een algemene pinstoring, niet alleen bij betalingen op de kermis]
Meerdere bezoekers van de Heilooër kermis zijn afgelopen week van een koude kermis thuisgekomen. Verschillende bezoekers melden dat hun pinbetalingen dubbel zijn afgeschreven na het afrekenen bij verschillende attracties op de kermis. Soms de volgende dag, soms al na enkele uren.
“Mijn zoon is gister op de kermis geweest en alles wat hij met zijn pinpas heeft betaald, is gister nogmaals afgeschreven”, schrijft Heilooër Selma op Facebook. Ze kreeg direct respons van medegedupeerden. “Bij mijn zoon en zijn vriend waren zondagavond op de kermis en bij hen zijn alle pinbetalingen op dezelfde dag ook dubbel afgeschreven.”
Opvallend is dat het niet gaat om één betaling die dubbel is afgeschreven, maar om meerdere dubbele afschrijvingen per bezoeker, en ook op verschillende dagen. De bezoekers bij wie de pinbetalingen dubbel zijn afgeschreven, zijn ook aangesloten bij verschillende banken.
De politie was donderdagmiddag nog niet op de hoogte van de dubbele pinafschrijvingen en kan er daarom nog weinig over zeggen. “We hopen dat de degenen met de dubbele afschrijvingen zich snel bij ons melden zodat we dit goed kunnen onderzoeken”, zegt een politiewoordvoerder. “We kunnen op dit moment nog niks zeggen over de oorzaak, misschien is het een storing.”
Bij minstens één gedupeerde is de dubbele afschrijving na contact met de bank inmiddels weer teruggestort.
Een vernieuwd perron, een overzichtelijker station en vooral: een nieuwe perronkap. Station Heiloo wordt deze zomer flink onder handen genomen tijdens een grote verbouwing. Daarmee zou het station veiliger, duurzamer en moderner moeten worden. Maar niet alles wordt aangepakt: aan de beruchte spoorwegovergang wordt niets veranderd.
In het gebied rond het station staan al maanden afzethekken, ligt bestrating open en lopen bouwvakkers rond. Zeven maanden lang, van april tot en met oktober 2025, wordt station Heiloo verbouwd. Dat is nodig volgens ProRail, want de perronkap is versleten en gecorrodeerd. Aanvankelijk was het plan om alleen die kap te vervangen, maar uiteindelijk is er toch voor gekozen om ook het perron zelf op te knappen. In totaal is er 3,8 miljoen euro uitgetrokken voor alle werkzaamheden.
Nu de bouwwerkzaamheden ongeveer halverwege zijn, vond spoorbeheerder ProRail het tijd om met de huidige stand van zaken rond het project toe te lichten tijdens een informatiebijeenkomst en een rondleiding voor de pers. Dus Streekstad Centraal haakte aan. Volgens de spoorwegbeheerder gaat “alles naar planning”. (tekst gaat verder onder de foto)
De nieuwe perronkap staat nu nog op de parkeerplaats naast het spoor, 19 juli wordt hij geïnstalleerd (foto: Streekstad Centraal)
De grootste eyecatcher is dus de nieuwe perronkap, die in delen wordt gebouwd op het nu afgezette parkeerterrein naast het spoor. Inmiddels staat daar een constructie van negentig meter lang en vijftien meter breed die zich over vrijwel het gehele parkeerterrein uitspreidt. De nieuwe perronkap moet vóór 19 juli klaar zijn. Die zaterdag wordt de nieuwe kap over de bovenleiding bij het spoor heen gehesen en op het perron geïnstalleerd.
“Dat wordt een behoorlijke operatie”, blikt projectmanager Wim Noordzij vooruit. “Op 19 juli gaan we de nieuwe perronkap deel voor deel naar het perron hijsen. De perronkap bestaat uit zes grote en zes kleine stukken. Die tillen we over de bovenleidig en de bedrading naast het spoor heen en als alle onderdelen op het perron staan schuiven we ze in elkaar.” Voor de nieuwe perronkap wordt de houten draagconstructie verstevigd en opnieuw gebruikt.
John Nieuwstad (l) geeft uitleg bij de nieuwe perronkap (foto: Streekstad Centraal)
Ook al gaat station Heiloo er met de verbouwing op vooruit, álle problemen bij het station lost het niet op. Want aan de beruchte spoorwegovergang, waar al meerdere ongelukken hebben plaatsgevonden en begin mei een vrouw om het leven kwam, wordt niks veranderd bij de verbouwing.
“Met dit project dragen we niet bij aan de veiligheid bij de spoorwegovergang”, zegt bouwmanager John Nieuwstad van aannemer K_Dekker. “Het gevaar van de spoorwegovergang hadden we voor het ongeluk in mei nog niet goed in ons vizier. In mei werd het pas een ding, maar toen waren we al begonnen met de werkzaamheden.”
Wel wijst Nieuwstad erop dat er eerder al gele vlakken geplaatst zijn om mensen nog alerter te maken, “maar helaas hebben we daarmee niet kunnen voorkomen dat er in mei een vrouw overleed”. Nu wordt er onderzoek naar gedragsbeïnvloedende maatregelen die voor meer veiligheid kunnen zorgen, zegt Nieuwstad. (tekst loopt door onder de foto)
Nu staat de nieuwe perronkap nog op het parkeerterrein naast het spoor, op 19 juli wordt de constructie in delen naar het perron gehesen. (foto: Streekstad Centraal)
Ook al blijft de spoorovergang voorlopig nog even een zorgenkindje, op het perron is het na de verbouwing wel een stuk veiliger, zegt ProRail. Om de veiligheid op het station te bevorderen, moeten er volgens ProRail wel twee voorzieningen worden opgeofferd: het openbare toilet en de kiosk die altijd vertrouwd op het perron stonden, komen niet meer terug. Dat is inmiddels definitief.
Dat besluit was aanvankelijk tegen het zere been van wethouder Rob Opdam, die veel waarde hecht aan de voorzieningen omdat hij bang was dat Heiloo geen “volwaardig station” zou zijn zonder de voorzieningen. Maar volgens ProRail is er een ‘compromis’ bereikt met de gemeente over het weghalen van de kiosk en het openbare toilet. In feite heeft ProRail de gemeente overtuigd van het belang om de twee voorzieningen weg te halen, zo bleek woensdag.
Met nog drie maanden aan bouwwerkzaamheden in het verschiet, kijkt ProRail vol vertrouwen naar de afronding. Nog twee weekenden zal het treinverkeer in Heiloo volledig stil liggen. Van 18 t/m 21 juli wordt de perronkap geplaatst en van 26 t/m 28 september worden de laatste werkzaamheden aan het perron en de perronkap verricht, waardoor het spoor in beide gevallen niet kan worden gebruikt door treinen. De NS zet dan bussen in als alternatief voor de trein. Medio oktober verwacht ProRail dat het station helemaal klaar is.
Verklaringen in het Engels, Arabisch en Nederlands op de facebookpagina van de Bilal Moskee in Nieuw-Overdie. De moskee bevindt zich plots in een internationale mediastorm, nadat hun imam Youssef Msibih met een delegatie van Europese imams op bezoek ging bij de Israëlische president Herzog. De kwestie roept vooral heel veel emoties op. Geloofsgenoten schelden hem op social media de huid vol, maar hij krijgt ook bijval.
Die steun moet hij in ieder geval missen van het bestuur van de moskee in Nieuw-Overdie. Die heeft al verklaard dat er binnen de moskee geen plek meer is voor de imam. Tegelijk pleit het bestuur voor verdraagzaamheid. “Het is belangrijk dat we ons als gelovigen blijven richten op verbinding, respect en onderlinge solidariteit.”
Youssef Msibih (op de hoofdfoto direct rechts van de Israëlische president, in de lichte kleding) was zo’n tien jaar aan de Alkmaarse moskee verbonden. De moskee wist niet dat hun imam zich bij een delegatie had aangesloten van Europese imams die naar Israël zou gaan. Hij had tegenover de moskee alleen gemeld een tijdje afwezig te zijn wegens ‘persoonlijke omstandigheden’. Behalve Msibih was er een Alkmaarder en een Langedijker mee met de delegatie naar Israël, maar zij hebben geen functie bij de moskee. (tekst gaat verder onder de foto)
De vernieuwde Bilal Moskee aan de Montalbaen in de Alkmaarse wijk Nieuw-Overdie. (foto: Google Maps)
Nadat het bezoek aan Herzog maandag bekend werd, kwam er scherpe kritiek, vooral vanuit de moslimgemeenschappen in Nederland en België. De delegatie, onder leiding van de Franse imam Hassen Chalghoumi, was uitgenodigd door een Israëlische organisatie en werd gepresenteerd als een vredesmissie. De groep veroordeelt de politieke islam en groeperingen zoals Hamas en Hezbollah.
Chalghoumi staat bekend om zijn standpunten tegen islamitisch extremisme, antisemitisme en complottheorieën. Hij zoekt actief toenadering tot de joodse gemeenschap in Frankrijk, wat hem zowel lof als kritiek heeft opgeleverd.
Zijn opvattingen hebben hem tot een controversieel figuur gemaakt, zowel binnen als buiten de islamitische gemeenschap. Voorstanders prijzen hem als een bruggenbouwer, terwijl critici – ook vanuit moslimkringen – hem soms beschuldigen van te dicht aanleunen tegen de Franse overheid of het simplificeren van religieuze kwesties. (tekst gaat verder onder de foto)
De Franse imam Hassen Chalghoumi (foto: Wiki Commons / fotograaf Guillaume de Paris, France, CC 2.0)
Onderdeel van de ontmoeting met de Israëlische president Herzog was het zingen van een Arabische versie van het Israëlische volkslied. Met name beelden van de Alkmaarse imam Youssef die naast Herzog staat zorgden voor flinke verontwaardiging. “Voor Herzog zingen, terwijl Palestijnen worden uitgehongerd en levend verbrand, is geen vredesboodschap. Het is verraad,” klinkt het online.
Imam Youssef heeft nog geen publieke reactie gegeven. Ondertussen hebben ook andere moskeeën zich gedistantieerd van zijn deelname. De kritiek luidt dat religieuze leiders geen politieke bijeenkomsten moeten bijwonen die het leed van de Palestijnen negeren. Het zwijgen van imam Youssef wordt door velen niet gezien als neutraal, maar als steun aan het Israëlische kamp.
Daarbij wordt imam Youssef Msibih uitgemaakt voor huichelaar, hoerenzoon, schandvlek en duivel. De Bilal Moskee veroordeelt alle extreme reacties. “Wij roepen iedereen op tot verantwoordelijk gedrag en het zoeken van opbouwende dialoog binnen de kaders van de wet en onze geloofswaarden.”
Het bestuur van de Bilal Moskee reageerde woensdagmiddag niet op vragen van Streekstad Centraal om een toelichting op het besluit om de imam de deur te wijzen. (Hoofdfoto: X.com / @dahrinoor2)
Het Noordhollandsch Kanaal bestaat dit jaar 200 jaar. Reden genoeg om het beroemde water – dat ook een belangrijke rol speelt in Alkmaar – eens extra in het zonnetje te zetten. Dat vond ook het lokale televisieprogramma Groots Alkmaar. “We zijn op zoek gegaan naar de betekenis van het Noordhollandsch Kanaal voor Alkmaar.”
In het programma gaat presentator Hugo Koeman met collega’s bij verschillende plekken langs om zo meer te weten te komen over het water. “Dit doen we door ontmoetingen op, langs en misschien zelfs wel in het Kanaal met mensen die er iets mee te maken hebben”, zegt Koeman.
Groots Alkmaar is een initiatief van Artiance Centrum voor de Kunsten, en is ontstaan tijdens de coronapandemie. Het programma gaat over cultuur, natuur en historie voor de inwoners van de gemeente Alkmaar. Groots Alkmaar is inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijkse reeks met maandelijkse afleveringen. (tekst gaat door onder de foto)
Hugo Koeman gaat samen met zijn collega’s in gesprek met verschillende mensen die een bijzondere band hebben met het Noordhollandsch Kanaal, zo ook schipper Ingrid. (foto: Groots Alkmaar)
Zo nemen de programmamakers de kijkers deze aflevering onder meer mee op bezoek bij een schipper, een supper, de bediencentrale voor bruggen en sluizen, maar wordt er ook een duik genomen in de geschiedenis van het Noordhollandsch Kanaal. Daarnaast wordt er ook geluisterd naar een heus lied over het Kanaal, en dat alles vanwege het 200-jarig jubileum.
Door die ontmoetingen is Koeman erg enthousiast geworden over het Kanaal. “Het zijn allemaal hele vrolijke en vriendelijke mensen heb ik gemerkt. En ik denk dat dat het water is.” Het enige wat hij nog te melden heeft is: “Kijken dus!”
Het programma is iedere dag om zowel elf uur ’s ochtends als elf uur ’s avonds te bekijken op de zender van Streekstad Centraal.
Na drie jaar toegewijd monnikenwerk is het archief van het Alkmaarse Kaasdragersgilde bijna klaar om te worden overgedragen aan het Regionaal Archief Alkmaar. Een mijlpaal in de geschiedenis van het gilde, dat al 452 jaar bestaat en al die tijd een opvallende rol speelt op het Waagplein: “Drie meter geschiedenis van broederschap”, stelt amateur-historicus Joris Jan de Vries.
Samen met kaasdrager Jette de Vries (nee, geen familie) heeft hij hier jarenlang vrijwillig zijn vrije uurtjes aan opgeofferd. Alle Kaasdragers hebben een bijnaam. Daarom staat Jette binnen het gilde al bijna 40 jaar bekend als De Bougie.
Als er nog een bijnaam voor Joris Jan bedacht moet worden, komt De Griffier misschien in aanmerking: als een klassieke, gilde-achtige eretitel, passend bij iemand die zich heeft bekwaamd in het lezen en ordenen van eeuwenoude handschriften.
Joris Jan is geen kaasdrager, maar wel een geboren Alkmaarder met een passie voor geschiedenis en genealogie. “Ik heb altijd iets gehad met de stad en de verhalen. Als kind liep ik al tussen de Edammertjes op het plein. Nu mag ik meedoen aan het bewaren van het verhaal.” (tekst gaat verder onder de foto)
Kaasdrager Jette de Vries (met groene cirkel) heeft al bijna 40 jaar de bijnaam De Bougie, omdat hij vroeger in de autohandel zat. (foto: Streekstad Centraal)
Groene, Rode, Gele en Blauwe hoedjes, zo herken je al eeuwenlang de leden van de vier ‘vemen’. Het Kaasdragersgilde van Alkmaar bestaat officieel sinds 1593. De gildeleden – altijd 28 mannen, verdeeld over deze vier groepen – vormen de dragers die met hun typerende drafje de kazen over het Waagplein vervoeren. Een traditie die wereldwijd bekend is. Zoveel geschiedenis leidt ook tot veel verhalen, verstopt in een groot archief.
Wat begon met de vraag of Joris Jan iets kon achterhalen over twee schilderijen in de kaasdragerskamer, groeide uit tot een ware archiefoperatie. “Ik had al ervaring met oude handschriften en archieven, maar wat ik hier aantrof was ongeordend, dubbel, en deels onleesbaar. Maar ook fascinerend. Elke map, elk vergeeld vel bleek een inkijkje in de wereld van het gilde.” (tekst gaat verder onder de foto)
In 2023 bestond het Kaasdragersgilde 450 jaar. (foto: Streekstad Centraal)
“Op een gegeven moment lag er een enorme stapel dozen, mappen, enveloppen en losse documenten,” vertelt Joris Jan. “Van kasboeken tot ledenlijsten, van uitnodigingen tot reglementen — alles zat door elkaar. Elk document is door onze handen gegaan. Alles is geschoond, geordend en geclassificeerd.”
Het resultaat is een volledig geordend en geïnventariseerd archief, waarvan de oudste stukken ruim 150 jaar teruggaan. Er was nog veel meer geweest, als de Alkmaarse brandweer in de jaren ’50 niet met een waterstraal een raampje kapot had gespoten van het Waaggebouw. Dat gebeurde tijdens een demonstratie voor het publiek op het Waagplein. Een groot deel van het archief belandde daardoor enkele jaren later zwaar beschimmeld bij het oud vuil. (tekst gaat verder onder de foto)
Na het ordenen en schonen van het archief van het Kaasdragersgilde is nog ongeveer drie meter aan archiefstukken over. (foto: Streekstad Centraal)
Van het archief dat nog gered kon worden en de jaren daarna weer groeide, hebben Jette en Joris Jan bijvoorbeeld honderden namen van kaasdragers in kaart gebracht, teruggaand tot de oprichting. “We hebben inmiddels meer dan 90 procent geïdentificeerd,” zegt Joris Jan. “Soms met bijnaam, soms met dienstjaren, en soms alleen een spoor in een benoemingsbrief.”
Het archief geeft veel antwoorden, maar zorgt ook voor nieuwe vragen. Daarbij is de hulp van het publiek welkom: er zijn vier bijnamen van kaasdragers van circa 100 jaar geleden waarbij niet duidelijk is wie deze mensen zijn: Petroleum, De Schar, De IJffeltoren en De Zoeloe. Als er een belletje gaat rinkelen bij een nazaat van die kaasdrager, dan houden Joris Jan en Jette zich aanbevolen voor de gouden tip. Graag even melden bij Jette.devries@planet.nl.
Wat het project bijzonder maakt, is niet alleen de inhoud van het archief, maar vooral wat het laat zien over de sociale samenhang binnen het gilde. “Het woord broederschap is hier geen loze term,” zegt Joris Jan. “Je ziet door de eeuwen heen hoe sterk de onderlinge band is. Kaasdragers zorgen voor elkaar, ook buiten het Waagplein.” (tekst gaat verder onder de foto)
De weduwen van kaasdragers tekenden elke maand voor de contante ontvangst van de uitkering uit het weduwenfonds. (foto: Streekstad Centraal)
Een treffend voorbeeld is het zogeheten weduwenfonds, waarin tot in de jaren ’70 geld werd uitgekeerd aan achterblijvende families. Er is correspondentie gevonden van een kaasvader met een drager die in de gevangenis zat, waarin blijkt dat het contact met diens gezin werd onderhouden. Zonder oordeel, maar met menselijke zorg. Jette stelt: “Zulke documenten laten zien dat het gilde altijd een sociale gemeenschap is geweest, niet alleen een werkeenheid.”
Eén van de opvallendste verhalen uit het archief speelt zich af tijdens de Bataafse Republiek, rond 1795. In deze turbulente tijd, waarin de oude orde moest wijken voor revolutionaire idealen, werden verschillende kaasdragers ontslagen wegens hun Oranjegezindheid. “Dat was ongekend,” zegt Joris Jan. “Maar wat nog uitzonderlijker is: er werd daarna een volksraadpleging georganiseerd — een soort referendum avant la lettre — waarin de stad mocht stemmen of deze mannen weer mochten terugkeren.” (tekst gaat verder onder de foto)
Jette de Vries (links) en Joris Jan de Vries delen weliswaar hun achternaam, maar zijn geen familie van elkaar. (foto: Streekstad Centraal)
Uiteindelijk werden velen van hen herbenoemd. “Dat is voor mij het mooiste voorbeeld van hoe het gilde altijd midden in de samenleving heeft gestaan. Vrijheid, gelijkheid, broederschap — die idealen vonden toen letterlijk hun weg op de kaasmarkt,” zegt hij met zichtbare bewondering.
Het archief laat ook zien hoe de kaasdragers vroeger veel meer waren dan ceremoniële figuren. Ze waren sjouwers, sterke mannen die alles wat in Alkmaar werd aan- of afgevoerd over de kades trokken. Niet voor niets komt de uitdrukking “vechten tegen de bierkaai” uit dit soort werk: je legde het af tegen zulke gespierde types. (tekst gaat verder onder de foto)
De vele reglementen voor de markten in Alkmaar leidden tot bureaucratie, maar zorgden ook voor papierwerk, eerlijke handel en maakten een einde aan willekeur. (foto: Streekstad Centraal)
Toch was hun positie niet vanzelfsprekend. “In de 16e eeuw ontstond er behoefte aan regulering van de markt,” legt Joris Jan uit. “Zodat er eerlijke tol werd geheven, en er toezicht kwam op wegen en meten. Vanuit die behoefte ontstond het gilde.” Dat het tot op de dag van vandaag bestaat, is volgens hem te danken aan het vermogen zich telkens opnieuw uit te vinden — zonder het verleden te verloochenen.
Het archief bevat niet alleen officiële stukken, maar ook talloze kleine verhalen die het gilde kleur geven. Correspondentie met tv-programma’s als die van Rudi Carrell, uitnodigingen voor optredens in Japan of Hongkong, kruimelavonden met gevulde koeken voor moeder de vrouw en duivekater met een dikke laag roomboter en kaas voor de kinderen.
En het mooiste: dankzij de inspanningen van Joris Jan en Jette is dit alles straks toegankelijk voor toekomstige generaties. “Het staat straks netjes geordend in zuurvrij papier, met lintjes en plaatsingslijsten,” zegt Joris Jan. “Ik verwacht dat het ongeveer drie meter plankruimte gaat innemen. Drie meter geschiedenis. Drie meter broederschap.” (tekst gaat verder onder de foto)
De oudste stukken uit het archief gaan terug tot het einde van de 19e eeuw. (foto: Streekstad Centraal)
Vrijdag volgt het gesprek met het Regionaal Archief Alkmaar. Voor kaasdrager Jette van het Groene Veem voelt het als een bekroning. “We zijn er zuinig op, maar de tijd is rijp dat anderen het ook kunnen zien, gebruiken, bestuderen. Het is onze plicht om dit over te dragen.”
En dan, met een glimlach: “Er is maar één ding dat je niet moet doen als het straks is overgedragen. Laat de brandweer maar niet oefenen bij het Regionaal Archief.”
Een zacht briesje waait over de voormalige weilanden van Koedijk terwijl bezoekers langzaam het terrein van LiberTerra oplopen. Het is open huis bij de wooncommunity aan de rand van natuurgebied Geestmerambacht. Versgebakken pizza’s, bloeiende tuinen en open huisjes heten de nieuwsgierigen welkom. “Wie had zich dit vijf jaar geleden kunnen voorstellen?”
“Toen we hier voor het eerst kwamen kijken, was het één grote kleibende,” vertelt bewoner Erik lachend, terwijl hij een groepje belangstellenden verwelkomt. “Er groeide nog helemaal niks. Je gleed uit bij elke stap, en je moest oppassen dat je laarzen niet volliepen met modder”, vertelt hij. “Het leek eerder een bouwput dan een toekomstig thuis”, voegt Ed toe. Zowel Ed als Erik wonen nu al vijf jaar in LiberTerra. (tekst gaat door onder de foto)
Bewoner Ed vertelt met veel passie over al het moois wat Liberterra te bieden heeft. Zo is er in het midden van het terrein een gezamenlijke moestuin waar iedereen een steentje aan bijdraagt. Op de achtergrond is een van de huisjes op het terrein te zien. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeenschap ligt verscholen aan de rand van natuurgebied Geestmerambacht en bestaat uit een verzameling kleine, duurzame huisjes die in een halve kring zijn opgesteld rond een gezamenlijke binnentuin. “Ik word hier toch wel erg enthousiast van hoor, als ik dit allemaal zo zie”, zegt een bezoeker opgewekt. “Dat de mensen dit hier helemaal zelf hebben opgebouwd vind ik erg bijzonder.”
Tijdens de rondleidingen vertellen bewoners enthousiast over het ontstaan. “Het initiatief is zo’n vijf jaar geleden begonnen”, begint Ed. “De boerderij die voorheen op deze grond stond werd gesloopt en één van de mensen die hier nu woont zag wel een mogelijkheid om een eigen community te starten. En zo gezegd zo gedaan. Kijk om je heen, ik denk dat het wel gelukt is!”
Op het terrein is van alles te zien. De moestuin ligt er uitnodigend bij, vol met kruiden, groentes en bloemen. Her en der staan bewoners klaar om vragen te beantwoorden. “Iedereen draagt hier bij op zijn eigen manier,” legt Ed uit. “We hebben geen hiërarchie, wel overleg. En dat werkt.” (tekst gaat door onder de foto)
Om de verschillende huisjes te mogen betreden moesten bewoners hun schoenen uit doen. “Dat is een van de gewoontes hier, dus we zouden het waarderen dat indien dat mogelijk is jullie je schoenen ook buiten laten staan.” (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens het open huis staan meerdere huisjes open voor bezichtiging. Bezoekers stappen voorzichtig – zonder schoenen – naar binnen. De woningen zijn klein maar slim ingericht, elk met een eigen stijl, gebouwd van duurzame of hergebruikte materialen. “Wat ik het fijnste vind?” zegt bewoner Erik. “Dat ik de buren écht ken. En dat er altijd iemand is om mee te eten, of gewoon even stil mee in de tuin te zitten.
De huisjes op het terrein van LiberTerra zijn geen vaste woningen, maar zijn zo gebouwd dat ze ook op een andere plek neergezet kunnen worden. “In eerste instantie hadden we een huurcontract voor vijf jaar, maar dat is nu gelukkig al verlengd naar nog eens vijf jaar”, vertelt Ed.
Na die jaren hoopt hij samen met mijn buurtgenoten nog veel langer te kunnen blijven. “We zijn daar al mee bezig, en we hopen heel erg dat we onder het mom van een ‘voorbeeldfunctie’ langer mogen blijven. Want hier wonen vinden mijn gezin en ik echt fantastisch.”