Wie deze dagen door het Heilooërbos loopt, zou zomaar kunnen denken dat de herfst al is begonnen. Onder de bomen ligt een deken van bruine bladeren en er zijn zelfs al beukennootjes te zien. Maar eind augustus hoort dat helemaal niet. Volgens boswachter Jordy Oudshoorn van Natuurmonumenten is sprake van een ‘fopherfst’: bomen laten door de aanhoudende droogte veel eerder hun bladeren vallen.
Normaal gesproken krijgt het bos pas rond oktober zijn roodbruine herfstkleuren. Dat moment wordt nu zeker een maand vervroegd door de recorddroogte, vertelt Oudshoorn aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. De regen die inmiddels is gevallen, betekent bovendien niet dat het probleem voorbij is.
“Kijk, onder de natte bladeren is de grond nog steeds droog”, constateert de boswachter als hij tussen het gevallen blad de aarde bekijkt. (tekst gaat verder onder de foto)
Boswachter Jordy Oudshoorn van Natuurmonumenten legt uit hoe droogte kan zorgen voor een fopherfst. (foto: NH Media)
Vooral de opeenvolging van droge jaren baart hem zorgen. Volgens Oudshoorn heeft het Heilooërbos daar sinds ongeveer 2018 mee te maken. Eiken kunnen van nature behoorlijk wat hebben. “Eiken zijn bij uitstek weerbare bomen. Niet voor niks worden ze vaak honderden jaren oud.” Maar ook zulke sterke bomen krijgen het moeilijk wanneer er jaar na jaar te weinig water beschikbaar is.
Dat is in het bos inmiddels goed zichtbaar. Sommige bomen hebben vlak boven de grond nog volop groene bladeren, terwijl de kruin steeds kaler wordt. Ook de vroege vorming van beukennootjes is volgens Oudshoorn een teken dat een boom onder druk staat.
“Zoals een goede moeder betaamt, is ze eigenlijk meer bezig met haar kinderen, de beukennootjes, dan met zichzelf”, legt hij uit. De boom steekt de beschikbare energie in de voortplanting. Volgens de boswachter kan de droogtestress ertoe leiden dat zo’n boom volgend jaar mogelijk niet meer tot bloei komt. (tekst gaat verder onder de foto)
In het Heilooërbos is de grond al bedekt met een deken van bladeren. (foto: NH Media)
Even wat extra water geven is in een compleet bos vanzelfsprekend geen oplossing. “Ik kan moeilijk met een gieter door het bos lopen”, zegt Oudshoorn. Volgens hem ligt een deel van de oplossing in de manier waarop Nederland met water omgaat. “In Nederland zijn we altijd heel goed in het afvoeren van water. We zouden het grondwater wat beter vast moeten houden.”
De droogte brengt bovendien een ander risico met zich mee. Oudshoorn roept bezoekers op voorzichtig te zijn met vuur, zeker tijdens langdurig droge periodes. Barbecues en sigaretten kunnen dan grote gevolgen hebben. “Een klein ongelukje is dan al genoeg voor brand.” Onlang trof een passant een barbecueënd stel wildkampeerders langs de Nijenburgweg. Het bos was toen nog kurkdroog en sowieso is wildkamperen er al verboden. Toen ingeschakelde boa’s aankwamen waren ze al weg, maar hun kenteken is bekend.
En zo oogt het Heilooërbos deze zomer op sommige plekken al alsof oktober is aangebroken. Mooi om te zien misschien, maar volgens de boswachter bepaald geen reden om naar de herfst uit te kijken.
Waar nu nog scholieren door de gangen lopen, moeten over enkele jaren bewoners hun voordeur openen. Vastgoedbedrijf Segesta wil het markante pand van het Luzac College aan de Wilhelminalaan 1 in Alkmaar verbouwen tot een complex met 26 huurappartementen. Het bedrijf blijft zelf eigenaar en gaat alle woningen verhuren. Een aantal omwonenden heeft inmiddels een advocaat ingeschakeld om het plan kritisch te volgen.
Het oudste deel van het omvangrijke gebouw werd in 1897 en 1898 als Villa Kennemerhoek gebouwd voor de familie Van Spall, eigenaar van de toenmalige Alkmaarse ijzergieterij. De villa werd later onder meer gebruikt als burgerweeshuis en kantoor van de Kamer van Koophandel. In 1978 en 1985 kwamen er grote kantoorvleugels bij. Het Luzac College huurt het complex sinds ongeveer tien jaar, maar heeft de huur per 1 augustus 2027 opgezegd. (tekst gaat verder onder de foto)
Rector Leertouwer verzekert dat het Luzac College in Alkmaar blijft, maar er is nog geen duidelijkheid waar Luzac naartoe verhuist. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens rector Pepe Leertouwer is het gebouw steeds minder geschikt voor onderwijs. Door de vele hoogteverschillen en de indeling is het niet eenvoudig om er een moderne school van te maken. Een nieuwe locatie heeft Luzac nog niet gevonden, maar de rector benadrukt dat de particuliere school in de kaasstad blijft. “Luzac gaat niet weg uit Alkmaar”, verzekert hij. De school is naar eigen zeggen al in gesprek met verschillende partijen over een ander onderkomen.
Voor Segesta vormde de opzegging aanleiding om naar een nieuwe bestemming te zoeken. Opnieuw verhuren als kantoor ligt volgens Alex Huges van het vastgoedbedrijf niet voor de hand. Het gebouw heeft door zijn ouderdom, de al eerder genoemde hoogteverschillen en uiteenlopende bouwdelen weinig flexibiliteit, terwijl de vraag naar kantoorruimte afneemt. Woningbouw lijkt daarom een betere oplossing. (tekst gaat verder onder de foto)
Het kenmerkende torentje wordt volgens directeur Huges van Segesta onderdeel van een van de te verhuren appartementen. (foto: Streekstad Centraal)
Het eerste plan daarvoor telde 22 appartementen. De aanvraag daarvoor werd in maart bij de gemeente ingediend, maar later weer ingetrokken. Volgens de gemeente bestonden intern nog veel vragen en hadden omwonenden zienswijzen ingediend. Segesta hield vervolgens een participatiebijeenkomst en diende op 28 juli een aangepast plan voor 26 woningen in. Dat is nog geen formele vergunningaanvraag, maar een principeverzoek waarmee de gemeente onderzoekt of het plan haalbaar is.
De extra woningen ontstaan doordat drie grote appartementen van ongeveer 120 vierkante meter uit het ontwerp zijn gehaald en zijn vervangen door zes woningen van circa 60 vierkante meter. Ongeveer 30 procent van het complex moet in de sociale huursector vallen. De overige woningen komen vooral in het middensegment. Voor veel dure huurwoningen ziet Segesta weinig ruimte. “In Alkmaar is niet echt een markt voor hoge huren in de vrije sector”, zegt Huges. (tekst gaat verder onder de foto)
Het complex bestaat uit de villa die is gebouwd eind 19e eeuw en enkele aanbouwen uit de 20ste eeuw. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de bijeenkomst in juni liepen de reacties volgens hem sterk uiteen. Sommige buurtbewoners waren enthousiast over woningbouw in het grotendeels leegkomende complex. Anderen wilden juist minder, grotere en duurdere appartementen. Daarbij hoorde Huges ook het argument dat de toekomstige huurders anders niet bij de bestaande buurt zouden passen. “Dit moet een laan blijven voor wat rijkere mensen”, kreeg hij tijdens de avond te horen. Segesta wijst erop dat het bedrijf zich moet houden aan het gemeentelijke uitgangspunt dat 30 procent van de woningen sociaal wordt verhuurd.
De ontwikkelaar zegt veel waarde te hechten aan de monumentale uitstraling van Villa Kennemerhoek. Aan de buitenkant van het historische deel verandert volgens Huges daarom niets. In het souterrain komen voornamelijk bergingen. Alleen in het middendeel valt volgens Segesta voldoende daglicht binnen om daar twee woningen te kunnen maken. Parkeerplaatsen en een fietsenstalling zijn voorzien op het eigen terrein achter het gebouw. (tekst gaat verder onder de foto)
Onder het standbeeld van schrijfster Geertruida Bosboom-Toussaint ligt de ondergrondse Singelgarage, toch bestaan er zorgen bij omwonenden over hoe het bezoekersparkeren wordt opgelost. (foto: Streekstad Centraal)
Niet alle omwonenden zijn daarmee gerustgesteld. Zij hebben een advocaat gevraagd hun belangen te behartigen. Uit een notitie aan de gemeente blijkt dat zij geen principieel bezwaar hebben tegen de verandering van het leegkomende school- en kantoorpand in woningen. Hun zorgen richten zich vooral op de uitbreiding van 22 naar 26 appartementen en de vraag of de gevolgen daarvan voldoende zijn onderzocht.
Vier extra woningen lijken op een complex van deze omvang misschien een beperkte verandering, maar betekenen volgens de advocaat wel een toename van ruim 18 procent. Dat kan gevolgen hebben voor parkeren, verkeersbewegingen, fietsparkeren, afvalinzameling, privacy en het gebruik van het buitenterrein. Ook wordt aandacht gevraagd voor de kwaliteit van de kleinere woningen en het binnenklimaat van de twee appartementen in het souterrain.
Bij parkeren willen de omwonenden niet alleen weten hoeveel plaatsen op een tekening staan, maar ook of die in de praktijk goed bereikbaar en bruikbaar zijn. Verder vragen zij hoe het bezoekersparkeren wordt opgelost. De openbare ruimte rond de Wilhelminalaan staat volgens hen al onder druk door bezoekers en medewerkers van het Noordwest Ziekenhuis. Ook moet worden onderzocht wat extra in- en uitrijdend verkeer betekent voor voetgangers en fietsers. (tekst gaat verder onder de foto)
Als het plan een vergunning krijgt, zijn er volgend jaar extra brievenbussen nodig bij het complex aan de Wilhelminalaan. (foto: Streekstad Centraal)
De advocaat vraagt daarnaast aandacht voor Villa De Lange naast het complex. Dat pand aan de Wilhelminalaan 2 is een rijksmonument. Een geplande brandtrap, een hekwerk en andere voorzieningen mogen volgens de omwonenden geen afbreuk doen aan de monumentale omgeving. Zij willen bovendien dat de buurt opnieuw kan reageren op het uiteindelijke plan.
Segesta wacht eerst het vooroverleg met de gemeente af en sluit aanpassingen niet uit. Als het ontwerp niet meer ingrijpend verandert, verwacht het bedrijf zelf geen nieuwe bewonersavond te houden. De gemeente denkt daar voorzichtiger over. Als de ambtelijke beoordeling positief uitvalt, wil Alkmaar erop aansturen dat de buurt vóór de formele vergunningaanvraag opnieuw uitgebreid wordt geïnformeerd.
De gemeente verwacht binnen enkele maanden meer duidelijkheid over de haalbaarheid. Onder meer parkeren, verkeer, woonkwaliteit, de monumentale omgeving en de gevolgen voor aangrenzende woningen worden nog beoordeeld. Segesta hoopt binnen twaalf maanden een vergunning te krijgen. Na het vertrek van Luzac op 1 augustus 2027 kan de verbouwing dan beginnen. De eerste huurders zouden dan eind 2028 de sleutel kunnen krijgen.
Een achtbaan blijft een achtbaan, hoog blijft hoog, en een oliebol blijft een oliebol. Toch is er maandagmiddag wel heel veel anders dan anders op de kermis van Alkmaar. Tussen 13:00 en 14:30 is het er ‘prikkelarm’ en dat trekt mensen die de kermis anders juist liever vermijden.
“Het is al twee uur, dan is die kermis toch wel een keer ópen? Nee?” Lang niet iedereen is maandag op de hoogte en een enkeling maakt al zowat rechtsomkeert, in de overtuiging dat er nog geen kermis ís. Maar dat klopt toch echt niet. Alle attracties zijn open en zelfs die grote Airborne draait zijn rondjes. Alleen: zonder muziek, zonder effecten.
De Jester draait in stilte, maar wél hard. (foto: Streekstad Centraal)
“Zeker, wij zijn hier speciaal voor gekomen”, bevestigt Renee van Klas op Wielen. Deze klas van Heliomare is bedoeld voor mensen die in een rolstoel zitten. Dat op zichzelf is al een uitdaging op de kermis, die vaak veel te druk is om met de rolstoel te verkennen. Maar ook het vele licht en geluid kan mensen afschrikken, legt Renee uit.
“Maar kijk: er zijn ook léúke prikkels. Bewegingsprikkels, heen en weer gaan. Daar komen wij van genieten.” Mooi dat dit kan, vinden Renee en de jongens en meiden uit haar klas. Al laten ze zich zeker niet allemaal wegjagen door muziek. Wat de één te veel is kan de ander toch best hebben. (tekst gaat door onder de foto)
Het geratel van de achtbaan valt nu wel meer op dan anders. (foto: Streekstad Centraal)
Ouders van jonge kinderen weten: de kermis is oppassen geblazen. Soms is ineens dat omslagpunt bereikt en zet de kroost het op een krijsen. Het verrast dan ook niet dat er best wat ouders met jonge kinderen over de prikkelarme kermis lopen die hier bewust voor hebben gekozen.
“Als het geluid straks weer aangaat blijven we heus nog wel even hoor”, zegt Denise die met haar twee kinderen net klaar is bij een ballenkraam. “Het gaat erom dat ze nu vast even zien waar alles staat. Dan weten ze straks ook waar ze zijn.” Dat geeft toch wat rust, voor de kinderen en voor hun moeder.
Het niet zo prikkelarme cadeautje dat bij het balspel gewonnen is wordt intussen vol trots getoond aan de verslaggever van Streekstad Centraal. Dat blijft toch mooi, ook op een aangepaste kermis telt de winst.
“Vorig jaar waren we hier ook”, vertelt Denise. “Toen was het wel drukker, omdat het nog vakantie was. Nu zijn er een stuk minder kinderen.” (tekst gaat door onder de foto)
Denise vervolgt haar weg over de zwijgende kermis. (foto: Streekstad Centraal)
Dat valt meer mensen op: het is best stil. Vooraf klonk er ook wel wat kritiek op het tijdsstip van de prikkelarme middag. Die valt samen met school, werk, andere verplichtingen. Wat dat betreft zou een moment in het weekend beter zijn.
Maar daar zit dan wel een andere kant aan, zien ook de kermisondernemers die we spreken. Zeker heeft de prikkelarme middag een eigen publiek, maar het wordt toch wel drukker als de muziek weer aangaat. In het weekend zou het best wat omzet kunnen kosten. (tekst gaat door onder de foto)
“De spoken slapen niet”, krijgen we bij het spookhuis te horen. (foto: Streekstad Centraal)
“We houden er zo veel mogelijk rekening mee”, legt de uitbaatster van het nieuwe spookhuis uit. “Die spookachtige muziek, die hoor je nu niet. Maar ja, een spookhuis, dat blijft wel veel prikkels hè. De spoken slapen niet…” Gelukkig zijn er ook in de relatieve stilte van die middag genoeg bezoekers die het erop wagen.
Prikkelarm of niet, de fatbikes blijven vervaarlijk slalommen tussen het publiek door en ook ouderen op elektrische fietsen lijken de bordjes en aankondigingen gemist te hebben. Maar de stilte zorgt toch voor een zekere sereniteit tussen de kleuren en de bewegingen.
Om 14:30 klinkt dan het vertrouwde carillion van de Waag. En hoewel dat alle uren blijft spelen, is het voorlopig voor het laatst dat dát geluid op de kermis te horen is. Eén voor één gaan de muziekinstallaties weer aan en verstomt het geratel van de achtbaan, het gezwier van de Breakdance en de Airborne. Dan klinkt de kermis weer als de kermis, nog een hele week lang.
En weer een dik record. HugoHopper-chauffeurs vervoeren meer reizigers dan ooit. Vooral de lijnbussen worden steeds populairder. En niet alleen de getallen zijn mooi, reizigers laten de chauffeurs regelmatig weten dat ze blij zijn met hun inzet. “We zijn er best trots op, dat we dat met elkaar voor elkaar krijgen.”
Dat de HugoHoppers van Vervoersvereniging Dijk en Waard na de coronatijd weer veel meer reizigers verwelkomden is niet vreemd. De lijndiensten lagen een tijd lang plat, het deur-tot-deur vervoer werd meermalen tijdelijk opgeschort en tussentijds liep het geen storm. In 2023 werd een vierde buslijn gelanceerd en in mei 2024 nog eens een vijfde voor Sint Pancras. Dat helpt natuurlijk wel met het aantrekken van reizigers.
Maar álle lijnen zagen vorig jaar een goede tot grote stijging van het aantal passagiers, blijkt uit het recent geopenbaarde jaarverslag 2025. Daarin staat dat het totale gebruik steeg van ruim 16.700 naar meer dan 20.200 keer, een toename van liefst 21 procent. De populairste lijn is de blauwe die Middenwaard, het NS-station en De Noord verbindt. Nummer twee is de oranje lijn via de Bomen- en Schilderswijk naar Reigersdaal aan de Krusemanlaan. (tekst gaat verder onder de foto)
De HugoHopper verbindt niet alleen locaties, maar ook mensen. (foto: Streekstad Centraal)
Het deur-tot-deur vervoer is een kleinere maar wel cruciale tak. Verreweg de meeste leden zijn 65+ en het zwaartepunt ligt op 82 jaar. De ervaring leert dat de taxiservice hun enige vervoersoptie is. Daarnaast is de taxirit zelf vaak al een sociaal gebeuren. Het aantal leden nam vorig jaar toe en ze maakten met elkaar ruim 13.000 ritten, een stijging van 4,7 procent. De verwachting is dat het ledenaantal blijft stijgen vanwege de vergrijzing.
Het meest wordt gebruikgemaakt van de buurtbus, die een rondje rijdt vanaf het NS-station door Langedijk en over de Zandhorst. Deze dienst, gesteund door de provincie en Connexxion, kende met bijna 26.300 passagiers een bescheiden toename van 0,7 procent. Daar zit echter rek in, want tijdens de spits zit het achtpersoonsbusje regelmatig vol en moeten chauffeurs mensen laten staan – iets wat ze overigens niet altijd over hun hart kunnen verkrijgen.
De vierde tak is het groepsvervoer voor Philadelphia Zorg en Esdégé-Reigersdaal, de kleinste tak van HugoHopper. Hier was een kleine afname van het aantal reizigers. (tekst gaat door onder de foto)
Vrijwel exact zeven jaar geleden werd de HugoHopper-buurtbus gelanceerd door de toenmalige wethouders Annette Groot en Nils Langedijk, gedeputeerde Adnan Tekin en HugoHopper vicevoorzitter Piet Kerkvliet. (foto: Streekstad Centraal)
Vrijwilliger Sjaak Plukkel is blij dat de HugoHoppers weer een stuk populairder geworden zijn. “We zijn er best trots op, dat we dat met elkaar voor elkaar krijgen”, zegt hij tegen Streekstad Centraal. “Onze vier betaalde krachten (parttime, red.) steken er een heleboel tijd en energie in, en alle 200 vrijwilligers met elkaar ook. Dat er zoveel meer gebruik van de HugoHopper gemaakt wordt, dat motiveert natuurlijk.”
Maar de positieve reacties zijn misschien nog wel de grootste beloning. Eerder lieten chauffeurs al weten dat ze het niet erg vinden als ze eens niemand aan boord hebben, maar het is natuurlijk wel leuker als dat wél zo is. Dan helpen ze graag een handje en ze krijgen regelmatig te horen dat hun service wordt gewaardeerd.
“De meeste klanten zijn ouder en voor hen is in- en uitstappen vaak wat lastig, of ze zijn met de rolstoel of hebben zware boodschappen”, vertelt Plukkel die zelf een tijd heeft gereden, maar nu telefonische klantenservice doet. “Onze chauffeurs helpen graag en wat ik van ze hoor is dat passagiers zeer tevreden zijn. Ze krijgen vaak ook een fooitje, of een reep chocola of een pak koek of zo. We horen hier aan de telefoon ook dat mensen tevreden zijn.” (tekst gaat verder onder de foto)
Vrijwilligers rijden graag, niet alleen om mensen te helpen maar ook omdat ze het gezellig vinden. (foto: Streekstad Centraal)
De vereniging wist twaalf nieuwe vrijwillige chauffeurs te rekruteren. Al stopten er ook een aantal, en ook twee vrijwilligers die klantenservice en boekingen verzorgen. Het bestuur beseft dat alles staat of valt met de vrijwilligers en dat zij dus met plezier meedoen, blijkt uit het jaarverslag.
Ook financieel gaat het HugoHopper voor de wind. Niet alleen was er een mooie stijging van het aantal leden en reizigers, de brandstofprijs was vorig jaar gemiddeld lager, en er was geen aanzienlijke stijging van de loonkosten. Steeds meer busjes worden vervangen door een elektrische variant. Nu rijdt de helft van de twaalf busjes nog op diesel.
En de vervoersvereniging tekende voor het eerst een meerjarenovereenkomst met gemeente Dijk en Waard. “In deze samenwerking is steeds duidelijk voelbaar dat we ons als gemeente en als vervoersvereniging sterk maken voor hetzelfde doel.” De overeenkomst verzekert dat HugoHoppers sowieso tot en met 2028 rijden.
Als startende ondernemer of zzp’er begin je vaak aan de keukentafel of op zolder. Dat is in de opstartfase praktisch en goedkoop, maar er komt een moment dat de muren op je afkomen. Je voorraad groeit, de administratie stapelt zich op en klanten thuis ontvangen voelt niet meer professioneel. Het huren van een eigen fysieke plek is dan een logische volgende stap om je onderneming serieus te laten groeien en werk en privé beter te scheiden.
Het vinden van de juiste werklocatie kan echter een uitdaging zijn. Traditionele kantoorpanden of grote bedrijfshallen zijn voor kleine ondernemingen vaak te ruim en hangen vast aan langdurige, starre contracten. Gelukkig zijn er tegenwoordig slimme, flexibele alternatieven die perfect meebewegen met de schaal van jouw bedrijf en je direct een professionele uitstraling geven.
De voordelen van een modulaire werkplek
Modulaire units winnen snel aan populariteit onder moderne ondernemers. Deze compacte, zelfstandige ruimtes zijn uitstekend geschikt voor uiteenlopende doeleinden, van een rustig kantoor tot opslagruimte voor een webshop. Je betaalt alleen voor de vierkante meters die je daadwerkelijk gebruikt, wat de vaste lasten overzichtelijk en beheersbaar houdt.
Wanneer je op zoek bent naar een aanpasbare oplossing, bieden moderne concepten zoals Unity Units uitkomst. Dergelijke aanbieders begrijpen dat een startende ondernemer behoefte heeft aan flexibiliteit. Mocht je bedrijf sneller groeien dan verwacht, dan is het vaak eenvoudig mogelijk om op te schalen naar een grotere unit of extra werkruimte erbij te huren.
Waar let je op bij het huren van ruimte?
Voordat je een handtekening onder een huurovereenkomst zet, is het verstandig om je wensen goed in kaart te brengen. Niet elke box of kantoorruimte is namelijk automatisch geschikt voor jouw onderneming. Denk dus goed na over de dagelijkse praktijk van je werkzaamheden en hoe je de ruimte functioneel gaat indelen.
Gebruik de onderstaande checklist om verschillende opties op een rij te zetten en objectief met elkaar te vergelijken:
Bereikbaarheid en toegang: is de locatie eenvoudig te bereiken voor zowel jezelf als eventuele leveranciers, en kun je er dag en nacht terecht?
Voorzieningen op het terrein: zijn er gedeelde sanitaire voorzieningen aanwezig, is er een betrouwbare postverwerking en is er voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers?
Veiligheidsmaatregelen: beschikt het terrein over goede camerabeveiliging, een stevig toegangshek en voldoende buitenverlichting in de avonduren?
Contractduur: kun je het contract flexibel per maand of per jaar opzeggen, of zit je direct vast aan een langdurige verplichting?
Aansluitingen en nutsvoorzieningen: zijn basisvoorzieningen zoals stroom, verlichting en snel internet standaard inbegrepen in de maandelijkse huurprijs?
Waarom Almere een slimme locatie is
Flevoland, en in het bijzonder Almere, is momenteel een van de snelst groeiende regio’s voor ondernemerschap in Nederland. Door de gunstige ligging ten opzichte van steden zoals Amsterdam en Utrecht trekken veel ambitieuze bedrijven deze kant op. Bovendien liggen de huurprijzen hier vaak een stuk gunstiger dan in de overvolle Randstad, terwijl je toch profiteert van een uitstekende infrastructuur en een actieve zakelijke gemeenschap.
Ben je specifiek op zoek naar een strategische uitvalsbasis in deze regio? Een geschikte bedrijfsruimte Almere huren helpt je om snel te schakelen binnen een dynamische omgeving. Je bevindt je dicht bij belangrijke snelwegen en de verbindingen met de rest van het land zijn optimaal, wat ideaal is voor zowel zakelijke dienstverleners als logistieke webshops die veel pakketten verzenden.
Bereid je voor op de volgende stap
Het huren van een externe werkplek is een grote en spannende mijlpaal voor je onderneming. Het scheidt niet alleen je werk effectief van je privéleven, maar zorgt er ook voor dat je met meer focus en productiviteit aan je doelen kunt werken. Door te kiezen voor een flexibele opzet behoud je de vrijheid om snel in te spelen op marktveranderingen zonder onnodige financiële risico’s te lopen.
Neem rustig de tijd om verschillende locaties te bezoeken en de sfeer persoonlijk te proeven. Kijk kritisch naar de aanwezige faciliteiten en kies een optie die perfect aansluit bij jouw huidige behoeften en toekomstige ambities. Maak vandaag nog een lijstje met jouw harde eisen en zet de eerste concrete stap naar de professionele werkomgeving die jouw onderneming verdient.
Wie het Alkmaarse nieuws een beetje volgt, zal er niet van opkijken. Maar triest is het wel. De rotonde dichtbij station Alkmaar Noord,die de Hertog Aalbrechtweg, de Schinkelwaard en de Zeswielen met elkaar verbindt, geldt als één van de gevaarlijkste van Nederland. De rotonde staat op de vijfde positie in de lijst van gevaarlijkste fietsplekken.
Dat becijferde vergelijkingssite Independer op basis van cijfers van Rijkswaterstaat. Alkmaar scoort daarmee eigenlijk het hoogst van heel de provincie, maar een combinatie van twee rotondes in Aalsmeer blijkt in de praktijk nog gevaarlijker, meldt NH, mediapartner van Streekstad Centraal.
Dat laat onverlet dat de risico’s behoorlijk groot zijn op de rotonde bij de Zeswielen. Binnen vier jaar tijd zijn er op de onoverzichtelijke rotonde 34 ongelukken met fietsers gebeurd. (tekst gaat door onder de foto)
Ook ‘s nachts kan het goed mis gaan op deze plek. (foto: Streekstad Centraal)
Veel van die ongelukken halen ook de berichtgeving van Streekstad Centraal, wat onderstreept hoe ernstig de ongelukken zijn.
Soms leiden de ongelukken ook tot een aanhouding door de politie, maar meestal is van slechte wil geen sprake. De situatie wordt door veel weggebruikers als onoverzichtelijk ervaren en het is ook nog eens vaak druk op deze plek.
Met kleine aanpassingen probeert de gemeente Alkmaar de rotonde wel veiliger te maken. Maar het is nog te vroeg om te zeggen of dat deze beruchte plek ook echt veiliger heeft gemaakt. De bijzondere positie op de Nederlandse ranglijst mag in ieder geval tellen als een extra waarschuwing voor wie hier langs komt.
Moe. Af. Bekaf zelfs. Dát waren de dertien jonge helden van de brandweer in Heerhugowaard zondagochtend wel, in verschillende gradaties. Maar ze konden toch maar mooi zeggen dat ze een échte 24-uursdienst hadden gedraaid. Met spectaculaire oefeningen op het water, in de rook en, toegegeven, ook récht voor een ijssalon die in dit geval gewoon de bestemming was.
Zo maakten ze kennis met vermoeidheid en onverwachte meldingen, zoals die ook tijdens echte 24-uursdiensten voorkomen. Haastig uitrukken voor een brandmelding bij MediaMarkt en pas op het laatste moment horen dat er niets aan de hand is: ook de typische anticlimax van ‘loos alarm’ hoort ook bij het werk.
De dertien jongeren die zondagochtend om 09:30 uur hun piepers op tafel legden, klaar om naar huis te gaan, kénnen dat werk. Ze leren veel bij de jeugdbrandweer. Maar een 24-uursdienst is toch andere kost. (tekst gaat door onder de foto)
Bij de laatste uitruk zondagmorgen was de vermoeidheid wel merkbaar. (foto: Brandweer Heerhugowaard)
Fien, Olivier en Rens nemen ná hun dienst nog even tijd om na te praten met Streekstad Centraal. “Ik denk dat bijna niemand echt heeft geslapen”, bekent Fien (13). Zelf haalde ze misschien net drie uurtjes. Dat is meer dan Rens (14): “Een half uurtje misschien.”
Ook Olivier (16) heeft nauwelijks geslapen. “Dat was chaos jongen! En dan ook nog die autobrand…”
De jongeren waren op de kazerne om te oefenen, maar in de nacht van zaterdag op zondag moest ook het volwassen korps uitrukken. Een autobrand verderop in de stad, aan de Anna Polaktuin. “We hoorden de piepers van de volwassenen, we dachten even dat we zelf moesten”, blikt Olivier terug. Maar ze konden zich omdraaien, al stonden de meesten toch voor het raam om de wagen te zien wegrijden. (tekst gaat door onder de foto)
Rens, Fien en Olivier maakten zondag nog even tijd voor Streekstad Centraal. (foto: Streekstad Centraal)
“Ja, een echte brand, daar ga ik anders ook wel even bij kijken natuurlijk”, vertelt Fien. Zo is het ook voor Rens en Olivier: het boeit ze toch, het brandweervak, ook als ze gewoon op school zitten. “Ik ben er in mijn hoofd bijna elke dag wel mee bezig”, zegt Olivier. “Ik wil hier als ik volwassen ben ook mee verder, ik wil Officier van Dienst worden.”
Met die ambitie houden ze rekening bij de Heerhugowaardse jeugdbrandweer. Speciaal voor Olivier was er tijdens deze 24-uursdienst ook een oefenrol voor de ‘OVD’, zoals dat in brandweertermen wordt afgekort. Olivier kon dus met bijpassend pak de beide eenheden aansturen, want dát is de taak waar hij zich op voorbereidt.
Aan zijn 24-uursdienst begon hij redelijk nuchter. “Ik had wel verwacht dat we meteen een melding zouden krijgen. Maar we wisten natuurlijk niets van tevoren.” (tekst gaat door onder de foto)
Een oefening bij het Zeekadetkorps vergde wat voorbereiding, maar moest voor de jeugdbrandweer zélf een verrassing blijven (foto: Brandweer Heerhugowaard)
Fien lette anders wel goed op eventuele aanwijzingen. Toen één van de begeleiders al een uur weg was vond ze dat toch verdacht. “Toen zei ik wel: ‘Er komt wat.’” En dat klopte, er moest wat worden klaargezet en even later kon de oefening beginnen. Toch een leermomentje, lachen de begeleidende brandweerlieden naderhand. Het moet nog nét wat stiekemer.
Dat er ook een nachtelijke uitruk in zat, dat hadden ze alle drie wel gedacht. “Precies om 02:00 uur ’s nachts kwam de melding”, herinnert Rens zich. “Er lag iemand te water bij het Strand van Luna.” Niet echt natuurlijk, maar voor een oefening serieus genoeg. Alle drie wisten ze: Luna, daar is het pikkedonker.
“Ja, we hebben de lichtmasten op de wagen aangezet”, vertelt Olivier. “En ik had een zaklamp mee”, vult Fien aan. Aan touwen gingen ze de nattigheid in om volgens de veiligheidsvoorschriften hun werk te doen. (tekst gaat door onder de foto)
Rens, Olivier en Fien hebben elk hun eigen rol. Olivier oefent voor Officier van Dienst. (foto: Streekstad Centraal)
Veiligheid gaat bij de brandweer voor alles. Daar leren de jonge brandweerlieden ook veel over. “Bij de jeugdbrandweer zit je ook gewoon vaak in het leslokaal”, legt Rens uit. “Oefenen is natuurlijk wel het leukste, maar dit hoort er ook bij.”
Zelf combineert hij de jeugdbrandweer nog met voetbal, waar hij als scheidsrechter actief is. Fien voetbalt ook, Olivier gaat regelmatig naar de sportschool. Maar de jeugdbrandweer zorgt toch wel voor de bijzonderste verhalen.
“Nou, mijn vrienden denken wel: wat ga je daar nou doen”, relativeert Fien lachend. “Dan vertel ik erover en dan zeggen ze, stop maar hoor.” (tekst gaat door onder de foto)
Tussen de serieuze oefeningen door hoort een uitruk voor een ijsje er ook gewoon bij. (foto: Brandweer Heerhugowaard)
Zolang ze het zélf maar interessant vinden. “Er is een wachtrij bij de jeugdbrandweer in Heerhugowaard”, weet Olivier. Het spreekt toch veel mensen aan: de oefeningen, de verantwoordelijkheden, maar ook de lol onderling. Een melding met lage prioriteit waar ze dan tóch in grote haast op afrennen, om vervolgens te ontdekken dat er gewoon een ijsje op het programma staat.
Dat is ook de jeugdbrandweer. En meer: ze kookten ook samen. De boodschappen deden ze zelf. Een gezellige avondmaaltijd tussen de brandweerwagens. Een potje voetbal. (tekst gaat door onder de foto)
De kazerne werd door de jeugdige keukenbrigade omgevormd tot eetzaal. (foto: Brandweer Heerhugowaard)
“We hebben ook verstoppertje gespeeld”, zegt Olivier. “Toen ging net dat ding piepen en zat ik half vast achter een rolstoel. Daar hebben ze me toen even achter vandaan moeten trekken.”
Het is spannend, maar tegelijk óók veilig. Volgens de jongeren komen blessures bij hun oefeningen nauwelijks voor. “Ik heb volgens mij maar één keer een blessure gehad”, zegt Olivier. “O, wat had je?” vraagt Fien meteen. “Een verzwikte enkel. Ik liep in het donker en miste een afstapje.”
Rens verwoordt dan de blessure die ze allemaal wel voelen, na die dienst van 24 uur: “Ik heb pijn aan mijn poten! Verkeerd gelegen zeker. Ik weet niet of ik zo nog kan slapen, maar móé, ja, dat ben ik wel. Maar dat wisten we toen we hieraan begonnen.”
Gebruikte condooms, maandverband, doekjes, tampons, eetresten, olieën en vetten. Er zijn nog altijd mensen die van alles door het toilet spoelen dat er niet in hoort. Dat kost de gemeenschap jaarlijks een slordige 375.000 euro aan reparaties. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier draait alweer eventjes de campagne ‘Unflushables’, om ervoor te zorgen dat mensen geen storingen en defecten meer veroorzaken.
Een ranzig, dik, bruin-wit plakkaat is wat er ontstaat als afval zich samen met poep ophoopt in het riool. Het doet denken aan druipsteen in vochtige grotten. Of het is een verzameling dikke vieze slierten. Het is al vervelend genoeg als deze bende voor opstoppingen zorgt, maar het levert ook storingen en defecten aan rioolgemalen en rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Mensen van het hoogheemraadschap hebben de ondankbare taak om de vieze bende los te bikken en om storingen en reparaties te fiksen.
Om een idee te geven: ruim een jaar geleden ontstond een grote rioolopstopping in de Alkmaarse wijk Oud-Overdie. Bij meerdere bewoners werd het rioolwater door de toiletten omhoog gedrukt. De zoektocht naar de oorzaak kwam uit bij een volledig met ‘druipsteen’ omhulde rioolpomp. (tekst gaat verder onder de foto)
Opstoppingen en storingen ontstaan niet alleen door ‘druipsteen’, maar ook vieze lange slierten van doekjes en andere troep. (foto: HHNK)
In de eerste helft van 2026 waren er bij elkaar 104 storingen en defecten aan rioolgemalen en rwzi’s, laat een woordvoerder van waterschap Streekstad Centraal bij navraag weten. Dat komt misschien niet alleen door ongewenst afval – ‘unflushables’, ook via straatkolken kan troep het riool in stromen. Al die storingen en defecten kosten tijd en geld om te verhelpen, dus geldt: hoe minder, hoe beter.
De woordvoerder maakte voor Streekstad Centraal een kostenplaatje. Wekelijks moet HHNK gemiddeld vijftien storingen aan rioolgemalen verhelpen en dat kost zo’n 400 euro per keer. Tel daarbij op wekelijks vijf inzetten op storingen aan rwzi’s à 240 euro. Totale kosten op jaarbasis: rond de 375.000 euro. (tekst gaat verder onder de foto)
Het waterschap zet in op humor, gekkigheid en vrolijke kleuren om de campagne ‘Unflushables’ extra impact te geven. (foto: HHNK)
Vies werk en dus ook een aanzienlijke kostenpost. Eerdere oproepen van het waterschap lijken weinig effect te hebben gehad. Niet zo gek dat HHNK er maar eens een serieuze campagne op losgelaten heeft, om mensen die ongewenst afval in de toiletpot gooien bewust te maken van de gevolgen. De ludieke campagne Unflushables draait inmiddels even op een aparte website en sociale media van het waterschap, zoals Instagram.
Dat maandverband en frituurvet voor opstoppingen kunnen zorgen zal weinigen verbazen, maar ‘oplosbare’ vochtige doekjes zijn ook niet welkom. Ja, ze lossen op, maar dat duurt een hele tijd, waarschuwt het hoogheemraadschap. En gebruikte condooms en tampons, ja die zijn maar klein, maar ook die dragen bij aan opstoppingen. (tekst gaat verder onder de foto)
De campagne Unflushables bestaat onder andere uit foto’s en video’s van mensen die relaxen op Unflushable-luchtbedden. (foto: HHNK)
De campagne bestaat onder andere uit filmpjes met mensen die op een zonnige dag lekker op Unflushable-luchtbedden in het water dobberen. Het ziet er naar uit dat het waterschap al vragen heeft gehad van mensen die er eentje willen bestellen maar nee, ze zijn niet te koop. HHNK hint wel naar een winactie.
Een bril of lenzen horen er voor veel mensen gewoon bij, maar niet iedereen vindt het prettig. Wie ‘s ochtends meteen scherp wil zien, zonder gezoek naar een montuur of gedoe met lenzen, kijkt vaak naar de mogelijkheden om er blijvend vanaf te komen. Er zijn meer opties dan je denkt, en het loont om je vooraf goed in te lezen voordat je een keuze maakt.
Welke manieren zijn er om beter te zien zonder bril?
De bekendste route is ooglaseren, waarbij het hoornvlies met een laser wordt bijgesteld zodat je zonder hulpmiddel scherp ziet. Daarnaast bestaan er lensimplantaten, bijvoorbeeld voor mensen bij wie laseren niet de beste keuze is. Welke behandeling past, hangt af van je ogen, je leeftijd en de sterkte van je afwijking. Een goede kliniek begint daarom altijd met een uitgebreid vooronderzoek en een eerlijk advies over de vraag of je wel of niet geschikt bent.
Is het verstandig om je ogen te laten laseren?
Voor veel mensen is het een veilige en beproefde ingreep die het dagelijks leven een stuk gemakkelijker maakt. Toch is het geen automatische keuze: niet iedereen komt ervoor in aanmerking, en rond de 45 jaar verandert het zicht van dichtbij, waardoor een leesbril soms alsnog nodig blijft. Laat je daarom altijd goed voorlichten door een ervaren specialist die je verwachtingen realistisch houdt. Wie zich oriënteert op ooglaseren amsterdam en omgeving, doet er goed aan te kijken naar de ervaring van de kliniek en de nazorg die geboden wordt.
Hoe verloopt zo’n behandeling?
De ingreep zelf duurt meestal kort en is vrijwel pijnloos; veel mensen zien al binnen een dag duidelijk beter. Het begint met een uitgebreid vooronderzoek waarin de dikte en vorm van je hoornvlies en de sterkte van je ogen nauwkeurig worden gemeten. Op basis daarvan bepaalt de specialist welke techniek geschikt is, of dat laseren in jouw geval juist niet verstandig is. Na de behandeling volgen een of meer controles om te checken of alles goed geneest. Die nazorg is minstens zo belangrijk als de ingreep zelf, dus vraag er vooraf naar.
Wat kost ooglaseren?
De prijs hangt af van de behandeling en de sterkte van je ogen, dus een vast bedrag is lastig te noemen; vraag altijd een persoonlijke prijsopgave. Reken op een investering per oog die je op termijn terugverdient in comfort en in het uitsparen van steeds nieuwe brillen of lenzen. Een helder overzicht van de kosten ooglaseren helpt je om klinieken eerlijk te vergelijken. Let daarbij niet alleen op de prijs, maar ook op wat er inbegrepen is, zoals het vooronderzoek en de controles achteraf.
Waar let je op bij het kiezen van een kliniek?
Een uitgebreid vooronderzoek en een eerlijk advies of je geschikt bent.
Aantoonbare ervaring en moderne apparatuur.
Duidelijkheid over de kosten en over de nazorg.
De ruimte om al je vragen te stellen zonder dat je je opgejaagd voelt.
Neem de tijd voor die keuze, want het gaat om je ogen. Betrouwbare, onafhankelijke informatie over je ogen en je zicht vind je bijvoorbeeld bij de Oogvereniging. Zo maak je een weloverwogen beslissing in plaats van een impulsieve.
Beter zien zonder bril of lenzen is voor steeds meer mensen bereikbaar. Met een goed vooronderzoek, realistische verwachtingen en een ervaren kliniek is de kans groot dat je straks ‘s ochtends je ogen opent en meteen scherp ziet, klaar voor de dag.
Mensen die aandachtig naar beneden kijken. Dat is geen ongebruikelijk tafereel in de Grote Kerk in Alkmaar. En het is ook niet vreemd, want de vloer bestaat immers voor een groot deel uit grafzerken. Liefst 1755 graven daar zijn in de 17de eeuw ingedeeld. Prachtig om op je gemak te bestuderen maar als je één specifiek graf zoekt, dan is dat best een gedoe.
Veel bezoekers vragen zich namelijk af of er misschien familie in de Grote Kerk van Alkmaar begraven is, laat gids Ben Verdonk Streekstad Centraal weten. Hij helpt deze mensen graag, maar die informatie vinden was tot nu toe een heel gedoe.
“Dat moest tot nu toe steeds opgezocht worden in een bijzonder onhandzaam boek, en daar kon maar zelden iemand blij van worden en iets in vinden. Dus ik heb ladingen teleurgestelde mensen met dat boek zien lopen.” Maar daar komt verandering in, want sinds kort is er de Grote Zerk App. (tekst gaat verder onder de foto)
Ben Verdonk is betrokken geweest bij ontwikkeling van de Grote Zerk App. (foto: Streekstad Centraal)
Met de Grote Zerk App (eigenlijk gewoon een website) is alle beschikbare informatie overzichtelijk samengebracht. Graven zijn eenvoudig te vinden, plus de gegevens en foto’s die beschikbaar zijn. Zoeken kan op naam, op tijdsperiode en op graflocatie.
Maar, waarschuwt Verdonk, er mist nog veel. “Nog láng niet alle grafzerken zitten in de app. Er is dus nog ruimte voor verbetering en dat gaat we de komende tijd aanpakken.”
Daarom worden zerkenrondleiding georganiseerd, met als extraatje een kijkje ónder de zerkenvloer. Rond 1995 is vloerverwarming aangelegd en zijn rond 1000 skeletten geborgen. “Die zijn nauwkeurig onderzocht en een deel daarvan is weer teruggelegd”. De grafkelder met nu nog rond 400 skeletten is tijdens de rondleiding te bekijken. “Door een héél klein luikje, waar nooit iemand meer doorheen past.”
De rondleiding heeft twee doelen: geïnteresseerde bezoekers een mooie ervaring bieden én kijken of ze willen helpen aanvullingen voor de Grote Zerk App. “We hopen dat mensen energie hebben om zich op te geven om mee te gaan helpen om die app zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen.”