Het jubileum van vijftig jaar lijkt niet meer te worden gehaald. Sterker nog: als het aan Staatsbosbeheer ligt, is het aan het einde van dit jaar over en uit met Buitencentrum Schoorlse Duinen. De natuurbeheerder ziet zich genoodzaakt met bezoekerscentra te stoppen. Tegelijk zou het voor Schoorl een aderlating zijn.
Voor Joost Botman van Duindorp Schoorl is het een bericht dat hij toch liever níét had gekregen: de mogelijke sluiting van Buitencentrum Schoorlse Duinen. “Dit is een ramp voor het dorp”, reageert hij.
Het bezoekerscentrum is een grote trekker. Fietsers en wandelaars die onderweg zijn in het uitgestrekte duingebied stemmen hun route erop af, pikken het Buitencentrum toch even mee. En na een bezoekje aan dit centrum gaan ze vaak ook het dorp nog in. Dat is goed voor winkels en horeca, ziet Botman. (tekst gaat door onder de foto)
Het bezoekerscentrum grenst aan de hoogste duinen van Nederland. (foto: Staatsbosbeheer)
Afgelopen week werd in het bezoekerscentrum nog het nieuwe coalitieakkoord van de gemeente Bergen gepresenteerd. Er zijn vergaderruimtes, er is horeca. Verder kunnen mensen er een souvenir kopen. Er vinden allerhande activiteiten plaats. Er is dus veel – maar dat levert maar weinig op. Het centrum is een kostenpost en daarvan heeft Staatsbeheer er al genoeg.
“Zolang de kosten die we maken voor natuurbeheer hoger liggen dan de subsidie die we ervoor ontvangen, ligt onze prioriteit bij het zo optimaal mogelijk beheren van die natuurgebieden”, zegt de woordvoerder van Staatsbosbeheer tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal.
Een nuchtere financiële keuze dus, maar wel één die een gat achterlaat. “We kijken naar andere mogelijkheden om de activiteiten voort te zetten, dicht bij het gebied en meer geïntegreerd in het dagelijks werk, ondersteund door digitale informatievoorziening”, blikt Staatsbosbeheer vooruit op een toekomst zónder Buitencentrum. (tekst gaat door onder de foto)
Oudere bezoekers herinneren zich nog wel de naam ‘Het Zandspoor’. (foto: archief Streekstad Centraal)
Het Schoorlse bezoekerscentrum is bijzonder voor Staatsbosbeheer: het geldt als het bestbezochte bezoekerscentrum van Nederland. Dat onderstreept hoezeer het gemist zal worden als het in januari 2027 gesloten is. Financiering vanuit het rijk viel in 2014 al weg en nu lijkt het dus bekeken – na 46 jaar.
Toch zou het zomaar nog eens anders kunnen lopen. “Misschien moeten wij het maar zélf doen, als Duindorp Schoorl”, overweegt Botman. Als ondernemer is hij duidelijk niet van het opgeven.
Maar de beslissing van Staatsbosbeheer staat ook nog niet helemaal vast. Het voorstel moet eerst langs de ondernemingsraad, die daar uiterlijk 1 oktober advies over uitbrengt. En misschien brengt het nieuws, dat sluiting onafwendbaar is, toch ook nog iets in Den Haag op gang. Want uiteindelijk gaat het om geld dat van het rijk moet komen, zoveel is duidelijk.
Hoosbuien, hittegolven, kwakkelwinters: dat zijn meer en meer weertypes om rekening mee te houden. En dan niet alleen bij het plannen van de zomervakantie, maar ook, of zelfs júíst, als het gaat om waterbeheer. Om gemeenten in de regio te ondersteunen bij het slimmer inrichten van de openbare ruimte zet Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier miljoenen opzij.
Het gaat om een miljoen euro per jaar, en dat zeven jaar lang. Dat geld gaat in een subsidiepot waar gemeenten in het Noorderkwartier, dat is het grof gezegd deel van Noord-Holland boven het Noordzeekanaal, gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld bij de herinrichting van een straat, met betere riolering – zoals gebeurde op de Laat in Alkmaar.
“We zullen allemaal wat moeten doen, en door deze subsidie kunnen we een extra zetje geven om knelpunten aan te pakken”, zegt portefeuillehouder Klazien Hartog over de goedgevulde subsidiepot voor gemeenten. (tekst gaat door onder de foto)
Wateroverlast in Bergen aan Zee. (foto: NH)
Het programma van het waterschap concrentreert zich op drie bedreigingen: droogte, hittestress en wateroverlast. Met name bebouwde gebieden zijn kwetsbaar voor wateroverlast. Maatregelen om deze problemen tegen te gaan kosten tijd én geld. Om dat te ondervangen loopt de regeling lang door.
Van 2022 tot 2026 liep er een vergelijkbare regeling. Toen werd in vier jaar in totaal twee miljoen euro toegekend aan 26 klimaatadaptieve projecten.
Het geld dat het waterschap nú investeert, kan kosten op een later moment voorkomen. De schade door water- en hitteproblemen kan in de miljoenen lopen, waarschuwt HHNK. “Vandaar dat HHNK ervoor kiest om de subsidie daar in te zetten waar deze het meeste oplevert. Door in te zetten op het vasthouden, bergen en vertraagd of juist versneld afvoeren van hemelwater kan schade worden beperkt en het regionale watersysteem worden ontlast.”
Hartog benadrukt de samenhang van al dit soort maatregelen. Dáár zit het effect. “Niet een enkele oplossing, maar alles bij elkaar kan bijdragen aan een klimaatbestendige bebouwde omgeving. Daar hebben onze inwoners het meeste profijt van.”
Midden in de nacht langs de weg wandelen, nog onder een halfverlicht fietstunneltje door moeten, of langs een verder verlaten parkeerplaats: geen prettig vooruitzicht. Toch zat er voor reizigers van de nachtbus van Alkmaar naar Den Oever vaak weinig anders op. Zaterdag kiest de bus een andere route en die moet de nachtelijke ov-verbinding nog populairder maken.
Nacht, dat is nog écht nacht in het noorden van onze provincie. In Alkmaar en Heerhugowaard is het haast overal verlicht, maar dat is een ander verhaal in de uitgestrekte polders waardoor de nachtbus zijn weg vervolgt. Tegelijk: ook in de stad zijn er genoeg van die tunneltjes en parkeerplaatsen waar menigeen ‘s nachts liever niet de bus uitstapt.
“In februari opende de provincie al een meldpunt op de website waar mensen terecht kunnen om melding te doen van plekken die als onveilig worden ervaren”, blikt Jeroen Olthof terug, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland. “Het doel is om onveilige locaties in beeld te hebben en na onderzoek ook aan te pakken.” (tekst gaat door onder de foto)
Deze belofte maakt de provincie graag waar. (foto: Streekstad Centraal)
Met die onveilige plekken in gedachten is de route van de nachtbus nu zó verlegd dat zulke plekken zo veel mogelijk vermeden worden. De route voorkomt daarnaast ook dat reizigers lange stukken moeten wandelen, er zijn meer haltes in woonwijken.
“Als eerste gaat de nachtbus na de halte Vasilistraat in Alkmaar de wijk Daalmeer in om daar meer haltes aan te doen”, legt de provincie uit. Voorheen reed de nachtbus na de halte Vasilistraat in de Vroonermeer direct de N245 op, richting Broek op Langedijk. Het noorden van Alkmaar wordt voortaan dus een stuk beter bediend.
Andere grote veranderingen zijn er in de dorpen Middenmeer en Wieringerwerf. Daar stapten reizigers voorheen buiten het dorp uit, in het donker dus. Nu volgt de nachtbus een route door beide dorpskernen.
“Iedereen zou zich veilig moeten voelen, dag en nacht”, benadrukt gedeputeerde Olthof. De route-aanpassing is een volgende stap in de goede richting en gaat in op zaterdag 4 juli, samen met andere vernieuwingen in de zomerdienstregeling.
Tien Noord-Hollandse gemeenten mogen samen bijna zes miljoen verdelen voor projecten die de verkeersveiligheid en fietsers ten goede komen. En bij die tien zijn ook Heiloo en Dijk en Waard. Deze gemeenten kunnen het extra geld gebruiken voor een tragere Zeeweg en voor betere fietsroutes in zowel Heerhugowaard als Langedijk.
Om precies te zijn gaat het om 5,8 miljoen euro. Dat is het bedrag dat de provincie heeft gereserveerd voor in totaal elf projecten, verspreid over tien gemeenten. Allemaal projecten die moeten zorgen voor veiliger verkeer, bijvoorbeeld door een betere oversteek te creëren, drempels aan te leggen en wegen anders in te richten.
“Dat is hard nodig, want er vallen te veel verkeersslachtoffers, vooral fietsers”, benadrukt gedeputeerde Jeroen Olthof, die blij is met het beschikbare budget.
In het geval van Heiloo gaat het om de ontwikkeling van een 30km-zone op de drukke Zeeweg. Door de snelheid voor auto’s omlaag te brengen moet deze weg veiliger worden voor fietsers. De verkeerssituatie zou zo ook overzichtelijker worden. (tekst gaat door onder de foto)
De spoorwegovergang in de Zeeweg. (foto: Streekstad Centraal)
Heiloo wil ook de fietspaden zelf moderniseren, zodat de toegang naar het stationsgebied verbetert. Op de kruising met de Westerweg moeten fietsers voortaan voorrang krijgen.
In Broek op Langedijk zijn ook veranderingen op til. Het Havenplein en de Prins Hendrikkade moeten worden omgetoverd in een fietsstraat, als onderdeel van de doorfietsroute tussen Broek op Langedijk en station Heerhugowaard. De gemeente Dijk en Waard kan hiervoor putten uit het geld dat de provincie beschikbaar heeft gesteld.
Dat is niet het enige project in de gemeente. Dijk en Waard verbetert ook de verkeersveiligheid op het fietspad langs de Zuidtangent. Dat gebeurt op het wegdeel tussen de Middenweg en Larixplantsoen. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de kruisingen.
Claustrofobisch kun je er beter niet zijn. Een scherpe neus hebben is ook een nadeel. De tijdelijke spoednoodopvang voor asielzoekers in Sporthal Het Vennewater in Heiloo is echt dát: een noodopvang die spoed wordt opgezet. Vrijdag mochten mensen een kijkje nemen. Maandag komt de eerste groep over vanuit Ter Apel.
De nieuwe noodopvang in Sporthal Het Vennewater is spartaans: rijen van ‘slaapkamers’, oftewel smalle gangen met aan weerszijden stapelbedden en een locker. Er zijn in totaal honderd bedden, 75 minder dan vier jaar geleden. De gordijnen en afscheidingen zijn van zeil en dat zeil heeft een penetrante geur. Verder staan in de hal banken en rijen tafels en stoelen.
Voor de rondleiding is het COA nét klaar met het inrichten van één van de slaapvertrekken. De rest zal op tijd klaar zijn, maar de douches niet. “Er worden twee ruimtes met acht douches in totaal gemaakt. Dat wordt helaas pas dinsdag gedaan, dus we moet in het begin even kijken hoe we dat gaan aanpakken”, vertelt adjunct locatiemanager Yasmin Ferreira van het COA. (tekst gaat verder onder de foto)
Adjunct locatiemanager Yasmin Ferreira (rechts) vertelt over de opvang en de faciliteiten, Burgemeester Mascha ten Bruggencate is ook van de partij. (foto: Streekstad Centraal)
Gelukkig komen de asielzoekers in de zomeropvang niet meteen allemaal meteen op maandag. De eerste lichting bestaat uit 39. Toevallig was daar net een mail over binnengekomen. Ze komen vooral uit landen in het Midden-Oosten en uit Pakistan, een enkeling komt uit Soedan of Kameroen en Heiloo is hun eerste stop na Ter Apel.
“In de eerste week heb ik vijf mensen van het COA, want dan moeten we mensen registreren, de huisregels uitleggen en dat soort dingen. Daarna kunnen we terug naar drie mensen voor drie à vier dagen per week, want we hebben in de regio nog meer locaties”, zegt Ferreira.
Het team draagt zorg voor het welzijn van de asielzoekers, de hygiëne en voor eten en drinken. Een lokale cateraar levert drie maaltijden per dag. “Verder hebben we hier ook 24/7 drie beveiligers. Daarnaast hebben we korte lijntjes met de politie en ook de brandweer.” (tekst gaat verder onder de foto)
Eenvoudige en kleine slaapvertrekken, met allerlei scheidingen van geurend zeil. De materialen zijn brandwerend, voor het geval dát.. (foto: Streekstad Centraal)
Het COA voorkomt ook dat de mensen zich stierlijk vervelen. Buurtsportcoaches verzorgen sowieso drie keer per week sporten en er wordt nog gekeken naar meer bezigheden. “Er hebben zich inmiddels ook drie vrijwilligers aangemeld, die dan iets van wandeling maken om de omgeving met ze te verkennen”, vult de locatiemanager aan.
“Verder hebben we hier straks tv’s, een pooltafel en tafeltennis. We gaan nog een volleybalnet bestellen voor op het parkeerterrein.” Voor activiteiten zou ook het nieuwe deel van de sporthal kunnen worden benut, verklaarde het college eerder.
“Ja en tussendoor moeten ze nog wel eens naar de immigratiedienst, daar ben je telkens wel een hele dag mee kwijt”, vult ze aan. En er wordt volgens Ferreira nog nagedacht over een vergoeding voor schoonmaakwerk. “Een schoonmaakbedrijf heeft twee diensten per dag, maar de mensen moeten er zelf ook voor zorgen dat het allemaal netjes blijft. Ze zitten straks wel met honderd op elkaars lippen.” (tekst gaat door onder de foto)
Zithoeken aan de ene kant van de oude zaal van Sporthal Het Vennewater, tafels met stoelen aan de andere kant. (foto: Streekstad Centraal)
Iemand die meedoet aan de rondleiding vraagt Ferreira of tijdens de toewijzing van bedden rekening wordt gehouden met religie. “Nee dat doen we niet. Met mannen en vrouwen wel, en voor zover het kan houden we ook rekening met welke taal ze spreken. Het is natuurlijk niet zo prettig als je met niemand kan praten.”
Over met elkaar praten gesproken: “Voor gewone dingen gebruiken we Google Translate, maar als het gaat om officiële gesprekken dan bellen we altijd een tolk om misverstanden te voorkomen.” En als mensen juist niemand willen horen praten (of snurken), dan kunnen ze oordoppen vragen, vertelt Yasmin Ferreira. “We hebben honderd setjes besteld.”
De noodopvang in Het Vennewater is er tot 16 augustus. En dan? “Daarvoor moet weer worden gezocht naar andere plekken om ze allemaal weer op te vangen.” Burgemeester Mascha ten Bruggencate neemt over van Yasmin Ferreira: “Er komen steeds strengere brieven vanuit het ministerie naar de gemeentes om ervoor te zorgen dat deze mensen opgevangen kunnen worden. Deze minister zit er echt bovenop.” (tekst loopt door onder de foto)
Burgemeester Mascha ten Bruggencate is niet blij dat noodopvang zoals die in Sporthal Het Vennewater nodig is. (foto: Streekstad Centraal)
De burgemeester betreurt de noodopvang, terwijl ze er even later van boven over uitkijkt. “Dit had allemaal veel beter geregeld moeten worden. We hadden er met zijn allen voor kunnen zorgen dat mensen duurzamer en langduriger opgevangen kunnen worden.”
“Mijn oproep naar collega’s in andere gemeenten is: zorg dat je het voor de langere termijn goed met elkaar regelt”, zegt Ten Bruggencate. “Wij zijn er in Heiloo ook nog mee bezig hoor, want wij voldoen op dit moment ook nog niet aan de Spreidingswet. Maar die Spreidingswet is er niet voor niets, dus laten we vooral met zijn allen zorgen dat we die opvang goed verdelen.”
“Ja, er zijn mensen die de opvang… moeilijk vinden ook qua veiligheid”, merkte de burgemeester ook weer tijdens de bewonersbijeenkomst anderhalve week geleden. “Ik begrijp het wel als er als er nieuwe mensen in je buurt komen dat je eerst denkt: moet dat nou bij ons? Maar we hebben een goed gesprek met ze gehad. Dat is al heel erg fijn.”
“We hebben gezegd dat de politie de situatie goed in de gaten houdt en dat onze boa’s een extra ronde rijden. Er komt een telefoonnummer van deze locatie voor als mensen overlast ervaren. Dat nummer kan 24 uur per dag gebeld worden. Ik hoop dat dat soort maatregelen helpen, zodat mensen zich wat rustiger voelen”, besluit Ten Bruggencate.
Ruim vier maanden na de verdwijning van de 75-jarige Trudy uit Heiloo ontbreekt nog altijd ieder spoor van haar. Ondanks meerdere zoekacties, buurtonderzoeken en een nieuw grootschalig politieonderzoek vorige week zijn er geen aanwijzingen gevonden die duidelijk maken wat er met de vrouw is gebeurd. De politie houdt daarom alle scenario’s open en onderzoekt ook nog of sprake kan zijn van een misdrijf.
De politie vroeg de afgelopen maanden al meerdere keren aandacht voor de vermissing en de verschillende zoekacties. Vorige week verrichtten rechercheurs en forensische opsporing opnieuw uitgebreid onderzoek bij de woning van Trudy aan De Gouwe Boom. Ook gingen agenten opnieuw langs de deuren in de buurt en werden bewoners gevraagd of zij iets hadden gezien of gehoord dat van belang kan zijn voor het onderzoek. (tekst gaat verder onder de foto)
In februari werd meteen nadat Trudy vermist raakte een grote zoektocht gehouden in het Heilooërbos. (foto: PersfotoNH)
Volgens politiewoordvoerder Joey Brink heeft dat onderzoek vooralsnog geen nieuwe aanknopingspunten opgeleverd. “We hebben al eerder uitgebreid onderzoek gedaan naar de vermissing”, zegt hij voor de camera van NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Maar op dit moment ontbreekt ieder spoor, terwijl we alles zijn nagegaan.”
De politie probeert daarom ook via een nieuwe oproep aan inwoners meer informatie te verzamelen. Mensen die beschikken over camerabeelden van de openbare weg in Heiloo, Castricum, Bakkum of Limmen uit de periode van 20 tot en met 25 februari krijgen de vraag om deze alsnog met de politie te delen.
Opvallend is dat Trudy wel is vastgelegd toen zij op vrijdag 20 februari thuiskwam, maar niet toen zij haar woning weer zou hebben verlaten. “Er zijn ook geen camerabeelden van haar vertrek”, vertelt buurvrouw Marieke. “Wel beelden van videodeurbellen dat ze thuiskomt op vrijdag 20 februari, maar vervolgens geen beelden van haar vertrek.” (tekst gaat verder onder de foto)
In Winkelcentrum ‘t Loo werden posters opgehangen met een oproep voor tips (foto: PersfotoNH)
Buurtbewoners volgen de ontwikkelingen met grote belangstelling. De massale politie-inzet van vorige week gaf velen het gevoel dat er mogelijk een doorbraak was. “Toen de politie vorige week zo massaal de buurt doorzocht, dacht ik dat er nieuw bewijs was, of een aanleiding”, zegt Marieke.
Tijdens de vermissing stonden delen van de woningen aan De Gouwe Boom in de steigers. Daardoor ontstond in de buurt de gedachte dat Trudy mogelijk ongezien via de achterzijde van haar woning had kunnen vertrekken. Tegelijk plaatsen buurtbewoners daar zelf vraagtekens bij. Zij achten het niet waarschijnlijk dat de 75-jarige vrouw op die manier haar woning zou hebben verlaten.
Volgens de politie zijn sinds de nieuwe oproep achttien tips binnengekomen. Die hebben tot nu toe echter niet geleid tot het vinden van Trudy. (tekst gaat verder onder de foto)
In de buurt in Heiloo waar Trudy woonde, werd deur aan deur nog eens geinformeerd of mensen iets gezien of gehoord hadden. (foto: PersfotoNH)
Buurtbewoners omschrijven Trudy als een vriendelijke vrouw met wie regelmatig een praatje werd gemaakt. “We weten vooral van haar dat ze heel streng gelovig is”, vertelt Marieke. “Ze is echt met God en gelooft sterk dat de wereld vergaat.”
Ondanks alle onzekerheid blijft de buurt hopen op een goede afloop. “Ik hoop persoonlijk dat ze door een geloofsgemeenschap is meegenomen naar Frankrijk en dat ze daar heel goed voor haar zorgen”, zegt de buurvrouw.
De politie benadrukt dat iedere tip nog altijd welkom is. Ook informatie die op het eerste gezicht onbelangrijk lijkt, kan volgens de recherche van waarde zijn voor het onderzoek naar de vermissing van Trudy.
Het is gezellig druk bij het Beestenboetje in Heiloo. De deelnemers aan de Rol 4-daagse zijn op de tweede dag bij de kinderboerderij neergestreken voor een pauze. Even uitrusten, iets drinken en eten, en natuurlijk kletsen. De dames en heren hebben het zichtbaar naar hun zin tijdens hun uitstapje. “En het is prachtig weer!”
Het onderstreept het succes van de Rol 4-daagse van Trefpunt Heiloo. Het terras van de kinderboerderij zit vol met deelnemers en begeleiders, en de gezelligheid straalt er vanaf.
“Dit is zeven jaar geleden ontstaan om naast alle avondvierdaagsen en alle lopen die er zijn, ook voor mensen in een rolstoel of met een rollator iets te organiseren, om hen ook een leuke middag te bezorgen”, vertelt Anje Corts van Trefpunt Heiloo, de organisatie achter de vierdaagse.
De alternatieve vierdaagse is een hele expeditie want veel deelnemers zijn al op leeftijd. Toch is genoeg hulp vinden eigenlijk geen probleem. “Er zijn heel veel vrijwilligers die zich aangemeld hebben”, zegt Anje. (tekst gaat verder onder de foto)
Martha en Tiny lusten wel een stuk watermeloen tijdens de pauze bij Kinderboerderij Beestenboetje (foto: Streekstad Centraal)
De pauzeplekken doen vaak ook aan wat sponsoring. Op Dag 1 is gepauzeerd bij een basisschool en daar werd fruit uitgedeeld. Het Beestenboetje sponsort eten en drinken, waaronder stukken watermeloen die gretig aftrek vinden. Ook details als reserverolstoelen worden niet vergeten. “Voor als iemand niet lekker wordt, of er is panne onderweg.”
Martha en Tiny zijn blij dat de Rol 4-daagse in het leven geroepen is. “Ik vind het ook prettig om alle vier de dagen mee te lopen”, zegt Martha, die net als Tiny met een rollator wandelt. “Het is 2 tot 2,5 kilometer lopen en er zijn pauzes, dus het is makkelijk te doen.” De 90-jarige Tiny knikt. “Ik denk dat we bij elkaar anderhalf uur op pad zijn. Het is allemaal makkelijk te doen hoor. En het is heel gezellig.”
“En het is prachtig weer!”, vult Martha aan. Maar goed dat de Rol 4-daagse niet vorige week werd gehouden, tijdens de hitte. “Inderdaad, ik denk dat het toen niet doorgegaan zou zijn”. Tiny denkt er net zo over. “Nee dat had niet gekund.” Martha weer: “Maar met deze temperatuur is het prima te doen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Merouw Steggerda is rolstoelgebonden en vooral voor ouderen zoals zij is de Rol 4-daagse een prachtig evenement. (foto: Streekstad Centraal)
Mevrouw Steggerda aan de andere kant van de tafel zit in een rolstoel en is dus niet zo mobiel meer. Vooral voor mensen zoals zij is de vierdaagse een fijn uitstapje. “Het is weer eens wat anders hè, anders zit je maar thuis. Het is mooi weer, en dit is een leuke groep.”
Na een half uurtje pauzeren gaat de tocht weer verder. Remmen los, hoedjes en paraplu’s weer op en verder.
In de winkel passen, maar online bestellen: het klinkt misschien tegenstrijdig, maar voor steeds meer consumenten is het de normaalste zaak van de wereld. Een broek wordt gepast in de stad, daarna thuis op de bank alsnog besteld in een andere kleur of maat. Winkeliers in de regio zien het gedrag veranderen en passen hun service daar stap voor stap op aan. Vooral in sectoren waar pasvorm belangrijk is, verschuift het koopproces langzaam richting een combinatie van fysiek en digitaal, gewoon.
Fysieke winkel blijft belangrijk
In veel winkels draait het nog altijd om passen, voelen en direct advies krijgen. Vooral bij kledingstukken waar maatvoering cruciaal is, blijft de fysieke winkel een belangrijke rol spelen. Bij lingerie bijvoorbeeld willen klanten zekerheid over comfort en pasvorm, iets wat online lastig volledig te beoordelen is. Toch zie je dat ook hier het online bezoek toeneemt, vooral na een eerste bezoek in de winkel.
Winkeliers merken dat klanten vaker eerst komen oriënteren en daarna thuis de aankoop afronden. Dat vraagt om een andere manier van adviseren in de winkel. Medewerkers proberen steeds vaker een totaalbeleving te bieden, zodat de klant niet alleen kijkt, maar ook een band opbouwt met het product en de winkel zelf.
Online gemak wint terrein
Ondertussen groeit het online aandeel van veel winkels gestaag door. Consumenten vergelijken prijzen, lezen reviews en bestellen steeds vaker vanuit huis en zien ze aanbiedingen die speciaal op hun gedrag worden afgestemd. De drempel om online te kopen is laag, zeker nu retouren eenvoudig geregeld zijn en levertijden korter worden.
Toch betekent dit niet dat de winkel verdwijnt. Integendeel, het wordt juist een plek waar de klant zich laat inspireren. Veel mensen gebruiken de fysieke winkel als startpunt en maken hun definitieve keuze later online, op een moment dat het hen uitkomt, waardoor de grens tussen online en offline steeds verder vervaagt. Een fenomeen dat ‘showrooming’ wordt genoemd.
Waarom het combineren logisch is
Het combineren van fysiek en online winkelen lijkt voor veel consumenten vanzelfsprekend te worden. Ze willen zekerheid bij het passen, maar ook gemak bij het bestellen. Die mix zorgt ervoor dat winkels hun rol opnieuw moeten definiëren en hun dienstverlening aanpassen aan verschillende klantmomenten.
Voor ondernemers betekent dat investeren in zowel de winkelervaring als de online omgeving. Niet als twee losse werelden, maar als één geheel dat elkaar versterkt. Wie dat goed weet te organiseren, speelt in op het veranderende koopgedrag van klanten en vergroot de kans op terugkerende aankopen voor vooral bij mode- en lifestylewinkels in de regio.
Toekomst van winkelen in de regio
Voor lokale ondernemers in de regio betekent de verschuiving dat ze creatiever moeten omgaan met hun aanbod. Denk aan het combineren van service in de winkel met slimme online tools zoals reserveren, click & collect en persoonlijk advies op afspraak. Zo proberen ze relevant te blijven in een markt die snel verandert.
Ook consumenten zelf worden steeds bewuster in hun keuzes. Ze laten zich graag inspireren in de winkel, maar nemen daarna de tijd om online te vergelijken. Die wisselwerking tussen offline en online lijkt alleen maar sterker te worden in de komende jaren, zeker nu gemak en snelheid steeds belangrijker worden in het dagelijks leven.
Hij is er weer: de bus op de Beverkoog. Woensdag zelfs in opvallende gedaante. Om te vieren dat het Alkmaarse bedrijventerrein na lang aandringen weer een eigen buslijn heeft kwam de historische ‘Stofzuigerbus’ er een rondje rijden. Zaterdag begint de dienstregeling dan echt. Alleen die abri’s…
Er was op de Beverkoog al langer grote behoefte aan een bus, merkte Desirée Oudejans van Bedrijvenvereniging Beverkoog. “We doen natuurlijk veel onderzoek naar wat mensen hier anders zouden willen, naar wat beter kan. Al jaren krijgen we dan terug: er is geen busverbinding. De bus is echt het meestgenoemde punt.”
Ooit wás die verbinding er al wel, mede daarom zal het zo gestoken hebben op de Beverkoog. Aan de ene kant van het bedrijventerrein ligt het spoor, de busverbinding tussen Alkmaar en Heerhugowaard aan de andere, maar de Beverkoog zelf is nauwelijks bereikbaar met het openbaar vervoer. Tot nu. In elk geval de komende twee jaar is de bus terug op de Beverkoog, in de vorm van buslijn 260. (tekst gaat door onder de foto)
Bedrijvenvereniging Beverkoog maakte zich hard voor de terugkeer van de bus. Uiterst rechts Richard Brandwijk. (foto: Streekstad Centraal)
Voor de voorzitter van de bedrijvenvereniging, Richard Brandwijk, is het een proces van de lange adem geweest. Zo’n bus krijg je niet zomaar terug. “Sterker: ze waren hier al mee bezig vóór ik voorzitter werd. Dus je moet echt het hele bestuur op de foto zetten, zeker niet alleen mij!”
Brandwijk vindt het een pracht dat het gelukt is voor deze mooie dag de bekende Stofzuiger uit Bergen te charteren. “Dat viel heel mooi samen. Hij is nog niet lang klaar, daar zijn ze ook lang mee bezig geweest, een mooi project. Ik kende gelukkig iemand… Ik ben blij dat dit óók is gelukt.”
De buslijn waar het woensdag allemaal om gaat was er weliswaar ooit wel, hij verdween weer. Wat daarbij meespeelde is dat de vervoersvraag op een bedrijventerrein typische pieken en dalen heeft. De meeste reizigers komen ‘s ochtends en gaan ‘s avonds weer: woon-werkverkeer. Mede daarom is een buslijn slecht rendabel te krijgen. De nieuwe buslijn houdt rekening met de werktijden. (tekst gaat door onder de foto)
Erik ten Winkel is blij dat bezoekers nu ook met het ov kunnen komen. Én de stagiars. (foto: Streekstad Centraal)
“Wat wel bijzonder is: ze hebben de bushokjes net weer weggehaald”, zegt Brandwijk. En nu komen ze dus weer terug… Die oude abri’s waren er oorspronkelijk na lang lobbyen geplaatst net voor de buslijn verdween, weet Erik ten Winkel daar nog over te vertellen. Ten Winkel is van Hortus Alkmaar, deze woensdag de bestemming van de stofzuigerbus.
Ten Winkel is net als Brandwijk erg blij met de terugkeer van de lijn. “De bus rijdt ook op zaterdag. Mensen kunnen dan hier met de bus heen en na de lunch weer terug. Daar maken we reclame mee.”
Wat dat betreft is het mooi dat de bus vanaf 4 juli rijdt en zo net de zomervakantie meepakt, al zal de echte drukte voor later zijn. De bus is er zeker niet alleen voor toeristen. “We hebben hier ook stagiairs werken die met het openbaar vervoer komen. Juist jongeren hebben lang niet allemaal een auto en moeten soms van ver komen. Ook andere bedrijven hebben daarmee te maken, die bus heeft echt een grote meerwaarde.”
Lijn 260 rijdt tussen de stations Alkmaar en Heerhugowaard en vice versa. Daar zijn goede overstapmogelijkheden op andere buslijnen. Zo zijn er voor mensen die vanuit de Beverkoog naar huis rijden volop mogelijkheden om bij een halte in hun buurt terecht te komen. (tekst gaat door onder de foto)
Zo zag de vrolijke ondertekening op het stadhuis er woensdag uit. (foto: Gemeente Alkmaar)
Eerder liep het niet goed af met de Beverkoogbus, nu hebben de ondernemers in de Beverkoog goede hoop. Ze zetten zich er zelf voor in om van de buslijn een succes te maken.
Voor de buslijn is zo een stimuleringsfonds in het leven geroepen. Dat helpt om de bus extra te promoten. “Er zijn bijvoorbeeld gratis buskaartjes”, vertelt Oudejans enthousiast. Daarmee kunnen ondernemers hun personeel prikkelen om het toch eens te proberen met die bus.
“Mooi dat ondernemers hier zelf ook aan bijdragen en hun medewerkers met probeertickets stimuleren om een keer de bus te pakken”, reageert gedeputeerde Jeroen Olthof van de provincie Noord-Holland op dit maatschappelijke ondernemerschap. “Ik hoop op een groot succes!”
Ook Oudejans benadrukt het belang van de bus voor jong talent, voor stagiairs. “Dat talent is interessant voor de Beverkoog. We willen die mensen echt vasthouden, dat ze niet de trein naar ergens anders nemen… We hebben echt prachtige bedrijven hier. Daar doen we het voor.”
De historische Stofzuigerbus van woensdag maakt natuurlijk plaats voor een ‘gewone’ bus, die vanaf zaterdag 4 juli rijdt met nummer 260. (foto: Streekstad Centraal)
De 94-jarige Ilse Baal, die aan de basis stond van de eerste Keti Koti-vieringen in Alkmaar, is onderscheiden met de Grantangi Award. De onderscheiding is bedoeld voor mensen die zich op bijzondere wijze inzetten voor de Surinaamse gemeenschap en de verbinding tussen verschillende culturen. Baal kon de prijs vorige week vanwege de hitte niet zelf ophalen tijdens de provinciale Keti Koti-viering in Haarlem. Ze kreeg de award daarom thuis uitgereikt door een goede vriendin.
Voor Baal is de onderscheiding een onverwachte erkenning. “Grantangi betekent hartstikke bedankt”, vertelt ze tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Ik denk dat het zegt dat ik mijn best heb gedaan, maar ik had deze award niet verwacht. Ik vind het fantastisch en ben heel trots.”
De in Paramaribo geboren Baal woont al 44 jaar in Alkmaar. Kort voor de onafhankelijkheid van Suriname verhuisde zij naar Nederland. Na enkele jaren in Amsterdam vestigde zij zich in Alkmaar, een stad waarmee ze al eerder een bijzondere band had. “Alkmaar kende ik al uit Suriname. Ik heb namelijk nog als kleuterjuf op ‘plantage Alkmaar’ gewerkt”, vertelt ze. (tekst gaat verder onder de foto)
Ilse Baal is vereerd met de toekenning van de prijs voor haar betrokkenheid bij de Surinaamse gemeenschap in Alkmaar. (foto: NH)
Haar persoonlijke geschiedenis raakt ook aan het slavernijverleden. “Mijn oma van mijn moeders kant was de laatste tot slaafgemaakte in mijn familie. Ik ben dankbaar dat ik die ontberingen niet heb meegemaakt.” Toch wil Baal niet blijven hangen in het verleden. “Ik vier liever die dankbaarheid tijdens Keti Koti.”
Juist die gedachte vormde jaren geleden de aanleiding om Keti Koti ook in Alkmaar onder de aandacht te brengen. De grote vieringen vonden destijds vooral in Amsterdam plaats, maar dat werd voor haar steeds moeilijker. “Dat reizen wilde ik niet meer. Daarom heb ik in het wijkcentrum gevraagd of we het hier in Alkmaar kunnen organiseren.”
De eerste bijeenkomsten waren kleinschalig. In De Blije Mare en later in wijkcentrum Mare Nostrum kwamen enkele tientallen mensen bijeen om samen stil te staan bij de afschaffing van de slavernij. “Iedereen was er welkom, alle rassen en alle geloven, om zo verbinding met elkaar te zoeken.”
Via Art.1 Noord-Holland Noord, tegenwoordig Discriminatie.nl, groeide het initiatief uit tot de eerste Keti Koti-dialoogtafel in 2021. Twee jaar later volgde het eerste grote Keti Koti-festival in Park De Oude Kwekerij. Inmiddels is de organisatie daarvan overgenomen door de gemeente Alkmaar en Stichting Comité 30 juni / 1 juli Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
De eerste grotere Keti Koti-viering was in 2023 in Park De Oude Kwekerij. (foto: Streekstad Centraal)
Afgelopen zondag vond de vierde editie plaats in Park De Oude Kwekerij, met een herdenking, dialoog, muziek, workshops en ontmoetingen die in het teken stonden van Keti Koti. Dit jaar kreeg de bijeenkomst extra betekenis doordat burgemeester Anja Schouten twee weken eerder namens het gemeentebestuur officieel erkenning uitsprak voor de historische betrokkenheid van Alkmaar bij kolonialisme en slavernij.
Baal was zondag nog even aanwezig, maar haar leeftijd laat zich steeds meer voelen. “Ik ben er niet meer elke keer bij. Afgelopen zondag was ik er heel even. Ik ben slecht ter been, dus het is best wel vermoeiend.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Grantangi Award werd deze week bij Ilse Baal thuis overhandigd omdat ze niet naar de uitreiking Haarlem kon komen. (foto: Streekstad Centraal)
Hoewel de maatschappelijke aandacht voor het slavernijverleden groeit, kijkt zij liever vooruit dan achterom. In het interview dat NH Nieuws met haar maakte, spreekt ze vooral een wens uit voor volgende generaties. “Dat men niet in het verleden moet blijven haken, maar de toekomst. Vooral voor de kinderen die nu opgroeien. Dat ze elkaar liefhebben, elkaar begrijpen, begrip tonen voor elkaar.”
Volgens Baal heeft zij die verbondenheid juist in Alkmaar gevonden. Op de vraag of zij zich in de stad thuis voelt, antwoordt ze zonder aarzelen: “Zeker. Ik mag niet jokken, mijn buren, noem maar op. Waar ik ook ga, mag ik niet klagen. Daarom zeg ik het ook. Alkmaar heeft mij goed gedaan. Ik wil niet eens denken aan Amsterdam of aan Suriname. Ja. Tot en met de dag van vandaag.”
In een korte videoboodschap richt Ilse Baal zich met enkele wijze woorden tot de jongere generaties.