Ondernemers in Alkmaar, Dijk en Waard, Heiloo en de Duinstreek merken het dagelijks: een betrouwbare auto of bedrijfswagen is vaak onmisbaar, maar de aanschaf kan een flinke hap uit het budget nemen. Zeker voor zzp’ers en kleinere mkb-bedrijven is het niet altijd aantrekkelijk om in een keer een groot bedrag neer te leggen. Financial lease is dan een veelgebruikte oplossing: je rijdt zakelijk, terwijl je de investering spreidt over vaste maandlasten.
Mobiliteit als randvoorwaarde voor werk in de regio
In de streek zijn veel bedrijven afhankelijk van vervoer. Denk aan installateurs die van klus naar klus rijden, bezorgdiensten die routes hebben door Alkmaar en omliggende dorpen, of zorgverleners die cliënten thuis bezoeken. Ook voor afspraken buiten de regio is een representatieve auto vaak een visitekaartje.
Op bedrijventerreinen zoals de Boekelermeer (Alkmaar) en De Vaandel (Heerhugowaard) is mobiliteit direct gekoppeld aan planning. Een bus die stilvalt betekent al snel gemiste afspraken en omzet.
Wat is financial lease
Bij financial lease koop je een auto op afbetaling. Je betaalt een vast bedrag per maand gedurende een afgesproken looptijd. De auto staat meestal op naam van de ondernemer en komt op de balans te staan. Dat kan fiscale voordelen opleveren, bijvoorbeeld door afschrijving en renteaftrek, afhankelijk van je situatie en de actuele regels.
Het verschil met operational lease is dat je bij financial lease vooral financiert. Onderhoud en verzekering regel je doorgaans zelf. Voor ondernemers die eigenaar willen worden en graag zelf keuzes maken, is dat vaak een pluspunt.
Waarom ondernemers zoeken naar financial lease in Alkmaar
De kosten voor ondernemers zijn de afgelopen jaren op meerdere fronten gestegen. Brandstof, onderhoud en verzekeringen drukken op de begroting. Dan is het logisch dat ondernemers zoeken naar manieren om mobiliteit goed te regelen, zonder dat dit ten koste gaat van financiële ruimte voor andere investeringen.
Daarbij speelt transparantie een grote rol. Wie een leaseauto voor ondernemers in Heiloo of een bedrijfswagen wil leasen in Dijk en Waard, wil snel weten waar hij aan toe is: maandbedrag, looptijd, bouwjaar, kilometerstand, brandstofsoort en bij zakelijke rijders ook de bijtelling.
Praktische tips voor een leaseauto die past bij je werk
Wie in Alkmaar en omgeving een zakelijke auto zoekt, kan met een paar stappen veel tijd en geld besparen:
Bepaal het doel van de auto: vooral klantbezoek, of ook gereedschap en materiaal?
Kijk naar totale maandlasten: niet alleen lease, maar ook brandstof, onderhoud, banden en verzekering.
Let op btw of marge: bij btw-autos is btw soms terug te vorderen, bij marge-autos niet.
Kies een realistische looptijd: langer kan het maandbedrag verlagen, maar je zit ook langer vast.
Controleer kilometerstand en onderhoudshistorie, zeker bij occasions.
Wie zich wil oriënteren op modellen en maandbedragen kan het financial lease aanbod bekijken. Daar kun je filteren op onder meer merk, bouwjaar, brandstof en maandbedrag.
Ruimte om door te groeien
Voor veel lokale ondernemers is financial lease vooral een manier om vooruit te plannen. In plaats van een grote uitgave in een keer, ontstaat er een vaste maandlast die beter te begroten is. Dat geeft ruimte om te investeren in voorraad, personeel of marketing, terwijl de mobiliteit op orde blijft.
De 37 leerlingen die in 1951 naar een nieuw Alkmaars schooltje gingen zullen het zich vast niet hebben kunnen voorstellen, maar intussen is die school een begrip in Alkmaar en wijde omgeving – en jarig. Het Jan Arentsz viert dit najaar het 75-jarig jubileum en daar wordt door zowel oud-leerlingen als het personeel naar uitgekeken. “Hieraan zie je terug dat ze een goede tijd hebben gehad.”
Op zaterdag 3 oktober is het feest, met een heuse reünie, maar nu al is het getal 75 overal in de school aanwezig. Oud-directeur Jan Alex Brandsma loopt weer door de gangen waar hij vorig schooljaar afscheid van nam. “Hee, ben je er weer, je was toch met pensioen?”, begroeten oud-collega’s hem plagend. Ze weten natuurlijk best dat hij bij het jubileumfeest betrokken is – en zelf zijn ze minstens zo betrokken.
“Dat is wel bijzonder aan het Jan Arentsz: dat mensen hier echt lang blijven werken”, weet Brandsma, die zelf in 1985 op deze school begon en al sinds 1998 ook binnen de directie actief was. “Dat zegt wel wat over deze school. De sfeer met de collega’s is goed.” (tekst gaat door onder de foto)
Het Jan Arentsz is 75 geworden, en ruim de helft van die jaren was Jan Alex Brandsma hier aan het werk. (foto: Streekstad Centraal)
Zijn loopbaan begon in de rol van docent. ‘Meneer Brandsma’ gaf hier economie en bleef dat ook doen nadat hij tot het bestuur van de school was toegetreden. “Als er voor economie een klas overbleef in de verdeling keken ze toch wel naar mij. Pas in de laatste drie, vier jaar was ik alleen maar vestigingsdirecteur. Maar toen ik met pensioen ging was er toch nog even sprake van dat ik nodig zou zijn.”
Die bereidheid om ook na de pensionering nog mee te denken met het reilen en zeilen van de school is niet uniek voor Brandsma, relativeert hij. Er zijn best wat oud-docenten op te noemen die nog wel eens komen invallen. Ook dat laat zien dat het ‘goed zit’ op het Jan Arentsz.
“We zijn een school met een christelijke identiteit. We beginnen niet meer standaard met de bijbel opengeslagen in de klas, maar we hebben nog altijd dagopeningen. Dan staan we stil bij actuele gebeurtenissen, zoals nu in Nepal. Maar ook bijbelverhalen komen aan bod. We komen hier samen om iets te leren, maar ook om een goede tijd met elkaar te hebben. Om vrienden te maken.” (tekst gaat door onder de foto)
Tussen oud (rechts) en nieuw is nog altijd een open ruimte. (foto: Streekstad Centraal)
Die identiteit was in de eerste dagen van de school nog heel duidelijk afgebakend, in een tijd dat Nederland verzuild was. Het ‘Christelijk Lyceum Alkmaar’ begon aan de Kennemerstraatweg, in het pand dat nu nog van het LUZAC is. Maar wat klein begon zocht al snel elders ruimte. Eerst in de wijk De Hoef, maar inmiddels al een goede veertig jaar aan de Mandenmakersstraat, nét over de ring.
“Hier hebben we twee gebouwen”, vertelt Brandsma. “Voor zo’n 1700 leerlingen. In Langedijk is nog een andere locatie voor ongeveer 500 leerlingen.” De twee gebouwen zijn – voor wie hier vertrouwd is – verdeeld in een ‘oud’ en een ‘nieuw’ gebouw. In dat oude begon Brandsma in 1985 zelf aan zijn carrière binnen het Jan Arentsz. “Dat trappenhuis waar we net doorheen gingen, dat is nog precies hetzelfde als toen.”
Op de plek van de huidige nieuwbouw heeft lang een tijdelijke constructie gestaan, het ‘E-gebouw’. “Daar hebben veel mensen wel herinneringen aan, ik verwacht dat het daar wel over zal gaan op de reünie.” (tekst gaat door onder de foto)
Ook iets dat veranderd is: een eigen statiegeldmachine in de school. (foto: Streekstad Centraal)
Brandsma kan nog wel meer verhalen bedenken die hij hoogstwaarschijnlijk terughoort. “Die keer dat er schapen in de aula stonden! Een examenstunt was dat, de ‘kolder’. Dat was wel een leuke, met medeweten van de conciërge, die ze had binnengelaten.”
Brandsma noemt ook acties die leerlingen op touw zetten, waarmee de school ook regelmatig de media haalde. “Ik denk dat er ook veel mooie herinneringen zijn aan de werkweken. Aan bepaalde leraren natuurlijk. De musicals, van leraren en leerlingen samen! Nee ik niet hoor, ik was nooit zo’n acteur. Maar het zijn mooie verhalen.”
Dieptepunten zijn er ook. Brandsma hoeft niet lang na te denken. “Gerd Nan van Wijk, een leerling van ons, is hier op het schoolplein opgewacht en geslagen, in 2007. Hij is overleden. Dat was echt vreselijk.” Een foto van Gerd Nan hangt nog altijd in de school.
De geschiedenis in hoogte- en dieptepunten is ook de geschiedenis van een wereld die veranderde, en doorwerkt op de school. “De leerlingen, ach, die zijn helemaal niet zo veranderd”, lacht Brandsma. “Dat zijn gewoon echt dezelfde jongens en meisjes.” (tekst gaat door onder de foto)
Leerlingen komen nog steeds massaal met de fiets naar school. (foto: Streekstad Centraal)
Maar de wereld komt op een andere manier bij ze binnen, ziet ook Brandsma. Pestgedrag is van alle tijden, maar met de sociale media van vandaag gaat dat ook buiten de school nog door. “Dat is echt wel een ding geworden”, erkent hij. Niet dat het Jan Arentsz die smartphones nou zelf zo aanmoedigt: de school is juist helemaal telefoonvrij.
“Wat je ook wel merkt is dat school niet meer op de eerste plaats staat in hun leven. Ze hebben baantjes, heel vroeg al. Andere dingen die aandacht vragen. Tegelijk hebben wij hier nu veel meer aandacht voor psychische problemen die spelen. Het idee dat je je moet bewijzen leeft heel sterk. Dat is ook iets dat nú meer een plek krijgt dan vroeger.”
Hoofdzaak is altijd gebleven dat iedereen zich welkom voelde in de school. “De school heeft echt een sociale functie. Daar zijn we ons altijd heel bewust van geweest: dat we onze leerlingen het gevoel gaven dat we écht iets met ze op hadden, dat ze gezien werden. Dat is nooit veranderd. Daarom ben ik ook zó benieuwd naar alle verhalen die we gaan horen…”
De historische band van Korea met het dorp De Rijp in het verre Nederland staat traditioneel iedere zomer in de schijnwerpers, maar dat de ambassadeur van Zuid-Korea ook naar de kaasmarkt komt, dat is wel bijzonder. De geschiedenis waar het hier om gaat is dit jaar dan ook precies 400 jaar oud en dat zorgt voor een gouden randje.
In augustus 1627 zette Jan Jansz. Weltevree uit De Rijp voet op Koreaanse bodem. Daarmee was hij de allereerste westerling die dit toen zo gesloten land bezocht. Een bezoek zonder einde, overigens: Weltevree mocht het land nooit meer verlaten, maar wist er een goed bestaan op te bouwen als adviseur van de keizer.
Dat we weten van Weltevrees lot is een toevallige speling van het lot geweest, doordat Weltevree jaren later als tolk werd opgevoerd toen een ándere Nederlander met Koreanen in contact kwam. (tekst gaat door onder de foto)
Binnen in de Waag proeft de ambassadeur van kaas bij de koffie. (foto: Streekstad Centraal)
Sinds jaar en dag wordt er bij deze geschiedenis stilgestaan in De Rijp zelf, vaak ook, zij het niet altijd, in aanwezigheid van de ambassadeur van Zuid-Korea.
Maar in dit feestelijke jaar kreeg ambassadeur Hong Seok-in ook nog de eervolle taak om de Alkmaarse kaasmarkt te openen. Die markt was vrijdag dus nog internationaler dan anders.
“Kaas is zo wel een symbool geworden van de band tussen Nederland en Korea”, merkte de ambassadeur op. (tekst gaat door onder de foto)
De vrouw van de ambassadeur werd rondgedragen op een berrie. (foto: Streekstad Centraal)
De kaasdragers legden in een mengeling van Engels, gebarentaal en geïmproviseerd Koreaans uit wat er precies gebeurde op de historische markt en dat kon op enthousiasme rekenen van de ambassadeur. En ook van zijn vrouw Kyeong Ok Jeong, die door de kaasdragers werd rondgedragen tussen de kazen.
De huidige Koreaanse ambassadeur vervult deze functie sinds april 2025. Voor hem was het dus de tweede ‘Commemoration Day’.
De gewone bezoeker heeft er geen weet van, maar kenners zijn er lyrisch over: de unieke oplossing die Alkmaar vond om de kermis van stroom te voorzien. Al jaren ligt er een eigen netwerk voor evenementen als de kermis, direct onder de straatstenen van de Alkmaarse binnenstad. “Wij kiezen de attracties en dan zeggen we: Michel lost het wel op.”
Evenementencoördinator Bas van der Molen maakt in de drukste week van het jaar even tijd voor Streekstad Centraal, omdat we vragen hebben over de elektra van de kermis. Maar hij komt zeker niet alleen. Michel Swinkels van Interchange Power is namelijk de deskundige als het gaat om de kabels. Verder stelt Van der Molen ons voor aan Ad de Jong en Bart van der Bles van Stadswerk072.
“Zes kilometer kabel loopt hier over de grond”, wijst Van der Molen. “En dan nog aardig wat naar de attracties zelf, dat is aan de exploitanten. Met 74 attracties is dat ook nog wel meer dan een kilometer.” (tekst gaat door onder de foto)
Aan Michel Swinkels de taak om de stroom met kabels en ‘zwerfkasten’ naar de attracties te leiden. (foto: Streekstad Centraal)
Michel Swinkels heeft dus bést wat om in het oog te houden, maar druk maakt hij zich niet. “Hier in Alkmaar is het echt goed geregeld qua stroom. Dat is wel echt bijzonder aan deze kermis. Kijk, wat ik daar heb staan…” Van der Molen onderbreekt hem lachend: “Laten we even bij het begin beginnen, anders snapt de verslaggever er niks meer van.”
Het begin, dat is al in 1995, zegt Bart van der Bles. Toen zag Alkmaar in dat de cruiseschepen aan de Kanaalkade, met hun zware aggregaten en de dieseluitstoot die daarbij hoorde, op een andere manier van elektriciteit voorzien moesten worden. De wens om een eigen stroomnet voor de kade en voor evenementen te realiseren was toen geboren.
“Daarna hebben we eigenlijk gewoon geweldig mazzel gehad”, blikt Van der Bles terug. “De Aldi in de binnenstad ging weg. Die bij de kauwgomsteeg. Daar zou het hotel uitbreiden en toen zeiden wij: kunnen we daar niet ook meteen wat bouwen. Bij Gods gratie ging ook de Gedempte Nieuwesloot open, voor riolering, dus we konden overal bij.”
De kabels gingen dus écht de grond in. Alkmaar kreeg in 2014 z’n speciale netwerk. Nog jaren vóór de netcongestie die nu zo vaak voor hoofdbrekens zorgt. (tekst gaat door onder de foto)
De mannen achter de kermisstroom: Bas van der Molen, Bart van der Bles, Michel Swinkels en Ad de Jong (foto: Streekstad Centraal)
“Ja, daar krijg ik wel vaak vragen over, of we de stroom niet willen delen”, zegt Van der Molen. “Ik wil best delen hoor, maar ik moet wel de garantie hebben dat de kermis kan draaien. Dat blijkt dan voor de ander een lastige beperking.” De stroom is ingekocht als groene stroom. Mocht Alkmaar het evenementennetwerk in de toekomst willen vergroten, dan zou netcongestie dat wel moeilijk maken, erkent ook Van der Molen. “Maar voorlopig hebben we echt genoeg hieraan.”
“Zeker, we kunnen heel wat hebben”, zegt Ad de Jong van Stadswerk 072. “Er is geen reden om te zeggen: kom maar niet. Al zijn er echt zware attracties bij. In het verleden had je ook van die waterbanen…” Maar die gaan nu niet meer rond, weet Van der Molen. Ze noemen ook attracties met luchtdruk, die flink wat ‘trekken’. “Kunnen we ook hebben.”
Van der Bles herinnert zich nog zijn verbazing toen attracties ineens stroom terugleverden. Metertjes houden alles goed bij, ook om naderhand de juiste rekening te kunnen presenteren aan de exploitant. Een attractie met vrije val leverde op het moment van die val steeds stroom terug. “Maar dat kunnen we dus óók hebben”, reageert De Jong met vertrouwen. (tekst gaat door onder de foto)
De vertrouwde Breakdance, met op achtergrond de Phantom. Die laatste is goed voor 250 ampère, 155 kW. (foto: Streekstad Centraal)
Tóch ging het in 2024 mis. Piekstroom is typisch voor de kermis, daar was dus zeker rekening mee gehouden, maar een piekmoment bij de Airborne zorgde in dat jaar voor tijdelijke stroomuitval. Een leermoment. “Dat was natuurlijk niet leuk, maar het is ook wel goed dat het gebeurde, we hebben toen belangrijke aanpassingen kunnen doorvoeren”, overweegt Van der Bles.
De deskundige legt uit dat het stroomnet van de kermis drie vertakkingen heeft. “Het begint met een zware middenspanningsaansluiting van 10kV. Die zit op de plek van de oude Aldi dus. Van daaruit voeden we drie punten: de Paardenmarkt, het Hofplein en de Kanaalkade.” Die punten hebben andere vermogens, de Kanaalkade is het zwaarst. Daar staat intussen een solide huisje. (tekst gaat door onder de foto)
Op de Kanaalkade staat het sterkste trafo-huisje van het netwerk. (foto: Streekstad Centraal)
“Nou en dan mag Bas aan het rekenen”, zegt Van der Bles rekent. Van der Molen weet al ver van tevoren welke grote attracties naar ‘zijn’ kermis komen en geeft ze elk hun plekje, mét stroomaansluiting. De ‘grote trekkers’ tekent hij in op de Kanaalkade, waar het meeste vermogen is.
“Maar de Jester, die daar nu op het eind staat, is aangesloten op het netwerk van de Paardenmarkt”, wijst Van der Molen. “Daar heb ik zaterdag ook de markt op zitten, dan lopen de kabels naar de Laat.” Op het Hofplein staat dit jaar dan weer de hoge zweefmolen Aeronaut.
Michel Swinkels zorgt voor de ‘zwerfkasten’, de kabels, en de precieze aansluitingen van al die attracties op het Alkmaarse netwerk. “Die grote zaken zitten rond de 150kW tot 200kW”, wijst hij. “Dat moet ik wel precies weten van te voren.” (tekst gaat door onder de foto)
Zo gaan de kabels naar de grote ‘zaken’ op de Kanaalkade. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is ooit allemaal bedacht voor de cruiseschepen”, zegt Van der Bles. “Maar we hebben dus echt rekening gehouden met die kermis.” En het netwerk kan ook uitstekend voor andere evenementen worden gebruikt, vult De Jong aan. “Maar ook voor de buitenverlichting.” De bruggen zitten er nog niet op, omdat dan de grenzen van het netwerk wel worden bereikt, maar de innovatie die Alkmaar hier heeft gedaan biedt dus behoorlijk wat mogelijkheden.
In eerste instantie leek het Alkmaarse idee ook wel navolging te krijgen. Iets wat Swinkels ook zeker zou aanmoedigen, omdat dit wat hem betreft de beste oplossing is. Maar inmiddels houdt de netcongestie die overal in het land speelt nieuwe ontwikkelingen tegen. De deskundigen noemen het Malieveld in Den Haag als een andere plek waar de ‘Alkmaarse’ oplossing is toegepast, maar het is dus echt zeldzaam.
“We zijn aan het pionieren geweest, zo kun je het wel zien”, bevestigt Van der Molen. “Nu zijn we heel blij met wat we hebben.” En dat zal hij nog wel vele jaren zijn, verwacht hij. Voor mooie kermissen, maar ook voor andere bijzondere evenementen.
“Het staat er toch”, besluit De Jong. “Maak er gebruik van!” Swinkels: “Dit moet je nooit meer afgeven als gemeente.”
In vrijwel elke gemeente staan panden die hun oorspronkelijke functie zijn kwijtgeraakt. Een school die te klein werd, een bankfiliaal dat sloot, een bedrijfsruimte waar de productie uit vertrok. Slopen ligt lang niet altijd voor de hand: de constructie is vaak nog prima en nieuwbouw kost tijd, geld en materialen. Herbestemming is daarmee een serieuze optie geworden. Hetzelfde casco, een andere invulling.
Wie zo’n traject van dichtbij meemaakt, merkt dat het zelden een kwestie is van een likje verf. Onder de oppervlakte spelen vragen die bepalen of een plan haalbaar is.
De regels gaan voor de tekening uit
De eerste vraag is niet hoe het eruit gaat zien, maar wat er volgens het bestemmingsplan mag. Een pand met een maatschappelijke bestemming wordt niet zomaar een kantoorverzamelgebouw. Soms is een wijziging of een omgevingsvergunning nodig, en daar zit een doorlooptijd aan die het hele project bepaalt.
Daarnaast gelden bij functiewijziging andere eisen dan bij het oorspronkelijke gebruik. Denk aan vluchtwegen, brandcompartimentering, ventilatie en toegankelijkheid. Voor een monument komen daar nog beperkingen bij over wat je aan de gevel en de hoofdstructuur mag veranderen.
De schil bepaalt de rekensom
Panden uit de jaren zestig, zeventig en tachtig zijn vaak stevig gebouwd, maar slecht geïsoleerd. Enkel glas, koudebruggen en installaties die het einde van hun levensduur naderen. Juist dat deel is bepalend voor de exploitatie, want het beïnvloedt de energierekening voor de hele resterende levensduur van het gebouw.
Veel initiatiefnemers laten daarom eerst de schil en de installaties doorrekenen, en pas daarna de indeling. Dat voelt onlogisch, omdat de indeling het leukste onderdeel is, maar het voorkomt dat er ontworpen wordt op een budget dat later niet blijkt te kloppen.
Van casco naar bruikbare ruimte
Als de bouwkundige vragen zijn beantwoord, begint het inrichten. Daar loopt herbestemming tegen een eigenaardigheid aan: de maatvoering is bedacht voor iets anders. Klaslokalen zijn breed en hoog, een bankhal heeft een enorme vrije ruimte, een oude werkplaats heeft kolommen op onhandige plekken.
Dat kan een voordeel zijn. Hoge plafonds en veel daglicht zijn in nieuwbouw kostbaar en zitten hier al in het gebouw. Het vraagt alleen om een indeling die met die maten meebeweegt in plaats van er dwars doorheen te snijden. Bureaus met wanden en installaties over elkaar heen ontwerpen scheelt later veel discussie op de bouw, en partijen als kato projecten werken daarom met plattegronden en driedimensionale ontwerpen voordat er iets besteld wordt.
Akoestiek is bij dit soort ruimtes het punt dat het vaakst wordt onderschat. Harde vloeren, hoge plafonds en grote glasvlakken maken een ruimte prachtig en tegelijk onwerkbaar rumoerig. Plafondeilanden, zachte vloerafwerking en meubilair dat geluid absorbeert lossen dat op, maar dan moet er wel budget voor gereserveerd zijn.
Fasering scheelt leegstand
Een tweede les uit de praktijk: een gebouw hoeft niet in één keer klaar te zijn. Wie een vleugel of verdieping als eerste oplevert, kan die alvast verhuren en met die inkomsten het volgende deel financieren. Dat vraagt wel dat installaties per deel afsluitbaar zijn en dat bouwverkeer en gebruikers elkaar niet in de weg zitten.
Voor gemeenten heeft dat nog een voordeel. Een pand dat gedeeltelijk in gebruik is, oogt minder verlaten en trekt minder overlast aan dan een gebouw dat jaren dichtgetimmerd staat.
Waarom het toch vaak lukt
Herbestemming is bewerkelijker dan nieuwbouw en de kosten zijn lastiger vooraf vast te pinnen. Toch kiezen steeds meer eigenaren ervoor, en niet alleen uit duurzaamheidsoverwegingen. Een bestaand pand staat er al, op een plek die vaak goed bereikbaar is en waar mensen het gebouw kennen.
Dat laatste is moeilijk uit te drukken in een businesscase, maar het scheelt. Een oude school die weer vol zit met bedrijvigheid krijgt zijn plek in de buurt terug, en dat is voor omwonenden meestal een prettiger verhaal dan een braakliggend terrein met een hek eromheen.
Bailey, Indy, Nola, Sjoerd, Timmy, Sammy: voor deze en vele andere honden was het woensdag feest in Museum BroekerVeiling in Broek op Langedijk. Omdat het op 26 augustus ‘Internationale Hondendag’ is liet het museum zich van zijn hondvriendelijkste kant zien, met veel extra’s voor deze viervoetige gasten. “Maar morgen zijn ze ook weer welkom.”
Dat zegt Wouter van Assendelft van de afdeling marketing. Reken maar dat deze dag marketing is, dat ontkent hij niet. “Mijn grootste angst is dat er geen hond komt”, lacht hij. “Maar eigenlijk komen hier elke dag wel honden. We zijn een museum, maar ook hondvriendelijk. Ze mogen altijd mee.”
Lang niet iedereen weet dat, ze krijgen er nogal eens telefoontjes over. “We gebruiken de Internationale Hondendag om dit extra bekendheid te geven”, legt Van Assendelft uit. (tekst gaat door onder de foto)
Sjoerd en Nola met baasjes Karla (links) en Tilly maken er een mooi dagje van. (foto: Streekstad Centraal)
De eerste honden druppelen even na 10:00 uur al binnen, maar de echte drukte laat dan nog even op zich wachten. Karla en Tilly uit Heerhugowaard zijn er wél meteen al bij. “Ik had er een paar weken geleden al over gelezen”, vertelt Karla, die haar hond Sjoerd bij zich heeft. “Toen zei ik al: daar gaan wij heen.”
Tilly heeft Nola bij zich. “We gaan straks ook mee met de rondvaart”, kondigt ze aan. “We zijn er echt speciaal voor gekomen. Heel leuk. Wij gaan er lekker op uit met de hondjes!”
De vrijwilligers van Museum BroekerVeiling delen hondensnoepjes uit en er staan bakjes met water langs de route: er is echt wel aan de honden gedacht. De traditionele veiling in de bekende hal boven het klotsende water is op deze dag ook helemaal in het thema, met speciale hondenartikelen ‘onder de klok’. (tekst gaat door onder de foto)
Het trappetje de boot in is toch bést spannend. (foto: Streekstad Centraal)
Maar het echte hoogtepunt is toch wel de ‘hondvaartboot’. Voor schipper Ingrid is het geen alledaags verschijnsel, zo veel honden aan boord. Maar het verloopt vlekkeloos. Wél moeten sommige honden aan boord worden getild, het trappetje is best even spannend. “Laat mij maar even, ik til ‘r wel”, biedt gids Jan aan als Nola in de achteruit gaat.
De honden genieten, maar spanning is er ook. Er zijn nou eenmaal wél veel andere honden. “Niet zo trekken!”, horen we dan ook roepen. En soms is er gegrom, gekef – en daarna de vermanende stem van het baasje. Het zijn korte momenten, het grootste deel van de dag is het rustig en houden de honden het goed vol. (tekst loopt door onder de foto)
Onderweg tijdens de ‘hondvaart’ is het genieten geblazen voor de viervoeters. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik werk hier, ik kom hier wel eens met de honden aan het einde van de dag”, vertelt Johan, die even aansluit bij de rondleiding door Jan. “Na sluitingstijd kunnen ze dan wel los, slootje in, slootje uit… Maar nu ze zitten aan de lijn hoor. Met al die andere honden moet dat ook echt wel.” Zijn honden: Sammy en Timmy. De ene is de oom van de andere.
Als de rondleiding zonder Johan verder gaat is er toch even consternatie. “O nee, die gaat poepen!” Maar daar zijn zakjes voor. Net daarvoor heeft de gids een verhaal verteld over menselijke mest voor op de bloemkolen, maar deze mest verdwijnt dus keurig in het plastic. (tekst loopt door onder de foto)
Sammy en Timmy sluiten heel even aan bij de rondleiding die het baasje inmiddels wel kan dromen. (foto: Streekstad Centraal)
De aanwezigheid van al die honden roept wel de vraag op of die er nou vroeger ook waren, toen de veiling nog écht in bedrijf was. We ontdekken wel een hond op één van de oude foto’s in het museum. Maar de ervaren gids Jan denkt dat dat toch wel een uitzondering zal zijn geweest: “Je moet rekenen, de mensen waren hier árm. Een hond erbij betekende toch een extra mond om te voeden.”
Dat is vandaag duidelijk geen enkel probleem meer. Ingrid trakteert haar passagiers op hondensnoepjes als ze tevreden van boord gaan. “Mag ie uit mijn hand eten? Ja, ik vraag het maar even. Maar kijk, hij doet het al. Geniet ervan!”
De Alkmaarse 24-uursopvang aan de Helderseweg moet naar een plek waar mensen er weinig last van hebben. Dat vindt een aantal omwonenden en ze zijn daarom een petitie gestart. Twee Spoorbuurtbewoners, Lotte Smit en Tamara Vermeulen, waren vorig jaar uitgesproken over de overlast. Maar waar de één wel tekende, doet de ander dat niet. “Volgens mij hebben we het redelijk onder controle.”
“Het gaat soms tot drie uur ‘s nachts door. Het is verschrikkelijk.” Woorden uit 2018 van een omwonende die helemaal klaar was met de nachtopvang aan de Jan van Heemstraat. Uiteindelijk gaf de gemeente gehoor aan alle klachten en verhuisde de nachtopvang naar de Helderseweg, waar al dagopvang was. Vlakbij de politie en gemeentelijke handhaving, niet midden in een woonwijk maar er net buiten. Klinkt goed, zou je zeggen.
Maar na de verhuizing in juni 2023 kregen buurten rond de 24-uursopvang te maken met ernstige overlast. Drank- en drugsgebruik, herrie, vernielingen, vechtpartijen zwerfvuil, diefstal, een gevoel van onveiligheid. “Wij wonen hier zeven jaar, en in die periode hebben we het compleet zien afglijden”, zei Lotte Smit een jaar geleden. (tekst gaat verder onder de foto)
Mensen die in de omgeving van de 24-uursopvang van Alkmaar rondhangen, zorg(d)en vooral in de Spoorbuurt aanhoudend voor overlast en problemen. (foto: Streekstad Centraal)
Bewoners luidden de noodklok, kort nadat de gemeente actie had ondernomen op de Noorderkade. Een paar dagen later volgden voor de Spoorbuurt en het Bolwerk maatregelen. De verdere inspanningen van de gemeente hebben niet genoeg effect gehad, stelt een aantal omwonenden. Ze zien als enige oplossing verplaatsing van de opvanglocatie naar een meer afgelegen plek en startten een petitie. Die is tot nu toe rond 130 keer ondertekend. Veelal anoniem.
Tamara Vermeulen, Spoorbuurtbewoonster en ook OPA-raadslid, heeft niet getekend. “Als ik zo om me heen kijk, is de rust redelijk teruggekeerd. De problematiek is in ieder geval niet meer zo erg als vorig jaar. Nou hebben we een mooie zomer gehad, dat kan schelen, maar volgens mij hebben we het nu redelijk onder controle.”
Berichtjes in de buurtapp en wat ze zoal hoort, geven haar ook het idee dat er aanzienlijk minder overlast is. “En dan is het nog de vraag of het gaat over daklozen of gewoon straattuig. We hebben op dit moment meer overlast van fatbikers”, vindt Vermeulen. “Ik hoor ook nog maar weinig over het Bolwerk. Soms is er wel eens ruzie, maar er is regelmatig handhaving. De Dixie-toiletten die neergezet zijn, werpen volgens mij ook hun vruchten af.” (tekst gaat verder onder de foto)
Camera’s, Dixie-toiletten, regelmatig toezicht, gedragsregels. De gemeente nam vorig jaar maatregelen tegen overlast op het Bolwerk. (foto: Streekstad Centraal)
“Misschien is het acht procent waar we vanwege de opvang last van hebben, daar moet de rest niet de dupe van worden. Dat je ze ergens afgelegen zet. Maar concrete cijfers heb ik nog niet hoor, daar wil ik het college nog om vragen”, benadrukt Vermeulen. “Volgens mij zijn vier van het groepje echte overlastgevers de stad uit of zitten in een kliniek om af te kicken.” Vijf zijn het er, blijkt na wat zoekwerk.
“Kijk, ik heb zelf ook liever de 24-uursopvang op een andere plek”, zegt ze. “Ik denk dat opvang bij Station Alkmaar Noord beter was geweest. Er kwam destijds een locatie vrij en je hebt daar al dagopvang en er is een huisartsenpost. Maar aan de andere kant, dan verschuif je overlast.”
“Ik weet niet of de petitie effect zal hebben”, aldus Vermeulen. “Veelal wordt anoniem ondertekend. Ik weet niet of dat waardevol is, want één persoon kan dat met meerdere emailadressen doen.” (tekst gaat verder onder de video)
Lotte Smit erkent dat het rustiger is in de Spoorbuurt. “Opvállend rustiger. Weg is het niet, ze hangen vooral nog voor het station rond. Vaak dronken, je hoort ze ruzie maken. Ik denk wel dat het deels seizoensgebonden is. Van de winter maar kijken hoe het dan gaat.”
En toch tekende Smit de petitie. In tegenstelling tot Vermeulen, zegt ze dat er nog steeds veel loos is op het Bolwerk, en aan de grachtzijde van de Spoorbuurt. “In het Bolwerk hingen altijd al dak- en thuislozen, maar de komst van de opvang maakte het er daar zéker niet beter op. Ik teken dus uit solidariteit met de bewoners daar.”
Maar ze vindt het ook geen fijne omgeving om langs te lopen, zeker niet met haar peuter. “Vooral aan het begin van het Bolwerk is er veel crimineel gedrag en dan heb je van die vage figuren in de bosjes. Ze kunnen het ook niet laten om opmerkingen te maken naar voorbijgangers. Hoe fijn zou het zijn als je daar gewoon normaal met je kinderen kan lopen? Ja, en de verkrachting van dat 13-jarige meisje, verschrikkelijk toch? Kinderen moeten daar veilig zijn.” (tekst gaat verder onder de foto)
Lotte Smit werd enige tijd bedreigd door een zwerver die ze wegstuurde. Hij legde ook regelmatig troep en scherpe voorwerpen voor de deur. Dat is gelukkig verleden tijd. (foto: aangeleverd)
Al zou voor de rest van de omgeving verhuizing van de 24-uursopvang ook helpen, stelt Lotte Smit. Ze weet dat er meer speelt – het gaat in de Spoorbuurt niet alleen om lastige daklozen maar ook overlast van (andere) verslaafden, drugsdealers en van asielzoekers uit het AZC of die met de trein aankomen en blijven hangen. Maar dan is één probleem in ieder geval maar weg.
Want het mag dan wel rustiger zijn in de buurt, en Smit wordt niet meer bedreigd en lastiggevallen door één van de zwervers die ze eens bij de voordeur wegstuurde: ze laat haar kind nog steeds niet zomaar buitenspelen. Andere moeders die ze kent, doen dat ook niet. En ‘s avonds en ‘s nachts alleen over straat durft ze ook nog altijd niet. “Ik woon direct tegenover het station en daar is het zo laat gewoon niet veilig, vooral niet voor vrouwen.”
Dat komt vooral door mannen uit culturen waar vrouwen ondergeschikt zijn, ervaart Smit. Laatst was ze na middernacht buiten omdat ze haar fiets vergeten was binnen te zetten, en meteen was het mis. “Vijf Afrikaanse mannen waren met de trein aangekomen en hingen nog bij het station. Dan komen ze naar je toe, psst psst… En je vóélt het gewoon. Net een stel roofdieren die achter een stukkie vlees aan gaan.”
Dat probleem verdwijnt niet met de verhuizing van de 24-uursopvang, maar verhuizing betekent wat betreft Smit wel één zorg minder. “Dus ja, daarom heb ik de petitie ondertekend.” (foto: Google)
Wie hoopt op een woning in het Heilooër deel van de wijk Zandzoom, moet voorlopig – opnieuw – geduld hebben. De provincie Noord-Holland kan nog altijd niet uitleggen waarom bijna drie maanden na het verstrijken van de door de rechter gestelde deadline nog geen nieuw besluit is genomen over de natuurvergunning voor de bouw van 1.285 woningen in Heiloo-Zuid.
Ook na herhaalde vragen van Streekstad Centraal laat de provincie alleen weten éérst verder te willen praten met Heiloo. Waarom de rechterlijke termijn daarbij is overschreden en waarom de vergunning – bij onvoldoende informatie – niet wordt geweigerd, legt Noord-Holland niet uit.
De rechtbank Amsterdam gaf Gedeputeerde Staten van Noord-Holland in november vorig jaar zes maanden om opnieuw te beslissen over de natuurvergunning voor de bouw van 1.285 woningen in Zandzoom. Die termijn was door de provincie zelf voorgesteld. De rechter vond zes maanden niet onredelijk en nam de termijn over in de uitspraak. Daarmee ging het niet om een vrijblijvende planning of een wettelijke beslistermijn die ongemerkt verstreek, maar om een concrete opdracht van de rechtbank aan het provinciebestuur.
Inmiddels is die deadline drie maanden verstreken. In een eerder artikel liet de provincie weten dat de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord nog onvoldoende informatie heeft om een besluit te nemen. De gemeente Heiloo en projectontwikkelaar moeten volgens de provincie nog aanvullende gegevens aanleveren. (tekst gaat verder onder de foto)
Gedeputeerde Anouk Gielen in januari 2026 bij de start van werkzaamheden aan De Zanderij in Castricum. (foto: Streekstad Centraal)
Op de vraag hoe het kan dat de provincie daarmee een door de rechter opgelegde termijn overschrijdt, laat de provincie weten dat zij afhankelijk is van de gegevens die Heiloo als aanvrager moet aanleveren. “De vraag hoe lang het nog moet gaan duren, zou dus eigenlijk aan de gemeente gesteld moeten worden”, stelt provinciewoordvoerder Martine van den Heuvel in een schriftelijke reactie.
De opdracht van de rechtbank is echter gericht aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Die moesten – van de rechter dus – binnen zes maanden een nieuw besluit nemen. Dat hoeft niet opnieuw een vergunning te zijn. Als de aanvraag onvoldoende kan worden onderbouwd om aan de wettelijke voorwaarden voor een vergunning te voldoen, kan dat nieuwe besluit ook een weigering zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
De rechtbank Amsterdam droeg de provincie in november op binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen over de natuurvergunning. Die termijn was door de provincie zelf voorgesteld. (foto: Streekstad Centraal)
Streekstad Centraal vroeg de provincie daarom waarom er is niet besloten tot een weigering, er is immers te weinig informatie. Daarop volgt geen inhoudelijke uitleg. “We zijn in gesprek met de gemeente en we wachten de uitkomst van die gesprekken af”, laat een woordvoerder namens de gedeputeerde weten. “We vinden woningbouw belangrijk en daarom blijven we in gesprek met de gemeente.”
Overigens is nog niet gezegd dat de natuurvergunning er kán komen als de ontbrekende informatie wel wordt aangeleverd. Uit de antwoorden van de provincie blijkt namelijk dat er voor Zandzoom een nog fundamenteler stikstofvraagstuk speelt.
Volgens Noord-Holland moet voor Zandzoom worden aangetoond dat de stikstofruimte die voor de woningbouw wordt gebruikt niet noodzakelijk is voor het behoud of herstel van beschermde natuur. Dat wordt het additionaliteitsvereiste genoemd. (tekst gaat verder onder de foto)
Door de nabijheid van het Noordhollands Duinreservaat, een Natura 2000-gebied, speelt stikstof een belangrijke rol bij de vraag of voor Zandzoom een nieuwe natuurvergunning kan worden verleend. (foto: aangeleverd)
En juist daarover spreekt de provincie zelf onzekerheid uit. Zelfs wanneer Heiloo alle ontbrekende informatie aanlevert, “is het nog de vraag of additionaliteit onderbouwd kan worden”, schrijft de provinciewoordvoerder.
Dat betekent niet automatisch dat een nieuwe natuurvergunning onmogelijk is. Wel maakt het duidelijk dat het probleem niet alleen bestaat uit ontbrekende stukken. Zelfs als Heiloo alles aanlevert waarop Noord-Holland nu wacht, staat nog niet vast dat de stikstofruimte juridisch voor de woningbouw kan worden gebruikt.
De vertraging krijgt daarmee een opmerkelijke extra dimensie. De provincie blijft Heiloo na het verstrijken van de rechterlijke termijn ruimte bieden om de aanvraag verder te onderbouwen en zegt dat te doen omdat zij woningbouw belangrijk vindt. Tegelijkertijd kan Noord-Holland nog niet zeggen of de vergunning volgens de huidige stikstofregels uiteindelijk juridisch kan worden onderbouwd. (tekst gaat verder onder de foto)
Een uitspraak uit 2025 van de Raad van State over het bouwplan bij Delversduin in Egmond aan den Hoef heeft ook gevolgen voor de stikstofonderbouwing van Zandzoom in Heiloo. (foto: Streekstad Centraal)
Stichting Heilloze Weg, die de natuurvergunning uit 2020 met succes aanvocht, heeft het provinciebestuur inmiddels formeel in gebreke gesteld. De stichting vindt dat ook een overheid zich aan rechterlijke uitspraken moet houden en geeft Noord-Holland tot eind deze week om alsnog een besluit te nemen. Daarna kan opnieuw een gang naar de rechter volgen. De stichting stelt al jaren dat Heiloo door de regels rond stikstof onmogelijk aan de voorwaarden voor een natuurvergunning kan voldoen.
Heiloo is op 15 augustus ook om nadere uitleg gevraagd over de rol van stikstof bij het bestemmingsplan voor Zandzoom en over ogenschijnlijk tegenstrijdige berichten van Heiloo zelf over de vraag of de gemeente daarbij nog op maatregelen van de provincie moet wachten. Die vragen zijn nog niet beantwoord. Maandagavond is er een nieuwe openbare raadsinformatiebijeenkomst over Zandzoom voor de raadsleden van Heiloo.
De Canvas-hack van afgelopen mei ligt bij veel studenten nog vers in het geheugen. Het was dan ook best even schrikken toen bleek dat cybercriminelen een succesvolle aanval hadden gepleegd op de digitale leeromgeving. Hoewel Canvas inmiddels weer naar behoren werkt, heeft de hack wel degelijk haar sporen achtergelaten. Tot op de dag van vandaag hebben veel studenten nog last van de gevolgen.
De Canvas-hack
ShinyHunters, de hackersgroep die ook achter het Odido-lek zit, voerde in mei een geslaagde aanval uit op het Amerikaanse Instructure. Dat is het moederbedrijf achter Canvas. Naar schatting werden daarbij gegevens van 275 miljoen studenten wereldwijd buitgemaakt. Het ging daarbij om namen, e-mailadressen en studentennummers, maar ook om berichten die via het platform werden uitgewisseld.
Ook in Nederland werd de hack gevoeld. Veertig onderwijsinstellingen werden getroffen, waaronder de Universiteit van Amsterdam, Tilburg University en Universiteit Twente. Uit voorzorg werd de Canvas-app in veel gevallen geblokkeerd en werd het platform offline gehaald. Of er uiteindelijk losgeld aan de hackersgroep werd betaald, is nog steeds onduidelijk. Maar uiteindelijk is er wel een akkoord gesloten en zijn de buitgemaakte gegevens weer teruggegeven. Behoorde jij ook tot de slachtoffers? Met een datalek check kom je er snel achter of jouw gegevens ook op het internet circuleren.
Gegevensdiefstal: een schat aan informatie
Je kunt je daarbij afvragen of zo’n criminele bende ook echt alle gegevens heeft overhandigd. Betrouwbaarheid is nu niet bepaald het sterkste punt van hackers. Als de gegevens niet meteen geld opleveren in de vorm van losgeld, worden ze gewoon doorverkocht aan de hoogste bieder. En op het dark web wordt er flink gehandeld in grote databestanden. Namen, adressen, geboortedata, betaalinformatie en inloggegevens vinden daar gretig aftrek, omdat ze op veel manieren misbruikt kunnen worden. We geven een paar voorbeelden:
Phishingaanvallen
Met een e-mailadres en een beetje persoonlijke informatie kunnen cybercriminelen al snel iemands vertrouwen wekken. Ze sturen berichten namens iemand of een instantie die het slachtoffer kent. Het kan gaan om een e-mail, maar ook sms-berichten en zelfs telefoontjes kunnen pogingen tot phishing zijn. Het doel is om het slachtoffer iets te laten doen. Bijvoorbeeld een link aanklikken die naar een website leidt waar het slachtoffer gegevens moet invullen. Of een betaallink zodat het slachtoffer meteen geld kan overmaken. Maar het bericht kan ook een bijlage bevatten waarmee malware wordt geïnstalleerd zodra de bijlage wordt geopend.
Accountovername
Heeft een hacker een e-mailadres, gebruikersnaam en misschien zelfs een wachtwoord in handen weten te krijgen? Dan is het overnemen van je account een fluitje van een cent. Als de hacker eenmaal binnen is, zal deze meteen je instellingen en wachtwoord veranderen. Het wordt dan heel lastig om je account weer terug te krijgen.
Hergebruikte wachtwoorden
Heb je het wachtwoord van het overgenomen account ook voor andere accounts gebruikt? Dan is het hek helemaal van de dam. Helaas komt het nog steeds veel te vaak voor dat mensen hun wachtwoord hergebruiken. Ze lopen daarmee een reëel risico dat ze de toegang tot meerdere accounts verliezen.
Identiteitsfraude
Hackers kunnen niet alleen bestaande accounts overnemen, maar ook namens het slachtoffer nieuwe accounts aanmaken. Ze stelen iemands identiteit om strafbare feiten mee te plegen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld een account aanmaken bij een webshop en allerlei dure spullen bestellen. Het slachtoffer ontvangt geen spullen, maar wel de rekening.
Persoonlijke en academische gegevens openbaar maken
Het is al erg genoeg dat een hacker van alles over je weet. Maar deze kennis kan de hacker ook aan de grote klok hangen. Misschien heeft hij of zij iets ontdekt waarmee je gechanteerd kunt worden. Ook vertrouwelijke rapporten, onderzoeksresultaten en blauwdrukken kunnen zo in de verkeerde handen vallen.
Je gegevens zijn gelekt. Wat nu?
Datalekken komen helaas veel voor. Om misbruik van je gegevens zoveel mogelijk te voorkomen, kun je de volgende stappen nemen:
Wijzig je wachtwoord. Verander meteen je wachtwoord. Als je te lang wacht, kun je straks misschien helemaal niet meer inloggen op je account. Controleren accounts op verdachte activiteit. Worden er ineens berichten namens jou geplaatst of kun je je niet herinneren dat je je privacyinstellingen onlangs hebt aangepast? Neem dan meteen contact op met de beheerder van het account.
Wees alert op phishing. Vooral in de maanden na het datalek zal het aantal phishingberichten toenemen. Controleer of de e-mailadressen van zulke berichten wel kloppen en klik vooral niets aan.
Conclusie
De Canvas-hack blijft veel slachtoffers bezighouden. Het incident laat zien dat ook goed beveiligde systemen kwetsbaar kunnen zijn. Vooral de hoeveelheid vertrouwelijke gegevens die is buitgemaakt, is zorgwekkend.
Een datalek kun je zelf vaak niet voorkomen. Je bent afhankelijk van hoe zorgvuldig organisaties met je gegevens omgaan, en dat gaat helaas niet altijd goed. Daarom is het belangrijk om zelf altijd alert te blijven en berichten goed te controleren voordat je ergens op ingaat.
Wie deze dagen door het Heilooërbos loopt, zou zomaar kunnen denken dat de herfst al is begonnen. Onder de bomen ligt een deken van bruine bladeren en er zijn zelfs al beukennootjes te zien. Maar eind augustus hoort dat helemaal niet. Volgens boswachter Jordy Oudshoorn van Natuurmonumenten is sprake van een ‘fopherfst’: bomen laten door de aanhoudende droogte veel eerder hun bladeren vallen.
Normaal gesproken krijgt het bos pas rond oktober zijn roodbruine herfstkleuren. Dat moment wordt nu zeker een maand vervroegd door de recorddroogte, vertelt Oudshoorn aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. De regen die inmiddels is gevallen, betekent bovendien niet dat het probleem voorbij is.
“Kijk, onder de natte bladeren is de grond nog steeds droog”, constateert de boswachter als hij tussen het gevallen blad de aarde bekijkt. (tekst gaat verder onder de foto)
Boswachter Jordy Oudshoorn van Natuurmonumenten legt uit hoe droogte kan zorgen voor een fopherfst. (foto: NH Media)
Vooral de opeenvolging van droge jaren baart hem zorgen. Volgens Oudshoorn heeft het Heilooërbos daar sinds ongeveer 2018 mee te maken. Eiken kunnen van nature behoorlijk wat hebben. “Eiken zijn bij uitstek weerbare bomen. Niet voor niks worden ze vaak honderden jaren oud.” Maar ook zulke sterke bomen krijgen het moeilijk wanneer er jaar na jaar te weinig water beschikbaar is.
Dat is in het bos inmiddels goed zichtbaar. Sommige bomen hebben vlak boven de grond nog volop groene bladeren, terwijl de kruin steeds kaler wordt. Ook de vroege vorming van beukennootjes is volgens Oudshoorn een teken dat een boom onder druk staat.
“Zoals een goede moeder betaamt, is ze eigenlijk meer bezig met haar kinderen, de beukennootjes, dan met zichzelf”, legt hij uit. De boom steekt de beschikbare energie in de voortplanting. Volgens de boswachter kan de droogtestress ertoe leiden dat zo’n boom volgend jaar mogelijk niet meer tot bloei komt. (tekst gaat verder onder de foto)
In het Heilooërbos is de grond al bedekt met een deken van bladeren. (foto: NH Media)
Even wat extra water geven is in een compleet bos vanzelfsprekend geen oplossing. “Ik kan moeilijk met een gieter door het bos lopen”, zegt Oudshoorn. Volgens hem ligt een deel van de oplossing in de manier waarop Nederland met water omgaat. “In Nederland zijn we altijd heel goed in het afvoeren van water. We zouden het grondwater wat beter vast moeten houden.”
De droogte brengt bovendien een ander risico met zich mee. Oudshoorn roept bezoekers op voorzichtig te zijn met vuur, zeker tijdens langdurig droge periodes. Barbecues en sigaretten kunnen dan grote gevolgen hebben. “Een klein ongelukje is dan al genoeg voor brand.” Onlang trof een passant een barbecueënd stel wildkampeerders langs de Nijenburgweg. Het bos was toen nog kurkdroog en sowieso is wildkamperen er al verboden. Toen ingeschakelde boa’s aankwamen waren ze al weg, maar hun kenteken is bekend.
En zo oogt het Heilooërbos deze zomer op sommige plekken al alsof oktober is aangebroken. Mooi om te zien misschien, maar volgens de boswachter bepaald geen reden om naar de herfst uit te kijken.