Barbecuen op het eilandje Pannekoek bij Uitgeest zit er voorlopig niet in. Bootjeseigenaren moeten even doorvaren voor een aanmeerplek, want het aanmeerverbod bij Pannekoekeiland in het Uitgeestermeer blijft waarschijnlijk het hele zomerseizoen gelden. Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer laat weten dat het geen groot onderhoud in de planning heeft aan de kade van het populaire recreatie-eilandje.
Eerder werd al bekend dat het verboden is om aan te meren bij het eiland, dat vlakbij de Dorregeestermolen in Uitgeest is te vinden. Ook het betreden van het eiland is verboden. Volgens het recreatieschap verkeert de beschoeiing rondom Pannekoekeiland in slechte staat, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
Op Facebook meldde het recreatieschap dat “veilig recreëren voorop staat” en dat bezoekers daarom wordt gevraagd niet meer aan te leggen bij het eiland. Daarbij wijst de organisatie watersporters op alternatieve aanlegplekken in de omgeving. (tekst gaat verder onder de foto)
Het aanmeerverbod is zodanig opgesteld dat politie en bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) kunnen optreden als mensen toch aanmeren op Pannenkoekeiland. (foto: Streekstad Centraal)
Uit antwoorden op vragen van Streekstad Centraal blijkt nu dat herstel van de kade voorlopig niet op de planning staat. “Het recreatieschap oriënteert zich momenteel op de bestuurlijke toekomst. In afwachting daarvan wordt op dit moment geen geld geïnvesteerd in groot onderhoud of vervanging van de beschoeiing”, aldus het recreatieschap.
De overheden die samen het recreatieschap financieren, koersen af op het opheffen van Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Dat betekent dat het groot onderhoud voor rekening moet komen van de nieuwe beheerorganisatie, waarover nog geen enkele duidelijkheid bestaat. Daarmee kan het nog jaren duren voordat de kade wordt aangepakt. (tekst gaat verder onder de foto)
Dit bordje zal nog wel lange tijd te zien zijn op Pannekoek in Uitgeest. (foto: aangeleverd)
Recreanten zullen daarom het aanmeerverbod nog lange tijd moeten respecteren. Het recreatieschap benadrukt dat het eiland “niet veilig toegankelijk is” en dat mensen wordt afgeraden om aan te leggen.
Om het verbod kracht bij te zetten heeft het bestuur inmiddels een officieel besluit genomen, waardoor handhaving mogelijk is. Daarnaast wordt onderzocht of aanmeren binnenkort ook fysiek onmogelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld met een ballenlijn rondom het eiland. Die maatregel wordt momenteel intern besproken. (Hoofdfoto: aangeleverd)
De bij Egmond aan Zee gevonden witsnuitdolfijn Albi is overleden. Dat laat SOS Dolfijn weten. Het dier spoelde begin deze maand aan op het strand en werd daarna overgebracht naar de opvang in Anna Paulowna. Daar kreeg hij intensieve zorg om uiteindelijk weer terug de zee in te kunnen.
Het overlijden van de dolfijn komt hard aan bij de medewerkers en vrijwilligers van de organisatie. Opvallend genoeg meldde SOS Dolfijn eerder nog dat Albi sinds enkele dagen weer zelfstandig kon zwemmen. Toch bleef de situatie kwetsbaar, omdat gestrande dolfijnen snel kunnen terugvallen.
“Waarbij wij vanochtend nog een bericht posten dat hij zelfstandig aan het zwemmen was, ging het in de middag snel slechter met hem. Zodanig dat hij kort daarna uit zichzelf is overleden”, schrijft de stichting maandag nog op Facebook.
Volgens SOS Dolfijn is het overlijden een grote klap voor het team. “Voor het team en de vrijwilligers komt zijn overlijden dan ook als een shock. We willen iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan het geven van een tweede kans aan Albi.”
De afgelopen dagen kreeg de ruim twee meter lange dolfijn dag en nacht verzorging in het opvangcentrum. Vrijwilligers ondersteunden hem voortdurend in het water en hielden zijn kop boven het oppervlak. Dergelijke dieren lopen na een stranding vaak spier- en orgaanschade op, waardoor zelfstandig zwemmen niet meer lukt en revalidatie noodzakelijk is.
Het lichaam van Albi wordt overgebracht naar de Universiteit Utrecht. Daar zal onderzocht worden wat de gezondheidstoestand van de dolfijn was en waaraan hij uiteindelijk is overleden.
De geplande werkzaamheden aan de Hoeverweg (N512) tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef gaan deze week niet door. De provincie Noord-Holland heeft het werk maandag uitgesteld vanwege de lage temperaturen en de verwachte regen.
Nu de werkzaamheden zijn uitgesteld, blijft de Hoeverweg gewoon open voor verkeer. Ook buslijn 165 van Connexxion rijdt volgens de normale dienstregeling. Eerder was nog aangekondigd dat er in de avonduren taxibusjes zouden worden ingezet om reizigers langs het werkvak te vervoeren.
Volgens de provincie zijn de weersomstandigheden momenteel niet geschikt om nieuw asfalt aan te brengen. Bij te lage temperaturen kan de kwaliteit van het asfalt achteruitgaan, waardoor sneller scheuren ontstaan of delen van het wegdek kunnen loslaten.
Wanneer de werkzaamheden alsnog plaatsvinden, is nog niet bekend. De provincie maakt daar later een nieuwe planning voor bekend.
Weggebruikers en omwonenden met vragen kunnen contact opnemen met het servicepunt van de provincie Noord-Holland via 0800 – 0200 600 of per e-mail via servicepunt@noord-holland.nl.
Van een trein wint je het niet. Toch zijn er genoeg verkeersdeelnemers die het wél proberen: net voor de trein langs de spoorweg oversteken. Een hartverzakking voor de machinist nemen ze op de koop toe én het risico dat ze zelf door de toesnellende trein vermorzeld worden, dat ook. Onder meer in Castricum legde de camera dit gedrag vast.
Spoorbeheerder ProRail gebruikt die beelden nu in een campagne die mensen ervan moet doordringen dat dit écht niet kan. Te zien is de overgang in de Heemstederweg, net buiten Castricum. Een fietser komt aanrijden, ziet de rode lichten – en glipt tóch langs de slagboom.
De trein komt dan ook al meteen in beeld. Op enkele centimeters na mist de dubbeldekker de fiets. Dit had héél anders af kunnen lopen, zoveel is duidelijk. (tekst gaat door onder de foto)
De bewuste overgang zoals hij werd vastgelegd door Google Streetview (foto: Google)
“Dit gaat maar net goed”, erkent ook spoorbeheerder ProRail. Die rode lichten staan er toch echt niet voor niets. Het is voor zowel de spoorbeheerder, als vervoerder NS die dit stuk spoor bedient, zaak dat het gewoon veilig is op het spoor – en dat treinen vrije doorrit hebben.
“Jaarlijks vinden er honderden gevaarlijke situaties plaats op en rond overwegen. Helaas leidt dit ook tot dodelijke slachtoffers. En voor machinisten zijn dit keer op keer traumatische ervaringen”, vervolgt ProRail. “Dit onveilige gedrag moet echt stoppen!”
Op het bewuste stuk spoor geldt een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur. Als een trein zo hard rijdt, bedraagt de remweg 600 meter. Het is dus niet doenlijk om op tijd te reageren op dergelijke capriolen. Reden te meer om hier aandacht voor te blijven vragen. En dat dus met een Castricumse overgang in beeld – het gebeurt letterlijk om de hoek.
De nieuwe campagne richt zich in het bijzonder op jongeren. Want juist die doelgroep neemt vaak grote risico’s, is de ervaring van de spoorbeheerder. Meer informatie over de campagne op de website van ProRail. (hoofdfoto: screenshot ProRail)
Ze prikkelden alle zintuigen: de karakteristieke militaire voertuigen die zondag in een lange colonne de binnenstad van Alkmaar binnenreden. Voorafgaand aan de feestelijke ontvangst door de burgemeester en de ambassadeur van Canada trokken ze door de regio, zodat ze ook in de Egmonden en in Castricum, Limmen en Heiloo goed waren te zien.
Zo ongeveer moet het 81 jaar geleden ook zijn gegaan, toen Alkmaar en omgeving écht werden bevrijd. Niet op 5 mei, maar wat dagen later, op 8 mei 1945. Toen reden de Canadezen de stad binnen – de naam Canadaplein herinnert er nog aan. Op dat plein waren er zondagmiddag extra feestelijkheden rondom de aankomst van de bevrijders.
“Ik wist helemaal niet dat ze dit hier hadden”, reageert een bezoeker van de Alkmaarse binnenstad verbaasd. De tocht was weliswaar aangekondigd, maar niet iedereen had dat bericht bereikt. (tekst gaat door onder de foto)
Liefhebbers bekeken de geschiedenis van héél dichtbij (foto: Streekstad Centraal)
De colonne bestond uit maar liefst honderd voertuigen. Dat betekende dat er een kilometerslange stoet van groene legervoertuigen door de duinen van Egmond trok – daar al een indrukwekkende aanblik. Dat werd alleen nog maar sterker toen de stoet de dorpen bereikte en werd toegejuicht door het publiek langs de weg.
De colonne was live te volgen op de website van de organisatie. Zo hoefde niemand er wat van te missen. Al bij het vertrek, om 9:00 uur in de morgen – het moederdagontbijt was nog maar net op – verzamelden zich de nodige liefhebbers bij De Meent, waar de tocht begon. (tekst gaat door onder de foto)
Uiteraard ging de stoet ook langs de Waag, het icoon van Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
In Alkmaar was de krappe binnenstad soms nog best een uitdaging voor de grote amfibievoertuigen die meereden. Behendig manoeuvreerden de chauffeurs door de bochten. Als het moest ging ie even in de achteruit en dan mooi tussen de geparkeerde fietsen en de paaltjes door.
Het stadhuis was voor de gelegenheid voorzien van een bord ‘town hall’. Burgemeester Anja Schouten wuifde enthousiast. Naast haar de ambassadeur van Canada, Hugh Adsett. Dat gaf extra glans aan de viering van 81 jaar bevrijding. (tekst gaat door onder de foto)
De ambassadeur maakt ook zelf even een fotootje van het spektakel (foto: Streekstad Centraal)
De ambassadeur was zichtbaar onder de indruk. Niet alleen van het mobiele vertoon, maar ook van het enthousiasme waarmee de stoet over werd onthaald, vertelde hij aan Streekstad Centraal. “Ik heb een geweldige dag. Het doet me goed om te zien dat ook na 81 jaar de nagedachtenis aan de vaak jonge Canadezen die destijds vochten voor de bevrijding levend wordt gehouden.”
Ambassadeur Adsett noemde de omvang van de stoet indrukwekkend. “En dat geldt ook voor de hoeveelheid mensen langs de kant!” Om hem heen was de Langestraat volgestroomd met toeschouwers van alle leeftijden.
“Mooi hè, moet je kijken! Zo groot!” De reacties waren inderdáád enthousiast, soms echt verrast. Al waren er ook de toegewijde kenners, die moeiteloos technische details over de oude voertuigen wisten op te lepelen. “Moet je ruiken”, reageerde een kind – die oude motoren hebben toch net even een ander ‘boeket’ dan moderne auto’s. (tekst gaat door onder de foto)
Zó zag het er voor de bevrijders dus ongeveer uit, 81 jaar geleden (foto: Streekstad Centraal)
De bestuurders van de historische voertuigen speelden geen ‘soldaatje’, had organisator Nick Obdam vooraf al gezegd, maar deden wél hun best om iets van die dag 81 jaar geleden terug te brengen.
Het publiek speelde mee met het spel, zwaaide naar de ‘bevrijders’ – maar een enkeling gebruikte zijn vrijheid van meningsuiting. “Verkeerde vlag!” De Amerikaanse ‘Stars and Stripes’ hoorden er niet bij, oordeelde deze toeschouwer, alleen de Canadese vlag was gepast.
Maar wélke Canadese vlag, ook dat bleek nog ingewikkeld te liggen. De bekende roodwitte vlag met het esdoornblad was in de Tweede Wereldoorlog nog niet de officiële vlag van Canada, dus misschien was die ook wel ‘verkeerd’. Veel aanwezigen voerden dan ook de historisch correcte vlag.
Maar de belangrijkste vlag was toch wel het eigen, Nederlandse rood-wit-blauw, de vlag die in die vijf jaren bezetting niet had mogen wapperen. De vrijheid die 81 jaar geleden werd bevochten en nu vaak zo vanzelfsprekend lijkt, díé vierden de Alkmaarders op deze zondagmiddag, en heel de regio vierde mee.
81 jaar en twee dagen was het geleden, een dag om steeds weer bij stil te staan (foto: Streekstad Centraal)
Zelf zijn ze zich er natuurlijk niet van bewust, maar de nestelende ijsvogels in Hortus Alkmaar blijken een kijkcijferkanon. De webcam die op ze is gericht registreert het prille gezinsgeluk van de ijsvogels en vogelliefhebbers kijken graag mee. De webcam biedt een zeldzame kans om deze bliksemsnelle dieren in alle rust te bekijken.
11.000 toeschouwers, in een maand tijd: voor Hortus Alkmaar is het toch ook wel een bijzonder fenomeen. De webcam zorgt niet alleen online voor drukte, ook in de Hortus zelf komen er elke dag wel vogelaars om de helden van het scherm in het echt te zien. Zo zorgen de ijsvogels dus ook voor welkome bezoekers in de kruidentuin.
Een van die bezoekers is Peter den Dikken. Hij is uit Santpoort naar Alkmaar gekomen om de ijsvogels te zien. Voor hem is het fotograferen van vogels een vorm van ontspanning: “Ik kan niet vissen, maar ik kan me voorstellen dat het bij vissen hetzelfde is: je zit een hele tijd te wachten en ineens gebeurt het”, vertelt hij aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
De ijsvogels delen een visje. Op dit soort momenten wachten vogelaars. (foto: Hannie van Hardeveld)
Babs Dohmen is vrijwilliger bij Hortus Alkmaar en kijkt graag mee met de enthousiaste bezoekers. IJsvogels zíjn ook bijzonder, weet ze. “Je ziet ze niet zo vaak, het is moeilijk om ze te spotten. Ze zijn zó snel. Als je er eentje ziet, dan is dat fantastisch.”
Peter komt uit Santpoort, maar Babs ontvangt ook vogelaars van verder weg, uit Friesland bijvoorbeeld. Die hebben dan ‘s ochtends nog naar de webcam gekeken en staan een lange autorit later in de vogelkijkhut van de Hortus. “Ze komen speciaal voor de ijsvogels hiernaartoe.”
De webcam is online te bekijken. De ijsvogels hebben intussen jongen en het is de verwachting dat de jongen de komende weken uit zullen vliegen.
Wanneer Johannes Souwerbren een rondleiding op de ‘Bulgia’ geeft, wordt meteen duidelijk hoeveel liefde hij heeft voor het Zeekadetkorps Alkmaar. Terwijl hij enthousiast vertelt over het schip en het korps, geeft hij bezoekers tijdens de open dag een kijkje in alle hoeken van het 36 meter lange schip aan het Ringersplein.
“Ik ben hier zelf begonnen toen ik 14 was”, vertelt Johannes glimlachend. “En ik ben eigenlijk nooit meer weggegaan. Het is zo leuk om lekker bezig te zijn. En je maakt hier echt vrienden voor het leven. Ik ben hier echt helemaal op mijn plek.”
Tijdens de open dag krijgen bezoekers zaterdag een kijkje achter de schermen van het leven als zeekadet. Rondleidingen, meevaren en kennismaken met het schip staan centraal. Volgens Johannes draait het bij de zeekadetten om veel meer dan alleen varen.
Johannes (links van de boei) is commandant van het Zeekadetkorps in Alkmaar, en doet dat zichtbaar met veel plezier. (foto: Streekstad Centraal)
“Bij de zeekadetten houden we ons bezig met alles op en rondom ons schip”, legt hij uit. “Dan moet je denken aan onderhoud, koken, noem maar op. Het is hier allemaal erg vrijblijvend, maar we proberen de kadetten wel echt dingen mee te geven en te leren.” (tekst gaat door onder de foto)
Iedere zaterdag komt de groep samen op de ‘Bulgia’. Van elf uur ‘s ochtends tot half vijf in de middag zijn de jongeren bezig met allerlei werkzaamheden aan boord. “Dan werken we in de machinekamer, houden we ons bezig met onderhoud en maken we vaak ook een lunch in de kombuis.”
Volgens Johannes krijgt iedereen daarbij de ruimte om zelf te ontdekken wat hij of zij leuk vindt. “De een vindt koken leuker, de ander is liever bezig aan de voorkant van het schip. Dat mogen ze allemaal zelf aangeven.”
Naast varen en techniek leren de jongeren ook samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. “Het is een leuke vrijetijdsbesteding, maar ze moeten ook genoeg zelf doen”, vertelt Johannes. “Tijdens tripjes maken ze zelf hun bed op, ruimen ze kamers op, helpen ze met de trossen, aan het roer en met koken. Ze draaien echt volop mee.” (tekst gaat door onder de foto)
De zeekadetten leren tijdens de dagen waarop ze samenkomen alles over het schip, varen, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Johannes is het zeekadetkorps dan ook moeilijk te vergelijken met een gewone hobbyclub of sportvereniging. “Het is niet zoals voetbal waarbij je even een wedstrijd speelt en daarna weer naar huis gaat”, vertelt hij.
“Je bent hier echt samen bezig en iedereen draagt verantwoordelijkheid. Mensen denken soms aan scouting, maar dat is het absoluut niet. Natuurlijk werk je samen en leer je dingen, maar hier draait alles om het schip, varen en het leven aan boord. Dat maakt het juist zo uniek. En we hebben geen groepen, maar bij ons werken kinderen van alle leeftijden samen.”
Af en toe verlaat de ‘Bulgia’ ook de Alkmaarse wateren voor langere reizen. “Binnenkort hebben we een tiendaags zomerkamp”, vertelt Johannes enthousiast. “Dan gaan we echt op reis en slapen we allemaal op de boot. Dat is altijd een hele leuke ervaring.” (tekst gaat door onder de foto)
In de machinekamer van de ‘Bulgia’ is de leeftijd van het schip op sommige plekken goed zichtbaar, al zijn hier en daar ook moderne onderdelen toegevoegd. (foto: Streekstad Centraal)
Dat alles gebeurt op een schip dat inmiddels flink wat jaren meegaat. Terwijl Johannes verschillende technische onderdelen laat zien, vertelt hij dat onderhoud daarom belangrijk blijft. “Zoals je hier ziet is de aansturing hier en daar ook oud, maar je ontkomt er niet aan om af en toe iets te moderniseren. Soms heeft iets echt z’n tijd wel gehad.”
Toch blijft voor hem vooral de sfeer aan boord het belangrijkste. “We geven de kinderen kennis mee over het schip en informatie die ze later eventueel kunnen gebruiken als ze besluiten te gaan varen. Maar het hoeft niet. Het gaat ons vooral om lol maken. En als ik op zo’n zaterdag om me heen kijk, zie ik ook echt dat dat lukt.”
Na een open dag merkt het korps vaak direct meer belangstelling. “In de weken daarna krijgen we vaak wel wat meer aanmeldingen”, zegt Johannes. “Dat is altijd leuk meegenomen.”
Bezoekers kijken zaterdag hun ogen uit bij het boothuis van de KNRM in Egmond aan Zee. Vrijwilligers vertellen over hun werk en er is van alles te zien. Donateurs mogen zelfs meevaren tijdens de jaarlijkse Reddingbootdag. Toch blijkt dat veel mensen niet precies weten wie hen eigenlijk helpt aan de kust. Want wat is nou eigenlijk het verschil tussen de KNRM en de Reddingsbrigade? ‘Oh, is dat niet hetzelfde?’
Dat die verwarring bestaat, is volgens commissielid William Wesselingh van KNRM Egmond aan Zee niet zo gek. Beide organisaties zitten namelijk in hetzelfde gebouw in Egmond en werken regelmatig samen. Toch zijn het echt twee verschillende organisaties.
“De KNRM is echt voor reddingsacties op de open zee”, legt Wesselingh uit. “De Reddingsbrigade regelt vooral de kust en het strand. We zijn wel echt twee verschillende organisaties, maar we hebben beide hetzelfde doel: mensen redden.”
Waar strandwachten van de Reddingsbrigade vooral toezicht houden op het strand en bezig zijn met preventie, wordt de KNRM opgeroepen bij noodsituaties op zee en het ruime binnenwater. In grote lijnen ligt daar ook de taakverdeling tussen beide organisaties. (tekst gaat door onder de foto)
De jaarlijkse Reddingbootdag in Egmond aan Zee was zaterdag druk bezocht. (foto: Streekstad Centraal)
“De Reddingsbrigade zit meer op de kust en het strand en wij gaan verder de zee op”, zegt Wesselingh. “Maar het is niet zo dat wij denken: dat valt niet onder onze taak dus we komen niet. Als er hulp nodig is, komen we gewoon.”
De KNRM werkt volledig met vrijwilligers. Anders dan veel mensen denken zitten de redders niet standaard op de post te wachten op een melding. Dat is volgens Wesselingh ook een belangrijk verschil met de Reddingsbrigade.
“Van de zomer heeft de Reddingsbrigade standaard mensen op het strand staan”, vertelt hij. “Wij doen het echt vrijwillig, dus wij werken met piepers en oproepen. Als de pieper afgaat komt iedereen zo snel mogelijk hierheen en dan handelen we.” (tekst gaat door onder de foto)
De Reddingsbrigade in Egmond aan Zee zit in hetzelfde gebouw als de KNRM. (foto: Streekstad Centraal)
Daarna wordt gekeken hoeveel mensen nodig zijn voor de melding. “Soms kunnen mensen die druk zijn weer verder met waar ze mee bezig waren en soms is echt iedereen nodig. We proberen binnen tien minuten op de plek te zijn waar hulp nodig is. Dus iedereen laat echt alles uit z’n handen vallen om hierheen te komen.”
Een ander groot verschil tussen de KNRM en de Reddingsbrigade is de financiering. Waar de Reddingsbrigade subsidie ontvangt, draait de KNRM volledig op donateurs. Daarom staat de jaarlijkse Reddingbootdag ook vooral in het teken van dankbaarheid richting supporters van de organisatie.
“Deze dag is eigenlijk bedoeld om de donateurs te bedanken”, zegt Wesselingh. “Mensen kunnen een kijkje nemen in het boothuis en ook een rondje meevaren met de boot.” Daarnaast kunnen ook niet-donateurs een kijkje nemen. “Het zou natuurlijk mooi zijn als ze zich aanmelden als donateur, elk beetje is welkom.” (tekst gaat door onder de foto)
Ondanks de verschillen werken de KNRM en Reddingsbrigade in Egmond nauw samen. Dat beide organisaties vanuit hetzelfde gebouw opereren, maakt dat volgens Wesselingh extra makkelijk.
“Het verschil zit hem vooral in de subsidie en de plek waar we werken”, zegt hij. “Maar we werken veel samen. Het is ook fijn dat we echt in hetzelfde gebouw zitten, dus we hebben nauw contact en kunnen heel makkelijk even bij elkaar aankloppen.”
Juist daarom hopen de vrijwilligers dat bezoekers na Reddingbootdag beter begrijpen wie waarvoor wordt ingezet aan de Noord-Hollandse kust. Twee organisaties, met ieder hun eigen taak, maar met hetzelfde doel: hulp bieden wanneer het nodig is. “Veel mensen denken dat de KNRM en de Reddingsbrigade hetzelfde zijn, maar dat is echt niet zo.”
Bij het hoofdkantoor van recreatiegebied Geestmerambacht staan boswachters Astrid en Rik al klaar. Sinds deze maand geldt opnieuw de aanlijnplicht in het gebied, maar dit jaar kiezen de groene boa’s voor een andere aanpak. Niet ‘slecht gedrag’ bekeuren, maar bezoekers juist belonen voor goed gedrag. “Lekker positief.”
“Tijdens het hele recreatieseizoen geldt de aanlijnplicht”, legt Miranda Zonneveld, woordvoerder van recreatieschap Geestmerambacht, uit. “Het gebied is bedoeld voor iedereen: fietsers, mountainbikers, wandelaars, zwemmers, hondeneigenaren, noem maar op. Al die groepen moeten naast elkaar kunnen genieten van het gebied. Als er mensen lekker liggen te zonnen is het niet de bedoeling dat daar ineens een hond tussen rent. Daarom hebben we de aanlijnplicht.”
Dit jaar wordt de regel nét even anders onder de aandacht gebracht. In plaats van meteen boetes uit te delen, delen de boswachters met opsporingsbevoegdheid – een groene boa’s – waardebonnen uit aan bezoekers die de regels volgen en hun hond netjes aangelijnd hebben.
“Wij willen het imago van de groene boa en boswachter verbeteren”, vertelt Zonneveld. “Daarom hebben we de actie bedacht om mensen te belonen als ze hun hond aan de lijn hebben. Als een van onze boswachters een bezoeker tegenkomt die zich aan de regels houdt, dan geven we een waardebon voor onze hondenwasstraat. Zo vliegen we het positief aan.” (tekst gaat door onder de foto)
Boswachters Astrid en Rik rijden tijdens hun ronde van de ene naar de andere kant van het Geestmerambacht. (foto: Streekstad Centraal)
Dan is het tijd om zelf een kijkje te nemen en rijdt Streekstad Centraal achter de boswachters aan richting het meer waar de hondenwasstraat staat. Het is zonnig en warm: perfect weer voor een wandeling langs het water. Toch blijft het opvallend rustig. “Dit weer is eigenlijk té goed voor hondeneigenaren”, legt boswachter Astrid lachend uit. “Mensen weten dat hier nu veel bezoekers zijn die komen zwemmen. Dat in combinatie met werk zorgt ervoor dat de meeste hondenbezitters pas in de avond komen.”
Tijdens de wandeling vertellen Astrid en Rik over hun werk als boswachter. Volgens Astrid, die al ruim 25 jaar in het vak zit, is geen dag hetzelfde. “Je kunt een planning hebben, maar als er een melding binnenkomt ziet je dag er ineens totaal anders uit.” Ook Rik, sinds 2023 werkzaam als boswachter, geniet van de afwisseling. “Je hebt veel vrijheid en het contact met bezoekers maakt het werk leuk.”
Hoewel de landelijke regel duidelijk is – honden moeten overal aangelijnd zijn tenzij anders aangegeven – merkt Astrid dat nog lang niet iedereen zich eraan houdt. “Het kan haast niet dat iemand het echt niet weet”, zegt ze. “Als je om je heen kijkt zie je overal borden staan en het is landelijk ook goed gecommuniceerd. Het is eigenlijk niet mogelijk dat iemand er echt niets van weet.” (tekst gaat door onder de foto)
Rik en Astrid bij de hondenwasstraat in kwestie. Wel zo fijn om je hond weer schoon mee te kunnen nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Juist daarom vinden de boswachters de nieuwe campagne een leuke afwisseling. “Met deze campagne proberen we op een positieve manier mensen te laten weten dat ze goed bezig zijn”, vertelt Astrid. “Normaal melden we alleen iets als er iets fout gaat, maar op deze manier is het natuurlijk veel leuker.”
Het is overigens niet zo dat iedere bezoeker met een aangelijnde hond automatisch een voucher krijgt. “Als we tijdens onze ronde een aangelijnde hond zien, dan bieden we natuurlijk de voucher aan, maar we komen natuurlijk niet alle bezoekers tegen”, legt Astrid uit. “Dus je moet echt geluk hebben. Daarom hebben we het ook over ‘maak kans op’ en niet ‘krijg’.”
Dat betekent overigens niet dat er helemaal geen boetes meer worden uitgedeeld. Volgens Astrid kijken de boswachters altijd eerst naar de situatie. “Het is niet ons doel om zoveel mogelijk boetes uit te delen”, zegt Astrid. “Meestal waarschuwen we eerst. Maar als iemand vaker de fout in gaat of als een situatie gevaarlijk wordt, dan treden we wel op.”
Soms móét er volgens haar direct worden opgetreden. “Als er op een drukke dag een hond over het strand heen en weer rent, dan is dat gewoon gevaarlijk. Zeker met kinderen. Dan ben ik wel genoodzaakt om op te treden en schrijf ik ook echt een boete.” (tekst gaat door onder de foto)
Op veel plekken rondom het Geestmerambacht staan bordjes die aangeven dat de honden niet zijn toegestaan op de stranden. Op de overige plekken geldt tot en met oktober een aanlijnplicht. (foto: Streekstad Centraal)
Die boete bedraagt 110 euro, plus 9 euro administratiekosten. “Dat is niet goedkoop, dat weten we”, zegt Astrid. “Maar bezoekers worden op meerdere plekken op de regels gewezen. Voor honden die los mogen lopen zijn speciale losloopgebieden in de buurt.”
Tijdens het rondje langs het meer blijft het eerst opvallend stil. Waar normaal gesproken genoeg hondenbezitters rondlopen, lijkt iedereen juist vandaag verdwenen. “Zul je net zien”, grapt Rik. “Zoeken we honden en dan zijn ze er niet. En op andere momenten, als we druk zijn, zijn ze er juist in overvloed.”
Even later verschijnt in de verte toch een stel met een hond aan de lijn. “Kijk, daar hebben we er eentje. En keurig aangelijnd”, zegt Rik enthousiast. “Ik zou bijna zeggen we rennen erachteraan, maar dat is ook niet helemaal de bedoeling natuurlijk”, lacht Astrid. (tekst gaat door onder de foto)
Astrid en Rik delen sinds deze maand, tot en met oktober, vouchers uit aan bezoekers die hun viervoeter aangelijnd hebben. (foto: Streekstad Centraal)
Eenmaal aangekomen bij de bezoekers begint Astrid direct over de actie. De bezoekers blijken al goed op de hoogte van de regels. Als beloning voor het aanlijnen van hun hond krijgen ze een waardebon voor de hondenwasstraat. “Die kunnen we altijd wel gebruiken”, zegt de vrouw lachend. “Thuis de hond wassen is altijd een hele opgave, dus als het hier mooi kan is dat alleen maar beter.” Astrid begrijpt dat maar al te goed. “Thuis kun je na het wassen ook meteen de hele badkamer schoonmaken”, grapt ze.
Met een glimlach en een voucher op zak vervolgt het stel hun wandeling langs het meer. Ook andere hondeneigenaren die de boswachters net mislopen zijn positief over de nieuwe aanpak. “Het aanlijnen is ontzettend belangrijk”, zegt een man met een bruine teckel.
“We liepen net iets verderop rustig met de hond, toen er ineens een hele grote hond op ons af kwam. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus ik denk dat deze actie zeker helpt. Niet alleen omdat mensen iets kunnen winnen, maar vooral omdat ze er weer even bewust van worden waarom die regels er eigenlijk zijn.”
De gemeente Alkmaar werkt mee aan een bijeenkomst van Bagels & Beans in het stadhuis om een nieuwe franchisenemer te vinden voor een nieuwe vestiging in de Alkmaarse binnenstad. De koffieketen organiseert later deze maand een open huis voor geïnteresseerde ondernemers. De betrokkenheid van de gemeente roept vragen op over de grens tussen binnenstadsbeleid en overheidssteun voor een landelijke franchiseformule.
Bagels & Beans wil terugkeren naar Alkmaar in een pand op de hoek van de Langestraat en Houttil. Volgens Laura Boon, manager groei en expansie van de franchiseformule, wordt al ruim een half jaar gezocht naar een geschikte ondernemer voor de locatie.
“Twee keer leek het bijna rond, maar kandidaten haakten uiteindelijk af om persoonlijke redenen,” zegt Boon tegen Streekstad Centraal.
Tot eind 2023 zat Bagels & Beans in de Koorstraat. Volgens Boon sloot die locatie niet langer aan bij het concept van de keten. “Het pand was relatief klein, had weinig daglicht en geen terras. Onze ervaring is dat Bagels & Beans het beste werkt op A-locaties met meer ruimte, meer daglicht, een terras en meer reuring,” aldus Boon.
Toen de franchisenemer na 15 jaar het contract niet wilde verlengen, zegde Bagels en Beans de huur op. Daarna werd gekozen voor een nieuw pand aan de Langestraat/Houttil. Dat pand wordt gehuurd van vastgoedpartij Segesta. (tekst gaat verder onder de foto)
Bagels en Beans zegt op A-locaties met veel reuring en een terras het beste te renderen. (foto: aangeleverd)
Op 20 mei organiseert Bagels & Beans een open huis voor potentiële franchisenemers. De bijeenkomst begint in het Alkmaarse stadhuis. Volgens Boon is het te danken aan de betrokkenheid van de centrummanagers bij de organisatie. Dat zijn binnenstadsregisseur Denise Seidenstiker en centrummanager Karin Kalverboer. De eerste heeft een achtergrond in de retail, de ander in de Alkmaarse horeca.
“De centrummanagers houden zich voor de gemeente bezig met het aantrekkelijk maken van de binnenstad. Zij zien ook dat het ons moeite kost om een franchisenemer te vinden voor deze locatie, en omdat zij een rol hebben om leegstand te bestrijden, is gekeken wat we samen konden doen,” zegt zij.
Tijdens de bijeenkomst geeft het binnenstadsteam van de gemeente uitleg over ontwikkelingen in het centrumgebied. Daarna volgt een bezoek aan het horecapand.
De gemeente bevestigt de betrokkenheid bij de bijeenkomst. In een schriftelijke reactie laat Alkmaar weten dat de samenwerking past binnen het Convenant Binnenstadsmanagement. (tekst gaat verder onder de foto)
De gemeente stelt het stadhuis ter beschikking aan Bagels & Beans voor een open huis om een franchisenemer te vinden voor de locatie Langestraat / Houttil. (foto: Streekstad Centraal)
“De gemeente werkt samen met ondernemers en vastgoedeigenaren om de binnenstad aantrekkelijk te houden en leegstand te voorkomen of te verminderen,” schrijft de gemeente.
Volgens Alkmaar is geen sprake van verhuur van het stadhuis. De gemeente stelt alleen een ruimte beschikbaar voor de ontvangst en verzorgt koffie en thee.
Opvallend is dat het stadhuis normaal gesproken niet beschikbaar is voor het huren van vergader- of feestruimtes door ondernemers of inwoners.
De betrokkenheid van de gemeente bij de zoektocht naar een franchisenemer roept tegelijkertijd vragen op. Gemeenten spelen vaker een actieve rol bij het tegengaan van leegstand en het versterken van winkelgebieden. Toch kan samenwerking met één specifieke commerciële formule gevoelig liggen, zeker wanneer een bijeenkomst plaatsvindt in het stadhuis zelf.
Daarbij speelt ook de vraag of het stadhuis en deze ondersteuning ook beschikbaar zijn voor andere ondernemers, winkelconcepten of vastgoedeigenaren met leegstand in de binnenstad. (tekst gaat verder onder de foto)
Alkmaar zegt in een convenant te hebben toegezegd om te helpen om leegstand te bestrijden van winkelpanden in de Alkmaarse binnenstad. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaarse binnenstad kent al een groot aanbod aan koffiezaken, lunchrooms en horecaconcepten. De keuze om juist een bijeenkomst van Bagels & Beans te faciliteren kan daarom de indruk wekken dat de gemeente actiever betrokken is bij deze vestiging dan bij andere commerciële initiatieven, zoals het versterken van de binnenstad met unieke winkelformules die elders niet bestaan.
Volgens de gemeente draait de samenwerking om het voorkomen van leegstand en het aantrekkelijk houden van de binnenstad. “Dat past bij de inzet van de gemeente om leegstand in de binnenstad tegen te gaan.”
Tegelijkertijd gaat het ook om een commerciële zoektocht naar een ondernemer voor een pand van een private verhuurder. Juist daarom is transparantie over de rol van de gemeente van belang, zeggen deskundigen vaker in discussies over binnenstadsbeleid en publiek-private samenwerking.
De vraag hoe ver faciliteren moet gaan en wanneer dit doorschiet, zal daardoor waarschijnlijk vaker terugkomen nu gemeenten steeds intensiever willen samenwerken met ondernemers en vastgoedeigenaren in binnensteden.