Bij het herdenken van de Tweede Wereldoorlog denken mensen in eerste instantie aan 4 mei. Logisch, maar de oorlog duurde in Nederlands-Indië nog tot Japan capituleerde: 15 augustus 1945. Dit jaar wordt het einde van de oorlog in het verre oosten voor de derde keer herdacht in het Alkmaarse Park Oosterhout. Met een breder programma, maar nog zonder Indië monument. “Maar het geld is voor tachtig procent binnen.”
In 2024 hield de Alkmaarse stichting BersaMaju voor het eerst een Nationale Herdenking 15 Augustus, ook wel de Indië Herdenking genoemd. Zonder een goed beeld te hebben van de interesse. Dertig deelnemers zou al best mooi zijn, dacht het bestuur. Voor de zekerheid waren vijftig herdenkingsspeldjes besteld. Veel te weinig, bleek al snel. “We staan versteld van het aantal aanmeldingen”, zei voorzitter Audrey Chin tegen Streekstad Centraal. Bovendien kwamen er nog eens veel mensen onaangekondigd. De herdenking werd een groot succes.
De derde editie op zaterdag in Park Oosterhout, met uitzicht op waar ooit de Indische Buurt was, draait net als de eerste twee om herdenken, bezinnen en samenzijn ‘opdat wij niet vergeten’. Veel mensen die de oorlog meemaakten stopten hun trauma’s weg, spraken er niet over. Dat geldt nog eens dubbel voor de Indische en Molukse mensen die een nieuw leven in Nederland op moesten bouwen. Het ‘Indisch zwijgen’. (tekst gaat verder onder de foto)
Audrey Chin en Susan Pfaff, mede-organisatoren van de Alkmaarse Indië Herdenking. (foto: Streekstad Centraal)
“We hebben dit jaar een wat voller programma, met drie sprekers en dans”, blikt Audrey vooruit. “We hebben Robin Raven, een schrijver uit Heiloo, en Tatiana Wenno. Zij is transgenerationele regressietherapeut.” Tatiana gaat met haar cliënten terug naar hun (culturele) roots, die generaties diep gaan. “De derde is Erwin Pieters, die voorheen bij BersaMaju zat. Het centrale thema is zwijgen of niet, door leven of er stil bij blijven staan.”
“Verder verzorgen Lionel en Clinton Mansyur een moderne dans die ‘Erfenis’ heet”, vervolgt Audrey. “Ik weet alleen nog niet precies wat ze gaan doen. Ik heb zelf een act met een touw gezien, een lijn met het verleden of als een soort navelstreng, maar misschien hebben ze de act aangepast. Cultuurwethouder Tineke Boucher houdt ook een praatje en uiteraard hebben we Marc Kuijper van Trompetterkorps Alkmaar die weer de taptoe blaast. Hij is altijd superenthousiast.” (tekst gaat verder onder de foto)
Ook de tweede Indië Herdenking werd goed bezocht. Vanwege de warmte zochten veel mensen de schaduw van de bomen achterin op. (foto: Streekstad Centraal)
BersaMaju en alle belangstellenden moeten het tijdens het formele deel nog even stellen zonder een echt Indië-monument. Maar, daar wordt hard aan gewerkt, vertelt Audrey. “De gemeente wil vanuit meerdere afdelingen geld beschikbaar stellen. Het wordt op 25 augustus in de raadsvergadering besproken, dus of het gebeurt is nog niet helemaal zeker.”
“En wij als stichting zijn druk bezig met geld inzamelen. Naast ons bestuur heeft de stichting een comité van aanbevelingen met mensen uit de kunstsector en ook het bedrijfsleven”, wijdt Audrey uit. “Die mensen zijn goud. Ze hebben zo veel ingangen, contacten. We hebben al meer dan 10.000 euro opgehaald. We zijn heel erg blij dat het initiatief heel breed gedragen wordt.” (tekst gaat verder onder de foto)
Er bestaat geen Indisch-Moluks samenzijn zonder lekkere hapjes. (foto: Streekstad Centraal)
BersaMaju heeft een crowdfundpagina en er staan nog wat inzamelingen op de kalender. De voorzitter noemt de Pasar Kecil op 23 augustus bij Wijkcentrum De Oever. “We houden dan een veiling, een ‘lelang’, met hele mooie dingen en voor de toegang is er een vrijwillige bijdrage die ook in het potje gaat. En dan is er in oktober of november nog een padeltoernooi met een benefietbanket.”
“Alle kunstenaars die we op het oog hebben zijn benaderd en zij maken een ontwerp voor het monument. We laten drie ontwerpen verder uitwerken en daaruit kiezen we dan het definitieve ontwerp”, gaat ze verder. “We hópen dat het monument volgend jaar klaar is, maar waarschijnlijk lukt dat niet.”
Voor nu is het dus nog even een 15 augustus 1945 herdenking zonder vast monument. Het programma in Park Oosterhout begint aanstaande zaterdag om twee uur en duurt ongeveer anderhalf uur. Daarna is een kampulan bij de Wijkboerderij met hapjes, drankjes en live muziek. Meer informatie is te vinden op bersamaju.nl.
Een distributieriem vervangen bij een Peugeot 208 kost bij de ene garage €500, bij een andere loopt de offerte voor vergelijkbaar werk op tot €1.000, het dubbele. Dat soort verschillen zie je zodra je offertes voor auto-onderhoud vergelijkt op 123Auto: er staan op dit moment 684 actuele onderhouds- en reparatieklussen met echte prijzen op de opdrachtenlijst. Automobilisten in Alkmaar hebben daarnaast toegang tot 170 gecheckte garages in de stad, samen beoordeeld met 12.021 reviews en een gemiddelde van 4,5 sterren. Wie voor het eerst offertes naast elkaar legt in plaats van meteen de vaste garage te bellen, komt vaak tot een verrassende ontdekking.
Wat garages in de regio nu vragen voor onderhoud
De prijs voor dezelfde klus verschilt per garage meer dan automobilisten vaak denken. Op de opdrachtenlijst staan meer van dit soort voorbeelden. Een koppeling vervangen bij een Dacia Logan uit 2019 wordt geoffreerd tussen €655 en €1.344, bijna het dubbele. Een grote beurt voor een Hyundai i10 uit 2014 loopt uiteen van €269 tot €380. Zelfs bij een relatief kleine klus als airco bijvullen bij een Renault Megane Scenic uit 2015 verschilt de offerte van €99 tot €180.
Zulke verschillen ontstaan niet doordat de ene garage slecht werk levert. Ze ontstaan doordat uurtarieven, onderdelenkeuze en drukte per bedrijf verschillen, en niemand voelt druk om scherp te offreren als er toch maar één prijs wordt opgevraagd. Zodra een garage weet dat een klant ook elders prijs vraagt, verandert dat.
170 garages in Alkmaar: wie scoort het hoogst?
Op het platform staan 170 gecontroleerde autobedrijven in Alkmaar, van kleine familiegarages tot grotere merkdealers. Autolinie scoort 5,0 sterren op 88 beoordelingen, het hoogste gemiddelde van de stad. Autobedrijf Jeroen Postma heeft met 647 reviews het grootste volume en houdt daarbij een score van 4,9 vast. Ook Autobedrijf Honda Welman (4,9 sterren, 370 reviews), West Coast Motors (4,8 sterren, 269 reviews) en Renault Alkmaar Stokman (4,7 sterren, 322 reviews) vallen op door de combinatie van een hoog cijfer en een flink aantal beoordelingen.
Ook voor automobilisten in Heiloo, Castricum, Uitgeest en Dijk en Waard werkt het platform op dezelfde manier: je zoekt op locatie, niet op gemeentegrens, en ziet direct welke garages in de buurt goed scoren.
Offertes opvragen zonder te bellen
Via 123Auto plaats je je klus binnen een minuut. Je vult je kenteken in, 123Auto haalt automatisch de gegevens van je auto op, en je omschrijft in eigen woorden wat er moet gebeuren. Daarna zoekt 123Auto zelf geschikte, gecheckte autobedrijven bij jou in de buurt, die vervolgens zelf een offerte terugsturen. Je hoeft zelf niet te bellen of te mailen, en rondbellen langs meerdere garages is niet meer nodig. Je vergelijkt op prijs, beoordeling en beschikbaarheid, en kiest zelf met welk bedrijf je in zee gaat. Gebruik van het platform is volledig gratis en je zit nergens aan vast.
Twijfel je of een offerte redelijk is voor jouw auto? Op de opdrachtenlijst zie je wat vergelijkbare klussen bij andere automobilisten hebben gekost, zodat je een offerte kunt beoordelen voordat je een handtekening zet. Bekijk de garages in Alkmaar en vraag vrijblijvend een prijs op voor je volgende onderhoudsbeurt of reparatie.
Databron: offertedata en klantbeoordelingen van 123Auto, 10 augustus 2026. Prijzen zijn indicatief en afhankelijk van automerk, bouwjaar en gekozen garage.
Voor een totale zonsverduistering moet je wat over hebben. Alkmaarder Rian van der Weiden reisde 1700 kilometer naar het Spaanse León om de maan voor de zon te zien schuiven. Het is zijn derde totale eclips en zijn eerste in Europa. “Omdat het waanzinnig is. Het is echt fantastisch. Als je dat twee keer meemaakt, dan is het gewoon zo fantastisch dat ik het graag weer een derde keer wil zien.”
Terwijl in Nederland miljoenen landgenoten een plekje zoeken dichter bij huis, staat Rian een half uur voor de verduistering op een Spaans uitkijkpunt onder een vrijwel onbewolkte hemel. “Gelukkig hebben we heel mooi weer. Er zijn weinig wolkjes. Dat is echt heel belangrijk natuurlijk, want anders zien we helemaal niks.” De spanning loopt ondertussen op. “De maan schuift voor de zon. En wat je dan te zien krijgt, is gewoon echt totaal fantastisch. Ik kan niet wachten.”
Rian van der Weiden bezig met zijn apparatuur waarmee hij de eclips vastlegt. (foto: Streekstad Centraal)
Voor de Alkmaarder draait alles om de totaliteit. “Er zijn veel mensen die zeggen: ik heb het ook gezien in Nederland in 1999. Dan moet ik toch zeggen: nee, dat was geen totale zonsverduistering. En dat maakt het juist zo speciaal.” Tijdens de totaliteit wordt ook de corona van de zon zichtbaar. “Dat zie je echt alleen maar op dit moment. Dat is echt fantastisch.”
Ook op aarde verandert er van alles. “Het wordt een heel stuk donkerder. Meestal stoppen de vogels met zingen en de mieren gaan weer slapen. De natuur reageert daar echt heel sterk op.” Bovendien daalt volgens Van der Weiden de temperatuur flink. “Met zeker vijf graden. Dat is ook wel waanzinnig.”
Een toost met de ‘locals’ op een succesvollen eclips. (foto: Streekstad Centraal)
Zijn enthousiasme probeert hij ook over te brengen op de Spanjaarden. In cafés wijst hij mensen erop dat ze vooral de paar minuten totaliteit niet mogen missen. “Ze moeten zich heel goed realiseren dat ze iets fantastisch gaan zien. Ga dan in ieder geval die twee minuten naar buiten. Die twee minuten zijn gewoon echt heel belangrijk.”
En na Spanje is Rian nog lang niet klaar. De volgende eclipsreis staat al gepland. “Dan ga ik naar Luxor. Daar is hij bijna 6,5 minuut. Fantastisch.” Daarna lonkt alweer Australië. “Dat heb ik thuis nog niet verteld. Maar dan gaan we naar Sydney en daar ook weer naar de volgende zonsverduistering kijken.”
De zonsverduistering was woensdag hét gesprek van de avond. Vanaf een uur of zeven begon het langzaam donker te worden, op een manier die echt anders dan anders was. Het bijzondere natuurfenomeen werd in de regio op allerlei manieren beleefd. Aan de stranden was het druk. Maar de echte fans hadden hun eigen observatorium of trokken ervoor naar Spanje…
Nee, het observatorium in Castricum is niet speciaal voor deze zonsverduistering gebouwd. De unieke koepel bovenop het dak van het huis van Nicolàs de Hilster is er intussen al heel wat jaartjes. In 2018 bouwde hij het zelf, met wat hulp, in vier maanden tijd op. “Ik heb keurig vergunning aangevraagd”, lacht De Hilster als we hem daarnaar vragen. Het halfronde koepeltje kan draaien en houdt professionele apparatuur droog, deels ook weer zelfgemaakt.
“Het is niet ruim bemeten”, wijst De Hilster. “Naar de zonsverduistering kijken wij met ons tweeën, mijn vrouw Ria en ik.” Vooraf had De Hilster nog wel zijn twijfels over de omstandigheden, maar de lucht is kraakhelder. “Dit is wel perfect.” (tekst gaat door onder de foto)
Nicolàs de Hilster in zijn eigen Castricumse observatorium (foto: Streekstad Centraal)
Of nou ja. “Het is lekker warm hierboven”, zegt De Hilster met gevoel voor understatement. Toch is er genoeg werk aan. “Ik probeer elke vijf minuten een foto te maken. Zo heb ik meer zonsverduisteringen vastgelegd.”
Zonsverduisteringen komen vaker voor, maar dat de zon bijna geheel achter de maan verdwijnt, dat is zeldzaam. In 2025 nam de maan alleen maar een hapje uit de zon. Dat is deze woensdag wel anders. Op het hoogtepunt bedekt de maan bijna 90 procent van het zonlicht boven Nederland. (tekst gaat door onder de foto)
Alkmaarder Rian ging voor de totaliteit van de verduistering naar Spanje. (foto: Streekstad Centraal)
Zeker is Nicolàs de enige niet die van de zonsverduistering wat bijzonders maakt. Sommige mensen zijn er zelfs helemaal voor naar Spanje gereden. Zo ook Streekstad Centraal. Daar, in het noordwestelijke León, ontmoeten we Rian van der Weiden uit Alkmaar. “Ik heb gekozen voor León, ik hoopte op betere condities en de verduisteringstijd is hier wat langer”, licht hij zijn keuze voor het Spaanse westen toe.
Wat verder naar het oosten is de nacht er al sneller. Ook het bijzondere effect van de invallende duisternis die dan tóch niet doorzet is dan kleiner. “Hier maak je echt de totaliteit van de zonsverduistering mee. Dat waren een minuut en veertig seconden. Écht bijzonder. En heel leuk om dat hier mee te maken want León is het Spaanse Alkmaar.”
Zo zakte in Egmond de zon in de zee. (foto: Streekstad Centraal)
Voor veel liefhebbers in de regio is er een andere plek het meest in trek: het strand. Daar is vrij zicht op de avondhemel en dus verzamelden zich daar al vanaf het begin van de avond talloze mensen met én zonder eclipsbrilletje.
Streekstad Centraal nam een kijkje in Egmond aan Zee, en trof daar zelfs mensen met ceedeetjes en dubbele zonnebrillen, hoezeer dat ook door de autoriteiten was afgeraden.
“Nou, ik durf zelf niet te kijken hoor”, reageert Dennis uit Egmond aan Zee. “Maar ik ben heel benieuwd wat de drone gaat doen.” (tekst gaat door onder de foto)
Dennis gebruikt zijn drone om het unieke natuurfenomeen vast te leggen. (foto: Streekstad Centraal)
Niet durven kijken – dat geldt voor veel bezoekers van het strand en het duinpad. De eclipsbrillen waren nou eenmaal dun gezaaid. Maar eigenlijk is dat helemaal geen probleem. De begeerde brilletjes worden gewoon gedeeld, dat gaat hier in ‘Derp’ héél gemoedelijk.
“Nou, ik kom niet van hier, ik kom van Terschellling”, zegt Albert. Daar is het allemaal ook heel goed te zien, maar hij moest nou eenmaal in Amsterdam zijn – en dan is Egmond toch mooi dichtbij.
“Ik ga niet op het strand staan”, verklaart Albert. “Hier op het duin is het beter. Daar beneden kun je geen foto’s maken. Veel te druk.” (tekst gaat door onder de foto)
Albert gaat voor een mooie foto, dus het mulle zand is niks voor hem. (foto; Streekstad Centraal)
Voor de paviljoenhouders is het aanpoten en dat in een zomer die tóch al draaide om zon, zon en zon. Ondernemers die Streekstad Centraal ernaar vraagt merken de invloed van de zonsverduistering vooral aan een vroege piek: veel mensen willen vóór 19:00 uur gegeten hebben en dan genieten. Maar er is een tweede piek óók: “Alles is volgereserveerd en nee, dat is niet standaard”, horen we bij het bekende paviljoen De Zilvermeeuw.
Toch komt echt niet iedereen voor het natuurfenomeen naar ‘Derp’. Een Duitse familie uit de buurt van Keulen lijkt het allemaal weinig te prikkelen. “Wir lieben Holland!”, dat zeker. Maar die ‘Sonnenfinsternis’ geloven ze wel. “Wij gaan lekker op de braderie kijken en we merken het wel als het plotseling donker wordt.”
Op de braderie is de extra drukte door de zonsverduistering sowieso wel merkbaar. “Ik ben al honderd keer gevraagd naar eclipsbrillen”, zegt de uitbater van een zonnebrillenkamer kort vóór het allemaal moet beginnen. “Maar ik heb ze niet, nee. Ach, gister in Katwijk vroegen ze het wel 300 keer.” (tekst gaat door onder de foto)
De allerbeste apparatuur, voor een echt bijzondere avond. (foto: Streekstad Centraal)
In Castricum is aan al dat soort zaken natuurlijk al lang en breed gedacht. De Hilster is daarbij niet alleen met de zonsverduistering bezig. Ook de Perseïden, de jaarlijkse meteorenregen in de zomer, dienen zich aan. “Als de zonsverduistering afgelopen is ga ik nog naar de Schoorlse duinen daarvoor. Ik ben pas na 1:00 uur thuis, verwacht ik.”
Een ervaring die veel van de toegestroomde toeristen in Egmond aan Zee met De Hilster kunnen delen. Bus na bus bleek zó overvol dat bij het busstation niet eens meer werd gestopt. “Ik stond hier al een uur, en nu nóg een uur?” De vertwijfeling was groot.
Kilometers verder blijft in Castricum het observatorium een heerlijke bezigheid. De zonsverduistering was meer een cadeautje tussendoor. “De wetenschap is wel mijn hobby ja”, overweegt De Hilster. “Ik houd in principe iedere dag de zonnevlekken bij, als het weer het toelaat. Die gegevens worden gebruikt voor onderzoek. En we hebben hier de Zonnekijkdagen. Maar die zonsverduistering van vanovend blijft ook nog wel even merkbaar hoor. Het getij ebt nog na. Volgende week hebben ze op het strand van Egmond hogere vloed, springvloed. Dat hebben de zon en de maan vanavond veroorzaakt.”
Een prachtige pannenset. Of toch niet? Het is geen onbekende manier van geldklopperij: de verkoop van een dure pannenset, aan de deur of vanuit de kofferbak, terwijl het gewoon goedkoop spul is. Een inwoner van Heiloo noemt de verkoper een oplichter en waarschuwt dat deze meermalen actief is geweest in het dorp.
“Mijn vader is benaderd door een pannensetverkoper bij ‘t Loo in Heiloo een paar weken terug en is 500 euro lichter gemaakt”, laat ze Streekstad Centraal weten. “We hebben aangifte gedaan en bij de bank aangedrongen om het geld terug te storten, maar dat is niet gelukt helaas.”
“Nu was ik zelf vrijdag bij ‘t Loo en zag dat mensen aan het praten waren met iemand in een auto”, gaat de inwoner verder. “Ik reed er langs want ik moest parkeren en zag bij hen zo’n pannenset op de grond staan.”
De melder maakte een foto van de interactie en sprak later de mensen die overwogen om een pannenset te kopen. Ze bleken te zijn overgehaald. “Zij hebben niet zoveel betaald als mijn vader, maar zij had het kenteken ook al opgeschreven, want ze vonden het ook al vreemd.” (tekst gaat verder onder de foto)
De gewiekste pannensetverkoper probeert een ouder stel te verleiden tot de aankoop van een pannenset. (foto: aangeleverd)
De politiewoordvoering laat bij navraag weten dat er geen aangiften vanuit Heiloo zijn binnengekomen, maar ook dat als aangiften via het internet gedaan zijn, het soms even duurt voordat ze verwerkt zijn en zichtbaar worden in het politiesysteem.
Nederland heeft de Colportagewet (een straatverkoper wordt ook wel een colporteur genoemd) maar die heeft slechts beperkt nut. Een verkoper moet twee weken bedenktijd bieden, maar ja, twee weken is nou niet echt veel en dan moet je wel weten waar je kunt aankloppen.
Daarna wordt het lastig om je geld nog terug te krijgen, zelfs als de verkoper bekend is en van een echt bedrijf, aldus zowel de politie als de Consumentenbond. Colportage is immers niet verboden, en wie iets koopt doet dit vrijwillig. Daardoor kan je niet zomaar van oplichting spreken. En al mag misleiding ook niet, dit moet je kunnen bewijzen.
Als je er al tijd en energie in wilt steken, beland je doorgaans in een civiele rechtsprocedure, niet een strafrechtelijke, met onzeker resultaat. Een proces met daarin waarschijnlijk een welles-nietes over wat er tijdens de onderhandelingen gezegd is, over “te duur” en eventueel over schade door eigen toedoen of slechte kwaliteit.
Het advies van de politie is: ‘beter voorkomen dan genezen’. En áls je iets koopt, leg alles vast. De politie adviseert ook om bij wantrouwen gegevens vast te leggen, en om bijvoorbeeld een foto te maken van de auto en het kenteken van de verkoper en om te bellen. De politie kan niets doen tegen straatventen, maar oplichters zitten niet te wachten op aandacht van de politie. Ook de Consumentenbond biedt informatie en tips. (foto: Pexels / Justus Menke)
Lithium-ion accu’s zijn niet meer weg te denken uit veel bedrijven. Ze worden gebruikt in onder andere e-bikes, bezorgscooters, accugereedschap en magazijnvoertuigen. Dankzij deze accu’s kan er efficiënt en draadloos worden gewerkt. Tegelijk is het belangrijk om veilig met deze energiebron om te gaan. Een beschadigde of verkeerd gebruikte accu kan namelijk leiden tot gevaarlijke situaties. Daarom verdienen zowel het opladen als de opslag extra aandacht.
Een beschadigde accu herken je niet altijd
Niet iedere accu die beschadigd is, laat dat direct zien. Na een val of een harde stoot kan de buitenkant er nog goed uitzien, terwijl de binnenkant al beschadigd is. Dat maakt het lastig om een defect op tijd te herkennen.
Vaak ontstaan problemen pas wanneer de accu wordt opgeladen. De temperatuur kan snel oplopen, waardoor rook, brand of in sommige gevallen zelfs een explosieve reactie kan ontstaan. Controleer accu’s daarom regelmatig en gebruik beschadigde accu’s niet opnieuw voordat ze zijn beoordeeld.
Een accubrand heeft vaak grote gevolgen
Een brand in een lithium-ion accu kan zich snel ontwikkelen. Daarbij komen veel warmte en schadelijke gassen vrij. Hierdoor kan een kleine brand in korte tijd uitgroeien tot een groter incident.
De gevolgen beperken zich meestal niet tot één accu. Ook gereedschap, voertuigen, machines en gebouwen kunnen beschadigd raken. Daarnaast kan de bedrijfsvoering stil komen te liggen. Door vooraf de juiste veiligheidsmaatregelen te nemen, kunnen veel van deze risico’s worden beperkt.
Maak veilig opladen onderdeel van de dagelijkse routine
Veilig laden begint met de juiste werkwijze. Gebruik altijd een oplader die geschikt is voor het type accu en volg de aanwijzingen van de fabrikant. Zo voorkom je onnodige belasting van de accu.
Kies daarnaast een vaste laadlocatie die overzichtelijk is ingericht. Zorg voor voldoende ventilatie en houd de omgeving vrij van brandbare materialen. Het is verstandig om accu’s tijdens het laden regelmatig te controleren. Let bijvoorbeeld op overmatige warmte, een vreemde geur of vervorming van de accu.
Veilige opslag verkleint de kans op incidenten
Ook wanneer een accu niet wordt gebruikt, blijft veiligheid belangrijk. Bewaar accu’s op een droge plaats met een stabiele temperatuur en voorkom dat ze in contact komen met brandbare materialen.
Bedrijven die dagelijks meerdere lithium-ion accu’s gebruiken, kiezen vaak voor een gecertificeerde accukluis van Batteryguard. Deze is speciaal ontwikkeld voor het veilig laden en opslaan van lithium-ion accu’s. Zo wordt het risico op schade of brand verder beperkt.
Waarom kiezen voor een Batteryguard accukluis?
Een Batteryguard accukluis doet meer dan alleen accu’s opbergen. De kluis is ontwikkeld om de gevolgen van een defecte of brandende accu zoveel mogelijk te beperken.
Wanneer zich een incident voordoet, helpt de kluis om vuur, hitte en rook binnen de kast te houden. Daardoor wordt de kans kleiner dat een brand zich verspreidt naar de rest van het gebouw. Ook ontstaat er meer tijd om veilig te handelen en de hulpdiensten in te schakelen. Daarnaast ondersteunt een accukluis bedrijven bij het invullen van hun veiligheidsbeleid en kan deze bijdragen aan het voldoen aan de eisen van verzekeraars en arbodiensten.
Veilig werken begint met kennis
Een veilige werkomgeving ontstaat niet alleen door goede producten, maar ook door veilig gedrag. Medewerkers moeten weten hoe zij lithium-ion accu’s op de juiste manier gebruiken, opladen en opslaan. Ook is het belangrijk dat zij beschadigingen herkennen en weten wat zij moeten doen als er iets misgaat.
Door duidelijke afspraken te maken en te investeren in veilige laad- en opslagoplossingen, kunnen bedrijven de kans op incidenten sterk verkleinen. Zo worden medewerkers, gebouwen, bedrijfsmiddelen en de continuïteit van de organisatie beter beschermd.
Ooit hing Hans Borst als vrijwilliger jute doeken langs het parcours van de Tour de Waard. Inmiddels is hij secretaris van de organisatie, staan bestanden in de cloud en worden via Facebook en LinkedIn nieuwe bedrijven bereikt. In 55 edities is er veel veranderd. En als het aan het bestuur ligt, blijft dat ook gebeuren. De ervaren garde hoopt daarom dat een nieuwe generatie opstaat om de toekomst van het Heerhugowaardse evenement vorm te geven.
Borst loopt al heel wat jaren mee bij de organisatie van de Tour de Waard. Hij begon als vrijwilliger, in een tijd waarin het evenement er nog heel anders uitzag. “Helemaal in het begin hielp ik met het ophangen van de jute doeken. Toen was de race alleen te zien als je een kaartje had, dus hingen we allemaal van die doeken op langs het parcours.”
Toen een deel van het toenmalige bestuur ermee stopte, werd Borst gevraagd om toe te treden. Dat zag hij in het begin helemaal niet zitten. “Ik dacht dat het een veel te hoge rol was voor mij, met veel te veel verantwoordelijkheden. Maar al snel kwam ik erachter dat het gewoon heel leuk is om te doen.”
Voorzitter Hans Rendering zit iets minder lang in het bestuur, maar draait ondertussen ook alweer twintig jaar mee. Hij begon in 2006. Stoppen staat voorlopig niet op de planning. “Ik zeg altijd: ik blijf doorgaan tot ik iets niet meer leuk vind. En tot nu toe vind ik alles nog steeds heel erg leuk.”
Hoeveel tijd de organisatie van de Tour de Waard precies kost, vinden de mannen moeilijk te zeggen. Vanaf oktober wordt er weer vergaderd voor de volgende editie, maar veel werkzaamheden gebeuren tussendoor. “Het is vaak dat je ‘s avonds nog even achter je laptop gaat zitten en dat het dan toch langer duurt. Het is niet zoals bij een koor dat je twee keer per maand een uurtje bij elkaar komt. Hoeveel tijd er exact in gaat zitten weet ik niet, maar het is toch wel wat.” (tekst gaat door onder de foto)
Door heel Heerhugowaard en bij toegangswegen kom je het tegen: promotiemateriaal voor de Tour de Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Rendering begint het weekend van de wielerronde op vrijdag met het ophalen van de laatste spullen. Die avond krijgen de vrijwilligers tijdens een bijeenkomst uitleg over hun werkzaamheden en wat zij bijvoorbeeld moeten doen in geval van nood. Daarna wordt de avond afgesloten met een borrel.
Op zondagochtend begint de dag gezamenlijk met koffie en wat lekkers. Zodra de klok zeven uur slaat, verspreidt iedereen zich over het parcours en gaat aan de slag. Het bestuur wil daarbij niet de indruk wekken dat de zes bestuursleden belangrijker zijn dan de rest. “We staan niet hoger dan de vrijwilligers, dus dat willen we ook niet uitstralen.”
Ook na de laatste finish zit het werk er nog niet op. Maandag worden de laatste hekken en sponsordoeken opgeruimd. Daarna is het even rustig. “En dan gaan we vanaf oktober weer aan de slag voor de nieuwe editie.”
Aan vrijwilligers heeft de Tour de Waard momenteel geen gebrek. Sterker nog: er is soms zelfs een wachtlijst. Dat is niet altijd zo geweest. “Natuurlijk hebben we weleens jaren gehad waarbij we eigenlijk tot de week voor de Tour nog vrijwilligers zochten”, vertelt Rendering. “Maar met vrienden of familie lukte dat eigenlijk altijd wel.” (tekst gaat door onder de foto)
Bekende Nederlandse wielrenners zoals Erik Breukink, Steven Rooks en Henk Lubberding verschenen in het verleden regelmatig aan de start van de Tour de Waard. (foto: Stichting Tour de Waard)
Tegenwoordig krijgen de mensen die eerder vrijwilliger zijn geweest ieder jaar de vraag of zij opnieuw willen helpen. Vaak is het antwoord ja. Nieuwe geïnteresseerden sluiten daarachter aan. “Als een broer van iemand dan ook ineens wil, komt die onderaan de lijst. Zo hebben we bij uitvallers, want die heb je er altijd tussen zitten, eigenlijk altijd wel een vervanger.”
Borst is blij dat de organisatie zich daar momenteel geen zorgen over hoeft te maken. “Het is daarnaast ook leuk om te zien dat het veel vrienden en familie zijn. Van renners, van het bestuur en van andere vrijwilligers. Het zijn echt een paar gezellige dagen.”
Ook binnen het bestuur hopen de mannen de komende jaren meer jongeren te verwelkomen. Niet omdat er op dit moment een tekort is, maar omdat Sebastiaan Hoogvorst, begin dertig en de jongste van de zes bestuursleden, volgens hen laat zien wat een nieuwe generatie kan toevoegen.
Hoogvorst werkt in de IT en houdt zich onder meer bezig met de website en online zichtbaarheid van het evenement. “Sebastiaan is de jongste van ons clubje. Hij heeft ons echt heel erg goed geholpen op het gebied van zichtbaarheid”, vertelt Borst. “Hij regelt onze website en weet via Facebook en LinkedIn ook bedrijven te bereiken die weer kunnen bijdragen aan de Tour de Waard. Als hij dat niet had gedaan, hadden we echt stilgestaan op dat gebied. Dus daar zijn we heel blij mee.” (tekst gaat door onder de foto)
Het bestuur van stichting Tour de Waard. Bestaande uit John Burger, Hans Borst, John Ottenbros, Sebastiaan Hoogvorst, Hans Rendering en Marc van Vliet. (foto: Stichting Tour de Waard)
Ook achter de schermen verandert er het nodige. Zo werkt het bestuur inmiddels met bestanden in de cloud, waardoor informatie gemakkelijker met elkaar gedeeld kan worden. Voor Rendering is het een goed voorbeeld van hoe verschillende generaties elkaar kunnen aanvullen. “Je moet als organisatie ook niet blijven hangen in hoe het was. Als je dat doet, dan werkt het niet. De komst van Sebastiaan laat goed zien dat de jonge en de oude garde elkaar mooi kunnen aanvullen.”
Dat betekent volgens hem ook dat de werkwijze van de huidige bestuursleden niet heilig is. “Het is niet dat wat wij nu al jaren doen de enige manier is waarop het kan. Zeker niet. We moeten openstaan voor nieuwe ideeën en dat doen we nu erg goed.”
Dat aanpassen is door de jaren heen vaker nodig geweest. Een recent voorbeeld is de vernieuwde Middenweg. Vooraf vroeg de organisatie zich af of wielrenners last zouden hebben van het patroon in het wegdek en de strook met kiezels in het midden. Dat bleek mee te vallen. Voor de skeelerrace had de nieuwe inrichting wel gevolgen. Met name rond de finish kunnen de kiezels volgens Borst voor gevaarlijke situaties zorgen. “Ze konden hun slagen niet meer goed afmaken. Daarom moest dat onderdeel worden geschrapt.” (tekst gaat door onder de foto)
Inwoners van gemeente Dijk en Waard kunnen er haast niet omheen. Overal langs de weg staan borden van de Tour de Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Ook het regelen van vergunningen is in de loop der jaren uitgebreider geworden. “Het is niet meer zo als vroeger dat je met een plan komt en om een handtekening vraagt”, vertelt Rendering. “Nu heb je meerdere vergaderingen en ligt er een heel plakboek voordat alles rond is.” Dat ziet hij niet als iets negatiefs. “Dat hoort er nou eenmaal bij. Je kan niet stil blijven staan bij hoe het vroeger was.”
Niet iedere verandering is even groot. Zo ging normaal gesproken een vrijwilliger met soep langs het parcours om de andere vrijwilligers iets te eten aan te bieden. Dit jaar wordt dat op verzoek van de vrijwilligers anders aangepakt: iedereen krijgt een bon om zelf iets bij de frietkraam te halen. Of dat een succes wordt, moet nog blijken. “Misschien vinden ze dat niet zo fijn, maar goed, dat horen we dan wel tijdens de evaluatie”, zegt Rendering lachend. “Je komt er maar op één manier achter of een verandering werkt.”
Opvallend genoeg hebben de twee mannen die zoveel tijd in de wielerronde steken zelf nog nooit meegedaan. “En dat gaat ook niet gebeuren hoor”, lachen ze. Rendering heeft zelf wel gefietst, Borst komt helemaal niet uit de wielerwereld. “Ik zat zelf altijd op voetbal, maar het is zo’n groot evenement hier in Heerhugowaard dat ik er gewoon ingerold ben.” (tekst gaat door onder de foto)
De Tour de Waard is al jarenlang een begrip in Heerhugowaard en trekt ieder jaar veel publiek naar de Middenweg. (foto: Stichting Tour de Waard)
Of iemand eerst als vrijwilliger begint en vervolgens doorgroeit, zoals Borst zelf deed, of zich direct meldt omdat diegene geïnteresseerd is in de organisatie, maakt volgens hen weinig uit. “Wij willen juist graag dat de nieuwe generatie opstaat.” Daarbij hoeft de Tour de Waard wat hen betreft niet precies te blijven zoals hij altijd is geweest. “We staan open voor veranderingen. Maar als je iets weghaalt, moet er natuurlijk wel wat voor in de plaats staan.”
Veranderen doet de Tour de Waard dit jaar opnieuw. Tijdens het gesprek verklappen de mannen alvast een nieuwtje dat nog niet eerder bekend was: de huldiging van de renners krijgt tijdens de 55ste editie een nieuwe plek. Waar de winnaars voorheen op het parcours werden gehuldigd, stappen zij dit jaar voor het eerst het podium van Tour de Waard Live op. Daarmee komen de wielerronde en het feestprogramma een stukje dichter bij elkaar.
Hoe de nieuwe opzet uitpakt, zal zondag voor het eerst blijken. Rendering heeft in ieder geval al een duidelijk beeld voor ogen. “We hebben een mooi publiek dat de renners hopelijk van een groot applaus gaat voorzien en we hopen dat het lekker feestelijk is.”
Drones, scanapparatuur, op afstand bestuurbare waterspuiten en andere moderniteiten. De brandweer gaat mee met de tijd maar er gaat toch niets boven de traditionele basis: ervaring, kennis en gezond verstand. Daarom gaan de brandweervrijwilligers van Schoorl iedere zomer op excursie door het duingebied. Op de mountainbike, om de natuur niet te verstoren. “En zo zijn we nog een beetje sportief.”
De Schoorlse duinen zijn bijna 19 km² groot en op veel plekken kan de brandweer niet zomaar even met brandweerwagens komen. Voor de lokale brandweerlieden is het dus extra belangrijk dat ze snel kunnen bepalen waar een melding precies vandaan komt en wat daar de situatie is. Ja, in iedere brandweerwagen liggen speciale plattegronden van alle gebieden in de veiligheidsregio, maar niets gaat boven wéten hoe het werkgebied eruit ziet. (tekst gaat verder onder de foto)
Ruud Admiraal verdiept zich in de bestrijding van natuurbranden. (foto: aangeleverd)
Ruud Admiraal houdt als trainer jaarlijks verkenningsexcursies voor zijn collega’s. Hij zit al sinds 1996 bij Schoorlse brandweer en is postcommandant geweest. Hij kan vast geblinddoekt door het gebied. “Ha nee, dat zou ik niet zeggen, maar ik ben er wel vrij goed bekend mee. Ik ga nog wel eens hardlopen en met de hond het bos in, ik ben graag in de duinen. Ik heb ook veel kennis opgedaan tijdens de duinbranden in 2009 en 2010.”
Ondanks al zijn ervaring is het ook voor Ruud goed om zo nu en dan de duinen in te gaan. “Het gebied verandert steeds. Sommige paden groeien dicht of ze spoelen weg en dan komen wortels bloot te liggen, waar je niet overheen kan rijden. De vegetatie verandert ook en een brand in bijvoorbeeld helmgras en heide gedraagt zich heel anders dan in naaldbos. En Staatsbosbeheer heeft soms ideeën voor veranderingen, dan sluiten ze bijvoorbeeld een pad af.” (tekst gaat verder onder de foto)
Verkennen op de fiets, met de gebiedskaart in de hand. Ruuds collega-trainer geeft uitleg. (foto: VRNHN)
“Het is dus belangrijk dat we dit soort oefeningen doen”, vertelt Ruud. “We gaan elk jaar op verkenning. De post bestaat uit ongeveer dertig personen, dus we verdelen de groep in tweeën. Ik neem de chauffeurs mee – ik ben zelf ook chauffeur – en een collega-trainer neemt de anderen mee. En omdat het gebied te groot is om in één avond te doen, heb ik de zuidkant met de chauffeurs verkend. Volgend jaar doen wij de noordzijde. We wisselen ieder jaar.”
Toch zijn gebiedskaarten cruciaal, zegt Ruud. Hierop staan niet alleen wegen en paden maar ook de paddenstoelen (richtingwijzers), knooppunten, bankjes met serienummers, uitkijkpunten, verzamelplekken en de twee waterputten die in 2010 zijn geboord na een reeks duinbranden. Niet alleen belangrijk om zelf je weg te vinden maar ook om andere eenheden de weg te wijzen, zeker als ze vanaf andere kazernes bijspringen. (tekst gaat verder onder de foto)
Banken zijn niet alleen op te zitten, met ieder hun serienummer fungeren ze ook als markering, zoals op deze driesprong. (foto: VRNHN)
Maar ook met kaarten en gebiedskennis is het soms flink puzzelen na een brandmelding. Niet iedere beller weet goed zijn of haar positie door te geven. “Het is heel belangrijk dat mensen dit zo goed mogelijk doen. Soms zijn we wel 20 minuten aan het zoeken voordat we een brand vinden.” En dan kan het hard gaan als het zo droog is als nu.
“Als we de precieze locatie niet weten, sturen we een verkenningsvoertuig vooruit”, wijdt de voormalige postcommandant uit. “Aan de hand van wat we weten, tekent deze eenheid driehoeken op de kaart en stuurt collega’s naar deze vakken. En dan is het communiceren van: ik sta of rij daar en daar en ik zie in die richting rook. Om de aanrijroute te bepalen moeten we ook rekening houden met de windrichting.” (tekst gaat verder onder de foto)
Eind mei kwam de brandweer in actie vanwege een duinbrand in de buurt van de Mariaweg. De slangen waren lang genoeg om goed te kunnen blussen. (foto: Streekstad Centraal)
De fietsexcursies worden door de hele kazerne gewaardeerd. “Iedereen is heel enthousiast, vooral de nieuwe collega’s. Het is ook een prachtig gebied om in te oefenen. Doordat we er met elkaar over praten, komen we samen tot oplossingen. Als we bijvoorbeeld een trap tegenkomen, wordt overlegd over alternatieve routes. En zo zijn we nog een beetje sportief. Ja, haha, zeker nu met al dat mulle zand door de droogte.”
Over nieuwe collega’s gesproken. Een paar jaar terug kampte de brandweer met een tekort aan vrijwilligers. “Ja dat klopt, de bezetting was aan de magere kant. Toen is het systeem met brandweerassistenten ingevoerd en daar zijn gelukkig mensen op af gekomen. De afgelopen paar jaar hebben zich bij ons zes nieuwe mensen aangemeld, daar zijn we heel blij mee. Al is het soms krappe sokken overdag als mensen werken of in de vakantieperiode, we zijn momenteel op volle sterkte.”
Jaarlijks gaan Nederlandse brandweerlieden naar Catalonië om te leren over bestrijding van natuurbranden. (foto: Sam de Joode)
Recent schreven we over Sam de Joode en andere Nederlandse brandweerlieden in de Spaanse regio Catalonië. Ze hielpen mee met de brandbestrijding en deden ondertussen ervaring en kennis op. “Ja en andersom komen ze vanuit Spanje en Frankrijk bij ons langs om ons te leren over natuurbranden, daar hebben ze heel veel ervaring mee. Die fietsexcursies zijn voor mij persoonlijk niet zo leerzaam, maar van die uitwisselingen heb ik veel geleerd.”
De extra kennis kan binnenkort mooi worden toegepast tijdens een tweetal grote brandweeroefeningen in het duingebied. “Op 17 en 24 augustus gaan we in de buurt van Hargen oefenen”, vertelt Ruud. “Dat doen we met vier tankautospuiten, twee verkenners en een Officier van Dienst. We gebruiken rookmachines, borden die brand uitbeelden, linten en ook herkenningstekens voor burgers zodat zij weten dat het om een oefening gaat. We zijn nog aan het bespreken waar precies.”
Nog nooit eerder is in het Hollands Noorderkwartier zó’n groot neerslagtekort gemeten. Het tekort is inmiddels opgelopen naar gemiddeld 310 mm, met op Texel zelfs een tekort van 355 mm. Deze week zal het naar verwachting niet of nauwelijks regenen. Er hangen nu ook voor ons hoogheemraadschap onaangename keuzes over watergebruik in de lucht. Donderdag wordt hierover vergaderd met de Landbouwadviescommissie.
Het neerslagtekort wordt in Nederland sinds 1906 bijgehouden. Het droogste jaar is 1976, maar dat record komt in zicht. In een aantal delen van het land is al een recorddroogte genoteerd, waaronder het Hollands Noorderkwartier. Bovendien zakt het waterpijl in het IJsselmeer en het Markermeer, onze grote ‘regenton’. Het hoogheemraadschap verwacht dat het peil eind deze week of begin volgende week is gezakt naar NAP -0,30 meter.
In grote delen van het land zijn al beperkingen voor zoetwatergebruik ingesteld. De kans is aanzienlijk dat dit zelfs in onze polders gaat gebeuren. “De verdringingsreeks uit de Strategie Waterverdeling komt in beeld”, aldus het hoogheemraadschap. Deze reeks stelt prioriteiten voor watervoorziening en biedt een leidraad bij het beperken van watergebruik. Doorgaans zijn als eerste reguliere landbouw, industrie en waterrecreatie aan de beurt. “We bereiden ons nu voor om deze in te zetten.” (tekst gaat verder onder de foto)
Na controle van de meest kwetsbare veendijken, breidt het hoogheemraadschap de inspecties uit naar nog eens 450 kilometer aan kwetsbare dijken. (foto: HHNK)
Er hangen dus vervelende keuzes in de lucht. Het hoogheemraadschap gaat hier aanstaande donderdag over in overleg met de Landbouwadviescommissie. “Deze sector die veel water gebruikt, willen we informeren over de huidige situatie en wat er de komende periode kan gebeuren. In dit overleg spreken we met vertegenwoordigers uit de landbouw wat het instellen van de verdringingsreeks betekent voor de landbouw en het regionale watersysteem.”
Onlangs kondigde het waterschap alarmfase 2 af. De meest kwetsbare veendijken waren toen al geïnspecteerd en er werden 77 schades gevonden, waarvan er zes reparatie behoeven. Eén van die zes schades werd in het Alkmaarse buitengebied ontdekt. Inmiddels is gestart met de controle van nog eens 450 kilometer aan dijken die kwetsbaarder zijn. Bovendien is een beweidingsverbod ingesteld op de noordelijke zeedijken van Den Helder en Hollands Kroon en de zeedijken van Texel.
Het KNMI verwacht op zijn vroegst pas in het weekend neerslag, maar hooguit een paar millimeter die geen zoden aan de dijk zullen zetten. Komende week wordt het wat natter, maar het blijft dan naar verwachting bij hooguit een paar millimeter per dag. Op een doorsnee zonnige zomerdag verdampt er zo’n 3 tot 5 millimeter water.
De Noord-Hollandse hoogheemraadschappen hebben onlangs de ‘Wateratlas van Noord-Holland’ gelanceerd. Hierin staat allerlei wetenswaardigheden over water in onze provincie en waar de hoogheemraadschappen allemaal rekening mee te houden hebben.
Update 12 augustus: de schutsluizen langs het Noordzeekanaal, in Den Helder en bij Kolhorn worden nu alleen nog bediend voor de beroepsvaart. Dit om zo veel mogelijk te voorkomen dat zout water het binnenland in stroomt. Ook heeft het waterschap vispassages tussen zoet water en zout buitenwater gesloten.
Wie in Noord-Holland woont, heeft te maken met water. Met poldersloten, ringvaarten, dijken, gemalen, keringen: al die typische dingen die híér alledaags zijn, maar in de rest van de wereld bijzonder. Menig Noord-Hollander is daar een beetje trots op, dit land dat ‘we’ zelf geschapen hebben. Maar de echte kennis daarover – die ontbreekt nog wel eens.
Want hoe dat nou precies werkt, met die slootjes en boezems, en met welke kleine en grote uitdagingen waterbeheerders nu en in de toekomst te maken krijgen, daar heeft de gewone Noord-Hollander eigenlijk geen beeld van. De hoogheemraadschappen in de provincie bieden nu een prachtige atlas om dat te veranderen. De ‘Wateratlas van Noord-Holland’ geeft met véél beeld, veel kaartjes, veel grafiekjes, uitgebreide uitleg over het reilen en zeilen van het waterbeheer.
Eindredacteur Michiel Schreijer en mede-schrijver Maarten Poort buigen zich net over de proefdrukken als Streekstad Centraal langskomt in het waterschapskantoor in Heerhugowaard. “Wat een megaproject”, zegt Poort terwijl hij de twee ringbanden vastpakt. (tekst gaat door onder de foto)
Michiel Schreijer (links) en Maarten Poort werkten twee jaar aan de Wateratlas van Noord-Holland (foto: Streekstad Centraal)
De atlas is zó groot dat de proefdruk over twee ringbanden is verdeeld. “Maar het wordt uiteindelijk dus één band”, zegt Schreijer. “Het is een godswonder dat ons dit in twee jaar gelukt is.”
Aan het ‘megaproject’ werkten 33 schrijvers mee, maar ook tal van andere deskundigen, die werden geïnterviewd. Al die kennis samen moet de lezer een zo compleet mogelijk beeld geven van het werk dat de waterschappen in Noord-Holland verrichten. In onze regio dus vanuit het bekende kantoor in Heerhugowaard, voor Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. (tekst gaat door onder de foto)
In het waterschapskantoor spreken mensen van ‘streefpeil’ en ‘peilmarge’. (foto: Streekstad Centraal)
“Er zitten heel veel verborgen kanten aan het systeem”, legt Schreijer uit. “Waar is het water als je er niet op let? Dat is de vraag waar het om gaat. Het zit overal, altijd, maar de gewone Noord-Hollander ziet dat niet. Wij waterschappers spreken over dingen als streefpeil, peilmarge. Maar wat dat betekent? Dat leggen we in de Wateratlas uit.”
In het boek worden de verschillende Noord-Hollandse regio’s onder de loep genomen, maar daarnaast is veel ruimte gemaakt voor een goede uitleg over het watersysteem van onze provincie. Dat is toch fascinerende materie voor iedereen die er middenin woont.
“Nico van der Wel heeft daarvoor de journalistieke interviews gedaan”, vertelt Schreijer. Maarten Poort nam de taak op zich om het technische verhaal in begrijpelijke taal uit te leggen. (tekst gaat door onder de foto)
Het Poldermuseum in Heerhugowaard, één van de plekken waar Noord-Hollanders kunnen stilstaan bij het waterbeheer dat overal om hen heen is. (foto: Streekstad Centraal)
“Er zit nog een hoop detail in”, zegt Poort over zijn werk. “Het moet Nico soms hebben geduizeld. Maar het is wel belangrijk om dat goed over te brengen. We zitten in een ontworpen systeem en daar zitten grenzen aan. Mensen realiseren zich dat vaak niet. Voor ons is het de kern van ons werk.”
Waterbeheer is keuzes maken, maar ook: voortbouwen op keuzes die lang geleden al zijn gemaakt. “Toen ze hieraan begonnen rond 1300 was er geen blauwdruk voor 2025”, vult Schreijer aan.
Waar Poort veel mee te maken heeft is versnipperde ruimtelijke ordening. In één peilgebied komen veel functies voor: natuur, landbouw, woningen – alles naast elkaar. Natuurbeheerders willen graag een hoog waterpeil, voor de landbouw is een laag peil handiger. “Bijna in ieder peilgebied zitten alle functies”, weet Poort. En dat is niet altijd makkelijk.
“Nu met de droogte zien we dat goed. Natuurgebieden hebben meer water nodig, maar niet elk water is geschikt. Water met veel kalk, of veel meststoffen, dat is veel te voedselrijk voor die natuurgebieden”, legt Poort uit. “Voor de meeste landbouw maakt dat minder uit, daarvoor gebruiken we het IJsselmeerwater. Maar wij niet als enige.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor bollenteelt is niet ieder type water even geschikt. (foto: Streekstad Centraal)
Ook in het IJsselmeer zakt intussen het peil, al is de situatie in het noorden niet te vergelijken met die in het zuidelijke deel van Nederland, waar zo’n watervoorraad er niet is. Toch ziet Poort ook in de buurt problemen. “De bollenteelt in de Noordkop zit daar op zich goed: zandgrond, veel zon. Maar de locatie in het waterschap is ongelukkig. Ze zitten aan het einde van de stroom, net voor het water de zee ingaat.”
Het is ook een ‘kritische teelt’, waarbij de kwaliteit van het water dus net wél uitmaakt. Het is één van de typische technische uitdagingen waar Poort als waterbeheerder voor staat.
En ja, het is droog. De velden besproeien met slootwater, dat kan voorlopig nog, maar toch moet de agrarische sector wel gaan uitkijken naar andere oplossingen. Iets waar op Texel al mee wordt geëxperimenteerd. Daar is slootwater op de velden spuiten al jaren taboe – het eiland heeft nou eenmaal weinig eigen water.
“We hebben toch wel met wat te maken”, zegt Poort. Dat beseft ook Schreijer. “Klimaatverandering maakt de extremen zó groot dat op een gegeven moment iederéén aan zijn achterhoofd gaat krabben. Er staan nu duinpoelen droog die ik nog nooit droog heb zien staan.” (tekst gaat door onder de foto)
De Zanderij in aanleg. Water uit de duinen kan hier een plek vinden. (foto: Streekstad Centraal)
Noord-Holland is een bijzonder geval, maar daar zit ook een kans. Juist omdat het waterbeheer zo goed is geregeld is er sturing mogelijk. Er wordt ook aan oplossingen gewerkt. “Neem de Zanderij, in Castricum”, zegt Poort. “Daar is bollengrond natuur geworden. We kunnen daar water opvangen, voor als er in één keer veel regen valt, zoals in 2021 gebeurde.”
Ook in Oudorp is zo’n berging voor water. Daarnaast is er dus ook behoefte aan watervoorraden, als appeltje voor de dorst bij droogte. “En dat is dus niet hetzelfde”, benadrukt Schreijer. “Van een berging wil je dat ie leeg is, zodat je ‘m kunt gebruiken bij een calamiteit. Van een voorraad wil je dat ie vol is.”
Dat soort praktische zaken, die kennis waar het in het waterschap om draait, daar staat de ‘Wateratlas van Noord-Holland’ vol mee. Vrijdag 21 augustus is de atlas er dan echt. “We kunnen heel veel, maar er zit ook een grens aan”, besluit Poort. “Dat willen we uitleggen. Als dát mensen bereikt, dan is dit megaproject geslaagd.” (hoofdfoto: HHNK)