Hij was al eens uitgebreid opgelapt, maar dat leverde de Huygenfietsbrug slechts een beperkt aantal extra levensjaren op. Begin 2024 maakte de provincie bekend dat de fietsbrug langs de N242 tussen Alkmaar en Heerhugowaard vervangen zou gaan worden. Vanaf maandag 2 november is het zo ver.
De Huygen(vaart)fietsbrug bleek in mei 2021 te slecht geworden om overheen te kunnen fietsen of brommen. De brug was toen al afgesloten voor ál het autoverkeer, dus ook werkverkeer van de gemeente of provincie. Na een uitgebreide renovatie ging de brug in februari 2022 weer open.
Twee jaar later kondigde de provincie aan dat de Huygenfietsbrug vervangen zou gaan worden door een nieuwe, vier meter brede versie. Het hele fietspad wordt vier meter breed om er een ‘doorfietsroute’ van te maken, en meteen zouden er andere werkzaamheden worden uitgevoerd.
In november gaat het gebeuren. De hele brug wordt vervangen, inclusief de funderingspalen en de remmingswerken – de constructies die de brug tegen aanvaringen beschermen. Meteen worden ook de damwanden aan de Heerhugowaardse zijde van de Huygenvaart vervangen. (tekst gaat verder onder de foto)
De Huygenfietsbrug nog voor de grote opknapbeurt, maar al wel met aan weerszijden nieuwe paaltjes en witte driehoek op het wegdek. (foto: provincie)
De provincie vernieuwt de brug zo duurzaam mogelijk. “Materialen uit de oude brug worden waar mogelijk opnieuw gebruikt. Ook worden gerecyclede materialen gebruikt”, aldus de provincie. “Planken uit het huidige brugdek worden opnieuw gebruikt voor de leuning van de brug. Voor de damwanden wordt gerecycled staal gebruikt. De funderingspalen van de brug en de remmingswerken bestaan deels uit hergebruikte palen.”
De werkzaamheden duren tot en met april. Medio oktober wordt meer bekend gemaakt over de werkplanning en afsluitingen. Dat gebeurt via de website en sociale media van de provincie, en de Bouwapp. Het vaarverkeer zal slechts tot 20 november gestremd zijn. Meer hierover op vaarweginformatie.nl.
Het is niet Woerden, het is niet Culemborg, en ook nét niet Deventer. Nee, Álkmaar is de meest gemiddelde gemeente van Nederland. Dat zegt Jan Willem Berendstijn, die voor zijn website Gemiddelden.nl onderzoek deed naar de statistieken die van Nederlandse gemeenten worden bijgehouden.
Jarenlang gold Woerden als de meest gemiddelde gemeente van Nederland en die naam wordt dus nog steeds veel genoemd als het om de nationale doorsnee gaat. Ook Culemborg heeft wel eens deze titel gekregen, wat mede aanleiding was voor de bekroonde documentaireserie uit 1975 over deze stad: Culemborg Bijvoorbeeld.
Maar nu, volgens de laatste berekeningen, valt Alkmaar deze eer te beurt en kan er wellicht worden uitgekeken naar een negendelige documentaireserie over Alkmaar. (tekst gaat door onder de foto)
Net als Woerden is Alkmaar een kaasstad, maar dát staat niet in de statistieken. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik ben de afgelopen weken in de cijfers van het CBS gedoken”, legt Berendstijn zijn werkwijze uit. “Met een simpele vraag: welke gemeente lijkt het meest op Nederland als geheel? Ik heb daarvoor alle 341 gemeenten langs 53 cijfers gelegd.”
Als we dan kijken naar de relatieve afwijking van het gemiddelde per gemeente, dan komt Alkmaar opvallend vaak in de landelijke toptien met de kleinste afwijking. Dat betekent niet dat Alkmaar 53 keer bovenaan staat, zeker niet, maar geen andere Nederlandse gemeente scoort gemiddeld zó gemiddeld – om het maar eens zo uit te drukken.
Berendstijn vergeleek uiteenlopende bevolkingscijfers, zoals de grootte van huishoudens en de sterfte, maar ook economische cijfers als de WOZ-waarde, het vermogen van inwoners en de uitkeringen per inwoner, en zaken als opleidingsniveau en de afstand tot voorzieningen. (tekst gaat door onder de foto)
Alkmaarse straten: hier ontstaan de gemiddelden die Alkmaar laten uitblinken. (foto: Streekstad Centraal)
Vooral als het gaat om inkomen, opleidingsniveau en mobiliteit blijkt Alkmaar érg dicht bij de landelijke doorsnee uit te komen, laat Berendstijn zien op zijn website. Al is de afwijking ook weer niet nul. Het is uiteindelijk natuurlijk statistiek achter de komma, eerst en vooral een leuke rekenoefening.
Toch kan het resultaat van de vergelijking wel wat opleveren voor Alkmaar. Landelijke media zijn vaak op zoek naar gemiddelde gemeenten om er bijvoorbeeld verslag te doen tijdens verkiezingen of andere nationale gebeurtenissen. Misschien is dus wel iets vaker landelijke verslaglegging uit Alkmaar te verwachten.
Het resultaat is best betrouwbaar, verklaart Berendstijn: “De berekening is negen keer herhaald, elke keer met een heel thema weggelaten. Alkmaar staat in alle negen varianten bovenaan.”
Tegelijk is Alkmaar zeker niet alléén maar gemiddeld. “Alkmaar is op één punt wél buitenissig: er wordt flink meer gebouwd dan gemiddeld, bijna 15 nieuwe woningen per duizend tegen 8,6 landelijk”, haalt Berendstijn aan. “Dus helemaal voorspelbaar zijn jullie nou ook weer niet.”
Al die nieuwe woningen zullen weer andere mensen naar Alkmaar trekken, en die kunnen de statistische realiteit weer veranderen. Dan neemt wellicht de huidige nummer twee, Deventer, het stokje over als meest gemiddelde gemeente van Nederland.
Steeds meer gemeenten en uitvoeringsorganisaties in Noord-Holland zetten tijdelijke professionals in om projecten door te laten lopen. Denk aan piekdrukte bij vergunningen, de invoering van nieuwe digitale systemen of extra capaciteit rond financiën en inkoop. Ook in de regio Alkmaar en Dijk en Waard is die behoefte herkenbaar. Voor zelfstandigen kan dit interessant werk zijn, maar de route naar een passende opdracht is niet altijd overzichtelijk.
Interim-bemiddeling speelt daarbij een rol. Een partij die zich hierop richt is LibLab, een platform dat professionals koppelt aan (semi-)overheidsopdrachten en daarbij inzet op duidelijke afspraken en snelle terugkoppeling.
Waarom interimwerk bij de overheid aantrekkelijk is
Werken voor de overheid betekent vaak dat je meedraait in teams die direct invloed hebben op de leefomgeving. Een tijdelijke projectleider kan bijvoorbeeld helpen bij het versnellen van woningbouwprocedures, terwijl een data-analist kan bijdragen aan betere dienstverlening. Voor veel zelfstandigen is het bovendien prettig dat opdrachten doorgaans een duidelijke looptijd, ureninschatting en opdrachtomschrijving hebben.
Tegelijkertijd vraagt werken voor publieke organisaties om zorgvuldigheid. Denk aan regels rond inhuur, transparantie en het vastleggen van afspraken. Dat maakt het extra belangrijk dat zowel opdrachtgever als professional weet waar hij of zij aan toe is.
Voordelen van LibLab voor professionals
Voor zelfstandigen draait het vaak om drie vragen: past de opdracht bij mijn ervaring, zijn de voorwaarden helder en kan ik snel starten? LibLab probeert die drempels te verlagen door opdrachten overzichtelijk te publiceren en het proces strak te organiseren.
Wie reageert op een opdracht, doorloopt in de praktijk een aantal stappen: profiel compleet maken, beschikbaarheid aangeven, eventuele aanvullende documenten aanleveren en daarna het gesprek met de opdrachtgever. Een voordeel is dat je niet alles zelf hoeft uit te zoeken; begeleiding en terugkoppeling zijn onderdeel van de werkwijze.
Ook de administratieve kant telt mee. Veel professionals willen vooral bezig zijn met hun vak en niet met losse formulieren of onduidelijke afspraken. Door vooraf duidelijkheid te geven over voorwaarden en de samenwerking, wordt de kans kleiner dat er later discussie ontstaat.
Hoe overheidsorganisaties profiteren
Voor gemeenten en andere publieke organisaties is snelheid belangrijk, maar betrouwbaarheid minstens zo. Projecten kunnen niet stilvallen omdat een rol te lang openstaat. Tegelijk moeten inhuurprocessen voldoen aan regels en moet er zorgvuldig worden omgegaan met contracten.
LibLab positioneert zich als schakel die daarbij helpt, onder meer met een focus op transparantie en compliance. Het bedrijf is SNA-gecertificeerd, wat voor opdrachtgevers een extra controlepunt kan zijn in de keten. Wie meer wil weten over interim opdrachten overheid en de werkwijze kan bij liblab.nl alle informatie vinden.
Starten met een opdracht in de regio
Voor zelfstandigen in en rond Alkmaar kan het lonen om gericht te kijken naar opdrachten bij gemeenten, waterschappen en uitvoeringsorganisaties in de buurt. Veel functies zijn (deels) hybride, maar een lokale basis maakt het makkelijker om snel aan te sluiten bij overleggen of op locatie te zijn wanneer dat nodig is.
Praktisch begint het met een actueel profiel en een scherp beeld van je beschikbaarheid. Let bij het reageren op zaken als startdatum, aantal uren per week, duur van de opdracht en eventuele eisen zoals ervaring binnen een gemeentelijke organisatie.
Wie die voorbereiding op orde heeft, vergroot de kans op een snelle match. En dat is precies waar interimwerk om draait: op het juiste moment de juiste expertise inzetten, zodat publieke dienstverlening in de regio door kan blijven gaan.
Een peuk, een bonnetje of een leeg flesje: wie goed naar de straat kijkt, merkt al snel hoeveel afval er eigenlijk ligt. In Alkmaar gaan deze week op allerlei plekken inwoners met grijpers en vuilniszakken op pad tijdens de Alkmaar City Cleanup. In de wijk Daalmeer wordt flink geraapt. Maar daar verdwijnt de grijper na deze week niet in de kast.
De schoonmaakactie in de Daalmeer is één van de 23 acties die deze week verspreid door Alkmaar worden gehouden. Het idee is simpel: samen de buurt in en opruimen wat anderen hebben achtergelaten. En hoewel de deelnemers natuurlijk het liefst zo weinig mogelijk vinden, komen de zakken toch aardig vol. Bij de actie in de Daalmeer dinsdagochtend werd uiteindelijk 21,3 kilo zwerfafval van straat gehaald.
“Ons nummer één afval zijn de peuken“, vertelt Gaby van Wonderen van de organisatie. Daarnaast verdwijnen verpakkingen, bonnetjes, doppen en glazen in de zak. Soms zit daar iets tussen dat je niet snel op straat verwacht. “We vinden bijvoorbeeld ook weleens een identiteitskaart of een afwasborstel. Het is altijd een verrassing.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor Gaby van Wonderen draait de City Cleanup niet alleen om een schone straat, maar ook om samen bezig zijn in de buurt. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaar City Cleanup is gekoppeld aan World Cleanup Day en moet vooral wat extra aandacht geven aan het opruimen van zwerfafval. Maar in Alkmaar gebeurt dat niet alleen tijdens deze week. Verspreid door de stad zijn zo’n dertig zogenoemde “schone buurtadoptanten” actief. Zij trekken meerdere keren per jaar, en soms zelfs iedere week, hun eigen buurt in.
Eén van die buurtadoptanten is de dagbesteding van Samenwerking op Maat in wijkcentrum De Daalder. Daar gaan deelnemers al sinds 2020 regelmatig naar buiten om de omgeving schoon te houden. Het begon in coronatijd, toen binnen veel minder mogelijk was en de groep daarom vaker naar buiten trok. Via Stadswerk072 kwamen ze vervolgens bij het buurtadoptieproject terecht.
Inmiddels is het een vast onderdeel van de week geworden. Minimaal één keer per week loopt de groep een ronde rond het wijkcentrum. En dat is niet voor niets. “Gisteren zijn twee deelnemers een half uurtje naar buiten geweest. Die kwamen terug met drie volle vuilniszakken”, vertelt buurtadoptant Amber Super. (tekst gaat door onder de foto)
De grootste ‘vangst’ ligt soms gewoon voor je voeten: peuken worden veruit het vaakst gevonden. (foto: Streekstad Centraal)
Het opruimen levert volgens haar bovendien meer op dan alleen een schonere straat. Voorbijgangers stoppen regelmatig even om iets te zeggen of roepen vanaf de fiets een compliment naar de deelnemers. “Dat doet de club van de dagbesteding natuurlijk ook echt heel erg goed.”
Ook Van Wonderen ziet dat sociale deel terug. Mensen spreken de opruimers aan en vragen wat ze aan het doen zijn. “Het is ook een sociale activiteit.” En juist dat is volgens haar een belangrijk onderdeel van de actie: niet alleen afval uit de buurt halen, maar inwoners samen aan de slag laten gaan voor hun eigen omgeving.
Wie zelf vaker met een grijper op pad wil, kan zich aanmelden als schone buurtadoptant. Via Stadswerk072 kunnen deelnemers opruimmateriaal krijgen. Ook kunnen ze doorgeven op welke plekken steeds opnieuw veel afval wordt gevonden, zodat gekeken kan worden of daar een andere oplossing voor is.
Van uitstel komt afstel, wil het gezegde – en dat zou in dit geval een opluchting voor Schoorl betekenen: Staatsbosbeheer trekt maanden extra uit voor een beslissing over de bezoekerscentra. Die moeten dicht, was deze zomer nog het verhaal, maar voorlopig gaat de deur dus niet op slot.
“Het voorgenomen besluit leverde veel reacties op. Om recht te doen aan deze reacties neemt Staatsbosbeheer meer tijd om tot een besluit te komen”, verklaart Staatsbosbeheer in een statement op de eigen website.
Het eerdere bericht dat de bezoekerscentra per 1 januari 2027 allemaal dicht moeten is daarmee achterhaald. Maar of er ook écht sprake is van afstel, dat moet nog blijken. (tekst gata door onder de foto)
Joost Botman hoopt het Buitencentrum voor Schoorl te behouden. (foto: NH)
“Afstel, nou, daar lijkt het toch niet op hoor. Maar dit is wél goed nieuws”, reageert Joost Botman van ‘Behoud Buitencentrum de Schoorlse Duinen’ genuanceerd. “Dit geeft ons meer tijd en dat is goed. Ga het maar even organiseren allemaal…”
Het streven van de stichting van Botman is om de exploitatie van het Buitencentrum zélf voort te zetten, omdat het centrum van vitaal belang is voor het duindorp Schoorl en voor de ondernemers in het dorp. Met ‘een goede groep bij elkaar’ moet dat lukken, maar tegelijk zag Botman ook wel dat 1 januari 2027 te kort dag was.
Nu ontstaat er dus een overgangsperiode en dat is voor Schoorl een kans om een en ander soepel in elkaar te laten overlopen. “Wij gaan in elk geval door met onze plannen”, kondigt Botman aan. (tekst gaat door onder de foto)
Het Buitencentrum is het begin- en eindpunt van vele duinwandelingen. (foto: Staatsbosbeheer)
Staatsbosbeheer kreeg naar eigen zeggen heel veel reacties, maar blijft wel bij de constatering dat het niet lukt om de bezoekerscentra zélf rendabel te maken. “Nadat de financiering door het Rijk in 2014 wegviel, is het niet gelukt om tot een structureel sluitende exploitatie te komen”, zegt Staatsbosbeheer.
De natuurorganisatie wil nu per locatie kijken naar de mogelijkheden. In Schoorl zou dat dus inderdaad kunnen uitkomen op een overdracht aan de stichting Behoud Buitencentrum de Schoorlse Duinen. De komende maanden moeten daarover meer duidelijkheid bieden.
Voor de bezoekers verandert er in eerste instantie niets. Het centrum zal ook in 2027 nog open zijn.
Wie in de regio Alkmaar de kraan opendraait, krijgt vrijwel overal water binnen met meer PFAS dan het RIVM adviseert. Op sommige plekken is het verschil behoorlijk groot. In Alkmaar en een groot deel van de regio is 11,6 nanogram per liter gemeten. In onder meer Castricum en Uitgeest loopt dat op tot 14,3 nanogram. De richtwaarde van het RIVM ligt op 4,4 nanogram per liter. Toch is er geen reden om de kraan dicht te laten.
Binnen onze regio zijn grofweg twee waarden te zien. In Alkmaar, Dijk en Waard, Heiloo, Bergen, Schoorl, Groet, Egmond en de Schermer gaat het om 11,6 nanogram per liter. Dat is ruim tweeënhalf keer de richtwaarde die het RIVM adviseert.
Wie iets zuidelijker of westelijker woont, krijgt met een hogere waarde te maken. In Castricum, Uitgeest en De Rijp is 14,3 nanogram per liter gemeten. Dat is ruim drie keer de richtwaarde van het RIVM.
De rode cijfers klinken alarmerend, maar betekenen volgens het RIVM niet dat het kraanwater in onze regio onveilig is. De richtwaarde van 4,4 nanogram is namelijk iets anders dan de wettelijke grens waaraan drinkwaterbedrijven moeten voldoen. Het kraanwater voldoet nog altijd aan die wettelijke eisen. (tekst gaat door onder de foto)
PFAS breken nauwelijks af en blijven daardoor lang in het milieu. Nederlanders krijgen de stoffen vooral binnen via voedsel, maar ook via kraanwater. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is niet zo dat we acuut gevaar lopen door het drinken van kraanwater”, zeft RIVM-woordvoerder Coen Berends tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Maar het is een feit dat we te veel PFAS binnen krijgen. Ongeveer een kwart komt door kraanwater, de rest door voedsel.”
PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen. Ze worden gebruikt in allerlei producten omdat ze bijvoorbeeld water, vet en vuil afstoten. Het grote nadeel is dat de stoffen nauwelijks afgebroken kunnen worden. Daardoor blijven ze lang in het milieu aanwezig en kunnen mensen ze via onder voedsel en drinkwater binnenkrijgen.
Te veel PFAS binnenkrijgen kan op langere termijn schadelijk zijn voor de gezondheid. Het RIVM wil daarom dat mensen zo weinig mogelijk van deze stoffen binnenkrijgen. De hoeveelheid die Nederlanders via verschillende bronnen samen binnenkrijgen, ligt momenteel te hoog.
De richtwaarde van 4,4 nanogram per liter is wel veel strenger dan de wettelijke grens voor drinkwater. Dat verschil komt doordat er na het vaststellen van de Europese regels nieuwe kennis beschikbaar kwam over de mogelijke gevolgen van PFAS voor de gezondheid. (tekst gaat door onder de foto)
In de hele regio Alkmaar ligt de hoeveelheid PFAS in het kraanwater boven de richtwaarde van het RIVM. Toch blijft het water volgens het RIVM veilig om te drinken. (foto: Pixabay/com77380)
“Het RIVM adviseerde daarom eerder aan de Nederlandse overheid al om voor PFAS in drinkwater een strengere richtwaarde te gebruiken”, legt Berends uit. “In plaats van 100 nanogram PFAS per liter adviseert het RIVM nu 4,4 nanogram per liter.” Greenpeace heeft die strengere waarde naast de metingen gelegd. Daardoor kleuren grote delen van Noord-Holland nu rood.
Ondanks de hogere waarden is overstappen op flessenwater volgens het RIVM niet nodig. “De PFAS-waarden moeten naar beneden, maar dit betekent niet dat we moeten stoppen met het drinken van kraanwater”, benadrukt Berends.
Ook Greenpeace vindt dat inwoners de oplossing niet bij zichzelf hoeven te zoeken. “De oplossing ligt niet in het overstappen op plastic flessen water, maar in het stoppen van de chemische industrie die maar door blijft gaan met het produceren en lozen van PFAS”, zegt Eline Bosman van de milieuorganisatie.
Drinkwaterbedrijf PWN, dat een groot deel van Noord-Holland van drinkwater voorziet, kent de meetwaarden. De gegevens die Greenpeace heeft gebruikt zijn afkomstig uit metingen van de waterbedrijven zelf. “De cijfers zijn voor ons dus niet nieuw en we nemen het serieus”, laat PWN weten.
Voor inwoners van Alkmaar, Dijk en Waard, Bergen, Heiloo, Castricum, Uitgeest en de omliggende dorpen verandert er voorlopig dus niets aan het advies: kraanwater kan gewoon worden gedronken. (hoofdfoto: Pixabay/Ralf Ruppert)
Steeds meer bedrijven in de regio werken samen met klanten, leveranciers of collega’s over de grens. Goed kunnen schakelen in een andere taal is daarmee geen luxe meer, maar onderdeel van het dagelijkse werk. Een incompany taaltraining, waarbij een hele groep medewerkers samen op de eigen werkvloer leert, wint daarom aan populariteit. Maar wat houdt zo’n training precies in, en wanneer is het de moeite waard om ervoor te kiezen?
Wat is een incompany taaltraining?
Een incompany training is een cursus die een organisatie speciaal voor de eigen medewerkers laat verzorgen, meestal op de eigen locatie. Bij een taaltraining betekent dat: de lessen worden afgestemd op het werk dat het team dagelijks doet. In plaats van een algemene cursus met onbekende medecursisten, oefent een groep collega’s met situaties die ze herkennen, zoals vergaderen, klantgesprekken voeren, telefoneren, presenteren of professioneel schrijven. De inhoud sluit zo direct aan op de praktijk, en dat is precies wat “incompany” betekent: het bedrijf zelf staat centraal. Zo’n training is niet gebonden aan één vaste opzet. Vooraf bespreekt de aanbieder wat de organisatie wil bereiken, welke taalniveaus er in de groep zitten en in welke situaties medewerkers de taal gebruiken. Op basis daarvan ontstaat een programma op maat.
Waarom bedrijven voor de eigen werkvloer kiezen
Leren op de eigen locatie heeft een paar duidelijke voordelen. Medewerkers hoeven niet te reizen, de lessen zijn te combineren met het gewone werk, en het geleerde is meteen toe te passen. Doordat de trainer aansluit bij herkenbare situaties uit de dagelijkse praktijk, blijft de stof beter hangen. Voor de organisatie is het bovendien makkelijker te plannen: je kiest samen de dagen, tijden en intensiteit die passen bij de agenda van het team.
Samen leren werkt anders dan alleen
Een team dat samen een taal oefent, bouwt meer op dan alleen woordenschat. Collega’s helpen elkaar, oefenen gesprekken die ze in het echt ook samen voeren, en durven vaak sneller een fout te maken in een vertrouwde groep. Dat vertrouwen zorgt voor meer spreekdurf, en spreekdurf is nu juist wat je nodig hebt in een internationale meeting of aan de telefoon. Zo groeit niet alleen de individuele taalvaardigheid, maar ook de samenwerking binnen het team. Een bijkomend voordeel is dat iedereen dezelfde begrippen en dezelfde aanpak leert. Wie samen oefent, spreekt daarna letterlijk dezelfde taal richting klanten en partners, wat de communicatie naar buiten toe consistenter maakt.
Van een compacte lessenreeks tot een intensief traject
Geen enkel team is hetzelfde, en een goede training houdt daar rekening mee. Soms volstaat een compacte reeks van wekelijkse lessen, waarin een kleine groep in een rustig tempo werkt aan vaardigheid die direct toepasbaar is. Een andere keer wil een organisatie in korte tijd meerdere medewerkers naar een hoger niveau brengen, en past een intensiever traject beter. Een aanbieder van Incompany taaltraining begint meestal met een intakegesprek per deelnemer, om het startniveau en de leerdoelen in kaart te brengen voordat de groepen worden samengesteld. Op basis daarvan volgt een advies over de frequentie en de inhoud van de lessen.
Wat kost een incompany training, en wat levert het op?
Een vaste prijs is lastig te noemen, want de kosten hangen af van het aantal deelnemers, de intensiteit, de duur en de mate van maatwerk. Een korte lessenreeks voor een klein groepje vraagt een andere investering dan een intensief traject voor een grote groep. Belangrijker dan het bedrag alleen is wat de training oplevert: duidelijkere gesprekken met klanten en partners, professionelere e-mails en rapporten, en medewerkers die met meer vertrouwen internationaal communiceren. Vraag daarom altijd een offerte op maat aan, zodat je kosten en verwachte opbrengst tegen elkaar kunt afwegen.
Waar let je op bij het kiezen?
Er is niet één “beste” taleninstituut dat voor elk bedrijf het juiste is. De beste keuze is de aanbieder die past bij jullie doelen, jullie niveau en jullie manier van werken. Let bij het vergelijken op de mate van maatwerk, de ervaring met jouw sector en de manier waarop het startniveau wordt bepaald. Het loont ook om verder te kijken dan taal alleen: kennisorganisatie Nuffic beschrijft hoe taalvaardigheid en interculturele competenties samen bijdragen aan succesvolle internationale samenwerking. Met dat bredere beeld kies je een training die niet alleen woorden bijbrengt, maar echt houvast geeft op de werkvloer.
Een taal leren met je team is uiteindelijk een investering in samenwerking. Wie de training goed afstemt op het werk, geeft medewerkers een vaardigheid die ze elke dag gebruiken en versterkt tegelijk de onderlinge band. Dat maakt een incompany taaltraining voor veel organisaties in de regio een logische volgende stap.
Onbegonnen werk is het, maar tóch zijn er mensen die er telkens weer aan willen beginnen. Ook afgelopen zondag, tijdens World Cleanup Day. De Egmondse stranden werden nageplozen op rondslingerend afval en zo weer een beetje schoner achtergelaten. “Er is geen dag dat je dit ongerept laten.”
Dat is de ervaring van Marco Snijders, de strandvonder die deze zondag met de opruimvrijwilligers meeloopt in Egmond aan Zee. In gesprek met NH, mediapartner van Streekstad Centraal, benadrukt hij hoe gevaarlijk al die troep is. “Dit soort dingen is funest voor de natuur. Dit is weer zo’n heliumballon. Ze zouden die moeten afschaffen, want ze eindigen bijna allemaal op het strand…”
Het is ‘skandalig’, verzucht de strandvonder in zijn kenmerkende tongval. Voor een keer staat hij er niet alleen voor en krijgt hij hulp van Leonie en Mireille. (tekst gaat door onder de foto)
De opruimhulpen laten zich niet tegenhouden door de harde wind. (foto: NH)
Leonie trotsteert een stevige bries om ‘pluis’, draden uit visnetten, van het strand te plukken. Dat pluis is precies het soort afval dat dieren in problemen kan brengen, weet ze na de uitleg voorafgaand aan het opruimen.
“Het is een win-win”, overweegt ze. “Ik vind het goed om mijn steentje bij te dragen aan het milieu én ik vind het lekker om op het strand uit te waaien. En dat lukt goed met windkracht 6 vandaag.”
Ook Mireille is van de partij, en niet voor het eerst. Ze blijkt een ervaren opruimhulp, er zijn vaker acties als deze. “Ik had net een jackpot”, vertelt ze aan NH. “Er waren meer dan tien blikjes en flesjes in het zand begraven. Echt bizar! Dat iemand wel de moeite neemt om dat allemaal in te graven, maar niet even naar de vuilnisbak kan lopen…” (tekst gaat door onder de foto)
Met de grijper haalt Leonie toch het nodige afval uit het mulle zand. (foto: NH)
Toch zijn niet zozeer de strandgasten zelf, maar vooral de vervuilers op zee de grootste veroorzaker van de problemen langs de kust. De visnetten zijn daar één kant van. Vissers gebruiken pluis om hun netten te beschermen, maar alles wat losschiet belandt in de natuur. Tegelijk is een alternatief niet zomaar voorhanden.
Plasticvervuiling komt ook van andere schepen af in het water terecht. De wind doet daarna de rest en stuwt het afval naar de Nederlandse kusten. Zo komt het ook in kwetsbare natuurgebieden als de Waddenzee terecht.
Strandvonder Snijders hoopt dat wandelaars vaker een handje helpen. “Ik ben heel blij met initiatieven zoals deze World Cleanup Day. Ik moedig iedereen altijd aan om tijdens het wandelen of hondenuitlaten een tasje mee te nemen en afval op te ruimen.”
Rode daken tussen het groen. Menigeen keek er tóch even voor om, als ie over de Helderseweg Alkmaar uit of juist weer binnen reed. Het PEN-dorp aan het Noordhollandsch Kanaal was toch net even anders dan de meeste moderne kantoorgebouwen. Maar het verdwijnt en dat was dit weekend goed te zien.
Ooit zat er het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord‐Holland (PEN), nu moet er een woonwijk verrijzen. Daarom kon het Alkmaarse rodedakendorp zaterdag één van de locaties zijn van de landelijke Demolition Day. Een dag rond het thema slopen, maar zeker niet slopen alléén. Er was juist ook aandacht voor het erfgoed en voor circulair slopen, waarbij materialen worden hergebruikt.
Demolition Day wordt georganiseerd door branchevereniging VERAS als ‘open dag van de sloop- en asbestverwijderingsbranche’, en dat al voor de vijfde keer. (tekst gaat door onder de foto)
Niet iedere bezoeker had nog herinneringen aan hoe het ooit was – er kwam een mooie mix op Demolition Day af. (foto: Marco Schilpp)
Het evenement trok de nodige belangstellenden naar het PEN-dorp. Ook omdat veel Alkmaarders toch wel herinneringen aan dit complex hebben. Een kantoor met karakter, dat was het. De architect, Abe Bonnema, hield bij het ontwerpen van het kantoor nadrukkelijk rekening met de wensen van de mensen die er moesten komen werken.
Het ontwerpproces leverde een opmerkelijk gebouw op, dat aan de ene kant ten tijde van de oplevering in 1982 het grootste kantoorgebouw van Alkmaar was, maar aan de andere kant kleinschalig voelde. Typisch was de structuur van vierkanten van ongeveer zeven bij zeven meter, die de gebruikers zelf konden koppelen tot grotere ruimtes. (tekst gaat door onder de foto)
De oude vierkanten verloren langzaam iedere vorm. (foto: Marco Schilpp)
Die rode daken, en de zachtkleurige bakstenen, versterkten het gevoel van kleinschaligheid. Op het eerste oog leek het kantoorcomplex meer op een woonwijk dan op een werkplek. Ook voor het groen was veel aandacht geweest: de tuinen werden ontworpen door de befaamde tuinarchitecte Mien Ruys.
Een woonwijk leek het, een hotel misschien, een ‘dorp’ – dat afwijkende uiterlijk bezorgde het complex zijn roem. De ligging aan één van de toegangswegen van Alkmaar versterkte dat nog: het PEN-dorp werd een oriëntatiepunt, een iconisch gebouw voor Alkmaar. (tekst gaat door onder de foto)
Slopen is een geconcentreerd werkje, de tijd van de botte sloopkogel is voorbij. (foto: Marco Schilpp)
Tóch moet het weg. Hier zullen woningen komen. Daar de bestaande blokken voor hergebruiken, het is wel overwogen, maar het bleek geen haalbare kaart. De toeschouwers zagen zaterdag dus échte sloop. Maar wat waarde heeft, zal worden hergebruikt.
En de nieuwe woonwijk die hier verrijst, die zal nog de sfeer van het oude PEN-dorp ademen. Zo blijft de originele architectuur van Abe Bonnema hier een levende herinnering. Iets van die nieuwbouw was zaterdag ook al te zien.
Niet eens zo veel verder oostwaarts kunnen liefhebbers ook nog de houtskeletwoningen bewonderen van dezelfde architect. Maar ook het Stadskantoor en het politiebureau zijn van deze Friese architect, die een tijdlang zijn stempel mocht drukken op Alkmaar – en ondanks de sloop van het PEN-dorp een beetje invloed blijft houden.
De bekende roodwitte paaltjes op fietspaden zijn daar ooit met de beste bedoelingen neergezet, daar twijfelt ook de Fietsersbond niet aan – maar inmiddels zijn ze eigenlijk een gevaar op de weg. Dat werd helaas deze week nog maar eens pijnlijk duidelijk. Reden te meer voor de bond om aandacht te vragen voor deze ‘plaag aan fietspalen’.
Een anti-fietspaal is het geworden, is de ervaring van Jos Beemster van de Fietsersbond en zelf in Daalmeer aanwezig op de Paaltjescheckdag. In gesprek met Streekstad Centraal schetst hij hoe een paaltje dat eigenlijk was bedacht om fietsers te beschermen, inmiddels fietsers meer leed berokkent dan goed doet.
Deze week vestigde een tragisch ongeluk in Bergen daar nog maar weer eens de aandacht op. En menig Alkmaarder zal zich het verdrietige ongeluk in de Boekelermeer herinneren, waarbij een vrouw en twee kinderen gewond raakten door een botsing met een fietspaal. (tekst gaat door onder de foto)
Jos Beemster en Jan-Kees Pielkenrood van de Fietsersbond zagen dat er maar paaltjes bij bleven komen en voeren nu actie. (foto: Streekstad Centraal)
“De eerste fietspaal is waarschijnlijk ontworpen met de beste bedoelingen, om te voorkomen dat een automobilist met zijn auto op het fietspad gaat rijden en dan misschien een frontale botsing of een verkeersongeluk veroorzaakt”, overweegt Beemster.
Maar ze staan inmiddels haast overal, zijn soms lukraak neergezet zonder uitgebreid onderzoek vanaf, en staan ook vaak op plekken waar ze voor de fietser helemaal niet goed te zien zijn. “Heel veel paaltjes zijn preventief neergezet, ze dachten: nou dat gaat een probleem worden, we zetten er een paaltje neer”, vertelt Jan-Kees Pielkenrood van de bond. Zo ontstond dat woud aan paaltjes.
Beemster en Pielkenrood willen met de ‘Paaltjescheckdag’ dan ook de ogen van beleidsmakers openen. Al jaren wijst de bond op de risico’s die aan paaltjes kleven. Al jaren verandert dat weinig, al is specifiek Alkmaar wel bezig paaltjes weg te halen. (tekst gaat door onder de foto)
Een woud aan paaltjes zorgt voor veel ongelukken, in heel Nederland. (foto: Streekstad Centraal)
Maar dat gaat dan ook maar om een klein deel van de palen. De Fietsersbond zélf wil het liefst van alle paaltjes af. Maar de gemeente overlegt daar ook over met de politie, die er anders in lijkt te staan, en ook nog met andere belanghebbenden, zien Jos Beemster en zijn collega Jan-Kees Pielkenrood.
Wat beide mannen verwondert is dat die paaltjes net zo makkelijk verdwijnen zodra het winter wordt en strooiwagens over de fietspaden moeten kunnen rijden. En dan komen ze in het voorjaar ineens weer terug, tot verrassing van de fietsers die over de paden rijden. “Wij zijn van mening: als palen in de wintermaanden niet noodzakelijk zijn, dan kunnen ze ook de rest van het jaar weg.”
Veilig Verkeer Nederland becijferde dat hulpdiensten ieder jaar 2.400 keer in actie komen voor een ongeluk met een paaltje. In 1.500 van die gevallen zijn mensen ernstig gewond. “Van oplossing is het eigenlijk een probleem geworden. Dat moet anders.”