De ontmanteling van Restaurant Wildschut in Heiloo is definitief. Komende week kunnen ondernemers of andere geïnteresseerden tijdens een online veiling bieden op de volledige inventaris van het bekende restaurant waarover in december het faillissement werd uitgesproken.
Een bekend veilinghuis organiseert de veiling, waarbij de volledige horeca-inrichting onder de hamer gaat. Daarbij gaat het onder meer om keukenapparatuur, koelingen, RVS-werkstations en een bestellingen/kassasysteem.
Naast de professionele apparatuur kan ook geboden worden op inventaris zoals tafels en stoelen, servies, glaswerk en decoratie uit het restaurant.Kort voor het faillissement stond het restaurant nog te koop voor 75.000 euro, inclusief de inventaris en de lopende huurverplichtingen van 7300 euro per maand. De curator had er al een hard hoofd in dat zich daarvoor nog gegadigden zouden melden.
De familie Stroomer is al meer dan een eeuw nauw verbonden met Bergen aan Zee en speelde een zichtbare rol in de ontwikkeling van het kustdorp. Met nu ook de laatste benodigde vergunning op zak voor het project Strand Residence, wil de familie een nieuw hoofdstuk toevoegen. “Het onherroepelijk worden van deze vergunning is een belangrijk moment voor Strand Residence, maar ook voor onze familie.”
De familie Stroomer en hun band met Bergen aan Zee begon 115 jaar geleden. Tot het familie-erfgoed behoren onder meer het Vredeskerkje, diverse andere panden en de Deutsche Hilfsverein. Verder exploiteerde de familie bekende hotels in het kustdorp, waaronder Hotel Prins Maurits en Hotel Stroomer. (tekst gaat verder onder de foto)
Eerste steenlegging op 28 juli 1906 met daarop Louisa Erica van Reenen, mevrouw Van Reenen-Rendorp van Marquette, mevrouw Van Reenen-Völter, H.L. Baron Taets van Amerongen, Jonkheer C.E.W. van Panhuijs en Mary Elisabeth van Reenen. (foto: aangeleverd)
Strand Residence komt op de plaats van Hotel Prins Maurits en het oude appartementencomplex Eyssenstein aan de Zeeweg. Het project bestaat uit luxe recreatie-appartementen, speciaal ontwikkeld voor toeristische verhuur en recreatief gebruik. De exploitatie worden verzorgd door initiatiefnemers Tom Stroomer en Remy Curfs. Strand Residence moet niet alleen gastvrij worden, maar ook aantrekkelijk voor vastgoedbeleggers.
“Met Strand Residence bouwen we voort op die lange traditie. Door ook de exploitatie in eigen hand te houden, kunnen we kwaliteit, uitstraling en gastbeleving structureel borgen en een hoogwaardig gebouw realiseren in Bergen aan Zee”, aldus Tom Stroomer. (tekst gaat verder onder de tekening)
Strand Residence zal het hart van Bergen aan Zee een compleet nieuw uiterlijk geven. (ontwerp: aangeleverd)
Het groene licht heeft lang op zich laten wachten. In 2020 was het ontwerp eigenlijk al gereed, maar sloop- en bouwprojecten moeten aan allerlei Nederandse en Europese regels voldoen en dat vergt onderzoeken en al van dies meer zij. Bovendien werd tijdens de sloop veel meer asbest aangetroffen dan verwacht, waardoor problemen met agenda’s van de bouwpartners onstonden en ook maar werd besloten om tijdens het toeristische seizoen alleen interne sloop en asbestsanering te doen.
De sloop duurt tot begin maart, waarna het terrein bouwrijp wordt gemaakt. De bouw start in april. De verkoop van de laatste recreatie-appartementen begint binnenkort.
Het museumcafé van het Poldermuseum in Heerhugowaard gaat waarschijnlijk dit voorjaar weer open. Na maanden dicht te zijn geweest, wil het museum het café – onder een nieuwe naam – opnieuw starten met hulp van vrijwilligers. Dat staat in een collegebericht dat het gemeentebestuur van Dijk en Waard deze week naar de gemeenteraad heeft gestuurd.
Voormalig café De Pomp sloot afgelopen zomer de deuren na een slepend conflict tussen de oude uitbater en Stichting Den Huygen Dijck, de organisatie die het Poldermuseum beheert. De rechter maakte in augustus een einde aan het geschil en bepaalde dat de uitbater moest vertrekken vanwege een opzettelijke huurachterstand. Daarna ging het café op slot en kwamen er vragen uit de gemeenteraad.
Volgens het college is de juridische kwestie inmiddels afgerond en is het museum bewust gaan kijken naar een nieuwe manier van werken. Het bestuur heeft meerdere opties onderzocht, zoals een nieuwe uitbater, een zzp’er, samenwerken met een sociale organisatie of het café helemaal in eigen beheer draaien. Uiteindelijk is gekozen voor de laatste optie: vrijwilligers gaan het museumcafé runnen. Het college verwacht dat het café dit voorjaar weer open kan. (tekst gaat verder onder de foto)
Het terras wordt dit voorjaar ook aangepakt door de klusvrijwilligers. (foto: Streekstad Centraal)
Voorzitter Jan van der Starre van het Poldermuseum bevestigt dat er de afgelopen maanden hard is gewerkt. “We hebben een nieuwe bar moeten laten maken en nieuwe tafels en stoelen gekocht. Ook hebben we keukenapparatuur aangeschaft op een online veiling. We hadden een budget van 15.000 euro en daar zitten we nog steeds onder,” zegt hij. “We hebben een grote groep timmerlieden, schilders en andere mensen die heel veel werk hebben gedaan.”
Van der Starre verwacht dat het café over twee maanden weer open kan. “We hebben nu achttien vrijwilligers die de horeca willen doen,” vertelt hij. “Het is spannend om te zien hoe dat gaat lopen. Vooral als het mooi weer wordt en het terras opengaat. Het zal vast met vallen en opstaan gaan. Gelukkig hebben we een paar vrijwilligers met flinke horeca-ervaring.”
Het museumcafé wordt omgebouwd tot een plek die beter past bij het museum zelf. Het café moet niet alleen een plek zijn om koffie te drinken, maar ook ondersteunen bij rondleidingen, concerten, evenementen en vergaderingen. Bezoekers moeten er straks prettig kunnen napraten na een bezoek aan het museum. (tekst gaat verder onder de foto)
Het oude café De Pomp met de inventaris die inmiddels is vervangen. (foto: Streekstad Centraal)
Het winkeltje in het museum krijgt daarbij ook een duidelijkere rol, met onder meer toegangskaarten, routes en lokale producten. Van der Starre zegt dat de nieuwe opzet goed kan uitpakken voor het museum. “Het café zal echt ondersteunend zijn aan het museum en het museum zal veel vaker open zijn,” aldus de voorzitter.
De bezetting van de horeca is nu rond, maar volgens Van der Starre zijn er nog wel wat vrijwilligers welkom die iets weten van de lokale historie en rondleidingen kunnen geven aan scholen en groepen. “Daar hebben we nu een clubje van zes man voor, maar mensen met lokale kennis worden steeds schaarser,” zegt Van der Starre.
Het Poldermuseum heeft het college inmiddels uitgenodigd om in maart te komen kijken hoe het vernieuwde café eruitziet.
Twee weken geleden ging het mis bij bij Hookipa Beach in Camperduin. Er was zó veel zand weggespoeld dat het strandpaviljoen aan de voorzijde verzakte. Het bedrijf moest dicht. Inmiddels is ter bescherming een nieuwe zandwal gestort, maar dat is slechts een tijdelijke oplossing.
De voorste palen van Hookipa Beach Kite&Surf steken nog maar 60 centimeter diep in het zand en staan niet helemaal recht meer. De gemeente Bergen oordeelde dat het strandpaviljoen onveilig is en eigenaar Richard Minkema besloot om de deuren tot na het stormseizoen dicht te houden. Een tijdelijke zandwal biedt voor nu bescherming, maar het is niet eerste keer dat er zand is gestort en ook weer verdween.
“We zouden door dat extra zand weer open kunnen, maar dat doe ik niet. Als er straks weer harde wind is en alles wegspoelt, zit ik weer in hetzelfde schuitje”, vertelt Richard aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “We wachten tot het stormseizoen voorbij is, dat is ongeveer in april. Daarna blijft het zand dat er is wel liggen, want in de zomer komt de zee niet zo ver. Maar tot die tijd zal het aangevuld moeten blijven worden.” (tekst gaat verder onder de foto)
Hookipa Beach is in gevaar door het immer terugkerende zeewater. Op de achtergrond de Prince George, dat met hetzelfde probleem zit. (foto: Streekstad Centraal)
De dagen voor Hookipa Beach lijken geteld, maar overleg met het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat geeft de ondernemer weer wat hoop. “We hebben begrepen dat ze begin maart advies gaan uitbrengen aan het ministerie over de situatie in Camperduin. Het ministerie moet uiteindelijk beslissen wat hier op de lange termijn gaat gebeuren.”
“Ons verplaatsen lijkt de enige optie”, denkt Richard . “Maar ‘waarheen’ blijft de belangrijkste vraag. Een stuk naar achteren met de kont in het duin of óp het duin. Naar links? Naar rechts? Dat zullen de kustbeschermers moeten inventariseren en begin maart met het ministerie bespreken. Alle ballen liggen dus op begin maart. Een heel belangrijk moment, omdat dan duidelijk wordt welke kant het op gaat in Camperduin.”
“Terug naar de oude situatie met een stenen zeewering kan niet. Die is afgekeurd en dat kost ook te veel geld”, zegt Richard. “De vraag is dus of er weer zand gestort gaat worden voor de kust. Door nu een buffer neer te leggen bij de surfclub, geeft dat de kustbeschermers wat lucht. Misschien dat we alvast een stukje naar achteren kunnen, maar dat hangt dus van het ministerie af.” Dat gaat wel in de papieren lopen, weet hij. “Er zullen dan nieuwe palen geslagen moeten worden, dus ik wil eerst weten waar ik aan toe ben.” (tekst gaat verder onder de foto)
Prince George’s eigenaar Arthur Dontje regelde na Storm Amy zelf een suppletie. Twee weken later was het zand alweer weggespoeld. (foto: Streekstad Centraal)
Bij Prince George een stukje verderop zal ook worden uitgekeken naar wat het ministerie bepaalt. Daar weten ze maar al te goed dat telkens zand bijstorten geen echte oplossing is. Begin oktober kwam Storm Amy voorbij en verdween veel zand onder en rond het strandpaviljoen. Eigenaar Arthur Dontje gooide er zelf een hoop geld tegenaan voor een nieuwe zandstorting, maar tijdens Storm Benjamin twee weken later was zo’n beetje al dat zand ook weer weggespoeld. Het zand leverde een bedje voor de kust op, maar het blijft zo vechten tegen de bierkaai. (foto: NH Nieuws)
Na 60 jaar verhuist de Alkmaarse Groothandels Unie – beter bekend als AGU – naar Amsterdam. De oer-Alkmaarse fietskleding en -accesoiregigant gaat de hele logistieke operatie uitbesteden, en daarmee wordt het bekende magazijn tegenover het AZ-stadion overbodig. Dat biedt het bedrijf de gelegenheid om dichter bij het wielervuur te gaan zitten.
AGU verhuist naar Amsterdam, dat volgens directeur Dennis Goebel internationaal een van de meest toonaangevende fietssteden in de wereld is. “Niet alleen vanwege Nederland als fietsland, maar ook door de concentratie van kennis, creativiteit, mobiliteitsinnovatie en van partners.” AGU komt pal naast fietsfabrikant QWIC te zitten, dat net als AGU, eigendom is van EcoMotion.
AGU kwam in 1966 voort uit een fusie van drie leveranciers van fietsonderdelen. Het bedrijf groeide snel en werd misschien wel het bekendst om zijn regenpakken. Terwijl de wielersport zich ontwikkelde, groeide AGU daarin mee. Tegenwoordig is het Alkmaarse bedrijf vooral bekend door haar wielerkleding en sponsoring van profteam Visma en Nederlandse wielerploegen. In 2024 dreigde er faillissement maar groothandel EcoMotion redde de onderneming. (tekst gaat verder onder de foto)
Dennis Goebels noemt het afstoten van het magazijn en de verhuizing de afsluiting van een belangrijk hoofdstuk. (foto: aangeleverd)
Inmiddels financieel weer gezond is AGU volgens Goebel toe aan een nieuwe fase. “Om toekomstbestendig te zijn wil het bedrijf zich vooral richten op meer data gedreven productontwikkeling, naamsbekendheid en service. Kostenbesparing speelt een rol, maar minstens zo belangrijk zijn slagkracht, innovatie en aansluiting bij de markt van morgen.”
Onderdeel van die strategie is de overdracht van de opslag en distributie aan Westerman, een bedrijf dat hierin gespecialiseerd is. “Dat scheelt 11.000 m2 ruimte, en biedt de gelegenheid om te verhuizen.”
“Het voelt vooral als het afsluiten van een belangrijk hoofdstuk. AGU is bijna 60 jaar nauw verbonden geweest met Alkmaar en die geschiedenis nemen we nadrukkelijk mee. We zien het dus niet als een einde, maar als een overgang: met respect voor het verleden en focus op de toekomst.” Zelf zit hij overigens pas zo’n anderhalf jaar bij het Alkmaarse bedrijf. (tekst gaat verder onder de foto)
In 2023 werd Jonas Vingegaard door AGU in het zonnetje gezet, nadat hij de Tour de France had gewonnen. (foto: Streekstad Centraal)
“AGU is van oorsprong een Nederlands merk met diepe wortels in de regio, en dat gevoel blijft”, vervolgt de directeur. “Veel medewerkers wonen in Noord-Holland en voelen zich sterk verbonden met het bedrijf en zijn geschiedenis. Tegelijkertijd is AGU uitgegroeid tot een internationaal opererend merk, waardoor de organisatie vanzelf meer nationaal en internationaal georiënteerd is geworden.”
Het uitbesteden van de opslag en logistiek gaat banen kosten, maar hoeveel laat hij niet los. “We zijn momenteel in gesprek met de betrokken medewerkers. Zorgvuldigheid staat daarbij voorop. Het gaat om een afgebakend onderdeel van de organisatie, niet om het hele bedrijf.”
Goebel hoopt dat iedereen van de andere tak mee gaat naar Amsterdam. “Het kantoor ligt slechts op precies 30 kilometer afstand van onze huidige locatie. Voor medewerkers geldt vanzelfsprekend dat dit een individuele afweging is, waarover we in gesprek zijn. We proberen daarin zo goed mogelijk rekening te houden met persoonlijke omstandigheden.”
Zacht of hard? Rammelt het? Hoe zwaar is het? Driftig wordt gevoeld, geschud en geluisterd om een idee te krijgen wat er in de pakjes zit. Maandag opende in Middenwaard een pop-up store met ‘verloren’ pakketjes. Je koopt iets, maar weet niet wát je koopt. Iemand haalt twee stalen meubelpootjes en een schroevendraaiertje tevoorschijn. “Jeeeeh!”
“We zijn hier de hele week om verloren pakketten te verkopen”, legt Paul Munos uit in het Engels. Hij is een van de managers van het Franse bedrijf King Colis, dat door heel Europa verloren postpakketten inslaat en verkoopt in pop-up winkels en online. “Het is een soort schatzoeken. Ik vind mysterie leuk, je hebt geen idee wat er in de pakketjes zit. Wij weten het zelf ook niet, het kan echt van alles zijn. Doorgaans is er veel kleding en electronica, maar huishoudelijke spullen zien we ook nog wel eens.” (tekst gaat verder onder de foto)
Pop-up store manager Paul Munos geniet van de sfeer in en om de winkel waar de ‘verloren’ pakketten worden verkocht. (foto: Streekstad Centraal)
Het Franse bedrijf heeft flink ingeslagen. Pallets vol met postpakketten worden voorafgaand aan de opening in grote bakken geleegd. Op de vraag of hij misschien ruim voor het einde is uitverkocht moet Paul lachen. “We hebben bij elkaar iets minder dan tien ton aan pakketten bij ons. We hebben genoeg voor de hele week, maak je geen zorgen.”
De lading is verdeeld in twee soorten pakjes. “De prijs van een ‘standaard’ pakket is 2,29 euro per honderd gram en voor een ‘premium’ pakket 2,99 euro. Premium komt van grote e-commerce bedrijven, dus dan is de kans groter dat het goed spul is. Je krijgt ongevier tien minuten de tijd. Je pakt gewoon wat je wilt hebben en dan wegen we wat je gepakt hebt voor de precieze prijs.” Een bijzondere formule die duidelijk aanslaat.
“Het bedrijf is twee jaar geleden begonnen in Frankrijk”, legt Paul uit. “Inmiddels doen we dit in steden door heel Europa, telkens één week. We zijn met vijf pop-up store managers en zijn op ongeveer tien locaties per maand. Ik doe het zelf nu een jaar en ben in tien landen geweest. Het is best intensief, maar het is heel erg leuk om te zien hoe mensen proberen uit te vinden welk pakketjes het beste zijn.” (tekst gaat verder onder de foto)
Ronja en Michel proberen zo goed mogelijk te bepalen wat ze in handen hebben, maar echt wijzer worden ze er niet van. (foto: Streekstad Centraal)
Paul heeft ook al heel wat mensen pakketjes zien openen. “Ze hebben meestal een lach op hun gezicht en vinden het spannend. Daarna, ja dat verschilt. Het gebeurt wel eens dat iemand gefrustreerd is omdat het niet iets is waarop ze hadden gehoopt, of omdat het niet iets goeds is. Ik weet dat er best wat mensen die hun spullen online weer verkopen.”
Ronja en Michel zoeken zorgvuldig pakketjes uit. “We mikken op iets duurs”, lacht Ronja. Michel vult aan: “We liepen bij toeval langs en dachten: we gaan ons geluk eens beproeven. Het is een hoop schudden en dan een keuze maken. Je probeert een beetje te bedenken wat erin zit, maar het is erg lastig. We hopen toch iets van electronica, iets van waarde. Maar je koopt toch ook voor de ervaring, voor de spanning. En als het iets is dat we zelf niet willen, gaan we er iemand anders blij mee maken. ”
Judith pakt het anders aan. “Nee ik heb niet zorgvuldig gezocht, het is op goed geluk”, vertelt ze aan Streekstad Centraal. “Ik heb drie zachte dingen en iets in een doos gekocht. Ik heb geen idee. Ik zit te hopen op speelgoed, en verder zie ik het wel. Dit is helemaal nieuw voor mij. Mijn man heeft ook een stapeltje gekocht en we wachten tot thuis met uitpakken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Dirk en zijn vrouw zijn in ieder geval een set meubelpootjes en een schroevendraaier rijker. (foto: Streekstad Centraal)
Dirk gaat er onbevangen in. “Wij hebben nergens op gemikt, het is gewoon voor de nieuwsgierigheid.” Hij kocht twee pakjes die zijn vrouw had uitgezocht. Zij stoeit buiten de winkel met een van de verpakkingen. “Ik heb geen idee en ik heb ook geen idee wat mijn man hier aan heeft uitgegeven.” Haar man vertelt dat hij 34 euro uitgaf. “Haha, dat had ik eigenlijk niet moeten weten.” Uiteindelijk haalt ze twee stalen meubelpootjes en een schroevendraaier tevoorschijn. “Jeeee!” lacht ze.
Dragos heeft zelfs een hele stapel spullen op de weegschaal gezet. “Misschien een telefoon, en mijn vrouw hoopt op huishoudelijke apparaten. Bij elkaar is het 7,25 kilo, ik weet niet of ik het allemaal ga kopen want het tikt aardig aan. Dit is al wel 200 euro bij elkaar.” Maar zijn vrouw is duidelijk nog niet klaar. Uiteindelijk komen er nog drie pakketjes bij op de weegschaal. Dragos zwicht en rekent af, maar nog steeds met een lach. (tekst gaat verder onder de foto)
Onze vangst uit de King Colis winkel met verloren postpakketten. (foto: Streekstad Centraal)
Zelf konden we het ook niet laten en kopen vier pakketjes. De vangst: twee luxe computermuizen, een snoer met led-kaarsjes voor in de kerstboom en een ‘Meteor Galaxy Projector’ waarmee je een hemels tafereel kan projecteren. Niet slecht qua waarde maar hadden we ze nodig, nee dat niet. Ach ja…
Het zand verdwijnt onder Hookipa Beach in Camperduin, en daarmee ook de zekerheid over de toekomst van het watersportpaviljoen. Door een onveilige constructie als gevolg van strandafkalving is het paviljoen voorlopig gesloten. De voorste palen van het paviljoen zakken weg in het zand, waardoor het volgens de gemeente niet langer verantwoord is om open te blijven. “In het slechtste scenario moeten we alles afbreken.”
Hookipa Beach staat al negen jaar op het strand bij de Hondsbossche Duinen en is een bekende plek voor surfers en kitesurfers. Eigenaar Richard Minkema uit Groet ziet de toekomst van zijn paviljoen met grote onzekerheid tegemoet. “Dit is niet alleen vervelend voor ons, maar vooral voor onze honderd leden. Zij gebruiken het paviljoen het hele jaar door om hun spullen op te slaan en hier samen te komen.”
Het paviljoen staat op een kwetsbaar deel van de kust, waar de voormalige Hondsbossche Zeewering onder het zand verborgen ligt. In 2015 werd dit gebied opnieuw ingericht met opgespoten duinen en strand, bedoeld om zowel de kustveiligheid als recreatie te versterken. Volgens Richard is die belofte in de praktijk steeds moeilijker waar te maken. (tekst gaat door onder de foto)
Eigenaar Richard Minkema noemt de situatie bij Hookipa Beach “schrijnend” en vreest voor de toekomst van het paviljoen. (foto: NH Nieuws)
Doordat het strand hier ver de zee in steekt, heeft het te maken met sterke erosie. Bij storm en hoogwater verdwijnt veel zand, waardoor het strand steeds smaller wordt. Dat heeft inmiddels zichtbare gevolgen: bij hoogtij staan de paviljoens in Camperduin hoog op hun palen en soms zelfs deels in het water.
Ook het naastgelegen strandrestaurant Prince George ondervindt al langer hinder van het teruglopende strand en is bij bepaalde omstandigheden moeilijk bereikbaar. Bij Hookipa is de situatie inmiddels ernstiger.
De gemeente heeft vastgesteld dat het gebouw op dit moment niet voldoet aan de veiligheidseisen. “De constructieve veiligheid van het pand is onvoldoende,” laat een woordvoerder weten. Over twee weken volgt nieuw overleg met de eigenaar om te beoordelen of de situatie is verbeterd. Tot die tijd blijft het paviljoen gesloten.
Volgens Richard was sluiting onvermijdelijk. “De voorste palen staan nog maar zo’n zestig centimeter in het zand en staan scheef. Dat is simpelweg niet veilig. Als er nog een paar zware stormen overheen komen, redden we het niet.” Uit voorzorg zijn onder meer de terrasschotten aan de voorkant verwijderd en hebben leden hun surf- en kitespullen opgehaald. “In het slechtste scenario moeten we alles afbreken,” zegt hij tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Het voortbestaan van Hookipa Beach in Camperduin is onzeker door het afkalvende strand. De voorste palen staan nog maar zestig centimeter in het zand en zijn scheef komen te staan. (foto: NH Nieuws)
De situatie frustreert de eigenaar, die zich eigenlijk zou moeten richten op de voorbereiding van het zomerseizoen. “Nu gaat al mijn energie zitten in het redden van het paviljoen. Terwijl dit probleem al jaren speelt.” Volgens Richard is bij de start in 2016 door het waterschap en Rijkswaterstaat toegezegd dat er tot 2035 voldoende strand zou blijven door regelmatige strandaanvulling. “Dat gebeurt al een paar jaar niet meer. Daardoor staan we nu met onze rug tegen de muur.”
Hookipa wil het liefst in Camperduin blijven, maar dat kan alleen als er structureel zand wordt aangebracht en er ruimte is om het paviljoen te verplaatsen. “Nieuwe, langere palen kosten al snel meer dan een ton. Dat ga ik niet investeren als ik geen duidelijkheid heb over onze toekomst.” Hij wijst daarbij op het gebrek aan besluitvorming. “Het ontbreekt aan bestuurlijke daadkracht. Het waterschap en Rijkswaterstaat verwijzen naar het ministerie, maar daar ligt alles stil door de demissionaire status van het kabinet.”
Komende dinsdag staat een overleg gepland met de betrokken kustbeheerders. Richard hoopt daar meer duidelijkheid te krijgen. “We willen weten waar we aan toe zijn en hopen zo snel mogelijk weer open te kunnen. Wat er ook gebeurt: deze zomer zullen er hier surflessen zijn.”
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier laat, mede namens Rijkswaterstaat, weten op de hoogte te zijn van de situatie en contact te hebben met Hookipa. “Via de media gaan wij op dit moment niet in op individuele gevallen.”
Castricum en de exploitant van de pontjes bij Akersloot en De Woude lijken er samen uit te komen. Swets ODV Maritiem heeft de gemeente om extra geld gevraagd om de gestegen kosten te kunnen dekken. Het college is al akkoord en stelt bovendien voor om de zomerdiensten van de Akersloter pont in te korten. De gemeenteraad neemt er eind januari een besluit over.
Eerst kwam het nieuws dat er twee keer een kwartier pauze ingesteld is voor de schipper van het pontje bij Akersloot. Daarna kwam naar buiten dat Swets verlies draait op de pontjes van Akersloot en De Woude, en dat het gemeente Castricum om meer geld heeft gevraagd. In dat licht leek het of Swets geld wilde besparen met de invoering van de (onbetaalde) pauzes, maar dat blijkt niet het geval.
“Die pauzes waren er altijd al wel, die zijn ook wettelijk verplicht, maar daar waren geen vaste tijden voor”, vertelt Swets-directeur Vincent Romijn aan Streekstad Centraal. “Schippers namen hun pauzes als het rustig was, maar het gebeurde wel eens dat er iemand over wilde. Dan voelden ze zich nog wel eens bezwaard en voeren ze toch. Door vaste pauzetijden in te voeren, gebeurt dat niet meer.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het pontje bij De Woude, cruciaal voor de inwoners van het eiland. (foto: Wikimedia / Marion Golsteijn)
Romijn schat dat zijn bedrijf 25 to 27 procent tekort gaat komen voor een gezonde exploitatie van de pontjes. “De schippersmarkt is redelijk schaars en dat heeft extra loonkosten opgeleverd. Het personeel is onze grootste kostenpost, de boten zijn van de gemeente. Wij doen wel klein onderhoud en ook daarvan zijn de kosten gestegen, maar dat gaat over een paar duizend euro. Wat betreft de loonkosten gaat het om tienduizenden euro’s.” Ook het groot onderhoud is al eens een flinke uitdaging gebleken.
Gemeente Castricum verrekent een jaarlijkse inflatiecorrectie en die is voor 2026 grofweg 3 procent. Romijn heeft gevraagd om er in dit laatste contractjaar 13 procent van te maken. “We zijn ondernemer en dus ook risicodrager. En we snappen natuurlijk dat het gaat om publiek geld, en dat gemeenten het ook niet makkelijk hebben. Iedereen heeft te maken met hogere kosten. Die 13 procent levert nog steeds geen goede exploitatie, maar het is wel kostendekkend.”
Verder stelt het college de gemeenteraad voor om tijdens het zomerseizoen de pont van Akersloot niet tot tien uur ’s avonds te laten varen, maar tot acht uur zoals in de wintermaanden. Dat zou ongeveer 30.000 euro moeten schelen, ter compensatie van de extra uitgaven. “Uit onderzoek blijkt dat na acht uur slechts een beperkt aantal reizigers gebruikmaakt van de veerpont”, aldus het college in een raadsinformatiebrief. (tekst gaat verder onder de foto)
Begin 2024 viel het pontje van Molletjesveer in bij Akersloot uit. De kosten voor groot onderhoud aan de pontjes in Akersloot en De Woude zijn voor de gemeente. (foto: Streekstad Centraal)
Romijn beaamt dat het later op de avond doorgaans rustig is. “We hebben meegedacht over hoe de gemeente kosten kan besparen. En korter varen is ook beter voor het milieu. Stook je voor de mussen of voor mensen? Nee, wij zelf worden daar niet beter van; voor Swets is het ‘hoe meer je vaart, hoe beter’. Maar uiteindelijk zijn we blij.”
Swets kan nog naar de rechter stappen om het contract te ontbinden als de raad niet mee wil werken, zo staat ook in een raadsinformatiebrief. Op de vraag of de rederij zoiets heeft aangegeven antwoordt de directeur: “Nee, zo ver is het nooit gekomen, het contact was heel positief.”
Eind dit jaar loopt het contract af voor de pontjes van Akersloot en De Woude. Een nieuw contract valt waarschijnlijk duurder uit. Alkmaar deed in 2024 een aanbesteding voor het pontje Bierkade – Eilandswal, ook gerund door Swets. Alleen Swets meldde zich en de gemeente vond de vraagprijs te hoog, waarop het de veerdienst besloot te regelen via Stadswerk072. Romijn betreurde dit maar verwijst naar de gestegen loonkosten. “We zien vanzelf wel of we de gunning weer krijgen.”
De afgelopen paar jaar treffen voedselinspecteurs steeds vaker ongedierte bij horecabedrijven en winkels die etenswaren verkopen. Het aantal spoedsluitingen door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) steeg de laatste paar jaar van 34 via 57 naar 75. In Alkmaar moesten in 2025 ook vier bedrijven tijdelijk op slot vanwege ongedierte.
Gezien het enorme aantal voedselverkopers in Nederland, is het totaal aantal opgelegde tijdelijke sluitingen vanwege ‘plaagdieren’ niet dramatisch, maar toch. Het gaat vooral om muizen, staat in het door het overzicht dat de NVWA heeft gepubliceerd. Verder troffen NVWA-inspecteurs soms ratten en kakkerlakken.
“Een spoedsluiting is één van de zwaarste maatregelen die de NVWA op kan leggen”, legt een woordvoerder aan Streekstad Centraal uit. “Muizen en andere plaagdieren dragen allerlei bacteriën en ziektes met zich mee, die ze kunnen verspreiden via hun uitwerpselen. Een bedrijf mag dan pas weer open wanneer al het besmette voedsel is verwijderd, het pand grondig is gereinigd en er effectieve maatregelen zijn genomen om plaagdieren te bestrijden en buiten te houden.” (tekst gaat verder onder de foto)
NVWA-inspecteurs controleren onder andere of etenswaren op de juiste temperatuur worden bewaard. (foto: NVWA)
In de onze regio zijn vorig jaar twee bedrijven, beide in Alkmaar, onder verscherpt toezicht gesteld vanwege diverse andere overtredingen. Bij Eet Smakelijk werd in oktober geconstateerd dat de allergeneninformatie en de hygiëne niet op orde waren. Bij Javaanse Meisjes, waar in november een grote brand woedde, werd tijdens een controle in augustus niet juist omgegaan met voedsel.
De NVWA noteerde verder 43 missers bij voedselverkopers in regio Alkmaar, die niet hebben geleid tot sluitingen. Per gemeente kreeg het volgende aantal bedrijven waarschuwingen: 24 in Alkmaar, zes zowel in Dijk en Waard als Bergen, vier in Castricum, drie in Heiloo en twee in Uitgeest.
“Elke onderneming kan een bezoek voor inspectie verwachten vanaf het moment dat ze bestaan”, licht de woordvoeder toe. “Hoe vaak dit gebeurt is afhankelijk van de vorige inspectie, een melding of een andere reden. Als blijkt dat bij een laatste inspectie de boel niet op orde was, dan komen we, bij een rapport van bevindingen sowieso, terug voor een herinspectie en is de kans groter dat we daarna vaker komen.”
Handjes schudden, een praatje maken, soms een omhelzing, cadeautjes in ontvangst nemen en snoep weggeven. Willem Klepper heeft het er maar druk mee. Om de haverklap komen mensen die al vele jaren klant zijn hem bedanken en succes wensen. Na 36 jaar verdwijnen de ‘oude Klepper’ en zijn kraam van de Alkmaarse markten.
Willem Klepper (62) kwam al jong in het marktwezen. “Op mijn vijftiende ging ik als zaterdagbaantje op de markt in Hoorn staan bij mijn jeugdvriend. Zijn vader zat in de planten. En naast hem stond iemand die snoepjes en dropjes verkocht en die vond dat ik wel aardig kon verkopen en aardig was voor de klanten. Of ik niet bij hem in de snoepkraam wilde werken. Nou, dat heb ik een paar jaar gedaan. Haha, ja ik ben eigenlijk weggekaapt maar ja, ik was zestien, zeventien, dan vind je alles leuk en mooi.”
De Edammer ging daarna werken in een kaaspakhuis in zijn dorp, maar het marktwezen bleef kriebelen. Eenmaal getrouwd en wel, bezocht hij Alkmaar regelmatig met zijn vrouw. “De markt was toen nog heel groot, en voor alles waren er twee, drie of zelfs vier kramen. Maar er was maar één snoepboer, zeg maar.” (tekst gaat verder onder de foto)
Willem Klepper (rechts) neemt ruim de tijd voor vaste klanten die even een praatje komen maken. (foto: Marco Schilpp)
Hij besloot de marktmeester te benaderen. De zaterdagmarkt in de binnenstad zat vol, maar hij kon wel terecht op de woensdagochtend in Oudorp en dan ’s middags in De Mare, destijds een gloednieuwe wijk. “Ja, en dan hoopte ik ook een plekje op de zaterdag kon krijgen.” Zo begon het allemaal in januari 1990 en inderdaad bemachtigde hij ook een plekje in het centrum, in de Sint Laurensstraat. “Ja, precies op deze plek.” Later breidde hij uit naar Castricum en Zaandam.
Een man met een net gekocht pakje drop komt half bij ons staan. Hij wil duidelijk Willem even spreken om hem te bedanken. “Kijk, deze man die was twaalf jaar toen hij hier met zijn oma voor het eerst kwam en alles wat ik doe, ik kom maar niet van hem af. Nee, grapje hoor. Ik vind het super hem elke keer weer te zien. Bedankt man, je was een mooie, fijne klant.”
Er komen ook lovende woorden terug: “Je weet dat het hier gewoon goed is. Je kan inderdaad bijvoorbeeld ook bij een winkel binnenlopen, maar dan soms heb je dat de drop soms toch net even te oud en harder is.” Willem stopt hem nog even een zakje toe. (tekst gaat verder onder de foto)
Klanten kunnen op de laatste marktdag van Klepper & Klepper een berichtje achterlaten. (foto: Marco Schilpp)
Klepper & Klepper is inmiddels ook bekend om de eigen drop. “Voor het 25-jarig bestaan in 2025 heb ik een dropje laten maken om klanten te bedanken. Een zoet dropje zonder gluten en gelatine met gewoon goede ingrediënten. Die deelden we uit. Mensen kwamen daarna specifiek terug voor díe drop. Binnen een half jaar was het ons best verkopende product.”
Dat smaakte naar meer en zo bouwde hij gestaag uit naar zes dropsmaken. De nieuwste smaak mochten klanten zelf bepalen. “We dachten aan misschien iets van 3.000 reacties maar het werden er maar liefst 12.000. Het leukste idee vonden stroopwafelsmaak. Stroopwafels zijn natuurlijk typisch Nederlands.
Maar we hebben van alles geprobeerd en het wilde maar niet goed lukken. Toen zijn we verder wezen kijken en zagen we iets van zeventien inzenders die koffiesmaak wilden. Eentje daarvan was Kim en die hebben we uitgekozen. Daarna hebben we haar een jaar lang gratis drop gegeven, en haar naam op de verpakking gezet.”
Inmiddels zijn we weer een paar ‘klantenonderbrekingen’ verder. Het is een komen en gaan van trouwe klanten, die Willem willen bedanken en zeggen dat ze hem zullen missen. Cadeautjes en snoep wisselen van hand. Een mevrouw vertelt dat haar dochter in Oostenrijk woont, maar nog altijd blijft vragen om Klepper & Klepper. Willem en zijn drop zijn duidelijk zeer geliefd. (tekst gaat verder onder de foto)
Ter nagedachtenis aan 36 jaar Willem Klepper op de markt, maakt een kunstenaar een schilderij, (foto: Marco Schilpp)
Hij bekent dat hij het marktwerk en zijn trouwe klanten zal gaan missen. Maar het is mooi geweest. “Dit kost me veel tijd en energie, en ik word een dagje ouder, al zie je dat niet”, lacht de snoepboer. “Het kost me daarom ook meer moeite om mijn eigen dropjes op beurzen en in het buitenland weg te zetten, terwijl me dat meer voldoening geeft. Dus ja, we moesten een keuze maken.” Willem blijft wel actief bij Klepper & Klepper, maar niet meer op de markt. Dus verdwijnen Willem en de bekende kraam.
De drop vliegt de kraam uit door de extra drukte en de medewerksters krijgen steeds meer moeite met het bijvullen van lege bakken. Ze roepen Willems hulp in want hij weet precies waar alle soorten liggen en wat in welke bak hoort. We wensen hem succes met zijn ‘Beste drop ooit’ en laten hem los. Hij neemt nog even de tijd voor alweer een klant met een cadeautje en dan begint hij aan zijn laatste paar uurtjes als marktkoopman.