Kitchens & More in Heerhugowaard ging alweer bijna twee jaar geleden failliet, maar de afhandeling sleept nog. Gedupeerde klanten en leveranciers konden in de tussentijd nog enige hoop houden op compensatie, maar die kunnen ze nu loslaten. Volgens de curator is er voor hen straks geen geld meer.
Toen Kitchens & More, gevestigd op de hoek Middenweg – Stationsweg in juni 2024 over de kop ging, was dat voor meerdere klanten geen verrassing. Vertraagde of niet geleverde spullen, foute of slechte montage, afspraken afzeggen of niet nakomen. Loze beloften en smoesjes. Sommigen waren al lang bezig om alles in hun keuken op orde te krijgen, ontdekte NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
En zeker één leverancier had al twee jaar te maken met betalingsachterstanden. De eigenaar was aardig op de hoogte van de ellende. “Ik heb met een aantal gedupeerden gesproken. Mensen die hun oude keuken er al uit hebben gemonteerd, maar geen nieuwe hebben gekregen. Sommigen zijn flink op leeftijd, ernstig ziek of hebben een pasgeboren baby.” (tekst gaat verder onder de foto)
Kitchen & More, toen gevestigd op de hoek van de Middenweg en de Stationsweg in Heerhugowaard. (foto: Google)
De keukenzaak was een eenmanszaak, dus de eigenaar werd zakelijk én privé failliet verklaard. Curator Stefan Jansen waarschuwde toen al dat de afhandeling van het faillissement wel een jaar kon gaan duren. Alle schuldeisers en gedupeerde klanten moesten in kaart worden gebracht, net als hoeveel geld de eigenaar nog bij elkaar kon schrapen. En dan was er nog het CWB-certificaat van de winkel, oftewel gegarandeerde levering van aankopen.
Veel meer dan een jaar later is curator Jansen bijna klaar en is duidelijk dat de kans ongeveer nul is dat klanten en leveranciers nog iets terugzien van hun investeringen. Partijen als de belastingdienst, de verhuurder van het pand en het UWV komen als eerste aan de beurt, en dan is er niks meer over. “Heel zuur, maar dat is de wettelijke volgorde”, aldus de curator tegenover NH Nieuws.
Noemi Jones, een van de gedupeerde klanten, reageert verslagen. “Ik moet nu gewoon weer gaan sparen om het fatsoenlijk te krijgen”. Ook zij had te maken met leveringsproblemen en foute montage. “Je werkt er hard voor en uiteindelijk sta je met lege handen. Dat is echt verschrikkelijk.” (tekst gaat verder onder de foto)
Laura Reurekas in de scheve en incomplete keuken van haar schoonhouders. (foto: NH Nieuws)
Ze twijfelf over een gang naar de rechter. “Je moet ook kijken of de kosten het waard zijn, maar de teleurstelling is na twee jaar wachten groot.” Gezien de wetgeving lijkt de kans op geld of afronding van de klus nihil. “Consumenten moeten in Nederland veel beter beschermd worden tegen dit soort praktijken”, vindt ze.
Ook de schoonouders van Laura Reurekas uit Hoorn zijn de klos. “Het is nog steeds niet af”, vertelt ze. “Je leert ervan, maar dit wil je echt niet – zeker niet op je oude dag. Het voelt alsof hij er nu mee wegkomt en dat is te triest voor woorden. Hopelijk kan hij nooit meer een nieuwe zaak openen.”
De situatie heeft haar extra voorzichtig gemaakt bij grote investeringen. “Je moet echt goed onderzoek doen”, raadt ze aan. “Ga af op mond-tot-mondreclame en ervaringen van mensen die je kent. Laat je niet misleiden door online reviews of mooie praatjes van de eigenaar.” (hoofdfoto: NH)
Het Witte Kerkje, maar dan van witte chocolade. Dat bestaat en het wordt nog in Heiloo gemaakt ook. Maar het is, zeker met Pasen in het verschiet, lang niet het enige dat bij in Heiloo in elkaar ge-choco-knutseld wordt. “Als iemand nou zelf een kerk heeft die ie op wil eten, laat het dan maar weten!”
Dat, of wat anders dan een kerk natuurlijk, zegt Jaap Kaan van het Choc-Lab daar meteen bij. Want chocolade is er voor iedereen. Zijn oproep bereikte Streekstad Centraal via de burgemeester van Heiloo, die het bericht deelde op het platform van LinkedIn. Zij weet de witte kerkjes wel te vinden.
“Als de Commissaris van de Koning op visite komt, dan moet er wel een wit kerkje geserveerd worden”, lacht Hanneke Karte, de chocolademaakster van dienst. “Hier gebeurt het, hier maken we het.” (tekst gaat door onder de foto)
Karte aan het werk met chocolade eieren, paashazen en dozen vol bonbons (foto: Streekstad Centraal)
Dat ‘maken’ begint met smelten, verduidelijken Kaan en Karte. De basis van de Heiloose chocolade is Belgische chocolade. Die wordt hier op de juiste temperatuur gebracht voor verdere verwerking. Dan kan de chocolade in een vorm gegoten worden.
Dat zijn in deze periode vooral Paaseieren en -hazen. In het najaar zijn het letters. Maar daarnaast, voor wie wil, mogen het dus ook Alkmaarse torentjes of Heiloose witte kerkjes zijn. De chocolademakers horen graag welk regionaal icoon het volgende moet worden. “Misschien het kerkje van Oudorp”, vult Karte aan. “Dat is ook wit! Maar dat heeft een andere vorm. Als het maar herkenbaar is.”
Wat de Heiloose chocoladetovenaars betreft zijn alle vormen mogelijk. Het is wel het eenvoudigst als het van één soort chocolade wordt gemaakt en het moet natuurlijk echt herkenbaar, voor iedereen zijn. “Dus niet je kat”, overweegt Karte. “Of je moet het niet erg vinden dat die voor iedereen hier in de winkel ligt.” (tekst gaat door onder de foto)
In de winkel: kerkjes, kaaspuntjes, torentjes – ván chocola (foto: Streekstad Centraal)
Die winkel is de ontvangsthal van het kleine fabriekje aan De Hoefsmid, aan de oostkant van Heiloo. Geen A-locatie, erkent Kaan. “Maar we zijn gewoon open, mensen weten ons te vinden.” Al was dat Witte Kerkje de afgelopen twee jaar nog niet bij het grote publiek bekend, iets dat de ondernemers nu willen veranderen.
“Onze Alkmaarse torentjes, die liggen bij de VVV. En je vindt onze bonbons en chocolade ook bij cafés en restaurants in de regio”, legt Kaan uit. Die chocola is behalve aan de bijzondere vormen ook aan de kleuren te herkennen, legt Karte uit. “We kunnen elke kleur maken, in combinatie met witte chocola. Bedrijven willen natuurlijk graag hun huisstijl erin terug zien. Dat kan.”
Handwerk blijft het uitgangspunt, maar dan dus met vrijwel onbegrensde mogelijkheden. “We zien hier iedere dag wat er allemaal kan”, verklaart Kaan. “Ik dacht: daar móéten we wat mee. Dus ik ben benieuwd naar waar mensen mee komen.”
Van de zomerse kaasmarkt tot een technologisch vooruitstrevende warmtepomp: de basis ligt vaker dan menigeen realiseert in de eigen regio, bij ondernemers die letterlijk om de hoek aan het innoveren zijn. Nieuwe ideeën, nieuwe producten, met oog op duurzaamheid én kwaliteit: dat typeert veel Noord-Hollandse ondernemingen en dat verdient lof, vindt de provincie.
Daarom is er de Ondernemingsverkiezing Noord-Holland. De provincie maakte de finalisten vorige week bekend. De komende weken bezoekt de jury bedrijven in heel Noord-Holland en eind mei wordt uiteindelijk de ‘Beste Onderneming van Noord-Holland 2026’ aangewezen.
Onder de finalisten zijn ook vier bedrijven uit ‘onze’ regio. Kwaliteit van echt dichtbij dus. Met, toch extra vermeldenswaard, maar liefst drie finalisten uit de gemeente Dijk en Waard. (tekst gaat door onder de foto)
Groepsfoto van alle winnaars van de Ondernemersverkiezing NH 2025 (foto: OVNH)
Esther Rommel, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en voorzitter van de jury, benadrukt het hoge niveau van de inzendingen dit jaar. “Het is eigenlijk jammer dat we een keuze móéten maken. In Noord-Holland barst het van de ondernemers die met innovatie, vakmanschap en betrokkenheid bouwen aan een sterke economie en werkgelegenheid.”
Uit Dijk en Waard zijn er dus drie genomineerden. In de categorie ‘grootbedrijf’ zien we de naam van de Heilig Group terugkomen, een internationaal opererend bedrijf dat het verschil maakt met techniek. Specialismes zijn afvalverwerking, warmtewisselaars en het verwerken van grondstoffen, met merken als Heilig Beton en Beemster Electrical Solutions als uithangborden.
In de categorie midden- en kleinbedrijf haalde Kodi B.V. uit Heerhugowaard de finale en in de categorie ‘De Belofte’ gooide WePositive.Energy hoge ogen. (tekst gaat door onder de foto)
Op de traditionele Kaasmarkt is de Beemsterkaas van Cono niet meer weg te denken (foto: Streekstad Centraal)
In die laatste categorie vinden we ook de naam van DOPS Recycling Technologies uit Alkmaar en daarmee zit er dus ook een Alkmaars tintje aan de ondernemingsverkiezing van dit jaar. Maar dat zat er voor de fijnproever tóch al aan, want in de categorie grootbedrijf is ook Cono finalist. Deze kaasmaker uit de Beemster is een vaste waarde op de Alkmaarse kaasmarkt, die vorige week voor het eerst weer gehouden werd – en de melk voor die kaas komt natuurlijk van koeien uit heel de regio.
De komende weken brengen juryleden een bezoek aan de finalisten, laat de provincie weten. “Op 27 mei worden de winnaars bekendgemaakt in de PHIL in Haarlem. Tijdens de finaleavond presenteren drie finalisten per categorie hun pitch, waarna de jury per categorie een winnaar selecteert.” Er is hiernaast ook een publieksprijs, waarvoor tussen 13 april en 26 mei gestemd zal kunnen worden. Zie ook de website van de ondernemingsverkiezing.
Mooie stoffen, bijzondere details, modellen die goed weten hoe ze moeten lopen om de kleren die ze aanhebben te laten shinen. Restaurant Merlet in Schoorl was zondag het toneel van een uitverkochte modeshow. Met enthousiast publiek, met een glaasje, natuurlijk – maar het bijzonderst was toch wel dat de getoonde mode écht uit Schoorl kwam. “We hebben twee handen gekregen en daarmee kunnen we heel veel.”
De show is een initatief van kleermaker Simone Wagenaar. Voorafgaand aan de show ontving ze Streekstad Centraal in haar atelier midden in Schoorl. Dáár wordt al die bijzondere mode dus gemaakt. “Ja, het echte handwerk”, bevestigt ze. “Het gevoel van die mooie stoffen, dat is iets heel moois.”
In het atelier werkt Wagenaar tussen de naaimachines en al die mooie stoffen aan nieuwe ontwerpen. Maatwerk is steeds het uitgangspunt: kleding die écht als gegoten zit dus. Dat gaat alleen wel verder dan bruidsjurken, vertelt ze: ‘van zijden blouses tot stoere leren bikerjasjes’. (tekst gaat door onder de foto)
Simone Wagenaar maakt in haar atelier veelzijdige mode (foto: Streekstad Centraal)
“Juist meer ‘casual’ ontwerpen vind ik heel interessant. Die bruidsjurk is er uiteindelijk maar voor één dag. Mijn insteek is: stijlvolle kleding waar je jaren mee door kunt.” Wagenaar laat graag zien dat het écht alle kanten op kan, dat is voor haar ook een belangrijke reden om deze modeshow te organiseren. Over de catwalk gaan óók modellen met een broek en een mooi colbert aan, bijvoorbeeld.
“Als ontwerpster ontvang ik klanten uit heel het land”, legt Wagenaar uit. “Uit Utrecht, uit Den Bosch… Maar tegelijk: ik werk híér, in Schoorl. Daarom dacht ik: zou het niet leuk zijn om aan de mensen hier in het dorp te laten zien wat ik doe. Zo kwam ik op het idee van de modeshow.”
Wagenaar en haar gezin wonen al ruim twintig jaar in het dorp, dus ze zal voor veel mensen wel een bekend gezicht zijn. Ze wandelt regelmatig met haar hond het bos in. Maar dat atelier, dat zien mensen eigenlijk nauwelijks vanaf de openbare weg. Zo onttrekt wat ze maakt zich eigenlijk een beetje aan het zicht. Tót deze zondag dus, met de show in Merlet. (tekst gaat door onder de foto)
Bloemen voor Simone Wagenaar na de geslaagde show in Merlet (foto: Streekstad Centraal)
“Toen ik met dat idee aan de gang ging, had ik al snel bedacht dat het bij Merlet moest zijn. Maar er komt natuurlijk meer bij kijken. De modellen moeten worden opgemaakt, naar de kapper zijn geweest… Het is mooi als ze ook juwelen dragen. En voor de gasten moet er wat lekkers zijn.”
Om dat allemaal mogelijk te maken besloot Wagenaar te gaan samenwerken met lokale ondernemers: Beautysalon Oudtside, Studio Scissors, Kaasboer Niek en Pop4Wine uit Schoorl. En voor juwelen klopte ze aan bij Klaas Jan Stammis uit Bergen. Dat versterkt natuurlijk het lokale karakter van de modeshow. (tekst gaat door onder de foto)
De show was uitverkocht, maar de setting was evengoed intiem (foto: Streekstad Centraal)
Zelf kleding maken is ‘in’, wat de grote belangstelling voor de show misschien mede verklaart. Voor Wagenaar gaat het verder dan een hype: “Als het over mode gaat denken we vaak aan de snelle trends, aan kleding voor één seizoen, die je maar een paar keer draagt… Het kan ook anders. Mode die op maat is gemaakt is mode die écht goed zit en die echt past bij degene voor wie de kleding is ontworpen.”
Dat gegeven moet er in de optiek van Wagenaar voor zorgen dat de vrouw zich ‘zeker, krachtig, mooi’ voelt en dat dus in kledingstukken die ze jaren blijft dragen. “Daarom dus ook niet alleen uitbundige jurken, maar juist kledingstukken voor het dagelijks leven. Een jasje, maar dan net even anders, met een sjaalkraag”, wijst ze.
Óók als het om ‘gewoon’ een jasje gaat blijft het een bijzondere ervaring, kleding passen, kleding maken, en dan uiteindelijk het resultaat. “Als het af is, dan is dat wel een emotioneel moment, merk ik. Het is toch iets intiems. Het is écht persoonlijk. Dat maakt het heel mooi om te doen.”
Clowns Juul en Coco waren blij verrast toen ze hun symbolische cheque kregen van de studenten van de opleiding Werkbegeleider Zorgboerderij. Dinsdag waren ze naar Vonk in Alkmaar gekomen om een donatie in ontvangst te nemen, maar het bedrag dat de derdejaars mbo’ers hadden verdiend, dát was nog niet verklapt.
Het heeft allemaal te maken met een schoolopdracht van Vonk Alkmaar. De toekomstige werkbegeleiders volgen in het derde jaar van hun opleiding de module ‘ondernemerschap’. In groepjes moesten ze een bedrijfje opzetten, een product ontwikkelen en dan ook echt verkopen.
Gezamenlijk kozen zij een goed doel om de winst aan te doneren. Dat goede doel was snel gevonden: Corazon Clowns. Dat is een Alkmaarse stichting die clowns een bezoek laat brengen aan verzorgings- en verpleeghuizen en aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. (tekst gaat verder onder de foto)
Juul en Coco van Stichting Corazon Clowns zijn blij met de donatie van de Vonk-studenten. (foto: Vonk)
De klas vormde vier groepjes om een bedrijfje op te zetten. Aan de hand van marktonderzoek, vooral binnen hun eigen kringen, bepaalden ze wat ze gingen ontwikkelen en verkopen. De productie verzorgden ze ook helemaal zelf, of samen met ouderen met dementie, als creatieve activiteit.
Een groepje verzon ‘Boerster’, een boerenvariant van het populaire partyspel Hitster, waarvan er uiteindelijk negen werden verkocht. Een ander groepje kwam met ‘Borrelmaatjes’, houten borrelplanken met accessoires en ingebrande versieringen, en daarvan gingen er negentien weg. Verder werden ‘Bloemlichtjes’ bedacht, kleurig beschilderde bloempotjes met Vergeet-me-nietzaadjes. Hiervan zijn er 22 verkocht. En dan tot slot ‘Groene Bengeltjes’, oftewel macramé plantenhangers met beschilderde gerecyclede potjes, waarvan er 35 van de hand gingen. De totale opbrengst: 590,82 euro.
“We vinden het helemaal geweldig!”, reageerden Juul en Coco. “De studenten zijn al echte ondernemers en met dit geld kunnen we weer een aantal extra bezoeken bij zorginstellingen in Noord-Holland inplannen. Welke zorginstellingen dat worden, mogen de studenten zelf bepalen.” (foto bovenaan: Vonk)
De Coiffure Awards is een prestigieuze wedstrijd voor kapsalons, en de kans is dit jaar groter dan ooit dat er in ieder geval één prijs naar Alkmaar gaat. Salon Bosman sleepte zowaar zeven nominaties in de wacht. Hairunit Alkmaar heeft twee nominaties weten te behalen. Een belangrijke drijfveer is voor alle deelnemers daarbij is iets heel anders doen dan de anderen.
Barry Bosman is erg blij met de nominaties die Salon Bosman heeft behaald. Eén daarvan is in de categorie Heren regio Noord voor zijn eigen reeks kapsels genaamd ‘Immortals’. “Tijdloze sporters, zeg maar. Ik heb sporten in vroeger tijden erbij gepakt. Eentje daarvan is geïnspireerd op wereldrecordhouder polsstokhoogspringen Mondo Duplantis.” Maar dan met een ouderwetse polsstok erbij natuurlijk, geen moderne. “Een ander is afgebeeld als tennisser, een beetje een Björn Borg-type.”
En natuurlijk zijn alle modellen in zwartwit gefotografeerd, voor het gevoel van vervlogen tijden. “Ik vind zwartwit beelden van die oude sporters nog steeds prachtig. Het spreekt me altijd nog steeds aan, vandaar dat de collectie ‘Immortals’ heet. Dat vind ik wel een passende naam.” (tekst gaat verder onder de foto)
Barry Bosman is zelf ook names Salon Bosman genomineerd. Hij durft niet in te schatten wat de kansen zijn dat hij 10 mei een prijs in de wacht sleept. (foto: aangeleverd)
Barry heeft in de finalestrijd opvallend genoeg concurrentie van een van zijn eigen werknemers, John Rodrigues. Zware concurrentie, want John is de titelverdediger. En hij heeft flink uitgepakt. Voor zijn collectie kleedde hij zijn modellen volgens bepaalde beroepen, en liet hij daar de kapsels flink mee contrasteren.
Eruit springt een donker haarmodel in een doktersjas met een bollenkapsel, waarvan een aantal bollen aan vlechtjes zitten en blond zijn geverfd. “Ja dat is een hele aparte creatie. Een controversiële look”, beaamt Barry Bosman. “Ik vind het wel gaaf wat hij heeft verzonnen. Het is ook weer heel iets anders.” (tekst gaat verder onder de foto)
John Rodrigues van Salon Bosman (2e van links) is titelverdediger in de categorie Heren regio Noord. (foto: aangeleverd)
Het nominatiefeest is een beetje een familie-aangelegenheid. “Mijn zus Marleen heeft een nominatie in de categorie Dames regio Noord-Holland en Flevoland en mijn vriendin Amber heeft een nominatie ‘Color Technician’, dat is een landelijke categorie”, vertelt Barry. En dan zijn er nog de Consumer Award – de publieksprijs – waar Julia Boot kans op maakt én de Team Award. “Als je een x-aantal nominaties hebt maak je ook kans op de Team Award. Dat is eigenlijk de mooiste Award.”
Meedoen met zoveel inzendingen, Salon Bosman deed in nog een andere categorie mee ook, is niet goedkoop. “Haha, ja het kost hartstikke veel geld. Ik denk dat al die collecties bij elkaar wel 20.000 euro kostten”, schat Barry. Voor iedere fotoshoot heb je vijf modellen nodig, een fotograaf, een visagist, een studio. En de opbrengst? “Een mooie beker!” (tekst gaat verder onder de foto’s)
Foto’s uit de genomineerde collecties van Barry Bosman en John Rodrigues. (foto’s: Salon Bosman)
De nominaties en prijzen trekken misschien klanten aan, de materiële opbrengst is voor Barry en zijn zus en mede-eigenaar Marleen eigenlijk niet te meten. Het gaat ze vooral om het plezier, de uitdaging en het teamgevoel. “Het is out-of-the-box denken, echt iets creëren wat je niet alle dagen maakt, dat geeft je zoveel energie voor je vak. En je hebt ook gewoon toffe foto’s voor in de zaak. En dan is er het gala, een aantal van de meiden aan het zoeken naar een galajurk.”
Roguenne van der Hoeven, eigenaar van Hairunit Alkmaar, gaat net als Marleen Bosman voor de hoofdprijs in de categorie Dames regio Noord-Holland en Flevoland. Zijn stagiaire Laura Blaauboer is genomineerd in de categorie Young Talent.
“Als zelfstandige is dit mijn vierde of vijfde inzending”, vertelt Roguenne. “Maar bij elkaar heb ik al er al meer, onder verschillende werknemers. Bij elkaar is dit mijn tiende nominatie.” Het heeft hem nog geen prijzen opgeleverd. Tien keer is scheepsrecht? “Dat hoop ik wel, maar de regio Noord-Holland en Flevoland is gewoon lastige, er is héél veel concurrentie.” (tekst gaat verder onder de foto)
Roguenne bij een grote afbeelding van zijn eerdere mooie creaties. (foto: Streekstad Centraal)
Dit jaar was meedoen voor Roguenne een behoorlijke uitdaging. “Vanwege drukte, en ook veranderingen in mijn privéomstandigheden”, wijdt hij uit. “En ik heb een collectie neergezet die vernieuwend is en best wel uit mijn comfortzone. Ik heb geprobeerd om verschillende kleuren en structuren te laten zien en ik denk dat ik voor mezelf daar aardig in geslaagd ben.” En ook Roguenne heeft flink geïnvesteerd. “Ik denk dat ik de tienduizend wel weer aangeraakt heb”, lacht hij.
“Kijk in mijn werk ben ik constant bezig om het haar van mensen mooi te maken en wat ik heel leuk vind – maar dit is net even een stap verder – is dat je voor zo’n Award out of the box kan denken”, motiveert Roguenne zijn deelname. “Je mag dingen gaan proberen die je normaal gesproken niet in de salon zou doen. Het is mij niet om extra klanten te doen, ik wil gewoon een keer die prijs winnen”, zegt hij enthousiast. (tekst gaat verder onder de foto’s)
Enkele foto’s uit de genomineerde reeksen van haarstylisten Roguenne (links) en Laura (rechts). (foto’s: Hairunit Alkmaar)
Maar de Hairunit-eigenaar is vooral trots dat zijn stagiaire Laura genomineerd is. “Ze heeft keihard gewerkt, dat moet ik echt zeggen. En weet je, ik gun het haar met meer dan mezelf! Als Laura young talent wordt, dan ben ik ben ik nog blijer dan voor mezelf.”
De eerste zondag van de lente ademt een weldadige rust in een fraaie, ecologisch aangelegde achtertuin in Egmond aan den Hoef. De tuin ligt tegenover Hoeve Overslot, met daarin Proeverij Egmont en het cultuurpodium van Hans van den Berg. We horen alleen maar het vrolijke gefluit van allerlei vogeltjes.
“Het eerste jaar was het hier een paradijs”, vertellen bewoners Eric en Nicole (gefingeerde namen) met een zekere weemoed. Dat ze hier willen wonen lijkt alleen maar logisch.
Dat het op deze lentezondag (weer) een heerlijk rustige oase is, is te danken aan het feit dat noch Proeverij Egmont, noch het cultuurpodium van Stichting Hafre over een terrasvergunning beschikken. (tekst gaat verder onder de foto)
Dat die vergunning er niet is, komt onder andere door deze twee Hoevers. Maar wie denkt dat de bezwaarmakers daardoor nu zorgeloos van de lentezon genieten, heeft het mis. Na de ontvangende partij van agressie via sociale media te zijn geweest, en enorme frustratie over in hun ogen een haperende ambtenarij en overheidsoptreden, is er nu ook de vrees dat het met de rust binnenkort weer gedaan is.
Beide buren van de Hoeve hebben met stijgende verbazing de informatie over de vergunningenchaos in het Slotkwartier tot zich genomen. Maar daar blijft het niet bij. Wie de regels achter het bestemmingsplan leest, ziet dat deze categorie bestemming – horeca categorie 1 – bedoeld is voor daghoreca zoals lunchrooms en ijssalons. Optredens met livemuziek en besloten feesten zijn bij zulke lichte horeca verboden. (tekst gaat verder onder de foto)
Hoeve Overslot in Egmond aan den Hoef. Op de voorgrond in het vierkant het cultuurpodium op nummer 42a, daarnaast de proeverij op 42. (foto: Streekstad Centraal)
Daarmee zijn dus niet alleen alle biertjes die de vrijwilligers van stichting Hafre tappen een overtreding, maar ook de optredens. Sterker nog, het complete kleinkunstpodium opereert door de bepalingen in het gemeentelijke bestemmingsplan planologisch illegaal. Dat het podium dankzij gedoe met de huisnummers volgens de vergunning thuishoort in de proeverij, is zelfs het minste van het probleem.
Deze vaststelling is de zoveelste klap in het gezicht voor de omwonenden, die tienduizenden euro’s aan advocaatkosten en eigen geluidsmetingen moesten besteden om hun eigen woon- en leefklimaat te beschermen: “Wij moeten ons wél continu strikt binnen de formele, juridische regels van bezwaarschriften en voorlopige voorzieningen manoeuvreren om überhaupt iets voor elkaar te krijgen”, stelt Nicole boos. (tekst gaat verder onder de foto)
Deze week trok de jazzmuziek van saxofonist Frank Stolwijk en trompettist Frank Bakker een serieus publiek. Maar de optredens zijn net zo illegaal als de biertjes. (foto: Streekstad Centraal)
Ze dwongen via de rechter met succes de sluiting van het commerciële proeflokaal af, omdat de rechter vond dat dergelijke zware horeca niet thuishoort op die plek. Bergen gaat er van uit dat nu hersteld te hebben met een nieuwe vergunning, maar voor nieuwe toestemming voor een terras moest de gemeente eerst nog huiswerk doen. Lees: een geluidsonderzoek.
Een deel van de buurtbewoners vindt daarom dat er door de gemeente met twee maten wordt gemeten. Waar de omwonenden een juridische loopgravenoorlog moeten voeren, wordt de horeca geen strobreed in de weg gelegd. “Regels lijken alleen te gelden als het de gemeente uitkomt”, stellen de bezwaarmakers. Hoewel ze wel benadrukken dat ze vooral overlast ervaren van de proeverij, en vrijwel nooit van de paar uurtjes per week dat er optredens zijn in het cultuurpodium. Op verzoek delen ze enkele video’s uit 2025 met Streekstad Centraal. (tekst gaat verder onder de foto)
Het terras van het proeflokaal voordat de rechter hier in augustus een einde aan maakte. (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl het muziekpodium volledig in strijd handelt met het bestemmingsplan én de strenge landelijke Alcoholwet – die gemeenten overigens geen speelruimte biedt om de verkoop van alcohol zonder vergunning te gedogen – weigert wethouder Ernest Briët in te grijpen. Hij kiest openlijk voor een gedoogbeleid, zodat de muziek op zondagmiddag gewoon door kan gaan.
In het licht van die ‘slordigheden’ is de frustratie van de omwonenden over een recente brief van de gemeente begrijpelijk. Donderdag wil de gemeente een informatiebijeenkomst houden in dorpshuis Hanswijk in Egmond aan den Hoef. Het doel van de gemeente is om daar alvast in gesprek te gaan over de mogelijkheden om de weg vrij te maken voor een nieuw terras bij de proeverij (en in het verlengde daarvan bij Stichting Hafre). (tekst gaat verder onder de foto)
Hans van den Berg en de vrijwilligers achter de bar zijn de laatste 30 jaar wel gewend geraakt aan gedoogsituaties. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Eric en Nicole voelt dit doordrukken als een regelrechte schoffering: “Terwijl de onafhankelijke bezwaarcommissie nog niet eens advies heeft uitgebracht over het lopende conflict, en het fundament in het bestemmingsplan niet deugt.”
Wethouder Ernest Briët ziet zich geconfronteerd met een erfenis van slordig papierwerk. De bestuurder erkent ruiterlijk dat de gemeente de zaken administratief veel preciezer had moeten vastleggen.
De optredens in het vierkant van Hoeve Overslot zijn net zo illegaal als de geschonken biertjes en wijntjes. (foto: Streekstad Centraal)
Omdat de vrijwilligers van Hafre op verzoek van de gemeente al ruim een kwart eeuw actief zijn in de hoeve, weigert Briët hen nu de dupe te laten worden van een ambtelijke uitglijder. “We laten dat in principe gewoon eventjes doorgaan. Wetende dat het in onze overtuiging ook zal gaan lukken om dat vergund te gaan krijgen,” aldus de wethouder, die de situatie zo snel mogelijk wil rechtzetten met een nieuwe vergunning voor nummer 42a. (tekst gaat verder onder de foto)
Proeverij Egmont, de horecazaak die vorig jaar zoveel overlast veroorzaakte voor omwonenden dat die succesvol naar de rechter stapten. (foto: Streekstad Centraal)
De ironie wil echter dat zo’n reparatie van een omgevingsvergunning voor een beschermd rijksmonument een zware, uitgebreide voorbereidingsprocedure vergt die maanden in beslag neemt. Bovendien betekent deze wijziging dat het traject straks weer openligt en andere omwonenden officieel bezwaar kunnen aantekenen tegen de legalisatie van de horeca-activiteit.
Voorman Hans van den Berg van Hafre heeft voor de wethouder een veel simpelere oplossing in gedachten om het bureaucratische doolhof razendsnel te verlaten: “Geef mij gewoon mijn oude huisnummer 42 terug,” stelt hij nuchter vast over de ambtelijke hernummering die het probleem mede veroorzaakte. Dat wil hij deze week voorstellen aan de gemeente. (tekst gaat verder onder de foto)
Ernstige gezichten bij het publiek dat zondagmiddag kwam luisteren naar jazzmuziek. (foto: Streekstad Centraal)
Tot de gemeente die complexe knoop heeft ontward, spelen in de museumhoeve de bandjes onverstoorbaar door en worden de biertjes geschonken. En hoewel zondag de ernstige jazz en de strakke gezichten van het ‘serieuze’ publiek de huidige sfeer op het gemeentehuis wellicht het beste benaderen, is de slepende blues vol tegenspoed van vorige week misschien wel de allerbeste soundtrack voor deze eindeloze bestuurlijke soap. Legaal of niet.
De geplande komst van een grote, innovatieve afvalfabriek op bedrijventerrein de Boekelermeer stuit op kritiek en bezorgdheid. Het plan van Energy Greenery Alkmaar (EGA) klínkt als een duurzame stap: jaarlijks 100.000 ton afval, zoals oud hout en slib, door middel van extreme hitte omzetten in bruikbare elektriciteit en de brandstof methanol.
De fabriek moet volgend jaar worden gebouwd en naar verwachting al in 2029 operationeel zijn. Maar de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) waarschuwt voor de risico’s en dringt aan op meer onderzoek.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) laat weten die adviezen serieus te nemen, buurman TAQA volgt de ontwikkelingen met grote belangstelling en inmiddels loopt milieuclub Stichting Heilloze Weg zich al warm voor een rechtszaak.
Het pijnpunt? De toegepaste techniek. De manier waarop EGA het afval wil omzetten in energie is hartstikke nieuw en innovatief. Het is tot nu toe alleen nog getest met een kleine proefinstallatie op het Energy Innovation Park op bedrijventerrein Boekelermeer.
Hoewel EGA van plan is om eerst te testen met één reactor op ware grootte, willen ze uiteindelijk opschalen naar een enorme fabriek. De commissieleden wijzen op de onzekerheden die bij deze beide stappen komen kijken. (tekst gaat verder onder de foto)
Alle bedrijven op het Energy Innovation Park zijn of worden buren van de belangrijke aardgasinstallaties van TAQA (rechtsboven). (foto: Streekstad Centraal)
Omdat de installatie in feite een ‘proef op grote schaal’ is, waarschuwen de deskundigen voor de risico’s. Ze vinden het nog onvoldoende duidelijk wat de daadwerkelijke uitstoot van giftige stoffen, stikstof en stank zal zijn als de installatie op volle toeren draait.
De commissie mer wil dat EGA berekent wat de maximale (slechtst denkbare) vervuiling is bij het verwerken van verschillende verhoudingen en samenstellingen van het afval. Ook moet EGA nu al verplicht een ‘Plan B’ opstellen met maatregelen voor het geval de fabriek straks toch meer vervuilt dan wordt beloofd.
De deskundigen eisen bovendien dat EGA de uiterste veiligheidsrisico’s zorgvuldig doorrekent. Dit is extra belangrijk omdat het eindproduct, methanol, zeer brandbaar is. Er moet vooraf streng worden onderzocht wat de gevolgen zijn bij een eventuele explosie en of zo’n ramp via een ‘domino-effect’ kan overslaan naar buurbedrijven. Zoals de grote gasinstallaties van buurman TAQA. (tekst gaat verder onder de foto)
Voor de komst van Energy Greenery Alkmaar moet onder meer eerst worden onderzocht wat er gebeurt bij een eventuele explosie en de risico’s voor bijvoorbeeld TAQA. (foto: Streekstad Centraal)
Energiebedrijf TAQA, de directe buurman die in het rapport nadrukkelijk wordt genoemd als mogelijk slachtoffer van zo’n ‘domino-effect’, laat in een reactie weten de komst van de fabriek scherp in de gaten te houden. Een woordvoerder van TAQA benadrukt dat ze afwachten wat de provincie besluit, om daarna te kunnen beoordelen of de methanol-fabriek daadwerkelijk een gevaar of belemmering vormt voor hun eigen bedrijfsvoering.
EGA heeft uiteindelijk een omgevingsvergunning nodig van de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, die de aanvraag namens de provincie toetst, laat aan Streekstad Centraal weten dat de adviezen van de Commissie mer zullen worden overgenomen in het definitieve eisenpakket voor het milieuonderzoek.
Het gaat dan om het onderzoek dat EGA moet uitvoeren. Pas nadat de risico’s – waaronder de externe veiligheid – tot in detail zijn onderzocht en aan de wettelijke normen zijn getoetst, kan er sprake zijn van een vergunning. (tekst gaat verder onder de foto)
Alkmaar wil – ook na aandringen – niet zeggen welk perceel naast de Engie biovergister de locatie is die Energy Greenery in optie heeft bij de gemeente voor de fabriek. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente Alkmaar, op wiens grondgebied de fabriek gebouwd moet worden en die nu nog eigenaar is van die grond, houdt zich vooralsnog afzijdig. Een woordvoerder wil niet zeggen of de gemeente nou blij is met dit innovatieve bedrijf op de Boekelermeer, en gaat ook niet in op vragen over stank, veiligheid en luchtvervuiling die de fabriek kan veroorzaken.
De gemeente laat alleen weten dat de gemeente geen formele beslissingsbevoegdheid heeft en verwijst naar de provincie. Mocht er een vergunning worden verstrekt, dan zal Alkmaar de grond verkopen aan Energy Greenery. (tekst gaat verder onder de foto)
De commissie mer eist dat het onderzoek van EGA in kaart brengt wat de totale stankoverlast voor de omgeving wordt, samen met de geur van de bestaande ENGIE-vergister. (foto: Streekstad Centraal)
Maar waar het lokale bestuur in vertrouwen afwacht, loopt Stichting Heilloze Weg zich warm. De stichting is in de regio een geduchte speler en won in Heiloo al vijf procedures rond bestemmingsplannen. De stichting volgt de ontwikkelingen rond EGA nauwlettend en stelt dat zware en risicovolle activiteiten – zoals de plannen van EGA – de leefomgeving in de regio ernstig zullen aantasten.
De stichting eist daarom dat het ‘voorzorgsprincipe’ wordt gehanteerd: zolang niet bewezen is dat de fabriek veilig en schoon is, mag er niet gebouwd worden. Zij kondigen aan hierover vragen te stellen aan de gemeente Alkmaar en, indien nodig, de komst van de fabriek via de rechter tegen te houden.
De Milieufederatie Noord-Holland (MNH) was deze week niet in staat om te reageren op vragen over de mogelijke effecten op omliggende natuurgebieden.
De gemeente Alkmaar bevestigt dat er signalen zijn dat de verhuur van nieuwe woningen door woningcorporaties geen vanzelfsprekendheid is. De fractie van BAS had daar al zorgen over geuit. Woningen die zijn gereserveerd voor sociale verhuur, worden niet aangekocht door de corporaties en moeten dus mogelijk op een andere manier worden verhuurd.
Nederland kent een gereguleerde huurmarkt. Een deel van de woningen, ook nieuwbouwwoningen, wordt gereserveerd voor sociale huur. Zo zou er altijd aanbod moeten zijn van betaalbare woningen voor doelgroepen die dure koopwoningen of privéhuur niet op kunnen hoesten. Binnen de campagnes voor de komende verkiezingen is het een veel ingezet topic.
De praktijk is echter al jaren weerbarstig. Er is een tekort aan sociale huurwoningen, de wachtlijsten zijn lang. Tegelijk stijgen de prijzen van de andere woningen hard, waardoor er een gapende kloof is ontstaan op de woningmarkt. Iets wat landelijk speelt, en Alkmaar is er niet van uitgezonderd. (tekst gaat door onder de foto)
Gosse Postma van BAS zette de kwestie op de agenda (foto: Streekstad Centraal)
Alkmaar staat zelfs voor een grote woningbouwopgave. Daarbij geldt dat de gemeente een deel van de woningen voor sociale verhuur blijft reserveren, maar daarnaast bestaat er ook zoiets als ‘sociale koop’. Dat zijn koopwoningen die voor een verhoudingsgewijs laag bedrag in de verkoop gaan. Door een deel van de woningvoorraad toe te wijzen aan deze categorie komt het percentage sociale huur nog wat lager uit.
Het zijn er nu al flink wat minder dan sommige partijen willen, en die nieuwe socialehuurwoningen van Alkmaar komen óók nog eens niet bij de woningcorporaties terecht, signaleerde Gosse Postma van BAS. Die willen er om uiteenlopende redenen niet aan.
Het college erkent dat het probleem voorkomt: “De gemeente heeft bericht ontvangen van één ontwikkelaar dat de drie in Alkmaar actieve corporaties geen sociale-huurwoningen zullen afnemen in zijn project. Maar de gemeente ontvangt ook bredere signalen dat de afname van deze woningen door corporaties onder druk staat.” (tekst gaat door onder de foto)
Woningbouw in Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
De corporaties in de regio kunnen allerlei redenen hebben om van aankoop af te zien. Niet iedere woning voldoet automatisch aan alle eisen. In reactie op vragen van Streekstad Centraal, legt Woonwaard uit dat er ook financiële afwegingen meespelen.
“Het belangrijkste punt voor corporaties is het afschaffen van de vennootschapsbelasting door het rijk”, verklaart de woordvoerder van Woonwaard. “Dat zou onze investeringscapaciteit flink vergroten” – maar het is dus nog niet zo ver. Dat leidt er juist bij projecten door commerciële partijen toe dat corporaties afzien van aankoop. “Dit zijn voor corporaties relatief dure projecten. Daarnaast kan het natuurlijk voorkomen dat het aangeboden product de woningzoekenden van de corporaties niet past.”
Ook Kennemer Wonen benadrukt de financiële kant van het verhaal. Recent heeft deze corporaties woningen afgewezen, bevestigt de woordvoerder. “Reden hiervan was dat het betreffende product onvoldoende aansloot bij onze portefeuillestrategie, en dus de behoefte van woningzoekenden.”
Beide corporaties er wel op dat er voor de komende jaren toch heel wat op de rol staat, de corporaties zitten niet stil. “Vooralsnog geldt nog steeds dat de drie corporaties in Alkmaar tot en met 2030 nog circa 2.500 sociale huurwoningen opleveren. Vanaf 2031 zal de productie naar ongeveer 150 woningen per jaar gaan.” (tekst gaat door onder de foto)
Voorbeeld van een project van Woonwaard in de wijk PEN-dorp (beeld: aangeleverd)
In het nieuwe regeerakkoord is nu een eerste stap gezet naar afschaffing van de VPB. Het kabinet is voornemens de VPB met 20-25% te verlagen vanaf 2031. Het is weliswaar een eerste stap, maar deze stap is helaas onvoldoende om het grote tekort aan investeringscapaciteit te compenseren.
Alkmaar probeert waar nodig wel een bemiddelende rol te spelen. “Voor de gemeente is van belang dat ook in dit project het benodigde aandeel sociale-huur tot stand komt”, legt het college uit. De gemeente is dus in gesprek met de ontwikkelaar.
Maar daarmee is allesbehalve zeker dat de partijen er nog uitkomen. Dan blijven de woningen dus ‘over’, de corporaties kunnen voet bij stuk houden. “De uitkomst zou kunnen zijn dat de sociale-huurwoningen in beheer komen bij een particuliere verhuurder”, erkent het college.
De gemeente zal ook met de verschillende corporaties in gesprek gaan over de kwestie.
Jonge Alkmaarders met twee rechterhanden kunnen aan de slag in Winkelwaard. Daar heeft maatschappelijk projectontwikkelaar Steenvlinder een leegstaand kantoorpand aangekocht. Het is de bedoeling dat daar twintig woningen in worden gerealiseerd.”We geven dit gebouw terug aan jonge bewoners van Alkmaar.”
Dat zegt Marnix Norder, oprichter van Steenvlinder. De projectontwikkelaar is landelijk actief met projecten die een maatschappelijk doel dienen, zoals het creëren van woningen voor doelgroepen die anders nauwelijks aan bod komen op de krappe woningmarkt.
Door zelf te bouwen houden huizenbezitters zelf de regie over hun budget, legt Norder uit. Steenvlinder zorgt wel voor de basis – een voordeur, een meterkast – maar voor de rest is het aan de kopers zelf om er wat van te maken. ‘Zelf de mouwen opstropen’ in de woorden van Norder. Voor geïnteresseerden zal een informatie-avond worden georganiseerd.
De ontwikkelaar gaat ook de buitenkant van het kantoorgebouw opknappen. Het pand uit 1988 valt op door de blauw-witte kleuren in een wijk waar baksteen overheerst. Het is gelegen direct tegenover het winkelcentrum in Winkelwaard.