Een kind dat weer begint te lachen, door het huis zingt of gewoon gezellig mee-eet aan tafel. Voor pleegouders Jenneke uit Alkmaar en Sterre uit Sint Pancras zijn het zulke momenten die hun inzet bijzonder maken. Tijdens de Week van de Pleegzorg vertellen ze in de bibliotheek van Alkmaar hoe het is om kinderen op te vangen die niet bij hun eigen ouders kunnen wonen. En waarom ze hopen dat meer gezinnen die stap durven te zetten.
Het begon voor Jenneke Koelewijn elf jaar geleden met een avondje uit met haar man. Geen etentje of bioscoopbezoek. Jenneke vroeg Anne Jan mee naar een informatieavond over pleegzorg. Ze hadden zelf drie kinderen, maar vooral Jenneke wilde onderzoeken of ze ook voor een ander kind iets kon betekenen.
De informatieavond maakte behoorlijk wat indruk. Op de terugweg in de auto was Jenneke er eigenlijk al uit. “Dit is niks voor ons, dit gaan we niet doen”, zei ze tegen haar man. Maar Anne Jan had een heel andere conclusie getrokken. “Nou, ik denk dus dat we dit wel kunnen.” (tekst gaat verder onder de foto)

En zo begon het toch. Er volgden gesprekken, een training en een onderzoek naar hun gezin. Uiteindelijk bleek een tijdelijke crisisplaatsing goed bij hen te passen.
Hoe onverwacht dat kon gaan, ontdekte Jenneke bij hun eerste pleegkind. “Je wordt gewoon gebeld en binnen twintig minuten hadden we een jongetje in ons huis waarvan ik niks wist en die mij niet kende.” Het was een baby van zeven maanden.
Inmiddels zijn Jenneke en haar man elf jaar pleegouders en hebben ze vijf plaatsingen meegemaakt. Tijdens het gesprek in de bibliotheek zit Linde bij haar op schoot. Het meisje woont al drieënhalf jaar bij het gezin en zal daar volgens Jenneke ook verder opgroeien.
“Ik vind het echt wel één van de mooiste dingen die ik in mijn leven doe”, vertelt ze. Vooral de veranderingen die ze bij kinderen ziet, maken indruk. “Als je ziet dat iemand weer kan lachen. Of als iemand door je huis aan het zingen is.” (tekst gaat verder onder de foto)

Aan dezelfde tafel zit Sterre uit Sint Pancras. Zij begon vijftien jaar geleden met pleegzorg en heeft drie pleegkinderen, die nog altijd bij haar wonen. Een van hen kwam kort na haar zesde verjaardag in het gezin. Inmiddels is ze twintig en volgt ze een mbo-opleiding. Ze wil later zelf kinderen helpen die het moeilijk hebben.
Ook het contact met haar vader bleef bestaan. Jarenlang ging ze om het weekend naar hem toe. Nu ze volwassen is, krijgt dat contact een andere invulling.
Sterre vindt het belangrijk dat pleegouders niet de plaats van de oorspronkelijke ouders hoeven over te nemen. Het doel blijft om die ouders zoveel mogelijk bij het leven van hun kinderen te betrekken.
Jenneke benadrukt dat eveneens. “Deze kinderen hebben er nooit voor gekozen. En deze biologische ouders hebben er ook nooit voor gekozen dat het zover komt.” Volgens haar kunnen pleegouders verschil maken door met de ouders samen te werken en te kijken naar wat nog wel mogelijk is. (tekst gaat verder onder de foto)

Pleegzorg geeft veel voldoening, maar is niet altijd gemakkelijk. Kinderen kunnen ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt, waarvan de gevolgen soms pas later duidelijk worden. Ook verloopt een plaatsing niet altijd zoals verwacht. “Je kunt denken dat iets loopt zoals het zou moeten lopen, maar dat loopt weleens anders”, vertelt Jenneke. Dat vraagt om geduld en flexibiliteit.
Wie bij pleegzorg meteen denkt aan een kind dat zeven dagen per week in huis komt wonen, heeft niet het hele beeld. Bij deeltijdpleegzorg verblijft een kind bijvoorbeeld één weekend per maand of om de week bij een ander gezin. Dat kan ouders ontlasten en soms een uithuisplaatsing voorkomen.
Daarvoor hoeven pleegouders geen bijzonder programma te organiseren. “Je hoeft niet elk weekend met de kinderen naar de Efteling”, vertelt Jenneke. Samen spelen, bakken of naar de kinderboerderij gaan kan al veel betekenen.
Ook alleenstaanden, werkende volwassenen en oudere belangstellenden kunnen volgens Parlan onderzoeken welke vorm van pleegzorg bij hun leven past. (tekst gaat verder onder de foto)

In Noord-Holland Noord zijn volgens Parlan minimaal 56 nieuwe pleeggezinnen nodig, waarvan zestien in de regio Alkmaar. Door het tekort is het moeilijk om voor ieder kind een passend gezin te vinden. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met de leeftijd van andere kinderen in het gezin en het contact met de eigen ouders, legt Parlan-manager Annabel Heukels uit.
Parlan probeert ook bestaande pleegouders te ondersteunen. Sterre benadrukt hoe waardevol het is om ervaringen met andere pleegouders te delen. Jenneke en Anne Jan helpen nieuwe pleegouders op weg en bezoeken samen nog regelmatig trainingen. Met een knipoog noemt Jenneke die bijeenkomsten hun vaste avondje uit.
Wie nieuwsgierig is geworden naar pleegzorg, hoeft niet meteen een besluit te nemen. Een informatieavond bezoeken, vragen stellen of met een ervaren pleegouder praten kan zonder verdere verplichtingen. (tekst gaat verder onder de foto)

“Ook al twijfel je, ga eens langs op die avonden”, wil Sterre duidelijk maken aan geïnteresseerden in de bibliotheek. Wie zich verdiept in pleegzorg, ontdekt dat er meer mogelijkheden zijn dan een kind zeven dagen per week in huis nemen.
Ook voor de verslaggever van Streekstad Centraal blijkt het gesprek verrassend leerzaam. Veel aannames over pleegzorg blijken niet te kloppen. De uitnodiging om zelf eens een informatieavond te bezoeken, klinkt daardoor ineens een stuk minder onwaarschijnlijk dan aan het begin van het gesprek.
Voor Jenneke en Anne Jan begon het elf jaar geleden precies zo. Ze gingen uit nieuwsgierigheid naar een informatieavond. Jenneke dacht na afloop dat pleegzorg niets voor hen was, haar man zag juist mogelijkheden. Inmiddels hebben ze vijf pleegkinderen opgevangen.
Misschien is dat wel de beste raad die de pleegouders deze middag kunnen geven: wees nieuwsgierig. Je hoeft nog niet te weten of pleegzorg iets voor je is om erachter te komen wat je voor een kind zou kunnen betekenen.
