Even geen Groet, maar Frankrijk rond het Witte Kerkje: “Je weet nooit wat je tegenkomt”

Een paar grote dameshoeden steken boven de kraam uit, verderop schitteren karaffen en zilverwerk in de zon en een bezoekster buigt zich aandachtig over een verzameling blauw-wit servies. Wie zaterdag door het hek van het Witte Kerkje in Groet stapt, waant zich – voor de 46ste keer – even op een marktje ergens op het Franse platteland. Alleen de Hollandse kerktoren verraadt dat de grens nog honderden kilometers verderop ligt.

Onder de bomen rondom het kerkje is het zaterdag een komen en gaan van bezoekers. Ze schuifelen langs tafels vol servies, sieraden en vazen. Aan kledingrekken hangen jurken en jassen, op het gras staan antieke meubels uitgestald. Wie hier doelgericht probeert te winkelen, heeft het lastig: bijna iedere kraam vraagt wel even om stil te staan.

“Ik kom alleen even kijken, zei ik”, lacht een bezoekster terwijl ze een porseleinen schaaltje in haar handen ronddraait. “Maar dat is hier natuurlijk gevaarlijk. Voor je het weet zie je weer iets waarvan je vindt dat je het absoluut nodig hebt.”

Het is precies dat zoeken dat bezoekers naar de Franse Brocante Fair trekt. Sommigen komen toevallig voorbij, anderen weten de markt ieder jaar opnieuw te vinden. Een echtpaar dat speciaal vanuit het midden van het land naar Groet is gereden, maakt er een dagje uit van. “We houden allebei van Frankrijk en van oude spullen. Dan is dit natuurlijk een mooie combinatie. Je vindt hier dingen die je op een gewone markt niet zo snel tegenkomt.” (tekst gaat door onder de foto)

Er werd zaterdagmiddag hard gezocht naar parels tussen alle spullen op de Brocante Fair. (foto: Streekstad Centraal)

Dat bezoekers van ver komen, zal organisator Marjan Huisman goed doen. Vorig jaar vertelde ze aan Streekstad Centraal nog dat de toekomst van haar markt allerminst vanzelfsprekend is. Echte Franse brocante wordt volgens haar steeds moeilijker verkrijgbaar. Waar liefhebbers vroeger op Franse marktjes nog volop oude serviezen, meubels en andere vondsten konden inslaan, kost het tegenwoordig steeds meer moeite om voldoende geschikt aanbod naar Groet te krijgen.

Huisman wilde destijds koste wat kost voorkomen dat haar Brocante Fair uiteindelijk een gewone rommelmarkt zou worden. Als er niet genoeg Franse spullen meer zouden zijn om het karakter te behouden, moest ze zich afvragen hoe lang ze nog door kon gaan.

Een jaar later blijkt die zorg in ieder geval niet het einde van de markt te hebben betekend. Op het gras rond het Witte Kerkje valt zaterdag genoeg te ontdekken. Twee opvallende geelbruine vazen staan tussen karaffen en porseleinen beeldjes, tientallen kopjes en kannetjes vullen een andere tafel. Even verderop liggen sieraden uitgestald naast oud bestek en glaswerk. Een paar meter verder kan het subtielere werk worden ingeruild voor een sierlijke witte tuinbank of een flink stuk antiek. (tekst gaat door onder de foto)

Kraam met sieraden, hangers en bestek in koffer, met glazen schaaltjes en bloemen op een kleed buiten
Er is voor ieder wat wils op de fair. Van sieraden tot bestek, en van glaswerk tot kleding. (foto: Streekstad Centraal)

En dan zijn er nog de hoeden. Groot, klein, wit, roze en paars: ze zorgen alleen al voor genoeg bekijks. “Die zou je eigenlijk gewoon moeten dragen”, grapt een vrouw terwijl haar gezelschap naar een grote paarse hoed kijkt. Zelf aanschaffen? Daar moet ze nog even over nadenken. “Ik weet alleen niet waar ik ermee naartoe moet. Naar de supermarkt misschien.”

Niet iedereen die zaterdag tussen de kramen loopt, wist bij het ontbijt al dat de Brocante Fair op het programma stond. Ook vakantiegangers die in de omgeving verblijven, komen een kijkje nemen. Een Duits stel hoorde tijdens hun verblijf dat er bij het kerkje iets te doen was. “Wir schauen nur”, zegt Herman lachend. Alleen kijken dus. Zijn vrouw Inge is ondertussen al bij de volgende tafel beland. “Zehn Minuten”, voorspelt hij. Tien minuten. Zelf lijkt hij er weinig vertrouwen in te hebben.

Juist dat vrijblijvende maakt de markt aantrekkelijk. Niemand hoeft hier met een boodschappenlijst rond te lopen. Er wordt gekeken, opgepakt, omgedraaid en weer teruggezet. Soms volgt een kort gesprek met de verkoper, soms wordt na een rondje over het terrein alsnog teruggekeerd naar dat ene bordje dat toch in het hoofd is blijven hangen. (tekst gaat door onder de foto)

Kraampjes op een buitenmarkt met kledingrekken en tafels vol servies, met bezoekers bij een wit stenen gebouw
Op het grasveld rond het Witte kerkje staan allemaal kraampjes vol met spullen. Hier en daar wordt er onderhandeld over de prijs. “Kan er niet een eurootje vanaf?” (foto: Streekstad Centraal)

De omstandigheden helpen mee. De zon schijnt uitbundig boven Groet en onder de hoge bomen rond het kerkje zoeken bezoekers af en toe de schaduw op. Het gras heeft door de droge zomer inmiddels meer weg van een Zuid-Frans veld dan van een doorsnee Noord-Hollandse kerktuin. Voor de Franse sfeer had de organisatie het nauwelijks beter kunnen bestellen.

“Het is vooral de plek”, vindt Marga die naar eigen zeggen al vaker op de fair is geweest. “Zo’n markt midden in een dorp, rondom dat oude kerkje, dat heeft gewoon iets. Als dit op een parkeerterrein stond, was de helft van de charme weg.”

En die charme lijkt voorlopig sterker dan de zorgen over het steeds schaarser wordende aanbod. Niet ieder voorwerp rond het Witte Kerkje zal rechtstreeks uit een Frans landhuis afkomstig zijn. Dat was vorig jaar al zo. Maar voor de bezoekers lijkt de herkomst soms minder belangrijk dan het plezier van het zoeken.

Want uiteindelijk gaat brocante misschien net zo goed over het verhaal dat je zelf aan een voorwerp geeft. “Je moet eigenlijk nergens naar zoeken”, zegt Marga terwijl ze nog één keer langs een tafel met servies loopt. “Als je iets moois tegenkomt, merk je het vanzelf.” Ze loopt verder. Zonder schaaltje. Voorlopig.