Wie in Noord-Holland woont, heeft te maken met water. Met poldersloten, ringvaarten, dijken, gemalen, keringen: al die typische dingen die híér alledaags zijn, maar in de rest van de wereld bijzonder. Menig Noord-Hollander is daar een beetje trots op, dit land dat ‘we’ zelf geschapen hebben. Maar de echte kennis daarover – die ontbreekt nog wel eens.
Want hoe dat nou precies werkt, met die slootjes en boezems, en met welke kleine en grote uitdagingen waterbeheerders nu en in de toekomst te maken krijgen, daar heeft de gewone Noord-Hollander eigenlijk geen beeld van. De hoogheemraadschappen in de provincie bieden nu een prachtige informatiebundel om dat te veranderen. De ‘Wateratlas van Noord-Holland’ geeft met véél beeld, veel kaartjes, veel grafiekjes, uitgebreide uitleg over het reilen en zeilen van het waterbeheer.
Eindredacteur Michiel Schreijer en mede-schrijver Maarten Poort buigen zich net over de proefdrukken als Streekstad Centraal langskomt in het waterschapskantoor in Heerhugowaard. “Wat een megaproject”, zegt Poort terwijl hij de twee ringbanden vastpakt. (tekst gaat door onder de foto)

De atlas is zó groot dat de proefdruk over twee ringbanden is verdeeld. “Maar het wordt uiteindelijk dus één band”, zegt Schreijer. “Het is een godswonder dat ons dit in twee jaar gelukt is.”
Aan het ‘megaproject’ werkten 33 schrijvers mee, maar ook tal van andere deskundigen, die werden geïnterviewd. Al die kennis samen moet de lezer een zo compleet mogelijk beeld geven van het werk dat de waterschappen in Noord-Holland verrichten. In onze regio dus vanuit het bekende kantoor in Heerhugowaard, voor Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. (tekst gaat door onder de foto)

“Er zitten heel veel verborgen kanten aan het systeem”, legt Schreijer uit. “Waar is het water als je er niet op let? Dat is de vraag waar het om gaat. Het zit overal, altijd, maar de gewone Noord-Hollander ziet dat niet. Wij waterschappers spreken over dingen als streefpeil, peilmarge. Maar wat dat betekent? Dat leggen we in de Wateratlas uit.”
In het boek worden de verschillende Noord-Hollandse regio’s onder de loep genomen, maar daarnaast is veel ruimte gemaakt voor een goede uitleg over het watersysteem van onze provincie. Dat is toch fascinerende materie voor iedereen die er middenin woont.
“Nico van der Wel heeft daarvoor de journalistieke interviews gedaan”, vertelt Schreijer. Maarten Poort nam de taak op zich om het technische verhaal in begrijpelijke taal uit te leggen. (tekst gaat door onder de foto)

“Er zit nog een hoop detail in”, zegt Poort over zijn werk. “Het moet Nico soms hebben geduizeld. Maar het is wel belangrijk om dat goed over te brengen. We zitten in een ontworpen systeem en daar zitten grenzen aan. Mensen realiseren zich dat vaak niet. Voor ons is het de kern van ons werk.”
Waterbeheer is keuzes maken, maar ook: voortbouwen op keuzes die lang geleden al zijn gemaakt. “Toen ze hieraan begonnen rond 1300 was er geen blauwdruk voor 2025”, vult Schreijer aan.
Waar Poort veel mee te maken heeft is versnipperde ruimtelijke ordening. In één peilgebied komen veel functies voor: natuur, landbouw, woningen – alles naast elkaar. Natuurbeheerders willen graag een hoog waterpeil, voor de landbouw is een laag peil handiger. “Bijna in ieder peilgebied zitten alle functies”, weet Poort. En dat is niet altijd makkelijk.
“Nu met de droogte zien we dat goed. Natuurgebieden hebben meer water nodig, maar niet elk water is geschikt. Water met veel kalk, of veel meststoffen, dat is veel te voedselrijk voor die natuurgebieden”, legt Poort uit. “Voor de meeste landbouw maakt dat minder uit, daarvoor gebruiken we het IJsselmeerwater. Maar wij niet als enige.” (tekst gaat door onder de foto)

Ook in het IJsselmeer zakt intussen het peil, al is de situatie in het noorden niet te vergelijken met die in het zuidelijke deel van Nederland, waar zo’n watervoorraad er niet is. Toch ziet Poort ook in de buurt problemen. “De bollenteelt in de Noordkop zit daar op zich goed: zandgrond, veel zon. Maar de locatie in het waterschap is ongelukkig. Ze zitten aan het einde van de stroom, net voor het water de zee ingaat.”
Het is ook een ‘kritische teelt’, waarbij de kwaliteit van het water dus net wél uitmaakt. Het is één van de typische technische uitdagingen waar Poort als waterbeheerder voor staat.
En ja, het is droog. De velden besproeien met slootwater, dat kan voorlopig nog, maar toch moet de agrarische sector wel gaan uitkijken naar andere oplossingen. Iets waar op Texel al mee wordt geëxperimenteerd. Daar is slootwater op de velden spuiten al jaren taboe – het eiland heeft nou eenmaal weinig eigen water.
“We hebben toch wel met wat te maken”, zegt Poort. Dat beseft ook Schreijer. “Klimaatverandering maakt de extremen zó groot dat op een gegeven moment iederéén aan zijn achterhoofd gaat krabben. Er staan nu duinpoelen droog die ik nog nooit droog heb zien staan.” (tekst gaat door onder de foto)

Noord-Holland is een bijzonder geval, maar daar zit ook een kans. Juist omdat het waterbeheer zo goed is geregeld is er sturing mogelijk. Er wordt ook aan oplossingen gewerkt. “Neem de Zanderij, in Castricum”, zegt Poort. “Daar is bollengrond natuur geworden. We kunnen daar water opvangen, voor als er in één keer veel regen valt, zoals in 2021 gebeurde.”
Ook in Oudorp is zo’n berging voor water. Daarnaast is er dus ook behoefte aan watervoorraden, als appeltje voor de dorst bij droogte. “En dat is dus niet hetzelfde”, benadrukt Schreijer. “Van een berging wil je dat ie leeg is, zodat je ‘m kunt gebruiken bij een calamiteit. Van een voorraad wil je dat ie vol is.”
Dat soort praktische zaken, die kennis waar het in het waterschap om draait, daar staat de ‘Wateratlas van Noord-Holland’ vol mee. Vrijdag 21 augustus is de atlas er dan echt. “We kunnen heel veel, maar er zit ook een grens aan”, besluit Poort. “Dat willen we uitleggen. Als dát mensen bereikt, dan is dit megaproject geslaagd.” (hoofdfoto: HHNK)
