Hulpdiensten hebben zaterdagmiddag iemand uit het water gehaald aan het Verdronkenoord in Alkmaar. Het slachtoffer was onderkoeld en is overgebracht naar het ziekenhuis.
Bij aankomst van de hulpdiensten bleek de lichaamstemperatuur te zijn gedaald tot ongeveer 32 graden. Ambulancepersoneel heeft het slachtoffer ter plaatse behandeld en opgewarmd.
Vanwege de onderkoeling is uit voorzorg besloten om het slachtoffer naar het ziekenhuis te vervoeren voor verdere controle. Hoe het slachtoffer in het water terecht is gekomen, is nog niet duidelijk. Mogelijk speelde alcoholgebruik een rol.
De stijgende brandstofprijzen zijn voor veel automobilisten merkbaar. Minder rijden, vaker de fiets pakken of thuiswerken zijn voor sommigen oplossingen, maar niet altijd haalbaar. Wie toch afhankelijk is van de auto, kan volgens rijschoolhouder Senna Warger uit Zuid-Scharwoude met een aangepaste rijstijl en kleine gewoontes flink besparen.
“Brandstof is voor ons een enorme kostenpost,” vertelt Warger. “Die stijging voel je direct. Tegelijk wil je die kosten niet volledig doorrekenen aan leerlingen.” Volgens hem valt er veel winst te halen in hoe mensen rijden. Die bewustwording begint al tijdens de eerste rijlessen. “Veel mensen rijden nog zoals ze dat jaren geleden geleerd hebben, terwijl de auto’s en inzichten zijn veranderd.”
Zo helpt het om met lagere toeren te rijden en op tijd door te schakelen. “Rond de 2.000 toeren kun je vaak al opschakelen. Dat scheelt echt in gebruik.” Ook vooruitkijken in het verkeer speelt een belangrijke rol. “Je ziet nog vaak dat mensen hard op een stoplicht afrijden en dan vol remmen. Dat is zonde.” Wie tijdig het gas loslaat bij een rood licht of rotonde, voorkomt onnodig remmen en optrekken. (tekst gaat door onder de foto)
Het is volgens Senna Warger beter voor je verbruik als de stoelverwaring en/of airco niet worden gebruikt. (foto: NH Nieuws)
Een gelijkmatige snelheid aanhouden helpt ook. “Als je steeds gas geeft en weer loslaat, verbruik je meer. Cruisecontrol kan daarbij helpen, en het kan ook boetes voorkomen,” zegt Warger. Daarnaast wijst hij op het gebruik van extra’s in de auto die veel extra brandstof vragen. “Airco en stoelverwarming kosten energie. Het lijkt weinig, maar alles bij elkaar telt het op. Elke euro is er één.”
Ook kleine gewoontes maken verschil. Zo is het slimmer om de auto achteruit in te parkeren wanneer de motor nog warm is. “Bij een koude start kost manoeuvreren meer brandstof.” Daarnaast is regelmatig de bandenspanning controleren belangrijk. “Dat wordt vaak vergeten, maar het heeft echt effect.”
Door de auto achteruit te parkeren worden onnodige manoeuvres vermeden, wat het verbruik ten goede komt. (foto: NH Nieuws)
Stilstaan met draaiende motor is volgens Warger helemaal onnodig. “Bij een brug of in een wachtrij: gewoon uitzetten. Je auto warmt bovendien sneller op tijdens het rijden dan wanneer je hem laat draaien.”
Verder helpt het om de auto zo licht mogelijk te houden en onnodige accessoires, zoals dakkoffers, te verwijderen. “Dat zorgt voor extra weerstand. Haal die eraf als je hem niet gebruikt.” Ook slim plannen helpt. “In de file sta je constant te remmen en op te trekken. Dat merk je direct aan je verbruik.” Volgens Warger zit de grootste winst niet in één truc. “Het zijn juist al die kleine dingen samen. Pas je rijstijl een beetje aan en je merkt het verschil vanzelf.”
De coalitievorming in Castricum is begonnen. Gido Oude Kotte, burgemeester van Aalsmeer en voormalig wethouder in Heerhugowaard, is aangesteld als informateur en is inmiddels gestart met gesprekken met de partijen in de gemeenteraad.
De aanstelling komt vanuit Lokaal Vitaal, dat bij de gemeenteraadsverkiezingen opnieuw de grootste partij werd. Met 5.024 stemmen en zeven zetels verstevigde de partij haar positie in de raad. Ondanks de winst heeft Lokaal Vitaal geen meerderheid. Voor een coalitie zijn minimaal 14 zetels nodig in de 27-koppige gemeenteraad, waardoor samenwerking met andere partijen noodzakelijk is.
GroenLinks-PvdA en de VVD volgen als grootste partijen daarachter, met ieder vier zetels. Ook D66 en Forza! Castricum, beide goed voor drie zetels, zullen een rol spelen in de onderhandelingen. (tekst gaat door onder de foto)
Lijsttrekker van Lokaal Vitaal, Roel Beems, heeft Gido Oude Kotte aangewezen als informateur. (foto: Gemeente Castricum)
De eerste gesprekken zijn inmiddels gevoerd. In deze verkennende fase draait het vooral om de vraag welke partijen elkaar kunnen vinden. Inhoudelijke keuzes worden nog niet gemaakt; eerst wordt gekeken waar de raakvlakken en verschillen liggen. Op basis daarvan komt de informateur – naar verwachting op korte termijn – met een advies over mogelijke coalities. Daarna volgt de volgende stap: de formatie, waarin partijen daadwerkelijk onderhandelen over de inhoud en de samenstelling van een nieuw college.
Als winnaar de gemeenteraadsverkiezingen uit komen, maar toch niet mee mogen doen in de coalitie. Voor Onafhankelijk Uitgeest lijkt dat de werkelijkheid te worden. De partij kwam met 3 zetels en 1.368 stemmen als grootste partij uit de verkiezingen.
Maar tijdens het duidingsdebat van afgelopen maandag werd duidelijk dat Progressief Uitgeest, D66 en CDA opnieuw met elkaar verder willen. Zonder Onafhankelijk Uitgeest. Met acht zetels hebben zij, net als vier jaar geleden, een meerderheid. De Uitgeester gemeenteraad kent vijftien zetels.
Volgens de drie partijen liggen de standpunten van Onafhankelijk Uitgeest te ver weg om samen te werken. Zij gaan daarom nu met elkaar in gesprek over een nieuw samenwerkingsakkoord. Een qua verhoudingen vergelijkbare situatie speelt ook in Alkmaar, waar ook niet uitgesloten kan worden dat de grootste partij buiten de coalitie blijft.
Bij Dannij van der Sluijs, lijsttrekker van Onafhankelijk Uitgeest, komt het hard aan. “Schandalig”, noemt hij het als Streekstad Centraal hem benadert voor een reactie. “We zijn gewoon de grootste en we worden uitgesloten.” Volgens Van der Sluijs was dat al snel duidelijk. “Op de verkiezingsavond werd het eigenlijk al gezegd, toen ze doorhadden dat ze samen een meerderheid hadden. Sommigen riepen toen al dat wij niet meegenomen zouden worden.” (tekst gaat door onder de foto)
De raadszaal van Uitgeest waar Van der Sluijs ondanks de verkiezingswinst in een oppositiezetel terecht komt. (foto: Streekstad Centraal)
Ook het duidingsdebat zelf noemt hij weinig zinvol. “Dat was één grote poppenkast. Het besluit leek al genomen voordat het gesprek überhaupt begon.” De lijsttrekker vindt dat de andere partijen voorbijgaan aan de verkiezingsuitslag. “De grootste partij hoort mee te kunnen beslissen over de coalitie. Dat kan nu niet. Ze hebben gewoon lak aan het democratische principe. We worden gewoon buitenspel gezet.”
Toch zegt hij dat zijn partij zich niet gewonnen geeft. “Ik zou niet weten wat we nu nog kunnen doen om in de coalitie te komen, maar al het werk is zeker niet voor niks geweest. We gaan er volle bak tegenaan en er alles aan doen om onze punten alsnog waar te maken.”
Eén van de onderwerpen waarop de partijen duidelijk van elkaar verschillen is de komst van een asielzoekerscentrum (AZC) op de rand van Uitgeest en Heemskerk. Van der Sluijs denkt dat dat een van de belangrijkste redenen is voor de verkiezingswinst.
“Daar zijn wij groot mee geworden. Maar er wordt niet geluisterd naar de inwoners. Dat klopt gewoon niet.” Hij roept inwoners op om zich te laten horen. “Kom massaal naar participatiemomenten en laat zien: we willen het niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Er zijn al meerdere protesten geweest tegen het AZC op de rand van Uitgeest en Heemskerk. (foto: Streekstad Centraal)
De lijsttrekker uit daarbij stevige zorgen. “Het COA heeft cijfers gepubliceerd over geweld, overvallen, bedreigingen en noem maar op. Maar de coalitie ziet het AZC juist als een aanwinst. Het gaat een keer fout, daar ben ik van overtuigd. En ik wil straks niet degene zijn die zegt: jullie hebben bloed aan jullie handen.” Daarmee speelt Van der Sluijs in op de angstgevoelens die rond de komst van het AZC hangen.
Ook de onzekerheid rond landelijke politiek speelt volgens hem mee. “Het is nog maar de vraag of de spreidingswet blijft. Straks blijft die wet toch niet in stand en zitten wij hier met de gebakken peren. En gebakken peren kunnen best lekker zijn, maar niet de peren waar ik het over heb.”
Slecht verlichte fietspaden, donkere stukken en plekken waar je niemand tegenkomt: op meerdere locaties in Castricum voelen vrouwen zich niet veilig. Dat blijkt uit meldingen die de gemeente de afgelopen maanden heeft verzameld.
Via een tijdelijk meldpunt kwamen in totaal elf meldingen binnen. Eén ding springt eruit: zodra het donker wordt, verandert de sfeer – en daarmee ook het gevoel van veiligheid.
De meldingen gaan over verschillende plekken in de gemeente. Vaak gaat het om fietspaden, parken of routes buiten de bebouwde kom. Plekken waar het licht ontbreekt, het zicht beperkt is of waar je simpelweg niemand tegenkomt. Zo worden onder meer de Oude Parklaan, het fietspad tussen Limmen en Uitgeest, het Gerbrandsven en de route langs de Zeeweg en Soomerwegh genoemd.
Op deze plekken geven vrouwen aan dat ze zich onveilig voelen, vooral wanneer het donker is. Niet omdat er iets concreets gebeurt, maar omdat het simpelweg niet prettig voelt. Wat in vrijwel alle meldingen terugkomt is het puntje verlichting. Die ontbreekt, is onvoldoende of werkt niet goed. Ook onoverzichtelijke plekken – bijvoorbeeld met veel groen, bochten of smalle paden – versterken het gevoel van onveiligheid. (tekst gaat door onder de foto)
Straatverlichting kan helpen om het veiligheidsgevoel te vergroten. (foto: Streekstad Centraal)
Opvallend is dat een deel van die plekken niet van de gemeente zelf is, maar van andere partijen. Bijvoorbeeld van de provincie, ProRail of een natuurbeheerder. De gemeente wil deze partijen daar opnieuw op aanspreken.
Het meldpunt liep van eind november tot begin maart en werd beheerd door Team Openbare Orde en Veiligheid. In die periode konden vrouwen laagdrempelig en anoniem doorgeven waar zij zich niet veilig voelen. De gemeente noemt de resultaten ‘waardevol’ en kijkt nu of het meldpunt een vervolg kan krijgen.
De aandacht voor dit onderwerp groeit. Niet alleen in Castricum, ook in Alkmaar, Dijk en Waard en plekken in heel Nederland voelen vrouwen zich vaker onveilig in de openbare ruimte, vooral ‘s avonds en op slecht verlichte of afgelegen plekken. De gemeente wil daarom niet alleen kijken naar betere verlichting, maar ook naar andere maatregelen. Zo wordt gesproken met horecaondernemers en wordt gekeken naar trainingen om mensen weerbaarder te maken.
De komende tijd worden de gemelde plekken opnieuw bekeken. Ook blijft het onderwerp op de agenda staan. Want één ding is duidelijk: voor veel vrouwen voelt de openbare ruimte nog niet overal even veilig.
Wie regelmatig door de Dorpsstraat in Castricum rijdt, fietst of loopt, gaat de komende tijd veranderingen merken. De gemeente begint in mei met werkzaamheden die het oversteken een stuk veiliger moeten maken.
De werkzaamheden aan de A9 zijn dus niet de enige uitdaging waar het verkeer in Castricum de komende tijd rekening moet houden. Ook in het dorp zelf gaat op meerdere plekken de schop in de grond.
Dat moet uiteindelijk leiden tot een veiliger dorpscentrum, waar voetgangers makkelijker heen en weer kunnen bewegen. Bij de Verlegde Overtoom, bioscoop Corso en de Pancratiuskerk komen verhoogde plateaus in de weg. Auto’s worden daardoor automatisch afgeremd, waardoor voetgangers en fietsers beter zichtbaar zijn en veiliger kunnen oversteken. (tekst gaat door onder de foto)
Eerder al kreeg het Kerkplein een facelift (foto: gemeente Castricum)
Ook op andere locaties wordt het straatbeeld aangepast. Op de Cieweg en bij het Bakkerspleintje verdwijnen de huidige stenen en die maken plaats voor witte betonmarkering. Die vormt een duidelijke, doorlopende lijn die aangeeft: hier haal je niet in.
Een opvallende wijziging is bij de Pancratiuskerk. Daar verdwijnt het stoplicht. In plaats daarvan kiest de gemeente voor fysieke oplossingen, zoals drempels en een verhoogd wegdeel. Het idee: minder regels, maar wel vanzelf rustiger verkeer. Verder worden bij huisnummers 24 en 136 verkeersdrempels aangelegd. Die moeten de snelheid omlaag brengen zonder dat omwonenden er te veel hinder van ondervinden.
De werkzaamheden duren ongeveer een maand. Sommige onderdelen worden in een paar dagen uitgevoerd, maar op andere plekken wordt langer gewerkt. Tijdens de uitvoering wordt de straat tijdelijk afgesloten en moeten weggebruikers rekening houden met omleidingen.
De aanpassingen zijn onderdeel van een grotere aanpak om de verkersveiligheid in het dorp te verbeteren. Zo blijft ook de spoorwegovergang op de Beverwijkerstraatweg een punt van aandacht. Wie benieuwd is naar de plannen of vragen heeft, kan op maandag 30 maart tussen 19.30 en 21.00 uur binnenlopen bij het gemeentehuis.
Glijbanen, klimrekken en schommels die hun beste tijd hebben gehad – die hebben ook écht hun tijd gehad. Ze maken plaats voor frisse, nieuwe speelplekken. De gemeente Castricum gaat dit jaar drie speeltuinen grondig vernieuwen: aan De Wieken, de Bogerdlaan en het Pijlkruid in Limmen.
De opknapbeurt is hard nodig. Op de drie locaties zijn veel toestellen verouderd en toe aan vervanging. Maar het blijft niet bij nieuwe speeltoestellen. De gemeente wil de speelplekken ook veiliger maken, beter toegankelijk voor iedereen én groener inrichten. Daarbij wordt ook gekeken naar praktische zaken zoals hitte op warme dagen en wateroverlast na flinke regenbuien.
Met het voorjaar ‘in de bol‘ komt ook de tijd van buitenspelen er weer aan. Buitenspelen is gezond, vindt ook de gemeente Castricum. En dus mag er wel wat extra aandacht naar de speeltuintjes in Limmen. (tekst gaat door onder de foto)
De speeltuin aan het Pijlkruid kan wel wat liefde gebruiken (foto: Google)
Hoe de speeltuinen er straks uit gaan zien, ligt nog niet vast. Eerst mogen bewoners hun ideeën en wensen delen. Omwonenden en buurtbewoners worden betrokken bij het ontwerp, zodat de speelplekken straks echt aansluiten bij wat er in de wijk leeft.
De vernieuwing maakt deel uit van het werkplan Speelruimten Castricum 2026. De gemeente wil er met dat werkplan voor zorgen dat kinderen ook in de toekomst fijne en veilige plekken houden om buiten te spelen. Goed nieuws: voor de plannen is geen extra geld nodig. De werkzaamheden worden betaald uit bestaande budgetten voor onderhoud en investeringen. (hoofdfoto: Pixabay / Congerdesign)
De beslissing is gevallen: vanaf juni verandert de nachtelijke vliegroute vanaf de Polderbaan van Schiphol. Waar vliegtuigen nu nog richting het oosten draaien, zullen ze straks vaker koers zetten naar het westen – met directe gevolgen voor Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo.
Voor de betrokken gemeenten komt het besluit niet uit de lucht vallen, maar wel als een teleurstelling. Zij probeerden het afgelopen jaar de maatregel tegen te houden, uit zorgen over extra geluidsoverlast en de impact op de gezondheid van inwoners. Zonder succes.
Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de aanpassing noodzakelijk om de veiligheid van het vliegverkeer te waarborgen. De huidige route, waarbij toestellen na het opstijgen een bocht maken, voldoet volgens Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) niet meer aan de eisen.
Nieuwe generaties vliegtuigen stijgen sneller en presteren anders dan oudere toestellen. Daardoor kan de onderlinge afstand tussen vliegtuigen in de nacht kleiner worden dan gewenst. Dat levert een structureel risico op, dat volgens het ministerie alleen kan worden opgelost door de route aan te passen. (tekst gaat door onder de foto)
De overvliegende vliegtuigen zijn een doorn in het oog voor veel inwoners van de BUCH-gemeenten. (foto: NH Nieuws)
Alternatieven, zoals het aanpassen van snelheden of het vergroten van tussenpozen tussen de starts, zijn onderzocht maar bleken onvoldoende effectief. De koerswijziging betekent dat een deel van het nachtelijk vliegverkeer verschuift richting de kust. Voor gemeenten in de BUCH-regio en Heemskerk betekent dat concreet: meer vliegtuigen boven hun grondgebied in de nachtelijke uren.
Volgens de gemeenten komt de maatregel bovenop een probleem dat allang speelt. Inwoners in de regio hebben al jaren te maken met nachtelijke vlieghinder, en die druk neemt nu verder toe. Zo trok een petitie tegen vliegtuiglawaai in Limmen onlangs al veel aandacht onder bewoners.
Bestuurders spreken over zorgen over slaapverstoring en gezondheidseffecten. Dat juist deze regio opnieuw extra vluchten krijgt toebedeeld, wordt niet begrepen. In Heiloo klinkt al langer kritiek op de rol van Schiphol en de impact daarvan op de leefomgeving.
Ook de manier waarop het besluit tot stand is gekomen wringt. Gemeenten voelen zich wel aangehoord, maar niet serieus genomen. Er is gesproken, maar uiteindelijk veranderde er niets. Eerder werden ook duizenden handtekeningen aangeboden aan de gemeente Castricum om aandacht te vragen voor de groeiende overlast. Maar dat maakte achteraf niks uit. De uitkomst leek al vast te staan. (tekst gaat door onder de foto)
Vorige maand overhandigde het Bewoners Collectief Limmen een petitie tegen de groeiende vliegtuighinder boven het dorp. (foto: aangeleverd)
Het ministerie erkent dat het proces beter had gekund en wil het traject evalueren. Daarbij wordt gekeken hoe bewoners en lokale overheden in de toekomst eerder en beter kunnen worden betrokken. Voor de huidige situatie verandert dat alleen niets.
De nieuwe route geldt voorlopig voor de komende jaren. Pas na verloop van tijd wordt gekeken wat de daadwerkelijke gevolgen zijn voor geluid en leefomgeving. Die evaluatie hangt samen met een nieuw luchtverkeerssysteem, dat naar verwachting rond 2028 wordt ingevoerd.
Op de lange termijn ligt er nog een eventuele oplossing. Een alternatieve route – die minder druk legt op de kustregio – wordt opnieuw onderzocht zodra de nieuwe systemen in gebruik zijn. Of dat daadwerkelijk leidt tot verandering, is onzeker.
Tot die tijd staan de gemeenten grotendeels buitenspel. De regie ligt bij het Rijk, en de ruimte om in te grijpen is beperkt. Bewoners pleiten daarom al langer voor een gezamenlijke aanpak met andere kustgemeenten om de druk op Den Haag op te voeren. De bestuurders kunnen nu weinig anders doen dan de vinger aan de pols houden, overlast blijven melden en druk uitoefenen waar dat nog kan. (Hoofdfoto: Dragoș Grigore)
Twee bekende krachten achter Scouting Limmen zijn zondag in het zonnetje gezet. Tijdens een bijeenkomst bij De Heeren van Limmen kregen Marc Noordermeer en Trudie Hoogeboom-Bakker een Koninklijke onderscheiding uit handen van burgemeester Ben Tap.
Beiden mogen zich vanaf nu Lid in de Orde van Oranje-Nassau noemen. Een erkenning voor hun jarenlange inzet – vaak op de achtergrond, maar van onmisbare waarde voor de vereniging.
Voor Marc Noordermeer begon het allemaal eind jaren tachtig. Wat startte met het begeleiden van jeugdleden groeide uit tot een rol die veel verder reikte. Hij organiseerde kampen, hielp waar nodig en stond altijd klaar voor klusjes rondom het clubgebouw. In 1997 werd hij voorzitter van de scouting, een rol die hij jarenlang vervulde en waarin hij de vereniging verder liet groeien. Binnen de scouting wordt hij gezien als iemand die mensen bij elkaar brengt en verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat. Ook na zijn voorzitterschap bleef hij actief betrokken.
Waar Noordermeer vaak zichtbaar was in verschillende rollen, ligt de kracht van Trudie Hoogeboom-Bakker juist in alles wat niet direct opvalt. Al sinds de jaren tachtig is zij een vaste waarde binnen Scouting Limmen. Tijdens kampen zorgt zij ervoor dat alles rondom eten en verzorging tot in de puntjes geregeld is. Daarnaast begeleidde ze jarenlang de jongste leden en creëerde ze een vertrouwde omgeving voor nieuwe generaties scouts.
Ook organisatorisch speelt ze een belangrijke rol. Ze zit al decennialang in het bestuur en regelt al meer dan twintig jaar de verhuur van de blokhut – een belangrijke inkomstenbron voor de vereniging. Daarnaast steekt ze de handen uit de mouwen bij onderhoudswerkzaamheden.
Met de onderscheidingen krijgen de twee vrijwilligers erkenning voor hun inzet die zich uitstrekt over tientallen jaren. Hun betrokkenheid heeft niet alleen Scouting Limmen gevormd, maar ook generaties jongeren in het dorp. (foto: Robin Piening)
De Hortus Bulborum in Limmen is weer open voor publiek en dat gaat gepaard met de eerste tekenen van de lente. De eerste bloembollen in de historische tuin staan inmiddels in bloei en geven bezoekers direct een voorproefje van wat de komende weken te verwachten is.
Hyacinten en krokussen kleuren de paden, terwijl ook de eerste tulpen zich laten zien. Daarmee komt het kenmerkende beeld van de Hortus langzaam tot leven. Dit seizoen ligt de nadruk niet alleen op de bloemen zelf, maar ook op de geschiedenis erachter.
“We willen de bezoekers niet alleen laten kijken, maar ze ook het verhaal van de Hortus en de tulp vertellen”, legt vrijwilliger Thea Stet aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, uit. Daarvoor zijn nieuwe informatieborden geplaatst en is er een vernieuwde plattegrond gemaakt. “De tuin gaat hierdoor langzaam maar zeker meer op een museum lijken.” (tekst gaat door onder de foto)
De nieuwe informatieborden en een vernieuwde plattegrond geven de bezoekers net de beetje extra informatie. (foto: NH Nieuws)
Verspreid over de tuin staan duizenden verschillende tulpen, variërend van bekend tot uiterst zeldzaam. Sommige soorten kunnen bezoekers niet alleen bewonderen, maar ook kopen of adopteren. Daarnaast worden de bollen gebruikt voor het behoud van genetisch materiaal.
Een bijzondere soort is de ‘Duc van Tol’, een van de oudste tulpen in Nederland. Deze soort wordt nog altijd gebruikt vanwege zijn sterke genetische eigenschappen, waardoor hij van waarde is voor het ontwikkelen van nieuwe varianten. (tekst gaat door onder de foto)
De Duc van Tol is de oudste, maar ook meteen de bijzonderste tulp bij Hortus Bulborum in Limmen. (foto: NH Nieuws)
Voor Stet is Hortus meer dan alleen een tuin. Het is verbonden met haar eigen verleden. “Mensen denken vaak: ‘O, daar begint ze weer over de Hortus’, maar het is gewoon zo’n leuk verhaal om te vertellen”, zegt ze met een glimlach. Ze groeide op in Limmen, waar de bollenteelt ooit een belangrijke rol speelde.
“Het was een bollendorp, hè. Hier waren maar liefst zes bedrijven in de omgeving, maar nu is er niet één meer.” Juist daarom zet ze zich als vrijwilliger in om die geschiedenis levend te houden. “Hier liep ik als kind met mijn vader. Als ik dit zo zie, vieren de nostalgische gevoelens hoogtij.” (tekst gaat door onder de foto)
Thea Stet is trotse vrijwilliger en heeft een speciale band met Hortus Bulborum. (foto: NH Nieuws)
Volgens Stet vraagt het kweken van tulpen meer aandacht dan vaak wordt gedacht. “Mensen denken weleens: ‘Je stopt die bollen in de grond en dan zien we wel weer’. Maar zo werkt het niet.” Een goede waterafvoer is daarbij essentieel, legt ze uit. “Het probleem is dat de bol dan moeilijk de grond in gaat. Maar hij wordt ook lui. Dan stimuleert hij die wortelgroei niet, want hij denkt ‘Ik heb toch genoeg water’.”
Ook wijst ze op de bijzondere eigenschappen van de tulp. “Je moet nagaan dat een tulpenbol vele malen meer DNA heeft dan een mens.” Wie een bol opensnijdt, ziet volgens haar hoe bijzonder dat is: “Dan zie je in de kern een mini-tulpje zitten. Ik noem het soms het foetusje van de tulp. Alles zit eraan: de stamper, het stuifmeel, de blaadjes. Het is net een mens.”