Een wielrenner is zaterdagmiddag gewond geraakt bij een verkeersongeval op de Geesterweg in Akersloot. Het incident gebeurde ter hoogte van de kruising met de Sluisweg.
Na de melding werden meerdere hulpdiensten met spoed naar de locatie gestuurd. Ter plaatse bleek een wielrenner in botsing te zijn gekomen met een auto. Door de impact van de aanrijding is de fietser gelanceerd en kwam hij op het wegdek terecht.
Ambulancepersoneel heeft het slachtoffer ter plaatse medische zorg verleend. Vervolgens is de wielrenner voor nader onderzoek en behandeling overgebracht naar het ziekenhuis. Over de aard en ernst van de verwondingen is niks bekend.
Ook de politie was aanwezig om het ongeval af te handelen. Agenten hebben de situatie vastgelegd en ondersteunden bij de verdere afwikkeling van het incident.
De fiets van het slachtoffer is meegenomen naar het politiebureau in Castricum. Hoe het ongeval heeft kunnen gebeuren is nog niet bekend.
Tussen de honderden wandelaars die deze week deelnemen aan De 4 van Alkmaar loopt ook de 16-jarige Timo mee. Daarmee is hij de jongste deelnemer van het evenement. Vrijdagochtend staat hij samen met zijn oma Lia aan de start van de derde wandeldag. Allebei in korte broek, ondanks het frisse weer. “Dat is helemaal niet koud”, zegt oma Lia lachend. “Het loopt gewoon veel lekkerder.”
Met zijn zestien jaar is Timo een opvallende verschijning tussen de veelal oudere wandelaars. Zelf kijkt hij daar heel anders naar. “Het is gewoon heel leuk. Ik loop lekker mee, soms kletsen we even met mensen, maar dat is het wel. Ik loop gezellig met mijn oma.”
Juist dat laatste maakt deze editie bijzonder. Normaal gesproken trekt hij samen met zijn vader de wandelschoenen aan. Zo liep hij ook al drie keer de Nijmeegse Vierdaagse. Dit keer zijn het Timo en oma Lia die samen de kilometers maken. “Ik wandel altijd al een beetje, vaak met mijn vader. Daarom vind ik het heel leuk dat ik nu met mijn oma kan lopen. Dat doe ik meestal nooit.”
Dat de route door zijn eigen vertrouwde stad loopt, maakt het voor hem alleen maar leuker. “Dat is gewoon erg leuk. Het is een hele leuke omgeving. En je herkent allemaal plekken waar je normaal niet zo snel lopend langskomt.” (tekst gaat door onder de foto)
Tussen alle ‘oudere’ lopers die de 25 kilometer lopen, loopt ook de 16-jarige Timo samen met zijn oma. “Oefenen voor de Nijmeegse Vierdaagse.” (foto: Streekstad Centraal)
Voor Timo zijn de kilometers in Alkmaar bovendien een mooie voorbereiding op de Nijmeegse Vierdaagse later deze zomer. Daarom koos hij voor de 25 kilometer. “Dat is wel te doen. Ik heb Nijmegen al drie keer eerder gelopen, dus deze afstand is wel te doen nu. Het is gewoon altijd wel moeilijk, dus dat blijft het ook wel een beetje. Maar het is wel ontzettend leuk.”
Veel trainingsuren gingen er niet aan vooraf. “We hebben niet heel veel geoefend, dus deze vier dagen zijn wel goed voor de voorbereiding op de Vierdaagse van Nijmegen.”
Over één ding maakt de jongste deelnemer zich in ieder geval weinig zorgen. “Ik heb nog nooit last gehad van blaren, dus ik heb geluk. Ik loop gewoon en dan komt het weer goed.” Voor mensen die twijfelen om zelf eens mee te doen, of zelf willen beginnen met wandelen, heeft hij een simpel advies: “Het is gewoon gaan. En het is erg belangrijk dat je genoeg eten meeneemt want je wil natuurlijk geen hongerklop krijgen. En verder genoeg drinken. Dorst krijgen wil je ook niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Timo is de jongste deelnemer aan de achttiende editie van De 4 van Alkmaar. Hij loopt alle vier de dagen gezellig met zijn oma. (foto: Streekstad Centraal)
Alsof de wandelweek nog niet bijzonder genoeg was, ging donderdag tijdens de route Timo zijn telefoon. “Ik kreeg gisteren het belletje met de mededeling dat ik geslaagd ben. Daar ben ik natuurlijk ontzettend blij mee.” Om het telefoontje goed te kunnen verstaan, stapte hij even uit de groep. “We zijn wel even uit de groep gegaan en ik ben in de auto gaan zitten om toch even rust te hebben. Anders versta ik het ook niet natuurlijk.”
Het goede nieuws zorgde voor een extra feestelijk tintje aan de wandelweek, al merkte Timo wel een ontlading. “Dat goede nieuws maakt de dag net even wat leuker. Maar je bent aan het einde van de dag wel heel moe. Al die spanningen en indrukken merk je wel.”
De 4 van Alkmaar is voor Timo overigens niet helemaal nieuw. Eerder liep hij al eens een deel van het evenement mee, maar toen gooide school roet in het eten. “Toen moest ik nog naar school. Nu kwam het met mijn examenjaar juist mooi uit en kon ik alle dagen gezellig samen met oma meelopen.” (tekst gaat door onder de foto)
Op de derde dag van De 4 van Alkmaar zijn de voeten van veel wandelaars toch wel gevoelig. Timo heeft daar geen last van. “Gewoon blijven lopen.” (foto: Streekstad Centraal)
Alleen lopen? Dat ziet hij voorlopig nog niet gebeuren. “Met familie is het gewoon veel leuker. In mijn eentje lopen lijkt me niks. Misschien als ik ouder ben dat ik dan wel alleen ga lopen, maar nu niet nee. En heel eerlijk denk ik dat ik het in de toekomst ook niet doe.”
Met nog twee dagen te gaan kijkt Timo vooral vooruit. Een regenjas heeft hij niet meegenomen, maar daar lijkt hij zich weinig zorgen over te maken. “We zien het allemaal wel. Gewoon blijven lopen.”
En over het vervolg van zijn eerste volledige editie van De 4 van Alkmaar is hij duidelijk: “Ik heb er zin in. Het gaat me lukken.”
Met hier en daar een blaar of vermoeide benen hebben de deelnemers vrijdag de derde dag van De 4 van Alkmaar afgelegd. Tijdens de route Het Hart van Zuid wandelden zij door het groen van de Alkmaarderhout en het Heilooërbos, langs kerken, kloosters en andere bijzondere plekken in de regio.
“Derde dag, dan voel je het wel”, vertelt een deelnemer tijdens een korte rustpauze. Een andere wandelaar heeft last van een blaar, maar laat zich daardoor niet tegenhouden. “De blaren zijn voor even en de medailles voor het leven.”
De route voerde de wandelaars vanuit de Grote Kerk via de Sint-Josephkerk naar de Alkmaarderhout en het Heilooërbos. Onderweg kwamen zij langs verschillende historische en religieuze locaties, waaronder de Ter Coulsterkerk, Landgoed Willibrordus en bedevaartsoord Onze Lieve Vrouwe ter Nood in Heiloo. De langste afstanden liepen daarnaast langs de Slotkapel bij de ruïne van het kasteel en de Abdij van Egmond. De finish lag net als donderdag op het Canadaplein. (tekst gaat door onder de foto)
Langs de route werden de wandelaars blij gemaakt met wat lekkers en aanmoedigende woorden. (foto: Streekstad Centraal)
Bij Onze Lieve Vrouwe ter Nood namen sommige deelnemers even de tijd voor een bijzonder moment. “Ik heb nog wat water meegenomen uit dat putje van Heiloo”, vertelt een wandelaar. “We hebben een kaarsje opgestoken, een gebedje gedaan en water getapt. Dan kunnen we er weer lekker tegenaan.”
Naast sportieve prestaties wordt er tijdens De 4 van Alkmaar ook gewandeld voor het goede doel. Zo lopen deelnemers mee voor onder meer KWF Kankerbestrijding. Eén van hen is José, die zelf kanker heeft. “Dankzij het KWF ontdekken ze steeds meer, waardoor ik hier nog kan lopen. Een jaar geleden wist ik niet of dat nog zou kunnen.”
Met haar deelname haalde José inmiddels bijna 3.000 euro op voor het goede doel. “Het voornaamste is gewoon dat ik hier loop. Daar ben ik heel blij om.”
Zaterdag staat de laatste dag van De 4 van Alkmaar op het programma.
Waar sommige deelnemers inmiddels niet meer op de vingers van twee handen kunnen tellen hoe vaak ze hebben meegedaan, stonden Angelique Lemaire en Jos Pekel dit jaar voor het eerst aan de start van De 4 van Alkmaar. Allebei begonnen ze aan een nieuw avontuur, ieder met hun eigen uitdaging én hun eigen wandelmaatje.
Voor Angelique was de eerste wandeldag direct een pittige beproeving. Samen met haar hond Coco liep ze de afstand van tien kilometer. “Het was zwaarder dan ik dacht”, vertelt ze aan de start van dag twee. “Tien kilometer loop ik normaal gesproken ook wel met mijn hondje, maar dan verdeeld over de hele dag. Nu doe je het achter elkaar en dat vond ik best zwaar.”
Dat ze de tocht uitliep, maakt haar extra trots. Twee jaar geleden kreeg Angelique een nieuwe heup. “Dat maakte het ook wel een uitdaging, maar ik vond het ontzettend leuk.” Naast Angelique liep haar trouwe viervoeter Coco mee. De hond van ruim anderhalf jaar oud leek zich prima te vermaken tijdens haar eerste officiële wandeltocht.
“Ze vond het volgens mij ook wel leuk. Ze liep af en toe wat te snuffelen, maar ze heeft het gered.” Toch eiste de wandeling ook bij Coco zijn tol. “Ze heeft de hele middag en avond liggen slapen, dus ze was wel lekker moe.” (tekst gaat door onder de foto)
Ook op de tweede dag van De 4 van Alkmaar startten de deelnemers bij de Grote Kerk. (foto: Streekstad Centraal)
Na de eerste wandeldag heeft Angelique al geleerd wat ze de komende dagen anders gaat doen. “Wat ik vandaag ga toepassen is om iets langere rustpauzes te nemen. Gisteren heb ik dat eigenlijk helemaal niet gedaan. Maar het is toch wel verstandig om af en toe even tien minuten of een kwartiertje te gaan zitten.”
Volgens haar is dat juist het fijne aan het evenement. “Je kunt aankomen wanneer je wilt, dus dat maakt ook niet zoveel uit.” Qua voorbereiding zat het wel goed. Veel bagage had ze niet mee. “Gewoon een flesje water en een energiereep. Maar die reep heb ik gisteren niet eens nodig gehad.”
Ondanks de vermoeidheid kijkt ze alweer uit naar de volgende kilometers. “Ik vond het echt heel leuk. Het is echt een aanrader, maar je moet wel goed kunnen lopen.” Dat ontdekte ze al snel. “Die tien kilometer is echt verder dan je denkt. En toen ik hier weer aankwam, moest ik ook nog naar huis lopen. Ik woon gewoon in Alkmaar, maar daar had ik eigenlijk helemaal geen zin meer in”, lacht ze. (tekst gaat door onder de foto)
Jos (l) en zijn maat Cor (r) lopen voor de eerste keer mee met De 4 van Alkmaar, en het bevalt ze heel goed. (foto: Streekstad Centraal)
Ook voor Jos Pekel is het zijn eerste deelname aan De 4 van Alkmaar. Hij loopt de tocht met een geleidestok. Zijn zicht is inmiddels minder dan achttien procent. “Mijn gezichtsveld is ook vrij smal”, legt hij uit. “Ik kijk eigenlijk een beetje in een koker.”
Gelukkig hoeft hij de route niet alleen af te leggen. Wandelmaatje Cor loopt de hele tocht naast hem. “Ik heb natuurlijk mijn maat bij me, dus dat is hartstikke handig. Als we een stoepje tegenkomen of iets anders waar ik op moet letten, dan zegt hij dat even.” De twee mannen lopen de tien kilometer en dat bevalt uitstekend. “Het is prima te doen. We doen niet de grote afstand, dus het is allemaal wat rustiger.”
Het idee om mee te doen ontstond eerder dit jaar in Oostenrijk. Jarenlang gingen Jos en Cor samen naar de Weissensee om te schaatsen, maar dat veranderde de afgelopen tijd. “Door mijn zicht en omdat ik ook een nieuwe heup heb gekregen, durfde ik niet meer te schaatsen”, vertelt Jos. “In plaats daarvan zijn we veel gaan wandelen.” Toen hij De 4 van Alkmaar voorbij zag komen, was de beslissing snel genomen. “Ik heb Cor gebeld en gevraagd of hij mee wilde doen.” (tekst gaat door onder de foto)
Het wandelen in Oostenrijk beviel Jos en Cor zo goed dat ze besloten mee te doen aan De 4 van Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Aan voorbereiding geen gebrek. De mannen trokken er wekenlang op uit om te trainen. “We hebben één keer per week in de duinen gelopen”, vertelt Jos. Cor vult lachend aan: “En we hebben natuurlijk ook de terrasjes geoefend.” “Dat was misschien nog wel het belangrijkste onderdeel van de training”, grappen de mannen.
Voorlopig verloopt alles volgens plan. Van blaren of zere voeten is nog geen sprake. “Ik heb nog nieuwe schoenen gekocht en die hebben we goed ingelopen. We hebben gelukkig nergens last van. Maar ja, het is pas dag twee.”
Wat hen het meest aanspreekt aan de wandeltocht? Daar hoeven ze niet lang over na te denken. “Het is lekker op je eigen tempo, iedereen is gezellig en het weer zit mee. Het bevalt ons zeker.” Of ze volgend jaar terugkomen weten ze nog niet precies. Al wordt er voorzichtig vooruitgekeken. “Misschien de vijftien kilometer”, zegt Jos.
Als direct daarna de vraag wordt gesteld of Streekstad Centraal volgend jaar opnieuw een stukje mee mag lopen, volgt er snel een lachende aanvulling: “Het is maar een grapje hè!” Eerst deze achttiende editie maar eens uitlopen.
Met duizenden enthousiaste deelnemers is woensdag de eerste editie van De 4 van Alkmaar van start gegaan. Vier dagen lang trekken wandelaars door Alkmaar en de omliggende regio via routes richting onder meer Bergen, Heiloo, Heerhugowaard en Broek op Langedijk.
De wandelaars vertrekken iedere dag vanuit de Grote Kerk in Alkmaar. Zij kunnen kiezen uit afstanden van 10, 15, 20, 25 of 40 kilometer. In totaal doen ongeveer tweeduizend mensen mee aan de volledige vierdaagse. Op de slotdag zaterdag groeit dat aantal naar zo’n 4.500 deelnemers dankzij de extra eendaagse wandeltocht.
De editie van dit jaar is bijzonder, omdat het evenement voor het eerst de naam De 4 van Alkmaar draagt. De afgelopen zeventien edities stond het evenement bekend als de Wandel4daagse Alkmaar. (tekst gaat door onder de foto)
De deelnemers van De 4 van Alkmaar startten woensdagochtend vol goede moed aan de eerste wandeltocht. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is de eerste editie met deze naam”, vertelt organisator Jeroen Wouda van Le Champion tegen Streekstad Centraal. “Na zeventien edities vonden we het tijd om er iets nieuws aan toe te voegen. Daarom hebben we ook de eendaagse wandeling geïntroduceerd. We hopen daarmee nieuwe energie te creëren en de komende jaren verder te kunnen groeien.”
De eerste wandeldag stond in het teken van Bergen en de duinstreek. Donderdag lopen de deelnemers vanuit de binnenstad richting het oosten. Vrijdag gaat de route naar het zuiden, door de Alkmaarderhout en het Heilooërbos. De langste afstanden voeren daarnaast langs bijzondere locaties zoals Egmond aan den Hoef en de Abdij van Egmond. Op de slotdag trekken de wandelaars noordwaarts langs het Noordhollandsch Kanaal, het Geestmerambacht en Broek op Langedijk. (tekst gaat door onder de foto)
Het weer zat de eerste dag heel erg mee. “Het is prima wandelweer dus ik heb er heel veel zin in.” (foto: Streekstad Centraal)
Voor de start was het enthousiasme onder de deelnemers duidelijk zichtbaar. Velen kijken al lange tijd uit naar de vier wandeldagen. “Je hebt het of je hebt het niet”, lacht een deelnemer. “Sommige mensen houden van fietsen, daar hou ik niet van.”
Ook anderen hebben er veel vertrouwen in. “Het is prima wandelweer, dus ik heb er heel veel zin in”, vertelt een wandelaar. Een andere deelnemer noemt het vooral “gezellig” en kijkt uit naar “een leuke eerste dag”.
Niet iedereen heeft al ervaring met het evenement. “Het is de eerste keer, dus ik ben wel een beetje zenuwachtig, maar ik heb er zeker zin in”, zegt een debutant. Een andere deelnemer vat haar wandelstrategie kort samen: “Lekker rustig lopen, blik op oneindig en doorlopen.”
Samen met zijn vader loopt Richard Brink woensdagochtend het Canadaplein op. Met een blauw-oranje rugzak op zijn rug en een rood petje op zijn hoofd is hij een vertrouwde verschijning tijdens De 4 van Alkmaar. Niet zo gek ook, want de 44-jarige Alkmaarder is dé jongste deelnemer die aan alle achttien edities heeft meegedaan.
“Ik kwam er vandaag achter dat ik met mijn 44 jaar de jongste ben die alle achttien edities heeft gelopen. Erg leuk”, vertelt Richard als Streekstad Centraal hem voor de start van de eerste dag spreekt. “Ik ben geboren en getogen Alkmaarder, dus dan hoort dit er natuurlijk gewoon bij.”
Dat wandelen bij Richard hoort, is eigenlijk niet zo gek. Hij kreeg het van huis uit mee. Zijn vader Sjaak liep jarenlang de Nijmeegse Vierdaagse en Richard ging als baby al mee naar Nijmegen. “Je kan wel zeggen dat het er met de paplepel is ingegoten. Het is echt een familiedingetje geworden”, zegt Richard. “Mijn moeder heeft de Nijmeegse Vierdaagse ook gelopen en ik heb hem zelf vier keer gedaan.”
Richard was ongeveer twaalf jaar oud toen hij zelf voor het eerst aan de start van een wandelevenement verscheen. Via andere wandeltochten kwamen vader en zoon uiteindelijk bij de Alkmaarse Vierdaagse terecht. “We zijn eerst de Airborne Wandeltocht in Arnhem gaan lopen en vanuit daar zijn we ook hier terechtgekomen.” (tekst gaat door onder de foto)
Richard Brink draagt het petje dat hij tijdens de eerste editie van de Wandel4Daagse Alkmaar kreeg, nog altijd met veel trots. (foto: Streekstad Centraal)
Aan zijn eerste deelname in Alkmaar bewaart Richard een bijzondere herinnering. Tijdens die allereerste editie kreeg hij een petje uitgereikt. Die draagt hij nog altijd. “Ik heb hem vandaag natuurlijk weer op. Die pet hoort er gewoon bij en gaat overal mee naartoe tijdens mijn wandelingen. Ik ben er ook erg trots op, want tegenwoordig krijg je deze niet meer.”
Hoewel het evenement tegenwoordig verdergaat als De 4 van Alkmaar, blijft Richard trouw aan de oude naam. “Ik noem het nog gewoon de Vierdaagse van Alkmaar. Leuk hoor, die nieuwe naam, maar ik ben lekker ouderwets.”
Ook na achttien edities is het voor Richard het voornemen om niet alleen te lopen. Juist het samen wandelen maakt het voor hem bijzonder. Tijdens de tocht loopt hij vrijwel altijd samen met zijn vader. “Het is echt een soort dingetje wat je met z’n tweeën hebt”, vertelt Richard. “Een vader-zoon-dingetje. Dat is hartstikke leuk natuurlijk.” (tekst gaat door onder de foto)
Richard en zijn vader Sjaak, met het rode en gele petje, starten vol goede moed aan de eerste dag van De 4 van Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Vroeger liep ook zijn moeder regelmatig mee. “Dan deden we samen een kortere afstand”, zegt Richard. Tegenwoordig kiezen vader en zoon voor de langere afstanden. “Nu is twintig kilometer wel de kortste afstand die we doen”, vult Sjaak lachend aan. “Voor minder doen we het niet.”
Na tientallen wandeltochten weten de twee precies hoe ze zich moeten voorbereiden. Richard kent inmiddels alle plekken waar blaren kunnen ontstaan en besteedt daar extra aandacht aan. Goede wandelschoenen doen de rest. Maar veel ingewikkelder maken ze het niet.
Want uiteindelijk draait het niet om prestaties of records. “De sfeer, de mooie plekken waar je komt en zeker met dit mooie weer maken het wandelen gewoon ontzettend leuk”, zegt Richard. “Gewoon gezelligheid.”
Dat geldt volgens vader en zoon ook voor Alkmaar. “Nijmegen is natuurlijk veel groter en uitgebreider, maar dit is ook gewoon heel gezellig. Je komt hier op bekende plekken en dat is ook mooi om te zien.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol spanning stonden de deelnemers van De 4 van Alkmaar woensdagochtend in de Grote Kerk te wachten tot ze van start mochten. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Richard is De 4 van Alkmaar dit jaar overigens geen voorbereiding op de Nijmeegse Vierdaagse. “Helaas niet. Ik ben verplicht om daar de vijftig kilometer te lopen en ik krijg tot op heden niemand zover om met mij mee te willen lopen.”
Alleen lopen vindt Richard maar niks. Dat merkte hij tijdens zijn laatste deelname aan de Nijmeegse Vierdaagse. “Toen liep ik met mijn broertje, maar die viel na de eerste dag uit. Uiteindelijk heb ik hem alleen uitgelopen. Je spreekt wel mensen onderweg, maar het was toch best een psychisch dingetje.”
In Alkmaar hoeven vader en zoon daar niet over na te denken. Deze editie lopen ze samen de twintig kilometer. Een specifiek doel hebben ze niet. “Wij lopen gewoon voor de gezelligheid”, zegt Richard. “We hebben al zoveel wandelevenementen gedaan. Wij lopen gewoon voor de lol, en elke keer is het weer leuk. Maakt niet uit hoe vaak we meedoen.”
Of ze volgend jaar weer aan de start staan? Het antwoord komt meteen: “Zeker weten!”
De straten van Alkmaar stonden dit weekend weer in het teken van het verleden. Tijdens Kaeskoppenstad veranderde de historische binnenstad in een levendig decor vol marktlieden, ambachtslieden, zieken, bedelaars en andere figuren uit vervlogen tijden. Het evenement wist opnieuw veel bezoekers te trekken, maar achter de schermen maakt de organisatie zich zorgen over de financiële toekomst.
De stichting achter het openluchtspektakel kreeg dit jaar te maken met een aanzienlijk tekort op de begroting. Volgens de organisatie liep het tekort op tot ongeveer 20.000 euro. Hogere kosten voor de organisatie van evenementen en tegenvallende inkomsten door slecht weer tijdens de vorige editie speelden daarbij een belangrijke rol.
Om het evenement overeind te houden werd begin mei een inzamelingsactie gestart. Die actie lijkt effect te hebben gehad. “Gelukkig kan ik melden dat dankzij een inzamelingsactie die op 1 mei is gestart, we het waarschijnlijk gaan redden”, zegt voorzitter Daniëlle Koelemij van Stichting Kaeskoppenstad tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Wel benadrukt zij dat de kaartverkoop tijdens het evenement zelf nog steeds van groot belang is. (tekst gaat door onder de foto)
Bezoekers van Kaeskoppenstad dompelden zich dit weekend weer onder in hoe het vroeger was. (foto: NH Nieuws)
Naast financiële steun van bezoekers ontving de organisatie hulp uit verschillende hoeken. Nieuwe sponsoren sloten zich aan, donateurs droegen bij en leveranciers waren bereid om tegemoet te komen in de kosten. Volgens Koelemij heeft dat geholpen om het evenement voor de komende periode veilig te stellen. “Alkmaar kan ook niet zonder.”
Van de financiële problemen was tijdens het evenement weinig te merken. In de binnenstad brachten honderden figuranten het Alkmaar van vroeger tot leven, met de nodige originele vindingen om hen heen.
Bezoekers waarderen vooral de historische beleving. “Je laat je kleinkinderen toch dingen zien die ik ze wel kan vertellen, maar ze voelen het nu”, vertelt een bezoekster. Een andere bezoeker zegt: “De sfeer is gewoon echt van vroeger.” (tekst gaat door onder de foto)
Marktlieden, ambachtslieden, zieken, bedelaars en andere figuren zorgden voor de sfeer van vroeger in de Alkmaarse binnenstad. (foto: NH Nieuws)
Ondanks het positieve bezoekersaantal ontkwam de organisatie niet aan bezuinigingen. Op meerdere onderdelen werd bespaard om de kosten binnen de perken te houden. Al merkt het publiek daar volgens de stichting nauwelijks iets van.
Eén conclusie lijkt na dit weekend alvast getrokken: Kaeskoppenstad is als het aan de organisatie ligt nog lang niet uit het Alkmaarse straatbeeld verdwenen. De organisatie heeft er vertrouwen in dat bezoekers ook volgend jaar weer kunnen terugreizen naar het Alkmaar van vroeger.
In een achtertuin aan de Julianaweg in Egmond aan den Hoef is zaterdag een bakfiets in de brand gevlogen. De brand ontstond vermoedelijk in de accu van de fiets, die op dat moment aan het opladen was.
Na de melding werd de brandweer opgeroepen en ging een voertuig uit Egmond aan Zee naar het incident. Bij aankomst troffen de brandweerlieden een brandende bakfiets aan in de achtertuin van een woning.
De brand is ontstaan in de accu van de bakfiets. Hoe dat precies heeft kunnen gebeuren, is nog niet bekend. Nadat de accu vlam had gevat, verspreidde het vuur zich snel naar de rest van de fiets.
De brandweer ging snel aan de slag om de brand te blussen en verdere schade te voorkomen. Ondanks de snelle inzet kon niet worden voorkomen dat de bakfiets volledig verloren ging. Na het blussen heeft de brandweer de situatie gecontroleerd om er zeker van te zijn dat het vuur niet opnieuw zou oplaaien.
Bij het incident raakte niemand gewond. Ook is niet bekend of er schade is ontstaan aan de woning of andere spullen in de tuin. De oorzaak van de brand wordt onderzocht.
Terwijl bezoekers genieten van de draaimolen, de zweefmolen en de muziek op het terrein van FG Live, valt één ding direct op: alles is aangepast zodat ook mensen met een beperking zorgeloos kunnen meedoen. Wat vijftig jaar geleden begon als een aangepaste kermis op het terrein van Reigersdaal, is inmiddels uitgegroeid tot een tweedaags Zomerfestival. “Een plek waar iedereen helemaal zichzelf kan zijn.”
“De kermis is er voor iedereen. Dus mensen van ieder niveau beperking”, vertelt Ellen van Esdégé-Reigersdaal. “We hebben aan alles gedacht. Als je bijvoorbeeld naar de draai- of zweefmolen kijkt zie je dat daar extra ruime plekken zijn zodat ook mensen in een rolstoel mee kunnen. We hebben de muziek wat zachter staan zodat de mate van prikkels veel lager is.”
Dat het evenement dit jaar een bijzonder jubileum viert, ontdekte Ellen zelf pas kortgeleden. “Het is dit jaar vijftig jaar geleden dat de eerste kermis werd georganiseerd. Klaas regelt altijd de attracties voor ons en die vertelde dat laatst. Ik werk hier nog niet zo heel erg lang, dus ik heb dat opgezocht. En inderdaad, het klopte. Dus we pakken lekker groots uit vandaag.”
Dat blijkt ook uit de bezoekersaantallen. Op de eerste festivaldag was het meteen lekker druk. “Gisteren waren er al ruim vierhonderd bezoekers geteld, al denken we zelf dat het er nog wel meer zijn geweest. En vandaag moet er nog bij komen. Dus het gaat ontzettend lekker.” (tekst gaat door onder de foto)
Zaterdag was het Zomerfestival weer goed bezocht. “Vorig jaar hadden we rond de 800 bezoekers, het zou mooi zijn als we daar dit jaar flink boven zitten.” (foto: Dewi Koomen/Esdégé-Reigersdaal)
Hoewel het evenement speciaal is opgezet voor mensen met een beperking, is iedereen welkom. “We proberen altijd dat andere bedrijven en activiteiten inclusiever worden, dus daarom willen we dat zelf ook doen”, vertelt Ellen. “Iedereen is welkom en er is voor iedereen iets te doen.” Volgens haar is het festival meer dan alleen een gezellige dag. Het laat zien wat mogelijk is wanneer activiteiten worden aangepast aan de behoeften van bezoekers.
Om het festival verder te laten groeien kijkt Reigersdaal nadrukkelijk naar samenwerking. “We kunnen dit allemaal regelen door onder andere subsidie van de gemeente Dijk en Waard, maar verder zouden we heel graag meer willen samenwerken met andere zorgorganisaties. Zo kunnen we alleen nog maar groter worden en meer mensen verblijden.”
Bijzonder is dat cliënten zelf actief betrokken zijn bij de organisatie van het festival. Via de cliëntenraad denken zij mee over de invulling van de dag. “We hebben een cliëntenraad en die helpen ook echt mee met het verbeteren van de kermis. Zoals de foodtrucks bijvoorbeeld. Zij zeggen dan wat er moet komen of wat leuk is en dan gaan wij ermee aan de slag.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor veel bezoekers is het Zomerfestival meer dan een dagje uit: een plek waar zij volledig zichzelf kunnen zijn. (foto: Dewi Koomen/Esdégé-Reigersdaal)
Ellen wijst lachend naar de oliebollenkraam op het terrein. “Die oliebollenkraam is bijvoorbeeld niet iets waar ik meteen aan zou denken. Maar volgens de raad is hij echt onmisbaar. Dus bij elk evenement dat we organiseren is er wel een oliebollenkraam terug te vinden.”
“Een van de bijzondere dingen die we aanbieden vandaag is een schommel voor rolstoelen”, vertelt Ellen. “Gisteren sprak ik een vrouw die met haar rolstoel gebruik maakte van de schommel en dat vond ze zo fantastisch. Ze had al bijna dertig jaar niet meer geschommeld. Dat zijn wel de verhalen waardoor je weet dat dit ontzettend belangrijk is.”
Ook de vrijwilliger bij de attractie ziet hoeveel impact zo’n voorziening kan hebben. “Ze rollen met de rolstoel de bak in, de rolstoel wordt op de rem gezet en eventueel, als de remmen het niet goed genoeg doen, maak ik ze vast met een lint. Daarna kunnen ze gewoon genieten”, legt hij uit. “Ik had het zelf ook nog niet eerder gezien, maar als je het mij vraagt moeten ze zo’n schommel in iedere speeltuin zetten.” (tekst gaat door onder de foto)
Er was aan iedereen gedacht tijdens het Zomerfestival. “De draaimolens draaien langzamer en je wordt niet geduwd zoals bij een standaard kermis.” (foto: Dewi Koomen/Esdégé-Reigersdaal)
Naast de attracties is er ook aandacht voor bezoekers die juist behoefte hebben aan rust. In een prikkelarme ruimte klinkt zachte pianomuziek terwijl bezoekers kunnen genieten van een massage. “Voor sommige bezoekers zijn heel weinig prikkels al voldoende om ze te laten genieten”, vertelt Ellen. “Wat we buiten allemaal hebben met muziek en beweging is niet voor iedereen geschikt. Daarom hebben we ook plekken waar ze lekker tot rust kunnen komen.”
Volgens haar voorziet de ruimte in een behoefte die vaak over het hoofd wordt gezien. “In een verzorgingstehuis krijgen mensen hulp met aankleden, douchen, eten en noem maar op. Maar de echte aanraking missen ze. Ze hebben echte ‘huidhonger’, zoals dat genoemd wordt. Dus dit soort momenten zijn ontzettend nodig en heel erg fijn voor deze doelgroep.”
In dezelfde ruimte zit Ineke samen met haar zoon Max. De 28-jarige Max heeft een verstandelijke beperking en autisme en leeft zichtbaar op wanneer hij achter de piano plaatsneemt. “Hij is supercreatief en piano spelen is echt zijn ziel en zijn leven”, vertelt zijn moeder. (tekst gaat door onder de foto)
Max leeft helemaal op bij het hoekje met de piano. “Echt helemaal zijn ding.” (foto: aangeleverd)
Voor het festival reisden zij speciaal vanuit Haarlem naar Heerhugowaard. Vorig jaar bezochten ze het festival voor het eerst. “Dat was zo’n succes dat we dit jaar ook zeker weer moesten komen. Max keek er helemaal naar uit.”
Volgens Ineke zit de waarde van het festival niet alleen in de activiteiten. “Dit is gewoon zo’n fijne plek voor Max om te zijn. Hij kan hier echt zichzelf zijn zonder dat mensen hem raar aankijken of dat ik hem de hele tijd in de gaten moet houden.”
Dat gevoel van herkenning zag ze vrijwel direct toen ze aankwamen. “Max is autistisch en onthoudt heel veel dingen. Hij herkende de masseuse van vorig jaar nog en werd meteen helemaal enthousiast. Het is zo leuk om te zien hoe de mensen hier met hem omgaan. Hij voelt zich helemaal op zijn gemak en geniet zo erg.” (tekst gaat door onder de foto)
De vrijwilligers nemen graag alle tijd voor de bezoekers van het Zomerfestival. (foto: Dewi Koomen/Esdégé-Reigersdaal)
Van alle herinneringen die Max verzamelt, maakt zijn moeder filmpjes. “Alles wat hij doet film ik en dan kan hij dat later terugkijken op zijn telefoon. Dan geniet hij er nog maanden van. Zo waardevol is deze dag. Niet alleen op het moment zelf, maar ook erg lang daarna is het heel veel waard.”
Volgens Ineke laat het festival zien hoe groot de behoefte aan dit soort activiteiten is. “Als je naar mijn dochter kijkt, die kan naar festivals, naar het strand, de stad in, noem maar op. Maar voor Max is dat allemaal niet zo eenvoudig. Daarom is zoiets als dit ontzettend belangrijk. Zo hebben ze ook iets om naar uit te kijken.”
Wanneer ze om zich heen kijkt ziet ze overal hetzelfde beeld. “Als je zo om je heen kijkt zie je dat iedereen echt zo aan het genieten is van alles. Alles is zo goed geregeld en toegankelijk, waardoor het echt heel goed is om lekker zo op pad te kunnen.” (tekst gaat door onder de foto)
Net als bij iedere andere kermis waren er ook botsauto’s. Deze reden speciaal voor de bezoekers net wat langzamer en de muziek stond een tikkeltje zachter. (foto: Dewi Koomen/Esdégé-Reigersdaal)
De wens om verder te groeien leeft niet alleen bij bezoekers en medewerkers. Ook Katja, voorzitter van de raad van bestuur van Esdégé-Reigersdaal, ziet hoeveel behoefte er is aan dit soort evenementen. “Ik ben eigenlijk niet aan het werk, maar ik heb gisteren zo genoten dat ik van mezelf vandaag ook een kijkje moest komen nemen”, vertelt ze lachend terwijl ze over het terrein loopt.
Volgens Katja laat het festival precies zien waarom inclusieve evenementen zo belangrijk zijn. “Iedereen geniet op zijn eigen manier en alles is goed hier. Dat is prachtig om te zien.” Juist daarom hoopt de organisatie dat het festival de komende jaren verder kan groeien. “We zijn ontzettend blij met wat we nu weer hebben neergezet, maar voor de toekomst hopen we dat er nog meer mogelijk is. Dat het nog groter wordt, dat we samenwerken met andere organisaties en dat we echt nog meer groeien.”
Daarmee sluit ze aan bij wat bezoekers als Ineke eerder op de dag al vertelden. Voor veel mensen met een beperking zijn dit soort uitjes nog altijd schaars. “Het is gewoon erg belangrijk dat we dit soort dingen blijven doen, want iedereen moet leuke dingen kunnen doen in zijn of haar vrije tijd. En dan is dit natuurlijk een hele mooie manier. Wie weet staat hier over een paar jaar wel het hele grasveld van het Strand van Luna vol.” (hoofdfoto: Dewi Koomen/Esdégé-Reigersdaal)
Wat als gezondheid niet alleen draait om medicijnen, behandelingen en gesprekken? Volgens Jolien Posthumus, die deze week in Heerhugowaard sprak over kunst en mentale gezondheid, kan kunst soms meer betekenen dan mensen denken. “Kunst is geen luxe, kunst is een hulpbron voor gezondheid, verbinding en betekenis.”
Een kring van stoelen. Op schoot een boekje vol liedteksten. Voorzichtig wordt het eerste nummer ingezet. Binnen enkele minuten zingt bijna iedereen mee. Of: minutenlang kijken naar hetzelfde schilderij. Zonder haast. Zonder afleiding. Alleen kijken. In een andere ruimte beweegt een groep mensen op muziek. Vanuit een stoel, met kleine bewegingen. Een arm naar voren. Terug naar het midden. Een been opzij.
Het zijn drie workshops tijdens de inspiratieochtend van COOL Kunst en Cultuur in het kader van de Week van de Mentale Gezondheid. Maar achter iedere activiteit schuilt dezelfde gedachte: kunst en cultuur kunnen meer betekenen voor gezondheid en welzijn dan veel mensen denken.
Het is precies de boodschap die COOL Sociaal wil uitdragen. Niet alleen aan inwoners, maar juist ook aan zorg- en welzijnsprofessionals. “Wij willen zorgprofessionals laten zien wat allemaal mogelijk is en wat wij hier aanbieden”, vertelt coördinator Ingrid Smit aan Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Jolien Posthumus vertelde tijdens haar lezing over het belang van kunst en cultuur als onderdeel van de zorg. (foto: Streekstad Centraal)
“Wij vinden het belangrijk dat ook de mensen die ons nu nog niet vinden, of het misschien spannend vinden om hier te komen, weten wat er mogelijk is. Er zijn nog veel mensen die ons niet weten te vinden of niet weten dat wij activiteiten aanbieden die juist heel goed bij hen kunnen passen.”
Volgens Smit draait de ochtend vooral om kennismaken. Met elkaar, maar ook met de mogelijkheden die kunst en cultuur bieden binnen zorg en welzijn. “Als iemand straks denkt: dit zou eigenlijk heel goed passen bij die cliënt, dan hebben we bereikt wat we willen.” Juist daarom combineert COOL de lezing met workshops waarin de deelnemers zelf ervaren wat kunst en cultuur kunnen doen.
Tijdens haar lezing neemt Posthumus de aanwezigen mee in de manier waarop kunst mensen kan helpen, juist op momenten waarop traditionele zorg niet altijd een antwoord heeft. “Er is soms een moment waarop artsen zeggen: ik weet het niet meer. De geneeskunst helpt misschien niet verder, maar misschien kan iets anders nog wel iets wakker maken.” (tekst gaat door onder de foto)
Bij de Mee-Zing-Kring krijgen de deelnemers een voorproefje van hoe een zingsessie gaat. “Mensen herinneren zich veel liedjes van vroeger, dus we schudden ze gewoon even op een gezellige manier wakker.” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens haar wordt steeds duidelijker dat kunst en cultuur meer zijn dan een leuke hobby. Of iemand nu zelf creatief bezig is of geniet van een voorstelling, muziek of beeldende kunst maakt daarbij weinig verschil. “Er is geen hiërarchie. Zelf iets maken kan veel betekenen, maar aanwezig zijn bij kunst en cultuur ook.”
De kracht van kunst zit dan niet alleen in ontspanning of plezier. Kunst en cultuur helpen mensen ook om nieuwe ervaringen op te doen en anders naar zichzelf en hun omgeving te kijken. Een belangrijk begrip daarin is ‘neuroplasticiteit’: het vermogen van het brein om zich gedurende het hele leven te blijven ontwikkelen.
Tijdens haar lezing vergelijkt Posthumus het brein met een bos. “Veel mensen lopen steeds hetzelfde pad. Nieuwe ervaringen maken nieuwe gedachten, gevoelens en perspectieven mogelijk. Kunst en cultuur helpen om nieuwe paadjes aan te leggen.” Zelfs kleine momenten kunnen daarin al verschil maken. “Microdosing noemen we dat. Iedere dag een klein beetje kunst of cultuur heeft al ontzettend veel impact.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de workshop Beleef Kunst – Mindful Ervaren leren deelnemers op een andere manier naar een schilderij te kijken. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Posthumus kan kunst mensen bovendien helpen om uit het hoofd te komen. Wanneer iemand zich volledig richt op muziek, beweging of een creatieve activiteit ontstaat er ruimte voor andere ervaringen. “Het brein kan maar één ding tegelijk. Als je iemand contact laat maken met zijn zintuigen of zijn lichaam, dan kan het piekeren naar de achtergrond verdwijnen.”
Dat effect ziet zij ook terug in de praktijk. Muziek en liedjes van vroeger kunnen veel losmaken bij mensen. “Iemand met dementie kan echt smelten bij het horen van muziek. Als dat geen zorg is, weet ik het ook niet meer.”
Na de lezing gaan de deelnemers zelf aan de slag tijdens verschillende workshops. Juist dat ervaren maakt indruk. “Ik wist er wel vanaf wat hier allemaal georganiseerd werd, maar om het zelf zo mee te maken is echt een mooie manier om je erin te verdiepen”, vertelt een deelnemer. (tekst gaat door onder de foto)
‘Dans wat je kan’ laat iedereen in beweging komen, zelfs vanuit de stoel. (foto: Streekstad Centraal)
Een ander ziet vooral bevestiging van wat hij al jaren in de praktijk ervaart. “De lezing en de workshops onderbouwen wetenschappelijk wat ik al jaren doe met mijn theaterlessen. Dus dat is mooi meegenomen.”
Verder wordt de ochtend vooral erg positief ontvangen. “Ik merk echt dat ik erg vrolijk word van deze cursus. Je lacht, maakt connecties en je bent lekker bezig. Als dat ook voor cliënten zo werkt, dan is dat helemaal fantastisch.”
De reacties zijn precies waar COOL op hoopt. De belangstelling groeit en steeds meer organisaties weten de verbinding tussen zorg en cultuur te vinden. “We zijn nu twee jaar bezig met COOL Sociaal en we zien echt dat het groeit”, zegt Smit. “Als ik kijk naar waar we eerst stonden en waar we nu staan, dan hebben we grote stappen gemaakt. Daarom ben ik ook heel blij met de opkomst vandaag.”