Een fietstocht eindigde zaterdagmiddag op de Wognumsebuurt in Alkmaar wel heel ongelukkig. Een vrouw kwam daar ten val en belandde tussen twee palen. Daarbij kwam de voorrem van haar fiets vast te zitten in haar been. De brandweer moest eraan te pas komen om haar te bevrijden.
Het ongeluk gebeurde ter hoogte van een verkeerslicht en een wegwijzer. Hoe de vrouw precies ten val kwam, is niet bekend. Er was geen ander voertuig bij het ongeluk betrokken.
Na de val kon de vrouw niet zomaar van haar fiets worden bevrijd. De linker voorrem zat vast in haar been. De brandweer werd daarom opgeroepen en gebruikte speciaal gereedschap om de rem los te slijpen.
Ook de politie en een ambulance kwamen naar de Wognumsebuurt. Meerdere hulpverleners ontfermden zich over de vrouw terwijl de brandweer bezig was haar los te krijgen. Nadat dat was gelukt, is ze met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Hoe ernstig haar verwondingen zijn, is niet bekend.
De hulpverlening zorgde tijdelijk voor verkeershinder. Omdat het zaterdagmiddag druk was op de Wognumsebuurt, werd de straat tijdens de inzet afgesloten. Na het vertrek van de hulpdiensten kon het verkeer er weer langs.
Een flinke brand heeft zaterdagochtend vroeg een woning in een appartementencomplex aan de Breesloot in Broek op Langedijk zwaar beschadigd. Alle bewoners moesten midden in de nacht het complex uit. Een man is na de brand met onbekend letsel naar het ziekenhuis gebracht.
De brand brak rond 04.08 uur uit in een woning op de begane grond. Een buurman zag het vuur en kwam direct in actie. Nog voordat de brandweer er was, pakte hij een tuinslang en begon hij zelf met blussen. Daarmee wist hij het vuur al deels onder controle te krijgen.
Meerdere brandweerkorpsen kwamen vervolgens naar de Breesloot. Ook vijf politie-eenheden, twee ambulances en een Officier van Dienst Geneeskundig werden ingezet.
Vanwege de brand werd het hele appartementencomplex ontruimd. Bewoners moesten hun woning verlaten terwijl de brandweer het vuur verder bestreed.
Op straat werd een man aangetroffen die medische hulp nodig had. Hulpverleners brachten hem naar een ambulance. Mogelijk is hij daar gereanimeerd. De man is vervolgens met onbekend letsel naar het ziekenhuis gebracht. Hoe het nu met hem gaat, is niet bekend.
De woning waar de brand woedde, raakte zwaar beschadigd. Nadat het vuur onder controle was, controleerde de brandweer de rest van het complex op brand- en rookschade. Stichting Salvage is ingeschakeld om te helpen bij de afhandeling van de schade. Waardoor de brand is ontstaan, is nog niet duidelijk.
Een peuk, een bonnetje of een leeg flesje: wie goed naar de straat kijkt, merkt al snel hoeveel afval er eigenlijk ligt. In Alkmaar gaan deze week op allerlei plekken inwoners met grijpers en vuilniszakken op pad tijdens de Alkmaar City Cleanup. In de wijk Daalmeer wordt flink geraapt. Maar daar verdwijnt de grijper na deze week niet in de kast.
De schoonmaakactie in de Daalmeer is één van de 23 acties die deze week verspreid door Alkmaar worden gehouden. Het idee is simpel: samen de buurt in en opruimen wat anderen hebben achtergelaten. En hoewel de deelnemers natuurlijk het liefst zo weinig mogelijk vinden, komen de zakken toch aardig vol. Bij de actie in de Daalmeer dinsdagochtend werd uiteindelijk 21,3 kilo zwerfafval van straat gehaald.
“Ons nummer één afval zijn de peuken“, vertelt Gaby van Wonderen van de organisatie. Daarnaast verdwijnen verpakkingen, bonnetjes, doppen en glazen in de zak. Soms zit daar iets tussen dat je niet snel op straat verwacht. “We vinden bijvoorbeeld ook weleens een identiteitskaart of een afwasborstel. Het is altijd een verrassing.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor Gaby van Wonderen draait de City Cleanup niet alleen om een schone straat, maar ook om samen bezig zijn in de buurt. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaar City Cleanup is gekoppeld aan World Cleanup Day en moet vooral wat extra aandacht geven aan het opruimen van zwerfafval. Maar in Alkmaar gebeurt dat niet alleen tijdens deze week. Verspreid door de stad zijn zo’n dertig zogenoemde “schone buurtadoptanten” actief. Zij trekken meerdere keren per jaar, en soms zelfs iedere week, hun eigen buurt in.
Eén van die buurtadoptanten is de dagbesteding van Samenwerking op Maat in wijkcentrum De Daalder. Daar gaan deelnemers al sinds 2020 regelmatig naar buiten om de omgeving schoon te houden. Het begon in coronatijd, toen binnen veel minder mogelijk was en de groep daarom vaker naar buiten trok. Via Stadswerk072 kwamen ze vervolgens bij het buurtadoptieproject terecht.
Inmiddels is het een vast onderdeel van de week geworden. Minimaal één keer per week loopt de groep een ronde rond het wijkcentrum. En dat is niet voor niets. “Gisteren zijn twee deelnemers een half uurtje naar buiten geweest. Die kwamen terug met drie volle vuilniszakken”, vertelt buurtadoptant Amber Super. (tekst gaat door onder de foto)
De grootste ‘vangst’ ligt soms gewoon voor je voeten: peuken worden veruit het vaakst gevonden. (foto: Streekstad Centraal)
Het opruimen levert volgens haar bovendien meer op dan alleen een schonere straat. Voorbijgangers stoppen regelmatig even om iets te zeggen of roepen vanaf de fiets een compliment naar de deelnemers. “Dat doet de club van de dagbesteding natuurlijk ook echt heel erg goed.”
Ook Van Wonderen ziet dat sociale deel terug. Mensen spreken de opruimers aan en vragen wat ze aan het doen zijn. “Het is ook een sociale activiteit.” En juist dat is volgens haar een belangrijk onderdeel van de actie: niet alleen afval uit de buurt halen, maar inwoners samen aan de slag laten gaan voor hun eigen omgeving.
Wie zelf vaker met een grijper op pad wil, kan zich aanmelden als schone buurtadoptant. Via Stadswerk072 kunnen deelnemers opruimmateriaal krijgen. Ook kunnen ze doorgeven op welke plekken steeds opnieuw veel afval wordt gevonden, zodat gekeken kan worden of daar een andere oplossing voor is.
Wie in de regio Alkmaar de kraan opendraait, krijgt vrijwel overal water binnen met meer PFAS dan het RIVM adviseert. Op sommige plekken is het verschil behoorlijk groot. In Alkmaar en een groot deel van de regio is 11,6 nanogram per liter gemeten. In onder meer Castricum en Uitgeest loopt dat op tot 14,3 nanogram. De richtwaarde van het RIVM ligt op 4,4 nanogram per liter. Toch is er geen reden om de kraan dicht te laten.
Binnen onze regio zijn grofweg twee waarden te zien. In Alkmaar, Dijk en Waard, Heiloo, Bergen, Schoorl, Groet, Egmond en de Schermer gaat het om 11,6 nanogram per liter. Dat is ruim tweeënhalf keer de richtwaarde die het RIVM adviseert.
Wie iets zuidelijker of westelijker woont, krijgt met een hogere waarde te maken. In Castricum, Uitgeest en De Rijp is 14,3 nanogram per liter gemeten. Dat is ruim drie keer de richtwaarde van het RIVM.
De rode cijfers klinken alarmerend, maar betekenen volgens het RIVM niet dat het kraanwater in onze regio onveilig is. De richtwaarde van 4,4 nanogram is namelijk iets anders dan de wettelijke grens waaraan drinkwaterbedrijven moeten voldoen. Het kraanwater voldoet nog altijd aan die wettelijke eisen. (tekst gaat door onder de foto)
PFAS breken nauwelijks af en blijven daardoor lang in het milieu. Nederlanders krijgen de stoffen vooral binnen via voedsel, maar ook via kraanwater. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is niet zo dat we acuut gevaar lopen door het drinken van kraanwater”, zeft RIVM-woordvoerder Coen Berends tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Maar het is een feit dat we te veel PFAS binnen krijgen. Ongeveer een kwart komt door kraanwater, de rest door voedsel.”
PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen. Ze worden gebruikt in allerlei producten omdat ze bijvoorbeeld water, vet en vuil afstoten. Het grote nadeel is dat de stoffen nauwelijks afgebroken kunnen worden. Daardoor blijven ze lang in het milieu aanwezig en kunnen mensen ze via onder voedsel en drinkwater binnenkrijgen.
Te veel PFAS binnenkrijgen kan op langere termijn schadelijk zijn voor de gezondheid. Het RIVM wil daarom dat mensen zo weinig mogelijk van deze stoffen binnenkrijgen. De hoeveelheid die Nederlanders via verschillende bronnen samen binnenkrijgen, ligt momenteel te hoog.
De richtwaarde van 4,4 nanogram per liter is wel veel strenger dan de wettelijke grens voor drinkwater. Dat verschil komt doordat er na het vaststellen van de Europese regels nieuwe kennis beschikbaar kwam over de mogelijke gevolgen van PFAS voor de gezondheid. (tekst gaat door onder de foto)
In de hele regio Alkmaar ligt de hoeveelheid PFAS in het kraanwater boven de richtwaarde van het RIVM. Toch blijft het water volgens het RIVM veilig om te drinken. (foto: Pixabay/com77380)
“Het RIVM adviseerde daarom eerder aan de Nederlandse overheid al om voor PFAS in drinkwater een strengere richtwaarde te gebruiken”, legt Berends uit. “In plaats van 100 nanogram PFAS per liter adviseert het RIVM nu 4,4 nanogram per liter.” Greenpeace heeft die strengere waarde naast de metingen gelegd. Daardoor kleuren grote delen van Noord-Holland nu rood.
Ondanks de hogere waarden is overstappen op flessenwater volgens het RIVM niet nodig. “De PFAS-waarden moeten naar beneden, maar dit betekent niet dat we moeten stoppen met het drinken van kraanwater”, benadrukt Berends.
Ook Greenpeace vindt dat inwoners de oplossing niet bij zichzelf hoeven te zoeken. “De oplossing ligt niet in het overstappen op plastic flessen water, maar in het stoppen van de chemische industrie die maar door blijft gaan met het produceren en lozen van PFAS”, zegt Eline Bosman van de milieuorganisatie.
Drinkwaterbedrijf PWN, dat een groot deel van Noord-Holland van drinkwater voorziet, kent de meetwaarden. De gegevens die Greenpeace heeft gebruikt zijn afkomstig uit metingen van de waterbedrijven zelf. “De cijfers zijn voor ons dus niet nieuw en we nemen het serieus”, laat PWN weten.
Voor inwoners van Alkmaar, Dijk en Waard, Bergen, Heiloo, Castricum, Uitgeest en de omliggende dorpen verandert er voorlopig dus niets aan het advies: kraanwater kan gewoon worden gedronken. (hoofdfoto: Pixabay/Ralf Ruppert)
Het ging dinsdagochtend mis op de Geesterweg in Uitgeest. Bij de kruising met de J.E. de Witstraat zag een automobilist een fietser over het hoofd, waarna de twee met elkaar in botsing kwamen. De vrouw op de fiets raakte gewond en moest met de ambulance mee naar het ziekenhuis.
Het ongeluk gebeurde rond kwart voor negen. Politie en ambulance kwamen naar de kruising, waar de fietser door ambulancepersoneel werd nagekeken. Daarna is ze voor verdere controle en behandeling naar het ziekenhuis gebracht. Hoe ernstig haar verwondingen zijn, is niet bekend.
De politie sprak ter plaatse met de betrokkenen en legde vast wat er was gebeurd. Veel hinder leverde het ongeluk voor het overige verkeer niet op. De Geesterweg hoefde tijdens de hulpverlening niet te worden afgesloten en verkeer kon langs de plek van het ongeval blijven rijden.
Wie regelmatig over Het Gemaal in Heiloo rijdt, kent de naam waarschijnlijk wel. Kaptein staat er al jaren, maar wat er achter de muren van het grote bedrijf allemaal met kaas en boter gebeurt, blijft voor veel voorbijgangers een raadsel. Zaterdag ging die normaal gesloten wereld voor één dag open. En daar bleek behoorlijk wat belangstelling voor te zijn.
Om stipt 10.00 uur staan de eerste bezoekers al voor de deur. Daarna houdt de stroom eigenlijk niet meer op. Fietsenrekken lopen vol, auto’s staan langs de weg en bij de ingang komen voortdurend nieuwe groepjes binnen. Wie vanuit Alkmaar kwam, heeft misschien zelfs de illegaal aangelegde weg tussen de twee delen van de Boekelermeer gepakt. Hoe ze er ook kwamen: Kaptein bestaat dit jaar negentig jaar en dat blijkt genoeg reden voor veel nieuwsgierigheid.
“Veel mensen uit Heiloo kennen ons natuurlijk wel van naam of rijden hier iedere dag langs”, vertelt een medewerker. “Maar wat we hier precies doen, dat weten veel mensen helemaal niet. Dit is dus een mooie kans om dat eens te laten zien.”
Een gids die de hele groep bij elkaar probeert te houden, is er niet. Bezoekers krijgen een route door het bedrijf en mogen die in hun eigen tempo afleggen. “Niet iedereen loopt even snel. Daarom geven we mensen lekker de vrijheid om zelf te ontdekken, te kijken en natuurlijk te proeven.” (tekst gaat door onder de foto)
Na al die trappen omhoog is het uitzicht op het grote magazijn best indrukwekkend. (foto: Streekstad Centraal)
Wie wil ontdekken wat zich binnen afspeelt, moet eerst flink wat trappen op. Eenmaal boven wordt pas goed zichtbaar hoe groot het bedrijf eigenlijk is. Vanuit de hoogte kijken bezoekers uit over magazijnen vol kaas. Rijen en rijen liggen er opgeslagen.
Maar voordat de productie begint, gaat de route eerst terug in de tijd. Een hele wand is ingericht voor de geschiedenis van het familiebedrijf. Daar ontstaat al snel een kleine opstopping. Bezoekers lezen oude verhalen en bekijken foto’s, terwijl kinderen daar soms een heel andere reden hebben om goed om zich heen te kijken: overal langs de route zijn muizen verstopt voor een speurtocht.
Het verhaal van Kaptein begon in 1936, toen Willem Kaptein begon met de handel in kaas en boter. De volgende generatie ging de producten ook zelf verwerken en verpakken. Sinds 2009 staat met Mireille Kaptein de derde generatie aan het roer. Inmiddels werken er ongeveer 180 mensen en gaan producten naar tientallen landen. (tekst gaat door onder de foto)
Speciaal voor het 90-jarig bestaan is de hele geschiedenis op een tijdlijn gezet. “Wat leuk om dit zo allemaal op een rij te zien!” (foto: Streekstad Centraal)
“Als je ziet waar het ooit mee begonnen is en vervolgens hier om je heen kijkt, dan is er natuurlijk ontzettend veel veranderd”, vertelt een medewerker terwijl hij naar de oude foto’s wijst. “Maar kaas en boter zijn nog steeds de basis. Daar draait het na negentig jaar nog altijd om.”
En bij terugkijken blijft het niet. Tussen de verhalen over de afgelopen negen decennia wordt ook al vooruitgekeken naar het volgende grote getal. Het honderdjarig bestaan komt langzaam in beeld. Stoppen na negentig jaar? Daar lijkt hier niemand aan te denken.
De route slingert verder door lange gangen en langs een ander stukje Kaptein dat buiten de fabriek beter zichtbaar is. Het bedrijf steunt verschillende sporten en is onder meer partner van de AZ Vrouwen. Het logo van Echte Boter staat sinds het seizoen 2024/2025 op het shirt.
Daarna verandert de omgeving. Hoe verder de bezoekers de fabriek in lopen, hoe duidelijker wordt dat een jas geen overbodige luxe was. De warmte van buiten maakt plaats voor de kou die nodig is om met de producten te werken. (tekst gaat door onder de foto)
In de lange hoge hal is het aardig koud, maar dat mag de pret niet drukken. “Het is niet dagelijkse kost dat je hier zomaar een kijkje mag nemen.” (foto: Streekstad Centraal)
Als eerste is de boter aan de beurt. Via video’s krijgen bezoekers uitleg over de verschillende soorten en de manier waarop boter wordt verwerkt en verpakt. Medewerkers staan langs de route om vragen te beantwoorden.
“Wat mensen in de winkel zien, is uiteindelijk maar het laatste stukje”, legt een van hen uit. “Daarvoor zit een heel proces. Het product moet goed worden verwerkt, verpakt en gecontroleerd. En afhankelijk van de klant kan zo’n verpakking er ook weer heel anders uitzien.”
Kaptein verpakt in Heiloo niet alleen de bekende Echte Boter. Er wordt ook boter verwerkt voor andere merken en klanten in binnen- en buitenland. Dat maakt het voor sommige bezoekers verrassend herkenbaar. Producten die zij uit de winkel kennen, blijken dichter bij huis langs de productielijn te zijn gekomen dan gedacht.
Na de boter komt het product waar Noord-Holland misschien nog wel bekender om staat: kaas. En daarvan is binnen Kaptein bijna iedere denkbare vorm te vinden. (tekst gaat door onder de foto)
Bezoekers krijgen zelfs een inkijkje in de machines. Ze staan weliswaar niet aan maar de medewerkers vertellen er alles over. (foto: Streekstad Centraal)
Het eerste station is de geraspte kaas. Grote stukken kaas worden verwerkt tot het eindproduct dat uiteindelijk in een verpakking terechtkomt. Kaptein verwerkt daarnaast hele kazen, plakken, blokjes en grootverpakkingen. Sommige zakken geraspte kaas wegen slechts 175 gram, andere kunnen oplopen tot 25 kilo. Ook verpakkingen met kaasplakken verschillen flink: van één plak tot verpakkingen met meer dan tweehonderd.
“Je denkt bij kaas misschien gewoon aan een stuk kaas dat je in de supermarkt koopt”, vertelt een medewerker. “Maar hier zie je hoeveel verschillende producten je daar eigenlijk van kunt maken. Voor een supermarkt is iets anders nodig dan voor een hotel, restaurant of fabriek.”
Ook reststukken krijgen volgens medewerkers een bestemming. Bij het versnijden en raspen wordt geprobeerd zoveel mogelijk van het product te benutten. “Kaas is natuurlijk een waardevol product. Je gaat daar zo efficiënt mogelijk mee om. Wat bij het ene proces niet bruikbaar is, kan vaak ergens anders nog wel voor worden ingezet.”
Voor bezoekers is ondertussen vooral de omvang van het bedrijf een verrassing. Vanuit de route zijn opnieuw de hoge opslagruimtes te zien. “Ik rijd hier zo vaak langs, maar ik had echt geen idee dat het hierachter zó groot was”, zegt een bezoeker terwijl hij naar beneden kijkt. “Van buiten zie je dat gewoon niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Na de open dag is het voor veel bezoekers veel duidelijker wat er allemaal in dat grijze gebouw gedaan wordt. (foto: Streekstad Centraal)
Een ander heeft vooral ontdekt hoeveel er gebeurt voordat een product in de koelkast ligt. “Je pakt in de supermarkt een zak geraspte kaas of een pakje boter en denkt daar eigenlijk niet over na. Als je dit ziet, snap je pas hoeveel stappen eraan voorafgaan.”
Na al het kijken komt voor veel bezoekers een welkom onderdeel van de route: proeven. Het tempo gaat er prompt iets uit. Waar bij de productieruimtes nog nieuwsgierig door de ramen wordt gekeken, blijven mensen hier wat langer hangen.
Daarmee komt na lange gangen, koude ruimtes, hoge magazijnen en heel veel kaas langzaam het einde van de fabriekstocht in zicht. Bij de uitgang krijgt iedere bezoeker nog een tas mee. Daarin zitten, hoe kan het ook anders, kaas, smeerkaas en Echte Boter.
Negentig jaar na het begin is Kaptein daarmee allang niet meer alleen de handel in kaas en boter waarmee het familiebedrijf ooit begon. In Heiloo worden kazen opgeslagen en gerijpt, gesneden, geraspt en verpakt en wordt boter verwerkt voor klanten over de hele wereld.
Voor Kaptein was zaterdag vooral een jubileumfeest. Voor veel Heilooërs was het ook het antwoord op een vraag die ze misschien al jaren hadden terwijl ze langs Het Gemaal reden: wat gebeurt daar binnen eigenlijk allemaal?
Geen grote internationale groenprijs voor Alkmaar, maar een paar dagen later is er toch reden voor een feestje. De vernieuwde Laat is vrijdag uitgeroepen tot een van de winnaars van de Arie Keppler Prijs 2026. De jury is vooral onder de indruk van de manier waarop gemeente en ondernemers samen de winkelstraat hebben aangepakt.
Nu valt één van de plekken waarmee Alkmaar zich internationaal presenteerde dus wél in de prijzen. De Laat wint de Arie Keppler Prijs in de categorie ‘Voorbeeldig eigenaarschap’. De Noord-Hollandse prijs wordt uitgereikt aan projecten die bijdragen aan een betere leefomgeving. Dit jaar waren er 104 inzendingen, waarvan er elf werden genomineerd.
De Laat ging de afgelopen jaren in meerdere fases op de schop. Een straat met vooral veel steen maakte plaats voor bomen, planten en plekken waar regenwater beter kan worden opgevangen. Tegelijkertijd moest de winkelstraat aantrekkelijker worden voor bezoekers. Daarmee werden meerdere problemen tegelijk aangepakt: van hittestress en wateroverlast tot leegstand en de uitstraling van de straat.
Eerst werd het westelijke deel van de winkelstraat flink vergroend. Dit jaar was Laat-Midden aan de beurt. Maandenlang lag het gedeelte tussen de Ridderstraat en Huigbrouwerstraat open. Ook daar moest de versteende winkelstraat plaatsmaken voor een aantrekkelijkere omgeving met meer ruimte voor groen. (tekst gaat door onder de foto)
Wie de afgelopen jaren over De Laat liep, kon moeilijk om de werkzaamheden heen. De winkelstraat werd in meerdere fases flink onder handen genomen. (foto: Streekstad Centraal)
Maar de jury kijkt niet alleen naar het eindresultaat. Vooral de samenwerking achter de vernieuwde Laat levert Alkmaar de prijs op. De gemeente en ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk trokken samen op bij de herinrichting. Bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur maakte het ontwerp en ook Rots Maatwerk, Stadswerk072 en KWS waren bij het project betrokken.
Volgens de jury laat De Laat zien wat er kan gebeuren als een gemeente en ondernemers samen verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving. De aanpak wordt zelfs een ‘steen in de vijver’ genoemd: een project dat ook op andere plekken veranderingen op gang kan brengen.
De Arie Keppler Prijs wordt eens in de twee jaar uitgereikt door MOOI Noord-Holland. Daarbij gaat het niet alleen om mooie gebouwen, maar ook om stedenbouw, landschap, erfgoed en natuur. De prijzen werden vrijdag tijdens Festival VOOR Omgevingskwaliteit in IJmuiden uitgereikt door gedeputeerde Esther Rommel.
Voor Alkmaar is het daarmee na een week van nét niet winnen alsnog raak. Niet op het wereldpodium, maar met De Laat wel gewoon in Noord-Holland.
Een trein missen is vervelend, maar een jongen koos afgelopen nacht voor een levensgevaarlijke manier om toch mee te komen. Op station Uitgeest klampte hij zich vast aan de buitenkant van een vertrekkende trein. Dat ging onderweg richting Krommenie mis: de jongen viel van de trein en raakte gewond.
De trein was rond 01.20 uur vertrokken uit Uitgeest. De jongen was te laat om nog gewoon in te stappen, maar wist zich aan de buitenkant van de trein vast te houden. Vrienden zagen hem bij een deur hangen terwijl de trein het station uitreed.
Niet veel later was hij ineens verdwenen. Zijn vrienden sloegen daarop alarm bij het treinpersoneel. Ook andere reizigers hadden gezien dat iemand zich aan de buitenkant van de trein bevond en maakten daar melding van.
Omdat niet duidelijk was waar de jongen terecht was gekomen, werd het treinverkeer op het traject stilgelegd. De trein zelf kwam eveneens tot stilstand. Politie en andere hulpdiensten begonnen vervolgens langs het spoor tussen Uitgeest en Krommenie naar hem te zoeken.
Daarbij werd ook een politiehelikopter ingezet. Vanuit de lucht werd de jongen uiteindelijk langs het spoor gevonden. De plek was voor hulpverleners lastig bereikbaar. Zij moesten via een sloot om bij hem te kunnen komen.
De jongen is daarna naar het ziekenhuis gebracht. Hoe ernstig zijn verwondingen zijn, is niet bekendgemaakt. Ook zijn leeftijd wordt vanwege zijn privacy niet gedeeld.
NS en ProRail benadrukken na het incident tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, nog eens hoe gevaarlijk het is om op of rond het spoor zulke risico’s te nemen. “Dit soort acties op en rond het spoor en de trein zijn levensgevaarlijk, doe het niet!”
Het begon met samen eten, maar inmiddels levert Castricum aan Tafel veel meer op dan alleen lege borden. Mensen die elkaar daarvoor niet kenden werden vrienden, anderen vonden via nieuwe contacten zelfs werk. En de lange tafels in De Oude Keuken blijven zich vullen. Vrijdag werd daar een bijzondere grens bereikt: de duizendste gast schoof aan.
Aan tafel zit van alles door elkaar. Castricummers die in Nederland zijn geboren eten er samen met mensen die oorspronkelijk uit andere landen komen. Geen aparte groepjes, maar lange tafels waaraan zestien mensen samen gerechten delen.
Die gerechten komen uit landen rond de Middellandse Zee en worden door nieuwkomers klaargemaakt onder begeleiding van een chef. Daarbij nemen de koks ook een stukje van thuis mee de keuken in. De recepten zijn vaak vertrouwd, maar iedereen geeft er zijn eigen draai aan. “Elk land en elke oma en moeder maakt het natuurlijk weer op zijn lekkerst”, vertelt Erik Hordijk van Stichting Castricum aan Tafel.
Zo kwam Samira uit Syrië zelf met een salade, die inmiddels op het Castricumse menu prijkt. Het is precies wat de organisatie voor ogen heeft: niet alleen eten vóór mensen maken, maar hen ook laten meebepalen wat er wordt gekookt. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens Castricum aan Tafel staan nieuwkomers samen in de keuken om gerechten uit landen rond de Middellandse Zee te bereiden. (foto: Streekstad Centraal)
Toch gebeurt het belangrijkste misschien wel zodra de pannen de keuken uit zijn. Op elke tafel verschijnen verschillende hoofdgerechten en schalen waar iedereen van pakt. Doorgeven, opscheppen, proeven en ondertussen praten. “En zo ontstaan de gesprekken en ontmoetingen tussen mensen”, zegt Hordijk.
Soms blijft het bij één leuke avond, maar lang niet altijd. Hordijk zag mensen vrienden worden en samen dingen ondernemen. Via contacten die aan tafel ontstonden, vonden sommige deelnemers zelfs werk. “Iedereen gaat altijd met meer energie naar huis dan dat hij gekomen is.”
Dat steeds meer mensen de weg naar de lange tafels weten te vinden, bleek vrijdagavond wel. De organisatie mocht de duizendste bezoeker verwelkomen. Wie dat precies werd, stond vooraf nog niet vast: tussen de aanwezige gasten werd iemand aangewezen als nummer duizend. (tekst gaat door onder de foto)
Aan de lange tafels draait het niet alleen om eten: tijdens de avond ontstaan volop gesprekken tussen mensen die elkaar daarvoor vaak nog niet kenden. (foto: Streekstad Centraal)
Veel moeite om de stoelen gevuld te krijgen heeft de organisatie sowieso niet. Volgens Hordijk zitten de tafels eigenlijk iedere editie vol. Het idee erachter is volgens hem verrassend simpel. Zoals in veel landen rond de Middellandse Zee gebeurt, met z’n allen aan tafel gaan en uitgebreid eten. “Eten verbindt.”
En zelfs op het bord kwamen verschillende werelden deze keer mooi samen. Een van Hordijks favoriete gerechten werd gemaakt met biologisch geteelde aubergines van het Groente Genootschap uit Castricum. Een lokaal ingrediënt dus, verwerkt in een gerecht met wortels van veel verder weg.
Na duizend bezoekers is Castricum aan Tafel voorlopig nog niet uitgegeten. Nieuwe avonden staan alweer op het programma. En daarvoor geldt nog altijd hetzelfde recept: lange tafels, volle schalen en vooral genoeg plek voor een goed gesprek.
Rennen, verstoppen en ondertussen goed om je heen blijven kijken. Want zomaar de hoek omslaan kon vrijdagmiddag in de Stad van de Zon in Heerhugowaard betekenen dat je recht in de armen van een politieagent of boa liep. Tientallen jongeren maakten van de wijk anderhalf uur lang hun speelveld tijdens Hunters 2026. Hun missie: zoveel mogelijk stempels verzamelen zonder gepakt te worden.
De jacht begon bij ’t Brandpunt in Heerhugowaard, op het plein voor de Vomar. Daar kwamen de deelnemers aan het einde van de middag bij elkaar. Voor het echte werk begon, konden de jongeren alvast meedoen aan verschillende spellen en sportieve activiteiten.
Hunters werd georganiseerd door MET Dijk en Waard, samen met de politie, boa’s, Dijk en Waard Sport, Wijkcentrum De Zon en de gemeente Dijk en Waard. Ook burgemeester Maarten Poorter kwam langs. Hij sprak de jongeren kort toe en wenste ze succes. Daarna was het tijd om te gaan rennen.
Verspreid door de wijk stonden drie stempelposten. De jongeren kregen negentig minuten om daar zoveel mogelijk stempels te halen. Hoe ze van de ene naar de andere post kwamen, mochten ze zelf bepalen. Alleen was er één probleem: politieagenten en boa’s gingen ondertussen als Hunters achter ze aan. (tekst gaat door onder de foto)
Even niet opletten en de Hunters zitten al achter je aan. Tijdens het spel moesten de jongeren uit handen zien te blijven van politie en boa’s. (foto: RVP Media)
Een stempel halen was daardoor makkelijker gezegd dan gedaan. De deelnemers moesten goed kijken waar de Hunters waren, een slimme route kiezen en soms op het juiste moment een sprint trekken. Op verschillende plekken in de wijk ontstonden zo achtervolgingen tussen rennende jongeren en handhavers.
Dat bleef ook bij buurtbewoners niet onopgemerkt. Rond het plein en langs de straten bleven mensen staan om te kijken wat er gebeurde. Vooral wanneer een deelnemer met een agent of boa op de hielen voorbij kwam rennen, trok dat de nodige aandacht.
Maar Hunters draait niet alleen om wie het snelst kan rennen of de slimste route weet te vinden. Het spel brengt jongeren ook op een heel andere manier in contact met politieagenten en boa’s. Voor één middag waren zij niet de handhavers die ergens op afkomen als er iets aan de hand is, maar de tegenstanders die je juist te slim moest zien af te zijn. (hoofdfoto’s: RVP Media)