Een aanrijding op de N242 richting Heerhugowaard heeft maandagochtend voor schade en flinke verkeershinder gezorgd. Bij een harde botsing kwam een voertuig bijna onder een vrachtwagen terecht en raakte ernstig beschadigd.
Hulpdiensten rukten met spoed uit na de melding van het ongeval en troffen ter plaatse een ravage aan. Het betrokken voertuig was zwaar beschadigd, met meerdere gesneuvelde ruiten en brokstukken verspreid over het asfalt. (tekst gaat door onder de foto)
De weg lag na het ongeluk bezaaid met glasplinters en onderdelen van de auto. (foto: PersfotoNH)
Ambulancepersoneel heeft één betrokkene nagekeken en vervolgens naar het ziekenhuis in Alkmaar gebracht. Over de aard en ernst van het letsel is nog niets bekend.
Een berger is ingezet om het wrak af te voeren. Door het incident zijn twee rijstroken afgesloten, wat leidt tot flinke vertraging voor verkeer richting Heerhugowaard. De weg ligt bezaaid met glas en onderdelen. Het opruimen van glas en brokstukken zal nog enige tijd duren. (foto’s: PersfotoNH)
Op het strand van Egmond aan Zee is zondagavond een levende witsnuitdolfijn aangetroffen. De vondst zorgde voor grote onrust onder strandgangers, die massaal probeerden het dier te helpen totdat hulpdiensten arriveerden.
Wandelaars sloegen alarm nadat zij bij de vloedlijn een spartelend dier zagen liggen. Strandvonder Marco Snijders werd om 20.05 uur gebeld, enkele minuten nadat het dier gevonden was en kwam direct in actie. “Ik vroeg of het dier nog leefde, want dan is het urgent. Dus ik heb actie ondernomen”, vertelt hij.
Al snel bleek het te gaan om een zeldzame witsnuitdolfijn. Omstanders hielpen ondertussen mee door het dier nat en koel te houden met water en doeken, in afwachting van de komst van SOS Dolfijn.
Volgens Snijders verkeerde het dier opvallend genoeg in goede conditie. “Het was een behoorlijk grote. Normaal spoelen bruinvissen aan en vorig jaar spitssnuitdolfijnen. Ik heb er al meerdere weggehaald, maar deze leeft en dat is uniek. Meestal zijn ze dood als ze aanspoelen. Ze zijn vaak aangetast door parasieten, deze was niet beschadigd, ademde goed en was puntgaaf.” (tekst gaat door onder de foto)
Strandvonder Marco Snijders was na de melding snel ter plaatse om de aangespoelde witsnuitdolfijn te helpen. (foto: NH Nieuws)
Met hulp van enkele aanwezigen werd de dolfijn voorzichtig uit de branding gehaald. Daarbij stond het welzijn van het dier voorop. “Het is een zoogdier, hij moet ademhalen”, legt Snijders aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal uit. Het nat houden van de huid was essentieel om oververhitting te voorkomen. “Het beest verzette zich en door de stress kan zijn lichaamstemperatuur te ver omhoog gaan. We moesten ervoor zorgen dat hij niet in de hittestress schoot.”
Niet iedereen op het strand begreep de aanpak. Sommige aanwezigen wilden het dier direct terug de zee in duwen, iets waar Snijders fel op reageerde. “De meeste mensen willen het beest terug in zee duwen. Maar het strandt niet voor niets. Als ze stranden is er iets loos. Die mensen moet je tegenhouden, maar ze worden soms echt agressief. Ze beschuldigen je dat je zo’n beest laat sterven, terwijl we ons uiterste best doen om het te redden. Duw je het terug, dan is er een kans dat het na een paar uur weer strandt. Dan heeft het pas écht stress.”
De witsnuitdolfijn komt weliswaar voor in de Noordzee, maar wordt zelden zo dicht bij de Nederlandse kust gezien. Het dier leeft doorgaans in ondiepere wateren, maar blijft meestal op afstand van het strand. Kenmerkend zijn het stevige lichaam, de gebogen rugvin en de stompe snuit. (tekst gaat door onder de foto)
De aangespoelde witsnuitdolfijn werd met water en natte handdoeken koel gehouden. (foto: SOS Dolfijn)
Langs de Noord-Hollandse kust spoelen wel vaker bruinvissen aan. Dat zijn de meest voorkomende kleine walvisachtigen in de Nederlandse wateren. De vondst van een witsnuitdolfijn is daarom een stuk uitzonderlijker. Opvallend was eerder dit jaar ook de aanwezigheid van een beloega, een witte walvis die normaal in koudere noordelijke wateren leeft. Dat dier werd toen ook voor de Nederlandse kust gespot en trok veel bekijks.
SOS Dolfijn heeft het dier overgebracht naar de opvang, waar het verder wordt onderzocht. Woordvoerder Jeroen Hoekendijk noemt de eerste beoordeling voorzichtig. “Dat is op dit moment nog heel prematuur. Wel zagen we geen verwondingen of verstrikkingen en hij leek ook niet erg mager. In de opvang staat een dierenarts klaar om het dier verder te onderzoeken. Vannacht weten we of het een mannetje of een vrouwtje is, maar onderzoek naar eventuele ziektes kost meer tijd.”
Voor SOS Dolfijn is de komst van de witsnuitdolfijn bijzonder. Het is pas de derde keer dat deze soort in de opvang terechtkomt. Eerdere gevallen liepen minder goed af. “Toen SOS Dolfijn nog in Harderwijk zat hadden we witsnuitdolfijnen Emma en Robbie, die hebben het uiteindelijk niet gehaald”, aldus Hoekendijk.
Ook breder gezien is het een opvallend jaar voor de opvang. “Normaal zien we vooral grijze zeehonden, gewone zeehonden en bruinvissen. Maar dit jaar hebben we al elf verschillende zeezoogdieren gehad, en we zijn pas in mei.”
Met het kenmerkende geluid waar hij zijn bijnaam aan te danken heeft, reed hij dit weekend weer voor het eerst van Bergen naar Camperduin: de ‘stofzuigerbus’. Na jaren van restaureren, zoeken naar onderdelen en duizenden uren vrijwilligerswerk maakte de historische jaren veertig bus zijn eerste échte rit.
Voor de mensen die eraan werkten, is het moment extra bijzonder, zij waren de eerste passagiers. “Het is echt een prachtmoment,” zegt secretaris Gerard van den Bosch van Stichting Historisch Vervoer langs de Bellolijn. “Hier hebben we met z’n allen naartoe gewerkt.”
Het is moeilijk voor te stellen als je hem nu ziet rijden, maar de bus werd jaren geleden in slechte staat teruggevonden. In een opslag stond hij te verstoffen, met losse banken, een motor in onderdelen en slechts een paar bruikbare elementen. (tekst loopt door onder de foto)
Daar-is-tie dan, na 10 jaar restaureren: de Amerikaanse GMC bus die eind jaren veertig tussen Bergen en Camperduin reed. (foto: Streekstad Centraal)
“Het stond allemaal los,” vertelt een zichtbaar trotse vrijwilliger aan Streekstad Centraal. “Als je ergens aan trok, kwam het zo mee. Alles moest onder handen genomen worden.” Toch zagen Bergenaren er meteen iets in.
Tijdens de organisatie van een oldtimerfestival kwam het idee op om de bus naar Bergen te halen. Dat lukte, en al snel groeide het plan om hem daar ook te houden. “Op een gegeven moment zeiden we: hij gaat niet meer terug. De kans dat hij ergens anders ooit weer zou rijden, was gewoon heel klein.” (tekst gaat door onder de foto)
De vrijwilligers die afgelopen jaren hebben meegewerkt genoten zaterdag zichtbaar tijdens het ritje met ‘hun’ gerestaureerde bus, en dat begon al bij het instappen. (foto: Streekstad Centraal)
Na overleg met de Stichting Veteranen Autobussen mocht de bus uiteindelijk worden overgenomen. Opvallend detail: de prijs werd symbolisch vastgesteld. “Eerst was het 1862 euro, naar de postcode van Bergen,” vertelt een van de initiatiefnemers. “Maar uiteindelijk is de komma verplaatst en werd het 18,62 euro.” Daarmee kwam de bus definitief in handen van de Bergense stichting.
Wat volgde was een restauratie van lange adem. Vrijwilligers werkten jarenlang wekelijks aan de bus, vaak op zaterdagen. “We begonnen om negen uur met koffie en werkten door tot een uur of drie,” vertelt vrijwilliger Kees Smit. “Dat hebben we jarenlang volgehouden.”
In totaal ging er naar schatting ruim 17.000 uur werk in zitten en 80.000 tot 90.000 euro aan materialen en externe kosten in zitten. Vrijwel alles werd aangepakt: van elektriciteit tot ramen en van het interieur tot de aandrijving. “Duizenden popnagels zijn één voor één vervangen,” zegt Van den Bosch. “We hebben ze niet geteld, maar het zijn er echt heel veel.” (tekst gaat door onder de foto)
Na jaren van restauratiewerk maakte de ‘stofzuigerbus’ zaterdag zijn eerste officiële rit op het oude traject Bergen-Camperduin. (foto: Streekstad Centraal)
Niet alles was zomaar te repareren. Sommige onderdelen waren zeldzaam, zoals de versnellingsbak. “In het voortraject heb ik die opgespoord in Amerika,” vertelt Bob Kos. “Die zat maar drie jaar in dit type bus.” Via eBay en internationale contacten kwam hij uiteindelijk terecht bij een verkoper in Californië. De versnellingsbak werd naar Nederland gehaald en ingebouwd. “Zonder dat onderdeel had hij nu niet gereden,” vertelt hij opgetogen.
Bij veel Bergenaren roept de bus herinneringen op. Het is een stuk van hun jeugd. Zo ook voor Kos. “Ik moet een jaar of vier geweest zijn toen ik erin zat,” vertelt hij. “Met mijn moeder onderweg naar Alkmaar.” De bus reed tussen 1948 en 1971 in de regio en was jarenlang een vertrouwd gezicht in het straatbeeld. Door het typische geluid van de motor kreeg hij zijn bijnaam. “Mijn moeder zei altijd: daar komt de stofzuiger. Dat geluid herken je meteen.” (tekst gaat door onder de foto)
De weer als nieuw uitziende ‘stofzuiger’ kon rekenen op veel bekijks. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de eerste rit is de terechte trots van de vrijwilligers duidelijk voelbaar. Trouwens, niet alleen bij de vrijwilligers, maar ook bij de mensen die langs de kant staan. “Dit is echt Bergense saamhorigheid,” zegt Kos. “Mensen die hier vroeger in zaten, zitten er nu weer in.” Voor de vrijwilligers is het een emotioneel moment en voelt het als een beloning voor jaren werk. “Ook voor de partners thuis,” zegt Van den Bosch lachend. “Die hebben ons soms wekenlang nauwelijks gezien.”
De bus blijft niet stil staan, maar krijgt een nieuwe rol in Bergen. De bedoeling is dat hij een plek krijgt in Bergen en ook gebruikt gaat worden. Er wordt gedacht aan ritten voor bijzondere gelegenheden. Bruiloften, jubilea, dat soort dingen,” sluit Van den Bosch af. “Hij hoort hier gewoon thuis.”
Als Gerard Swart over Camping De Boekel in Akersloot praat, begint hij niet bij de recente overname van zijn dochter en schoonzoon, maar ruim een eeuw eerder. “In dit gebouw hebben mijn opa en oma nog gewoond,” vertelt hij, terwijl hij een foto van het huis aanwijst waar we in staan. “Het staat er al sinds 1913. Hier zijn heel wat herinneringen gemaakt.”
Sinds februari is de camping officieel in handen van zijn dochter Mary en haar partner Berend Valke. Maar wie denkt dat Gerard het bedrijf volledig heeft losgelaten, heeft het mis. “Ik zeg altijd maar zo: ik heb drie kinderen, mijn twee dochters en de camping. Je laat je kind ook niet zomaar los.” Toch is er wel degelijk iets veranderd. “Formeel zijn wij nu de eigenaren,” zegt Mary. “Maar mijn vader is hier nog zeven dagen in de week te vinden”, zegt ze lachend.
De geschiedenis van De Boekel gaat verder terug dan de camping zelf. Voordat Gerard en zijn vrouw Joke begonnen, was hij boer. “Ik had koeien en was echt een boer,” vertelt hij. “Maar toen kregen we twee dochters en dacht ik: die worden geen boeren. Zo kwam het idee voor een camping.”
Ironisch genoeg liep het anders. Zijn oudste dochter koos uiteindelijk toch voor het boerenleven, samen met haar partner. “Zij gebruiken nu het land achter de camping,” zegt Gerard. “Zo hebben mijn vrouw en ik met het bedrijf onze beide dochters een heel eind op weg geholpen. Daar ben ik echt trots op.” (tekst gaat door onder de foto)
Sinds 1913 is de familie Swart al gevestigd aan de Boekel in Akersloot. Vierde van rechts staat Gerard Swart tussen zijn grootouders. (foto: Camping de Boekel)
Gerard is zich er goed van bewust dat het niet overal zo vanzelf gaat. “Als ik om me heen kijk, zie ik vaak dat een overname helemaal niet lukt,” zegt hij. “Soms is er simpelweg geen opvolger en stopt een bedrijf.” Iets verderop, bij Loonbedrijf R. van Vliet was dat het geval. Dat het bij De Boekel anders loopt, maakt hem des te trotser. “Je kan wel zeggen dat ik het goed getroffen heb.”
Voor Mary was de stap naar het overnemen van de camping een stuk vanzelfsprekender. Ze groeide er letterlijk mee op. Toen ze haar huidige partner leerde kennen, maakte ze meteen duidelijk wat daarbij hoorde. “Ik zei gelijk: de camping krijg je erbij,” vertelt ze. “Gelukkig vond hij dat geen probleem.” Berend knikt. “We kennen elkaar nu zo’n zeven jaar en vanaf het begin help ik hier al mee. Het is echt mijn ding om deze camping te runnen.” (tekst gaat door onder de foto)
Camping De Boekel heeft sinds kort andere eigenaren, maar bezoekers merken daar maar weinig van. (foto: Streekstad Centraal)
De overname verliep geleidelijk. In plaats van een harde knip, is er sprake van een proces waarin oud en nieuw naast elkaar bestaan. “Je leert elke dag zonder dat je het doorhebt,” zegt Gerard. “We hebben dagelijks overleg over keuzes die gemaakt worden. Niet om elkaar te controleren, maar om op één lijn te blijven.”
Dat bevalt alle partijen goed. “Zo pushen we elkaar en halen we het mooiste uit de camping,” vult Berend aan. Voor hem zit de charme van het werk juist in de afwisseling. “Je weet nooit wat de dag brengt. Het ene moment ben je bezig met gasten hun plek laten zien, het andere moment met onderhoud. En als er iets kapot gaat, dan sta ik daar ook.”
Voor wie denkt dat het runnen van een camping vooral vrijheid betekent, hebben Gerard, Mary en Berend een duidelijke boodschap. “Als je niet van hard werken houdt, moet je niet een eigen camping starten,” zegt Gerard lachend. Dat weten de nieuwe eigenaren inmiddels maar al te goed. “Het is geen baan waarbij je om vier of vijf uur de deur achter je dichttrekt en morgen weer verdergaat,” zegt Mary. “Je staat eigenlijk altijd wel een beetje aan.” (tekst loopt door onder de foto)
Berend, Mary, Joke en Gerard zijn erg trots op hoe de camping nu is. (foto: Streekstad Centraal)
Om toch af en toe rustmomenten te creëren, zijn er openingstijden voor de receptie ingevoerd. “Zodat we even kunnen eten of een korte pauze kunnen nemen,” legt Berend uit. “We proberen wel vaste tijden aan te houden,” zegt Mary. “Maar het gebeurt heel vaak dat ik net de aardappelen sta te schillen en dan toch weer ergens nodig ben. Dat hebben we inmiddels maar een beetje losgelaten,” lacht ze.
Ook ’s nachts kan het werk doorgaan. “Als het toiletgebouw om half één ’s nachts verstopt zit, kun je niet denken: dat doe ik morgen wel,” zegt Berend. “Dan moet je er gewoon staan. Maar dat maakt het ook mooi. Je weet nooit honderd procent waar je aan toe bent.”
Juist die onvoorspelbaarheid en verantwoordelijkheid maken het voor Mary en Berend bijzonder om nu zelf aan het roer te staan. “Het is echt prachtig,” zeggen ze. “Om dit samen te mogen doen, als eigenaren, dat is heel speciaal.” (tekst gaat door onder de foto)
De enige vernieuwingen die de nieuwe eigenaren gaan doen, zijn op het gebied van kwaliteit. Zo zijn er nu betere plekken gerealiseerd om het de gasten nog gemakkelijker te maken. (foto: Streekstad Centraal)
Grote veranderingen hoeven bezoekers voorlopig niet te verwachten. En dat is bewust. “Deze camping is uniek omdat het kleinschalig is,” zegt Berend. “Je hebt veel mogelijkheden en gasten zijn altijd tevreden. Dat willen we zo houden.” Mary vult aan: “We willen vooral verbeteren in kwaliteit. Het toiletgebouw hebben we bijvoorbeeld aangepakt. We proberen het stap voor stap steeds een beetje beter te maken.”
Uitbreiden staat nadrukkelijk niet op de planning. “Een camping met 300 plekken of het terrein volbouwen met chalets? Dat gaat hier niet gebeuren,” zegt Berend. “We willen het overzicht houden. We hebben geen personeel en zijn echt een familiebedrijf. We zijn makkelijk te bereiken en dat moet zo blijven.”
Voor Gerard en zijn vrouw betekent de overname ook een nieuwe fase. “In het hoogseizoen gingen we eigenlijk nooit op vakantie,” vertelt hij. “Misschien een weekendje, maar dan zat de camping altijd in je achterhoofd.” Dat begint nu te veranderen. “Over een maand gaan we negen dagen weg,” zegt hij. Mary glimlacht: “Mijn vader twijfelde nog of hij wel moest gaan, maar wij hebben echt gezegd: het wordt tijd.”
Het verschil zit vooral in het gevoel. “Vroeger had ik altijd een soort schuldgevoel als ik weg was,” zegt Gerard. “Nu weet ik dat het goed zit. Dan denk je: we maken dat rondje fietsen gewoon wat groter.” Toch blijft hij betrokken. En dat is precies zoals hij het wil. “Bezig blijven is beter dan rusten,” zegt hij. “Van rusten ga je roesten.”
Een ernstige aanrijding op de N203 bij Castricum heeft vrijdagavond geleid tot meerdere gewonden en veel schade. Twee auto’s kwamen daar bijna frontaal met elkaar in botsing.
Een van de auto’s reed in de richting van Heiloo. De andere auto kwam uit de richting van Uitgeest. Door nog onbekende oorzaak ging het mis, waarna de voertuigen hard met elkaar botsten.
Bij het ongeluk raakte twee betrokkenen zwaargewond. Ook meerdere anderen raakten gewond. Onder de betrokkenen bevonden zich volgens omstanders ook twee kinderen.
Hulpdiensten kwamen met drie ambulances ter plaatse om de slachtoffers te helpen en twee van hen naar het ziekenhuis te brengen. De N203 werd volledig afgesloten, zodat hulpverleners veilig konden werken en de politie onderzoek kon doen.
De weg is tijdelijk volledig afgesloten geweest. Twee bergingsbedrijven hebben de zwaar beschadigde auto’s later afgevoerd. De politie doet onderzoek naar het ongeval. (foto’s PersfotoNH)
Een uitwijkmanoeuvre om een naderende motor te ontwijken is vrijdagavond geëindigd in een sloot langs de Klaassen- en Evendijk in Bergen. De automobilist bleef daarbij ongedeerd.
Het ongeval ontstond toen een motorrijder in een bocht de binnenzijde van de weg nam. Volgens betrokkenen zag de bestuurder van de personenauto zich daardoor genoodzaakt uit te wijken om een aanrijding te voorkomen. De auto raakte van de weg en kwam in de naastgelegen sloot tot stilstand.
De motorrijder stopte na het incident kort, maar vervolgde daarna zijn weg. De automobilist wist zelfstandig uit het voertuig te komen en wist er zonder kleerscheuren vanaf te komen.
Een bergingsbedrijf is ingeschakeld om de auto uit de sloot te halen. De politie kwam ter plaatse voor onderzoek naar het ongeval. Daarbij moest de bestuurder een alcohol- en drugstest ondergaan; deze bleek negatief. (foto’s PersfotoNH)
De kogel is door de kerk: het Alkmaarse college heeft een besluit genomen over de tijdelijke huisvesting van basisschool De Zes Wielen in Oudorp. Daarmee lijkt er – in elk geval op papier – een einde te komen aan maanden van onzekerheid rond de vernieuwbouw van de school aan de Saturnusstraat.
Dat blijkt uit antwoorden op raadsvragen van GroenLinks-PvdA. Het college meldt dat op 28 april een definitief besluit is genomen over de invulling van de tijdelijke huisvesting.
Opvallend: volgens de gemeente zijn er tot nu toe geen harde afspraken gemaakt, met schoolbestuur Ronduit Onderwijs over de tijdelijke huisvesting. Het contact verliep vooral ambtelijk en draaide om de vraag: hoe krijgen we die tijdelijke huisvesting überhaupt rond?
Pas nadat een voorkeursscenario was uitgewerkt, vroeg het college om opnieuw naar alternatieven te kijken. Dat sluit aan bij de frustratie die eerder al klonk vanuit de school: ondanks uitgebreide voorbereidingen bleef duidelijkheid uit.
Het college reageert ook op de kritiek dat het zou terugkomen op eerdere afspraken. Volgens het college is dat niet het geval en staat het regelen van tijdelijke huisvesting “niet ter discussie”. Er wordt alleen opnieuw gekeken naar de invulling daarvan. (tekst gaat door onder de foto)
Het schoolgebouw aan de Saturnusstraat zal van binnen helemaal opgeknapt gaan worden. (foto: Streekstad Centraal)
Uit een uitgebreide bijlage blijkt dat er de afgelopen anderhalf jaar een lange lijst aan opties is onderzocht – en vrijwel allemaal afvielen. Zo sneuvelden plannen voor een complete tijdelijke school op meerdere locaties in Oudorp door netcongestie: er kon simpelweg geen stroomaansluiting worden geregeld.
Ook andere plekken vielen af vanwege kosten, veiligheid, sloopplannen of gebrek aan ruimte. Zelfs het delen van ruimte met andere scholen bleek geen oplossing. Bij basisschool Durf was onvoldoende plek, en bovendien zou dat te belastend zijn voor kwetsbare leerlingen.
Uiteindelijk lijkt één scenario wél haalbaar lijkt, – dezelfde richting die het schoolbestuur eerder al voorstelde: een combinatie van het leegstaande gebouw aan het Oudorperdijkje en tijdelijke units bij de huidige locatie aan de Saturnusstraat.
Deze variant is ook technisch uitvoerbaar, bijvoorbeeld door aansluiting op de gymzaal en eventueel gebruik van zonnepanelen en accu’s. Opvallend genoeg gaat het colllege in de beantwoording van de vragen daar niet verder op in.
Het college benadrukt wél dat het regelen van tijdelijke huisvesting een verantwoordelijkheid is van de gemeente zelf, samen met het schoolbestuur. Tegelijk erkent de gemeente dat tijdelijke huisvesting zelden ideaal is. Het doel blijft dat leerlingen uiteindelijk terechtkomen in een “mooi nieuw/vernieuwd en fris gebouw”.
De komst van 54 statushouders naar Hotel Alkmaar werd door het Alkmaarse college gebracht als een volkomen verrassing. Een snelle actie van het COA, waar de gemeente pas twee dagen van tevoren van op de hoogte zou zijn gebracht. Uit documenten en uit communicatie die is opgevraagd, is echter te lezen dat het COA al eerder melding maakte van mogelijke opvang in een hotel in Alkmaar.
Forum voor Democratie (FVD) dook de afgelopen weken in de opgevraagde stukken en zette de informatie op een rij en in een tijdlijn. De reden: twijfel over de informatie richting de raad. Uit die opgevraagde stukken komt geen onverwachte actie naar voren, maar een ontwikkeling die al eerder werd aangekondigd richting de gemeente.
Eén dag vóór de officiële bekendmaking van het COA, op 19 maart, laat wethouder Christian Schouten in een bericht aan het college weten dat iets waar hij “een week eerder al voor vreesde” nu werkelijkheid lijkt te worden. Dat zinnetje roept vragen op. Als de vrees er toen al was, moet er immers ook kennis zijn geweest? (tekst gaat door onder de foto)
In Hotel Alkmaar zitten sinds eind maart 54 statushouders. (foto: Streekstad Centraal)
Sterker nog, op 10 maart, wordt binnen het college al gesproken over een mogelijke ontwikkeling rond Hotel Alkmaar. Misschien nog diezelfde maand, klinkt het. Daarmee ligt niet alleen het onderwerp op tafel, maar ook een concrete locatie. Mogelijk naar aanleiding van concreet contact met het COA eerder die maand.
Dit contact wordt later als kennismakingsgesprek omschreven. Maar uit andere berichten blijkt dat het gesprek gaat over het onderbrengen van gezinsleden van statushouders – en dat daarna meteen wordt doorgepakt om verder te overleggen. Het beeld dat ontstaat: dit speelde al.
Al in december 2025 worden meerdere gemeenten waar onder Alkmaar geïnformeerd over plannen om nareizigers tijdelijk in hotels onder te brengen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de algemene situatie, maar ook naar de mogelijkheden in die gemeenten. Dus ook in Alkmaar. Er is contact met het COA en er wordt afgesproken dat plaatsing in hotels alleen gebeurt na overleg met de gemeente.
Dat betekent overigens nog niet dat de plaatsing op 20 maart toen al vaststond. Het college houdt vooralsnog vol dat zij pas op 18 maart geÏnformeerd zijn door het COA. Maar tussen geïnformeerd worden en volledig verrast zijn, zit verschil.
Het was voor FvD-raadslid Jelle Wittebrood de belangrijkste reden om de documenten op te vragen. Hij benadrukt in een gesprek met Streekstad Centraal dat het hem er niet om gaat of de statushouders mochten komen, maar om de communicatie van het college richting de raad. (tekst gaat door onder de foto)
FvD-fractievoorzitter Jelle Wittebrood zet vraagtekens bij de opvang van de statushouders in Hotel Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
“Met de huidige verhoudingen in de raad zou daar gewoon een meerderheid voor zijn,” zegt hij. “Daar zit de discussie niet.” Waar het volgens hem wél om gaat, is de manier waarop het college naar buiten toe blijft volhouden dat er vooraf geen informatie was. “Als je zegt dat je geen informatie hebt gehad, maar de tijdlijn laat iets anders zien, dan klopt dat niet,” zegt hij. “Ze blijven dat zeggen, terwijl uit de stukken blijkt dat er wel degelijk signalen waren.”
Ook de manier waarop de documenten boven tafel kwamen, roept bij hem vragen op. Waar informatieverzoeken volgens Wittebrood normaal snel worden afgehandeld, duurde het deze keer weken. “Meestal krijg je binnen twee dagen wat je opvraagt. Hooguit een keer een berichtje dat het een dag later wordt,” zegt Wittebrood. “Maar nu moest ik er zelf echt achteraan. Dan vraag je je toch af hoe dat kan.”
Tot slot wijst hij op de timing van de eerste melding. Op 18 maart – de dag van de verkiezingen – komt het bericht binnen dat de plaatsing eraan komt. Toeval, zegt Wittebrood, maar wel een opvallend toeval. “Asiel is een gevoelig onderwerp in Alkmaar. Je hebt gezien dat er colleges over zijn gevallen,” zegt hij. “En dan komt dit precies op de dag van de verkiezingen naar buiten. Dan ga je je toch afvragen of dat echt puur toeval is.”
We hebben natuurlijk het college om een reactie gevraagd, maar die via een woordvoerder weten dat er pas volgende week een inhoudelijke reactie gegeven kan worden in verband met het reces.
Een flinke klap op de Nieuwe Schermerweg in Alkmaar: donderdagmiddag botsten daar twee auto’s op elkaar bij de kruising ter hoogte van de Ranzijn. Ondanks de impact van het ongeluk raakte niemand ernstig gewond.
Het ongeval ontstond toen een automobiliste over de Nieuwe Schermerweg reed en een andere auto vanaf de kruising de weg op kwam. Mogelijk is één van de bestuurders door rood licht gereden.
De schade aan beide voertuigen is groot, maar het bleef bij lichte klachten. Een ambulance hoefde niet ter plaatse te komen. Een berger heeft beide voertuigen weggesleept.
De politie doet onderzoek naar hoe het ongeval heeft kunnen gebeuren. (foto’s: PersfotoNH)
Het buizerdbroedseizoen is weer begonnen en dat zorgt, net als voorgaande jaren, voor waarschuwingen en berichten over ‘aanvallen’ op hardlopers en fietsers. Maar bij boswachter Patricia van Lieshout van Staatsbosbeheer valt die berichtgeving verkeerd. “De kans dat je zomaar wordt aangevallen is echt heel klein,” zegt ze. “We moeten dit niet groter maken dan het is.”
Dat er momenteel veel buizerds te zien zijn, is volgens Patricia goed te verklaren. “Er zijn veel muizen, dus is er veel voedsel. En als er veel voedsel is, krijg je meer buizerds en groeien er ook meer jongen op. Als er minder voedsel is, redden minder jongen het. Zo werkt de voedselkringloop. Dat is gewoon natuur.”
Volgens Patricia is het belangrijk om te beseffen dat mensen zich in het leefgebied van de buizerd begeven, en niet andersom. “Als wij de natuur ingaan, komen we in hún wereld. Zeker in het broedseizoen willen ze hun nest beschermen. Dat is geen agressie, dat is instinct.” (tekst gaat door onder de foto)
Boswachter Patricia van Lieshout hoopt dat iedereen de natuur wat meer gaat omarmen. (foto: Streekstad Centraal)
Verhalen over ‘terrorbuizerds’ doen volgens haar geen recht aan de werkelijkheid. “De buizerd wordt nu geframed als een probleem. Dat is jammer. De pers pakt negatieve dingen snel op en maakt het groter dan het is. Mijn maag draait er soms van om, omdat het beeld gewoon niet klopt.”
Dat betekent niet dat een ontmoeting met een buizerd altijd prettig is. “Voor mensen die het meemaken, kan het schrikken zijn, en leuk is het niet. Dat begrijp ik ook. Maar we hebben zelf invloed op hoe we ermee omgaan. Geef dieren rust, blijf op de paden en respecteer hun leefomgeving. We moeten de natuur ook gewoon haar ding laten doen.”
Volgens de boswachter ligt daar een bredere uitdaging. “Mensen zijn de verbinding met de natuur een beetje kwijt. Terwijl die juist zo belangrijk is. Voor je gezondheid, maar ook om te begrijpen wat er om je heen gebeurt. We hebben de natuur keihard nodig.” (tekst gaat door onder de foto)
Een aanval van een buizerd is volgens Patricia veel onwaarschijnlijker dan sommige nieuwsberichten suggereren. (foto: Streekstad Centraal)
Haar oproep is dan ook: kijk anders. “Ga niet met angst het bos of de natuur in, maar ga de natuur in om te genieten. Omarm wat je ziet. Er is zoveel moois, als je weet hoe de natuur werkt.” Wie meer wil leren, hoeft volgens haar niet ver te zoeken. “Ga eens mee op excursie, leer over vogels en hoe alles in de natuur met elkaar samenhangt. Dan kijk je er automatisch anders naar.”
De boodschap is duidelijk: geen reden tot paniek, maar juist een kans om de natuur beter te begrijpen. “We hebben de natuur hard nodig. Laten we die dan ook positief benaderen. Laat de natuur haar werk doen en geef dieren de ruimte.” (hoofdfoto: Pixabay/B Benjamins)