De nieuwe stikstofplannen van het kabinet kunnen ook gevolgen hebben voor woningbouw, ondernemers en boeren in Alkmaar. Hoe groot die gevolgen zijn, is nog niet duidelijk. Wel ligt de Eilandspolder, een beschermd Natura 2000-gebied, in de gemeente. Daarom wil de fractie van OPA weten wat de plannen betekenen voor woningbouw, ondernemers en boeren.
Voor Alkmaar is dat geen ver-van-je-bed-show. Aan de oostkant van de gemeente ligt de Eilandspolder, een gebied met de beschermde status waar het hier om gaat. Met in dat gebied meerdere boerenbedrijven, en natuurlijk dorpen. Victor Kloos van OPA is er niet gerust op. “Welke betekenis heeft dit voor de gemeente Alkmaar?” (tekst gaat door onder de foto)
Victor Kloos maakt zich zorgen om boeren en bouwers. (foto: OPA)
De grote vraag voor OPA is of de nieuwe plannen van het kabinet ervoor zorgen dat toekomstige bouwprojecten met extra onderzoeken, strengere regels of langere vergunningstrajecten te maken krijgen. Dat kan niet alleen gevolgen hebben voor woningbouw, maar ook voor bedrijven, scholen, zorginstellingen, sportvoorzieningen en andere projecten. Ook boeren in de omgeving kunnen met de nieuwe regels te maken krijgen.
OPA wil daarom weten welke woningbouwlocaties en bedrijventerreinen mogelijk binnen de nieuwe zones vallen. Ook vraagt de partij het college om in kaart te brengen wat de gevolgen voor Alkmaar kunnen zijn en hoeveel ruimte de gemeente straks nog heeft om zelf keuzes te maken.
Volgens OPA zijn de vragen niet bedoeld om de bescherming van Natura 2000-gebieden ter discussie te stellen. “Bescherming van waardevolle natuur is belangrijk”, benadrukt ook Victor Kloos. De partij wil vooral duidelijkheid over de gevolgen van de landelijke plannen voor woningbouw, de economie, voorzieningen en de boeren in Alkmaar.
Nog voordat het gesprek begint, staat de tafel al vol. Schalen met Italiaanse hapjes en een rij flessen uit verschillende delen van Italië. “Dat hoort erbij”, zegt Ivano Martignetti lachend. “Als iemand bij ons thuis komt, zetten we altijd iets op tafel. Zo gaat dat in Italië.”
Het is een klein gebaar, maar het zegt veel over de Italiaanse Alkmaarder. Want net als tijdens het gesprek met Streekstad Centraal draait het ook in zijn nieuwe bedrijf niet alleen om de wijn. Het gaat om gastvrijheid. Om de mensen achter de flessen. En om verhalen die volgens hem net zo belangrijk zijn als wat er uiteindelijk in het glas belandt.
Die liefde voor wijn ontstond niet in Alkmaar, maar honderden kilometers verderop, tussen de wijnranken van zijn opa in Campania, in het zuiden van Italië. “Elke zomervakantie ging ik een maand naar mijn opa. Hij had een wijngaard en ik hielp mee. Dat was altijd mijn favoriete periode van het jaar.” Zelfs nadat zijn opa overleed, bleef die wereld hem trekken.
Toch koos Ivano niet meteen voor een bestaan tussen de wijnflessen. Zijn carrière bracht hem juist de wereld over. Hij werkte jarenlang voor grote internationale luchtvaartmaatschappijen en woonde in verschillende Europese steden. (tekst gaat door onder de foto)
Door zijn opa is Ivano Martignetti helemaal verliefd geworden op de wereld van de wijn. (foto: aangeleverd)
Maar de wijn verdween nooit uit beeld. Naast zijn werk volgde hij opleidingen tot sommelier, behaalde hij een master in wijn- en territoriummarketing en bezocht hij wijnmakers zodra hij daar de kans voor kreeg. Pas onlangs ontdekte hij hoe lang die droom eigenlijk al leefde. “Een paar maanden geleden vond ik een dagboek terug dat ik twintig jaar geleden had geschreven. Daarin stond letterlijk dat ik ooit voor mezelf wilde beginnen en iets met wijn wilde doen.” Hij lacht. “Dat voelde bijna als een teken.”
Toen zijn baan als duurzaamheidsconsultant stopte, stond hij voor een keuze. “Ik kon opnieuw gaan solliciteren, maar ik dacht: waarom probeer ik niet eindelijk iets waar ik écht gelukkig van word?” Zo ontstond drie maanden geleden Vigne Selvagge, Italiaans voor ‘wilde wijnstokken’.
Tijdens het gesprek blijft geen enkele fles lang op tafel staan. Steeds pakt Ivano een andere wijn op. Niet om uit te leggen welke aroma’s erin zitten of hoeveel punten een wijn krijgt, maar om te vertellen wie hem maakte. (tekst gaat door onder de foto)
Het persoonlijke contact met klanten is voor Ivano een belangrijk onderdeel van zijn bedrijf. (foto: Streekstad Centraal)
Een moeder en dochter die samen een wijngaard runnen, ieder met een eigen manier van wijn maken. Een voormalig apotheker die zijn carrière achter zich liet om een bijna verdwenen Siciliaanse druivensoort te redden. Een producent die liever een heel jaar géén wijn maakt dan een fles verkoopt waar hij niet volledig achter staat. “Ik kies mijn producenten niet alleen omdat ik hun wijn lekker vind”, zegt Ivano. “Ik wil hun verhaal kunnen vertellen.”
Hoewel er tegenwoordig ook steeds meer wijn in Nederland wordt gemaakt, kiest Ivano bewust voor Italiaanse wijnen. Hij bezoekt de wijnmakers persoonlijk, loopt met ze door de wijngaarden en bouwt eerst een band met hen op voordat hij besluit hun wijn te importeren. “Je moet de mensen leren kennen. Pas daarna weet je of je echt met elkaar wilt samenwerken.” Juist daarom kiest hij bewust niet voor de grote, bekende Italiaanse wijnhuizen. “Chianti of Barolo kent iedereen al. Ik wil juist de kleinere producenten een podium geven. Mensen die geweldig werk doen, maar die je in Nederland bijna nergens tegenkomt.”
Alle wijnen die Ivano importeert zijn biologisch of biodynamisch geproduceerd en worden met zo min mogelijk ingrepen gemaakt. Hij vergelijkt het graag met eten. “Bij bewerkt voedsel kijk je op het etiket en zie je soms een hele lijst ingrediënten waarvan je niet weet wat het is. Bij veel industriële wijnen is dat eigenlijk niet anders.” (tekst gaat door onder de foto)
Momenteel heeft Ivano maar ruimte voor een paar dozen in zijn gangkast, maar in de toekomst hoopt hij een eigen pand te hebben voor proeverijen en de verkoop van natuurwijnen. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens hem bevatten veel supermarktwijnen tientallen toevoegingen. “De wijnen die ik hier heb bestaan uit druiven, wilde gisten en verder zo min mogelijk.” Dat betekent ook dat niet iedere jaargang hetzelfde smaakt. “Dat is juist het mooie. Het ene jaar is anders dan het andere. Misschien heeft het meer geregend of hebben de druiven juist minder zon gehad. De wijn vertelt wat de natuur dat jaar heeft gedaan.”
Hij benadrukt direct dat wijn natuurlijk altijd alcohol blijft. “Je moet het met mate drinken. Maar ik geloof wel dat je de wijn zoveel mogelijk zichzelf moet laten zijn.”
Opvallend genoeg praat Ivano nauwelijks over wijnkennis. Sterker nog: hij vertelt dat hij zich vroeger zelf soms ongemakkelijk voelde wanneer hij een wijnwinkel binnenstapte. “Alsof je alles al moest weten, en alsof ze je niet wilde helpen.” Dat wil hij juist voorkomen. “Ik wil benaderbaar zijn. Iedereen moet vragen kunnen stellen. Ook als je nog helemaal niets van wijn weet.” (tekst gaat door onder de foto)
Vanuit zijn woning in Alkmaar bouwt Ivano zijn wijnimport stap voor stap op (foto: Streekstad Centraal)
Die persoonlijke aanpak zie je ook terug zodra iemand een bestelling plaatst. In Alkmaar bezorgt hij zijn wijnen zoveel mogelijk zelf op de fiets. De flessen gaan in de fietsmand, samen met een kaartje waarop het verhaal van de producent staat. “Als iemand tijd heeft, blijf ik even staan om iets over de wijn te vertellen. En anders leest diegene het later terug.” Voor Ivano is dat misschien wel het belangrijkste verschil met een gewone webshop. “Ik wil niet alleen een pakket afleveren. Ik wil dat mensen weten wie de wijn heeft gemaakt.”
Dat hij zijn bedrijf juist vanuit Alkmaar begon, is geen toeval. Acht jaar geleden verhuisde hij met zijn gezin naar de stad, na jaren in verschillende landen te hebben gewoond. “We werden verliefd op Alkmaar. Het is kleiner dan Amsterdam, maar je hebt hier alles. Voor een gezin is het een heerlijke plek.” Hij hoopt dan ook dat zijn bedrijf juist hier kan groeien.
Dat hij voorlopig klein begint, betekent niet dat hij klein denkt. Sterker nog: Ivano staat te popelen om zijn assortiment uit te breiden. Inmiddels heeft hij contact met wijnmakers uit bijna alle twintig Italiaanse regio’s. Regelmatig krijgt hij berichten met de vraag wanneer ook hun wijnen naar Nederland komen. “Ik zou het liefst morgen al meer producenten toevoegen”, zegt hij lachend. “Maar ik moet geduld hebben.” (tekst gaat door onder de foto)
Bij elke wijn kan Ivano een mooi persoonlijk verhaal vertellen. “Zo leren mensen een nieuwe wijn, maar ook de makers kennen. Dat vind ik heel belangrijk.” (foto: Streekstad Centraal)
Op dit moment importeert hij wijn van vijf producenten. Niet omdat hij niet meer zou willen, maar omdat hij simpelweg de ruimte niet heeft. De dozen staan nog thuis opgeslagen en zonder eigen opslag kan hij alleen kleine hoeveelheden inkopen. “Ik weet eigenlijk al welke wijnen ik straks wil importeren. Nu moet ik eerst zorgen dat het bedrijf stap voor stap groeit.”
Dat geduld is soms lastig. Drie maanden geleden was er zelfs nog helemaal niets. Ivano richtte zelf het bedrijf op, bouwde de website, leerde hoe import werkt, bezocht wijnbeurzen in Italië, zocht producenten en begon restaurants te benaderen. “Ik heb eigenlijk alles vanaf nul opgebouwd.” Zijn droom is geen luxe wijnzaak met glanzende vitrines en ingewikkelde wijntermen. Juist niet. “Ik wil me niet voordoen als iemand die ik niet ben.”
Ooit hoopt hij in Alkmaar een plek te openen waar mensen binnenlopen voor een goed glas wijn, iets te eten en een verhaal. Geen chique uitstraling, maar een ontspannen sfeer waar nieuwsgierigheid belangrijker is dan wijnkennis. Een plek waar je vragen mag stellen, waar wijnmakers een gezicht krijgen en waar een fles meer is dan alleen een etiket. Want uiteindelijk, zegt Ivano, is dat precies wat hij al die jaren heeft willen delen. “Niet alleen de wijn, maar alles wat erachter zit.”
Nog voordat het ontwerp van de nieuwe wandelbrug naar het Oosterdelgebied is gepresenteerd, klinken er al zorgen over de gevolgen voor de natuur en de omgeving. Lokaal Dijk en Waard wil van het college weten hoe wordt voorkomen dat de nieuwe verbinding leidt tot schade aan het kwetsbare Eerstelingenpad in het Kanaalpark en heeft daar vragen over gesteld.
De wandelbrug moet de Westdijk in Heerhugowaard verbinden met het Eerstelingenpad – het onverharde wandelpad langs het Oosterdelgebied dat ook wel bekend staat als het ‘klompenpad’. Met de brug wordt een nieuwe wandelroute gemaakt tussen het Stationskwartier in Heerhugowaard en het Oosterdelgebied. De brug is een belangrijk onderdeel van het Kanaalpark, het landschapspark dat de voormalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk beter met elkaar moet verbinden.
De plannen voor de brug liepen onlangs vertraging op. De presentatie van het ontwerp werd uitgesteld nadat bleek dat de provincie zwaardere eisen stelt aan onder meer de fundering en de aanvaarbeveiliging van de brug. Daardoor moet het ontwerp worden aangepast en vallen de kosten hoger uit dan eerder was voorzien. De gemeente is hierover in gesprek met de provincie. Zolang daar geen duidelijkheid over is, kan het ontwerp niet worden gepresenteerd en kan ook de aanbesteding nog niet starten. (tekst gaat door onder de foto)
Het Oosterdelgebied trekt nu al veel wandelaars. Lokaal Dijk en Waard vraagt zich af wat de gevolgen zijn als daar straks meer bezoekers bijkomen.(foto: gemeente Dijk en Waard)
Juist die vertraging is voor Lokaal Dijk en Waard aanleiding om kritisch naar de plannen te kijken. Omdat het Eerstelingenpad door een kwetsbaar natuurgebied loopt, blijft het pad onverhard en alleen toegankelijk voor wandelaars. Ook de nieuwe brug is daarom uitsluitend bedoeld voor voetgangers. Volgens de partij roept dat de vraag op hoe het gebied beschermd blijft als straks meer mensen gebruikmaken van de nieuwe route.
“Hoe denkt het college te voorkomen dat bij een toename van recreatief gebruik van het Eerstelingenpad schade ontstaat aan vegetatie en vogels en andere diersoorten worden verstoord?”, vraagt raadslid Clementine Schuurman. Ze wijst erop dat het pad op sommige plekken smal is en in natte periodes extra kwetsbaar. Ook vraagt ze hoe wordt voorkomen dat meer bezoekers leiden tot extra slijtage aan het pad en de dijk, zonder dat het karakter van het Eerstelingenpad verloren gaat.
Daar blijft het volgens Schuurman niet bij. Op delen van het Eerstelingenpad zijn honden niet toegestaan of moeten zij worden aangelijnd, maar volgens gebruikers worden die regels regelmatig overtreden. Ook zouden wandelaars bij de molen geregeld van de route afwijken, waardoor onveilige situaties ontstaan. Ze wil weten hoe de gemeente daarmee omgaat als het straks drukker wordt.
Ook de omgeving komt in de vragen terug. Zo wil Schuurman weten hoe bewoners van de Sluiskade en de molenaar worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen. Daarnaast vraagt ze welke provinciale eisen hebben geleid tot de vertraging van de brug en welke gevolgen dat heeft voor de kosten van het project.
Het college heeft dertig dagen de tijd om de schriftelijke vragen te beantwoorden. (hoofdfoto: Gemeente Dijk en Waard)
Terwijl de temperaturen deze week oplopen tot boven de 30 graden, draait de JOL in Alkmaar gewoon door. De organisatie heeft extra maatregelen genomen om de honderden kinderen veilig en koel de dag door te helpen. “We weten wat er van ons wordt verwacht als het warm is”, zegt projectleider Lars Winder.
De JOL, wat staat voor Jeugd Onder Leiding, is voor veel kinderen een vaste traditie in de zomervakantie. Twee weken lang bouwen zij hutten, doen ze mee aan spellen en allerlei andere activiteiten. Het evenement wordt volledig georganiseerd door vrijwilligers en bestaat al tientallen jaren.
De belangstelling is ook dit jaar groot. De voorinschrijving zat volledig vol en voor de organisatie betekent dat maanden van voorbereiding. “Eigenlijk zijn we het hele jaar bezig. Het grootste deel van de planning gebeurt vanaf maart”, vertelt Winder. Samen met een team vrijwilligers werkt hij maandenlang aan de organisatie van het evenement. (tekst gaat door onder de foto)
De voorinschrijving van de JOL van tachtig kinderen zat al snel helemaal vol. (foto: Streekstad Centraal)
De hitte vraagt daarbij om extra aandacht, al is dat volgens Winder niet nieuw. “We doen dit al heel lang, dus we weten ongeveer wat er van ons wordt verwacht als het warm is.” Over het terrein zijn watertonnen geplaatst zodat kinderen hun bidons kunnen vullen en petjes nat kunnen maken.
Ook worden ijsjes uitgedeeld, is er voldoende zonnebrand beschikbaar en kunnen deelnemers verkoeling zoeken in een grote tent. Vrijwilligers lopen ondertussen voortdurend over het terrein om kinderen eraan te herinneren genoeg te drinken.
Veiligheid staat sowieso hoog op de agenda. Kinderen ontvangen bij aankomst een paspoort waarmee wordt bijgehouden wie er op het terrein aanwezig is. Aan het begin van de week werd bovendien een brandoefening gehouden, zodat iedereen weet wat er moet gebeuren als zich een calamiteit voordoet. (tekst gaat door onder de foto)
Vanwege de hitte is er aan van alles gedacht. Zo ook aan ijsjes voor de verkoeling. (foto: Streekstad Centraal)
Ook de brand die vorig jaar een deel van het hout op het terrein verwoestte, heeft geleid tot extra maatregelen. De stapels hout liggen dit jaar verspreid over het terrein met ruimte ertussen, zodat een eventuele brand zich minder snel kan uitbreiden. De schade aan enkele bomen is nog altijd zichtbaar en herinnert aan de brand die destijds ‘s nachts werd aangestoken.
Ondanks de tropische temperaturen ziet de organisatie de rest van de week met vertrouwen tegemoet. “We hebben alles onder controle. Overal is over nagedacht”, besluit Winder.
Voor veel mensen begint de vakantie niet pas op de camping of in het vliegtuig, maar al in de boekwinkel. Daar vinden ze een thriller voor aan het zwembad, een roman voor op de camping of een puzzelboekje voor onderweg. Boekwinkels in de regio merken dat de zomervakantie ieder jaar weer voor extra drukte zorgt. “Gewoon heel gezellig.”
“Wij merken zeker dat we in deze periode veel meer verkopen”, vertelt medewerker Parcival van Stumpel in Heerhugowaard. “Dat is heel divers, van puzzelboekjes tot echt stapels boeken. Mensen kopen niet één ding, maar nemen meerdere boeken mee. Of een boek én een puzzelboekje. Noem maar op.”
Dat beeld herkent Janine van Boekhandel Thomas in Bergen. “Het is deze periode altijd ontzettend gezellig in de winkel. Normaal is het al leuk, maar door de vakantie zijn mensen extra goed gehumeurd en enthousiast om boeken te kopen. Want zeg nou zelf, hoe lekker is het om iets te kopen waarvan je weet dat je het straks op vakantie gaat gebruiken?” (tekst gaat door onder de foto)
Janine vindt de extra drukte rond de vakantieperiode alleen maar heel erg gezellig. Daarnaast raadt ze graag haar eigen favoriete boek aan. (foto: Streekstad Centraal)
Ook in Alkmaar zien ze die vakantiesfeer terug, al ziet die er nét iets anders uit. Bij Never Ending Bookstore aan de Houttil lopen vooral jongeren naar binnen, op zoek naar de nieuwste Engelstalige bestseller die via BookTok, het populaire boekendeel van TikTok, viral ging. “Bij onze andere winkel, Van der Meulen’s Boekhandel, merk je de vakantie heel duidelijk”, vertelt medewerker Roos.
“Dan komen er soms hele gezinnen binnen die allemaal boeken voor de vakantie uitzoeken. Laatst zei een moeder tegen haar kinderen: ‘Zoek maar lekker wat uit.’ Dat zie je buiten de vakantie veel minder. Hier bij Never Ending is dat anders. Wij verkopen natuurlijk Engelstalige boeken, dus gezinnen zien we minder. Het zijn vooral groepen jongeren die onder andere door BookTok weer aan het lezen zijn geslagen. Dat vind ik juist ontzettend leuk om te zien.”
Wat vooral opvalt, is dat mensen meer meenemen dan normaal. “In Heerhugowaard hebben we niet heel veel toeristen”, vertelt Parcival. “Het zijn vooral mensen uit de buurt die de laatste inkopen doen voordat ze vertrekken. Dan lopen ze hier langs en komen ze even later met prachtige boeken weer naar buiten. Dat vind ik zelf echt leuk om te zien.” (tekst gaat door onder de foto)
In de vakantieperiode zijn naast de leesboeken ook de puzzelboekjes erg populair. “Voor lekker op het strand.” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens hem weten veel klanten ook precies waarvoor ze komen. “We hebben de boeken per genre gesorteerd, dus de meeste mensen weten hun weg wel te vinden. Heel af en toe helpen we iemand zoeken, maar vaak komen ze echt met een doel: lekker leesvoer vinden voor op vakantie.”
Welke boeken uiteindelijk mee de koffer in gaan, verschilt natuurlijk per lezer. Toch zien de boekverkopers duidelijke overeenkomsten. Bij Boekhandel Thomas liggen de zomertips daarom prominent op een speciale tafel. “Mijn favoriete zomerboek is Contrapposto van Dave Eggers, maar eigenlijk doen alle boeken op die tafel het goed”, vertelt Janine. “Mensen kiezen tijdens de vakantie toch vaker voor wat luchtigere onderwerpen. Hele zware boeken, daar zit eigenlijk niemand op te wachten als ze lekker aan het ontspannen zijn.”
Een verrassende zomerhit blijkt niet eens een boek te zijn. Zowel in Heerhugowaard als in Bergen blijken de populaire Murdoku-puzzelboekjes, een combinatie van sudoku’s en moordmysteries, nauwelijks aan te slepen. “Ze waren hier echt binnen een mum van tijd uitverkocht”, vertelt Parcival. “Mensen blijven vragen of we nog een exemplaar hebben, maar we moeten wachten op een nieuwe druk.” (tekst gaat door onder de foto)
De Murdoku-boekjes zijn niet aan te slepen. Bij de Stumpel in Heerhugowaard kunnen ze nog één slimme klant blij maken. “Online besteld.” (foto: Streekstad Centraal)
Ook Janine ziet dezelfde ontwikkeling. “Niet alleen de Murdoku’s, maar ook de kleurboeken zijn ontzettend populair. Mensen komen niet alleen voor boeken, maar voor allerlei vermaak. Ze willen gewoon wat minder op hun telefoon zitten en zoeken iets leuks om zich mee bezig te houden.”
Dat mensen juist tijdens hun vakantie meer tijd maken voor een boek, zien alle drie de boekwinkels. Maar in Alkmaar valt nog iets anders op. Never Ending Bookstore verkoopt vrijwel uitsluitend Engelstalige boeken. De winkel trekt daardoor een heel ander publiek dan een traditionele boekhandel. “Het zijn vaak jonge meiden, soms ook jongens, maar eigenlijk vooral jongeren”, vertelt Olga.
Volgens Roos speelt BookTok daarin een enorme rol. Niet alleen voor de klanten, maar ook voor haarzelf. “Ik ben zelf ook helemaal fan van BookTok”, vertelt ze lachend. “Ik regel de inkoop van de boeken en het komt heel vaak voor dat ik op TikTok een boek zie waarvan ik zo enthousiast word dat ik besluit het in te kopen.” (tekst gaat door onder de foto)
Roos en Olga zijn erg trots op het ‘zusje’ van de boekwinkel aan de Langestraat in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Ze merkt dat jongeren steeds vaker de boekwinkel binnenlopen met een titel die ze online hebben gezien. “Als ik klanten ergens over hoor praten, help ik ze graag met een boek dat daarbij past. Je hoort ook steeds vaker dat vriendinnengroepen allemaal hetzelfde boek lezen en het daarna samen bespreken, als een soort boekenclub. Dat moedig ik alleen maar aan.”
Never Ending Bookstore is het Engelstalige ‘zusje’ van Van der Meulen’s Boekhandel aan de Langestraat. Beide winkels zijn al generaties lang in handen van dezelfde familie. “De gewone boekhandel begon ooit bij de familie Van der Meulen, daarna werd die van onze opa en oma, vervolgens van onze ouders en nu zijn mijn neef Arjan en ik eigenaar van beide winkels”, vertelt Olga. “Maar deze winkel is echt helemaal van ons. Daar ben ik ontzettend trots op.”
Vrijwel alle boeken in de winkel zijn Engelstalig. Alleen een klein hoekje met Duitse boeken is bedoeld voor “toeristen die tijdens de kaasmarkt nog een nieuw boek zoeken.” Die keuze zorgt volgens Olga voor een heel eigen sfeer én een ander publiek dan in de traditionele boekhandel. (tekst gaat door onder de foto)
Aan de Houttil in Alkmaar zit sinds een jaar de Neverending Bookstore. Klanten kunnen daar terecht voor al hun Engelse leesvoer. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de opmars van de e-reader blijft het papieren boek volgens de boekverkopers onverminderd geliefd. “Een echt boek blijft voor veel mensen toch het fijnst lezen”, zegt Parcival. “Een e-reader is handig, maar ik hoor vaak dat mensen de charme van een echt boek missen.”
Janine sluit zich daarbij aan. “Ik vind dat een e-reader en een fysiek boek prima naast elkaar kunnen bestaan. Voor een verre reis is een e-reader makkelijker dan tien boeken meenemen. Maar een echt boek waarin je kunt bladeren, blijft voor mij een heel andere ervaring. Dat is lezen zoals het hoort.”
En of dat nu een spannende thriller, een BookTok-hit of een puzzelboekje is: voor veel vakantiegangers begint de vakantie nog altijd met een bezoek aan de boekwinkel.
Na bijna 24 uur wandelen zijn de benen eigenlijk al lang leeg. Toch weet Joke zaterdagavond, aangemoedigd door tientallen mensen langs de kant en ondersteund door twee vrijwilligers, de laatste meters van de 100 van Leeghwater af te leggen. Nog geen minuut voor de tijd stapt ze over de finish in Zuidschermer. Daar zakt ze direct uitgeput op de grond. “Ik dacht echt even dat ik het niet zou halen.”
Joke is de laatste van de ongeveer 250 deelnemers die de finish bereikte van de achtste editie van de 100 van Leeghwater. Een dag eerder waren de wandelaars begonnen aan hun honderd kilometer lange tocht door de Noord-Hollandse polders. Bij terugkomst zijn de voeten pijnlijk, de benen zwaar en de verhalen mooi.
Lang blijft het spannend of iedereen voor acht uur binnen zal zijn. “Het wordt kielekiele”, klinkt het bij de organisatie als de klok verder tikt. De laatste wandelaars druppelen één voor één binnen, maar Joke laat nog op zich wachten. Uiteindelijk verschijnt ze toch in de verte. Twee vrijwilligers lopen met haar mee en helpen haar door de laatste zware meters.
Vlak voor de finish laten zij haar los. Het applaus van de mensen langs de kant doet de rest. Joke haalt haar laatste stempel, krijgt haar medaille en gaat daarna meteen op de grond liggen. Na een paar minuten komt ze langzaam weer overeind. “Sorry hoor, ik was even helemaal kapot”, zegt ze. “Ik had het gevoel dat ik moest overgeven en toen dacht ik: ik moet echt even liggen.” (tekst gaat door onder de foto)
De vermoeidheid werd Joke even te veel, dus na haar binnenkomst en de medaille moest ze echt even liggen. “Nu gaat het wel weer hoor.” (foto: Streekstad Centraal)
Vooral vanaf kilometer tachtig begon de tocht er bij haar flink in te hakken. “Ik liep op een gegeven moment helemaal een beetje schuin. Dan loop je anders dan normaal en dat helpt niet.” De laatste twintig kilometer waren volgens haar vooral een gevecht in het hoofd. “Je weet dat je nog zo’n eind moet. Dan moet het echt even op karakter, want die benen zijn gewoon zo moe.” Even was ze bang dat ze de deadline niet zou halen. “Maar toen ik met die vrijwilligers kon lopen en in de verte de finish zag, merkte ik al snel dat het goed zou komen. Ik ben ontzettend blij dat het toch gelukt is.”
Joke is niet de enige die na honderd kilometer nauwelijks meer op haar benen kan staan. Op het finishterrein klinken steeds dezelfde woorden: zwaar, trots en vooral opluchting. Dat geldt ook voor Veerle en Anouk. Voor Anouk zijn zelfs haar wandelschoenen te veel gevraagd. Ze komt aan op sloffen en strompelt daarmee over het terrein. De twee hadden vooraf getraind tot ongeveer 48 kilometer, maar honderd kilometer blijkt toch van een heel andere orde. “Het was heel pittig. Je komt jezelf echt tegen”, vertellen ze. “We dachten: we doen het wel even. Nou, dat viel zwaar tegen.”
Lang napraten hoeft niet meer. “Tijd voor bier”, zegt Anouk lachend. Of ze volgend jaar weer aan de start staan? “Dit was één keer en nooit meer. Verschrikkelijk dit, joh.” Ook Agaath kijkt met gemengde gevoelens terug. “Bij kilometer 85 kreeg ik het wel zwaar. Dan heb je net zo’n heel lang recht stuk gehad waar weinig gebeurt.” Gelukkig liep ze samen met twee vriendinnen. “Je sleept elkaar er gewoon doorheen.” Waar ze na afloop vooral naar uitkijkt? “Een heerlijk koud biertje.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een extra goed gevoel liep Maud deze editie van de 100 van Leeghwater. “Dit goede doel staat dicht bij me, dus dat maakt het extra speciaal.” (foto: Streekstad Centraal)
Juist dat samen wandelen blijkt voor veel deelnemers misschien wel het belangrijkste onderdeel van de tocht. Maud liep de honderd kilometer om geld op te halen voor een vriendin met MS, die haar hond wil laten opleiden tot hulphond, maar daar hangt een flink prijskaartje aan. “Dat maakt het heel bijzonder”, vertelt Maud bij de finish. “Ik loop eigenlijk altijd met een doel. Eerder was dat bijvoorbeeld Alzheimer Nederland, maar dit doel staat het dichtst bij mij, omdat het om een vriendinnetje gaat.”
Ze liep de tocht samen met twee vrienden. Vooral op de zware momenten waren zij hard nodig. “We hebben elkaar er echt doorheen gesleept. Dan is het fijn als iemand naast je zegt: kom op, je kunt het.” Haar voorbereiding verliep minder goed dan gehoopt. Ze liep één keer veertig kilometer en daarnaast enkele kortere afstanden. “Maar honderd kilometer is natuurlijk nog een heel stuk verder. Dat merkte ik wel aan mijn lichaam. Het is soms ook echt een mentaal spelletje.”
Mitchell zit na de finish uitgeput op een stoel. Ook enige tijd later is er nog weinig beweging in hem te krijgen. Toch verschijnt er een glimlach wanneer hij over de tocht begint te vertellen. “Het was zwaar, maar heel leuk.” In het begin sloot hij zich aan bij een groep ervaren wandelaars. Hij wist dat hun tempo waarschijnlijk te hoog zou liggen, maar tot kilometer dertig kon hij verrassend goed meekomen. Daarna moest hij de groep laten gaan. (tekst gaat door onder de foto)
Met pijnlijke benen, maar super trots laat Mitchell zijn welverdiende medaille zien. “Ik heb er voor gestreden.” (foto: Streekstad Centraal)
“Toen heb ik een tijd alleen gelopen en dat is toch pittiger. Als ik andere mensen tegenkwam, liep ik daarom af en toe met hen mee. Dan kun je elkaar op moeilijke momenten erdoorheen slepen. En het is natuurlijk gewoon gezelliger.” Niet ieder deel van de route was even vriendelijk voor de benen en het hoofd. Vooral het stuk tussen Purmerend en Graft staat Mitchell nog scherp voor ogen. “Je loopt daar alleen maar rechtdoor en het lijkt alsof er geen einde aan komt.”
Toch overheerst bij de finish vooral trots. “Eigenlijk is het iets onmenselijks wat we hier met z’n allen doen. Maar het is wel een heel mooie ervaring. En ik ben heel blij met mijn medaille. Nu lekker uitrusten.”
Waar veel deelnemers nauwelijks meer uit hun woorden komen, oogt Jaap opvallend ontspannen. De tachtigjarige blijkt de oudste deelnemer van deze editie te zijn. Dat is voor hemzelf nieuws. “Dat had ik niet verwacht”, reageert hij. Of de voeten het nog een beetje volhouden? “Prima. Eitje.” (tekst gaat door onder de foto)
De 80-jarige Jaap Man was de oudste deelnemer van deze editie. “Ik ga door zolang het kan.” (foto: Streekstad Centraal)
Vorig jaar wilde Jaap de tocht ter ere van zijn tachtigste verjaardag lopen. Door de regen en het slechte zicht kreeg hij toen alleen weinig mee van de omgeving. Daarom besloot hij dit jaar terug te keren. “Ik dacht: dan wil ik toch een keer zien hoe het hier werkelijk is.” De donkere graslanden in de nacht waren wel even lastig. “Je moet voorzichtig lopen, want je weet niet precies waar je terechtkomt.” De rest van de tocht ging hem goed af. Een week eerder liep hij nog de Vierdaagse van Nijmegen. Stoppen denkt hij voorlopig nog niet aan. “Ik blijf lekker lopen zolang het kan.”
Ook Jan en Jacqueline de Reus weten precies wat honderd kilometer wandelen met een lichaam doet. Jan geldt als de grondlegger van de 100 van Leeghwater. Hij liep zelf al verschillende langeafstandstochten, waaronder de Dodentocht in België. Daar ontstond het idee om een vergelijkbaar evenement naar de regio te halen. “Ze noemen mij daarom de grondlegger, maar eigenlijk heb ik het gewoon nagedaan”, zegt hij lachend.
Jan wil zijn eigen prestatie niet groter maken dan nodig. “Ik heb het geluk dat mijn voeten en benen niet moeilijk doen. Mensen die lichamelijk veel meer problemen hebben en dit toch volbrengen, leveren een veel grotere prestatie dan ik. We moeten het niet groter maken dan het is.” Zijn vrouw Jacqueline trekt tijdens het gesprek alvast haar wandelschoenen uit en verruilt die voor slippers. “Sorry als het straks naar zweetvoeten ruikt hoor”, grapt ze lachend. (tekst gaat door onder de foto)
Samen met hun kleindochters worden Jan en Jacqueline de Reus onder luid applaus binnengehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de vermoeidheid kijkt ze met een goed gevoel terug op de tocht. “Het was fantastisch. Natuurlijk raak je op een gegeven moment uitgeput, maar de sfeer, de mensen en alles wat erbij komt kijken zijn echt ideaal.” Volgens haar is vooral de verzorging onderweg goed geregeld. De rustposten liggen op prettige afstanden van elkaar, waardoor deelnemers zelf kunnen bepalen of ze stoppen of verdergaan. “Je herkent steeds meer mensen. Als je dan even samenloopt, is dat supergezellig. Je leert elkaar heel snel kennen. Daarom is het zo lekker persoonlijk.”
Voor Jan is juist die persoonlijke sfeer de kracht van de tocht. De belangstelling is ieder jaar groot, maar de organisatie kiest er bewust voor om het deelnemersveld niet verder uit te breiden. “De plaatsen zijn geliefd, maar we blijven ieder jaar ongeveer even groot”, legt hij uit. “De drie P’s zijn nog altijd heel belangrijk: professionaliteit, plezier en persoonlijkheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een beetje moeie benen, maar met een heel goed gevoel zitten grondlegger Jan en zijn vrouw Jacqueline na te genieten van de tocht. (foto: Streekstad Centraal)
Doordat alle deelnemers tegelijk starten, maar vervolgens hun eigen tempo lopen, komen zij onderweg steeds andere mensen tegen. “Dan maak je even een praatje. Soms moet je op een gegeven moment denken: nu moet ik door, anders kom je in tijdnood. Als je veel meer deelnemers zou toelaten, verdwijnt dat stukje herkenning en contact. En dat maakt deze tocht juist zo leuk.”
Stoppen staat voor Jan voorlopig niet op de planning. Sterker nog: in januari schrijft hij niet alleen zichzelf, maar ook Jacqueline meteen weer in. “Dat weet ze hoor”, zegt hij lachend. “Maar dan kan ze niet meer terugkrabbelen. Ik doe pas niet meer mee als ik het niet meer red. Maar nu ik hier zo zit, voel ik dat ik er volgend jaar sowieso weer sta.” (tekst gaat door onder de foto)
Iets voor achten komt dan toch ook het “Boefje” aan bij de finish. “Daar is-ie hoor!” (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl de laatste deelnemers binnenkomen, gaat bij de finish steeds dezelfde vraag rond: “Is het Boefje al binnen?” De wandelaar blijkt inmiddels een kleine beroemdheid binnen de 100 van Leeghwater. Ieder jaar behoort hij tot de laatsten en maakt hij het spannend of hij voor de deadline binnenkomt. “Ja, ik ben blijkbaar toch best bekend”, zegt hij na binnenkomst. “Waar dat door komt weet ik niet hoor. Misschien door mijn pakje?”
Ook voor hem was deze editie zwaarder dan verwacht. Kort voor de 100 van Leeghwater liep hij nog de Vierdaagse. “De onderkant van mijn voeten is helemaal kapot. Dat loopt echt niet lekker.” Rond kwart voor acht komt hij binnen. Toch is zijn deelname op dat moment formeel nog niet helemaal afgerond. “Nu moet ik alleen nog even mijn laatste stempel halen, anders ben ik straks alsnog te laat”, grapt hij.
Bij de organisatie informeert hij nog wat er zou gebeuren wanneer iemand één minuut na acht uur arriveert. “Dan is het klaar. Te laat is te laat”, klinkt het lachend. “24 uur is 24 uur.” Veel plannen heeft Joke na haar finish niet meer. “Ik ga vanavond eerst maar eens lekker vroeg naar bed, want ik kan echt niet meer.” De volgende dag hoeft ze gelukkig nergens naartoe. “Dan ga ik lekker rustig aan doen”, zegt ze met haar medaille om haar nek. “En daar ga ik vooral van genieten.”
Een boswachter. Die loopt de hele dag door het bos. Toch? Nou, nee dus. Achter de zichtbare wereld van afgesloten wandelpaden, gekapte bomen en rustgebieden schuilt een andere wereld, die van lastige keuzes. Hoe houd je de natuur gezond én geef je bezoekers de ruimte om ervan te genieten? Tijdens de internationale Dag van de Boswachter – afgelopen vrijdag – zetten boswachters van de Schoorlse Duinen daarom letterlijk de deuren open.
En de belangstelling is groot. Van alle locaties was de excursie in de Schoorlse Duinen als eerste volledig volgeboekt. Dat verbaast boswachter Denise niet. “Het is de eerste keer dat wij meedoen met deze dag”, vertelt ze. “We merken dat heel veel mensen vragen hebben over hoe het is om boswachter te zijn. Ze willen een keer meelopen of gewoon even bellen. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar daar hebben we het vaak te druk voor. Door vandaag de mensen mee te nemen hopen we al die vragen in één keer te kunnen beantwoorden.”
Nog voordat de wandeling begint, wordt direct een hardnekkig misverstand uit de wereld geholpen. “Mensen denken dat er maar één soort boswachter is”, vertelt boswachter Mikal. “Maar tegenwoordig zijn er verschillende specialisaties.” Binnen Staatsbosbeheer zijn er boswachters Beheer, boswachters Ecologie en boswachters Publiek. Daarnaast zijn er boswachters met boa-bevoegdheid die mogen opsporen en bekeuren. (tekst gaat door onder de foto)
De boswachters namen de deelnemers mee langs de mooiste stukjes van de Schoorlse Duinen. Deelnemers keken hun ogen uit en konden alle vragen stellen die bij ze opkwamen. (foto: Streekstad Centraal)
Boswachters Ecologie richten zich op planten, dieren en biodiversiteit. Boswachters Beheer vertalen dat naar de inrichting van het gebied. Boswachters Publiek vormen vervolgens de schakel tussen de natuur en bezoekers. Mikal, Denise en Yvonne zijn boswachter Publiek. “Wij houden ons bezig met alles wat met bezoekers te maken heeft”, legt Mikal uit. “Van communicatie tot uitleggen waarom ergens werkzaamheden plaatsvinden of waarom bepaalde regels gelden.”
“We zetten vandaag telkens een andere bril van een boswachter op”, vertelt Denise. Op de ene plek kijken ze als boswachter Ecologie naar het gebied, even later als boswachter Beheer en daarna als boswachter Publiek. Zo leren bezoekers dat één plek door drie verschillende boswachters heel anders bekeken kan worden. Want juist in de Schoorlse Duinen komen natuur en recreatie voortdurend met elkaar in aanraking. “Bescherm wat je bewondert”, zegt Mikal. “Maar door het te bewonderen kun je het soms ook verpesten.” (tekst gaat door onder de foto)
De conditie van de deelnemers werd vrijdagochtend ook even goed getest. “Jeetje dit is nog even flink doorstappen.” (foto: Streekstad Centraal)
Het is precies de uitdaging waar de boswachters dagelijks mee bezig zijn. “De grootste uitdaging is om alles in goede banen te leiden”, vertelt Denise. “Rust en recreatie moeten allebei een plek krijgen. Dat kan heel goed samengaan, maar het wordt in dit gebied steeds drukker. Dan moet je goed nadenken over hoe je het gebied inricht.”
Daarom zijn delen van de Schoorlse Duinen opgedeeld in verschillende zones. Sommige paden zijn bedoeld voor wandelaars, andere voor fietsers of ruiters. Daarnaast zijn er rustgebieden waar dieren zo min mogelijk worden verstoord. “Bezoekers hebben daar zelf ook een aandeel in”, zegt Denise. “Als iedereen zich aan die afspraken houdt, kan het prima naast elkaar bestaan.”
Tijdens de wandeling komen ook actuele onderwerpen aan bod. Zo zorgde het plan voor een nieuwe fietsroute door de Schoorlse Duinen onlangs voor kritiek van de Fietsersbond. Voor de boswachters zijn dat precies de dilemma’s waar zij dagelijks mee te maken hebben: hoe geef je bezoekers de ruimte om van het gebied te genieten, zonder dat de natuur daaronder lijdt? (tekst gaat door onder de foto)
Door zelf door de ogen van een boswachter te kijken, leren de deelnemers heel veel over de werkzaamheden van een boswachter. En dat wordt goed ontvangen: “Onwijs interessant allemaal.” (foto: Streekstad Centraal)
Onderweg kruipen de deelnemers zelf in de huid van een boswachter. Er wordt druk overlegd, getwijfeld en gediscussieerd vóórdat de boswachters uitleggen waarom zij uiteindelijk welke keuze zouden maken. Zo ontdekken ze dat achter vrijwel iedere maatregel een uitgebreid proces schuilgaat.
De drie boswachters vertellen ook hoe hun werkdagen er werkelijk uitzien. En die blijken heel anders dan veel bezoekers verwachten. “Het werk van een boswachter is veel anders dan mensen denken”, zegt Denise. “Het is niet zo dat we de hele dag lekker door het bos lopen. Sterker nog: hoe hoger je in de organisatie komt, hoe meer tijd je achter een bureau doorbrengt.” (tekst gaat door onder de foto)
Er werd vrijdagochtend zelfs even afgeweken van het pad. “Jullie zijn vandaag zelf de boswachter.” (foto: Streekstad Centraal)
De boswachters laten zien dat achter iedere klus veel voorbereiding schuilgaat. “Voordat er ergens werkzaamheden beginnen, moeten we alles regelen. Van borden en omleidingen tot het controleren of het gebied daarna weer veilig is. Dat zien bezoekers vaak niet, maar daar gaat heel veel tijd in zitten.”
Die afwisseling maakt het werk bijzonder. “Soms mag ik met een hele gave auto de duinen in voor werkzaamheden, maar eigenlijk is het juist die combinatie van allerlei verschillende taken die dit werk zo leuk maakt.” (tekst gaat door onder de foto)
Met lintjes mochten deelnemers zelf keuzes maken over een stukje bos. “Deze boom moet weg, dan kan die mooie daar beter groeien.” (foto: Streekstad Centraal)
Opvallend genoeg droomde geen van de drie boswachters al van jongs af aan van dit vak. Mikal ontdekte het tijdens een stage. Denise werkte jarenlang in de zorg en Yvonne was fysiotherapeut. Hun verschillende achtergronden verrassen veel deelnemers.
“Ik wist helemaal niet dat er zoveel verschillende mogelijkheden waren”, zegt een deelneemster. “Vroeger had ik het verkeerde vakkenpakket en dacht ik dat het daardoor onmogelijk was.” Een andere deelnemer knikt instemmend. “Ik koos destijds voor rechten in plaats van biologie. Achteraf denk ik nu wel: jammer.”
Na ruim twee uur wandelen keert de groep terug naar de werkschuur. Onderweg zijn tientallen vragen gesteld over natuurbeheer, opleidingen, vrijwilligerswerk en het dagelijks werk van een boswachter.
Precies waar de dag volgens Denise voor bedoeld was. “We wilden mensen laten zien wat er allemaal achter ons werk schuilgaat en waarom we bepaalde keuzes maken”, zegt ze. “Ik denk dat dat vandaag goed is gelukt.” En de toekomst? De boswachters hoeven er niet lang over te denken. “Volgend jaar weer.”
Een botsing tussen twee fietsers op het fietspad naast de Zeeweg bij Bergen aan Zee heeft zaterdagmiddag geleid tot een spoedrit naar het ziekenhuis. Een van de fietsers raakte gewond en is per ambulance afgevoerd. Over de ernst van zijn verwondingen is nog niets bekend.
Hulpdiensten waren snel ter plaatse om hulp te verlenen. Ambulancepersoneel behandelde het slachtoffer eerst op de locatie van het ongeval. Daarna werd hij met een schepbrancard op een vacuümmatras gelegd en met spoed naar het ziekenhuis gebracht.
De politie doet onderzoek naar de toedracht van het ongeval. Hoe de twee fietsers met elkaar in botsing konden komen, is nog niet duidelijk.
Een fietsster is zaterdagmiddag gewond geraakt bij een aanrijding met een automobilist op de Heerenweg in Heiloo. Het ongeval gebeurde in een bocht, waar de twee met elkaar in botsing kwamen.
Hulpdiensten kwamen snel ter plaatse. Ambulancepersoneel heeft de fietsster ter plekke nagekeken en vervolgens overgebracht naar het ziekenhuis. Over de ernst van haar verwondingen is nog niets bekend.
De politie was aanwezig om onderzoek te doen naar de toedracht van het ongeval. Hoe de aanrijding precies heeft kunnen gebeuren, wordt nog onderzocht.
Door het ongeval ondervond het verkeer op de Heerenweg korte tijd hinder. Nadat de hulpverlening was afgerond, werden de auto en de fiets weggehaald en kon de weg weer worden vrijgegeven.
Ruim drie weken nadat de noodopvang voor asielzoekers in sporthal Het Vennewater de deuren opende, spreekt de gemeente Heiloo van een rustige start. Sinds begin juli verblijven er ongeveer zestig mannelijke asielzoekers in de sporthal. Volgens de gemeente hebben zich in de eerste weken geen incidenten voorgedaan en verloopt de opvang zonder problemen.
De tijdelijke opvang werd begin deze zomer ingericht om de druk op het aanmeldcentrum in Ter Apel te verlichten. De komst van de opvang zorgde vooraf voor de nodige discussie. Sommige omwonenden maakten zich zorgen over de veiligheid en vroegen zich af wat de komst van maximaal honderd mannelijke asielzoekers zou betekenen voor hun buurt.
Inmiddels lijkt het beeld in de buurt een stuk positiever. “Het gaat eigenlijk heel goed”, laat een woordvoerder van de gemeente aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal weten. “Er zijn geen incidenten geweest en er wordt veel gebruikgemaakt van de mogelijkheden om te sporten.”
Om de bewoners van de opvang een zinvolle dagbesteding te bieden, worden verschillende activiteiten georganiseerd. Zo verzorgen buurtcoaches sportlessen en werd er samen met hockeyvereniging De Terriërs een hockeyclinic gehouden. Ook wordt er regelmatig gevoetbald op de velden naast de sporthal. (tekst gaat door onder de foto)
De asielzoekers die tijdelijk in sporthal Het Vennewater maken ook gebruik van het voetbalveld naast de sporthal. Buurtbewoners hebben weinig last van de opvang. (foto: NH Nieuws)
In de omgeving van Het Vennewater merken buurtbewoners weinig van de opvang. Een vrouw uit de buurt vertelt dat de asielzoekers regelmatig richting de supermarkt lopen. “Ze lopen hier wel eens langs, richting de supermarkt, maar ze zijn heel beleefd en maken plaats voor je op de stoep.”
Ook andere bewoners omschrijven de sfeer als rustig. “Het is tot nu toe geruisloos verlopen”, zegt een buurtbewoner. Een buurvrouw sluit zich daarbij aan. “Als ze langslopen kijken ze ook niet naar binnen en ze zijn heel vriendelijk.”
Hoewel de sporthal ruimte biedt aan honderd mensen, zijn niet alle slaapplaatsen bezet. Volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) hangt dat samen met de actuele opvangbehoefte. Op dit moment verblijven in Heiloo vooral zogenoemde kansrijke asielzoekers: mensen die een grote kans maken om uiteindelijk een verblijfsvergunning te krijgen.
De noodopvang blijft open tot en met 16 augustus. Daarna vertrekken de bewoners naar andere opvanglocaties in Nederland en wordt sporthal Het Vennewater weer ingericht voor het reguliere sportgebruik.