Wat was de teleurstelling groot toen Power Valley 2026 niet door kon gaan – om een broedende ransuil. Maar minstens zo groot is de opluchting dat er tóch een mogelijkheid is gevonden om dit feest rond trucks en trekkers te laten plaatsvinden in het Geestmerambacht.
Power Valley is wel korter dan gebruikelijk: het vindt zaterdag 19 september plaats als eendaags evenement. Dat dit nog geregeld kon worden laat zien hoe er in het wereldje van pulling wordt meegedacht, en meegevoeld met de teleurstelling van de organisaties.
Power Valley begint zaterdag 19 september om 14:00 uur en duurt tot 21:00 uur. Bezoekers kunnen rekenen op een sportieve dag met truck- en tractorpulling, krachtige machines en volop actie op het terrein. Zie ook de website van Power Valley.
De gewone bezoeker heeft er geen weet van, maar kenners zijn er lyrisch over: de unieke oplossing die Alkmaar vond om de kermis van stroom te voorzien. Al jaren ligt er een eigen netwerk voor evenementen als de kermis, direct onder de straatstenen van de Alkmaarse binnenstad. “Wij kiezen de attracties en dan zeggen we: Michel lost het wel op.”
Evenementencoördinator Bas van der Molen maakt in de drukste week van het jaar even tijd voor Streekstad Centraal, omdat we vragen hebben over de elektra van de kermis. Maar hij komt zeker niet alleen. Michel Swinkels van Interchange Power is namelijk de deskundige als het gaat om de kabels. Verder stelt Van der Molen ons voor aan Ad de Jong en Bart van der Bles van Stadswerk072.
“Zes kilometer kabel loopt hier over de grond”, wijst Van der Molen. “En dan nog aardig wat naar de attracties zelf, dat is aan de exploitanten. Met 74 attracties is dat ook nog wel meer dan een kilometer.” (tekst gaat door onder de foto)
Aan Michel Swinkels de taak om de stroom met kabels en ‘zwerfkasten’ naar de attracties te leiden. (foto: Streekstad Centraal)
Michel Swinkels heeft dus bést wat om in het oog te houden, maar druk maakt hij zich niet. “Hier in Alkmaar is het echt goed geregeld qua stroom. Dat is wel echt bijzonder aan deze kermis. Kijk, wat ik daar heb staan…” Van der Molen onderbreekt hem lachend: “Laten we even bij het begin beginnen, anders snapt de verslaggever er niks meer van.”
Het begin, dat is al in 1995, zegt Bart van der Bles. Toen zag Alkmaar in dat de cruiseschepen aan de Kanaalkade, met hun zware aggregaten en de dieseluitstoot die daarbij hoorde, op een andere manier van elektriciteit voorzien moesten worden. De wens om een eigen stroomnet voor de kade en voor evenementen te realiseren was toen geboren.
“Daarna hebben we eigenlijk gewoon geweldig mazzel gehad”, blikt Van der Bles terug. “De Aldi in de binnenstad ging weg. Die bij de kauwgomsteeg. Daar zou het hotel uitbreiden en toen zeiden wij: kunnen we daar niet ook meteen wat bouwen. Bij Gods gratie ging ook de Gedempte Nieuwesloot open, voor riolering, dus we konden overal bij.”
De kabels gingen dus écht de grond in. Alkmaar kreeg in 2014 z’n speciale netwerk. Nog jaren vóór de netcongestie die nu zo vaak voor hoofdbrekens zorgt. (tekst gaat door onder de foto)
De mannen achter de kermisstroom: Bas van der Molen, Bart van der Bles, Michel Swinkels en Ad de Jong (foto: Streekstad Centraal)
“Ja, daar krijg ik wel vaak vragen over, of we de stroom niet willen delen”, zegt Van der Molen. “Ik wil best delen hoor, maar ik moet wel de garantie hebben dat de kermis kan draaien. Dat blijkt dan voor de ander een lastige beperking.” De stroom is ingekocht als groene stroom. Mocht Alkmaar het evenementennetwerk in de toekomst willen vergroten, dan zou netcongestie dat wel moeilijk maken, erkent ook Van der Molen. “Maar voorlopig hebben we echt genoeg hieraan.”
“Zeker, we kunnen heel wat hebben”, zegt Ad de Jong van Stadswerk 072. “Er is geen reden om te zeggen: kom maar niet. Al zijn er echt zware attracties bij. In het verleden had je ook van die waterbanen…” Maar die gaan nu niet meer rond, weet Van der Molen. Ze noemen ook attracties met luchtdruk, die flink wat ‘trekken’. “Kunnen we ook hebben.”
Van der Bles herinnert zich nog zijn verbazing toen attracties ineens stroom terugleverden. Metertjes houden alles goed bij, ook om naderhand de juiste rekening te kunnen presenteren aan de exploitant. Een attractie met vrije val leverde op het moment van die val steeds stroom terug. “Maar dat kunnen we dus óók hebben”, reageert De Jong met vertrouwen. (tekst gaat door onder de foto)
De vertrouwde Breakdance, met op achtergrond de Phantom. Die laatste is goed voor 250 ampère, 155 kW. (foto: Streekstad Centraal)
Tóch ging het in 2024 mis. Piekstroom is typisch voor de kermis, daar was dus zeker rekening mee gehouden, maar een piekmoment bij de Airborne zorgde in dat jaar voor tijdelijke stroomuitval. Een leermoment. “Dat was natuurlijk niet leuk, maar het is ook wel goed dat het gebeurde, we hebben toen belangrijke aanpassingen kunnen doorvoeren”, overweegt Van der Bles.
De deskundige legt uit dat het stroomnet van de kermis drie vertakkingen heeft. “Het begint met een zware middenspanningsaansluiting van 10kV. Die zit op de plek van de oude Aldi dus. Van daaruit voeden we drie punten: de Paardenmarkt, het Hofplein en de Kanaalkade.” Die punten hebben andere vermogens, de Kanaalkade is het zwaarst. Daar staat intussen een solide huisje. (tekst gaat door onder de foto)
Op de Kanaalkade staat het sterkste trafo-huisje van het netwerk. (foto: Streekstad Centraal)
“Nou en dan mag Bas aan het rekenen”, zegt Van der Bles rekent. Van der Molen weet al ver van tevoren welke grote attracties naar ‘zijn’ kermis komen en geeft ze elk hun plekje, mét stroomaansluiting. De ‘grote trekkers’ tekent hij in op de Kanaalkade, waar het meeste vermogen is.
“Maar de Jester, die daar nu op het eind staat, is aangesloten op het netwerk van de Paardenmarkt”, wijst Van der Molen. “Daar heb ik zaterdag ook de markt op zitten, dan lopen de kabels naar de Laat.” Op het Hofplein staat dit jaar dan weer de hoge zweefmolen Aeronaut.
Michel Swinkels zorgt voor de ‘zwerfkasten’, de kabels, en de precieze aansluitingen van al die attracties op het Alkmaarse netwerk. “Die grote zaken zitten rond de 150kW tot 200kW”, wijst hij. “Dat moet ik wel precies weten van te voren.” (tekst gaat door onder de foto)
Zo gaan de kabels naar de grote ‘zaken’ op de Kanaalkade. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is ooit allemaal bedacht voor de cruiseschepen”, zegt Van der Bles. “Maar we hebben dus echt rekening gehouden met die kermis.” En het netwerk kan ook uitstekend voor andere evenementen worden gebruikt, vult De Jong aan. “Maar ook voor de buitenverlichting.” De bruggen zitten er nog niet op, omdat dan de grenzen van het netwerk wel worden bereikt, maar de innovatie die Alkmaar hier heeft gedaan biedt dus behoorlijk wat mogelijkheden.
In eerste instantie leek het Alkmaarse idee ook wel navolging te krijgen. Iets wat Swinkels ook zeker zou aanmoedigen, omdat dit wat hem betreft de beste oplossing is. Maar inmiddels houdt de netcongestie die overal in het land speelt nieuwe ontwikkelingen tegen. De deskundigen noemen het Malieveld in Den Haag als een andere plek waar de ‘Alkmaarse’ oplossing is toegepast, maar het is dus echt zeldzaam.
“We zijn aan het pionieren geweest, zo kun je het wel zien”, bevestigt Van der Molen. “Nu zijn we heel blij met wat we hebben.” En dat zal hij nog wel vele jaren zijn, verwacht hij. Voor mooie kermissen, maar ook voor andere bijzondere evenementen.
“Het staat er toch”, besluit De Jong. “Maak er gebruik van!” Swinkels: “Dit moet je nooit meer afgeven als gemeente.”
Bailey, Indy, Nola, Sjoerd, Timmy, Sammy: voor deze en vele andere honden was het woensdag feest in Museum BroekerVeiling in Broek op Langedijk. Omdat het op 26 augustus ‘Internationale Hondendag’ is liet het museum zich van zijn hondvriendelijkste kant zien, met veel extra’s voor deze viervoetige gasten. “Maar morgen zijn ze ook weer welkom.”
Dat zegt Wouter van Assendelft van de afdeling marketing. Reken maar dat deze dag marketing is, dat ontkent hij niet. “Mijn grootste angst is dat er geen hond komt”, lacht hij. “Maar eigenlijk komen hier elke dag wel honden. We zijn een museum, maar ook hondvriendelijk. Ze mogen altijd mee.”
Lang niet iedereen weet dat, ze krijgen er nogal eens telefoontjes over. “We gebruiken de Internationale Hondendag om dit extra bekendheid te geven”, legt Van Assendelft uit. (tekst gaat door onder de foto)
Sjoerd en Nola met baasjes Karla (links) en Tilly maken er een mooi dagje van. (foto: Streekstad Centraal)
De eerste honden druppelen even na 10:00 uur al binnen, maar de echte drukte laat dan nog even op zich wachten. Karla en Tilly uit Heerhugowaard zijn er wél meteen al bij. “Ik had er een paar weken geleden al over gelezen”, vertelt Karla, die haar hond Sjoerd bij zich heeft. “Toen zei ik al: daar gaan wij heen.”
Tilly heeft Nola bij zich. “We gaan straks ook mee met de rondvaart”, kondigt ze aan. “We zijn er echt speciaal voor gekomen. Heel leuk. Wij gaan er lekker op uit met de hondjes!”
De vrijwilligers van Museum BroekerVeiling delen hondensnoepjes uit en er staan bakjes met water langs de route: er is echt wel aan de honden gedacht. De traditionele veiling in de bekende hal boven het klotsende water is op deze dag ook helemaal in het thema, met speciale hondenartikelen ‘onder de klok’. (tekst gaat door onder de foto)
Het trappetje de boot in is toch bést spannend. (foto: Streekstad Centraal)
Maar het echte hoogtepunt is toch wel de ‘hondvaartboot’. Voor schipper Ingrid is het geen alledaags verschijnsel, zo veel honden aan boord. Maar het verloopt vlekkeloos. Wél moeten sommige honden aan boord worden getild, het trappetje is best even spannend. “Laat mij maar even, ik til ‘r wel”, biedt gids Jan aan als Nola in de achteruit gaat.
De honden genieten, maar spanning is er ook. Er zijn nou eenmaal wél veel andere honden. “Niet zo trekken!”, horen we dan ook roepen. En soms is er gegrom, gekef – en daarna de vermanende stem van het baasje. Het zijn korte momenten, het grootste deel van de dag is het rustig en houden de honden het goed vol. (tekst loopt door onder de foto)
Onderweg tijdens de ‘hondvaart’ is het genieten geblazen voor de viervoeters. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik werk hier, ik kom hier wel eens met de honden aan het einde van de dag”, vertelt Johan, die even aansluit bij de rondleiding door Jan. “Na sluitingstijd kunnen ze dan wel los, slootje in, slootje uit… Maar nu ze zitten aan de lijn hoor. Met al die andere honden moet dat ook echt wel.” Zijn honden: Sammy en Timmy. De ene is de oom van de andere.
Als de rondleiding zonder Johan verder gaat is er toch even consternatie. “O nee, die gaat poepen!” Maar daar zijn zakjes voor. Net daarvoor heeft de gids een verhaal verteld over menselijke mest voor op de bloemkolen, maar deze mest verdwijnt dus keurig in het plastic. (tekst loopt door onder de foto)
Sammy en Timmy sluiten heel even aan bij de rondleiding die het baasje inmiddels wel kan dromen. (foto: Streekstad Centraal)
De aanwezigheid van al die honden roept wel de vraag op of die er nou vroeger ook waren, toen de veiling nog écht in bedrijf was. We ontdekken wel een hond op één van de oude foto’s in het museum. Maar de ervaren gids Jan denkt dat dat toch wel een uitzondering zal zijn geweest: “Je moet rekenen, de mensen waren hier árm. Een hond erbij betekende toch een extra mond om te voeden.”
Dat is vandaag duidelijk geen enkel probleem meer. Ingrid trakteert haar passagiers op hondensnoepjes als ze tevreden van boord gaan. “Mag ie uit mijn hand eten? Ja, ik vraag het maar even. Maar kijk, hij doet het al. Geniet ervan!”
Een achtbaan blijft een achtbaan, hoog blijft hoog, en een oliebol blijft een oliebol. Toch is er maandagmiddag wel heel veel anders dan anders op de kermis van Alkmaar. Tussen 13:00 en 14:30 is het er ‘prikkelarm’ en dat trekt mensen die de kermis anders juist liever vermijden.
“Het is al twee uur, dan is die kermis toch wel een keer ópen? Nee?” Lang niet iedereen is maandag op de hoogte en een enkeling maakt al zowat rechtsomkeert, in de overtuiging dat er nog geen kermis ís. Maar dat klopt toch echt niet. Alle attracties zijn open en zelfs die grote Airborne draait zijn rondjes. Alleen: zonder muziek, zonder effecten.
De Jester draait in stilte, maar wél hard. (foto: Streekstad Centraal)
“Zeker, wij zijn hier speciaal voor gekomen”, bevestigt Renee van Klas op Wielen. Deze klas van Heliomare is bedoeld voor mensen die in een rolstoel zitten. Dat op zichzelf is al een uitdaging op de kermis, die vaak veel te druk is om met de rolstoel te verkennen. Maar ook het vele licht en geluid kan mensen afschrikken, legt Renee uit.
“Maar kijk: er zijn ook léúke prikkels. Bewegingsprikkels, heen en weer gaan. Daar komen wij van genieten.” Mooi dat dit kan, vinden Renee en de jongens en meiden uit haar klas. Al laten ze zich zeker niet allemaal wegjagen door muziek. Wat de één te veel is kan de ander toch best hebben. (tekst gaat door onder de foto)
Het geratel van de achtbaan valt nu wel meer op dan anders. (foto: Streekstad Centraal)
Ouders van jonge kinderen weten: de kermis is oppassen geblazen. Soms is ineens dat omslagpunt bereikt en zet de kroost het op een krijsen. Het verrast dan ook niet dat er best wat ouders met jonge kinderen over de prikkelarme kermis lopen die hier bewust voor hebben gekozen.
“Als het geluid straks weer aangaat blijven we heus nog wel even hoor”, zegt Denise die met haar twee kinderen net klaar is bij een ballenkraam. “Het gaat erom dat ze nu vast even zien waar alles staat. Dan weten ze straks ook waar ze zijn.” Dat geeft toch wat rust, voor de kinderen en voor hun moeder.
Het niet zo prikkelarme cadeautje dat bij het balspel gewonnen is wordt intussen vol trots getoond aan de verslaggever van Streekstad Centraal. Dat blijft toch mooi, ook op een aangepaste kermis telt de winst.
“Vorig jaar waren we hier ook”, vertelt Denise. “Toen was het wel drukker, omdat het nog vakantie was. Nu zijn er een stuk minder kinderen.” (tekst gaat door onder de foto)
Denise vervolgt haar weg over de zwijgende kermis. (foto: Streekstad Centraal)
Dat valt meer mensen op: het is best stil. Vooraf klonk er ook wel wat kritiek op het tijdsstip van de prikkelarme middag. Die valt samen met school, werk, andere verplichtingen. Wat dat betreft zou een moment in het weekend beter zijn.
Maar daar zit dan wel een andere kant aan, zien ook de kermisondernemers die we spreken. Zeker heeft de prikkelarme middag een eigen publiek, maar het wordt toch wel drukker als de muziek weer aangaat. In het weekend zou het best wat omzet kunnen kosten. (tekst gaat door onder de foto)
“De spoken slapen niet”, krijgen we bij het spookhuis te horen. (foto: Streekstad Centraal)
“We houden er zo veel mogelijk rekening mee”, legt de uitbaatster van het nieuwe spookhuis uit. “Die spookachtige muziek, die hoor je nu niet. Maar ja, een spookhuis, dat blijft wel veel prikkels hè. De spoken slapen niet…” Gelukkig zijn er ook in de relatieve stilte van die middag genoeg bezoekers die het erop wagen.
Prikkelarm of niet, de fatbikes blijven vervaarlijk slalommen tussen het publiek door en ook ouderen op elektrische fietsen lijken de bordjes en aankondigingen gemist te hebben. Maar de stilte zorgt toch voor een zekere sereniteit tussen de kleuren en de bewegingen.
Om 14:30 klinkt dan het vertrouwde carillion van de Waag. En hoewel dat alle uren blijft spelen, is het voorlopig voor het laatst dat dát geluid op de kermis te horen is. Eén voor één gaan de muziekinstallaties weer aan en verstomt het geratel van de achtbaan, het gezwier van de Breakdance en de Airborne. Dan klinkt de kermis weer als de kermis, nog een hele week lang.
Het sfeertje, dáár komen de bezoekers voor op het Keltisch Festival in de Alkmaarderhout. En het sfeertje is goed, merkt ook Streekstad Centraal. Het festival is inmiddels een Alkmaarse traditie geworden en trekt dan ook veel vaste bezoekers. Onmisbaar voor de Keltische sfeer is natuurlijk het ver reikende geluid van de doedelzak.
Ook wie de aankondigingen gemist had werd er als vanzelf door naar het park getrokken: die onmiskenbare vibrerende toon van doedelzakken. “Ik vind het een mooi geluid”, zegt doedelzakspeelster Bernadette van der Sluis erover. Maar de doedelzak zélf onder controle krijgen bleek toch nog een andere tak van sport.
“Ik speel verschillende instrumenten”, vertelt Bernadette. “Dus ik denk nou, dat kan ik ook even. Dát is even een misvatting. Je hebt er wel heel wat voor nodig om het te gaan spelen…” (tekst gaat door onder de foto)
Aan doedelzakken geen gebrek in De Hout zondag. (foto: Streekstad Centraal)
Wie eenmaal aan de doedelzak verslingerd is wordt als vanzelf meegezogen in de rest van de Keltische cultuur. Dat geldt zeker voor Steven Scholte, die in De Hout is om kilts te verkopen. “Met een jaar of veertien ging ik voor het eerst naar Schotland en dan krijg je een virus te pakken, dat gaat nooit over”, blikt hij terug op hoe het bij hem ooit is gegaan.
“Als je teruggaat in de geschiedenis en je gaat naar de Kelten kijken, die in een heel groot gedeelte in Europa hebben gezeten en later zijn teruggedrongen tot onder andere Schotland… Dan zie je hun invloed. Nog steeds wordt de Keltische cultuur uitgedragen over heel de wereld.”
En dat niet alleen met muziek, maar ook met sierlijke dansen, lekkere hapjes en bijpassende drankjes. Schotland, Ierland, Wales, Bretagne – dát zijn nog altijd echt Keltische streken, waar Keltische talen gesproken worden, Keltische tradities worden doorgegeven. Die streken zijn volop vertegenwoordigd op deze vrolijke zondag in de Hout.
Maar: het gaat dus eerst en vooral om de gemoedelijkheid onderling. Het sfeertje.
Jens van Gorp stopt, geeft zijn raadszetel op en biedt zo zijn fractiegenoot Christian Schouten de kans om een nieuw hoofdstuk te beginnen: er verandert in korte tijd véél bij D66 Alkmaar. Voor Şiwan Gül betekent die wisseling van de wacht dat hij toetreedt tot de raadsfractie van zijn partij.
Christian Schouten is voor Alkmaarders vooral bekend als oud-wethouder. Een rol waarin hij waardering oogstte, ook op het lastige onderwerp asiel. Tot het op het laatst helemaal mis ging: hij kon nét voor de eindstreep van het vorige college niet anders dan zijn functie neerleggen en moest vervolgens lijdzaam toezien hoe zijn vroegere collega’s nog een trap na gaven ook.
“Maar ik heb jarenlang goed samengewerkt met iedereen”, zet Schouten daar tegenover in gesprek met Streekstad Centraal. “Dat blijf ik doen. Daar heb ik vertrouwen in.” (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder is hij niet meer, maar Christian Schouten blijft zichtbaar op het Alkmaarse stadhuis. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Jens van Gorp komt hiermee een einde aan een succesvolle periode. Namens zijn partij voerde hij de onderhandelingen voor het nieuwe college dat nu de stad bestuurt. “Die formatie is heel goed gegaan”, zegt Schouten dankbaar “Dat zit er nu op, dat maakt juist nu een goed moment om deze wisseling te doen.”
Van Gorp zelf wil meer tijd vrijmaken voor zijn andere werk en voor zijn privéleven. Hij stopt daarom ook helemaal als raadslid. “Ik wil de fractie hartelijk bedanken voor de prettige samenwerking de afgelopen jaren en ben blij dat ik het stokje vol vertrouwen kan overdragen”, verklaart Van Gorp. (tekst gaat door onder de foto)
Jens van Gorp voerde dit voorjaar nog campagne voor D66. (foto: Streekstad Centraal)
Şiwan Gül is een nieuw gezicht in de raad. Gül laat weten verheugd te zijn over deze nieuwe kans: ‘een enorme eer’. Christian Schouten is juist allerminst een nieuw gezicht. Een oudgediende en zeker na afgelopen voorjaar gepokt en gemazeld in de Alkmaarse politiek. Al sinds 2013 is hij actief voor D66 Alkmaar.
“Ik zal wel weer wat zichtbaarder zijn”, kondigt Schouten aan. “Maar het roer omgooien zou een beetje raar zijn hè? We gaan gewoon netjes verder met de dingen waar we mee bezig zijn. We zijn een bestuurderspartij en dat wil ik laten zien.”
De politiek de rug toe keren, of in een andere gemeente carrière maken, dat is zijn stijl niet, vertelt Schouten. “Voor mij is het Alkmaar, voor mij blijft het Alkmaar. Ik heb een grote band met deze gemeente. En het leven is mooi! Geniet! En zorg daarbij voor elkaar en voor de mensen om je heen… Dat is hoe ik erin sta.”
Het afscheid van Jens van Gorp en de installatie van Şiwan Gül staan gepland voor de raadsvergadering van 27 augustus. Dan begint ook het nieuwe hoofdstuk van Christian Schouten.
Wie het Alkmaarse nieuws een beetje volgt, zal er niet van opkijken. Maar triest is het wel. De rotonde dichtbij station Alkmaar Noord,die de Hertog Aalbrechtweg, de Schinkelwaard en de Zeswielen met elkaar verbindt, geldt als één van de gevaarlijkste van Nederland. De rotonde staat op de vijfde positie in de lijst van gevaarlijkste fietsplekken.
Dat becijferde vergelijkingssite Independer op basis van cijfers van Rijkswaterstaat. Alkmaar scoort daarmee eigenlijk het hoogst van heel de provincie, maar een combinatie van twee rotondes in Aalsmeer blijkt in de praktijk nog gevaarlijker, meldt NH, mediapartner van Streekstad Centraal.
Dat laat onverlet dat de risico’s behoorlijk groot zijn op de rotonde bij de Zeswielen. Binnen vier jaar tijd zijn er op de onoverzichtelijke rotonde 34 ongelukken met fietsers gebeurd. (tekst gaat door onder de foto)
Ook ‘s nachts kan het goed mis gaan op deze plek. (foto: Streekstad Centraal)
Veel van die ongelukken halen ook de berichtgeving van Streekstad Centraal, wat onderstreept hoe ernstig de ongelukken zijn.
Soms leiden de ongelukken ook tot een aanhouding door de politie, maar meestal is van slechte wil geen sprake. De situatie wordt door veel weggebruikers als onoverzichtelijk ervaren en het is ook nog eens vaak druk op deze plek.
Met kleine aanpassingen probeert de gemeente Alkmaar de rotonde wel veiliger te maken. Maar het is nog te vroeg om te zeggen of dat deze beruchte plek ook echt veiliger heeft gemaakt. De bijzondere positie op de Nederlandse ranglijst mag in ieder geval tellen als een extra waarschuwing voor wie hier langs komt.
Moe. Af. Bekaf zelfs. Dát waren de dertien jonge helden van de brandweer in Heerhugowaard zondagochtend wel, in verschillende gradaties. Maar ze konden toch maar mooi zeggen dat ze een échte 24-uursdienst hadden gedraaid. Met spectaculaire oefeningen op het water, in de rook en, toegegeven, ook récht voor een ijssalon die in dit geval gewoon de bestemming was.
Zo maakten ze kennis met vermoeidheid en onverwachte meldingen, zoals die ook tijdens echte 24-uursdiensten voorkomen. Haastig uitrukken voor een brandmelding bij MediaMarkt en pas op het laatste moment horen dat er niets aan de hand is: ook de typische anticlimax van ‘loos alarm’ hoort ook bij het werk.
De dertien jongeren die zondagochtend om 09:30 uur hun piepers op tafel legden, klaar om naar huis te gaan, kénnen dat werk. Ze leren veel bij de jeugdbrandweer. Maar een 24-uursdienst is toch andere kost. (tekst gaat door onder de foto)
Bij de laatste uitruk zondagmorgen was de vermoeidheid wel merkbaar. (foto: Brandweer Heerhugowaard)
Fien, Olivier en Rens nemen ná hun dienst nog even tijd om na te praten met Streekstad Centraal. “Ik denk dat bijna niemand echt heeft geslapen”, bekent Fien (13). Zelf haalde ze misschien net drie uurtjes. Dat is meer dan Rens (14): “Een half uurtje misschien.”
Ook Olivier (16) heeft nauwelijks geslapen. “Dat was chaos jongen! En dan ook nog die autobrand…”
De jongeren waren op de kazerne om te oefenen, maar in de nacht van zaterdag op zondag moest ook het volwassen korps uitrukken. Een autobrand verderop in de stad, aan de Anna Polaktuin. “We hoorden de piepers van de volwassenen, we dachten even dat we zelf moesten”, blikt Olivier terug. Maar ze konden zich omdraaien, al stonden de meesten toch voor het raam om de wagen te zien wegrijden. (tekst gaat door onder de foto)
Rens, Fien en Olivier maakten zondag nog even tijd voor Streekstad Centraal. (foto: Streekstad Centraal)
“Ja, een echte brand, daar ga ik anders ook wel even bij kijken natuurlijk”, vertelt Fien. Zo is het ook voor Rens en Olivier: het boeit ze toch, het brandweervak, ook als ze gewoon op school zitten. “Ik ben er in mijn hoofd bijna elke dag wel mee bezig”, zegt Olivier. “Ik wil hier als ik volwassen ben ook mee verder, ik wil Officier van Dienst worden.”
Met die ambitie houden ze rekening bij de Heerhugowaardse jeugdbrandweer. Speciaal voor Olivier was er tijdens deze 24-uursdienst ook een oefenrol voor de ‘OVD’, zoals dat in brandweertermen wordt afgekort. Olivier kon dus met bijpassend pak de beide eenheden aansturen, want dát is de taak waar hij zich op voorbereidt.
Aan zijn 24-uursdienst begon hij redelijk nuchter. “Ik had wel verwacht dat we meteen een melding zouden krijgen. Maar we wisten natuurlijk niets van tevoren.” (tekst gaat door onder de foto)
Een oefening bij het Zeekadetkorps vergde wat voorbereiding, maar moest voor de jeugdbrandweer zélf een verrassing blijven (foto: Brandweer Heerhugowaard)
Fien lette anders wel goed op eventuele aanwijzingen. Toen één van de begeleiders al een uur weg was vond ze dat toch verdacht. “Toen zei ik wel: ‘Er komt wat.’” En dat klopte, er moest wat worden klaargezet en even later kon de oefening beginnen. Toch een leermomentje, lachen de begeleidende brandweerlieden naderhand. Het moet nog nét wat stiekemer.
Dat er ook een nachtelijke uitruk in zat, dat hadden ze alle drie wel gedacht. “Precies om 02:00 uur ’s nachts kwam de melding”, herinnert Rens zich. “Er lag iemand te water bij het Strand van Luna.” Niet echt natuurlijk, maar voor een oefening serieus genoeg. Alle drie wisten ze: Luna, daar is het pikkedonker.
“Ja, we hebben de lichtmasten op de wagen aangezet”, vertelt Olivier. “En ik had een zaklamp mee”, vult Fien aan. Aan touwen gingen ze de nattigheid in om volgens de veiligheidsvoorschriften hun werk te doen. (tekst gaat door onder de foto)
Rens, Olivier en Fien hebben elk hun eigen rol. Olivier oefent voor Officier van Dienst. (foto: Streekstad Centraal)
Veiligheid gaat bij de brandweer voor alles. Daar leren de jonge brandweerlieden ook veel over. “Bij de jeugdbrandweer zit je ook gewoon vaak in het leslokaal”, legt Rens uit. “Oefenen is natuurlijk wel het leukste, maar dit hoort er ook bij.”
Zelf combineert hij de jeugdbrandweer nog met voetbal, waar hij als scheidsrechter actief is. Fien voetbalt ook, Olivier gaat regelmatig naar de sportschool. Maar de jeugdbrandweer zorgt toch wel voor de bijzonderste verhalen.
“Nou, mijn vrienden denken wel: wat ga je daar nou doen”, relativeert Fien lachend. “Dan vertel ik erover en dan zeggen ze, stop maar hoor.” (tekst gaat door onder de foto)
Tussen de serieuze oefeningen door hoort een uitruk voor een ijsje er ook gewoon bij. (foto: Brandweer Heerhugowaard)
Zolang ze het zélf maar interessant vinden. “Er is een wachtrij bij de jeugdbrandweer in Heerhugowaard”, weet Olivier. Het spreekt toch veel mensen aan: de oefeningen, de verantwoordelijkheden, maar ook de lol onderling. Een melding met lage prioriteit waar ze dan tóch in grote haast op afrennen, om vervolgens te ontdekken dat er gewoon een ijsje op het programma staat.
Dat is ook de jeugdbrandweer. En meer: ze kookten ook samen. De boodschappen deden ze zelf. Een gezellige avondmaaltijd tussen de brandweerwagens. Een potje voetbal. (tekst gaat door onder de foto)
De kazerne werd door de jeugdige keukenbrigade omgevormd tot eetzaal. (foto: Brandweer Heerhugowaard)
“We hebben ook verstoppertje gespeeld”, zegt Olivier. “Toen ging net dat ding piepen en zat ik half vast achter een rolstoel. Daar hebben ze me toen even achter vandaan moeten trekken.”
Het is spannend, maar tegelijk óók veilig. Volgens de jongeren komen blessures bij hun oefeningen nauwelijks voor. “Ik heb volgens mij maar één keer een blessure gehad”, zegt Olivier. “O, wat had je?” vraagt Fien meteen. “Een verzwikte enkel. Ik liep in het donker en miste een afstapje.”
Rens verwoordt dan de blessure die ze allemaal wel voelen, na die dienst van 24 uur: “Ik heb pijn aan mijn poten! Verkeerd gelegen zeker. Ik weet niet of ik zo nog kan slapen, maar móé, ja, dat ben ik wel. Maar dat wisten we toen we hieraan begonnen.”
Het is een serieuze kwestie, al prikkelt het natuurlijk ook de verbeelding: de ideeënprijsvraag van het Architectuur Informatiecentrum Alkmaar (AIA) met als uitgangspunt een andere invulling van het Kanaalschiereiland. De prijsvraag gaat nu de volgende ronde in en daarmee begint het echte werk.
Dat meldt AIA-voorzitter Ed Diepenmaat die, in voorbereiding op de prijsuitreiking en de opening van de expositie met ontwerpen, de stoute schoenen aantrok. “Voor de officiële opening wilden we graag iemand van de gemeente hebben. Ik heb wethouder Gijsbert van Iterson Scholten gevraagd of hij die klus wilde klaren”, zegt Diepenmaat in gesprek met Streekstad Centraal. “Nou, dat moest hij wel afstemmen met het college.”
De ideeënprijsvraag is ook op het Alkmaarse stadhuis niet onopgemerkt gebleven, blijkt uit het relaas van Diepenmaat. Niet iedereen is er even gelukkig mee, omdat het AIA zinspeelt op het afbreken van het politiebureau, iets dat nog lang geen politieke realiteit is. (tekst gaat door onder de foto)
Ed Diepenmaat benadrukt dat de ideeënprijsvraag gaat om een serieus punt: dat het Kanaalschiereiland anders verdient. (foto: Streekstad Centraal)
“Nee, maar het zou wel moeten, het is een heel gesloten gebouw. Wij vinden dit geen spel. De functie die het Kanaalschiereiland nu heeft is niet gepast, deze plek vraagt om een publieke functie. Het is dus een serieuze vraag.”
Daar begint dus de politieke gevoeligheid, dat snapt Diepenmaat ook wel. Tóch wil de wethouder het wel wagen. “Laat ik vooropstellen dat er op dit moment geen plannen zijn om het politiebureau te verplaatsen of om deze locatie op het Kanaalschiereiland anders in te richten”, zegt hij daar meteen bij.
“Tegelijkertijd vind ik het waardevol dat er in Alkmaar ruimte is voor nieuwe ideeën en creatieve denkrichtingen”, gaat wethouder Van Iterson Scholten verder. “Dat betekent niet dat die ideeën morgen werkelijkheid worden, en misschien worden ze dat nooit. Maar ze dragen wel bij aan het gesprek over hoe Alkmaar zich verder ontwikkelt.”
Dat is waardevol, vindt de wethouder, en dus komt hij de expositie graag open. “Juist die creativiteit en verbeeldingskracht hebben steden door de eeuwen heen verder gebracht.” (tekst gaat door onder de foto)
Met wethouder Gijsbert van Iterson Scholten bij de opening krijgt de expositie wel een officieel tintje. (foto: Streekstad Centraal)
“Dus wij gaan vrolijk verder, tot de officiële opening op 16 oktober”, lacht Diepenmaat. Op de ideeënprijsvraag kwamen veel reacties. Met 63 inzendingen gaat het AIA nu door naar de volgende stap: het verder uitwerken van het eerste idee, zodat het ook echt tentoongesteld kan worden in de bovenfoyer van theater De Vest. Deze week sloot de termijn voor het stellen van technische vragen.
“Die beantwoorden we natuurlijk zorgvuldig”, zegt Diepenmaat. “We kregen ook nog inzendingen ná de einddatum. Ja, dat laat wel zien hoe groot de belangstelling is. Maar we maken geen uitzonderingen hoor.” Inzendingen kwamen uit de wijde regio en soms zelfs van verder weg, tot Rotterdam aan toe, en dat laat volgens het AIA mooi zien dat het Kanaalschiereiland ook door anderen wordt erkend als een interessante plek.
Met zoveel deelnemers zal de bovenfoyer van Theater De Vest goed gevuld raken, verwacht Diepenmaat. “We zijn in overleg met De Vest over hoe we dat daar inrichten. Ach, als de bar maar open blijft! We zijn hier alleen maar heel blij mee.”
Meerdere geparkeerde auto’s zijn beschadigd geraakt bij een autobrand in Heerhugowaard. Dat gebeurde in de nacht van zaterdag op zondag in de Anna Polaktuin. De melding van de brand kwam even na 4:30 uur binnen.
De brandweer kon het vuur snel doven en zo voorkomen dat het nog verder om zich heen sloeg. Toch moeten twee auto’s als verloren worden beschouwd, en liepen ook andere auto’s brandschade op.
Over de oorzaak viel kort na de brand nog weinig te zeggen. De politie heeft de zaak in onderzoek. Het valt niet uit te sluiten dat er sprake is van brandstichting, maar ook een technisch defect kan voor brand hebben gezorgd. (foto’s: RVP)