De bestuurder van een motor is naar het ziekenhuis gebracht. De man was gewond geraakt bij een eenzijdig ongeval in Heerhugowaard. Dat gebeurde woensdagmiddag rond 15:45 aan de Flemingstraat. De bestuurder was bekneld geraakt en moest door de brandweer worden bevrijd.
Het is niet duidelijk hoe het ongeluk kon gebeuren. De motrorrijder moet van de weg zijn geraakt en kwam uiteindelijk tot stilstand tegen de gevel van een bedrijfspand. De politie was met meerdere eenheden aanwezig om de situatie veilig te stellen en om onderzoek te doen.
Het ambulancepersoneel behandelde het slachtoffer eerst op straat, daarna bracht de ambulance hem met spoed naar het ziekenhuis van Alkmaar. Over de ernst van de verwondingen zijn geen details bekendgemaakt.
De zomervakantie lijkt nog ver weg, maar in de praktijk hebben kinderen nog maar een paar weken school. Voor veel van die kinderen is het iets om naar uit te kijken: zes weken lang vrij, zes weken om te spelen, te ontdekken en misschien ook wel te reizen. Maar voor kinderen in een moeilijke thuissituatie kan het juist een periode van extra zorgen betekenen.
Om dat te voorkomen organiseert Stichting Europa Kinderhulp vakanties voor specifiek deze doelgroep. De stichting zorgt ervoor dat de kinderen uit logeren kunnen bij gastvrije Nederlanders die wel voor een vakantiesfeer willen zorgen. “Dure uitjes zijn niet nodig”, zegt de Stichting. “Wel aandacht en de gewone dingen.”
Mensen in Alkmaar en omgeving zouden hier dus wel bij kunnen helpen. De regio heeft genoeg moois te bieden voor een leuke kindervakantie, van strand tot klimduin, van straattheater tot een lekker ijsje. (tekst gaat door onder de foto)
Het speelschip in de lagune bij Camperduin is een ideale plek om met kinderen van strand, zee en duin te genieten (foto: Streekstad Centraal)
Stichting Europa Kinderhulp heeft al 65 jaar ervaring met het organiseren van deze alternatieve vakanties. De kinderen kunnen bij gezinnen terechtkomen en zo spelen met de kinderen van dat gezin, maar dit is zeker geen vereiste, legt de Stichting uit op de website. “Het maakt niet uit of je alleenstaand bent, samenwonend of een gezin.”
De kinderen komen uit Nederland, Duitsland en Frankrijk en zijn in de leeftijd van vijf tot twaalf jaar. Stichting Europa Kinderhulp zorgt voor begeleiding in de vakantie.
De vakantiedata verschillen natuurlijk per land en in het geval van Duitsland ook per deelstaat. Kinderen uit Hannover zoeken een plekje tussen 24 juli en 7 augustus, kinderen uit Berlijn tussen 11 en 24 juli. Voor de Franse kinderen wordt gezocht tussen 22 juli en 5 augustus. De Nederlandse kinderen komen tussen 20 juli en 31 juli.
Op de website van Europa Kinderhulp is meer informatie te vinden voor mensen die overwegen een plekje vrij te houden voor deze kinderen.
Het was ‘een behoorlijke actie’, bevestigt de woordvoerder van de politie. En menig inwoner van Schoorl lag er in de nacht van dinsdag op woensdag even wakker van. Tussen 2:00 uur en 3:30 uur cirkelde de politiehelikopter boven het dorp en was er op de grond ook het nodige van politie-inzet te merken: agenten, honden, een zoekactie.
De aanleiding voor dit politie-ingrijpen was een inbraak in een bedrijfspand, laat de politiewoordvoerder weten. Het zou gaan om een bedrijf aan de Rijksweg in Schoorldam. Daar kon de politie na de melding van inbraak, die al om 22:30 uur dinsdagavond binnenkwam, twee verdachten aanhouden.
Maar drie anderen vluchtten het weiland in. De politie zette alles op alles om ook deze drie verdachten snel te pakken. De mannen zouden volgens getuigen te voet in de richting van het bos en het vakantiepark aan de Gerbrandslaan zijn uitgeweken.
Met behulp van de politiedrone slaagde de politie erin deze drie in het oog te houden. De helikopter kwam er ter versterking bij. Politiehonden waren belangrijk bij het te pakken krijgen van de verdachten. “Bij de aanhouding is één verdachte gebeten door de politiehond”, zegt de politie daarover. Deze verdachte is opgehaald door de ambulance en ter controle naar het ziekenhuis gebracht.
Uiteindelijk rekende de politie dus vijf verdachten in. “Het gaat om een 51-jarige man, twee mannen van 48, een 47-jarige man en een 45-jarige man”, verduidelijkte de politie. “Allen hebben geen vaste woon- of verblijfplaats.” Onduidelijk is wat de verdachten precies hadden buitgemaakt.
Leren zwemmen is belangrijk, blijft belangrijk. Maar aan welke voorwaarden zwemlessen moeten voldoen, dát verandert nog wel eens. Dat betekent dat aanbieders van zwemlessen wel met hun tijd mee moeten blijven gaan en de nieuwste richtlijnen moeten implementeren in hun lessen. Zwembad De Beeck in Bergen laat weten onlangs de nieuwe licentie voor survivalzwemmen behaald te hebben.
“Als er iets nieuws wordt ontwikkeld binnen ons vakgebied, zijn wij daar graag snel bij”, vertelt Bert Vos, teamleider van De Beeck. “Zo zorgen we ervoor dat ons aanbod actueel blijft en we kwaliteit kunnen blijven bieden.” Zwemlessen zijn voor De Beeck een belangrijk onderdeel van het aanbod.
De Nationale Raad Zwemveiligheid voerde dit jaar deze nieuwe licensie in. De Beeck is dus snel in actie geschoten om ook aan deze voorwaarde te voldoen. (tekst gaat door onder de foto)
Binnen in zwembad De Beeck, waar verschillende lessen aangeboden worden (foto: Holland Sport)
Daarvoor volgden medewerkers een cursus die was ontwikkeld om de nieuwe voorwaarden over te brengen. Het is volgens het zwembad regelmatig het geval dat medewerkers zo’n training volgen. Het laat goed zien hoe ook zwemlessen in Nederland in hoge mate zijn geprofessionaliseerd.
Continu vernieuwen in de lessen en in de extra begeleiding die het zwembad aanbiedt is belangrijk voor De Beeck. “Wij blijven ontwikkelen”, benadrukt Vos. “Daarbij verliezen we nooit uit het oog waar De Beeck om bekendstaat: persoonlijke aandacht en betrokkenheid.”
De Beeck verzorgt zwemlessen voor verschillende doelgroepen en op verschillende niveaus. Zo zijn er ook zwemlessen voor volwassenen. Het survivalzwemmen is gericht op het omgaan met uiteenlopende situaties in het water.
Vijf scholen in Heiloo werkten eraan mee – en dat is lang niet het enige dat het nieuwste boek van schrijver André Nuyens bijzonder maakt. Samen met leerlingen uit groep 7 en 8 vertelt Nuyens acht oorlogsverhalen, waarvan de helft spelen in de regio. Ze zijn nog waargebeurd ook. “Het zijn ook allemaal verhalen over jongeren en dat is ongewoon.”
De oorlog, dat is vaak het verhaal van volwassenen, en voor kinderen is het ook vaak een verhaal van mensen die nú heel oud zijn, en die ze zelf nauwelijks nog kennen. Nuyens keerde dat om door in zijn boek kinderen centraal te stellen, en door hen zélf te laten meedenken over het boek.
“Voordat ik de kinderen vragen begon te stellen, had ik het verhaal al wel voorbereid”, legt hij zijn methode uit. “Ik ging dan de klas in en zei: jongens, dit heb ik tot nu toe, kunnen jullie helpen?” (tekst gaat door onder de foto)
André Nuyens vroeg aan kinderen uit groep 7 en 8 om mee te denken over zijn oorlogsverhalen. (foto: Streekstad Centraal)
Schoolklassen in Heiloo pakten de draad op waar Nuyens die liet vieren. De kinderen zullen ook aanwezig zijn bij de presentatie van het boek ‘Wit op zwart’, in de bibliotheek van Heiloo, op woensdag 13 mei. Dan is Nuyens er uiteraard zelf ook bij.
De samenwerking van de schrijver en de bibliotheek staat niet op zichzelf, eerder onthulde hij er al een gedenkplaat met een gedicht. Ook daarmee hoopte hij jongeren te betrekken bij de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
“Ik ben zelf van 1948”, vertelt hij in gesprek met Streekstad Centraal. “Van ná de oorlog dus. En het was ook niet zo dat het daar in mijn jeugd nou heel veel over ging. Na de bevrijding wilde Nederland vooral verder. Maar als ik vragen had, dan kon ik die wel stellen.” (tekst gaat door onder de foto)
Struikelstenen in de binnenstad van Alkmaar. Nuyens nam in ‘Wit op zwart’ ook een rondleiding door Alkmaar op. (foto: Streekstad Centraal)
Dan kreeg hij antwoorden uit de eerste hand. Over de St. Jozefschool in Oudorp bijvoorbeeld, over hoe de Duitsers die vorderden – het onderwijzend personeel moest maar zelf een andere oplossing vinden voor de kinderen. Zijn vader was er toen de hoofdonderwijzer: Frans Nuyens.
“Oudorp heeft ook een rol in ‘Wit op zwart’. En Hoorn, waar ik lang gewoond heb”, vertelt Nuyens. Dat persoonlijke, soms autobiografische, dat past ook bij dit boek. En het lokale: “Ik heb het dichtbij gezocht. Dat spreekt het meest aan. Er zitten ook twee wandelroutes in het boek, in Hoorn en Alkmaar.” Zo krijgt het echt een plek.
Belangrijk is voor hem het verhaal van Elias Vlessing. Twaalf was deze joodse jongen toen hij moest onderduiken – even oud dus als de leerlingen met wie Nuyens werkte. Lang bleef hij veilig, in een molen in Broek op Langedijk, maar in 1944 vonden de Duitsers dat onderduikadres alsnog. Verraad.
“Ik heb de leerlingen gevraagd wat zij zouden doen. Je zit in die molen, ziet het bootje komen… Drie van die mannen. Hoe ontsnapt Elias?” (tekst gaat door onder de foto)
De molen in Broek op Langedijk is één van de plekken die in Nuyens’ boek aan bod komen (foto: Quistnix / WIkipedia)
Elias ontsnapte – dat verklappen we wel. Hij overleefde de oorlog, maar zou zijn ouders nooit meer zien. Het is een verhaal dat niet alleen maar somber is, er spreekt ook hoop uit, avontuur – maar de verschrikking van de jodenvervolging, die blijft overeind staan. “Dat heb ik invoelbaar proberen te maken. Dat beknellende, van steeds minder mogen. De angst.”
Daarvoor baseerde Nuyens zich dus steeds op verhalen uit de werkelijkheid. Iets dat hem als schrijver van historische romans ook wel is toevertrouwd. “Feiten zijn feiten, dat heb ik de leerlingen ook uitgelegd. Maar ook al kennen we de feiten, we weten vaak nog niet wat mensen tegen elkaar zeggen op zo’n moment. Als schrijver voeg ik dat toe. Zo probeer ik er een logica in te brengen.”
Moeilijke verhalen gaat hij niet uit de weg. De verraadster Franci Siffels bijvoorbeeld, een verzetsvrouw die wat ze wist doorgaf aan de bezetter – ook zij heeft een rol in ‘Wit op zwart’. Het zijn verhalen ‘die verwarring achterlaten’, erkent Nuyens, maar hij wil laten zien hoe gelaagd het soms kon zijn. Niet alleen zwart, niet alleen wit. Kinderen zoeken die nuance ook, merkte hij tijdens zijn lessen.
“Het is ook niet een boek waarin somberheid troef is. Dat wilde ik niet. Het is juist goed dat er ook iets van hoop uit spreekt. Dit raakt direct aan het trauma dat ons al tachtig jaar bezighoudt. Maar we kunnen het beter doen. Dat maakt het zo belangrijk om deze verhalen te blijven vertellen.”
Stilstaan bij de oorlog, dat doen we op 4 mei bijna allemaal – en ook bijna overal. In de stad, in de dorpen, of thuis voor de televisie. Streekstad Centraal zendt op de avond van deze vierde mei rechtstreeks uit vanaf drie locaties. De verhalen en de plechtigheden krijgen zo de ruimte die ze verdienen.
Veel mensen zullen de plechtigheid zoals die in Alkmaar traditioneel verloopt wel kennen: de samenkomst in de Grote Kerk, de toespraken, dan de tocht naar de Harddraverslaan waar de bloemen worden gelegd. Daar klinkt ook het bekende trompetsignaal, de stilte, het volkslied: het is een ritueel, een vast kader waarin ieder zijn eigen herinneringen en gedachten een plek kan geven.
Hierop volgt in Alkmaar het traditionele defilé. Dit is allemaal ook te volgen op het televisiekanaal van Streekstad Centraal (Ziggo kanaal 42 en KPN kanaal 1504), het YouTube-kanaal en hier, via de website. De uitzending begint om 19:00 uur. (tekst gaat door onder de foto)
Het monument in Stompetoren met op de achtergrond de kerk, waar zal worden nagepraat (foto: Streekstad Centraal)
Ook in De Rijp en Stompetoren volgen de herdenkingen een vast programma. In Stompetoren gaat dat van start bij Brasserie De Buurt, waar de aanwezigen zich verzamelen voor de stille tocht naar het monument aan de Noordervaart. Daarna is er een bijeenkomst in de kerk om na te praten.
In De Rijp is de welbekende kerk het beginpunt, waarna het gezelschap in een stille tocht naar de oorlogsgraven en het monument trekt.
Fragmenten van deze beide herdenkingen zijn ook te zien in de live-uitzending van Streekstad Centraal. Op deze manier kan ook wie niet zélf naar een herdenking gaat, toch deelnemen aan de plechtigheid en stilstaan bij al wat voorafging aan de bevrijding die op dinsdag wordt gevierd.
Vier pannen soep. Die wilden vrijwilligers van de Alkmaarse politieke partij Status Quo samen met Soepp Alkmaar en een kerkelijke organisatie deze kerst naar binnen tillen bij de dak- en thuislozenopvang van dnoDoen. Maar dat hun auto’s daarvoor op de stoep achter de brandweerkazerne stonden, dat leverde de gulle gevers fikse boetes op.
“Ja, blijkbaar ben ik schuldig”, lacht Devon Zwierenberg als Streekstad Centraal hem voorhoudt dat hij nu een notoir foutparkeerder is. “We zijn ertegen in beroep gegaan, maar we kregen geen gelijk. Terwijl ik denk: we kwamen soep overhandigen.” Ze deden toch iets góéds, bedoelt hij, dan had de handhaving wel wat coulanter mogen zijn.
“We zijn op het moment zelf met ze in gesprek gegaan”, vertelt Zwierenberg. “Er kon nog best een auto langs, zeiden we. We stonden er echt alleen maar voor de levering.” (tekst gaat door onder de foto)
Zwierenberg haalde met zijn kerstkaartenactie een mooi bedrag op – maar dat kreeg een raar staartje. (foto: aangeleverd)
Het gebeurde allemaal in de kerstperiode. De jaarlijkse kerstkaartenactie van Status Quo had 1.500 euro opgeleverd, bedoeld voor de Voedselbank en dnoDoen. Dat geld wilden de vrijwilligers persoonlijk overhandigen – maar dat hadden ze ook best zonder auto kunnen doen natuurlijk. Die vier pannen soep, die veranderden het plan. Die pasten niet achterop de fiets.
“We hebben alle drie de auto op de stoep gezet”, bekent Zwierenberg. “Ze hebben daar denk ik camera’s of zo, dat weet ik verder niet, maar er was dus meteen handhaving.” De boete is fors: 199,- euro per overtreder. Niet helemaal wat de vrijwilligers aan de actie dachten over te houden. (tekst gaat door onder de foto)
Het bewuste straatje langs de kazerne: geen doorgang (foto: Streekstad Centraal)
Voor die vrijwilligers wil Status Quo daarom een inzamelingsactie op touw zetten. Maar daarnaast wil hij van de wethouder weten hoe dit nu kan gebeuren. Eerst een waarschuwing, of enige coulance nadat de vrijwilligers met de handhavers in gesprek gingen, dat was meer in lijn met de kerstgedachte geweest.
Opvallend: op de bewuste locatie is een verkeersbord te zien, dat weliswaar duidelijk uitlegt dat het straatje tussen de brandweerkazerne ‘geen doorgang’ is, maar óók een nuance maakt. ‘Uitgezonderd leveranciers’, staat er namelijk onder. (tekst gaat door onder de foto)
Dit bordje roept wel extra vragen op bij de beboete vrijwilligers (foto: aangeleverd)
“Ja, we waren toch leveranciers? We waren echt zeer verbaasd…” Voor Zwierenberg is het een principiële kwestie. Hij begrijpt dat het stellen van raadsvragen niet de manier is om het geld terug te vorderen, daar gaat het hem ook niet om. Je moet voorzichtig zijn met wat je vraagt, erkent hij.
Wél vraagt hij het college ‘of het bereid is zulke boetes in de toekomst te heroverwegen’. Ook wil Status Quo weten of de laad- en losvoorziening bij een opvanglocatie als dnoDoen in dit geval wel ‘adequaat’ is. Een structurele ontheffingsregeling voor vrijwilligersorganisaties zou een mogelijke oplossing kunnen zijn.
“Dit willen we niet nog eens meemaken”, verzucht Zwierenberg. “Maar drie pannen soep achterop de fiets, dat gaat ook niet.”
De kinderen die nú op de basisschool zitten, vormen voor het overgrote deel de eerste generatie die opgroeit zonder grootouders die de oorlog nog hebben meegemaakt. Slechts een enkeling heeft ze nog: opa’s en oma’s die uit de eerste hand kunnen vertellen over ‘die vijf jaar’, waarover een mensenleven lang werd nagepraat. Een speurtocht door de Alkmaarse binnenstad moet die geschiedenis tóch tastbaar maken.
Vier mei: de vlaggen halfstok, de herdenkingen. Ook kinderen krijgen er iets van mee en stellen er vragen over, maar voor velen van hen blijft het abstract. De voedselbonnen van oma, die zien ze meestal niet eens meer. En al die anderen verhalen die families soms voor generaties tekenden worden voor deze kinderen stilaan tóch verhalen van anderen, van verder weg.
Daarbij helpt het niet dat praten over de oorlog, over onvrijheid, over de verschrikkingen van de jodenvervolging – niet voor iedereen vanzelf gaat. “Dit is precies wat wij voor ogen hadden, hier waren we naar op zoek.” (tekst gaat door onder de foto)
Hugo Koeman is behalve van 5 mei ook bekend van ‘Groots Alkmaar’ (foto: Groots Alkmaar)
Dat zegt Hugo Koeman van het 5 Mei Comité Alkmaar. Hij is blij met de laagdrempelige speurtocht die bedoelt is voor basisschoolkinderen, en die tenminste het gesprek opent. “We hebben zo’n idee vroeger ook wel eens gehad, omdat we altijd op zoek zijn naar mogelijkheden om de jeugd erbij te betrekken. Maar hier ben ik alleen op afstand bij geweest, dat is ook wel eens mooi.”
‘Speuren naar Vrijheid’ werd gemaakt door VVV Alkmaar. Het is een wandeling door de oude stad, met daarin opgenomen het beeld van ‘Tante Truus’ en de ‘Struikelstenen’ die zijn te herkennen in de bestrating van onder meer de Oudegracht. Het Canadaplein. De synagoge wordt niet overgeslagen – aan de kinderen de vraag wat dat nou voor letters zijn, boven de deur.
De doelgroep zijn kinderen in groep zes en zeven. Om het belang van de speurtocht te onderstrepen is het boekje officieel overhandigd aan de burgemeester én de kinderburgemeester van Alkmaar. Het idee erachter gaat terug op de viering van 80 jaar vrijheid in 2025.
“Het goede hiervan is dat ze het thema vrijheid terugbrengen naar een plek, gewoon hier in de stad. Een plek waar die kinderen ook zelf naar terug kunnen gaan”, zegt Koeman. “Ik hoop echt dat ze straks denken: daar ben ik geweest, dat is vrijheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Struikelstenen aan de Oudegracht. Ook de Lutherse kerk, op de achtergrond, is deel van de speurtocht (foto: Streekstad Centraal)
Opvallend is dat de speurtocht zich niet tot de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog beperkt. Er zijn ook stops bij de Regenboogbank, bij de Queer Boekhandel. “Vrijheid is van alle dagen”, zegt Koeman daarover. “Prima dat ze het breder trekken.”
Het Namenmonument bij het station wordt dan weer gemist. Dat staat wel vermeld in het formulier, maar is geen onderdeel van de route, die zich tot de binnenstad beperkt. Hierdoor komen het Huis met de Kogel en Victorientje wél aan bod, als verwijzingen naar Alkmaar Ontzet. Een verhaal dat voor de leerlingen ook van een andere tijd is, maar door de vele tradities rond 8 oktober toch niet is vergeten.
“Daar is dit ook voor. Op Bevrijdingsdag wordt het boekje gratis uitgedeeld. Ik vind het leuk dat het echt een speurtocht is. Dat werkt. Ik was laatst met mijn eigen kleinkind in Artis, die had ook zo’n speurtocht – nou, ik heb geen dier gezien”, lacht Koeman, die niet twijfelt aan de toewijding van de jongste generaties.
“Dat is ook vrijheid: elkaar respecteren, vertrouwen hebben. Ik denk echt dat het gebruikt gaat worden en daar ben ik blij mee. Ik ga ‘m zelf ook lopen!”
De bestuurder van een scooter is naar het ziekenhuis gebracht nadat hij ten val was gekomen. Dat gebeurde zondagmiddag rond 14:15 op de UItgeesterweg in Limmen. Opmerkelijk is de hoge leeftijd van het slachtoffer: het zou volgens getuigen gaan om een man van 91 jaar.
Het slachtoffer zou bovendien deelnemer zijn van een rondrit met scooterclub De Kwakel, zeggen getuigen. De man verloor tijdens die rit de controle over zijn scooter en ging onderuit. Het stuk weg, met rood grind, heeft de reputatie verraderlijk glad te zijn, maar onzeker is of dat de oorzaak is van het eenzijdige ongeval.
Ambulancepersoneel heeft het slachtoffer eerst op de plek van het ongeval behandeld. Daarna is de man voor verdere behandeling overgebracht naar het ziekenhuis in Alkmaar. Over de ernst van de verwondingen is verder niets bekendgemaakt.
Er is dan wel wat regen gevallen, maar ook in ónze regio zijn de hulpdiensten nog steeds alert op natuurbranden. Die kunnen snel om zich heen slaan als grond en begroeiing droog zijn. En een paar druppels regen nemen die vrees nog niet weg.
Vrijdagavond werd even na 22:00 uur nog een bermbrand(je) gemeld. De locatie, het park Oosterhout in de Alkmaarse wijk Overdie, bleef vrij van grote schade. Zo was het de afgelopen weken gelukkig steeds het geval. Grote natuurbranden zoals elders in het land bleven de regio Alkmaar bespaard.
Terwijl er toch typische risicogebieden zijn. Geestmerambacht, het Heilooër Bos – maar vooral de duinen. Die zijn van nature al droog en dat vuur hier zich snel verspreiden kan, dat is eerder al wel bewezen. Bijvoorbeeld in Schoorl. Tussen 2009 en 2011 vinden daar bijna honderd natuurbranden plaats, waarvan vier ook echt groot werden. Vermoedelijke brandstichters werden wel opgepakt, maar wegens gebrek aan bewijs nooit vervolgd. (tekst gaat door onder de foto)
Archiefbeeld van de natuurbranden in Schoorl (foto: NH)
NH, mediapartner van Streekstad Centraal, blikte met boswachter Patricia van Lieshout terug op de grote bosbranden van die jaren. “In het dorp weet iedereen het nog”, zegt zij. “Mensen zijn zo betrokken bij dit gebied, dat vergeet je niet zomaar.”
In de duinregio geldt met de droogte van de afgelopen weken in het achterhoofd de hoogste alarmfase. Juist in de zachte duingrond zakt regenwater gauw weg, dus die droogte is niet meteen weg ook. Sigarettenpeuken achterlaten in het duin is dan ook echt uit den boze, herhaalden de natuurbeschermers nog maar eens. Maar ook rondslingerend glas kan al gevaarlijk zijn. Dat kan werken als een vergrootglas, met alle gevolgen van dien.
De brandweer is op allerlei manieren voorbereid. Zo is gewerkt aan de beschikbaarheid van bluswater in de duinen. De brandweer van Kennemerland verleende ook bijstand bij het blussen van de grote natuurbrand op de Veluwe afgelopen week en heeft dus extra ervaring opgedaan. (tekst gaat door onder de foto)
De verwoesting zoals die in 2011 te zien was in de Schoorlse Duinen (foto: NH)
Nederland is een nat land, maar onze natuur is vaak juist droog. Meldingen van verhoogd risico zijn dan ook van alle jaren. De voor landbouw eigenlijk te schrale ‘hoge gronden’, zoals de Veluwe maar uiteraard ook de duinen, met veel zand en droogte, zijn al vroeg als natuurgebied ingericht en mede daarom zo waardevol. De natuur is hier oud en als het goed is ook veerkrachtig.
“Na een paar dagen zag je alweer kleine groene sprieten opkomen tussen het zwartgeblakerde gras”, herinnert Van Lieshout zich. “Het frisse groen in contrast met het zwart, dat was een bijzonder gezicht.” Maar dat nam niet alle zorgen weg. Veel kleinere dieren lieten het leven in de branden en het herstel duurde soms jaren.
“Uiteindelijk wordt het nooit meer precies zoals het was”, stelt de boswachter vast. Het leven is terug, maar anders dan eerst. Dat onderstreept de kwetsbaarheid van de gebieden waarvoor nu zo wordt gevreesd.
Voorkomen, dat is toch het belangrijkst. Als het vuur te ver reikt, is het afwachten wat er nog te redden valt, herinnert boswachter Van Lieshout zich. “Dat gevoel van machteloosheid blijft je bij. Je wilt helpen, maar je kunt niks doen.”