Een auto en een fiets zijn met elkaar in botsing gekomen op de Terborchlaan in de Alkmaarse wijk De Hoef. Dat gebeurde vrijdagmorgen rond de klok van 10:00 uur. De vrouw op de fiets raakte bij de aanrijding gewond en is naar het ziekenhuis gebracht voor verdere behandeling.
Het ongeluk gebeurde bij de rotonde ter hoogte van het winkelcentrum van De Hoef. Op de melding van het ongeval kwamen behalve de ambulance twee politie-eenheden af. De politoe onderzoekt hoe het ongeluk precies heeft kunnen gebeuren.
Het ambulancepersoneel controleerde het slachtoffer ter plekke en besloot haar mee te nemen naar het ziekenhuis. Door de aanwezigheid van de hulpdiensten was er enige hinder op de Terborchlaan.
Menig Koedijker zal met z’n ogen hebben gedraaid. Het is bepaald niet voor het eerst, en vermoedelijk ook niet voor het laatst: de Rekervlotbrug is buiten gebruik. Een kapotte kabel zorgt ervoor dat wie normaal over deze brug gaat, nu een stuk moet omfietsen via de Koedijkervlotbrug.
Die oude vertrouwde brug doet het gewoon, maar de veel nieuwere Rekervlotbrug heeft inmiddels een reputatie opgebouwd. Het is al veel vaker voorgekomen dat de brug dienst weigerde. De bijnaam ‘Rekerflopbrug’ komt dus niet uit de lucht vallen.
De provincie Noord-Holland verklaart dat vlotbruggen kwetsbaar zijn. “Dit type bewegende brug is historisch gezien bijzonder, maar tegelijkertijd gevoelig voor slijtage. Daardoor kunnen er vaker storingen optreden, zoals een kapotte kabel.”
Over de einddatum van de afsluiting bestond eerder enige onduidelijkheid. “Graag informeer ik jullie met de juiste informatie: de Rekervlotbrug gaat woensdag 29 april na 17.00 uur weer open”, laat een woordvoerder van de provincie weten aan Streekstad Centraal. Ook in mei zal er een afsluiting voor werkzaamheden volgen. (hoofdfoto: NH)
Het gaat mooier, moderner, beter worden allemaal – maar de ‘vernieuwbouw’ van bassisschool De Zes Wielen aan de Saturnusstraat in Oudorp is voorlopig nog een hoofdpijndossier. Want vóór het gemoderniseerde schoolgebouw betrokken kan worden, moet er natuurlijk hard geklust worden. Dus is tijdelijke huisvesting nodig. De zekerheid dat die er ook komt, is er alleen nog altijd niet.
“We zijn in oktober 2024 aan dit huisvestingstraject begonnen, en de bouwplannen zelf lopen nog veel langer”, blikt Wytze Niezen, bestuurder van Ronduit Onderwijs, terug op het proces van de vernieuwbouw. Ronduit is de koepelorganisatie waar basisschool De Zes Wielen bij het Oudorper kippenbruggetje onder valt. “We zijn er dus al even mee bezig, ja. We hadden in december duidelijkheid moeten hebben.”
Waar het op neerkomt, zoals altijd: geld. Om tijdelijke huisvesting uit het juiste potje te kunnen betalen heeft Niezen nou eenmaal de gemeente nodig en daarop loopt het vast. Intussen zijn er door GroenLinks-PvdA raadsvragen over de slepende kwestie gesteld. (tekst gaat door onder de foto)
De ‘schoolzone’ in de Saturnusstraat in Oudorp (foto: Streekstad Centraal)
Niezen legt uit dat het voor Ronduit een kwestie van goed voorbereiden is geweest. Bouwtekeningen maken, de buurt betrekken – dat is nog maar het begin. Ook het realiseren van tijdelijke huisvesting is uitvoerig voorbereid en uitgezocht. “We hebben gekeken naar scholen in de omgeving, waar we misschien een deel van de lokalen konden gebruiken. Daar is de gemeente ook bij betrokken”, legt Niezen uit.
Er is – onder andere – gekeken naar De Letterbak in Oudorp, naar het gebouw van BAK Reizen, naar basisschool Durf – maar daar bleek het allemaal niet te lukken. Een complete tijdelijke school uit de grond stampen bleek ook geen optie, dat zou een te grote impact hebben op de buurt en dan is er ook nog het probleem van netcongestie. (tekst gaat door onder de foto)
Het huidige schoolgebouw zal van binnen helemaal anders ingericht worden (foto: Streekstad Centraal)
“Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om een aantal klassen onder te brengen in het leegstaande schoolgebouw aan het Oudorperdijkje. En op de Saturnusstraat, naast het vertrouwde schoolgebouw, komen voor de andere klassen dan een aantal units te staan. Die moeten we alleen wel kunnen bestellen en daar is dus een beschikking van de gemeente voor nodig.”
Die beschikking moest Ronduit vóór 1 februari 2025 aanvragen. “Dat is de deadline, voor alle scholen die zoiets aanvragen. Want dit gebeurt natuurlijk vaker, dat scholen zo’n aanvraag doen. In december hoor je dan of de beschikking is afgegeven.”
Ronduit haalde de deadline, daar lag het niet aan. “Nee, en ik heb ook intensief contact met wethouder Lars Ruiter, die hierover gaat. Maar in december was de boodschap dat de beslissing is aangehouden.” En dus wist Niezen toen niet of hij de benodigde units kon bestellen. Sterker: dat weet hij nog steeds niet. “Ik moet dit voor 1 mei weten, dat is echt een harde deadline. De leverancier moet het ook op tijd weten.”
GroenLinks-PvdA verbaast zich in de gestelde raadsvragen over de vertraging en over het feit dat de gemeente toch weer andere alternatieven wil onderzoeken. Daar is toch al uitgebreid naar gekeken, bewijst het verhaal van Niezen. “Hoe beoordeelt het college het feit dat ouders nu actief wordt gevraagd om mee te denken over oplossingen voor tijdelijke huisvesting?”, wil de partij weten. (tekst gaat door onder de foto)
De schoolbestuurder heeft intensief contact met verantwoordelijk wethouder Lars Ruiter (foto: Streekstad Centraal)
“Dat de gemeente kritisch kijkt naar kosten, dat snap ik heel goed”, reageert Niezen. “Maar ik denk hierbij wel: penny wise, pound foolish. Het goeie om te doen is gewoon die beschikking afgeven.” Een ander scenario, waarbij mogelijk zelfs de vernieuwbouw zou moeten worden uitgesteld, laat de kosten alleen maar oplopen, voorziet de schoolbestuurder.
Ouders willen duidelijkheid, het team wil weten waar het aan toe is, ook de kinderen willen rust – het is uiteindelijk een kwestie die veel mensen raakt. “Onduidelijkheid hierover raakt direct het pedagogisch klimaat, de rust en regelmaat binnen de school en het welbevinden van leerlingen en leerkrachten”, stipt de fractie van GroenLinks-PvdA aan. “Dat geldt temeer wanneer alternatieven zouden leiden tot verplaatsing van kinderen naar andere locaties, met alle praktische en emotionele gevolgen van dien.”
Toch blijft Niezen optimistisch. “Ik heb er wel vertrouwen in dat dit nu voorrang krijgt, dat we snel iets horen. Ik kan ook niet anders. Het moet gewoon lukken, want een goed alternatief is er niet. Ik hoop dit ook voor andere scholen, want dit gaat de komende jaren vaker spelen. Die gun je deze onzekerheid ook niet.”
Nieuwbouwwoningen in Alkmaar, dat zijn bijna allemaal appartementen. Alkmaar is bij uitstek een gemeente die ‘stads’ bouwt. In Heiloo en Bergen is het beeld heel anders. Dat en meer blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), die donderdag werden gepubliceerd.
Het CBS becijferde welk aandeel van nieuwbouwwoningen een appartement betreft. In Alkmaar ligt dat percentage op 79,9 procent. Geen andere gemeente in de regio bouwt zo stedelijk. Elders worden nog altijd veel rijtjeshuizen en vrijstaande woningen gebouwd.
In Bergen is het percentage appartementen onder de nieuwbouw zelfs 0 procent, laten de CBS-cijfers zien. Al bestaan er wel plannen om appartementen aan de Berger woningvoorraad toe te voegen. (tekst gaat door onder de foto)
Voorbeeld van ‘dorpse’ nieuwbouw: vrijstaande woningen en rijtjeshuizen, hier in Egmond-Binnen.
Ook in Heiloo ligt het percentage appartementen laag, namelijk op 15,1 procent. In Dijk en Waard (54,4 procent), Uitgeest (47,4 procent) en Castricum (55,6 procent) is ongeveer de helft van alle nieuwbouw een appartement.
Uit de cijfers van het CBS blijkt ook dat woningen in Nederland kleiner worden. De gemiddelde oppervlakte van rijtjeshuizen is van 127 naar 115 vierkante meter gegaan, schrijft het CBS. Bij appartementen is het gemiddelde oppervlakte van 73 naar 65 vierkante meter gegaan.
Of ze met z’n tweeën zouden komen. Of met z’n vieren. Dat wilde de gemeente Alkmaar eigenlijk wel weten, voorafgaand aan het moment dat de wethouder had vrijgemaakt voor jonge Alkmaarders die het nachtleven op de agenda wilden krijgen. Ze kwamen uiteindelijk met z’n tienen. “Zeg maar jij.”
Wethouder Jan Hoekzema is niet zomaar van z’n stuk te brengen, zoveel was duidelijk. Met wat extra stoelen kon hij iedereen gewoon ontvangen. “Is het voor jou de eerste keer op het stadhuis? Ja?”
Tegenover hem: jonge Alkmaarders, met ideeën, plannen – maar vooral een goed onderbouwd verhaal. Dát kwamen ze hier presenteren. Vragen én antwoorden, cijfers zelfs. “Als we de jongeren die nú allemaal naar Amsterdam gaan hier houden, levert dat voor Alkmaar 32 procent groei op. (tekst gaat door onder de foto)
Martijn schreef mee aan het onderzoek ‘Wij willen dansen!’ (foto: Streekstad Centraal)
Dat zegt Martijn Martens, die meeschreef aan het rapport dat hij en de andere verzamelde initiatiefnemers inleverden. Allemaal Alkmaarders en allemaal toch wel ontevreden met wat de nacht hen in hun eigen stad te bieden heeft. “Ik heb van alles gedaan, maar één ding veel te weinig: dansen! Ik merk dat ik daarvoor naar andere steden moet.”
Natuurlijk, ze zijn er, de kroegen waar je tot in de kleine uurtjes dicht tegen elkaar aan kunt staan. Maar dat is toch eigenlijk niet wat Martijn en de andere indieners bedoelen. Dat is geen dansen. “We hebben dit voorgelegd aan Alkmaarders, en wat blijkt: heel veel mensen zijn ontevreden. Mensen voelen zich opgesloten in de drukte.”
Er zou meer alternatief aanbod moeten zijn, vindt Martijn. “Diverser. Iets anders dan er nu al is. We horen onze ouders praten over hoe gaaf het vroeger in Extase was. Maar wat is er voor ons?” (tekst gaat door onder de foto)
De indieners in gesprek met wethouder Hoekzema (foto: Streekstad Centraal)
“Live muziek in de stad, dat is óók erfgoed dat de gemeente zou moeten beschermen”, vult Maya Link aan – zelf vertrouwd met het podium. Ook zij ziet hoe er in Alkmaar vooral veel verdween, zonder dat er veel voor terug kwam. “Ik zeg dan wel: jongeren mogen best meer lef hebben. Maar de gemeente moet wel zorgen dat dat kan, dat dat mag.”
Want daar knelt het wel, ervaart ook Ryan Laan. Als bewoners gaan klagen staan die jongeren met lef al gauw met lege handen. Zelfs in Hal 25, toch niet midden tussen de huizen, merken ze dat er klachten komen over bepaalde muziek. Én dat het vaak lastig is om iets te organiseren, want er is veel regelgeving, er mag heel veel niet.
“We voeren geen negatief beleid”, reageert de wethouder. “Het is niet zo dat we deze initiatieven niet willen. Maar het moet wel van de ondernemers komen. Horeca-ondernemers hebben een ander beeld voor ogen dan jullie.” (tekst gaat door onder de foto)
Maya had ook een heuse discobal meegenomen, opdat het nachtleven een vast plekje verwerft in het stadhuis (foto: Streekstad Centraal)
Ondernemers die op zaterdagavond een volle tent hebben, die hóéven ook niet zo nodig wat anders, haalt Maya aan. “Die kroegeigenaren zijn tevreden met hoe het is en vinden het valse concurrentie als er wat anders begint. Daar zit een ontzettende schuring. Doe daar ook onderzoek naar, gemeente. Kijk naar welke doelgroepen worden bereikt en welke niet.”
Want ja, die trein naar Amsterdam, die is er ook gewoon. Maar Alkmaarders hebben ook eigen ontmoetingsplekken nodig. Een huiskamer in de stad, zoals Atlantis dat ooit was. Er is al zo veel verdwenen, zien ook de jongeren die verzameld zijn in het stadhuis.
“Maar het is breder dan alleen horeca”, nuanceert Martijn. “Het is echt: nachtleven. Een plek waar we naartoe kunnen. Er zijn wel feestjes, maar dat zijn dan evenementen, een keer in de zoveel maanden. Dat is niet genoeg.”
De wethouder brengt daar wel tegenin dat er ook aan verdiend moet kunnen worden. Juist bij alternatieve initiatieven schort het daar nogal eens aan. En die strenge regels – die komen ook vanuit de provincie, zijn ingegeven door bewonersrechten. Daar kan de gemeente niet zomaar wat aan veranderen. “Maar ik kan wel zeggen dat we zoeken naar alternatieven. Bijvoorbeeld naar een nieuwe plek voor als Hal 25 straks verdwijnt, als daar woningen komen. Daar is de gemeente echt wel mee bezig. En ik wil ook zeker dat er goed naar jullie inbreng gekeken wordt. We gaan elkaar zeker nog spreken.”
Niet veel daarna staan de indieners weer voor de sierlijke trappen van het stadhuis. Het is zonovergoten, de nacht lijkt ver weg. Maar er is tenminste een gesprek, een opening. “Ik denk dat we een goed verhaal hadden”, blikt Maya terug op het optreden boven bij de wethouder. “We hebben dit echt voorbereid. Het is goed gegaan. Ik hoop dat het iets verandert.”
Het helpt: zonnebrandcrème, om niet te verbranden. Wie het vergeten is in te pakken voor een dagje strand kan op geselecteerde plekken in de regio gratis zonnebrand vinden om zich alsnog van top tot teen in te smeren. De GGD gaat door met het plaatsen en onderhouden van smeerpalen.
“In de laatste weken van april zijn op de aangewezen locaties palen met gratis zonnebrandcrème geplaatst”, laat GGD Hollands Noorden weten. “Deze palen blijven de hele zomer beschikbaar.” Strandgangers kunnen daar dus terecht voor de bekende zalf om zich te beschermen tegen de zon.
Dat is belangrijk, want verbrandingen kunnen de huid aantasten en op termijn leiden tot huidkanker. Die aandoening komt in onze regio – veel strand, veel zonuren – bovengemiddeld vaak voor. (tekst gaat door onder de foto)
Cijfers bewijzen dat huidkanker in de regio vaker voorkomt (beeld: Nederlandse Kankeratlas)
Dat is terug te zien op de visualisaties van de Nederlandse Kankeratlas. “In bijna de hele GGD-regio Hollands Noorden komen melanomen 25-63% vaker voor dan in de rest van Nederland”, legt de gezondheidsdienst uit. “Melanoom is vaak het gevolg van huidverbrandingen op jonge leeftijd.”
Dat is voor de GGD een belangrijke drijfveer om in te zetten. Als mensen kunnen smeren op zonnige dagen, houden ze hun huid langer gezond.
De palen van GGD Hollands Noorden staan op vijf plekken in de regio. Langs de Noordzeekust zullen ze staan op de stranden van Camperduin, Hargen en Castricum. Op andere drukke opgangen zorgt de gemeente Bergen overigens ook voor zonnebrandcrème.
In de gemeente Dijk en Waard komen er palen bij het Strand van Luna en in het Geestmerambacht, zodat ook wie daar van strand, zon en water geniet kan beschikken over gratis zonnebrandcrème.
Een auto die door een hekje schiet – dat zou normaal niet tot grote problemen hoeven leiden, al is de schade altijd vervelend. Maar als dat hekje direct naast een spoorlijn staat, dan wordt het een ander verhaal. Dat werd woensdagmiddag bewezen bij station Heiloo, waar een dergelijk incident het treinverkeer in wijde omtrek ontregelde.
De melding kwam even voor 12:00 binnen: een auto was door een hekwerk heen gereden en zo terechtgekomen op de spoorlijn van Alkmaar naar Uitgeest. Dat gebeurde ter hoogte van station Heiloo. Hoe dat precies gebeurde werd niet verklaard; de auto moest worden weggehaald door een berger.
Zodra het spoor vrij kwam kon het treinverkeer weer worden opgestart, maar de opgelopen vertraging is voor veel reizigers toch wel groot. Met beperkingen probeerde de NS wel een deel van de dienstregeling in stand te houden.
Van direct gevaar voor de betrokkenen is geen sprake geweest.
Houtrook en de warmte van een knapperend vuur – de één geniet ervan, een ander kan het benauwen. In dit geval letterlijk. Vaak zullen buren als het even kan best rekening willen houden met elkaar, maar houtrook kan ook een bron van conflict zijn. De Alkmaarse SP pleit er daarom voor om ook in Alkmaar te gaan werken met de ‘Stookwijzer’.
Dat komt naar voren uit raadsvragen van de SP. Vragenstellers Rico Wijdoogen en Roxanne Borgman halen een voorbeeld uit de praktijk aan van buren met een vuurkorf: “Bij de Hulpdienst van onze partij hebben zich personen gemeld die overlast ervaren van hun buren die in de lente- en zomermaanden graag in de avond tot midden in de nacht een vuurkorf branden.”
Samen rond een vuur zitten, veel mensen vinden dat gezellig en genieten dan van het flakkerende licht en de bijzondere geur van brandend hout. Maar de rook kan ook op de luchtwegen slaan bij wie daar gevoelig voor is. (tekst gaat door onder de foto)
Rico Wijdoogen van de SP wil van het college weten waarom Alkmaar nog niet is aangesloten bij de Stookwijzer (foto: Streekstad Centraal)
“Zij ervaren ernstige hinder door deze vuurkorf”, stippen de vragenstellers dan ook aan. Last van de longen, last van de ogen, misselijkheid: dat zijn allemaal klachten die geassocieerd kunnen worden met houtrook. Er zijn al langer zorgen over dat onderwerp, ook op politiek niveau.
“Niet meer met de ramen open kunnen slapen vanwege rookontwikkeling of ’s avonds niet meer in de tuin kunnen zitten vanwege stank- en rookoverlast”, schrijft de SP. “Ook maken zij zich zorgen om het milieu en de dieren.”
In zo’n geval kan het helpen om het gesprek met de buren aan te gaan, maar niet altijd leidt dat tot verandering. “Helaas willen de buren hun vuurkorf niet doven en blijven zij doorgaan, waardoor de omgeving blijvend hinder en overlast ervaart”, signaleren de vragenstellers. (tekst gaat door onder de foto)
Code Rood op de Stookwijzer: liever geen vuurkorf aansteken (beeld: Atlas Leefomgeving)
Een oplossing vindt de SP in de landelijke Stookwijzer, waar steeds meer gemeenten zich bij aansluiten. “De Stookwijzer van Atlas Leefomgeving geeft aan de hand van codes aan wanneer je beter niet kunt stoken”, verklaart de fractie. “Bij code rood en oranje kun je een melding maken van overlast. Deze
melding gaat dan automatisch naar de gemeente.”
Tenmiste: als die gemeente is aangesloten bij de Stookwijzer. En dat is Alkmaar nog niet. “Is de gemeente Alkmaar van plan zich in de toekomst aan te sluiten bij de Stookwijzer?”, wil de SP dan ook weten. Dan kunnen Alkmaarders overlast makkelijker melden. Het geeft de gemeente ook een beter overzicht heeft van de meldingen en uit welke wijk deze komen, geeft de SP nog mee. (hoofdfoto: Wikimedia Commons)
Tachtig brouwerijen, één recept, één bier. Om geld in te zamelen voor onderzoek naar de spierziekte ALS verenigden Nederlandse brouwers zich en ze brouwden ‘No time like now’. Dat leverde voorlopig 21.000 euro op. Twee Heerhugowaarders brouwden mee – en een Alkmaarder zorgt ervoor dat het ook in onze regio op tap komt.
Streekstad Centraal spreekt de drie bierliefhebbers in Alkmaar, in Café De Pilaren. Dáár zal het ook op tap komen, vertelt barman Rick Ooms. “Een fris en soepel bier, dus dat past prima bij het seizoen waarin het op de markt komt”, prijst hij het vast aan. “Wel stevig. Het alcoholpercentage is 8,3 procent.”
Die informatie krijgt hij rechtstreeks van brouwer Lucas den Engelsman, die samen met zijn compagnon Bas van Zelst is aangeschoven om te vertellen over een bier dat eigenlijk het hunne niet is. “Nee, dit is niet typisch een recept voor De Meerkikker. Dit is Beer Geeks Beat ALS.” (tekst gaat door onder de foto)
Rick Ooms, Lucas den Engelsman en Bas van Zelst leveren samen een bijdrage aan de actie voor ALS (foto: Streekstad Centraal)
De Meerkikker, zo heet de Heerhugowaardse brouwerij van Lucas en Bas. Sinds 2025 zijn ze actief, kleinschalig. Ze brouwen in gehuurde ketels in Mijdrecht, maar de recepten worden bedacht in Heerhugowaard. “Toen we hoorden van deze samenwerking hebben we ons meteen ingeschreven”, vertelt Bas. “Leuk om eens te doen, en zo leren we meteen andere brouwers kennen.”
Op de lange lijst van tachtig deelnemende brouwerijen staat ook de naam van Lost uit Uitgeest, dus de regio was sowieso goed vertegenwoordigd. “We hebben het gebrouwen bij BAX Bier in Groningen”, zegt Lucas. “Daar was het dus wel druk. Maar het is niet zo dat we zelf ingrediënten in de ketel gooiden. Het brouwen zelf is gewoon door BAX gedaan.”
Die dag, met al die brouwers samen, was ook het moment waarbij iedereen stil stond bij het verhaal áchter dit bier. Want ‘Beer Geeks Beat ALS’ is een actie met een geschiedenis, weet ook Rick. “Ik was erbij, de laatste dag van Oscar, in de Uiltje Bar in Haarlem…” (tekst gaat door onder de foto)
Het etiket is ontworpen door Frank Bos – ook hij heeft de diagnose ALS (beeld: Beer Geeks / Frank Bos)
Oscar, dat was Oscar Wagner, bierliefhebber pur sang – maar getroffen door ALS. Hij liet zich door zijn ziekte niet aan huis kluisteren, bleef cafés opzoeken, bieren proeven, grappen maken. “Dat vond ik heel knap aan hem”, herinnert Rick zich. “Hij wilde léven.”
Maar uiteindelijk was dat niet meer vol te houden. Op een zelfgekozen moment liet Oscar zijn leven dan ook aflopen, maar niet nadat hij nog wat bijzondere bieren had geproefd in het gezelschap van andere ‘Beer Geeks’. “Die waren uit heel de wereld daarheen gebracht. En Westmalle had speciaal voor dat moment hun Tripel op fust afgevuld. Dat maak je anders nooit mee. Hij was een grote in de bierwereld.”
Bas knikt. Het verhaal, op die brouwdag, maakte indruk op hem. Het is in de nagedachtenis van Oscar dat de Beer Geeks, proevers die elkaar in eerste instantie kenden van Facebook, de actie ‘Beer Geeks Beat ALS’ opzetten. Het bier ‘No Time Like Now’ is het zevende bier dat vanuit deze gedachte wordt gebrouwen en wederom gaat de opbrengst naar onderzoek dat ALS de wereld uit moet helpen. (tekst gaat door onder de foto)
De tachtig brouwerijen samen bij de ketels van BAX Bier in Groningen (foto: Beer Geeks/Victor Krijt)
“Het heeft nu al 21.000 euro opgebracht, ons bier”, weet Lucas. “Maar alle acties van de Beer Geeks samen leveren nog veel meer op.” De teller op de website gaat inderdaad ruim over een half miljoen heen – en het houdt nog niet op.
“Het maakt me niet eens uit wáár het verkocht wordt”, vult Rick aan. “Zolang er maar véél van verkocht wordt.”
Het bier zelf is een ‘grape ale’. Druiven dus, maar dan in bier. De basis is natuurlijk mout, het biergraan, maar daaraan is druivenmost toegevoegd en dat zorgt voor extra zachtheid. Hop zorgt voor een fijne bitterheid en het bijzondere gist, afkomstig uit Noorwegen, heeft van het geheel een bier met veel aroma’s, veel smaakprikkels gemaakt. Het moest immers wél door de keuring van de Beer Geeks kunnen komen, zodat zij, met Oscar in herinnering, het sámen kunnen drinken. Zo blijft zijn verhaal inspireren.
Het is een storm die veel Alkmaarders zich nog wel kunnen heugen: zomerstorm Poly, die in 2023 een spoor van vernieling trok door woonwijken en dorpen in de gemeente. Toen al sneuvelden er de nodige bomen, ook in de weken erop, toen Stadswerk072 bomen die in te slechte staat waren weghaalde. Maar daarbij blijft het niet, werd deze week duidelijk.
De storm van 5 juli 2023 trof Alkmaar zwaar. Dit deel van Noord-Holland kreeg de volle laag en dat was ook in de uren erna nog goed te merken. Overal lagen straten vol takken en bladeren. In iedere wijk, ieder dorp waren er wel bomen omgewaaid, soms heel oude en heel grote.
Wat verdween, moest wel terugkomen. Alkmaar maakte dan ook werk van het herstel van de verdwenen reuzen, bijvoorbeeld op het Bolwerk. (tekst gaat door onder de foto)
Het herplanten van bomen is soms een hele klus (foto: Streekstad Centraal)
Die geschiedenis lijkt zich te herhalen. De afgelopen periode zijn de duizenden bomen die de gemeente rijk is nog eens aan extra controles onderworpen. “Hieruit blijkt dat een klein deel van de 52.000 bomen in gemeente Alkmaar niet veilig te behouden is”, heeft de gemeente moeten vaststellen. “Deze bomen moeten daarom worden gekapt. Voor ongeveer 600 bomen is hiervoor een kapvergunning nodig.”
Dat betekent dus een nieuwe kaalslag, maar wel weer met de belofte dat voor bomen die verdwijnen, ook weer bomen worden teruggeplant. Niet altijd zal dat op dezelfde locatie lukken, zegt de gemeente daar wel bij. Voor bomen toch al niet zo handig stonden – dichtbij kabels en leidingen – wordt op een andere plek een vervanger geplant. (tekst gaat door onder de foto)
De echt gevaarlijke plekken werden als eerste aangepakt (foto: Streekstad Centraal)
Niet alle 600 bomen zijn ook echt dood, er zijn uiteenlopende redenen om tot kap over te gaan. Zo kunnen de bomen instabiel zijn, of aangetast door zwammen (samen 180 bomen) en zijn er 250 bomen ziek of rot.
De gemeente schrijft dat er 90 bomen zijn die ‘ernstige afstervingsverschijnselen’ hebben, 80 zijn al dood.
De volgorde van de kap wordt bepaald door de locatie van de bomen. “De kapvergunningen vragen we per buurt aan, verdeeld over drie fases”, verklaart het college. Het kappen begint in de wijken West, Zuid en Overdie; in de tweede fase zal het gaan om de noordelijke wijken en Koedijk. Als laatste komen Oudorp, het centrum, Vroonermeer en het ‘buitengebied’ aan bod.
“Het streven is om de bomen uit fase 1 te kappen in de zomer van 2026”, kondigt het college aan. Ook de overige bomen gaan dit jaar nog om.