Het Regionaal Archief in Alkmaar heeft véél informatie online staan, maar niet alles. Persoonlijke gegevens van mensen mogen nooit zomaar op de website verschijnen en daar controleert het archief dan ook goed op. Toch blijkt het nou juist op dit punt mis te zijn gegaan.
Dat heeft het Regionaal Archief zelf bekendgemaakt op de website. Anderhalf jaar lang stond informatie over inwoners van de vroegere gemeenten Langedijk en Heerhugowaard ongecensureerd op de website van het archief. Het ging daarbij om namen, adressen, telefoonnummers en ook persoonlijke gegevens als paspoort- en rijbewijsnummers.
Die gegevens slaan gemeenten normaal wel op van hun inwoners en dus deden de nu gefuseerde gemeenten Langedijk en Heerhugowaard dat ook – maar die archieven horen dus niet openbaar te worden. (tekst gaat door onder de foto)
Het gebouw van het Regionaal Archief gezien vanuit de lucht (foto: Streekstad Centraal)
Het Regionaal Archief zette de oude gemeentestukken in 2024 online. Daar waren ze dus in principe in te zien voor wie ernaar zocht. Daarvoor moesten mensen dan wel zelf gaan grasduinen in de archieven van 2005 tot 2022.
In het eigen statement legt het archief uit dat de kans niet heel groot is dat er iets met deze gegevens is gebeurd. Het is geen ‘hack’, mensen moesten er wel echt zelf naar zoeken: “De documenten waren niet op naam doorzoekbaar. Dit betekent dat het zowel voor medewerkers van het archief als voor mensen met slechte bedoelingen moeilijk was om persoonsgegevens te vinden. Op dit moment hebben we geen meldingen of aanwijzingen dat iemand de informatie heeft misbruikt.”
Toch maakt het archief mensen graag attent op deze fout, zodat ze alert kunnen zijn op bijzondere mailtjes met daar delen van deze informatie in: “Wees extra voorzichtig bij e-mails of telefoontjes die van het Regionaal Archief Alkmaar of de Gemeente Dijk en Waard lijken te zijn.”
Vanzelfsprekend zijn de gemeentelijke archieven intussen offline gehaald en weer net zo veilig als alle andere archieven.
In Oudkarspel zijn een fietser en een auto met elkaar in botsing gekomen. Dat gebeurde maandagavond. De fietser raakte daarbij ernstig gewond. Het slachtoffer is daarom met spoed overgebracht naar het ziekenhuis om daar verder behandeld te worden.
Getuigen spreken van een forse klap. De botsing vond plaats op de kruising van de Voorburggracht en de Provincialeweg. De precieze toedracht van het ongeval is niet bekend, getuigen spreken van een mogelijke voorrangsfout.
Er werd groot uitgerukt door de hulpdiensten. Die konden de fietser de eerste zorg verlenen, op straat; dit voordat de ambulance het slachtoffer naar het ziekenhuis bracht.
De schade aan de auto was flink. De inzet van de hulpdiensten zorgde voor enig oponthoud op de kruising. (beeld: PersfotoNH)
Alkmaarders die hun eigen buurt netjes houden, die verdienen wel een steuntje in de rug, vinden ze bij Stadswerk072. En dus werden dertig ‘buurtopruimhelden’ extra in het zonnetje gezet met speciale awards. En chocolade. Met de awards hoopt Stadswerk ook andere Alkmaarders te inspireren om hun buurt schoon te houden.
In Oudorp is Sofie één van de harde werkers. Zeven jaar oud ze. Op skeelers zoeft ze door de wijk op zoek naar zwerfvuil. Dat ruimt ze op met de afvalgrijper, legt ze uit aan Streekstad Centraal. “Ik pak het niet met mijn handen, soms is het vies. Al zie ik ook wel eens dingen die nog helemaal heel zijn. Dan weet ik niet of het afval is.”
Haar jonge leeftijd helpt haar bij het scannen van rondslingerend speelgoed. Dat weet ze meestal wel terug te brengen bij de rechtmatige eigenaar. De buurtkinderen kent ze natuurlijk wel. “Als ze er zin in heeft, gaan we op pad”, verklaart moeder Loes. “En dat is vaak genoeg!” (tekst gaat door onder de foto)
Ook het team van Het Kompas kreef de award uitgereikt (foto: Love Not Waste)
Ook scholen hebben aandacht voor de schone buurten. Sofie herinnert zich dat van haar school ook wel. In Alkmaar-Noord geldt dat in ieder geval zeker voor basisschool Het Kompas aan de Kofschipstraat. “Leerlingen ruimen met hun afvalgrijpers rond het schoolplein op tijdens de pauzes of als onderdeel van de les over het milieu”, legt Stadswerk072 uit.
“Nog niet alle inwoners uit Alkmaar weten dat je voor je buurtschoonmaak gratis leenmaterialen kunt aanvragen bij Stadswerk072 en nog niet alle buurtopruimhelden staan aangemeld als Schone Buurtadoptant”, zegt Rob Petersen van Stadswerk072. Zo’n handige grijper als Sofie gebruikt, die hoeven mensen dus niet zelf te googelen.
Stadswerk072 hoopt mensen ook te prikkelen met beloningen – zoals de chocolade die Sofie voor haar inzet kreeg. “Als je je vóór 15 mei als buurtadoptant aanmeldt, ontvang je een Schone Buurt award met traktatie”, belooft de organisatie. Aanmelden kan via de website van Stadswerk072.
Aan afval is er in ieder geval nog lang geen gebrek, stelt ook de Oudorpse Sofie vast als ze haar ronde door de buurt maakt. “Veel sigaretten”, is haar conclusie. Dan komt zo’n grijper dus mooi van pas. (foto’s: Love Not Waste)
Bergen, Uitgeest, Castricum, Heiloo. Vier zelfstandige gemeenten, met een ambtelijke samenwerking, dat wel. Vrijdag kwamen ze samen om te bespreken wat al zo lang boven de markt hangt: een echte bestuurlijke fusie die moet leiden tot één grote gemeente. “Naar verwachting duurt de verkenning tot en met augustus 2026.”
Dat laatste schrijven de gemeenten in een gezamenlijk statement, dat maandag naar buiten werd gebracht. De gemeentebesturen hadden vrijdag hun eerste overleg over de bestuurlijke toekomst: “Voor de procesmatige begeleiding van de verkenning is een verkenningsgroep samengesteld, bestaande uit een vertegenwoordiging van de vier raden. Tijdens de verkenning worden meerdere bijeenkomsten met de gemeenteraden gehouden.”
De BUCH werd in 2017 opgericht om zo’n bestuurlijke fusie juist te voorkomen. De gemeenten werken wel samen, maar houden hun eigen raden, hun eigen colleges, mogen zelf ‘ergens wat van vinden’, populair gezegd. (tekst gaat door onder de foto)
Op het gemeentehuis van Uitgeest is er al vaker over een fusie gesproken (foto: Streekstad Centraal)
Maar die tussenvorm – wel samenwerken, zonder harde keuzes voor elkaar – liep in de praktijk toch niet op rolletjes. De kosten van de organisatie liepen alleen maar op en leken soms zelfs onbeheersbaar, doordat dure externe krachten moesten worden ingehuurd, vaak op projectbasis.
Tegelijk fuseerden in de omgeving gemeenten wél met elkaar, waardoor ze landelijk extra invloed vergaarden. Te denken valt aan de fusie van Heerhugowaard en Langedijk, samen een gemeente die qua inwonertal haast op gelijke hoogte met Alkmaar staat. De BUCH-gemeenten zouden als ze fuseerden óók zo’n forse gemeente zijn. En dat helpt ook weer in Den Haag.
Maar. Er is altijd die maar. Er zijn allerlei bestuurlijke, praktische, financiële argumenten vóór zo’n fusie. Maar de afzonderlijke gemeenteraden, die de vinger aan de pols houden in de kleine samenlevingen die de afzonderlijke gemeenten nu nog zijn, díé zouden opgaan in één grotere raad. (tekst gaat door onder de foto)
Het gemeentehuis van Bergen staat in… Alkmaar. Maar mogelijk is Castricum de Bergenaren toch te ver (foto: Streekstad Centraal)
Het is hoe dan ook geen gelopen race, erkennen de samenwerkende gemeenten. “Bergen onderzoekt hiernaast momenteel ook de opties van zelfstandig blijven of samengaan met Alkmaar” – om een belangrijke uitdaging te noemen. In het verleden is er ook wel discussie geweest over de koers van Uitgeest, een gemeente die traditioneel ook met de IJmond verbonden is.
De komende maanden zullen al die oude en nieuwe afwegingen nóg eens gemaakt worden. Met als mogelijke uitkomst dus die échte fusie, waar het uiteindelijk in 2017 allemaal te doen is geweest. De gemeenten zullen verkennen ‘wat de uitgangspunten, stappen en verantwoordelijkheden van een eventueel fusieproces zijn’.
Pas daarna: “Als de verkenning afgerond is, maakt iedere gemeente afzonderlijk de afweging of ze wel of niet verder willen met het fusieproces.”
Hóóg sloegen ze uit, de vlammen. Van schrik veerden kinderen terug. En stiekem de volwassenen ook. Het was een moment van deining tijdens een middag vol vrolijkheid. Tussen de springkussens en de welbekende hond stonden ze verenigd: de brandweermensen van Limmen, een dorp dat al honderd jaar z’n eigen brandweer heeft.
Een ‘pannetje op het vuur’, nee, dat moet je niet met een emmer water blussen. Dát wisten veel van de Limmenaren die zondag naar de presentaties aan de Vuurbaak waren gekomen nog wel. Maar die opslaande vlammen, dat blijft toch een apart gezicht.
Er waren meer van zulke presentaties. Natuurlijk greep de brandweer het honderdjarig jubileum ook aan om wat aan educatie te doen, tussen de vrolijkheid door. “En we hopen mensen te werven hè.” (tekst gaat door onder de foto)
Indrukwekkende vlammen nadat een brandweerman, tegen beter weten in, water over z’n pannetje had gegooid (foto: Streekstad Centraal)
Aan het woord is René Schuit van de jarige brandweer. Hij geniet van een mooie dag en vertelt enthousiast over het werk van de brandweer. Werk dat altijd náást ander werk komt, overigens. “We zijn allemaal vrijwilligers“, legt hij uit. “Mensen uit het dorp, die als het moet inzetbaar zijn. Dat is de brandweer van Limmen.”
Als het moet – maar meestal moet het niet. De verzamelde brandweermensen op het veldje tussen de heggen en de huizen verwachten dan ook een rustige middag. Heel Limmen is immers in feeststemming. “We hebben dit bewust gelijk met de Bloemendagen gepland”, bevestigt Schuit. “Dan is het ook gewoon gezellig. Maar als het moet kunnen we zo uitrukken hoor.”
De wagens staan er klaar voor, ze kunnen ook zó van het veld af. Om daarna in een kluwen van fietsers, auto’s en bloemen te belanden, dat wel – maar goed, daar is de sirene dan voor. (tekst gaat door onder de foto)
René Schuit van de honderdjarige brandweer van Limmen (foto: Streekstad Centraal)
Iets verderop in het dorp is ook de fraaie Corneliuskerk geopend. Een kerk die bijna glímt van binnen. Het gebouw is dan ook recent nog hersteld na een ingrijpende brand. “Hier zie je het, op de foto’s”, wijst beheerder Joop Koppes, die de historie van het gebouw koestert. “Het is heel goed dat alles weer hersteld is, de kerk is belangrijk voor Limmen.”
Op een groot scherm worden beelden vertoond van ‘de’ brand, maar ook van andere branden. Wie zelf het vuur een keer van dichtbij heeft gezien, er slachtoffer van is geweest, zoals dat geldt voor de kerkgemeenschap hier in Limmen, die blijft betrokken bij het onderwerp.
Schuit weet wat het werk van de brandweer kan betekenen voor mensen. “Het is levensreddend. Daarom volgen we ook een opleiding. We zijn nu dus bezig nieuwe mensen te werven. Die gaan een jaar in opleiding. In het begin kunnen ze nog niet helpen, maar dat verandert snel hoor.” Er gaat tijd in zitten, erkent hij – maar het is die tijd wáárd. (tekst gaat door onder de foto)
De demonstratie met omgekeerde Fiat (foto: Streekstad Centraal)
‘Glasmanagement’. Dat is een woord dat valt tijdens de demonstratie van de brandweer. Midden op het veld staat een omgekeerde auto, met daarin een ‘slachtoffer’ – in dit geval gelukkig een pop.
“We willen veilig bij het slachtoffer komen”, verduidelijkt de presentator van de brandweer het glasmanagement. Hoe kom je door een ruit als een deur niet meer opengaat, dat is een vraag waarop ervaren brandweermensen het antwoord hebben. “We doen een specuale folie op het glas, zodat het daaraan blijft plakken als het versplintert. Zo blijft het slachtoffer veilig.”
Iedereen heeft zijn eigen taak in de samenwerking die de korpsleden aan het publiek laten zien. Ieder bedient ook zijn eigen instrument. Schuit benadrukt het belang van goed materieel: “Natuurlijk moet je fit zijn, maar we hebben echt heel goede hulpmiddelen. Daar kunnen we veel mee.”
De presentator van de demonstratie ziet ook nog een andere praktische kant van de zaak. “We hebben hier wel het voordeel dat deze auto een vrij simpele Fiat is”, zegt hij. “Een zwaardere auto is moeilijker open te krijgen.” (tekst gaat door onder de foto)
De demonstratie zorgde voor extra aanloop op de traditionele markt (foto: Streekstad Centraal)
Het jubileum van de brandweer wordt gelijk gevierd met de Bloemendagen, dus druk is het sowieso aan de Vuurbaak. Net als in andere jaren staat hier een marktje en zijn er op het veld oldtimers te zien. “Maar die brandweer, die zorgt wel voor extra aanloop”, ziet de imker die op dat marktje staat. Tevreden blikt hij naar de rode wagens en kranen achter zijn kraam.
“Het is toch mooi dit allemaal”, wijst hij om zich heen. “Die saamhorigheid. Ik ben zelf deze week ook aan het helpen geweest met de bloemen.” Op de markt verkoopt hij meerdere soorten honing. “Ik ben ook professioneel imker, op mijn werk houden we bijen voor de bestuiving. Zaden. Maar deze bijen hier, die zijn voor de honing. Proef maar.” (tekst gaat door onder de foto)
Ook de alleroudste machines waren weer even in werking op deze speciale zondag (foto: Streekstad Centraal)
De brandweerdemonstraties, de oldtimers, de poffertjes, de muziek, de zweefmolen: dat alles samen trekt een breed publiek van alle leeftijden. Het is dan ook de hele dag gezellig op deze bijzondere verjaardag. Uiteraard zijn hier ook vooral heel veel bekenden: Limmen is een dorp.
Dat valt zelfs bij het springkussen op. Daar is het heerlijk wild springen, uiteraard. Al is er een educatief laagje: welke ontsnappingswegen zijn er in het ‘huis’ dat dit springkussen voorstelt, wil de brandweer de springende kinderen vragen. Die laten de constructie soms bijna kantelen. Maar nooit zonder die voorzichtigheid: “Hee, kijk uit! Dat is wel mijn neefje!”
Alkmaar is zondag nog rood-witter dan anders. Al rond het middaguur stroomden de straten vol met fietsers in de stadskleuren. Over de Bierkade, de Vondelstraat – met maar één doel: het stadion. Want dáár stonden de bussen klaar.
De bekerfinale van AZ, tegen NEC uit Nijmegen, die zou niet in Alkmaar worden gespeeld. Zondagmiddag stond dus in het teken van een serieuze volksverhuizing. Bussen vol supporters op weg naar Rotterdam. Dáár ging het gebeuren.
‘Verlenging’. ‘Gewoon 2-1’. Winst, in ieder geval. De schattingen liepen uiteen op de drukke parkeerplaats van het AZ-stadion, maar in elk geval was er vertrouwen. (tekst gaat door onder de foto)
Drukte bij de bussen – maar vooral ook: vertrouwen (beeld: Streekstad Centraal)
Dat het in het verleden nog wel eens was tegen gevallen voor AZ, dat stérkte dat vertrouwen juist. “We gaan eindelijk eens beloond worden.”
Een klein beetje twijfel hoort er ook bij, dat is juist de spanning: “Als NEC zo speelt als tegen PSV, dán gaan ze verliezen. Maar ik hoop natuurlijk dat ze gaan winnen”, duidt een jeugdige commentator de grote KNVB-bekerfinale die komen gaat. Het móét gewoon lukken, is ieders hoop, bijna ieders overtuiging.
Dát was de energie, en de zon deed eraan mee. Wat volgt is een avond waarop heel Alkmaar, of toch bijna heel Alkmaar, met ingehouden adem voor de buis zit. Laat dát feest nou maar komen.
Heel Alkmaar is er vol van, heel de regio zelfs, en dus ook de A9: de grote stoet van bussen vol AZ-supporters op weg naar de wedstrijd waar het al de hele week over gaat. Maar een aanrijding dwong die bussen zondagmiddag wel om hun snelheid flink te verlagen. Want als er zoiets gebeurt, dan gaan, uiteraard, de hulpdiensten voor.
Rond 14:00 zondagmiddag botsten op de A9 namelijk drie auto’s én een motorrijder op elkaar. Dat was op de rijbanen in de richting van Uitgeest, precies onder een viaduct met daarop ook weer de nodige supporters. Het leverde een bijzonder beeld op.
De situatie vroeg om een grote uitruk van hulpdiensten. Gelukkig vielen er geen gewonden, wel werd de motorbestuurder gecontroleerd door het aanwezige ambulancepersoneel. Omdat de schade aan de auto’s aanzienlijk was moesten er ook bergingsvoertuigen de snelweg op om ze weg te slepen. De motor werd eveneens meegenomen. (foto: Persfoto NH)
Zeker, er was taart. Er was pers. Er stond een doek klaar voor de plechtige onthulling. Het was dan ook een ‘feestelijk moment’, vrijdag op het stadhuis van Alkmaar. Toch hield wethouder Hoekzema zich in zijn toespraak voorafgaand aan de presentatie van het nieuwe horecapaviljoen aan het kanaal wel een beetje in: “Laten we niet vergeten dat er ook mensen teleurgesteld zijn.”
Daarmee was nog maar eens onderstreept hoe gevoelig de hele kwestie intussen was geworden. Voor ondernemers John Steenbeek en Jefrem Groot, hier aanwezig om hún plan uit de doeken doen, overheerste natuurlijk trots en blijdschap. Maar enkele honderden meters verderop, op het stadsstrand zoals we dat nú nog kennen, was de vlag een week eerder bepaald niet uitgegaan.
“Wat er op sociale media allemaal gezegd is, ach, daar kijk ik niet naar”, reageerde Steenbeek op de kleine mediastorm waarin hij en zijn kompaan ongewild belandden. “Al waren wij ook wel verbaasd dat we gewonnen hadden. Ik dacht echt: het is fifty-fifty. Nou ja, dat was het dus ook achteraf.” (tekst gaat door onder de foto)
Jefrem Groot (links) en John Steenbeek (uiterst recht) bij wethouder Jan Hoekzema (foto: Streekstad Centraal)
Het was één van de opmerkelijke details die vorige week al naar buiten kwamen, nog voordat de gemeente officieel bekend wou maken wie er nou gewonnen had. Er waren maar twee inschrijvers geweest. Eén daarvan was de huidige uitbater van het strandje op Overstad, Stadsstrand De Kade. Die was vol vertrouwen aan de procedure begonnen, met zelfs een stapel handtekeningen voor wethouder Hoekzema.
De andere inschrijver: John Steenbeek, eigenaar van meerdere horecazaken. Hij deed dit samen met Jefrem Groot, bekend van Joa Streetfood & Bar en Boules & Bites, allebei aan hetzelfde plein als het stadsstrand. “Wanneer was het? December”, blikt Steenbeek terug. “We hebben een team samengesteld, met Jefrem en ik als eigenaren. Maar ook een ontwerper, een tekstschrijver… We zijn in de inschrijving gedoken en met een plan gekomen.”
Zo ging het, bevestigt wethouder Hoekzema. “Het is een open en transparante procedure geweest”, benadrukt hij. Dat heeft de gemeente ook door externe experts laten controleren. “Vooraf was duidelijk waaraan je moest voldoen. Dat er weinig inschrijvers waren verbaasde ons niet. Het had er ook één kunnen zijn. Maar die was dan óók beoordeeld op punten.” (tekst gaat door onder de foto)
Visualisatie van wat er op de plek van Stadsstrand De Kade komen moet (beeld: gemeente Alkmaar)
Speciaal voor de onthulling was een doek gelegd over het plan, al hadden Steenbeek en zijn team dat even daarvoor al bij zich gehad toen ze zich met de pers verzamelden beneden in het stadhuis. Alles voor de foto, natuurlijk. “Denk aan Spanje”, leidde Steenbeek de presentatie in. “Vis. Voeten in het zand. Nog steeds die beach-vibe.”
Groot vult aan: “Vis vind ik wel iets dat nu ontbreekt in Alkmaar. We willen echt iets toevoegen.” Daarnaast moet het nieuwe horecapaviljoen een leer-werkbedrijf worden, vanuit de ervaring van Steenbeeks stichting FRSH. Zo’n maatschappelijke invulling was één van de eisen van de gemeente geweest.
Het paviljoen zoals het er op het onthulde bord uitziet is open, met veel glas, en hout – lokaal gekapt hout. ‘Circulair gefundeerd’ op die lastige ondergrond vol kabels, ook daaraan is gedacht.
En, precies zoals de gemeente het jaren geleden al intekende op de vergezichten voor Overstad: begroeiing op het dak, zoals bij de Alkmaarse bushaltes. Zo hebben Steenbeek en zijn team het landschap op willen tillen. Wie er vanuit de nieuwe woontorens op neerkijkt ziet groen, zo is de gedachte. (tekst gaat door onder de foto)
Sharon Nieuwland (links) en bedrijfsleider Michelle Oostwouder hadden het liever anders gezien (foto: Streekstad Centraal)
Onwillekeurig verschuiven de gedachten naar eerdere plannen, waar ze op Stadsstrand De Kade niet direct enthousiast hadden gereageerd. “We willen déze plek behouden voor Alkmaar”, benadrukt Sharon Nieuwland van De Kade. “De mensen die hier nu werken, die staan straks op straat. Die hebben geen ander stadsstrand waar ze om een baan kunnen vragen, dat houdt op.”
Er verdwijnt iets wat je niet zomaar weer terugkrijgt, is het gevoel dat onder de medewerkers van het stadsstrand overheerst. Een gevoel dat ook spreekt uit de raadsvragen die Status Quo intussen over de kwestie stelde. “Ziet u andere mogelijke plekken voor de uitbaters van het voormalige stadsstrand?”, wil raadslid Devon Zwierenberg dan ook weten. (tekst gaat door onder de foto)
Devon Zwierenberg van Status Quo stelde raadsvragen over de kwestie (foto: aangeleverd)
Zowel het raadslid als het team van Stadsstrand De Kade benoemen de ongelukkige communicatie van de gemeente. “Waarom is ervoor gekozen om de winnende partij niet gelijktijdig met het besluit openbaar te maken”, vraagt Zwierenberg zich af.
“Wij hebben gemaild, mogen we het rapport zien”, haalt Sharon Nieuwland aan. “Niks. We begrijpen het niet. Eerst moest het Europees aanbesteed, toen weer niet. Er veranderde steeds wat. Maar toen wij onze inschrijving indienden, kwamen er geen vragen over. En nu dit.”
De gemeente had met de inschrijving toch een gouden kans om voor het kleine, alternatieve van deze plek te kiezen, overweegt ze. Daar is in Alkmaar behoefte aan. Iets dat ook Zwierenberg aanstipt: ” Hoe voorkomt het college dat de stad geleidelijk haar eigenheid verliest ten gunste van meer generieke horecaconcepten?”
Toch is er bij Nieuwland ook gelatenheid. “Weet je, het is de gemeente. Die trekt zo’n keutel echt niet meer in. Maar je hebt het wel over mensen.” (tekst gaat door onder de foto)
Op Stadsstrand De Kade denken ze aan een pop-upmarkt (foto: Streekstad Centraal)
Steenbeek heeft er gewoon heel veel zin in, reageert hij op het stadhuis. Negativiteit, die waait wel over, straalt hij uit. “Dit is gewoon een heel goed plan voor Alkmaar. Ik wil er in het voorjaar van 2027 mee beginnen. Dan zien de mensen zelf wel hoe mooi het wordt.”
In de vergaderzaal wordt na die opmerking toch wat heen en weer geblikt en klinken er andere geluiden. Voorjaar 2027 is wel erg vroeg. Er is nog veel werk te verzetten. “O, nou, dat moeten we dan nog even bekijken”, reageert Steenbeek nuchter. Maar het gaat er van komen, daar is hij zeker van.
Het is een jaloersmakend vertrouwen dat even verderop tussen de vertrouwde palmen, strandstoelen en speeltoestellen lijkt weggeëbd. “We hadden het stokje wel op een mooie manier over willen dragen”, reflecteert Nieuwland. “Maar dat gevoel is nu even weg. Wat we wel willen, is dat onze vaste gasten iets van het stadsstrand bij zich kunnen houden.”
Dat is een nieuw plan, voor in de laatste week, eind augustus – een week die tóch al bijzonder moet worden met Lichtjesavond en het naderende afscheid in het achterhoofd. “We denken aan een pop-upmarkt”, zegrt Nieuwland. “Alles te koop. Hoe mooi zou het zijn als deze stoel straks bij een van onze gasten in de tuin staat. Dat zou een geweldige afsluiter zijn.” Toch nog een beetje feestelijk.
Wisconsin, het is de ‘cheese state’ van Amerika. Noord-Hollandse kaasmakers haalden er deze week een bijzondere prijs op. Hun ‘Beemster Royaal Grand Cru’ werd tijdens de ‘World Championship Cheese Contest’ namelijk gekozen tot allerbeste kaas van de wereld. “Ik zat het gewoon thuis te bekijken, de telefoon op tafel.”
Zo kijkt Jerry Griep, directeur van CONO Kaasmakers, terug op dat bijzondere moment, vorige maand al. “Ze noemden de winnaars op. Derde plaats, tweede plaats, een Zwitser en nog een Zwitser… Ik verwachtte al niks meer.” Maar toen bleek de kaas uit zijn eigen kaasmakerij de beste van de wereld. (tekst gaat door onder de foto)
CONO-directeur Jerry Griep in zijn kantoor (foto: Streekstad Centraal)
“Heel bijzonder, zeker als je bedenkt dat ze daar alles naast elkaar proeven. Dus onze blokjes naast een Franse brie of een Italiaanse mozzarella. Nee, ze leggen het niet op de boterham, ze proeven écht.” 3.500 kazen uit 25 landen worden er vergeleken. En uit al die rijkdom kozen de connaisseurs dus die ene kaas uit Noord-Holland uit als beste van de wereld. De score: 98.68 punten.
Deze week werd de prijs officieel in ontvangst genomen. Niet door directeur Griep, overigens. “Nee, ík heb die kaas toch niet gemaakt? We hebben er de kaasmakers heen gestuurd. Het nieuws, die prijs, die trots: dat gaat bij ons door heel het bedrijf heen. Dat voelde je wel.” (tekst gaat door onder de foto)
De prijs werd in ontvangst genomen door Lieke Kortekaas, Harco de Jager, Sjoerd Hiemstra en Arthur van Esveld (foto: aangeleverd)
Dat bedrijf: CONO. Eén van de vaste waarden op de Alkmaarse kaasmarkt en landelijk, zelfs internationaal bekend door de Beemsterkaas. Noord-Hollandse koeien die grazen op het kruidenrijke gras van de Beemster, de Schermer en al die andere polders, díé zijn de basis van die kaas. Hun melk komt naar de glimmende kaasmakerij in de Beemster om er te worden veranderd in een romige kaas van het Goudse type.
“Als je het mij zou vragen, dan vind ik dit ook wel onze lekkerste kaas”, reageert Mike Koster, teamleider van de kaasmakerij, op het nieuws van de Amerikaanse prijs. “Dus wat dat betreft was ik niet helemaal verrast. We hebben hier echt onze best op gedaan.” (tekst gaat door onder de foto)
Teamleider van de kaasmakerij Mike Koster vindt de winnaar zelf ook de beste (foto: Streekstad Centraal)
“Om eerlijk te zijn: we hadden een paar jaar geleden wat twijfels”, bekent Griep. Meedoen aan deze prestigieuze wedstrijd is leuk, maar er moest wél een keer een prijs uit rollen, vonden hij en zijn team. “Toen hebben we ervoor gekozen deze kaas te ontwikkelen.”
Niet dat het recept nieuw is, dat bestond al en was ooit de basis voor de ‘Vlaskaas’ die op de Belgische markt succesvol was. Nieuw is dat de kaas nu een royale rijping van twaalf maanden heeft gekregen. Daardoor zijn de aroma’s nog beter tot wasdom gekomen en is de textuur wat korreliger door de rijpingskristallen.
“Dat gebeurt niet hier, dat rijpen”, verduidelijkt kaasmaker Koster. “Onze kazen zijn hier alleen de eerste vijftien dagen.” In die periode wordt de melk ‘wrong’, gaat er het vegetarische stremsel bij en de combinatie van zuren die de kaas ‘n aroma geeft, en komen de prille kazen in hun vormen terecht. (tekst gaat door onder de foto)
Een kijkje in de hypermoderne kaasmakerij (foto: Streekstad Centraal)
“In ons pekelbad zit écht de smaak van Beemster”, wijst Koster. De coöperatie bestaat dit jaar 125 jaar en die geschiedenis is terug te proeven in de kaas. Sommige van de pekelkristallen in het enorme bad zijn tientallen jaren oud. Alles samen zorgt het voor een unieke smaak die alsmaar doorgegeven wordt.
“Kaas zit in de details”, weet Koster. Hij is ermee opgegroeid, zoals zovelen in deze omgeving. “Ik kom zelf uit De Rijp. Mensen in dat dorp weten natuurlijk dat ik hier werk, ik krijg er vaak vragen over. Je merkt dat het leeft in de omgeving. Iedereen kent de kaasmakerij.”
De Beemsterkaas gaat de wereld over, maar blijft in basis een lokaal product. “Alle kazen die we maken beginnen hier”, erkent Griep. “In de Beemster. Ik kijk uit op dat kruidenrijke grasland. Wij passen niet op een industrieterrein.”
CONO blijft dichtbij de ‘roots’ in de Noord-Hollandse polder (foto: Streekstad Centraal)
De geboren Zeeuw is sinds 2012 directeur. Hij maakte Griep de verhuizing naar de nieuwbouw mee, direct naast de ‘oudbouw’. “Toen is dat pekelbad dus mee verhuisd”, vult Koster aan.
Griep werkte eerder al in de thee en in de koffie, zo’n eerlijk product als kaas ligt hem, vertelt hij aan Streekstad Centraal. CONO is een coöperatie van boeren, die op deze manier een afzet voor hun melk hebben gecreëerd – dat is en blijft de basis.
“Onze koeien lopen minimaal 185 dagen buiten, zeker tien uur per dag. Dat is die Noord-Hollandse weidemelk waar we de Beemsterkaas van maken”, verklaart Griep. “Duurzaamheid, agrarisch natuurbeheer, daar besteden we veel aandacht aan. Op prijs gaan wij het nooit winnen, dat weten we. Daarom focussen we echt op kwaliteit. Deze wereldtitel is daar de erkenning voor. We willen de beste zijn.”
Het is nog niet in beton gegoten, maar de wil is er tenminste: extra woonruimte in Limmen en Akersloot door ‘flexwonen’ toe te staan. Zo kunnen woningzoekenden sneller terecht in de twee dorpen, waar woningbouw moeilijk is en blijft, onder meer door de strenge stikstofregels. ‘Veelbelovend’ noemt de gemeente deze alternatieve route.
Het idee is om nieuwe, tijdelijke woningen te bouwen en om daarnaast het tijdelijk bewonen van slooppanden toe te staan. Zo ontstaat er wat extra lucht voor woningzoekenden, ook al gaat het dan om een tijdelijke oplossing. Heel Nederland zucht onder een vastgelopen woningmarkt en dat is in Limmen en Akersloot niet anders.
“Vanwege de grote druk op de woningmarkt is hier dringend behoefte aan”, ziet het college van de gemeente Castricum. (tekst gaat door onder de foto)
Ook Limmen voelt de behoefte aan nieuwe woonruimte (foto: Streekstad Centraal)
“Uit onderzoek komen twee plekken naar voren als veelbelovende woonlocaties in de gemeente Castricum. Als alles volgens planning verloopt, kunnen hier in 2027 de eerste woningen worden gebouwd”, blikt het college vooruit op het ‘flexwonen’ in de dorpen.
Het gaat hier om de Oosterzijweg in Limmen en de Boschweg in Akersloot. Castricum wil de plannen voor deze woonlocaties uit gaan werken in overleg met omwonenden en andere belanghebbenden. Op de locatie in Limmen staan nu ‘verouderde gebouwen die tijdelijk worden bewoond’, schrijft het college. “De gemeente onderzoekt of in hetzelfde gebied nieuwe, tijdelijke of permanente woonruimte kan komen.”
In Akersloot zijn de plannen nog wat ambitieuzer. Daar zou ruimte ontstaan als sportverenigingen samen naar één modern sportpark verhuizen. “Op de vrijkomende sportlocaties kan ruimte ontstaan voor woningbouw. De gemeente onderzoekt hoe op deze locaties woonruimte zou kunnen komen die past bij het dorp.”
Castricum benadrukt dat er nog geen definitieve besluiten zijn genomen. “De gemeente gaat eerst in gesprek met sportverenigingen, inwoners en betrokken partijen om de plannen verder vorm te geven.” Daarnaast hoopt Castricum het Rijk zo ver te krijgen dat de stikstofregels worden versoepeld.